Uittreksel uit de Burgerlijke Stand van 4 maart …

"Stayeren is een specialiteit en je moet er veel voor doen. Ik ging elke dag naar Amsterdam of naar Utrecht om te trainen. Het is een technisch vak.

In Amsterdam, Bielefeld en Zürich reden we nog met de grote motoren. De vlam in de pijp, je weet wel. Twee keer per rondje moest je dan nadenken. Hier wel trappen en daar niet trappen.

Ik heb jaren achter Noppie gereden. Die riep altijd na tien minuten: 'Martin, hoe gaat ie?' Dan riep ik: 'goed' of 'een beetje rustig' en dan wist hij precies hoe we moesten rijden.

Ik liet het vaak aan hem over. Ook bepaalde hij mijn versnellingen. Een kwartier voor de start liep hij dan naar buiten en dan zei ie: 'we zetten d'r nog een tandje bij'. Ik had het volste vertrouwen in `m.

Z`n motor was altijd in orde. Ook z`n derny`s in de zesdagen. Mankeerde nooit wat aan. Hij verzorgde ze ook voor Deboevere en Zijlaard. Die man was altijd met zijn vak bezig. Ik ook trouwens.

Op iedere baan heb je een andere versnelling nodig. Op de ene baan reed je 64x14 en op de andere 68x14. Dat moet je weten. In Amsterdam reed ik 69x14. En dan de rolafstand.

Met de BSA stond de rol op het stadion altijd op zestig centimeter. Dan moest je heel kort rijden, want dan heb je maar tien centimeter abri en voor de rest hark je dan vol in de wind.

Dan moet je constant van de ene kant van de rol naar de andere. Het belangrijkste is concentratie, daar had ik in het begin veel moeite mee. Ik ben toen een paar keer zwaar gevallen.

Matje Wierstra heeft me toen yoga-oefeningen laten doen om te leren hoe je moet concentreren. Dat stayeren leverde niet zo veel op, maar het was belangrijk dat je Nederlands kampioen werd of kort reed, want dat bepaalde je prijs in de zesdagen.

Ik reed er zo'n tien tot twaalf per seizoen met zeven, acht verschillende partners. Als je de laatste gehad had was je helemaal kapot. De mensen denken vaak dat het afgesproken werk is, maar dat is niet zo.

Ook al behoor je niet tot de favorieten het is je eer te na om je op dertig ronden te laten rijden. Ik heb er altijd redelijk van kunnen leven. Te veel om heel zuinig te doen en te weinig om er rijk van te worden.

In februari 1985 kwam er onverwacht een eind aan. Ik viel thuis van de trap en ik heb zes weken plat op bed gelegen. Het was einde oefening.

Ik had toen al een sportzaak en ik deed de programma's in Ahoy. Het een was leuker dan het ander en ik heb die zaak van de hand gedaan. Ik zit nu al weer dertien jaar in de keukens.

Leuke job, elke klant is anders. Voor iedereen moet je als het ware een andere versnelling monteren. Ik heb het goed naar m`n zin, maar fietsen was leuker", aldus Martin Venix, de wereldkampioen stayeren bij de profs in 1979 en 1982.

Uit Wielerhelden van Oranje 2003

Foto’s: archief dewielersite.net



Door Fred van Slogteren, 4 maart 2017 9:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web