Van de boekenplank van Wim

EEN EEUW NEDERLANDSE WIELERSPORT

door Wim van Eyle

“Dit is mijn eerste boek geweest en het is een neerslag van mijn verzameling. Ik hoefde er dus nauwelijks de deur voor uit, hoewel ik natuurlijk ook in krantenarchieven heb zitten neuzen. Er zijn er twaalfduizend van verkocht en dat is een aantal waar ik best wel trots op ben. Er zit ook nog een leuke anekdote aan vast, hoewel de uitgever dat niet met me eens zal zijn. Op de cover staat linksboven een Tourfoto uit een ver verleden. Daarin zie je een renner in een auto stappen. Je krijgt de indruk dat hij opgeeft, maar hij wil op de vuist met de chauffeur omdat die zojuist over zijn fiets is heen gereden. Als je goed kijkt dan zie je dat die chauffeur in grote haast probeert rechts uit de auto te stappen. Die foto zit in mijn verzameling en ik dacht dat ...

... die rechtenvrij was omdat hij al zo lang geleden was genomen. Toch kwam er een claim van een fotopersbureau uit Parijs en die berekende de uitgever alsnog het tarief voor het gebruik van de foto verhoogd met een boete van 350 gulden. Dat was in die tijd een heel bedrag.
Ik heb ook van dit eerste boek geleerd, namelijk dat je de eindredactie nooit helemaal uit handen moet geven. Er staan niet veel, maar wel enkele idiote fouten in die voorkomen hadden kunnen worden als ik me er mee bemoeid had en de regie in handen had gehouden. Lang heb ik daar echter niet over in gezeten, want ik heb onnoemelijk veel positieve reacties op dit boek gekregen. Het is destijds ten doop gehouden in het café-restaurant van Gerrit Schulte in Sportpark De Vliert in Den Bosch en Schulte heeft ook het eerste exemplaar in ontvangst genomen. Onder de aanwezigen bevond zich Evert van Mokum, destijds een zeer bekende wielerjournalist. Die man had een vermaard archief en als mede-verzamelaar wilde ik graag met hem kennismaken. Hij hield aan de telefoon echter de boot af, want hij kende me niet. Hij zat daar dan ook met een houding van: dat zal wel niet veel zijn dat boek, want ik ken die gast helemaal niet. Maar hij begon te bladeren en hij bleef bladeren. Toen was hij zo sportief om naar me toe te komen en me te complimenteren. Daarna zijn we goede vrienden geworden en ben ik regelmatig bij hem op bezoek geweest. Zeker vijf tot zes keer per jaar ging ik bij hem op de koffie en ik nam hem ook wel mee naar ploegvoorstellingen omdat hij zelf geen vervoer had. Hij zei altijd tegen me: Wim, je moet niet náár het rugnummer kijken maar áchter het rugnummer kijken. Daar bedoelde hij mee dat de mens achter de wielrenner vaak veel interessanter is dan de erelijst. En daar had hij gelijk in. Dat was zijn credo.

Tot volgende week!”

Wim van Eyle

Door Fred van Slogteren, 23 maart 2006 9:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web