Adolf CHRISTIAN (1934, overleden 08.07.1999, Oostenrijk)

Het was een hele verrassing toen er in 1957 een volslagen onbekende Oostenrijker derde werd in de Tour de France achter het jonge supertalent Jacques Anquetil en de Belg Marcel Janssens. Oostenrijk, kwamen daar wielrenners vandaan? Wielrenners kwamen uit Frankrijk, Italië en België en Spanje, Zwitserland, Luxemburg en Nederland waren toen een soort B-landen. En verder waren er nauwelijks wielrenners, zeker niet uit Oostenrijk dat met een zeer fout imago uit de tweede wereldoorlog was gekomen en toen nog onder supervisie stond van de Sowjet Unie en de westerse geallieerden. Het was de tijd van de landenploegen en die eenzame Oostenrijker werd ingedeeld in de Zwitserse ploeg, met mannen als Carlo Clerici, Rolf Graf en Max Schellenberg. Christian was een renner die vooral in het hooggebergte goed meekon, want zonder ook maar één keer in een etappe het podium te hebben bereikt, werd hij derde in de eindklassering op 17 minuten en 26 seconden van de winnaar. Jacques Anquetil was toen pas 21 jaar en in zijn debuutjaar won hij maar liefst vier etappes en de hele ronde. Als die ronde door Bobet was gewonnen, dan had de prestatie van Christian ongetwijfeld meer aandacht gekregen, maar Anquetil trok met zijn wonderbaarlijke resultaten alle superlatieven naar zich toe. Anquetil won de Tour in de jaren zestig nog vier keer en Christian, geboren in Wenen, kwam nog drie keer terug in het Franse spektakel. Bij lange na kon hij zijn prestatie van 1957 niet herhalen en in 1962 besloot hij weer amateur te worden. Ik was hem eigenlijk al vergeten toen ik in augustus 1999 in Wieler Revue zijn necrologie las. De goede Wim Amels schreef toen dat Christian als amateur twee keer kampioen van zijn land was geweest en dat hij de Ronde van Oostenrijk had gewonnen. Een jaar voor zijn ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 2 juni 2008 22:00

BEERS, Jos van (1948, Nederland)
BONDAREV, Bogdan (1974, Oekraïne)
FARRAR, Tyler (1984, Verenigde Staten)
GEERTS, Co (1926, overleden 10.01.1957, Nederland)
HOVELYNCK, Kurt (1981, België)
KERFF, Marcel (1886, overleden 07.08.1914, België)
NIJBOER, Erwin (1964, Nederland)
QUENTIN, Maurice (1920, Frankrijk)
VERCAMMEN, Jörgen (1984, Nederland)
VISENTINI, Roberto (1957, Italië)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 1 juni 2008 22:00

Michael RASMUSSEN (1974, Denemarken)

Het is al bijna een jaar geleden. The rise and fall van deze merkwaardige Deen. In juni 2007 was hij enige tijd zoek. Als hij toen die toevallige ontmoeting niet had gehad met die Italiaanse oud-renner, die als verslaggever voor de televisie werkt, dan zou Rasmussen nu de gelauwerde Tourwinnaar zijn geweest die als een van de grote kanshebbers voor de Tour 2008 zich aan het voorbereiden was in Italië, Mexico or wherever. In plaats daarvan is zijn positie nog steeds onduidelijk. Een gesprek om met Rabobank tot een vergelijk te komen is mislukt en de rechtzaak begint over enkele dagen. Als de rechter gesproken heeft moet de bank misschien over de brug komen of misschien ook niet. En dan zijn we weer bij af, met de vraag of Rasmussen nu nog wielrenner is of niet? Hij is niet geschorst, maar geen ploeg wil hem hebben. Hij is voor het leven veroordeeld vanwege een leugentje en meer niet. In ons land woont een voormalig minister van financiën en later premier die het Nederlandse volk in barre tijden een tijdelijke bijdrage vroeg voor de staatskas en daar nooit meer op is teruggekomen. Een leugentje dat ons nog steeds tientallen miljoenen per jaar kost. In Amerika is een president aan de macht die om zijn pappie (read my lips!) te wreken zo oorlogszuchtig werd dat hij de wereld een fabeltje op de mouw spelde over vernietigingswapens, die er niet waren. Een leugentje dat duizenden doden kostte en nog steeds - meen ik - een miljard dollar per dag kost. Die premier van toen geniet nu van het respect voor een staatsman in ruste en die president gaat dat vanaf volgend jaar doen. Geen mens die ze een strobreed in de weg legt. Maar een wielrenner moet roomser zijn dan de paus en voor het leven gestraft worden. Ik heb niet de indruk dat Michael Rasmussen armlastig is, maar hij is wel ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 31 mei 2008 22:00

Robert GESINK (1986, Nederland)

Hij wordt vandaag 22 jaar en wat hebben we al een plezier van deze jonge Achterhoeker gehad. Er staat weliswaar nog geen grote overwinning op zijn naam, maar voor mij zijn twee prestaties van hem maatgevend voor zijn mogelijkheden. De wijze waarop hij vorig jaar in de finale van de Waalse Pijl de Muur van Huy besprong, was grote klasse. Daar reed iemand die zijn eigen krachten niet kende en door onervarenheid zijn opmars veel te laat inzette. Een negende plaats telt natuurlijk niet mee, maar voor de echte liefhebbers was zijn exploit zoiets als het waarnemen van het eerste sneeuwklokje. Nog veel meer indruk maakte hij dit vroege voorjaar in Parijs-Nice toen hij op overweldigende wijze de Mont Ventoux bedwong met slechts Cadel Evans steunend en kreunend in zijn wiel. Hij verdiende er de leiderstrui mee die hij uiteindelijk weer moest inleveren omdat hij in de voorlaatste etappe tijdens de afdaling van de Tanneron in het pak werd gedaan door enkele gelouterde profs onder aanvoering van Davide Rebellin. Hij heeft de mogelijkheden om een hele grote renner te worden als hij tenminste ook op topniveau kan tijdrijden, want dat weten we gewoon nog niet. Hij heeft veel talent en ook voldoende zelfbewustzijn, maar het zal nog moeten blijken of hij ook het vereiste koersinzicht heeft en de koersintelligentie om te kunnen profiteren van de fouten van anderen. Daar komt het in het wielrennen op aan, als je tenminste geen Merckx heet die uit kon gaan van zijn eigen kracht. Hoever Robert Gesink gaat komen is de vraag, ik hoop heel ver en tot aan de top en dat zal in ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 30 mei 2008 22:00

Peter WROLICH (1974, Oostenrijk)

Zijn geboortestad Wenen is het centrum van de wals. De scheppingen van Johan Strauss c.s. hebben weinig met wielrennen te maken, maar ik herinner me wel een uitspraak van Ruud Bakker, de meestersoigneur in het gevolg van Peter Post. Hij vertelde me eens welk gevoel hij had als hij bij Post in de auto de Raleigh-ploeg een ploegentijdrit zag rijden. ‘Je ziet het dan gebeuren, dan slingert het zo door die dorpjes heen. Het is net een Weense wals. Je kunt er muziek achter zetten en het is dansen.’ Daar moest ik aan denken toen ik me verdiepte in Peter Wrolich. Of hij als geboren Wener veel met walsen heeft weet ik niet, maar walsen is draaien en als het op draaien aankomt is hij een goede renner. De Draai van de Kaai heeft hij nooit gewonnen, maar wel Rund um Köln en Rund um die Hainleite. Dat zijn zo’n beetje de hoogtepunten van zijn palmares, want der Peter is primair een zeer gewaardeerde helper in de Gerolsteiner-ploeg. Daar rijdt hij al sinds 1999 voor, het jaar dat hij beroepsrenner werd. Hij staat te boek als een sprinter, maar in zuivere snelheid komt hij tekort tegen mannen als Petacchi, McEwen en Freire. Bovendien is hij in de finale meestal al uitgepierd door het vele werk dat hij dan al verzet heeft. Hij voelt zich het beste thuis in de vlakke voorjaarsklassiekers, want van het hooggebergte moet hij het niet hebben. Althans op de fiets, want op de skies is hij heel wat mans. Hij wordt vandaag 34 jaar en het einde van zijn carrière nadert. Wat hij daarna gaat doen is nog duister, maar het zou best eens kunnen dat hij het grillrestaurant van zijn ouders overneemt. Of misschien wordt hij wel ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 29 mei 2008 22:00

Raimund DIETZEN (1959, Duitsland)

Hij staat bekend als de Spaanse Duitser, want hij reed vrijwel zijn gehele profcarrière (1981-1990) in Spaanse dienst en hij presteerde uitsluitend in Spaanse wedstrijden. In de Tour maakte hij nooit wat klaar, maar in de Vuelta werd hij twee keer 2e, een keer 3e, een keer 4e en een keer 7e. Met zo’n reeks kun je thuiskomen, maar dat huis staat nog altijd in Spanje. Alleen beroepsmatig is hij thuisgekomen, want Dietzen is al enkele jaren ploegleider bij de Duitse formatie van Gerolsteiner. Raimund Dietzen was eigenlijk een onopvallende renner, want van grootse daden is weinig bekend. Hij bereikte zijn ereplaatsen in de Ronde van Spanje door een geruisloze regelmaat. Het meest bekend is hij geworden door een zware valpartij in de Vuelta van 1989. In een onverlichte tunnel ging hij hard onderuit en de gevolgen van die val hebben zijn carrière bekort. Een jaar later nam hij afscheid, maar hij verdween niet uit het nieuws. Hij besloot de organisatie van de Ronde van Spanje voor het gerecht te slepen, wegens schuld aan zijn val. Zeventien jaar lang procedeerde hij en toen kreeg hij van de rechter gelijk. Unipublic moest ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 28 mei 2008 22:00

Wim VANHUFFEL (1979, België)

‘De Giro van 2005 zorgde voor een kentering in de loopbaan van Wim Vanhuffel. Ineens veranderde de brave knecht in een potentiële rondewinaar.’ Dit schreef mijn collega Bart De Schampheleire twee jaar geleden in Wieler Revue. Terecht want Vanhuffel had in die Giro een puike prestatie neergezet. Hij was in het hooggebergte met de besten meegeklauterd en als elfde in het eindklassement naar België weergekeerd. Hoewel Vanhuffel in dat interview aangeeft dat die prestatie geen druk bij hem veroorzaakte omdat iedereen nu ineens van alles van hem verwachtte, is er sedertdien niet zo veel meer uitgekomen. Na die elfde plaats volgde in 2006 een 17e plaats in de Giro en in 2007 een 26e stek in de Vuelta. Bleke resultaten voor de klimmer uit de Vlaamse Ardennen. Verder hoorden we vrijwel niets van hem, behalve dan zijn etappewinst in de Coppi-Bartali Week van vorig jaar. De oorzaak staat wellicht ook in dat interview, want De Schampheleire schreef: Wim Vanhuffel zou niet genoeg voor zijn sport leven, wordt wel eens gezegd. Want hij eet wel eens frieten en drinkt graag een stevig glas bier. Vanhuffel ontkent dat niet en verdedigt zijn levenswijze met de woorden: ‘Ik leef graag, dus vind ik dat af en toe een friet en een biertje moet kunnen. Wat is trouwens perfecte voeding?’ Als ik dat lees, denk ik terug aan de dagen van Jacques Anquetil die tijdens een etappekoers nog wel eens ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 27 mei 2008 22:00

Jos DE BAKKER (1934, België)

Tussen Jef Scherens, zevenvoudig wereldkampioen sprint bij de profs in de jaren dertig en veertig en Patrick Sercu, twee keer wereldkampioen in de jaren zestig op hetzelfde onderdeel, zat Jos De Bakker als de beste sprinter van België. Niet zo succesvol als de twee bovengenoemde heren, maar wel vijf keer kampioen van zijn land bij de amateurs en acht keer bij de profs. Bij de beroepsrenners werd hij maar liefst vier keer derde bij het WK. Hij was tussen 1957 en 1968 een vaste waarde in het elitegroepje beroepssprinters dat overal in Europa contracten afwerkte. Zijn grootste internationale succes was het winnen van de Grote Prijs van Parijs in 1957. Hij reed ook zesdaagsen en daarvan heeft hij er één gewonnen. Dat was in Madrid in 1963 en zijn maat was een van de beste zesdaagsecoureurs uit de geschiedenis: Rik Van Steenbergen. Na zijn carrière verbleef De Bakker nog vele jaren in sportpaleizen als dernygangmaker. Van Wim van Eyle hoorde ik onlangs nog een leuke anekdote met Jos De Bakker in de hoofdrol. Sprinters wilden nog wel eens sur place gaan staan en dat deden ze op een keer in de bocht voor de tribune van het Olympisch Stadion waar Wim zat. Het kijken naar twee stilstaande renners gaat gauw vervelen en het publiek werd na een aantal minuten wat rumoerig. Amsterdammers gaan dan ook wat roepen en zo'n rasechte Mokummer riep: 'Hé De Bakker! Gaan! En neem dan een hallefie wit mee! GESNEDEN!'(Foto: archief Wim van Eyle)

De andere op 27 mei geborenen zijn:

BARTOLI, Michele (1970, Italië)
BEKKER, Maurice de (1989, Nederland)
BEYSSENS, Herman (1950, België)
DE POORTERE, Ingmar (1984, België)
DE WEERT, Kevin (1982, België)
GIORDANI, Leonardo (1977, Italië)
HARY, Maryan (1980, Frankrijk)
HEEREN, Marijn (1915, Nederland)
MARTENS, René (1955, België)
WALGIEN, Jorriet (1982, Nederland)
WIJDENES, Cor (1919, Nederland)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 26 mei 2008 22:00

Jean GRACZYK (1933, overleden 27.06.2004, Frankrijk)

In de tijd dat Nederlandse renners als Wim van Est, Wout Wagtmans en Gerrit Voorting grote prestaties leverden in de Tour de France reden er ook een aantal Franse renners van Poolse afkomst. Stablinski was de bekendste, maar Jean Graczyk een van de opvallendste. Ook zijn vader was naar Frankrijk gekomen uit economische noodzaak en die vestigde zich rond 1930 in Neuvy-sur-Barancheon ergens in het midden van Frankrijk in het departement Cher. Daar werd Jean Graczyk geboren en hij viel er direct op vanwege zijn witblonde haar. Ook als wielrenner wist hij altijd op te vallen want hij was snel en strijdlustig. Popov, zoals zijn bijnaam luidde, begon zijn beroepscarrière in 1957 met een zilveren medaille op zak. Die had hij behaald als lid van de viermansploeg ploegachtervolging op de baan, die bij de Olympische Spelen van Melbourne in 1956, nipt verslagen werd door de Italianen met Ercole Baldini in de gelederen. Als beroepsrenner werd hij een goede subtopper die veel won, maar geen echte grote koersen, hoewel hij er in 1960 vier keer heel dicht bij was. In dat jaar werd hij tweede in Milaan-San-Remo, tweede in de Ronde van Vlaanderen, derde in Parijs-Brussel en derde in Luik-Bastenaken-Luik. Hij won in 1961 de etappekoers Rome-Napels-Rome welke wedstrijd de voorloper was van de Tirreno Adriatico. Zijn grootste successen behaalde Graczyk echter in de Tour de France. Hij startte zeven keer, won er vijf etappes en werd twee keer winnaar van het ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 25 mei 2008 22:00

Jean-Pierre DANGUILLAUME (1946, Frankrijk)

Ergens in de jaren negentig kochten mijn vrouw en ik een conversatiecursus Frans om ons verder in die taal te bekwamen. Het was een ringbandmap met veel drukwerk en een ris CD’s waarop huis-en-tuin gesprekken te horen waren, uitgesproken door inwoners van Tours de stad waar het beste Frans gesproken wordt van dat hele land. Een van die personen was Jean-Pierre Danguillaume, geboren in Tours uit een echt wielergeslacht, want zijn vader André was er een van vijf fietsende broers. Camille (winnaar van Luik-Bastenaken-Luik in 1949), André, Jean, Marcel en Roland Danguillaume. Behalve Jean-Pierre kreeg André nog een zoon die ook beroepsrenner was en die Jean-Louis Danguillaume heet. Van al deze mannen heeft Jean-Pierre met oom Camille het meest bereikt, hoewel hij niet de renner is geworden die men als amateur in hem zag. Hij won in 1969 de Vredeskoers en dat was in die tijd een referentie waar je mee aan kon komen. Dat heeft Jean-Pierre niet waar kunnen maken, hoewel zijn palmares mooie overwinningen bevat als de Midi Libre, de Tour de l’Aude en nog meer koersen die in Frankrijk hoog staan aangeschreven. Hij kwam het best tot zijn recht in de Tour de France. Niet omdat hij hoge ogen gooide in het eindklassement, maar omdat hij een sterk en strijdlustig coureur was die zich graag liet zien. Hij won totaal zeven etappes en zijn beste uitslag was een dertiende plaats in 1974. In de Ronde van Spanje werd hij nog een keer zevende. Hij stopte in 1978 en werd ploegleider onder andere van de Coöp-Mercier ploeg waarvan Joop Zoetemelk na zijn twee jaren bij Raleigh de kopman was. Jean-Pierre Danguillaume is vooral de geschiedenis ingegaan als een sympathieke man met een sterke persoonlijkheid. Iemand met beschaving en eruditie wiens ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 24 mei 2008 22:00

« Vorige 1 2 3  ... 602 603 604 605 606 607 608 609 610 611 612  ... 682 683 684 Volgende »