De Burgerlijke Stand van 15 april.

Pedro DELGADO ROBLEDO (1960, Spanje)

Mijn Franse vriend François is van Spaanse afkomst omdat zijn ouders naar Frankrijk zijn gevlucht tijdens de Spaanse burgeroorlog van 1936. Met François was ik in 2005 in de Tour de France en we hadden daar een ontmoeting met Pedro Delgado, de Tourwinnaar van 1988. Hij liep langs ons en François, brutaal als de beul, klampte hem aan en de twee waren direct in druk gesprek. Ik stond er als Jan met de korte achternaam bij, want ik spreek geen woord Spaans. Ik lette op zijn mimiek en ik zag een charmant mannetje die zijn supporters alle aandacht geeft. Bereidwillig, vriendelijk en goedlachs voerde hij zwaar gesticulerend een diepgaand gesprek. Toen François me later vertelde waar het over ging, ontging de diepgang me, maar dat is niet belangrijk. Delgado was de revelatie van de Tour van 1983, toen hij en zijn landgenoot Arroyo zich ontpopten als twee onbekende coureurs die niet alleen goed konden klimmen, maar ook redelijk tijdrijden en zich daarom manifesteerden als klassementsrenners. Delgado heeft dat meer dan waargemaakt. In 1987 werd hij tweede achter Stephen Roche en een jaar later won hij zelf. Ik vind dat achteraf gezien nog steeds een merkwaardige Tour. Een paar dagen voor het einde leek het klassement gemaakt. Delgado eerste, Steven Rooks tweede en Gert-Jan Theunisse stond derde of vierde, dat weet ik niet meer. Toen gonsde de Tour ineens van de geruchten. Er zouden twee renners uit de top van het klassement positief zijn bevonden. Een dag later kwam het officieel naar buiten, want zowel Delgado als Theunisse hadden positief getest. Theunisse kreeg direct een tijdstraf aan zijn broek waardoor hij naar de achtste plaats in het klassement terugviel en bij Delgado was aangetoond dat hij een maskeringsmiddel had gebruikt dat niet op de lijst van de UCI, maar wel op die van het IOC voorkwam. De directie van de Tour hield zich aan de lijst van de UCI en zo won Delgado, terwijl vaststond dat hij doping had gebruikt. Ik vind dat nog steeds een rare zaak, maar het meest vreemd vind ik de reactie van Rooks, die dus de Tourwinnaar zou zijn geweest als Delgado dezelfde straf had gekregen als Theunisse. Rooks vond er niks van en hij zei er ook weinig over. Hij was tevreden met de tweede plaats en de bolletjestrui. Zou zijn verweer dat hij daarmee meer had gekregen dan waarop hij gehoopt had, de waarheid zijn? Ik vind het een rare reactie, want als je weet dat je zelf clean bent en je wordt geklopt door iemand van wie is aangetoond dat hij de kluit belazerd heeft, dan zou ik het er niet bij laten zitten. Of doorbreek je daarmee een erecode. We zullen het nooit weten. Niet van Rooks en zeker niet van Delgado. Maar Perico is een leuk baasje. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Raymond POULIDOR (1936, Frankrijk)

De twee Nederlandse Tourwinnaars hebben allebei met hem te maken gemaakt. De meest populaire Franse renner aller tijden. Iedereen die ooit in het land van Marianne op de racefiets heeft rondgereden kent de aanmoedigingen: ‘Vas-y Poupou?’ en ‘Allez Poupou!’. Ik heb het meerdere keren moeten horen, in de Alpen, in Picardië, in de Charente en de l’Herault. Vas-y Poupou?’, terwijl je bij wijze van spreken niet eens meer wist hoe je heette. Qua talent was Raymond Poulidor een enorme klasbak. Grandioos klimmer en begenadigd tijdrijder. Hij had vijf keer de Tour moeten winnen in de periode tussen Anquetil en Merckx. De laatste victorie van Maître Jacques had op zijn naam moeten staan en hij had ook de Tours van Gimondi, Aimar, Pingeon en Janssen moeten winnen, want hij was de beste in die jaren. Maar de beste zijn is niet de beste worden, want er ontbrak het een en ander in de bagage van Poupou. Hij was gewoon geen winnaarstype. Het ontbrak hem aan eerzucht, gogme, het vermogen de koers te lezen en geluk. Je hoeft overigens niet per se geluk te hebben, als je maar geen pech hebt. En pech had de brave Raymond regelmatig. ‘Als er een valpartij was, dan lag hij erbij’, vertelde Jan Janssen me eens. En daar reed hij dan weer, met een tulband van verband om zijn kop met eruit sijpelend bloed. Poulidor heeft het deels aan zichzelf te wijten, want hij was hondstrouw. Bijvoorbeeld aan Antonin Magne, de intelligente, maar o zo ouderwetse ploegleider die qua opvattingen nog in de jaren dertig leefde, terwijl de rest van het peloton lichtjaren vooruit was. Pas onder Louis Caput kreeg hij met andere denkbeelden te maken, maar toen was hij al op leeftijd en deed hij een stapje zijwaarts voor zijn kopman Joop Zoetemelk. Joop is onophoudelijk de eeuwige tweede genoemd, maar de renner die die naam echt toekwam was Raymond Poulidor. Ik heb hem in 2005 mogen interviewen en ik vond het een heel aardige, lieve man en als ik in juli aanstaande weer in Frankrijk rondpeddel zal ik het een eer vinden met ‘Allez Poupou!’ te worden nageroepen.

De andere op 15 april geborenen zijn:

BROCCARDO, Paul (1902, overleden 06.11.1987, Frankrijk)
BRUSON, Simone (1983, Italië)
BRUIJN, Meike de (1970, Nederland)
CRANE, Matthew (1985, Verenigde Staten)
DE GEYTER, Johan (1972, België)
FRENCH, Graham (1927, Australië)
GUYOT, Charles (1925, overleden 12.09.1973, Frankrijk)
HELMANTEL, Adriaan (1981, Nederland)
JOLY, Victor (1923, overleden 10.06.2000, België)
KLUNDERT, Jacques van de (1938, Nederland)
MAENEN, Jules (1928, overleden 25.02.2007, Nederland)
MURK, Dion (1984, Nederland)
PEDERSEN, Martin (1983, Denemarken)
RAAS, Pierre (1964, Nederland)
RONDEAUX, Roger (1920, overleden 24.01.1999, Frankrijk)
SCHLECK, Frank (1980, Luxemburg)
VAN SWEEFELT, Valère (1947, België)
VERBEKEN, Peter (1966, België)

Door Fred van Slogteren, 15 april 2007 0:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web