Frans VERBEECK (1941, België)

Frans Verbeeck kende een heel eigenaardige carrière. Hij was een groot talent bij de amateurs die in 1963 vol verwachting bij de profs debuteerde. Drie jaar reed hij op het hoogste niveau, maar behoudens wat prijsjes viel het bitter tegen. Wel won hij in 1964 de Ronde van Vlaanderen voor individuelen. Dat klinkt mooi maar die toevoeging devalueert de overwinning met tientallen procenten. In 1966 stopte hij om melkboer te worden. Onder het uitventen van die witte vloeistof dacht hij na wat hij verkeerd had gedaan. Hij was in het profmilieu gestapt als galeislaaf, die precies deed wat de anderen deden, terwijl je juist iets anders moet doen om het onderscheid te maken. Hij vroeg weer een licentie aan en hij begon al in de winter van 1967 op ’68 als een gek te trainen. De gebruikelijke seizoensvoorbereiding van 1500 tot 2000 kilometer schroefde hij op tot 8000 kilometer. En op een vast verzet van 52x13. Tot 400 kilometer per dag trainde hij en toen de voorjaarswedstrijden begonnen vloog hij. Hij had veel meer macht en een enorm zelfvertrouwen, omdat hij het tempo dicteerde waarin bijna niemand hem kon volgen. Het was een revolutionaire ontdekking en de hele profwereld ontwaakte. De gezapige trainingskampen in Zuid-Europa waren verleden tijd, gewerkt moest er worden. Kilometers maken en knallen. In het eendagswerk behoorde de melkboer van Wilsele sindsdien tot de vedetten en op zijn palmares prijken koersen als de Omloop Het Volk, de Waalse Pijl en de Amstel Gold Race. Plus nog tientallen ereplaatsen in de klassiekers. Dat het niet meer overwinningen zijn, heeft maar één reden en dat was de aanwezigheid van Eddy Merckx in het peloton. De honger van de kannibaal was vaak zo groot dat tweede plaatsen vaak het hoogst bereikbare waren. Hoewel geen sprinter van nature, was hij met zijn surplus aan conditie een sterke finisher die in een spurt moeilijk te kloppen was. Na zijn carrière begon Verbeeck een bedrijf in sportkleding en hij is inmiddels met pensioen.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 12 juni 2007 22:00

Raphael GEMINIANI (1925, Frankrijk)

‘Le Grand Fusil’ was zijn bijnaam en dat betekent: het grote geweer. Dat zou slaan op zijn wat fors uitgevallen neus, maar ik heb van renners uit die tijd gehoord, dat die uitleg veel te maken had met het preutse karakter van die jaren. Hoe het ook zij, Raphael Geminiani was een opvallend coureur. Alleen die prachtige voornaam al. Hij werd in 1946 prof en hij was vooral een ronderenner, want hij won nooit een belangrijke eendagswedstrijd. Maar hij heeft ook nooit een grote ronde gewonnen en dat is het merkwaardige van Geminiani. Hij behoorde tot de groten van zijn tijd, maar hij kwam net iets te kort om ook een echte grote te zijn. Hij startte twaalf keer in de Tour de France en van de tien keer dat hij hem uitreed, eindigde hij vijf keer bij de eerste tien. Een keer als tweede, in 1951 achter Hugo Koblet en een keer als derde, in 1958 achter Charly Gaul en Vito Favero. In de Ronde van Italië startte hij vijf keer en vier keer behoorde hij tot de top tien. De vierde plaats in 1955 was zijn beste resultaat. In de Ronde van Spanje ging hij slechts twee keer van start en met een derde en een vijfde plaats keerde hij naar Clermont Ferrand terug. In 1955 reed hij in één jaar de drie grote ronden en met een zesde plaats in de Tour, een vierde in de Giro en een derde in de Vuelta leverde hij een ongekende prestatie. ‘Gem’ was ook zeer gezien onder zijn collega’s, want hij was een leiderstype die vaak het woord nam als er namens de renners iets gezegd moest worden. En dat was soms best nodig in die tijd, want renners waren de slaven van de weg, waarover de organisatoren naar willekeur beschikten. De renners? Ach, die koersen wel, was de algemene opvatting. Hoewel hij al vijftien jaar als prof in het zadel zat, werd zijn carrière op 34-jarige leeftijd afgebroken door malaria. Hij liep dat in december 1959 op toen hij met een aantal andere Europese coryfeeën deelnam aan een wedstrijd in Opper Volta, het tegenwoordige Burkino Faso. Doodziek keerde hij naar Frankrijk terug, maar hij overleefde het. Fausto Coppi was minder gelukkig. Met dezelfde ziekte keerde ook hij van dat uitstapje terug en hij overleed op 2 januari 1960. Na zijn carrière werd Geminiani ploegleider. Hij leende zijn naam aan een fabrikant van racefietsen en met het vermouth-achtige drankje St.Raphaël reed zijn ploeg, met de grote Jacques Anquetil als kopman, onder de naam St.Raphaël Geminiani van het ene grote succes naar het andere. Een onbedoeld eerbetoon aan een van de beste renners uit de na-oorlogse periode. (Foto: archief T&T Tekst & Traffic)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 11 juni 2007 22:00

DELFOSSE, Catherine (1981, België)
DUARTE ARÉVALO, Fabio Andrés (1986, Colombia)
GISMONDI, Michele (1931, Italië)
MAERTENS, René (1943, België)
SAMYN, José (1946, overleden 30.08.1969, Frankrijk)
SLAATS, Frans (1912, overleden 06.04.1993, Nederland)
VAN IMPE, Frank (1955, België)
VERMEIJ, Marco (1965, Nederland)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 10 juni 2007 22:00

Andy SCHLECK (1985, Luxemburg)

We kenden zijn broer al, de vijf jaar oudere Frank. Die won al eens de Amstel Gold Race en hij zegevierde vorig jaar in de Tour op l’Alpe d’Huez. We waren ook al op de hoogte van Andy, die vandaag 22 jaar wordt, maar al twee jaar beroepsrenner is. Hij is nog beter dan Frank, zeiden de kenners en dat heeft hij in zijn eerste grote ronde helemaal waargemaakt. Hij werd de ontdekking van de Giro d’Italia 2007, waarin hij als tweede eindigde met nog geen twee minuten achterstand op winnaar Danilo Di Luca. De jonge Luxemburger won uiteraard ook het jongerenklassement. Het bijzondere is dat hij zonder te verzaken steeds in de frontlinie reed, zich nimmer liet verrassen en – en dat is heel bijzonder voor zo’n jonge knul – geen enkele inzinking had. Hij zit prachtig op zijn fiets, gaat in een mooie stijl omhoog en verloor in de tijdrit nauwelijks tijd. Het is nog slechts een kwestie van tijd, waarin hij moet groeien, sterker worden en ervaring opdoen, voordat deze Andrew Schleck, zoon van Johnny Schleck de vroegere knecht van Jan Janssen, de Tour gaat winnen. Ik doe dat soort uitspraken niet graag omdat er nog heel veel kan misgaan, maar wie dit op 21-jarige leeftijd kan is voorbestemd een grote te worden. De zwaarste col in de Giro was de Monte Zoncolan. Di Luca wist dat hij deze rit niet kon winnen, maar dat hij moest proberen de schade beperkt te houden. Gilberto Simoni wist dat hij zijn achterstand in het klassement niet meer goed kon maken en hij ging voor de dagzege. Samen met zijn land- en ploeggenoot Leonardi Piepoli ging hij er vandoor en iedereen moest passen. Di Luca, Mazzoleni, Cunego, Riccò, Bruseghin, Savoldelli, ze moesten er allemaal af. Alleen Andy Schleck dichtte de kloof met de twee Sauniers. Dat hij in de sprint geen schijn van kans had, spreekt vanzelf, maar hij pakte in die etappe definitief de tweede plaats. Hij was in de slotweek van de Giro de pleister op de wonde van de dopingellende die overvloedig in Duitsland en Denemarken naar buiten kwam. Wie had tien jaar geleden durven voorspellen dat Luxemburg na Faber, Frantz en Gaul (een mensenleeftijd geleden) nog eens een heuse Tourkandidaat zou voortbrengen? Ik tip hem voor 2010. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 9 juni 2007 22:00

Luis OCAÑA PERNIA (1945, overleden 19.05.1994, Spanje)

In Nederland bestaat bij velen het beeld dat in de periode Merckx alleen Joop Zoetemelk in staat was het wiel van de Brusselse geweldenaar te houden, maar dat was dan ook alles. Dit terwijl de Nederlander diverse malen Merckx heeft verslagen. Ook het feit dat Joop de enige was die Merckx partij kon geven, is niet juist. Er waren er meer, zoals Roger De Vlaeminck in de eendagskoersen en Luis Ocaña in de Tour de France. De in Frankrijk wonende Spanjaard heeft Merckx zelfs eens vernietigend verslagen. Dat was in de Tour van 1971 in de 11e etappe van Grenoble naar het skidorp Orcières-Merlette. Merckx – in de gele trui – had die dag geen goede benen en de in supervorm verkerende Spanjaard rook zijn kans. Hij ging op avontuur en hij reed een magistrale solo van meer dan 100 kilometer voor het grootste deel bergop. Toen de tijdverschillen waren gemeten stond het hele klassement op zijn kop. Van Impe kon met zes minuten achterstand de schade nog beperkt houden, maar Merckx en Zoetemelk gingen met negen minuten aan de broek diep door het stof. De Belg legde zich direct neer bij zijn nederlaag en verklaarde dat Ocaña de Tour ging winnen, want de achterstand was niet meer in te halen. De volgende dag ging hij al in de aanval, maar Ocaña hield dapper stand. Ook in de tijdrit gaf hij geen krimp, maar in de 14e etappe van Revel naar Luchon greep het noodlot onbarmhartig in. In de afdaling van de Col de Mente vloog Ocaña tijdens een vreselijk onweer uit de bocht en belandde zeer onzacht op het kletsnatte wegdek. Door het weer zagen de renners geen hand voor ogen en ze daalden volstrekt op gevoel ‘in the blind’ naar omlaag. Op het moment dat Ocaña probeerde op te staan reed Joop Zoetemelk vol op hem in. Met een shock, inwendige kneuzingen en een gebroken sleutelbeen bleef de arme Luis liggen en hij verloor daar de Tour, die hem zo toekwam, aan Eddy Merckx. Twee jaar later won hij alsnog de Tour bij afwezigheid van de geblesseerde Merckx, maar die overwinning had niet de glans van de zege die in 1971 voor hem zou zijn geweest als dat ene moment, waar het dunne bandje de grip met het kletsnatte wegdek verloor, niet had plaatsgehad. Ocaña was een groot renner, maar te wisselvallig om als een van de allergrootsten de geschiedenis in te gaan. Hij zocht de geschiedenis overigens zelf op, want in 1994 maakte hij een eind aan zijn leven, vanwege allerlei zakelijke en privé-problemen. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 8 juni 2007 22:00

Georges SPEICHER (1907, overleden 24.01.1978, Frankrijk)

Zijn Duits klinkende naam wordt in Frankrijk uitgesproken als: Spee-Ie-Sjerre. De eerste renner die de ‘dubbel’ realiseerde was echter een rasechte Parijzenaar. De ‘dubbel’ wil zeggen dat de coureur in één jaar winnaar van de Tour de France is en het wereldkampioenschap behaalt. Dat hebben nadien alleen Louison Bobet (1954), Merckx (1971 en 1974), Stephen Roche (1987) en Greg LeMond (1989) gepresteerd. Speicher deed het in 1933 en dat is op zich een wonder omdat hij pas tien jaar daarvoor fietsen had geleerd. Hij was als 17-jarige werkloos en de baantjes lagen in die tijd niet voor het opscheppen. Teneinde raad meldde hij zich ergens als fietsjongen die bestellingen rond moest brengen. Hij werd aangenomen en de eerste dagen bewoog hij zich voort met één voet op de trapper en met het andere been steppend. Na een paar dagen probeerde hij voorzichtig in het zadel te zitten en zijn evenwicht te bewaren. Het lukte met moeite, maar bij iedere bocht stapte hij af, bang als hij was om te vallen en in het toen al met auto’s vergiftigde Parijs overreden te worden. Maar het ging steeds beter en binnen enkele maanden scheurde hij ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 7 juni 2007 22:00

Rainer PODLESCH (1945, Duitsland)

Deze West-Berlijner was in de jaren zeventig en tachtig een geducht amateurstayer en een van de grootste concurrenten van de Nederlanders Gaby Minneboo (5 keer wereldkampioen) en Matthé Pronk senior (2 keer wereldkampioen). Podlesch was zelf ook twee maal wereldkampioen en wel in 1978 in Duitsland en 1983 (op de foto met zijn gangmaker Dürst) in Zwitserland. Hij stond maar liefst negen keer op het erepodium bij de amateurstayers, want hij werd ook 3 keer tweede en 4 keer derde. Voor hij zich exclusief tot het stayeren bekeerde had hij ook al een keer het erepodium bij een WK gehaald als lid van de West-Duitse formatie die in 1967 brons won bij het WK in Nederland. Zijn partners waren toen Karl-Heinz Henrichs, Jürgen Kissner en Karl Link. Vergeten namen, maar die van Podlesch is nog lang niet vergeten. Niet alleen ging hij zelf heel lang door, maar de fakkel werd direct overgenomen door zijn zoon Carsten, die ook 2 keer wereldkampioen was op hetzelfde nummer als vader Rainer. In 1994 werd het stayeren uit het WK verbannen en Carsten Podlesch was de laatste wereldkampioen. Hij gaat echter onverdroten door en hij wordt jaar na jaar Duits kampioen in...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 6 juni 2007 22:00

Jan ADRIAENSENS (1932, België)

Hoewel het tot 1969 duurde vooraleer een Belg na de tweede wereldoorlog de Tour de France won, hadden onze zuiderburen tal van renners die er steeds dichtbij zaten. In die periode eindigde 42 keer een Belg bij de eerste tien in het algemeen klassement en tien keer daarvan stond er een als tweede of derde op het erepodium. Dat waren Briek Schotte, Stan Ockers (2 keer), Jean Brankart, Marcel Janssens, Jef Planckaert, Herman Vanspringel, Ferdinand Bracke en onze jarige van vandaag Jan Adriaensens. Ook deze in Willebroek geboren coureur presteerde dat twee keer. In 1956 was hij derde achter de Fransen Roger Walkowiak en Gilbert Bauvin en in 1960 wederom als derde achter de Italianen Gastone Nencini en Graziano Battistini. Adriaensens werd in 1958 ook nog een keer vierde. Dat was de Tour die door Charly Gaul werd gewonnen. De Luxemburger legde de basis voor die overwinning in de legendarische rit van Briançon naar Aix-les-Bains. Het was die dag noodweer en dan was Gaul op zijn best. Het kon hem niet slecht genoeg zijn en bij ijskoude regen, hagel, bliksem en donder veranderde het bloed in zijn …

Geplaatst door Fred van Slogteren, 5 juni 2007 22:00

René POTTIER (1879, overleden 25.01.1907, Frankrijk)

‘Nog tien jaar zal de heerschappij van René Pottier blijven’, schreef Henri Desgrange in de organiserende krant l’Auto, nadat René Pottier op een Merckx-achtige wijze de Tour de France van 1906 had gewonnen. Pottier was de eerste echte klimmer die de Tour heeft gekend, want in 1905 beklom hij de Ballon d’Alsace met een gemiddelde van iets minder dan 20 kilometer per uur. Hij presteerde het als enige om geheel fietsend boven te komen, terwijl zijn voornaamste tegenstanders minimaal af en toe een voet aan de grond moesten zetten om geen slagzij te maken. Het was de eerste keer dat de renners in de Tour een berg moesten bedwingen en het was een succes. In 1906 had Desgrange er nog een paar colletjes bijgedaan en Pottier bleek van een zeldzame klasse. Hij won vijf van de dertien ritten en zijn bijnaam lag voor de hand: Le Roi René. Later zou René Vietto in de jaren dertig ook zo worden genoemd, maar Pottier was de eerste. De bewondering voor de slagerszoon uit Moret-sur-Loing kende in het Frankrijk van toen geen grenzen en het idool besloot nog datzelfde …

Geplaatst door Fred van Slogteren, 4 juni 2007 22:00

Seamus ELLIOTT (1934, overleden 04.05.1971, Ierland)

Veel mensen denken dat het Ierse wielrennen maar twee internationale toppers heeft gehad in de personen Stephen Roche en Sean Kelly. Dat is op zich wel juist, want Seamus Elliott was niet echt een topper. Een subtopper was hij wel en zijn erelijst mag gezien worden, hoewel hij ver bij zijn bovengenoemde landgenoten achterbleef. Ik denk wel dat de prestaties van Shay Elliott in het begin van de jaren zestig het wielrennen in Ierland een geweldige popularitetsimpuls hebben gegeven. Zeker het feit dat hij in 1963 als eerste Ier de gele trui droeg. Dat zal de nodige indruk hebben gemaakt op de vijfjarige Stephen in Dublin en de achtjarige Sean in Garrick-on-Suir. Het was de beroemde vooroorlogse wielerheld Francis Pélissier die de jonge Shay adviseerde om als amateur in Frankrijk te gaan wonen en daar zo veel mogelijk wedstrijden te rijden. Hij werd lid van een Franse wielervereniging en in 1958 won hij de rit over de Galibier in de Route de France, de voorganger van de Tour de l’Avenir. Zijn naam werd opgemerkt en hij kreeg een contract in de ploeg van Jacques Anquetil. In die ploeg was hij een gewaardeerde knecht, die op gezette tijden zijn eigen gang mocht gaan. Zo won hij etappes in de ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 3 juni 2007 22:00

« Vorige 1 2 3  ... 650 651 652 653 654 655 656 657 658 659 660  ... 695 696 697 Volgende »