GEREMIA, Gianluca (1981, Italië)
HORIK, Savié van (1988, Nederland)
MARCHISIO, Luigi (1909, overleden 03.07.1992, Italië)
MONDORY, Lloyd (1982, Frankrijk)
WELTER, Hannah (1988, Nederland)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 25 april 2007 22:00

Alejandro VALVERDE BELMONTE (1980, Spanje)

Het mooiste verjaarsdagscadeau dat hij vandaag kan krijgen, kan hij alleen zichzelf geven. De overwinning in De Waalse Pijl. De wedstrijd die hij ook vorig jaar won, maar toen was het niet zijn verjaardag. Alejandro Valverde is een begenadigd renner, want hij kan alles. Klimmen, tijdrijden, sprinten, you name it, hij heeft het in huis. Dat moet een keer tot een overwinning leiden in het wereldkampioenschap. Hij stond al twee keer op het podium met een tweede plaats. Eerst in 2003 achter zijn landgenoot Igor Astarloa en in 2005 achter Tom Boonen. In de Tour de France moet hij ook ver kunnen komen. Hij stond tot nu toe twee keer aan de start. In 2005 won hij op indrukwekkende wijze de etappe naar Courchevel, maar moest een paar dagen later uitvallen. Vorig jaar ging hij al in een van de eerste ritten tegen de vlakte en brak hij zijn sleutelbeen. Maar ja met de twee Ardennenklassiekers op zak kon zijn seizoen niet meer stuk. Het was overigens opvallend dat hij in die Tour startte, want zijn naam kwam ook voor op de lijst van het Spaanse dopingschandaal. Maar zijn ploeg – Caisse d’Epargne – verbond daar als enige geen consequenties aan. Basso, Ullrich en anderen werden teruggetrokken, maar Valverde mocht starten. Uiteraard zullen de komende dagen alle ogen op Alejandro gevestigd zijn, vooral die van zijn concurrenten. Hij is zeker in staat zijn prestatie van vorig jaar te herhalen want niemand kan tegen hem op als het op spurten bergop aankomt. Ik zou wel eens willen weten wat hij als veldrijder klaarmaakt, want hij heeft zijn naam mee. Ik spreek geen Spaans, maar met mijn bescheiden kennis van Romaanse talen is VAL volgens mij dal en VERDE groen. Lex Groenendaal dus, onthou die naam. Hij kan trouwens ook nog flipperen. (Foto: © Cor Vos)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 24 april 2007 22:00

André DARRIGADE (1929, Frankrijk)

In de jaren vijftig was hij één van mijn idolen in de jaarlijkse uitgave van de Tour de France. Hij was een sprinter en een van de snelste op de weg. Geducht rivaal van mannen als Rik Van Steenbergen en Miguel Poblet. Op de baan schijnt hij Antonio Maspes, zevenvoudig wereldkampioen sprint, eens verslagen te hebben. Maar hij was vooral wegrenner die veertien keer in de Tour van start ging en hem dertien keer uitreed. Hij eindigde nooit bij de eerste tien, maar wel drie maal als zestiende. En … hij won in totaal 22 etappes. Met dat aantal staat hij derde in het klassement van meeste etappeoverwinningen, achter Eddy Merckx (35) en André Leducq (25). Een van zijn 22 etappeoverwinningen had hij liever niet behaald. Dat was de laatste etappe in de Tour van 1958. Die won hij in de eindsprint op de wielerbaan van het Parc des Princes. In volle sprint reed hij op de baancommissaris in die te ver op het cement stond. Het hoofd van Dédé werd daarna in een enorme tulband gewikkeld, maar de baancommissaris behoefde geen zorg meer omdat die ter plekke was overleden. Darrigade behoorde altijd tot de ploeg van de Franse nationalen met Louison Bobet en later Jacques Anquetil als kopman. Hij was een vriend van Bobet en hij deelde volop in diens successen. De blonde pijl, de vliegende Bask en de man met de honderd truien waren zijn bijnamen. Het hoogtepunt in de carrière van Darrigade was zijn wereldkampioenschap in 1959, behaald op het autocircuit van Zandvoort. Het parcours was duidelijk niet lastig genoeg voor de beste renners van toen en zo won een sprinter. Maar niemand zeurde daar over, want Darrigade was een vedette en niemand betwistte dat. In tegenstelling tot veel van zijn generatiegenoten is hij nog in leven en hij blaakt van gezondheid. We hebben het allemaal kunnen zien, want vorig jaar deed de Tour zijn woonplaats Dax aan en dat was bedoeld als een eerbetoon aan de beroemdste inwoner van deze Frans Baskische stad.

Geplaatst door Fred van Slogteren, 23 april 2007 22:00

Noël DEJONCKHEERE (1955, België)

Noël Dejonckheere werd 52 jaar geleden geboren in de Westvlaamse gemeente Lendelede. De geschiedenis van deze plaats heeft sterke buitenlandse invloeden gekend. De stichters waren de Romeinen en in de loop der eeuwen hebben de Fransen de Spanjaarden er huis gehouden, terwijl de Duitsers, de Engelsen en de Amerikanen er hun sporen in de vorige eeuw hebben achtergelaten. Dat internationale zal Noël hebben geïnspireerd tot een wielercarrière die zich voornamelijk in het buitenland afspeelde. Op één jaar na reed hij als prof uitsluitend in Spaanse dienst. Daar was hij zeer gezien, want hij was een on-Spaanse renner. Veel inhoud en een scherp eindschot. En een babyface à la Oscar Sevilla. Hij begon zijn carrière op de baan en in 1978 werd hij als amateur wereldkampioen puntenkoers. Daarna werd hij prof en hij fietste zeventig overwinningen bij elkaar. Daaronder tal van ritoverwinningen in diverse rondritten. In de Ronde van Spanje won hij totaal zes etappes. Een echte rittenkaper was hij en hij kan wat dat betreft een mooie palmares overleggen. In 1988 stopte hij er mee. Door toeval kwam hij in aanraking met Amerikaanse renners die met veel talent en een fiets in Europa hun geluk kwamen beproeven. Hij bracht ze onderdak bij een ploeg en begeleidde ze in hun streven hier aan de bak te komen. Later ging hij zelf naar Amerika om daar aankomend talent te begeleiden. Dat leidde in 2003 tot een dienstverband bij de Amerikaanse wielerbond, waar hij een zeer gewaardeerde coach is. Indachtig de geschiedenis van zijn geboorteplaats was Noël Dejonckheere te groot voor Lendelede.

Geplaatst door Fred van Slogteren, 22 april 2007 22:00

Carlos SASTRE CANDIL (1975, Spanje)

Wat waren we op 24 juli 2002 bang voor die Spanjaard in Deense dienst. Het was de dag dat Michael Boogerd naar het hoogtepunt van zijn carrière reed in de koninginnerit van de Tour van dat jaar. Op 85 kilometer voor de finish ging Michael er solo vandoor en hij bereikte een voorsprong van meer dan negen minuten. Toen hij aan de klim van La Plagne begon, waar bovenop de finish lag en zijn schoonmoeder stond, had hij nog zeven minuten over. Boogerd kwam zo langzamerhand aan het eind van zijn latijn en toen kwam Sastre. In vijf kilometer klim haalde de Madrileen vierenhalve minuut van die voorsprong af en als Boogerd op dat moment had toegegeven aan de innerlijke schreeuw om een tandje terug te schakelen, dan had Sastre hem zeker bijgehaald. Aangemoedigd door Adri van Houwelingen in de auto naast hem beet de Belgische Hagenees nog eens extra op zijn beroemde tanden en hij hield het. Toen hij bijna anderhalve minuut over de finish was kwam Sastre over de streep en die oogde bijzonder fit. Was hij iets eerder aan de achtervolging begonnen dan was het feestje van Michael zeker niet doorgegaan. Sastre is een zeer goede renner en een topper. Maar net niet goed genoeg voor de absolute top. Daarvoor is zijn tijdrit niet goed genoeg. Hij nam vier keer aan de Tour deel en eindigde alle keren bij de eerste tien. Vorig jaar was een vierde stek zijn deel en als er ooit nog een uitspraak komt over Landis, dan kan hij nog oprukken naar de derde plaats. Daar zal hij niet mee bezig zijn, denk ik, maar wel met de Tour van dit jaar. Sastre zou wel eens een van de kanshebbers kunnen zijn, want in de CSC-ploeg zal hij de onbetwiste kopman worden. En die ploeg is zo sterk dat hij optimale hulp zal krijgen. Het is een vriendenploeg waar ze zich graag voor elkaar opofferen. In het hooggebergte zal hij het echter alleen moeten doen, maar dat is hem wel toevertrouwd. (Foto: © Philip van der Ploeg)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 21 april 2007 22:00

Marcel HENDRICKX (1925, België)

Veel Belgische beroepsrenners van zijn generatie hadden last van een soort aangeboren angst om buiten hun eigen leefgebied te koersen. Ze barstten vaak van het talent, maar ze bleven het liefst dicht bij huis om temidden van een leger supporters hun frankskes te verdienen in de kermiskoersen. De razendsnelle Nestje Sterckx was er zo ene en ook Marcel Hendrickx waagde zich maar met moeite buiten de mijnstreek van Belgisch Limburg, waar in Houthaelen zijn wieg stond. Omgeven door zijn supportersschaar voelde hij zich een hele piet en won hij heel wat koersen, maar in het buitenland en vooral in meerdaagse wedstrijden had hij last van heimwee en voelde hij zich eenzaam. Vanwege zijn prestaties werd hij in 1950 door ploegleider Sylvère Maes geselecteerd voor de Belgische Tourploeg. Hij presteerde niet wat er van hem verwacht werd en in de jaren daarna liet Maes hem thuis. Pas in 1954 werd hij weer opgeroepen, maar ook nu knaagde de heimwee aan hem. Met zijn kwaliteiten had hij veel kunnen presteren, want behalve zijn snelle aankomst was hij ook een krachtig rouleur. Maar als de geest niet in staat is het lijf optimaal te commanderen leveren de kwaliteiten geen rendement. In 1955 besloot Hendrickx uit een ander vaatje te gaan tappen. Er zat nog geen sleet op en met zijn grote ervaring besloot hij alles op het rijden van klassiekers te leggen. Een goede keus, want in 1954 en 1955 won hij Parijs-Brussel. Nadat hij in 1956 nog tweede was geworden in Hoegaarden-Antwerpen-Hoegaarden deemsterde hij langzaam weg. Hij bleef nog tot 1961 actief, maar hij leverde geen opzienbarende prestaties meer.

Geplaatst door Fred van Slogteren, 20 april 2007 22:00

Rolf SÖRENSEN (1965, Denemarken)

Het is al weer vijf jaar geleden dat hij stopte en dat vond ik destijds erg jammer. Hij was een intelligente renner en een sieraad voor de sport. Een groot coureur met een prachtige erelijst waarop klassiekers als de Ronde van Vlaanderen, Luik-Bastenaken-Luik, Parijs-Tours, de Henninger Turm en twee keer Parijs-Brussel. Ook een strijdvaardige renner die zich altijd liet zien en het belang van de sponsor steeds goed in het oog hield. Hij speelde als zodanig een belangrijke rol in de opbouw van de Rabobank-ploeg, waar hij een aantal jaren een van de belangrijkste pijlers was. Ik herinner me hem echter vooral uit de Tour de France van 1991. Hij had in het voorjaar al nadrukkelijk aan de deur gerammeld met ereplaatsen in Milaan-San Remo, Luik-Bastenaken-Luik en de Ronde van Vlaanderen. Vol ambitie ging hij naar de Tour. Al in het 2e deel van de 1e etappe pakte hij het geel, ik meen als eerste Deen in de geschiedenis. Stralend stond de witblonde coureur op het podium. Hij verdedigde het tricot in de dagen die volgden met verve en iedere keer stond hij weer breed lachend en intens gelukkig op het podium. Maar niet meer na de 4e – door Jelle Nijdam gewonnen – etappe die eindigde in Valenciennes. Hij kreeg voor de vierde keer het geel aangetrokken, maar het huilen stond hem nader dan het lachen. Hij verrekte van de pijn. Bij een val op drie kilometer voor de aankomst had hij zijn linkersleutelbeen gebroken en hij moest opgeven. De zoveelste klassementsleider die in het geel moest uitvallen. Mannen als Francis Pélissier, Sylvère Maes, Fiorenzo Magni, Wim van Est, Luis Ocaña, Michel Pollentier, Bernard Hinault en Pascal Simon waren hem om uiteenlopende redenen voorgegaan, maar dat was maar een schrale troost. En zoals gebruikelijk in dat soort omstandigheden weigerde Greg LeMond de volgende dag de gele trui aan te trekken, omdat hij die nog niet verdiend had. Soms rijdt de Tour zonder geletruidrager en je weet nu waarom. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 19 april 2007 22:00

Marc DEMEYER (1950, overleden 20.01.1982, België)

Tijdens de feestelijkheden rond de presentatie van het boek over de twintig roemruchte jaren van de Flandria-ploeg zal zijn naam regelmatig gevallen zijn. Het hoogtepunt van de Frandria-jaren was namelijk de tijd toen de trojka Maartens-Pollentier-Demeyer van succes naar succes reed. Het aandeel van Marc Demeyer is daarin groot geweest. Niet in aantal overwinningen, want daarin is Maertens alleen maar overtroffen door Merckx, maar door zijn rol in het geheel. Ook in Pollentier moest de geblokte coureur uit Avelgem zijn meerdere erkennen. Demeyer was vooral hun knecht en daarom heeft hij intern in veel van hun successen gedeeld, zonder dat zijn naam in de krant stond. Demeyer kon fantastisch op kop sleuren en gaten dichtrijden. En als Maertens of Pollentier er om de een of andere reden niet bij, of uitgevallen of anderszins kansloos waren sloeg hij zelf toe. Zo won hij Parijs-Brussel en Parijs-Roubaix. Hij won twee ritten in de Giro nadat Maertens door een val was uitgevallen, na eerst acht ritten te hebben gewonnen. Om het trojka heeft altijd een waas van dopinggebruik gehangen. Maertens is diverse malen betrapt en de peer van Polleke is een van de legendarische verhalen uit de Tourgeschiedenis geworden. Demeyer is echter nooit betrapt, maar je wordt wat dat betreft makkelijk vereenzelvigd. Door zijn status als superknecht heeft Demeyer behalve de bovengenoemde overwinningen niet echt veel gewonnen. De lijst met ereplaatsen in veel grote wedstrijden is echter lang en indrukwekkend. Marc Demeyer was een goede renner, die nog veel meer zou hebben gepresteerd als hij door Lomme Driessens niet aan Freddy Maertens was geklonken. Toen Flandria failliet ging en de zo succesrijke ploeg uiteenviel, kwam Demeyer bij IJsboerke terecht. Hij was nog redelijk succesvol maar geraakte is een persoonlijke crisis, veroorzaakt door financiële problemen. Hij kreeg nog een contract bij de Splendor-ploeg van Berten De Kimpe, hoewel hij al geen schaduw meer was van de fameuze Flandria-coureur van luttele jaren daarvoor. Voor hij nog een meter voor zijn nieuwe sponsor had gereden werd hij dood in zijn bed aangetroffen. Een hartstilstand maakte een einde aan het leven van deze markante Vlaming. Slechts 31 jaar oud.

Geplaatst door Fred van Slogteren, 18 april 2007 22:00

Toon STEENBAKKERS (1916, overleden 29.08.2006, Nederland)

Precies een jaar geleden publiceerde ik in deze rubriek een stukje over Toon Steenbakkers. Hij werd toen negentig jaar. Joyce Kerssens, zijn kleindochter, reageerde en ik kreeg ruim vier maanden later nog een reactie van haar om te melden dat opa was overleden. Ik kreeg contact met de familie en ik ben zelfs bij de uitvaartplechtigheid geweest. De wielerwereld was matig vertegenwoordigd, maar ik zag Piet Libregts, Kees Koot, Piet de Vries en Toos Schulte, de weduwe van Toon’s grote vriend Gerrit Schulte. Via de familie ontving ik nog een paar prachtige foto’s uit het familiealbum. De foto hierboven vond ik de mooiste. Toon staat rechts, Gerrit Schulte staat met krans in het midden en Jefke Janssen (nog steeds in leven en kwiek as ever) staat links. Het truitje van Toon is te heet gewassen, de aluminium drinkkruiken met kurk zitten nog op het stuur en Gerrit heeft, vanwege die krans, kennelijk de koers gewonnen met de hulp van Toon, zijn trouwe meesterknecht. Het zal wel bij een criterium zijn geweest ergens in Brabant of Limburg en kort na de tweede wereldoorlog. Daar verdienden renners als Toon Steenbakkers toen hun geld. Een prachtige foto en een mooi tijdsbeeld. (Foto: archief familie Steenbakkers-Kerssens)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 17 april 2007 22:00

Gerard DEBAETS (1899, overleden 27.04.1959, België)

Deze coureur was tussen de twee wereldoorlogen een van de beste Belgische wielrenners, die 12 maanden per jaar actief was. Hij was een soort Rik Van Steenbergen die aan het einde van het wegseizoen, waarin hij meestal wel een klassieker won, ook altijd probleemloos overschakelde op de winterbaan. Daarvoor trok Debaets altijd naar Amerika en de 17 zesdaagsezeges die op zijn palmares staan, heeft hij allemaal in de Verenigde Staten en Canada behaald. Op de weg was hij ook succesvol. Zo won hij drie maal de Ronde van Vlaanderen, een maal als onafhankelijke en twee maal als beroepsrenner. Verder won hij Parijs-Brussel en was hij wegkampioen van België. Hij en zijn vier eveneens fietsende broers zijn geboren en getogen in Heule, een nietig Vlaams dorp waar de Ronde van Vlaanderen altijd in de buurt komt en er soms doorheen trekt. Twee jaar geleden was het weer eens zo ver en het gemeentebestuur liet ter gelegenheid van dit heuglijke feit een speciaal biertje brouwen, dat nog steeds als een Baetske te koop schijnt te zijn in de staminees van Heule. Aan het eind van zijn loopbaan kreeg Gerard Debaets heibel met de Belgische wielerbond en hij besloot zich in de Verenigde Staten te vestigen, het land waar hij al jaren de wintermaanden doorbracht om er van winterbaan naar winterbaan te trekken. Ik weet niet waar die heibel over ging, maar Debaets trok er de vergaande consequentie uit dat hij niks meer met België te maken wilde hebben en hij liet zich tot Amerikaan naturaliseren. Hij vestigde zich in New Jersey waar hij op slechts zestigjarige leeftijd overleed. In Detroit staat een café dat al tientallen jaren gefrequenteerd schijnt te worden door Belgische immigranten. Daar kunnen de Vlaamse Amerikanen onder elkaar een pintje happen en over de koers van vroeger klappen en dan in het bijzonder over Jerry Debaets. In dat Cadieux Café is ooit de Cadieux Bicycle Club opgericht, die ieder jaar in Detroit een wielerkoers organiseert die de Debaets Race heet. Sinds 1978 is de naam echter Debaets-Devos Memorial Race geworden, omdat een van de stamgasten van het café Bob Devos in dat jaar overleed.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 16 april 2007 22:00

« Vorige 1 2 3  ... 660 661 662 663 664 665 666 667 668 669 670  ... 700 701 702 Volgende »