Henk PETERS (1941, Nederland)

De familie Peters uit Haarlem was een echte wielerfamilie. Gerard (Gé), Piet en Tonny waren drie broers, die alle drie intensief de racefiets hebben bereden. Gé was de oudste en de beste en Henk, die vandaag 67 jaar wordt, was een zoon van een neef van de drie broers. Hij was in de jaren zestig drie jaar beroepsrenner bij de Caballero-ploeg. Het sigarettenmerk leidde een wat sober bestaan in de periferie van de rokersmarkt tot de geniale reclameman Maurits Aronson bedacht dat het pakje te goedkoop was. Hij adviseerde de directie van de Laurens sigarettenfabriek de prijs op te trekken tot het peil van de grote concurrenten Lexington en Roxy en in plaats van twintig 25 sigaretten in een pakje te stoppen. Het werd een groot succes en binnen korte tijd was Caballero marktleider in Nederland. En met al dat binnenkomende geld stapte de fabrikant van het tabaksbruine pakje de wielersport in om wat armlastige profjes te helpen. Een herenkapper uit Santpoort werd manager en Gé Peters, uitbater van een strandtent te Bloemendaal en een bruin café te Haarlem, werd ploegleider, voorzover hij daar tijd voor had. Pas aan het eind van de jaren zestig werd het serieus en in 1970 deed een Caballero-ploeg mee aan de Tour de France. Toen was Henkie echter al gestopt, want die reed voornamelijk criteriums. Voorzover ik kan nagaan heeft hij als prof nooit een koers gewonnen, maar hij was een attractieve, aanvalslustige renner die er van oom Gé altijd meer voor moest doen dan zijn ploeggenoten. Ik had hem een paar maanden geleden aan de telefoon en hij vertelde me dat hij al tijdens zijn wielercarrière in Zeeland was gaan wonen en dat hij in België zijn fortuin heeft gemaakt. Niet als wielrenner, maar als ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 22 december 2007 0:00

Niels SCHEUNEMAN (1983, Nederland)

Het nieuws dat hij stopte met wielrennen kwam enkele maanden geleden als een donderslag bij heldere hemel. Voor velen althans, maar de mensen die hem goed kennen zagen het al aankomen. Niels had de lust in het fietsen verloren na enkele mislukte seizoenen. Hij gold als een groot talent die drie medailles behaalde bij de wereldkampioenschappen. In 2001 behaalde hij als junior zilver in de wegwedstrijd en brons in de tijdrit. Twee jaar later voegde hij er als espoir nog een bronzen plak bij en wederom in het tijdrijden. Hij was er een uit de kraamkamer van de Rabobank, maar dat is niet altijd een garantie. Om tussen al dat talent een hoofdrol op te eisen valt niet altijd mee. Zeker voor Niels, wat dat is een bescheiden jongen die het moeilijk vindt om met een grote mond zijn plaats op te eisen. Hij probeerde de ratrace in 2004 te ontlopen door een contract te tekenen bij het Belgische Bodysol. Hij reed een paar goede wedstrijden, maar verpieterde al snel toen die ploeg fuseerde met het Spaanse Relax. Daar kreeg hij nauwelijks kansen. Rabobank heeft de naam verloren zonen weer op te nemen als ze de overtuiging hebben dat ze niet veel met een overstap zijn opgeschoten. Hij kreeg een plaats in de ProTour-ploeg maar ook dat werd geen succes. Hij mocht op voorspraak van Adri van Houwelingen mee naar de Vuelta, maar daar brak hij bij een val een middenhandsbeentje. Toen de bank hem geen contract meer aanbood, kwam hij dit jaar bij Unibet terecht. Toen deze ProTour-ploeg van de meeste startgelegenheid werd beroofd, was het weer voornamelijk thuiszitten voor de lange Groninger. Aan het eind van weer een verloren seizoen besloot hij dat dit geen zin heeft en hij zich beter op een toekomst buiten de wielrennerij kan concentreren. En zo wil hij verder met een fietsenwinkel. In Limburg, want dat is toch dé fietsprovincie van Nederland. Zijn beslissing geeft blijk van een goed verstand en omdat hij graag aan fietsen sleutelt zal het best wel goedkomen met zijn ambitie. En nou maar hopen dat hij zorgt voor een vierde ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 21 december 2007 0:00

Dries van WIJHE (1945, Nederland)

Dolle Dries is natuurlijk vooral bekend geworden als schaatser, maar hij kon ook een knap stukje wielrennen. Het was voor hem vooral een middel om de zomer door te komen, maar het sportleven begon voor hem pas echt goed als de vorst over de boerenkool was gegaan en hij zijn schaatsen kon aantrekken. Toch was hij als coureur heel wat mans, want hij won als amateurrenner meer dan vijftig koersen. Zijn mooiste overwinning was die in het kampioenschap van Nederland op de weg in 1973 voor amateurs. Hij mocht starten vanwege zijn reputatie, maar hij reed als individueel. Dus zonder sponsor. Favoriet voor de titel was natuurlijk zijn clubgenoot van wielervereniging De IJsselstreek Fedor den Hertog, destijds de beste amateur van Nederland en de hele wereld. Ook ene Gerrie Knetemann uit Amsterdam gooide hoge ogen in de voorbeschouwingen, waarin niemand de Keizer van het Kerkdorp enige kans toedichtte. Maar Dries van Wijhe kwam, zag en overwon en Fedor en De Kneet hadden het nakijken. Ondanks dit vertoon van macht was hij niet geïnteresseerd in een profbestaan, want het schaatsen was zijn eerste en grootste liefde. Tot op (voor een sportman) hoge leeftijd is hij het schaatsen trouw gebleven en hij bleef tot in zijn laatste wedstrijd een gevaarlijke klant. In 1978 liet hij zich op 33-jarige leeftijd toch nog strikken voor een profbestaan in de wielrennerij. Het was van korte duur, want na het behalen van enkele ereplaatsen in criteriums hield hij het voor gezien. Een vrolijke man, een kleurrijk figuur die het allemaal prima kon relativeren en er van genoot als hij zijn tegenstanders goed pijn kon doen. Op de fiets of op de schaats, dat kon hem niks schelen, hij demarreerde aan één stuk door tot het hele veld op apegapen stond. In een criterium lag hij eens volgens dat recept in gewonnen positie toen hij in de laatste ronde lek reed. Hij keek om zich heen, zag niets dat op een racekarretje leek en pakte toen de opoefiets van een bejaarde toeschouwster en kwam op dat vehikel als winnaar over de streep. Het kwam in alle kranten en Dries genoot. Toen hij bij een ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 20 december 2007 0:00

Joop DEMMENIE (1918, overleden 03.06.1991, Nederland)

Deze Rotterdammer was net voor de tweede wereldoorlog een van de beste amateurs van ons land. Dat mag je stellen omdat hij zowel in 1937 als in ’38 geselecteerd werd voor de Nederlandse ploeg voor het WK op de weg. En daar deed hij het lang niet gek, want in 1937 werd hij vierde in Kopenhagen en een jaar later was hij in Valkenburg derde achter de Zwitsers Knecht en Wagner. Daarmee was Joop Demmenie na Gerrit van de Berg in 1925 (3e) en Kees Pellenaars in 1934 (1e) de derde Nederlander die bij een WK op de weg voor amateurs het erepodium haalde. Hij moest toen nog twintig worden, maar hij vroeg voor 1939 een proflicentie aan. Er is altijd geschreven dat Jacques Hanegraaf de jongste prof ooit was, want die was op 1 januari 1981 21 jaar en 18 dagen. Demmenie was echter jonger, want op 1 januari 1939 was hij 21 jaar en 12 dagen. Maar wie ligt daar nog wakker van? In zijn eerste profjaar deed Demmenie het uitstekend, want hij won de semi-klassieker Brussel-Hozemont en hij werd tiende in de Ronde van Luxemburg. In de jaren daarna waren er nauwelijks nog prestaties, maar het was oorlog en voor renners was het toen bepaald niet makkelijk om aan wedstrijden deel te nemen. In 1944 vroeg hij geen licentie meer aan en hij leidde, volgens zijn neef Thom Demmenie een roerig leven. Hij was drie keer getrouwd en had ettelijke vriendinnen. Ook hield hij van grote auto’s en vakanties in zonnige oorden. Waar hij zijn geld mee verdiende was de familie niet duidelijk, maar hij had ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 19 december 2007 0:00

BRAJKOVIC, Janez (1983, Verenigde Staten)
BUYSSE, Achiel (1918, overleden 23.07.1984, België)
DIERCKX, Steven (1986, België)
GROOT, Bram de (1974, Nederland)
HUYSMANS, Jos (1941, België)
KOOT, Kees (1923, Nederland)
PESENTI, Guglielmo (1933, Italië)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 18 december 2007 0:00

ARGENTIN, Moreno (1960, Italië)
BECKERS, Wim (1962, Nederland)
BEEN, Nico (1945, Nederland)
DACQUAY, Jean (1927, Frankrijk)
GONZALES CAPILLA, Santos (1973, Spanje)
GUDSELL, Tim (1984, Nieuw Zeeland)
KRYS, Hubert (1983, Polen)
LOUVIOT, Raymond (1908, overleden 14.05.1969, Frankrijk)
PADRNOS, Pavel (1970, Tsjechië )
RETSCHKE, Robert (1980, Duitsland)
VAN DEN BERGHE, Anthony (1984, België)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 17 december 2007 0:00

Cyrille VAN HAUWAERT (1883, overleden 15.02.1974, België)

Hij is de aartsvader van het Belgische wielrennen en de enige echte ‘Leeuw van Vlaanderen’. Hij moet een geweldige renner zijn geweest en zijn wielertalent werd ontdekt door zijn eerste werkgever. Als twaalfjarig jongetje werkte hij als stoker in een alcoholfabriek. Voor de baas moest hij wel eens post wegbrengen op zijn gewone fiets. Hij deed dat zo snel, dat zijn patroon in hem een wielrenner zag, want Cyrieleke ad koersebêenn. Hij kreeg zelfs een koersfiets van zijn ontdekker, maar die kon hem toch geen blijvend werk garanderen. En zo kwam Cyrille op zijn 14e in de steenfabriek terecht. Dat was in Noord-Frankrijk, waar aan het begin van de negentiende eeuw veel Vlamingen de kost moesten verdienen omdat er in eigen land grote werkloosheid heerste. De jonge Van Hauwaert verdiende daar een loon dat net genoeg was om in leven te blijven, maar hij had zijn koersfiets en zijn koersbenen. In de weinige vrije uren die hem resten trainde en trainde hij en hij besloot in 1907 als individuele renner mee te doen aan Parijs-Roubaix, de grote koers in Noord-Frankrijk waar de gazetten vol van stonden. Alle grote renners van die tijd hadden de steun van hun sponsor en werden gegangmaakt, maar Van Hauwaert moest het zonder doen. Hij werd tweede en zijn naam was gevestigd. Met slechts twee reservebanden om zijn nek, twee eieren en een fles limonade in zijn koerstrui reed hij de koers die hij een jaar later zou winnen. In 1907 won hij wel Bordeaux-Parijs en in 1908 ook nog Milaan-San Remo. Het bijzondere was dat de fiets ook zijn enige vervoermiddel was. Ook om naar de wedstrijden te gaan en toen hij in Milaan van start ging had hij er al een fietstochtje van zo’n 1200 kilometer op zitten om na de koers weer vrolijk op huis aan te peddelen. Je kunt je dat nauwelijks meer voorstellen. Van Hauwaert reed tot 1915 en realiseerde een grootse palmares. Na zijn loopbaan werd hij rijwielfabrikant en het merk met zijn naam heeft lang bestaan. Een eeuw na zijn eerste grote overwinning kan gesteld worden dat Van Hauwaert geschiedkundig vooral een symbool is geweest. Hij leerde de Vlaming dat je niet bij de pakken moet neer zitten als je als een arme sloeber wordt geboren. De benen van ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 16 december 2007 0:00

Jacques MARINELLI (1925, Frankrijk)

In 1948 debuteerde hij de in de Tour de France, de toen 23-jarige Jacques Marinelli. Een klein kereltje, slechts 1 meter 62 hoog. Een slim en geinig koppie, had-ie, maar hij kon toen nog geen potten breken. Hij was van alle markten thuis. Kon goed klimmen, tijdrijden en ook nog eens redelijk aankomen. Een jaar later stond hij weer aan de start en hij werd de revelatie van de Tour van 1949. Als lid van de regionale ploeg Île-de-France met goede renners als Louis Caput, Dominique Forlini en Emile Idée zat hij de tweede dag al in de aanval. Dat was de etappe van Reims naar Brussel en hij werd tweede achter de Belg Roger Lambrecht. Twee dagen later zat hij weer van voren in de rit van Boulogne naar Rouen. Hij werd wederom tweede, maar in het algemeen klassement pakte hij het geel. En daar stond de kleine man op het podium in een veel te grote leiderstrui naar het uitzinnige Franse publiek te zwaaien. Tourdirecteur Jacques Goddet zag het met genoegen aan en keek aandachtig naar dat koppie met die zwarte kraaloogjes boven dat goudgele borstje dat ferm vooruitstak. La perruche, schreef hij die avond in l’Équipe en Jacques Marinelli ging sindsdien door het leven als de parkiet. Vijf dagen lang bleef hij de aanvoerder van het klassement, maar in de rit van San Sebastian naar Pau moest hij het gouden habijt afstaan aan Fiorenzo Magni, die toen nog deel uitmaakte van de ploeg der Italiaanse jongeren, met daarin ook Pino Cerami, de renner die jaren later als genaturaliseerde Belg op zijn oude dag nog een aantal klassiekers zou winnen. Magni bleef lang in het geel, maar de Tour eindigde in een adembenemend duel tussen de twee beste renners van de toenmalige wielerwereld: Fausto Coppi en Gino Bartali. Marinelli bleef in de buurt en in Parijs stond hij als derde fier op het erepodium naast het legendarische Italiaanse duo, met Coppi in het definitieve geel. Het was het hoogtepunt in de wielercarrière van de kleine man uit Blanc-Mesnil, een dorp in de buurt van Melun een industriestad ten zuidoosten van Parijs. Hij kwam nog vier keer naar de Tour, maar alleen in 1952 haalde hij Parijs. Als 31e, geen schaduw meer van de belofte uit 1949. Hij stopte in 1954 en ging in zaken. Dat deed hij prima, want hij werd een gefortuneerd man, die in 1989 nog eens alle Franse kranten haalde omdat hij ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 15 december 2007 0:00

Jean KIRCHEN (1919, Luxemburg)

De naam Kirchen is onverbrekelijk verbonden aan de Luxemburgse wielerhistorie en omvat maar liefst vier generaties. Het verst terug ligt de carrière van Victor Kirchen, een renner die nog in de negentiende eeuw werd geboren en in de jaren twintig van de vorige eeuw een goede Tourrenner was. Of hij de vader is van de broers Jean en Jim Kirchen weet ik niet, wel dat die twee broers dertien jaar in leeftijd verschillen. Zij hadden nog een broer die niet aan wielrennen deed, maar wel de wielerbacil doorgaf aan zijn zoon Erny. Dat was in de jaren zestig een heel behoorlijke coureur, maar hij is nooit beroepsrenner geweest. Wel werd Erny Kirchen de vader van niemand minder dan Kim Kirchen, de meest succesvolle wielrenner van de familie die nu tot de betere coureurs van het peloton behoort. Maar het gaat vandaag over Jean Kirchen, in zijn glorietijd beter bekend als Bim. Hij behoort tot de generatie van Luxemburgse renners van net na de tweede wereldoorlog. Toen sprak het kleine wielerland internationaal een behoorlijk woordje mee, met renners als Sjeng Goldschmit, Bim Diederich, Willy Kemp en Jean Kirchen, die onder leiding van de vooroorlogse tweevoudige Tourwinnaar Nicolas Frantz tot goede prestaties kwamen in de Tour en andere grote wedstrijden. Dat was nog voor de generatie van Charly Gaul, de grootste Luxemburgse renner aller tijden. Jean Kirchen was een uitstekende ronderenner, die tussen 1947 en 1950 vier maal aan de Tour de France deelnam. In 1948 en ’50 eindigde hij beide malen als vijfde in het eindklassement, terwijl hij in de andere twee jaar respectievelijk 17e en 13e werd. Hij was vier keer kampioen van zijn land, twee maal op de weg en twee maal in het veldrijden. Hij won in 1952 de Ronde van Luxemburg en hij was een keer zesde in het WK. Een mooie palmares zonder echte uitschieters. Jean Kirchen was jarenlang een ploeggenoot van onze eigen ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 13 december 2007 0:00

Kees van der WERELD (1955, Nederland)

Ik kende hem niet persoonlijk, maar ik herinnerde me hem als een van de betere veldrijders van Nederland, net voorafgaand aan de periode waarin Hennie Stamsnijder en Rein Groenendaal de lakens uitdeelden in het modderfietsen, zoals sommigen de cyclo-cross wel eens gekscherend noemden. Begin van dit jaar heb ik hem geïnterviewd voor het boekje ‘26 Rondjes in het Groene Hart’. Kees is namelijk geboren in Nieuwkoop op een van de mooiste stekken in dat gebied en in dat boekje vertellen 26 mensen, die iets met de racefiets hebben, over hun favoriete trainingsrondje in het Groene Hart. Kees beschreef het rondje dat hij het liefste reed en dat is ook het parcours van de clubklassieker van zijn vereniging UWTC in Uithoorn. Kees woont al jaren in Brabant, want daar is zijn werk, maar hij verklapte dat hij nooit een echte Brabander zal worden, want zijn roots liggen nog altijd in het gebied van de Utrechtse en Hollandse Venen.
Na zijn wielercarrière is Kees wielertrainer geworden en een hele goede. Wat ik niet wist is dat hij vier jaar lang als zodanig in Spanje werkzaam is geweest als bondscoach van eerst de Baskische en daarna de Spaanse wielerbond. Hij hield zich daar met name bezig met de jeugd en hij stond aan de wieg van de succesvolle wielercarrières van – hou je vast – Igor Astarloa, wereldkampioen 2003 en Oscar Pereiro, Tourwinnaar 2006. Allebei bellen ze nog regelmatig met Kees. Ook Haimar Zubeldia zette zijn eerste wielerschreden onder zijn toeziend oog. Dat is niet niks. Hij werkte ook jarenlang als trainer voor de KNWU, maar nu begeleidt hij nog slechts enkele jonge renners op individuele basis. Een van zijn pupillen is een van de talentjes uit het ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 12 december 2007 0:00

« Vorige 1 2 3  ... 601 602 603 604 605 606 607 608 609 610 611  ... 664 665 666 Volgende »