BERZIN, Evgeni (1970, Rusland)

Ik ben eens met mijn vrouw op vakantie geweest in Joegoslavië, toen nog een van de satellieten van de communistische heilstaat. Met een splinternieuwe caravan en een vijf maanden oude auto ging er in dat qua natuur prachtige land van alles kapot en het was niet mogelijk het ter plaatse te laten repareren. Ook de tegenstellingen op de camping waren schrijnend. Aan de ene kant patserige Duitsers met kapitale campers en indrukwekkende motorboten tegenover een Tsjechisch echtpaar dat drie keer per dag een schoteltje aardappelen at en verder op een oude handdoek voor hun stokoude caravan lagen, want de zon is gratis en voor iedereen. We hebben het er tien dagen volgehouden en zijn toen net over de Italiaanse grens neergestreken op een camping aan de Golf van Triëst. We kwamen van de hel in de hemel. Auto en caravan waren in een wip gerepareerd, er was van alles in overvloed en het leven was zoals het op vakantie moet zijn: volop zon en dolce far niente. Ik heb me een paar jaar later na de val van het ijzeren gordijn vaak afgevraagd hoe renners uit het Oostblok zich zouden voelen in het rijke westen, waar ze in dienst werden genomen door kapitaalkrachtige wielerploegen. Hoe ga je als betrekkelijke armoedzaaier met die plotselinge rijkdom om? Nu jaren later weten we dat de een er gevoelig voor is en de ander niet. Evgeni Berzin afkomstig uit Vyborg kon er minder goed mee omgaan dan zijn stadgenoot Viatcheslav Ekimov. Vyborg is een stad vlakbij de Finse grens waar ze bij wijze van spreken de welvaart van de Scandinavische landen konden ruiken. Twee geweldige wielertalenten op de baan gevormd in het genadeloze Sowjet sportsyteem. Ekimov had geen enkele moeite zich aan de Westerse welvaart aan te passen, maar Berzin raakte na enkele jaren de discipline kwijt die er in zijn jeugd was ingehamerd. Hij won in zijn tweede profjaar 1994 de Ronde van Italië, Luik-Bastenaken-Luik, de Ronde van de Appenijnen en het kampioenschap van Rusland. Hij was in één klap een vedette, maar hij had niet de benen om de weelde te dragen, die hem plots deelachtig werd. Na dat topjaar daalde zijn ster net zo snel als die aan het firmament was verschenen. Hij verdween nog voor zijn dertigste geruisloos van het toneel. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 2 juni 2007 22:00

Roberto VISENTINI (1957, Italië)

Wat hebben Anita Witzier, Kees van der Wereld, Fons De Wolf en Roberto Visentini gemeen? Ze zijn alle vier nog springlevend, maar toch hebben of hadden ze een sterke relatie met de dood. Anita, Kees en Roberto zijn namelijk kinderen van begrafenis- ondernemers en Fons is er tegenwoordig één. Anita zocht het in de liefde en de andere drie in het cyclisme. Bij Roberto Visentini heeft het beroep van zijn vader hem altijd achtervolgd, omdat senior schathemeltjerijk van zijn sombere beroep is geworden en de noodzaak om profwielrenner te worden helemaal niet bestond voor junior. Desondanks werd hij het, omdat hij in de jeugdrangen vrijwel onklopbaar was. In 1975 werd hij wereldkampioen bij de junioren. Ook in zijn amateurtijd snelde hij van overwinning naar overwinning. Een goede basis om het bij de profs te gaan proberen en als het niet lukte dan kon hij altijd nog terugvallen op het vullen van graftombes. De elegante Italiaan was een goede klimmer en een fantastische jachtrijder. Het duurde even voordat hij zich bij de profs had aangepast, maar in 1983 won hij de Tirreno Adriatico en verloor hij met seconden de Ronde van Italië aan zijn landgenoot Giuseppe Saronni. In 1986 …

Geplaatst door Fred van Slogteren, 1 juni 2007 22:00

Michael RASMUSSEN (1974, Denemarken)

Ik zag hem deze week enkele malen voorbijkomen in de Giro. Soms even in de voorste gelederen als het omhooggaat, maar vaker aan het laatste wiel. The Chicken úit Holbaek is aan het trainen en iedereen weet waarvoor. Voor die ene dag in de Tour de France dat hij zijn duvels gaat ontbinden. Al vroeg in de etappe gaat hij er vandoor en met speels gemak bedwingt hij de cols. Hij realiseert een grote voorsprong die in de laatste 50 kilometer snel minder wordt. Maar ze krijgen hem niet meer te pakken en als doodvermoeide maar dolgelukkige winnaar van de etappe heeft hij de basis gelegd voor het andermaal binnenhalen van de bolletjestrui. Verder gaat zijn ambitie niet, want toen hij in 2005 door zijn exploit in de Vogezen bij de eersten in het algemeen klassement geraakte en een podiumplaats in het verschiet lag, kon hij het in de tijdrit niet afmaken. De laatste tijdrit werd een drama voor Rasmussen en hij verloor enkele plaatsen in het klassement om daarna als zevende in Parijs te arriveren. Mooi, maar voor hem zelf nauwelijks belangrijk. Met zijn bolletjestrui werd hij in eigen land een gevierde ster en in Nederland als prominent renner van Rabobank populair in de criteriums. Voor een echte klimmer is die trui het hoogtepunt van het bestaan. Beroemde voorgangers als Federico Bahamontes en Lucien Van Impe hebben zich nooit op de eindoverwinning gefocust, maar ze wonnen toch allebei een Tour de France. Ik vrees dat dat geluk Rasmussen niet beschoren zal zijn, want daarvoor is zijn tijdrit te zwak en die spelen altijd een belangrijke rol in de Tour. Meer dan in de tijd van de vroegere bergkoningen. Hij is nu weer volop in training voor de trui van 2007. Daarom zullen we hem vandaag op zijn verjaardag wel weer veelvuldig aan het laatste wiel zien. De Chicken die volgende maand weer één dag een trotse haan zal zijn. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 31 mei 2007 22:00

Jean-Luc VANDENBROUCKE (1955, België)

Deze Franstalige Belg uit Moeskroen was een opvallende coureur maar op zijn erelijst ontbreekt een echt grote overwinning. Natuurlijk is Blois-Chaville, in de jaren tachtig de benaming voor Parijs-Tours een klassieker, maar bij Jean-Luc denk je toch ook aan een of meer van de grote klassiekers. Milaan-San Remo lag hem heel goed en daarin werd hij een keer tweede, zij het met een vlekje. Hij was een grote belofte want in de jeugdrangen won hij alles wat er te winnen was, met als hoogtepunten het kampioenschap van België op de weg en een nationaal en een Europees kampioenschap achtervolging. Hij was een begenadigd tijdrijder en een specialist in prologen. Zo’n kort ritje kon hij als een raket afwerken in een prachtige stijl. Alles was in harmonie als hij voor een contre la montre op de fiets kroop. De Grote Landenprijs, De GP Eddy Merckx en de Trofeo Baracchi, met het wonderkind Fons De Wolf aan zijn zijde, staan fier op zijn palmares. Maar hij kon meer. De grote ronden waren niet aan hem besteed, maar korte rondritten lagen hem wel. De Tour de l’Aude, de Vierdaagse van Duinkerke, de Driedaagse van De Panne en de Tour de l’Oise staan allemaal op zijn erelijst. Bij de naam Jean-Luc Vandenbroucke denk ik ook aan de politiek, want als actief renner zat hij in de gemeenteraad van zijn woonplaats Moeskroen en ik geloof niet dat hij daar als een soort farce gezeten heeft, want hij werd in 1982, op de dag van zijn grootste succes, herkozen. Na zijn carrière werd hij de eerste ploegleider bij Lotto, de sponsor die nog steeds in de wielersport zit. Ook was hij commentator bij de RTBF bij wielerwedstrijden. Hij is de vader van Jean-Denis, die drie jaar lang bij de profs reed, en de oom van Frank, de renner die de eerste was die zijn hond in de wielersport introduceerde. Helaas zit er op de carrière van oom Jean-Luc ook een dopingsmetje, want na zijn tweede plaats in Milaan-San Remo bleek hij positief. (Foto: © Cor Vos)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 30 mei 2007 22:00

Johan DE MUYNCK (1948, België)

Ik heb het al vaker op deze plaats geschreven: het verschil tussen een kopman en een knecht kan soms zeer gering zijn. Johan De Muynck was een prachtige renner. Hij zat mooi op de fiets en hij kon goed mee in het hooggebergte. Hij had alleen niet de uitstraling van een kampioen. Hij reed in de tijd van Merckx en een van de grootste concurrenten van De Kannibaal was Roger De Vlaeminck. De Zigeuner uit Meetjesland was geen kandidaat voor de Tour en ook niet voor de Giro, maar hij kon heel goed uit de voeten in de kleinere etappekoersen, ook als die voor een deel door het hooggebergte gingen. Zo won hij de Ronde van Zwitserland, met zes etappezeges en maar liefst zes maal de Tirreno Adriatico. Het is dus niet vreemd dat hij ook een zege in de Ronde van Romandië begeerde en in de editie van 1976 moest het gebeuren. Het is een lastige koers en de ambities van De Vlaeminck werden behoorlijk getemperd door de deelname van Merckx. De Vlaeminck begreep dat hij de koers zwaar moest maken en hij stuurde zijn knecht Johan De Muynck in een bergetappe vooruit. Hij wist wat De Muynck kon en Merckx en zijn mannen zouden dan jacht op hem moeten maken, waarvan De Vlaeminck dan wellicht kon profiteren. Maar het pakte anders uit. De Muynck vloog die dag en niemand achterhaalde hem. De etappewinst en de leiderstrui waren zijn deel. Twee dagen later ging Merckx op avontuur om de volle ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 29 mei 2007 22:00

DIETZEN, Raimund (1959, Duitsland)
HEST, Nico van (1950, Nederland)
OPPERMAN, Hubert (1904, overleden 18.04.1996, Australië)
SOMERS, Jef (1917, overleden 25.05.1966, België)
VAN LANDEGHEM, Kurt (1972, België)
VANRYCKEGHEM, Daniel (1945, België)
WIERSTRA, Martin (1928, overleden 24.12.1985, Nederland)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 28 mei 2007 22:00

Michael BOOGERD (1972, Nederland)

Ik had zijn naam natuurlijk kunnen linken naar het stukkie dat ik vorig jaar op zijn verjaardag over hem schreef, maar soms wijk ik van die gewoonte af als er meer te melden is. En dat is er, want Michael heeft een aantal weken geleden bekendgemaakt dat hij er aan het eind van het seizoen mee stopt. Hij wordt vandaag 35 jaar en dat is doorgaans de leeftijd dat renners zich een aantal dingen gaan realiseren. De grote wensen zijn vervuld, hoewel ik zeker weet dat hij van de Ronde van Lombardije droomt. Maar je moet reëel zijn en dat is hij al vanaf het moment dat hij de fiets besteeg om in navolging van broer Rinie wielrenner te worden. Als jong rennertje onderscheidde hij zich al snel als een klimtalent en dat is zeldzaam in Nederland. Bondscoach Egon van Kessel kan lyrisch vertellen over de twee talenten die hij al vroeg onderhanden kreeg. Michael Boogerd en Koos Moerenhout. Jongens met de potentie om toppers te worden, maar de een werd het en de ander niet. Niets ten nadele van Koos, maar waar Michael al jaren een natuurlijke kopman is, daar is Koos vooral een (uitstekende) knecht, die soms nog eens laat zien wat zijn grote mogelijkheden zijn. In vergelijking met zijn voorgangers Zoetemelk, Raas, Kuiper, Rooks, Breukink kun je de palmares van Mr. Prodent niet indrukwekkend noemen. Drie Nederlandse kampioenschappen, twee Touretappes, Parijs-Nice, de Amstel Gold Race en een vijfde plaats in de Tour de France. Dat is het – met veel respect mijnerzijds - wel zo’n beetje. Toen Michael in de …

Geplaatst door Fred van Slogteren, 27 mei 2007 22:00

BARTOLI, Michele (1970, Italië)

Als je naar zijn palmares kijkt, dan is Miki Bartoli een van de beste coureurs van de afgelopen vijftien jaar. Vooral in eendagswedstrijden excelleerde de Italiaan uit de omgeving van Pisa. Hij won tussen 1996 en 2003 negen klassiekers en dat kunnen niet veel coureurs hem nazeggen. Behalve twee maal Luik-Bastenaken-Luik en de Ronde van Lombardije won hij ook de Ronde van Vlaanderen, de Amstel Gold Race, de Waalse Pijl, de Henninger Turm en het Kampioenschap van Zürich. In het meerdaagse werk was hij minder bedreven, maar als het niet al te lang was dan pikte hij daar ook zijn graantje mee. Zo staan de Siciliaanse Week, de Driedaagse van De Panne, de Ronde van de Middellandse Zee en de Tirreno Adriatico ook fier op zijn erelijst. In de grote ronden kon hij echter geen potten breken, hoewel een negende plaats in de Ronde van Spanje van 1995 toch wel op mogelijkheden wijst. Bartoli was geen gemakkelijke jongen en in de ploegen waar hij voor reed, boterde het niet altijd tussen hem en de rest. Dat ging meestal om de steun die hij eiste en meestal kreeg, ten koste van veel onbekend talent. Na o.a. Mercatone Uno ging hij bij Mapei aan de slag en toen hij daar vertrok  naar Fassa Bortolo kwam zijn knecht Paolo Bettini ineens vol in het daglicht te staan. Hij beëindigde zijn carrière in 2004 bij CSC, vanwege een chronische rugblessure en gebrek aan motivatie. Zijn bijnaam was De Kat, maar hij blijkt – volgens de administratie van Dr. Fuentes – ook een hond te hebben. Die heet Sansone en als zodanig staat de naam van het dier tussen Brillo en Piti, de honden van respectievelijk Ivan Basso en Alejandro Valverde in de patiëntenregister van de voormalige gynaecoloog. En dat werpt natuurlijk weer een heel ander licht op zijn prachtige erelijst. Er is natuurlijk niets bewezen, maar we zijn wielerliefhebbers en geen kille juristen. Was die dokter de eendebek maar trouw gebleven, denk ik wel eens, in plaats van een administratieve kennel te beginnen. (Foto: © Cor Vos)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 26 mei 2007 22:00

BAUTZ, Erich (1913, overleden 17.09.1986, Duitsland)
BISHOP, Andy (1965, Verenigde Staten)
DEPREDOMME, Prosper (1918, overleden 08.11.1997, België)
GOOTJES, Hugo (1985, Nederland)
GRACZYK, Jean (1933, overleden 27.06.2004, Frankrijk)
KIL, Pelle (1971, Nederland)
LINART, Victor (1889, overleden 23.10.1977, België)
MARKOV, Alexei (1979, Rusland)
SIEMONS, Jan (1964, Nederland)
STUBBE, Tom (1981, België)
TRAPÉ, Livio (1937, Italië)
TRONCOSO SOBRINO, José (1981, Spanje)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 25 mei 2007 22:00

Ferdinand BRACKE (1939, België)

Deze Waal van Vlaamse afkomst behoort zeker tot de tien beste tijdrijders uit de geschiedenis van de wielersport. Hij won de Grote Landenprijs, de GP Lugano en de Trofeo Baracchi samen met Eddy Merckx. Hij was twee keer wereldkampioen achtervolging en in die discipline vier keer kampioen van België. En hij was natuurlijk werelduurrecordhouder, door op 30 oktober 1967 op de Olympische wielerbaan van Rome in één uur tijd een afstand van 48 kilometer en 934 meter te hebben gereden. Daarmee was hij de eerste die de grens van de 48 kilometer doorbrak. Maar Bracke kon meer. Hij kon ook redelijk klimmen en hij was een goed ronderenner. Zijn derde plaats in de Tour de France van 1968 bewijst dat en zijn overwinning in de Ronde van Spanje 1971 onderstreept dat nog eens. Toch figureert hij in mijn herinnering niet als een grote renner. Daar zijn drie redenen voor. In de eerste plaats omdat er in zijn jaren als beroepsrenner veel groten waren, want zijn carrière overlapte bijvoorbeeld een deel van de loopbanen van fenomenen als Anquetil en Merckx. De andere reden is dat Bracke een bescheiden man was die zich niet graag op de voorgrond drukte. En de derde reden was dat hij op cruciale momenten nog wel eens ten prooi viel aan zijn zenuwen. Het fraaiste voorbeeld daarvan is de laatste etappe van de Tour de France 1968. Dat was een tijdrit en de mannen die in het klassement voor hem stonden (Vanspringel en Janssen) moest hij in zijn specialiteit kunnen hebben. Hij kon het niet die dag en hij faalde jammerlijk, hoewel hij wel het erepodium haalde. Bracke was op jeugdige leeftijd al geheel grijs en dat gaf hem een bepaald aanzien in het peloton. Na zijn carrière ging hij zich als bondscoach bezighouden met de Belgische amateurs en hij was jarenlang wedstrijdleider in de Grote Prijs Wallonië, in 1999 gewonnen door de vandaag eveneens jarig zijnde Patrick Jonker. (Foto: archief T&T Tekst & Traffic)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 24 mei 2007 22:00

« Vorige 1 2 3  ... 651 652 653 654 655 656 657 658 659 660 661  ... 695 696 697 Volgende »