Piet MOESKOPS (1893, overleden 19.11.1964, Nederland)

Zou iemand anno 2006 nog weten wie Piet Moeskops was, als Joris van den Bergh niet een boek over hem had geschreven? Waarschijnlijk niet en dat toont het belang van biografieën weer eens aan. Zonder dat boek zou Moeskops slechts een naam zijn geweest in de statistieken, maar met het boek is hij een held die zelfs een jonge jongen als Theo Bos nog aanspreekt. Dankzij dat boek weten we ook wie Bob Spears was, en Frank Kramer, en Gabriel Poulain en natuurlijk die verrekte Zwitser Ernest Kaufmann die er volgens Moeskops geen hout van kon. Moeskops was kritisch ten aanzien van zijn tegenstanders en je kreeg een beetje medelijden met ze als ze weer eens door Big Pete in de vernieling werden gereden. Het is eigenlijk een spannend jongensboek, geschreven door een man die zich in die tijd als journalist permanent moest verdedigen omdat hij idolaat was van een sportman. Een journalist behoorde tot het establishment en dan diende je je niet in te laten met zo iets onbenulligs als sport. Daar heeft Van den Bergh zich gelukkig niets van aangetrokken en daardoor een belangrijke periode in de wielersport vastgelegd. Ik heb het boek als kind verslonden en van veel oud-wielrenners gehoord dat zij dat eveneens hebben gedaan. Het was een van de eerste sportbiografieën in de Nederlandse taal en het is een klassieker. Ook een fantastisch tijdsbeeld met renners die reizend per trein en per boot hun contracten afwerkten in heel Europa en de Verenigde Staten. Ze spraken doorgaans geen woord over de grens, maar ze kwamen overal. Hoewel hij soms best wel kritisch op zijn hoofdpersoon was, is Van den Bergh in het boek erg mild over Moeskops en het boek is eigenlijk een hagiografie. En een stuk nationalisme, waarvan we niet alleen de Duitsers van die tijd mogen betichten. Van den Bergh kon er ook wat van, getuige deze alinea: ‘Ik heb voor mij gezien een Hollander, die op zijn gebied een reusachtige reus was, Een topmens. Deze topmens was een landgenoot. Een product van mijn geboortegrond, een kerel van mijn kluiten, van mijn klei, van mijn zand, van mijn veen, geboren onder mijn lucht, in mijn atmosfeer.’ Maar dat is slechts een tijdsbeeld, terwijl Van den Bergh er in is geslaagd Piet Moeskops onsterflijk te maken. (archief Peter Leene)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 13 november 2006 0:00

Peter POST (1933, Nederland)

Ik heb de eer zijn biograaf te zijn. In het jaar 1998 ben ik intensief met zijn carrière en zijn persoon bezig geweest. Er is mij toen vaak gevraagd waarom ik juist Post had gekozen? Ik antwoordde dan steeds dat het te maken had met het feit dat ik Peter Post in een van zijn eerste koersjes als nieuweling aan het werk had gezien en dat hij toen veel indruk op mij had gemaakt. Als gevolg daarvan heb ik hem altijd met veel belangstelling gevolgd. Hij werd de beste zesdaagserenner van zijn tijd en ook op de weg behaalde hij resultaten waar iedere Nederlandse renner van tegenwoordig jaloers op zal zijn. Dat hij de carrière heeft gemaakt die hij heeft gemaakt heeft alles te maken met zijn persoonlijkheid en zijn karakter. Ik heb hem in mijn boek ‘Karaktermens Peter Post’, volop de eer gegeven die hem toekomt. Hij was geen voorstander van het boek, maar toen het er eenmaal was en hij het had gelezen is onze relatie verbeterd. We zijn geen vrienden, maar we respecteren elkaar en Peter is een van mijn informanten met wiens hulp ik deze weblog vul. In mijn geboortedagrubriek komen heel veel renners langs met wie hij nog heeft gereden of die in een van zijn ploegen hebben gezeten. Peter heeft een goed geheugen en zijn beschrijvingen over anderen zijn vaak zeer gedetailleerd en raak. Hieronder de ingekorte proloog van het boek, waarin ik beschrijf hoe en waar ik Peter Post voor het eerst heb gezien. De mooie foto van de 72-jarige wielergigant met Marianne Vos, een nieuwe Nederlandse gigant in het vrouwenwielrennen, is van mijn goede vriend Henk Theuns.

Geplaatst door Fred van Slogteren, 12 november 2006 0:00

Franco MARVULLI (1978, Zwitserland)

Bij de laatste Zesdaagse van Amsterdam was ik in de gelegenheid om hem van dichtbij gade te slaan toen hij even op het middenterrein liep. Franco Marvulli, een lange atletische vent van het type Indurain of Olano. Een van de beste zesdaagserenners van dit moment. Waarschijnlijk was hij nooit wielrenner geworden als hij met zijn ouders in 1988 niet verhuisd was. Geboren in Zúrich, nabij het vliegveld Kloten, verhuisden de Marvullietjes naar het stadsdeel Seebach en daar ligt al sinds mensenheugenis de wielerbaan Oerlikon. Daar werd de jonge Franco baanwielrenner. De villa van Arie van Vliet in Woerden heette Oerlikon, omdat de bewoner daar in 1953 wereldkampioen was geworden en hem dat voldoende geld opleverde om het mooie witte huis van zijn dromen te bouwen. Van Vliet was toen 37 jaar en bijna aan het eind van zijn carrière. Marvulli heeft waarschijnlijk nu al een mooie stulp, want ook zesdaagserenners verdienen tegenwoordig veel geld. Daar zullen de komende jaren nog wel de nodige Zwitserse Franken bijkomen, want Franco is sinds dit winterseizoen de vaste partner van Bruno Risi, de beste zesdaagsecoureur ter wereld. Risi vormde jarenlang een vast koppel met zijn zwager Kurt Betschart, maar die is gestopt met wielrennen. Marvulli is de ideale opvolger want de lange man uit de grootste stad van Zwitserland heeft een geweldige ausdauer die minstens gelijk is aan die van Betschart, maar qua explosiviteit is hij zeker de meerdere van zijn gestopte landgenoot. Het koppel Risi-Marvulli won gelijk de eerste zesdaagse van het seizoen in Maastricht en ik denk dat daar dit jaar nog wel enkele overwinningen bijkomen. Ik zal in Rotterdam met veel belangstelling een avondje naar ze gaan kijken.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 11 november 2006 0:00

Wout WAGTMANS (1929, overleden 16.08.1994, Nederland)

De foto die bij dit stukje staat hing in de jaren vijftig in menige jongenskamer. Woutje was ontzettend populair in die tijd. Niet vanwege zijn verschijning, want het was een scharminkelig mannetje aan wie je absoluuut niet kon zien dat hij het vermogen van een groot wielrenner had. En een groot renner was-ie, die helaas in de verkeerde tijd leefde. Hij reed het hele jaar door. Van februari tot en met oktober op de weg en daarna nog een hele reeks zesdaagsen. Hij nam nooit rust, leefde als god in Frankrijk en het geld dat met scheppen bij hem binnen kwam, ging er met emmers uit. Henk Faanhof, een collega uit die tijd noemt hem een moordgozer en een enorme loltrapper. ‘Als Wout binnenkwam dan veranderde er iets. Dan was het lachen geblazen en de hele boel vermaken. Maar hij kon ook geweldig fietsen. Hij kon goed bergop, een sprintje winnen van een kopgroep en zijn tijdrit was ook niet slecht. Maar hij had ook tomeloze aanvalslust en daarin werd hij niet afgeremd. Zeker niet door Pellenaars die altijd de aanval preekte.’ Het sloopte het kleine mannetje uit St.Willbrord vaak voortijdig en van de negen Tours waarin hij startte, reed hij er maar vier uit. Hij werd een keer vijfde in het eindklassement en een keer zesde. De Tour van 1956 had hij zelfs kunnen winnen, want hij reed op luttele dagen van Parijs in het geel. Vanaf de zevende etappe stond hij voorin het klassement en de dagen daarna eindigde hij steeds kort. In de 15e etappe pakte hij de gele trui en verdedigde die met verve. De Tourkoorts steeg in Nederland naar grote hoogte, maar in de 18e etappe kreeg hij te maken met een dijk van een inzinking en hij moest zijn trui afstaan aan de onbekende Franse regionaal Roger Walkowiak, een renner die normaal gesproken geen partij voor hem was. Wout reed die Tour wel uit en hij kwam volkomen uitgeput in Parijs aan. Zijn enige kans op eeuwige roem was verkeken. In de nadagen van zijn carrière ging hij nog stayeren en ook dat deed hij niet slecht maar wel op zijn manier. Ik herinner me dat hij als stayer eens in het Olympisch stadion reed met een aangeplakte baard en een sigaar in zijn hoofd. Dat was Wout, altijd gein maken. Zijn uitbundige levensstijl zorgde er voor dat hij geen cent aan zijn carrière overhield. Gelukkig erfde hij het transportbedrijfje van zijn schoonvader en met een grote steenfabriek als klant reed hij de stenen door het hele land. Hij overleed op 64-jarige leeftijd aan kanker.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 10 november 2006 0:00

Dietrich THURAU (1954, Duitsland)

In deze rubriek heb ik het vaak over talent en zelden over supertalent, want dat is zeldzaam. Thurau was een supertalent, want hij was een van de beste en stijlrijkste renners die ooit op een fiets heeft gezeten en het was een lust voor het oog hem te zien rijden. Hij had ook zeker ambitie en voldoende beroepsernst, maar zijn persoonlijkheid stond een gang naar de absolute wereldtop in de weg. Hij was bij wijze van spreken al een ster voor hij de pedalen één keer had rondgewenteld. Dat zat in hem, in alles was hij en voelde hij zich een superster. Hij werd al op zijn twintigste prof en toen had hij al vijf Duitse titels op zak. Op de baan en op de weg, want Didi was een alleskunner. Dat hij de absolute top niet bereikte heeft veel te maken met dat magische jaar 1977. Nog maar 22 jaar oud debuteerde hij in de Tour de France. Hij reed voor de TI-Raleigh-ploeg waar hij als snotneus van twintig direct het kopmanschap had opgeëist. Kuiper was in die Tour de eerste man van Raleigh, maar Didi pakte gelijk het geel in de proloog. Hij verstevigde zijn positie in de ook door hem gewonnen tweede rit. ‘Goed voor de firma’, dacht ploegleider Post, want Duitsland werd helemaal knettergek en de verkoopcijfers van Raleigh gingen er skyhigh. In de media domineerden de woorden 'das gelbe Trikot' en 'Spitzenreiter'. De Tour kabbelde verder en Thurau bleef maar in het geel. Een week, tien dagen, twaalf dagen. Pas in het tweede deel van de 15e etappe werd hij ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 9 november 2006 0:00

Jan RAAS (1952, Nederland)

Hij is met afstand de beste Nederlandse eendagsrenner aller tijden, maar al zijn grote overwinningen ten spijt is hij voor mij toch vooral het symbool van de patron. De man die het spel leidt. Wielrennen is een sport voor mannen die echt fietsen kunnen, maar ook een spektakel met een hoge amusementswaarde. Het publiek moet vermaakt worden en de volgende keer terugkomen en dat vereist regie. En Jan Raas was misschien nog wel een beter regisseur dan wielrenner. Zijn rol in de fameuze Raleigh-ploeg van Peter Post is groot, heel groot geweest en hij lijkt daarin wel meer op de Amstelvener dan hij ooit zal toegeven. Beide hebben in ieder geval sterk bijgedragen aan de professionaliteit van het Nederlandse cyclisme en ten tijde van Raleigh waren zij een unieke tandem, waarop al die successen zijn gebouwd. Hij heeft er ook voor gezorgd dat de betere profs van zijn tijd financieel enorm hebben geprofiteerd van de wijze waarop hij het criteriumfestival bestierde. Ook daarin toonde hij zich een groot regisseur. Er wordt door tal van oud-renners nog met veel respect over die tijd gesproken. Jan was als renner en regisseur soms keihard voor zichzelf en voor anderen en daarom ben ik er nooit goed achter gekomen, waarom hij als ploegleider niet de status heeft bereikt van een Driessens, een De Muer, een Post, een Ferretti om maar eens een paar namen te noemen. Het leek altijd of hij het met tegenzin deed. Er zijn mensen die de gijzeling van zijn gezin en het effect dat dat op hem had als oorzaak noemen. Maar toen was Raas al een aantal jaren ploegleider. Bij Rabobank heeft hij een perfecte organisatie neergezet, maar kwam toch ook met zijn broodheer in conflict, omdat je niet alles vanuit Zeeland kunt delegeren. Misschien heeft Post wel gelijk toen hij lang geleden zei: ‘het probleem van Jan Raas is, dat hij niet van het wielrennen houdt’. Het zou kunnen, maar ik herinner me hem het liefst in die laatste honderden meters van het WK 1979 in Valkenburg. Als je zo gepassioneerd en tegelijk koel berekenend een finale kunt rijden dan behoor je voor mij tot de allergrootsten uit de wielergeschiedenis. Daarom was ik een groot bewonderaar van Jan Raas, een begenadigd wielrenner met een kop er op. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 8 november 2006 0:00

Reginald MACNAMARA (1888, overleden 10.10.1971, Australië)

Als jongetje van een jaar of acht heb ik eens een film gezien uit 1935 die ‘Six Day Bike Rider’ heette. Het toonde de avonturen van een renner in een zesdaagse. De hoofdrol werd gespeeld door Joe E. Brown, in de beroemde film ‘Some like it hot’ uit 1960 goed voor de hilarische oneliner: “Nobody is perfect!”. Wat ik toen niet wist en later wel, was dat de rol van Brown in ‘Six Day Bike Rider’ gebaseerd was op de avonturen van Reggie MacNamara, een van de spectaculairste zesdaagseartiesten uit de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw. Hij werd de Iron Man genoemd, omdat hij zoveel viel. Twintig valpartijen in één zesdaagse waren geen uitzondering. Hij deed het er meestal om, omdat een deel van het publiek juist was gekomen om hem te zien vallen en de baandirecties hem er dan ook dik voor betaalden. Meestal liep het goed af, maar hij brak in zijn carrière zeventien maal een sleutelbeen, hij liep een schedelbreuk op, genas van ettelijke hersenschuddingen, brak en kneusde ribben bij de vleet, verbrijzelde zijn kaak, brak zijn neus en een been en hij werd meer dan 500 maal gehecht. De enige vrouwen die hij in zijn carrière ontmoette waren dan ook verpleegsters en het zal dan ook niemand verwonderen dat hij uiteindelijk met één van die zusters trouwde. MacNamara, geboren in Australië maar vanaf zijn 24e actief in de Verenigde Staten waar hij altijd is blijven wonen, was ook een geweldige wielrenner. Zo’n type als Piet van Kempen en Fritz Pfenninger die bij hoge snelheden nog konden versnellen. Hij won in zijn lange loopbaan – hij koerste nog toen hij al over de vijftig was - negentien zesdaagsen en hij heeft er onnoemelijk veel geld mee verdiend. ‘Racing in six days is a hard way to earn an easy living’, werd er eens over hem gezegd en zijn vermogen werd aan het eind van zijn carrière geschat op twee miljoen dollar. Van ‘that easy living’ is niet veel terecht gekomen, want hij stierf berooid op 83-jarige leeftijd, nadat hij de laatste jaren van zijn leven als portier een schamel loon had verdiend. Dan heeft Joe E. Brown het beter gedaan, gezien de foto van diens praalgraf die ik op internet vond.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 7 november 2006 0:00

Frank VANDENBROUCKE (1974, België)

Het hoogtepunt in de carrière van VDB is ongetwijfeld zijn overwinning geweest in Luik-Bastenaken-Luik 1999. De Côte de Saint-Nicolas was de scherprechter en Michael Boogerd begreep dat het daar moest gebeuren. Hij zette zich aan kop van een zestien man sterke kopgroep. Op de steile helling kwam hij inderdaad weg in die typische Boogerd-stijl. Niemand leek te kunnen volgen tot plots een renner in het Cofidis-shirt zich uit de groep losmaakte en met speels gemak richting Boogerd fietste. Het was er-op-en-erover en Frank Vandenbroucke zegevierde met overmacht in de Waalse voorjaarsklassieker met bijna uitsluitend grote namen op de erelijst. Nog maar 24 jaar oud en dan zo’n macht. De Vlamingen waren euforisch, hoewel het wonderkind zich bij voorkeur in het Frans verstaanbaar maakt. Hij won dat jaar nog veel meer, maar 1999 luidde ook zijn ondergang in. Doping. Het heeft weinig zin alles op te schrijven wat er sindsdien met de talentvolle Belg is gebeurd, want het resultaat is dat hij tot een vraagteken is verworden. Komt hij nog terug? Wordt het nog wat met hem? Wanneer is de volgende affaire? Welke ploeg wil hem nog hebben? Enzovoort, enzovoort. Het is vergelijkbaar met de teloorgang van Freddy Maertens zo’n 25 jaar geleden. Alleen had d’n Freddy nog een korte en hoogst merkwaardige wederopstanding en dat laat bij Vandenbroucke nog even op zich wachten. Als het ooit komt, want een vraagteken is een vraagteken. En de Vlaamse supporters? Die malen niet meer om de ooit zo bejubelde VDB; die hebben immers Tommeke. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 6 november 2006 0:00

Maarten TJALLINGII (1977, Nederland)

Tot dit jaar hadden veel mensen nog nooit van hem gehoord. Een mountainbiker die naar het wielrennen was overgestapt. Als wielrenner reed hij een exotisch programma, ver weg in Azië en Afrika. Wordt daar ook gefietst dan? Ja, daar wordt gefietst en heel goed, zeker in Azië. Maarten fietste enkele jaren in dat sympathieke ploegje met de toepasselijke naam Marco Polo. Als ontdekkingreizigers verkenden zij de grenzen van de wielerwereld onder leiding van Gudo Kramer. In Afrika staat de wielersport nog in de kinderschoenen, maar in Azië en met name in China wordt op hoog niveau gewielrend. In de moordende hitte over bergen die de drieduizend meter regelmatig overstijgen. Van Gudo hoorde ik dat de Chinese wielrenners bezig zijn met een ambitieus voorbereidingsprogramma voor de Olympische Spelen in 2008 in Peking. Daar willen ze schitteren en medailles halen en volgens Gudo zijn ze daar ook toe in staat. In dat land won Maarten Tjallingii dit jaar de Ronde van Quinghai Lake, nadat hij eerder tot ieders verrassing de Ronde van België had gewonnen. Hij won bij onze zuiderburen de eerste etappe en hij verdedigde zijn voorsprong in de rest van de ronde. Hij zat steeds voorin en hij kwam alle dagen in de tijd van de etappewinnaar over de streep. De ploeg van Maarten, Skil-Shimano, is een echte en hechte vriendenploeg met voor het merendeel jonge renners die voor elkaar willen werken. In de twee rondritten die Maarten dit jaar won is hij uitstekend door de ploeg gesteund. Of mijn verwachting dat de ProTour-ploegen voor het Friese talent in de rij zouden staan is bewaarheid, weet ik niet. Ik heb begrepen dat hij volgend jaar bij Skil-Shimano blijft en ik denk dat het een verstandige beslissing is. De ploeg heeft bewezen dat ze de kansen die ze krijgt met twee handen aangrijpt. Dat ze een winnaar in hun midden hebben geeft extra moraal en dat werkt naar twee kanten. Maarten Tjallingii is een verstandige en ambitieuze renner en we gaan zeker nog veel meer moois van hem zien. (Foto: © Philip van der Ploeg)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 5 november 2006 0:00

Nicolas FRANTZ (1899, overleden 12.11.1985, Luxemburg)

Van 1924 tot en met 1929 stond hij aan de start van de Tour de France. Hij werd een keer vijfde, een keer vierde, twee keer tweede en twee keer was hij de beste. In 1930 was hij nog volop in competitie en hij zou zeker een kanshebber zijn geweest als de Tour niet van formule was veranderd. De almachtige Henri Desgrange schakelde uit puur chauvinisme en zakelijk belang over van merkenploegen naar landenploegen en aangezien er in zijn vaderland maar enkele beroepsrenners waren, moest Frantz noodgedwongen verstek laten gaan. Ook bij het WK had hij een keer nadeel van zijn nationaliteit. Toen hij in 1929 in de eindsprint van een kopgroep van drie voor iedereen duidelijk zichtbaar als eerste de streep passeerde, presteerde de overwegend Belgische jury het om de als tweede gefinishte Belg Ronsse tot winnaar te verklaren. Fotofinishapparatuur bestond nog niet en TV-beelden waren nog science fiction. Niettemin is Nicolas Frantz niet als een verbitterd man gestorven, maar als iemand die trots was op zijn prestaties, die hem als eenvoudige boerenzoon voldoende geld hadden opgeleverd om in zijn geboorteplaats Mamer een mooie rijwielzaak te beginnen. Daar heeft hij vrijwel tot zijn dood dagelijks in gewerkt. Hij heeft zijn zaak nooit echt verlaten voor andere bezigheden, behalve in de jaren vijftig toen hij een aantal jaren ploegleider was van de Luxemburgse ploeg in de Tour de France. Als zodanig had hij het grote klimtalent Charly Gaul onder zijn hoede en hij was erbij toen de Engel van het Hooggebergte in 1958 de Tour won. Ze waren geen vrienden en hebben menigmaal ruzie gemaakt, omdat Frantz vond dat Gaul veel meer uit zijn talent had kunnen halen. En dat kon de oude meester weten, want hij heeft er zelf alles uitgehaald.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 4 november 2006 0:00

« Vorige 1 2 3  ... 639 640 641 642 643 644 645 646 647 648 649  ... 664 665 666 Volgende »