Sean KELLY (1956, Ierland)

Ik wil niet zeggen dat Sean Kelly een favoriet van me was, maar ik heb altijd een grote sympathie voor deze Ier gehad. In 2001 was ik in Antwerpen in de Village du départ toen ik hem zag. Hij stond te praten met David Duffield, de Engelsman die commentaar levert voor Eurosport, bij wie Kelly regelmatig als co-commentator optrad. Omdat ik David redelijk ken vond ik het geen probleem om er even bij te gaan staan. David introduceerde me bij Kelly en we hebben enkele minuten gezellig staan praten. Ik vond het een aardige, voorkomende man, voorzover je dat in enkele minuten kunt vaststellen. Wat ik in de renner Kelly bewonderde was zijn professionaliteit, zijn veelzijdigheid en de wijze waarop hij zich van doldrieste sprinter ontwikkelde tot een allround coureur, die ook bergop goed meekon en een redelijke tijdrit kon rijden. In het begin van zijn profcarrière was hij nog een beetje het lelijke eendje op zoek naar zijn bestemming, maar na drie profseizoenen ontpopte hij zich tot een prachtige zwaan die een absolute topwielrenner was. Elf klassiekers, de Ronde van Spanje, zeven keer op rij Parijs-Nice, twee keer de Ronde van Zwitserland, vier keer winnaar van het puntenklassement in de Tour en nog een lange waslijst aan kleinere koersen meer. Een keiharde prof die met een groot wielerhart koerste om op z’n Iers zoveel mogelijk geld te verdienen. Een heel ander type dan zijn onzekere en blessuregevoelige landgenoot Stephen Roche, met wie hij samen het Ierse wielrennen op de kaart zette. Helaas hebben zij nog geen opvolgers voortgebracht, zo die er ooit komen. Ierland is door de zegeningen van de Europese Gemeenschap een welvaartsland geworden. En waar de bomen tot in de hemel groeien, daar hebben bikkels als Kelly moeite te gedijen. (Foto: © Philip van der Ploeg) 

Geplaatst door Fred van Slogteren, 23 mei 2007 22:00

AERT, André van (1940, Nederland)
BUCKACKI, Richard (1946, Nederland)
CHEULA, Giampaolo (1979, Italië)
GALLOPIN, Alain (1957, Frankrijk)
LOGVIN, Oleg (1959,  Oekraïne)
OERS, Toon van (1930, Nederland)
ROKS, Rinie (1938, overleden 26.05.1986, Nederland)
STROETINGA, Wim (1985, Nederland)
STUYTS, Alfons (1908, overleden 02.05.1980, Nederland)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 22 mei 2007 22:00

Raymond MARTIN (1949, Frankrijk)

Niemand kent Raymond Martin beter dan Joop Zoetemelk. Al in 1973 waren ze ploegmaats in de Gitane-Frigecrème ploeg. In 1977, ’78 en ’79 was de Fransman een van zijn belangrijkste helpers toen Joop kopman was van de Miko-Mercier-ploeg. Toen de Nederlander in 1980 overstapte naar Raleigh werden drie van zijn voormalige ploeggenoten grote concurrenten van hem. Dat waren de Zweed Sven-Ake Nilsson en de Fransen Christian Seznec en Raymond Martin. Maar de ploeg die jarenlang in dienst van Poulidor had gereden en daarna voor Zoetemelk was na de onthoofding de weg kwijt en had niet voldoende initiatief in huis om het hun voormalige kopman echt lastig te maken. Behalve dan in de eerste Pyreneeënetappe toen Zoetemelk, vanwege het uitvallen van Hinault net leider in het algemeen klassement was geworden maar het geel vooralsnog weigerde, met vijf concurrenten voorop kwam. De drie Merciers, de Belg Johan Demuynck en Hennie Kuiper. Nilsson, Seznec en Martin demarreerden om beurten en Joop had geen hulp. Zijn meesterknecht Johan van der Velde was in de Pyreneeën niet super, maar hij zou dat in de Alpen helemaal goed maken. Dus stond Jopie er op die eerste dag als klassementsleider alleen voor. Omdat hij de drie zo goed kende, haalde hij Nilsson terug en counterde vervolgens de uitval van Seznec. Toen ging Martin en Joop liet hem gaan. Martin was de minste tijdrijder van de drie en dat was de reden waarom Martin wel mocht vertrekken. De andere twee vielen niet meer aan en Zoetemelk zorgde er door droog temporijden voor dat het gat niet te groot werd. In de Alpen stelde Martin zich tevreden met het winnen van het bergklassement. Hij was een uitstekende ronderenner die in het hooggebergte tot veel in staat was. Hij was echter geen winnaarstype en zijn palmares is bescheiden. De kans op eeuwige roem heeft hij in 1980 laten liggen, maar hij stond wel – zij het met een sip gezicht - met twee Nederlanders in de bolletjestrui op het erepodium in Parijs. (Foto: © Cor Vos)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 21 mei 2007 22:00

Jean STABLINSKI (1932, Frankrijk)

Zijn wereldkampioenschap in 1962 is me altijd bijgebleven. Het was namelijk het eerste WK op de weg waarvan de finale rechtstreeks op TV werd uitgezonden. Hoe die finale verliep weet ik niet meer precies, maar het was een fantastische ervaring. Schokkerige zwart/witbeelden en de Franse Pool (of Poolse Fransman) won solo met voorsprong. Een sterke renner die kon afzien als een beest, omdat hij altijd met rugklachten reed. Geboren als zoon van een Poolse gastarbeider, die in Noord-Franse mijnen buffelde, trad hij aanvankelijk in de voetsporen van zijn vader. Hij kwam pas laat met de wielersport in aanraking en het duurde ook lang voor hij zijn kwaliteiten ontdekte. Hij had een geweldige Ausdauer, want zijn longen hadden niet geleden van zijn jaren in de mijn. Verder was hij slim en had hij een uitstekend koersinzicht. Nadat hij al enkele kleinere wedstrijden had gewonnen, zoals Paris-Valenciennes en de Tour de l’Oise verraste hij iedereen met de overall zege in de Ronde van Spanje. Dat was in 1958 en daarna kwamen de successen pas goed op gang. Hij werd in vijf jaar tijd vier keer kampioen van Frankrijk, hij won Parijs-Brussel, de Henninger Turm en de allereerste editie in 1966 van de Amstel Gold Race. Een koers van meer dan 300 kilometer. Hij was toen al lang de persoonlijke domestique van Jacques Anquetil, een kopman die er nooit moeite mee had als zijn knechten hun graantje meepikten. Zo kon hij vertrouwen op de beste renners in zijn gevolg. Ze verdienden goed en er was af en toe ook sportief succes als Maître Jacques het sein gaf. Stab, want Stablinski is een veel te lange en ingewikkelde naam voor een coureur, was toen al lang Fransman, want anders had hij nooit in de Tour kunnen starten of in de Franse nationale ploeg aan het WK deelnemen. Op zijn zege in de Gold Race is hij nog steeds beretrots en als het in Limburg weer een kroonjaar is, dan is de vriendelijke inwoner van een voorstadje van Valenciennes van de partij. Hij koestert nog altijd de gouden ring die hij aan die zege overhield. Een in goud gevat biertonnetje draagt hij aan de vinger als hij weer eens ergens moet opdraven als oud-wereldkampioen. Samen met de twee belangrijkste Franse onderscheidingen die hij persoonlijk van de presidenten Mitterand en Chirac kreeg opgespeld. (Foto: archief T&T Tekst & Traffic)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 20 mei 2007 22:00

Laurent DUFAUX (1969, Zwitserland)

Deze Franstalige Zwitser geboren in Montreux was geen gouden roos. Wel een zilveren, want als coureur zat hij in zijn beste jaren – zo midden in de jaren negentig – tegen de internationale top aan. Hij streed in het hooggebergte zij aan zij met mannen als Indurain, Zülle, Riis, Virenque en Jalabert en dan kun je wel wat. Hij won in zijn carrière mooie koersen als de Ronde van Romandië (zijn thuisland), de Dauphiné Libéré en de Midi Libre en in het eendagswerk won hij o.a. de klassieker het Kampioenschap van Zürich en was hij in 1991 kampioen van Zwitserland. Een goede maar onopvallende renner, die in 1996 een belangrijk aandeel leverde in de sloop van Miguel Indurain toen het ineens over en uit was met de lange Bask. Riis won die Tour en Dufaux reikte tot de vierde plaats, zijn beste prestatie in zeven Tourstarts. In 1999 zou hij die vierde plaats nog eens behalen en dat voelde als een revanche na zijn smadelijke afgang met de gehele Festina-ploeg in de Tour de dôpage van 1998. Uit die tijd dateert ook zijn grote vriendschap met Richard Virenque, wiens reputatie eveneens zwaar beschadigd werd door die rampzalige Tour van 1998, die Dufaux een schorsing van een half jaar opleverde. Gezien zijn reputatie als verbale dopingbestrijder keek de wielerwereld vreemd op toen Patrick Lefevere het duo Virenque-Dufaux bij QuickStep binnenhaalde, maar ze zijn beide in het blauwe shirt van de parketfabrikant niet betrapt. In 2004 stopte Dufaux er mee en hij reed zijn afscheidswedstrijd in de Ronde van Latium, dezelfde koers waarin hij in 1990 zijn profdebuut maakte. Er was eind vorig jaar nog even sprake van dat de Helveet als ploegleider van Astana in het peloton zou terugkeren, maar op het laatste moment liet Dufaux weten er toch maar van af te zien. Na zoveel jaar van huis, vond hij dat hij dat niet kon maken tegenover zijn vrouw Véronique en zijn dochters Lois en Ines. (Foto: archief T&T Tekst & Traffic)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 19 mei 2007 22:00

Jan JANSSEN (1940, Nederland)

Iedereen denkt altijd dat de Tourzege van Jan Janssen in 1968 in de laatste afsluitende tijdrit is bevochten. Dat is natuurlijk ook zo, maar de negentiende etappe van Grenoble naar Sallanches was misschien nog wel beslissender dan die tijdrit. Die etappe kende drie gemene cols, maar het venijn zat in de start. De Cordon een niet al te hoge maar zeer steile col die in de omgeving van Sallanches het geitenpad (le chemin de chèvre) wordt genoemd. Als Janssen op die col tijd zou verliezen aan Vanspringel dan waren zijn kansen op de Tourzege definitief verkeken. Met dat schrikbeeld in zijn hoofd begon Jan aan de laatste kilometer bergop. Hij zat er helemaal door, fietste als een automaat, was zich nauwelijks nog bewust van zijn omgeving maar zag ieder detail van zijn  tegenstanders. Deze zombie bleef alleen overeind door het besef dat Vanspringel niet weg mocht lopen. En Janssen had het zeldzame vermogen in die toestand over de grenzen van het afzien te gaan. Desnoods tot de dood erop volgt. Hij stampte zijn laatste krachten weg en ploegleider Ab Geldermans zat er vlak achter.
Ik heb van allebei het verhaal met alla details gehoord toen ik in 2001 bezig was met Jan’s biografie. Jan weet er niet veel meer van, maar Ab des te meer. Ik heb het opgeschreven als een monoloque intérieur en ik hoorde later van beiden dat het zo ongeveer geweest moest zijn. Voorop reed Herman Vanspringel met de Italiaan Franco Bitossi in zijn wiel, die op de puntentrui aaste. Twintig meter daarachter reed Roger Pingeon met Janssen in zijn wiel. Janssen concentreerde zich volledig op ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 18 mei 2007 22:00

DURAN AROCA, Arkaitz (1986, Spanje)
MEER, Jacques van (1958, Nederland)
TERPSTRA, Niki (1984, Nederland)
THOMS, Lothar (1956, Duitsland)
YATES, Sean (1960, Groot Brittannië)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 17 mei 2007 22:00

Greg VAN AVERMAET (1985, België)

Greg geldt als een van de grootste beloften in het huidige peloton. Hij werd vorig jaar opgemerkt door de scouts van Predictor-Lotto en in het nog steeds jonge seizoen heeft hij zich al enkele malen nadrukkelijk laten zien. Zelf is hij echter reëel genoeg om te beseffen dat hij nog erg jong is en dat hij in de eerste plaats in wedstrijden wordt opgesteld om te leren. De eerste wedstrijd die hij dit jaar reed was de Ronde van Qatar en in de vijfde rit van die koers in de zandbak behaalde hij zijn eerste overwinning bij de profs. In Nokere Koers en in de Campina Ronde van het Groene Hart behaalde hij daarna een derde plaats. Zijn werkgever gaf hem vervolgens de kans om ook in het grote werk te starten en in Parijs-Roubaix koerste hij vrolijk de hele dag met de besten mee. Hij maakte deel uit van een ontsnapping van een groep van 34 renners – met de latere winnaar Stuart O’Grady - die de koers maakte. Tot in de finale was hij erbij en hij eindigde uiteindelijk moegestreden op de 29e plaats. Greg is een telg uit een echte sportfamilie. Zijn beide opa’s (Aimé Van Avermaet en Kamiel Buysse) waren coureur. Zijn moeder (Bernadette Buysse) was atlete, zijn vader Ronald was beroepsrenner en zijn zwager (schoonbroer zeggen ze in België) luistert naar de naam Glen d’Hollander. Met zo’n familie zal het je aan goed advies niet ontbreken en ze zullen uit ervaring ook wel weten dat geduld een schone zaak is en Keulen en Aken niet op één dag gebouwd zijn. Dat zijn clichés, maar ze kunnen, waar het jonge talenten betreft, niet vaak genoeg herhaald worden. Als de kenners gelijk hebben, dan gaan we nog veel van Greg Van Avermaet horen. (Foto: © Philip van der Ploeg)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 16 mei 2007 22:00

Matthias KESSLER (1979, Duitsland)

De meeste van de Duitse toprenners zijn Ossies, maar Matthias Kessler is een echte Wessie, want hij is afkomstig uit de Beierse speelgoedstad Neurenberg. Met zijn brede gedrongen gestalte en zijn bokserskop lijkt hij veel ouder dan de 28 jaar die hij vandaag volmaakt. Hij is dan ook een echt knokkerstype, die een sterke finale kan rijden, mqaar tactisch niet altijd even gedisponeerd is. Vooral in zijn wedstrijden, de Waalse klassiekers en de Amstel Gold Race is hij een man om altijd rekening mee te houden. Dat zijn de wedstrijden die bovenaan zijn verlanglijst staan. Hij komt echter tot nu toe steeds iets te kort en het was daarom een grote voldoening toen hij vorig jaar in de Tour de etappe naar Valkenburg won op dezelfde Cauberg waar de Amstel Gold Race de laatste jaren eindigt. Een grandioze zege van de Pittbull, zoals hij door zijn collega’s wordt genoemd. Hij werd in 1999 Duits kampioen op de weg en in hetzelfde stond hij als derde op het podium bij het WK voor espoirs in Verona. Het is altijd leuk om te zien wie van de eerste tien bekende profs zijn geworden. Van de beste tien  in 1999 zijn dat Paolini (2e), Kessler (3e), Kirchen (4e) en Leukemans (6e). Van wereldkampioen Leonardo Giordani is echter weinig meer vernomen. Hij koerst nog steeds voor een ProContinental ploeg, maar hij wacht nog op zijn eerste overwinning. Maar terug naar Kessler. In 2000 werd hij prof bij Telekom en hij bleef bij die Duitse topformatie tot dit seizoen. Hij rijdt nu voor de Astana-ploeg en we moeten afwachten of die ambiance hem inspireert tot grote daden. We zagen hem weer vooraan in de finale van de Amstel Gold Race, maar hij ging te vroeg aan. Behalve zijn Touretappe moet zijn tijd wellicht nog komen. Hij heeft er de instelling en de discipline voor om echt een grote te worden. Nu nog dat beetje geluk. (Foto: © Cor Vos)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 15 mei 2007 22:00

ALGERI, Matteo (1976, Italië)
AXELSSON, Niklas (1972, Zweden)
BEUKER, René (1965, Nederland)
BROERS, Remco (1988, Nederland)
HIJGENAAR, Yvonne (1980, Nederland)
MAGGINI, Luciano (1925, Italië)
MARTINEZ DE ESTEBAN, Egoi (1978, Spanje)
SCHUTZ, Edy (1941, Luxemburg)
STAMSNIJDER, Tom (1985, Nederland)
TRENTIN, Pierre (1944, Frankrijk)
VAN LANCKER, Alain (1947, Frankrijk)
ZABALLA GUTIERREZ, Constantino (1978, Spanje)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 14 mei 2007 22:00

« Vorige 1 2 3  ... 652 653 654 655 656 657 658 659 660 661 662  ... 695 696 697 Volgende »