Van de smalle bandjes naar de gladde ijzers …

Het schaatsseizoen weet van geen ophouden. Maar omdat het wielerseizoen inmiddels op volle toeren is gekomen, komt er vandaag een einde aan de zesde jaargang van deze winterse rubriek over wielrennende schaatsers en schaatsende wielrenners..

Dit weekend zal Sven Kramer naar ieders verwachting een negende wereldtitel allround aan zijn al uitpuilende erelijst toevoegen. De superlatieven voor de schaatser, die al meer dan tien jaar domineert, zijn al vele winters geleden opgeraakt.

Er lijkt zelfs een zeker gebrek aan waardering te ontstaan voor de moderne Koning Thialf. Want ondanks zijn successenreeks, is de eretitel Sportman van het Jaar hem nog maar één keer ten deel gevallen.

Bij wijze van eerbetoon aan de meest succesvolle schaatser aller tijden gaat de laatste aflevering van deze winter een generatie terug in de tijd. Want net zoals zoon Sven een schaatser-wielrenner genoemd mag worden, zo was zijn vader dat ook.

Als schaatser is de op 15 november 1957 geboren Yep Kramer een produkt van de in 1967 geopende kunstijsbaan Thialf in Heerenveen. Zijn talent bracht hem via de Friese selectie en Jong Oranje in de kernploeg. Daar maakte Kramer van 1978 tot en met 1986 deel van uit. In al die selecties kreeg hij te maken met zijn supergetalenteerde provinciegenoot Hilbert van der Duim, een zeer wispelturig fenomeen.

Yep was in zijn tijd een echte allrounder die op alle afstanden goed kon meekomen maar geen echte specialiteit in huis had. Bij de junioren werd hij in 1976 Nederlands kampioen en in 1977 vijfde bij het WK. Als senior eindigde hij in 1979 en 1980 bij het NK allround als tweede en in 1984 was hij derde.

In tien jaar internationaal schaatsen was Yep twee keer deelnemer aan het WK junioren, zes keer aan zowel het EK allround als het WK allround en twee keer aan de Olympische Spelen. In 1980 in Lake Placid en in 1984 in Sarajewo.

Zijn beste jaar was 1983 toen het hem bijna lukte om bij het EK allround, dat op de nog onoverdekte Uithof in Den Haag onder zeer wisselende weersomstandigheden werd gehouden, Hilbert van der Duim van de titel af te houden. Later bij het WK allround in Oslo, waar Van der Duim volledig faalde, werd Yep met een vierde plaats de beste Nederlander.

Na de Elfstedentochten van 1985 en 1986 ontwikkelde Yep Kramer zich tot één van de beste marathonschaatsers van ons land. Op kunstijs schreef hij tientallen van dat soort wedstrijden op zijn naam. Met als resultaat dat hij zowel in 1989 als 1990 winnaar werd van het marathonklassement. Bij het NK marathon op kunstijs reikte hij eveneens enkele malen tot het podium. Als 38-jarige verbaasde Yep Kramer in 1995 vriend en vijand door de jongere garde te verslaan en een tweede nationnale titel te behalen bij het NK marathon op natuurijs. Ook de alternatieve Elfstedentocht in het Finse Rovaniemi staat op zijn naam.

Wielrennen was voor Yep een manier om zich op het schaatsseizoen voor te bereiden. Daarbij zocht hij nadrukkelijk naar het competitie-element. Dat deed hij in regionale criteriums, maar ook in landelijke (semi)klassiekers. Als lid van de Drentse wielervereniging De Peddelaars is zijn beste prestatie als wielrenner het behalen van het kampioenschap van Drenthe in 1983 door Gert Jakobs te verslaan.

Tot 1995 maakte Yep deel uit van het wielerpeloton en pas op 45-jarige leeftijd gingen eind 2002 ook de wedstrijdschaatsen in het vet, in hetzelfde jaar dat zoon Sven aan zijn international opmars begon. Als Sven Kramer net zo lang doorgaat als zijn vader, is zijn carrière nu ongeveer op de helft. Hoeveel titels er dan bij zijn afscheid op zijn naam staan is de vraag, maar dat het een record zal zijn à la Eddy Merckx lijkt op voorhand een zekerheid.

IJs- en wieler dienende, misschien tot volgend jaar!

De gehele serie ‘Van de smalle bandjes naar de gladde ijzers’ is te vinden op: http://wielersport.slogblog.nl/category/1/33

Door Ad van der Linden, 4 maart 2017 14:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web