Robert MILLAR (1958, Groot Brittannië)

De Schot Robert Millar is een heel goede coureur geweest. Hij was zestien jaar beroepswielrenner en in die periode reed hij voor zes verschillende ploegen. Hij heeft niet heel veel gewonnen, want als specifieke klimmer waren niet veel wedstrijden geschikt voor hem. Voor de grote ronden kwam hij net iets te kort. Tweede plaatsen in de Giro en de Vuelta zijn natuurlijk mooie klasseringen, maar hij werd toch nooit als een echte favoriet gezien voor een eindzege. In de kleinere rittenkoersen werd er wel altijd rekening met hem gehouden. Zijn belangrijkste zegepraal is dan ook de Dauphiné Liberé in 1990.
In meerdere opzichten is Robert Millar een buitenbeentje. In de eerste plaats was hij een echte klimmer uit een land dat – bij mijn weten - nooit klimmers van betekenis heeft voortgebracht. En dan bedoel ik niet Schotland, maar Groot Brittannië. In de tweede plaats was hij een aparte omdat hij vegetariër was (of is). Tot grote ergernis van Peter Post die twee jaar zijn baas was. Zijn laatste wapenfeit in het anders zijn dan anderen dateert van recenter datum. Robert Millar heeft zich een aantal jaren geleden tot vrouw laten transformeren en hij gaat nu door het leven als Roberta. Dat was aanleiding voor veel hilariteit in de wielerwereld. Zelfs Joop Zoetemelk maakte er een grap over: “Dat had hij eerder moeten doen, want bij de vrouwen had hij vast veel meer gewonnen.”

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 13 september 2006 0:00

Oscar CAMENZIND (1971, Zwitserland)

Michael Boogerd wil over iets minder dan twee weken graag wereldkampioen worden en hij is dan ook weer een van de favorieten voor de titelstrijd in Salzburg. In 1998 was hij er al eens heel dichtbij. In eigen land nog wel op het geliefde parcours van de Hagenees rond de Cauberg. Hij reed met groot gemak in de kopgroep, waaruit de winnaar tevoorschijn zou komen. Het wachten was op zijn demarrage. Maar Boogie kreeg op het moment suprème een lekke band en een redelijk onbekende Zwitser kon die dag alles. Hij reed zo maar bij renners vandaan als Armstrong, Bartoli en Van Petegem. Dat kan niet waar zijn, dacht ik, toen ik er naar zat te kijken, maar het was waar. Helemaal onbekend was die Camenzind nou ook weer niet, want hij had bij het WK van 1996 al sterk gereden en mooie klasseringen behaald in de Giro, maar dat hij zo goed was wist ik niet.
Met een soort stofbril op zijn neus en zwart bemodderd door het slechte weer leek hij op een mijnwerker en met het Glück Auf op de lippen danste hij solo voor het laatst de Cauberg op om in Valkenburg zegevierend over de streep te komen. 47 jaar na Ferdi Kübler was hij de derde Zwitserse wereldkampioen. Een week later won hij ook de Ronde van Lombardije met hetzelfde machtsvertoon en ook hier kon een sterke Boogerd het niet van hem winnen. In de rest van de twaalf maanden dat hij wereldkampioen was, leek de vloek van de regenboogtrui op hem van toepassing. Eenmaal bevrijd van het tricot won hij nog wel de Ronde van Zwitserland en Luik-Bastenaken-Luik, maar niet meer met die overtuiging van Valkenburg. In 2004 werd hij betrapt op het gebruik van epo. Hij wachtte de gevolgen niet af, maar zette per direct een punt achter zijn carrière. Opgeruimd staat netjes, dacht ik, en ik zag weer die beelden op mijn netvlies van een huilende Michael Boogerd, die op 11 oktober 1998 de sterkste was van de kopgroep. Zal er ooit nog wel een Nederlander wereldkampioen worden?
(Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 12 september 2006 0:00

Graeme OBREE (1965, Groot Brittannië)

In juli 1993 werd de wielerwereld verrast met het bericht dat de Schotse amateurrenner Graeme Obree het negen jaar oude werelduurrecord van Francesco Moser had verbeterd met maar liefst 445 meter. Het record ging met 51 kilometer en 596 meter in de boeken van de UCI. Dat was overigens niet het bijzondere, want records zijn er om verbeterd te worden. Behalve het feit dat die Obree volslagen onbekend was, werden we vooral verrast door de fiets waarop hij reed en zijn ongebruikelijke fietshouding. Om een optimale stroomlijn te bereiken lag hij met zijn schouders op zijn handen die uiteraard het stuur beet hielden. Zo reed Obree op een gigantisch verzet naar zijn record. Het moeilijkste was, zo zei hij na afloop, het verdragen van de pijn door de onnatuurlijke houding die hij een uur lang moest volhouden. De fiets was door hem zelf gemaakt met onderdelen van een oude wasmachine, zo kwam in het nieuws. Het bleek slechts om wat lagers te gaan, maar het was een mooi verhaal. Lang heeft Obree niet van zijn record genoten, want nog geen week later werd hij onttroond door zijn landgenoot Chris Boardman. De Schot liet direct weten dat hij revanche zou nemen. Hij pakte dat jaar eerst de wereldtitel achtervolging (Boardman derde) en op 27 april 1994 verbeterde hij wederom het record aller records en bracht het op 52 kilometer en 713 meter. Kort daarna maakte de UCI een eind aan de records op merkwaardige rijwielen en zo werd de tijd van Eddy Merckx uit 1972 weer als record aangehouden. Boardman verbeterde die tijd als eerste op een goedgekeurde fiets en Graeme Obree verdween in de vergetelheid. Nog één keer kwam hij in het nieuws toen hij lijdend aan manische depressiviteit vlak voor kerst 2001 een zelfmoordpoging ondernam, die niet slaagde.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 11 september 2006 0:00

Filippo POZZATO (1981, Italië)

De Tour zal wel nooit gewonnen worden door een renner in het shirt van QuickStep. Het is een wereldploeg, maar helemaal toegesneden op het winnen van klassiekers en etappes. Met Boonen en Bettini in de gelederen ben je bijna verzekerd van enkele klassieke overwinningen per jaar. En als die twee niet meedoen of hun dag niet hebben dan is daar Pippo. De koosnaam van Filippo Pozzato, winnaar van de HEW Cyclassics 2005 en Milaan-San Remo 2006. Een echt winnaarstype, want het Italiaanse bravouremannetje maakt het regelmatig waar. Een echt showbinkie is hij, die de campings in zijn land zou hebben afgestroopt op zoek naar blonde schoonheden uit Noord-Europa, als hij geen wielrenner was geworden. Na zijn amateurtijd speelvogelde hij twee jaar bij Mapei, om vervolgens door Marco Ferretti bij Fassa Bortolo tot coureur te worden gekneed. Vol discipline kwam hij daarna bij Patrick Lefevere terug om als beschermde renner voor de overwinningen te gaan, die Boonen en Bettini om de een of andere reden hadden laten liggen. Erg geliefd is hij overigens niet in het peloton, want hij kan bijzonder irritant zijn en soms heel oncollegiaal. Pippo is een verwend supertalent, die zelfs in zijn eigen ploeg niet erg geliefd is. Maar dat wordt hem allemaal graag vergeven als hij weer een grote zege binnenhaalt. Dus geen kwaad woord over Pippo. (Foto: © Philip van der Ploeg)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 10 september 2006 0:00

Rik VAN STEENBERGEN (1924, overleden 15.05.2003, België)

Een groot kampioen en een van de beste renners aller tijden. Zeker de veelzijdigste, want Rik I (dit ter onderscheid van Van Looy, die Rik II werd genoemd) reed jarenlang zomer en winter zijn programma. Hij was een van de beste zesdaagserenners ooit en als de laatste er in februari opzat, dan buitelde hij zonder onderbreking de voorjaarskoersen in. Dan ging hij op topniveau door tot en met de najaarsklassiekers, waarna hij in oktober weer vol ambitie aan de eerste zesdaagse begon. In dat overladen programma reed hij drie keer de Tour, vijf keer de Giro en een maal de Vuelta. Hij won acht klassiekers en hij werd drie keer wereldkampioen. Hij reed 134 zesdaagsen, waarvan hij er veertig won. Hoe hij dat al die jaren heeft volgehouden is een raadsel. Hij was in ieder geval beresterk en een fantastische atleet om te zien, met de good looks van een filmster. De voormalige beenhouwersgast was op zijn twintigste al getrouwd en op zijn 38e opa. Dat zorgde voor een unieke combinatie, want het is bij mijn weten verder nooit voorgekomen dat een zesdaagserenner een koppel vormde met zijn schoonzoon. Dat was de Deen Palle Lykke Jensen met wie hij drie winterseizoenen reed. Van Steenbergen was een medisch wonder. Vrijwel iedere renner heeft een vergroot hart met een gemiddelde capaciteit van zo’n 1200 kubieke centimeter, twee keer zo veel als een gewoon mens die niet aan sport doet. Rik had een capaciteit van 1.700 cm3 en dat had voor hem als consequentie dat hij na zijn carrière nog jarenlang heeft moeten aftrainen. Of hij dat ook heeft gedaan, weet ik niet, want hij kreeg andere bezigheden. Na jarenlang in een vast ritme te hebben gezeten wist hij met tijd geen raad en door verkeerde vrienden raakte hij in de criminaliteit. Hij zag gelukkig zijn dwalingen snel in en keerde terug als eerzaam burger. Ter gelegenheid van zijn 75e verjaardag werd in 1999 een grootse huldiging georganiseerd en zijn heldendaden werden nog eens dik in de verf gezet. Bijna vier jaar later verloor België een van zijn grootste wielerzonen.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 9 september 2006 0:00

MONSERÉ, Jean-Pierre (1948, overleden 15.03.1971, België)

Naarmate de jaren zijn verstreken heeft de periode Merckx (1965-1978) mythologische proporties aangenomen. Veel jongeren die dat tijdperk alleen van horen zeggen kennen, denken vaak dat de Kannibaal geen tegenstand van betekenis heeft gehad. Dat is niet juist, want in die dertien jaar had hij te maken met een lichting renners van zeer hoog niveau. Wie naar de erelijsten kijkt van coureurs als De Vlaeminck, Maertens, Godefroot, Van Impe, Gimondi, Motta, Ocaña, Thevenet, Guimard, Janssen, Zoetemelk, Kuiper en nog een handvol vedetten zal erkennen dat Merckx weliswaar koning eenoog was, maar niet in het land der blinden. Het zou zelfs kunnen zijn dat hij nog tijdens zijn actieve loopbaan te maken had gekregen met een aanstormend talent uit eigen land. Een jonge renner die hem zeker in de klassiekers naar de kroon had kunnen steken, ware het niet dat het noodlot ingreep. Dat was op 15 maart 1971 toen de jongste profwereldkampioen op de weg ooit tijdens een koers in Retie met een auto in botsing kwam en ter plekke overleed. Jempi Monseré, 22 jaar oud, was op slag dood en heel België was verslagen. Hij was in 1969 beroepsrenner geworden en hij won de Ronde van Lombardije, de Ronde van Andalusië en het WK van 1970 in Leicester. Hoe zou zijn carrière verder zijn verlopen? Niemand weet het, we kunnen slechts gissen. Het enige dat we weten is dat hij in de twee beroepsjaren die hem werden gegund heeft geschitterd als een ster aan het firmament. Maar er zijn sterren en sterren. Je hebt er die steeds feller gaan schijnen, maar er zijn er ook die je na verloop van tijd niet meer opmerkt. Door zijn dood werd Jean-Pierre Monseré letterlijk een eeuwige belofte.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 8 september 2006 0:00

Briek SCHOTTE (1919, overleden 04.04.2004, België)

In de rijke Vlaamse wielerlectuur komt Briek Schotte vaak voor, want Den IJzeren van Kanegem stond model voor De Flandrien, een rennerstype dat al lang is uitgestorven. Er bestaan twee lezingen over het begrip Flandrien. De ene zegt dat een echte zich laat herkennen aan een ploeterende stijl en de andere behelst dat de straatarme boerenkinkels van de schrale Vlaamse akkers de koersfiets gebruikten om zich uit de bittere armoede te verheffen. In de eerste opvatting was Schotte er een, in de ander niet want zijn jeugd was niet zo arm als die van bijvoorbeeld zijn generatiegenoot Marcel Kint. Maar wat die ploeterende stijl betreft was hij een echte Flandrien, wat zeg ik de keizer der Flandriens. ‘Hij geleek een vloek op een koersfiets. Bij Briek bewoog, in volle inspanning, alles wat er aan hem was en niet zelden hebben we gevreesd dat hij tijdens al dat getrek en gesleur zijn ellebogen aan de straatstenen zou kwetsen.’ Dat schreef de vermaarde Vlaamse wielerjournalist Jan Cornand eens in een van zijn boekjes. Het getal twee speelt een grote rol in de carrière van Schotte. Hij won twee keer de Ronde van Vlaanderen, twee keer Parijs-Brussel, twee keer Parijs Tours en ook twee keer Gent-Wevelgem. Bovendien werd hij ook nog twee keer wereldkampioen en werd hij een keer tweede in de Tour de France. Hij was niet echt een man voor het grote rondenwerk, maar als alles meezat, zoals in 1948, kon hij ver komen.
Na zijn actieve wielerloopbaan werd hij sportdirecteur bij de Flandria-ploeg. Hij werd een vaderlijke ploegleider van mannen als de gebroeders De Vlaeminck, Leman, Monseré en ook onze eigen Joop Zoetemelk debuteerde bij de man die heilig geloofde in een glaasje rode wijn aan de rennerstafel. Eric Leman won onder zijn leiding drie keer de Ronde van Vlaanderen en dat was voor Briek het allermooiste. Hij was de personificatie van die ronde. Een dag voor de editie van 1996 kreeg Briek zijn standbeeld in zijn geboortedorp en tijdens Vlaanderens mooiste van 2004 kwam het bericht dat Briek Schotte was overleden. Zijn timing was perfect.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 7 september 2006 0:00

Bruno RISI (1968, Zwitserland)

De populariteit van de zesdaagse in Nederland had in de jaren zeventig en tachtig veel te maken met de lichting Zoetemelk, Raas en Knetemann en met René Pijnen, een van de grootste specialisten in dat spectaculaire onderdeel van de wielersport. Maar toen Pijnen plotseling moest stoppen en Zoetemelk cs. afscheid nam, verflauwde de aandacht voor het spektakel zienderogen en sloot Rotterdam in 1988 als laatste de deuren. In de jaren daarna raakte ik het zicht op het gebeuren een beetje kwijt tot ik in november 1997 een uitnodiging kreeg van Patrick Sercu om een avondje in Gent te komen kijken. Urs Freuler, Etienne De Wilde en Andreas Kappes kende ik nog van Rotterdam, maar voor de rest waren het onbekende namen.
Al bij de voorstellingsronden zag ik hem. Een diepzittende atletische renner met een big smile op zijn gezicht en uit de achterkant van zijn helm stak een krullend blond matje. Ik besloot niet op het middenterrein te blijven, maar op de tribune te gaan zitten om die renner eens goed te bekijken. Ik ben de hele avond blijven zitten en ik heb van hem genoten. Wat een macht, souplesse en snelheid was daar in één persoon verenigd. De zesdaagse is topsport, maar het is niet de bedoeling dat één koppel de rest in de vernieling rijdt. Ik ben er echter van overtuigd dat Risi - met de hulp van zijn vaste koppelgenoot (en zwager) Betschart - dat best zou kunnen. Puur op kwaliteit het hele spul op tien ronden rijden, maar dat gebeurt niet omdat het niet commercieel verantwoord is. Een dergelijk vertoon van macht zou de tribunes ontvolken en dat is niet de bedoeling. Als er gewonnen wordt is het met banddikte en dat accepteer je als wielerliefhebber alleen omdat je ziet hoe er afgezien wordt. Dat zie je aan die koppen, maar niet aan die van Risi. Die ziet er altijd hetzelfde uit. Alsof het geen moeite kost. Toen ik het eens over hem had met René Pijnen, zei die dat er in zijn tijd wel tien renners reden van het formaat van de Zwitser. Het zal wel, maar ik hoop dat we nog een aantal jaren van Bruno Risi kunnen genieten.
(Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 6 september 2006 0:00

Peter WINNEN (1957, Nederland)

Ik kende hem niet toen ik in het voorjaar van 1998 bij hem aanbelde. Een rijtjeshuis in een saaie straat in een Noord-Limburgs dorp. “Pa!!!”, riep de jongen die opendeed naar boven en even later kwam hij de trap af, bestoven door wit stof. Hij was de badkamer aan het slopen om een nieuwe te kunnen aanleggen, verontschuldigde hij zich. Nadat hij zich een beetje had opgefrist namen we tegenover elkaar plaats met mijn taperecorder in de dictaatstand. Het ging niet over zijn Tourprestaties en zijn fantastische overwinningen op l'Alpe d'Huez, maar om zijn ervaringen met ploegleider Peter Post, over wie ik een boek aan het schrijven was. Het werd een moeizaam gesprek. Steeds zorgvuldig geformuleerde, aarzelend uitgesproken diplomatieke antwoorden, waar ik geen moer aan had. Hij had de naam de intellectueel van het peloton te zijn, maar uit niets bleek dat hij ernstig over de persoon Post had nagedacht. Ik zuchtte en zette mijn bandrecorder uit en maakte hem duidelijk dat hij niet bang hoefde te zijn dat ik hem uitgebreid met naam en toenaam in het boek zou citeren. Hij keek me lang en doordringend aan en er vond een metamorfose plaats. Peter begon te praten over zijn jaren bij Post. De ene na de andere messcherpe analyse van de grote ploegbaas kwam over zijn lippen. Prachtige beeldende beschrijvingen hoe Post aan tafel te werk ging als de ploeg of een bepaalde renner in zijn ogen had gefaald. Ik zag Post rond de tafel stieren, tot hij achter de gewraakte renner stond en in steeds scherpere bewoordingen zijn ongenoegen uitte. Terwijl hij dat deed masseerde hij met die grote handen de schouders en de nek van de renner, die het liefst door de grond was gezakt. Ik hoorde het gefascineerd aan en kon het haast niet geloven, maar andere renners bevestigden later dat ze dat Post vaak hebben zien doen. Toen ik twee uur later wegging had ik fantastisch materiaal op de band staan. Peter Winnen was toen nog niet de gevierde auteur, maar een oud-renner die een schat aan ervaringen mooi op papier probeerde te zetten. Hij was al jaren bezig aan HET BOEK! Hij vertelde me over zijn twijfels.

Op eerste kerstdag 2000 pakte ik bij de kerstboom een cadeautje uit. Een boek, en wat voor boek. ‘Van Santander naar Santander’, door Peter Winnen. Ik schreef er een persoonlijke ondertitel in: ‘De twijfels voorbij’. Ik heb het in één adem uitgelezen. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 5 september 2006 0:00

Frederik VEUCHELEN (1978, België)

Ik had nog nooit van hem gehoord toen ik op 22 maart jl. op Sporza de laatste kilometers zag van de semi-klassieker Dwars door Vlaanderen. Een eenzame renner in het shirt van Chocolade Jacques vocht een strijd om seconden uit met een achtervolgende groep onder aanvoering van Tom Boonen. In diens spoor reden Nico Eeckhout, Nick Nuyens en Robbie MacEwen, veel bekendere namen dan die van die verbeten strijdende renner voorop: Frederik Veuchelen. In het resumé hoorde ik dat die al na tien kilometer was ontsnapt samen met drie anderen. Het viertal bereikte een maximale voorsprong van ruim 18 minuten, maar daarna ging de vermoeidheid een rol spelen. Het langst had de Fransman David Boucher het volgehouden, maar met nog maar acht kilometer te koersen moest ook hij Veuchelen laten gaan. De Belg hield stand, maar het was nipt want bij het ingaan van de laatste kilometer had hij nog maar 20 seconden over en dat was net genoeg om niet door de ontketende groep Boonen te worden ingehaald. De volgende dag las ik ergens: ‘who the fuck is Frederik Veuchelen?’ Bij navraag bleek het om een afgestudeerde sportleraar te gaan die pas op zijn 22e jaar met de wielersport begon. Drie jaar later werd hij prof en in zijn eerste seizoen won hij twee ritten in de de lastige koers Triptique Ardennais. Verder won hij in zijn eerste profjaar de Ronde van Vlaams-Brabant en de Memorial Van Coningsloo. In de interviews die Veuchelen in de dagen na zijn opzienbarende solozege in Dwars door Vlaanderen gaf, beloofde hij een spoedige bevestiging. Het is er nog niet van gekomen, maar het seizoen is nog niet voorbij.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 4 september 2006 0:00

« Vorige 1 2 3  ... 641 642 643 644 645 646 647 648 649 650 651  ... 660 661 662 Volgende »