AERNOUTS, Bart (1982, België)
GHELLA, Mario (1929, Italië)
HONOREZ, Jeremy (1987, België)
OTSUKA, Wataru (1986, Japan)
PUSCHEL, Dieter (1939, overleden 31.03.1998, Duitsland)
SPILAK, Simon (1986, Slovenië)
VEN, Lambert van der (1937, Nederland)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 23 juni 2008 5:00

Thomas VOECKLER (1979, Frankrijk)

Geboren in de omgeving van Straatsburg bracht Thomas het grootste deel van zijn jeugd door in Martinique, een van de laatste Franse kolonies in Zuid-Amerika. Daar leerde hij de eerste beginselen van het wielrennen. Op zijn dertiende jaar verloor hij zijn vader en op zijn zeventiende keerde hij naar Frankrijk terug om er voor sportleraar te gaan studeren. Hij was toen al een aardige wielrenner die bij de amateurs goed mee kon komen. In 2001 werd hij beroeps- renner bij een onbeduidend ploegje. Hij toonde zich een strijdlustige renner en in 2003 kreeg hij een contract bij Brioches La Boulangère, een ploeg die in 2004 op de startlijst stond van de Tour de France. In dat jaar werd de onbekende Voeckler tot ieders verbazing Frans kampioen en in de nationale trui slaagde hij er in om in de Tour van 2004 in één klap een nationale held te worden. De vierde etappe was een ploegentijdrit en daar deelde Lance Armstrong een gevoelige tik uit aan de concurrentie. De Amerikaan was op weg naar zijn zesde Tourzege en niemand twijfelde daar nog aan. Maar een dag later zocht het peloton rust na de slopende ploegentijdrit en een groepje van vijf man kreeg de gelegenheid te gaan lopen. Het waren de Deen Piil, de Zweed Backstedt, de Australiër O'Grady en de Fransen Casar en Voeckler. Ze werkten goed samen en ze bereikten een maximale voorsprong van ruim zeventien minuten. Toen ging het peloton wat doen, maar ook weer niet al te fanatiek. De achterstand werd teruggebracht tot 12 minuten en 33 seconden en O'Grady won de rit in Chartres. De volgers hadden toen al lang uitgerekend dat die renner in de Franse kampioenstrui de best geplaatste in het klassement was en hij dientengevolge het geel mocht aantrekken. Het stond hem goed, maar niemand kon vermoeden dat hij het kleinood maar liefst twaalf dagen zou dragen. Dat had te maken met het feit dat Armstrong het wel prima vond dat alle aandacht nog niet naar hem uitging. Maar toen er voor het echie gekoerst ging worden in de bergen, toen verdedigde Voeckler zijn trui met een inzet die de Fransen al jarenlang niet van een landgenoot hadden gezien. Keer op keer werd hij gelost, maar evenzoveel keren kwam hij weer aan het front terug. De TV-camera's kregen er geen genoeg van en Voeckler werd het idool van alle Fransen. Uiteindelijk moest hij capituleren en ging het geel andermaal naar Armstrong. De naam Voeckler was gevestigd. Hij heeft sindsdien nauwelijks nog iets opzienbarends gepresteerd, maar bij Bouygues Telecom is hij nog altijd de onbetwiste kopman. Dat komt omdat de Franse TV hem direct ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 22 juni 2008 5:00

Toni MERKENS (1912, overleden 20.07.1944, Duitsland)

Tussen 1933 en 1937 was Toni Merkens een van de beste amateursprinters in de wereld. De sprint was in die tijd heel populair en het wemelde inter- nationaal van het talent dat zich in dit lucratieve onderdeel van de wielersport wilde bekwamen. In eigen land werd Merkens drie maal nationaal kampioen en één keer wereldkampioen. Dat was in 1935 en hij versloeg zijn Nederlandse concurrenten Arie van Vliet en Jef van de Vijver. Een jaar later waren er de Olympische Spelen in Berlijn. Merkens was de grote favoriet van alle Duitsers en Arie van Vliet kon volgens al zijn Nederlandse supporters niet verliezen. In de eindstrijd leken de Nederlanders gelijk te krijgen. Arie stevende op goud af, tot de in Keulen geboren Merkens een zwieper uitdeelde die de Woerdenaar direct kansloos maakte. Van Vliet diende uiteraard een protest in en de jury kwam tot de merkwaardige uitspraak dat Merkens inderdaad de regels had overtreden en dat hem daarvoor een boete van 250 Duitse marken werd opgelegd. De gouden medaille mocht hij echter behouden. Van Vliet voelde zich daardoor zo gepakt dat de adrenaline zijn oren uitspoot toen hij de volgende dag de kilometer tijdrit moest rijden. Niemand kwam in de buurt van zijn tijd en zo kreeg ook Arie goud. In 1937 werd Merkens prof en hij legde zich behalve op het sprinten ook toe op het rijden achter de grote motoren. In 1940 werd hij in die discipline kampioen van Duitsland en twee jaar later kreeg hij die trui nogmaals, maar nu als sprinter. De Tweede Wereldoorlog was toen echter al in volle gang en Merkens moest ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 21 juni 2008 5:00

André de KORVER (1915, overleden 25.02.1990, Nederland)

Deze echte Rotterdammer was zestien jaar beroepsrenner. Dat is een hele tijd maar de jaren van de Tweede Wereldoorlog zaten daar in en toen stond het wielrennen op een laag pitje. Zeker internationaal, maar in de overige jaren van zijn carrière is De Korver ook nauwelijks de grens over geweest, behalve een geslaagd optreden in de Tour de France. In al die jaren behaalde hij acht overwinningen en daarom zal hij niet rijk van zijn sport zijn geworden. Het hoogtepunt van zijn wielerloopbaan is ongetwijfeld zijn eenmalige aanwezigheid in de Tour de France geweest. Dat was in 1939 toen de eerste kruitdampen van de oorlog al te ruiken waren. De KNWU, toen nog zonder de K van Koninklijke, had een achtmansploeg afgevaardigd. De gebroeders Albert en Toon van Schendel waren de routiniers die al meerdere malen waren gestart en etappes hadden gewonnen. Jef Dominicus en Janus Hellemons waren een jaar eerder ook al in de Tour geweest en Jan Lambrichs, Huub Sijen, Piet Gommers en André de Korver waren de debutanten. De ploeg presteerde ver boven verwachting. Weliswaar vielen Sijen en Gommers voortijdig uit, maar de overige zes haalden Parijs met de jonge Limburger Jan Lambrichs als de ontdekking. Als eerste Nederlander eindigde hij bij de eerste tien, een record dat pas in 1953 door Wout Wagtmans gebroken zou worden. Albert van Schendel eindigde als vijftiende en André de Korver was op een knappe 28e plaats de derde Nederlander. Hij had zijn zware lijf toch redelijk over de bergen gesjouwd en dat was een hele prestatie. Hij eindigde zes keer bij de eerste tien in een etappe met een tweede plaats in de 7e rit als hoogtepunt. Achter de Franse regionaal Raymond Passat ging de Feijenoorder als tweede over de finish in Bordeaux en als hij iets meer geluk had gehad dan was hij en niet Hans Dekkers de eerste Nederlander geweest die als Nederlander in de wijnstad had gezegevierd. Ik noemde hem net een Feijenoorder. Niet omdat hij ook heeft gevoetbald, maar wel omdat ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 20 juni 2008 5:00

Kees de Jongh (1938, overleden 13.05.1987, Nederland)

Voor een Noord-Hollander is er niks mooiers dan de Ronde van Noord-Holland winnen. De ultieme waaierkoers met een bulderende wind waar al zoveel kleppers uit andere delen van het land de tanden op hebben stukgebeten. In 1961 was er ook weer zo'n Noord-Hollander die wilde winnen. Hij heette Kees de Jongh en hij kwam uit Westgraftdijk. Hij behoorde in die jaren tot de beste amateurs van ons land en hij had plannen om bij de beroepsrenners naam te gaan maken. Maar hij had pech die dag. Niet letterlijk, want lekke banden en andere malheur bleven hem bespaard. Nee hij had de pech dat er een andere renner was in grootse vorm die ook zijn zinnen op de ronde had gezet. Ze waren destijds ploeggenoten in de merkenploeg van Remington, waarvan de vader van Mart Smeets directeur was en de grote Gerrit Schulte ploegleider. En in die ploeg heerste hiërarchie, het recht van de sterkste. En de sterkste - ook toen al - was Jan Janssen, de gebrilde Nootdorper. En zo werd Jan één en Kees twee. Een paar maanden later moest Kees hem weer voor laten gaan. Dat was bij de samenstelling van de ploeg voor de Tour de l'Avenir. Bondscoach Middelink had Kees de Jongh al op zijn lijstje staan met nog zeven anderen. Maar ploegleider Sjefke Janssen gaf de voorkeur aan zijn naamgenoot Jan Janssen en die had betere argumenten. En zo ging Jan naar Frankrijk en bleef Kees thuis. Een jaar later mocht Kees wel mee, maar hij bleef ver in de schaduw van zijn ploeggenoten. Met totaal zeven etappezeges kwamen ze in het vaderland terug en iedereen was enthousiast. Niet voor Kees maar voor Jan, die drie etappes won en derde werd in het eindklassement. Natuurlijk won Kees ook mooie koersen, zoals de amateurklassiekers de Ronde van Drenthe en die van Gelderland. Maar een ster is hij niet geworden. Terwijl Jan weer overal wordt bejubeld vanwege het 40-jarig jubileum van zijn Tourzege, daar is Kees vergeten. Toch heeft hij op één punt ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 19 juni 2008 5:00

Lau VELDT (1953, Nederland)

Als zijn zoon Tim in augustus a.s. aantreedt bij de Olympische Spelen in Beijing dan zal Lau op de tribune zitten. En hij zal daar hopelijk weer dat gevoel ervaren dat hij in 1980 in Moskou voelde, toen hij zelf deelnemer was. Het is toen sportief niet geworden wat hij had gehoopt, maar hij wordt nog steeds emotioneel als hij de olympische vlam ziet, zei hij onlangs in Wieler Magazine. Lau Veldt was tussen 1974 en 1980 een sterke baanrenner die in die periode tien nationale titels behaalde. Op de onderdelen sprint en kilometer tijdrit en samen met Sjaak Pieters – de oudere broer van onze baancoach – op de tandem. Een jongen die zijn sport combineerde met een studie voor accountant en die nu financieel directeur is van een groot bouwbedrijf. Hoewel hij geen enkele druk op zijn zoon heeft uitgeoefend, werd die toch wielrenner en nog wel in dezelfde specialiteiten als zijn vader. Dat zal Veldt senior deugd doen, maar hij zal zijn talentvolle zoon niet lastig vallen met verhalen over vroeger. Hij is zelfs zo bescheiden dat hij bij het WK-toernooi in Manchester pas van de tribune …

Geplaatst door Fred van Slogteren, 18 juni 2008 5:00

Sven NYS (1976, België)

Sven is in zijn vaderland een publiekslieveling en dat is niet altijd leuk. Het legt een enorme druk op een renner en het komt nogal eens voor dat een jong talent onder die druk bezwijkt en roemloos in de vergetelheid verdwijnt. Sven Nys werd als veldrijder al groot geschreven toen hij nog junior was. Hij hoefde maar naar Eschenbach in Zwitserland af te reizen om er wereldkampioen te worden. Het werd een zeperd voor Sven, want het parcours was door de aanhoudende regen een technisch en fysiek te zware klus voor hem geworden en hij faalde jammerlijk. Sindsdien gaat hij door het leven als een groot talent met faalangst. Dat hij daar al jaren goed mee kan omgaan, wordt er niet altijd bijgezegd en dat is toch merkwaardig. Hij won al vijf keer de wereldbeker en zeven keer de Super Prestige en in 2005 won hij als eerste coureur de Grand Slam in het veldrijden. Dat betekent dat je in één seizoen zowel de nationale als de wereldtitel hebt behaald, de Super Prestige en de Trofee van de Gazet van Antwerpen hebt gewonnen en eerste staat op de ranglijst, die de UCI jaarlijks samenstelt. Na dat mislukte WK in Eschenbach wendde Sven zich tot een psycholoog en die heeft hem waarschijnlijk van een aantal onzekerheden verlost. Van een notoire twijfelaar veranderde hij in een zelfbewuste sportman die weet wat hij kan en waard is. Hoewel het hem in het WK nog wel eens tegen zit, is hij onbetwist de beste van de huidige generatie en hij weet dat zelf maar al te best. Anders schrijf je niet – in navolging van Jan Cremer – een boek met de titel: IK SVEN NYS. Het is geen onverbiddelijke bestseller geworden, maar wel een bevestiging dat Sven Nys een …

Geplaatst door Fred van Slogteren, 17 juni 2008 5:00

AL, Thijs (1980, Nederland)
AZANZA SOTO, Jorge (1982, Spanje)
BUUTS, Piet (1940, overleden 09.01.1988, Nederland)
COBELO FOJO, Jesus (1977, Spanje)
DEKKERS, Hans (1928, overleden 30.08.1984, Nederland)
ENGELS, Addy (1977, Nederland)
FISCHER, Murilo (1979, Brazilië)
HARINGS Peter (1961, Nederland)
HOUTERMAN, Jan (1961, Nederland)
JONG, Guus de (1934, Nederland)
KRIKILION, Dirk (1960, België)
LIGTHART, Pim (1988, Nederland)
PAS, Jos van der (1967, Nederland)
PECHARROMAN, José Antonio (1978, Spanje)
PEREZ RODRIGUEZ, Luis ((1974, Spanje)
SCHRÖDER, Jan (1941, overleden 04.01.2007, Nederland)
TEMMERMAN, Tom (1988, België)
WOLF, Jean-Noël (1982, Frankrijk)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 16 juni 2008 5:00

Giorgio ALBANI (1929, Italië)

Een man die op topniveau zo’n 25 jaar in de internationale wielerwereld heeft meegedraaid. Eerst elf jaar als coureur en daarna als ploegleider en adviseur van grote wielrenners, waaronder Eddy Merckx, de grootste van allemaal. Albani was beroepsrenner van 1949 tot en met 1959 en hij reed in die periode vrijwel onafgebroken voor het merk Legnano. Iedere liefhebber van Italiaanse topfietsen begint bij het horen van die naam spontaan te watertanden. Legnano, Bianchi, Colnago en Masi zijn nu eenmaal de topmerken als het om Italiaanse fietsen gaat. In het tijdperk van Coppi, Bartali en Magni kreeg Albani niet de aandacht die hij verdiende, zeker internationaal niet. Alle aandacht ging in die tijd naar die drie campionissimi maar het was ook wel een beetje zijn eigen schuld. Hij reed vrijwel uitsluitend wedstrijden in eigen land en was daarin redelijk succesvol. Hij heeft een aantal overwinningen op zijn naam staan in semi-klassiekers met uitsluitend Italiaanse renners aan de start. Hij reed negen keer de Ronde van Italië, maar nooit de Tour of de Vuelta. Een tiende plaats in 1952 was zijn beste prestatie en het feit dat hij totaal zeven etappes won, doet vermoeden dat hij toch meer een eendagsrenner was die niet dagenlang achtereen geconcentreerd kon zijn. In het laatste jaar van zijn profloopbaan stapte hij over naar Molteni. Daar ontdekte hij als oudere renner dat hij erg goed was in het coachen van jonge renners. Hij bracht ze de geheimen van het vak bij en had een vriendelijke vaderlijke benadering, waar die jonkies goed op reageerden. Zo werd hij bijna als vanzelf assistent-ploegleider en vanaf 1961 eerste ploegleider, verantwoordelijk voor het technische beleid. Hij bouwde aan een sterke ploeg met kopmannen als Dancelli, De Rosso en Messina en later Gianni Motta. In 1971 deed hij een stapje terug. Dat was het jaar dat Eddy Merckx met zijn ploeg knechten bij Molteni kwam. Albani werd de persoonlijke adviseur van De Kannibaal en hij was diens belangrijkste coach bij de succesvolle aanval op het werelduurrecord in Mexico op 25 oktober 1972. Albani, toen al weken in Mexico aanwezig, ontwierp aan de hand van de trainingen het rondenschema,waaraan Merckx zich stipt moest houden en samen met de Belg René Jacobs begeleidde hij hem van ronde tot ronde. Staand langs de baan gaf hij alle informatie door die relevant was en Jacobs was de menselijke klok, die als een schaatscoach ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 15 juni 2008 5:00

ALING, Jan (1949, Nederland)
GAVAZZI, Mattia (1983, Italië)
HEIDEN, Eric (1958, Verenigde Staten)
PATANCHON, Fabien (1983, Frankrijk)
RÄKERS, Stefan (1966, Nederland)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 13 juni 2008 22:00

« Vorige 1 2 3  ... 608 609 610 611 612 613 614 615 616 617 618  ... 690 691 692 Volgende »