Piet van AS (1925, overleden 13.06.2001, Nederland)

Deze coureur uit Roosendaal reed maar liefst zestien seizoenen bij de beroepsrenners. In al die jaren reed hij bijna alleen maar criteriums en kermiskoersen. Daar was hij heel bedreven in, want met zijn koersinzicht en sprintvermogen reed hij bijna altijd prijs. En door onderweg ook de nodige premies mee te pikken, maakte hij het armoedige coureursbestaan van destijds lonend. Elf keer ging hij als winnaar over de meet en verder behaalde hij tientallen ereplaatsen. Hij reed ook een paar keer de Ronde van Nederland, maar Tours en Giro’s komen niet in zijn boekje voor. Piet van As stond bij zijn collega’s van toen bekend als een zuinig man, die het zuurverdiende geld niet over de balk smeet. Dat deden de meeste van zijn collega’s ook niet, maar Piet hield netto altijd iets meer over. Zo was hij met vlijtig sparen een van de eerste coureurs van zijn generatie die over een auto beschikte. Daar ging hij mee naar de koersen toe en om geld uit te sparen, nam hij altijd een paar collega’s mee. Die betaalden dan hun aandeel in de benzine en zo werd het autorijden weer iets goedkoper. Nu had Piet van een garagehouder vernomen dat hij nog op de benzine kon besparen door langzaam te rijden. Zestig, zeventig kilometer per uur was de beste snelheid en dan in z’n vier, dat scheelde liters brandstof, hield hij zijn collega’s keer op keer voor. Die waren daar niet altijd blij mee, want ze waren meestal met de trein naar Roosendaal gekomen om met Piet mee te rijden. En door dat langzame rijden ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 21 november 2007 0:00

Adrie WOUTERS (1946, Nederland)

‘Adrie Wouters reed slechts één seizoen in de profrangen mee. In de ploeg van Caballero onder ploegleider Gerard Peters nam hij in 1970 deel aan de Tour de France. Het was te zwaar voor de man uit Zundert, in de vierde rit kwam hij na het sluiten van de tijdcontrole binnen en werd uit de strijd genomen.’ Dit is alle tekst die ik tot voor kort over Adri Wouters heb kunnen vinden. Het staat in het boek ‘Nederlandse renners in de Tour de France’ van Wim van Eyle. Dit jaar kwam het boek ‘West-Brabantse Tourrenners’ uit en daarin heb ik veel meer informatie over Adrie Wouters gevonden. Het beëindigen van zijn profcarrière hield in 1971 direct verband met zijn trouwplannen. Hij kreeg een aanbieding van Kees Pellenaars om voor diens nieuwe Goudsmit-Hoff-ploeg te komen rijden à raison van negentig gulden per week. In verband met zijn op handen zijnde huwelijksplannen vond Wouters dat veel te weinig en hij deelde dat aan D’n Pel mee. Die reageerde met: ‘Dan trouwde toch nie’, maar dat was Adrie niet van plan en hij beëindigde zijn wielercarrière voorgoed. In de rest van het hoofdstuk dat over Adrie gaat, lees ik dat hij een zeer goede amateur was, die in het voorjaar van 1970 veertien overwinningen behaalde. In de maand juni tekende hij bij Caballero voor een jaarsalaris van vijfduizend gulden. Hij debuteerde als prof in de Dauphiné Liberé en hij deed zijn knechtenwerk zo goed dat Gé Peters hem selecteerde voor de Tour. In die vierde rit raakte hij ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 20 november 2007 0:00

ARNTZ, Marcel (1965, Nederland)
DILL-BUNDI, Robert (1958, Zwitserland)
JULICH, Bobby (1971, Verenigde Staten)
MAHÉ, André (1919, Frankrijk)
NORET, Jean (1909, overleden 11.11.1990, Frankrijk)
PASSERIEU, Georges (1885, overleden 05.05.1928, Frankrijk)
STRAATHOF, Jeroen (1972, Nederland)
VAN BONDT, Geert (1970, België)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 18 november 2007 0:00

Emile GOSSELIN (1921, overleden 13.03.1982, België)

Naar de naam Emile heeft hij niet vaak geluisterd, want hij stond bekend als Milou. Hij was een Waal, maar hij werd in Leuven geboren. Hij was een sprinter die in die discipline zeven keer kampioen van België was. Het hadden meer keren kunnen zijn, maar in zijn eerste jaren als prof was Jef ‘Poeske’ Scherens nog actief en dat was misschien wel de beste sprinter die de wereld gekend heeft. Toen Poeske in 1951 zijn loopbaan beëindigde nam Milou het vaandel over en droeg het op zijn beurt in 1957 ongeschonden over aan Jos De Backer. Daar waar Scherens een topper was, die zeven keer wereldkampioen werd, daar waren Gosselin en De Backer slechts subtoppers. Gosselin heeft nooit het erepodium bij het WK bereikt en De Backer won twee keer brons. Misschien speelden de zenuwen Gosselin op de grote toernooien parten en was hij bij andere wedstrijden meer ontspannen. Hij won namelijk wel 35 keer een Grote Prijs, die in zijn tijd overal in Europa verreden werden en waar alle grote sprinters van de jaren veertig en vijftig aan de start verschenen. De enige internationale titel die hij veroverde was het Europees kampioenschap sprint in 1948. Na zijn loopbaan stak hij zijn ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 17 november 2007 0:00

CORNELISSE, Henk (1940, Nederland)
GAYANT, Martial (1962, Frankrijk)
JONG, Jan de (1944, Nederland)
MEER, Johan van der (1954, Nederland)
NEIRYNCKX, Kevin (1982, België)
VAN WIJNENDAELE, Karel (1882, overleden 20.12.1961, België)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 16 november 2007 0:00

Piet de JONGH (1934, Nederland)

Er is zelden een amateur naar de beroepsrangen overgestapt met betere geloofsbrieven dan Piet de Jongh. Ondanks het nadeel van de militaire dienst won deze renner uit Made in drie jaar tijd vijf amateurklassiekers. Bovendien werd hij in 1955 kampioen van Nederland bij de militairen. Hij ging er gezien zijn prestaties van uit dat Kees Pellenaars, de baas van de Locomotief-ploeg, wel belangstelling voor hem zou hebben, maar dat viel tegen. Er was echter nog een ploeg, die van Magneet en van Klaas Büchly, de baas van dat gezelschap, kreeg hij wel een aanbieding. Met die ploeg vertrok Piet de Jongh in de zomer van 1957 als 22-jarige naar de Dauphiné Liberé. Hij reed er geweldig en de debutant uit de lage landen eindigde als zevende in het eindklassement. Hij werd direct geselecteerd voor de Tourploeg van dat jaar en hij mocht tot zijn grote vreugde mee naar Nantes, waar dat jaar de Tour van start zou gaan. In de tiende etappe kwam hij zwaar ten val als gevolg van een klapband. Een rechtstreeks gevolg van de wijze waarop men toen met personeel om ging. De mekaniekers kregen kisten vol materiaal mee, dat meestal gratis ter beschikking werd gesteld door de fabrikanten en importeurs. Zelf gingen ze zonder betaling mee. En graag. Pellenaars had bedacht dat de mecanicièns het materiaal dat niet gebruikt werd, na afloop van de Tour mochten verkopen. Dat was hun inkomen en er werd dan ook geen nieuwe tube meer gelegd als de oude niet volledig versleten was. Zo ontstond die klapband en Piet de Jongh zat van onder tot boven onder de schaafwonden. Vol met pleisters zette hij door en hij bereikte als 33e Parijs. In de twee jaar die volgden maakte hij deel uit van de NeLux-ploeg, een gecombineerde Nederlands/Luxemburgse formatie met Charly Gaul als kopman. Hij deelde in de vreugde om de overwinning van de Engel, maar in 1959 was het een stuk minder. Pellenaars was intussen van het toneel verdwenen en eind 1959 zag Piet de Jongh – net 25 jaar oud – het niet meer zitten met zijn profcarrière. Als pas getrouwd man kon hij zijn gezinnetje maar nauwelijks onderhouden en het gesodemieter met doping begon hem steeds meer tegen te staan. De renners kregen ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 15 november 2007 0:00

Vincenzo NIBALI (1984, Italië)

Philip van de Ploeg is een grote fan van deze jonge Italiaanse coureur, die in Messina op Sicilië werd geboren en hij berichtte mij het volgende: “Vincenzo Nibali viel mij voor het eerst op tijdens de televisieuitzendingen van het WK tijdrit 2004 voor espoirs in Verona. Hij was daar in een spannende strijd om de zilveren plak gewikkeld met leeftijdgenoot Thomas Dekker. Dekker werd uiteindelijk tweede met viertiende van een seconde voorsprong op Nibali. Eerste werd de Sloveen Janez Brajkovic. Ik wist toen niet dat Nibali al in 2002 Italiaans kampioen bij de junioren was. Dat was voor mij reden om die jongen te gaan volgen, zeker toen bleek dat hij in 2005 voor het grote Fassa Bortolo ging rijden. Het werd een jaar van aanpassen want veel zagen wij nog niet van hem. Ik herinner mij hem wel nog in de aanval in de Ronde van Zwitserland waar hij een tweede plaats behaalde in een bergetappe. Als ik me goed herinner zou Nibali na het stoppen van Fassa Bortolo bij Ferretti blijven, maar toen die geen nieuwe sponsor vond, verkaste de jonge Siciliaan naar Liquigas. Zijn doorbraak kwam in 2006 met een hele serie goede resultaten in grote wedstrijden. Ik zag hem voor het eerst in levende lijve bij de ploegentijdrit in Eindhoven en dat was even schrikken. Mijn held bleek een onopvallende, kleine, frêle en kleurloze verschijning. Zijn eerste grote zege behaalde hij later dat jaar in de GP in Plouay, maar ook zijn eindklasseringen in de Eneco Tour (3e) en de Ronde van Polen (8e) waren goed. Op de finishfoto van Plouay herken ik het mannetje uit Eindhoven nauwelijks nog terug.
Inmiddels wordt Nibali in één adem genoemd met zijn landgenoten Riccardo Riccò en Giovanni Visconti. Alle drie zijn ze nog erg jong, maar zij hebben al genoeg gepresteerd om niet meer met het stempel van ‘groot talent’ te hoeven rond fietsen. Het voordeel van Nibali (door zijn fans Cannibali genoemd) is dat hij over een uitstekende tijdrit beschikt. Hij is in meer dan één opzicht te …

Geplaatst door Fred van Slogteren, 14 november 2007 0:00

DAM, Laurens ten (1980, Nederland)
DUPONT, Hubert (1980, Frankrijk)
HAAREN, Bart van (1984, Nederland)
JANSSENS, Marc (1968, België)
MOESKOPS, Piet (1893, overleden 19.11.1964, Nederland)
PIASECKI, Lech (1961, Polen)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 13 november 2007 0:00

Marcello MUGNAINI (1940, Italië)

Wie naar de uitslagen van deze Italiaan kijkt, zal erkennen dat hij een degelijk ronderenner is geweest. Vierde en zevende in de Giro d’Italia is niet niks en zijn vijfde plaats in de Tour de France van 1965 onderstreept dat nog eens. Hij was ook nog eens derde in de Ronde van Zwitserland en als amateur reikte hij al naar de vierde plaats in de Tour de l’Avenir. Marcello zal het allemaal nog wel eens trots opdiepen aan zijn kleinkinderen, maar toen hij in 1969 afscheid van de wielersport nam, schreef men toch hoofdzakelijk over een teleurstellende carrière. Hoewel hij in de Tour en de Giro etappes won, was Marcello geen opvallende coureur. Een typische ronderenner die al begon te snurken als hij een kussen zag en verder onopvallend zijn plaatsje in het peloton bezette. Zo in het midden van de jaren zestig was het een publiek geheim dat de heren coureurs zich drogeerden. Jasperine de Jong zong succesvol over pilletjes voor de pep, die in die jaren ook rond het Leidseplein van hand tot hand gingen en een maatschappelijk probleem begonnen te worden. In het peloton liep het de spuigaten uit en diverse overheden in Europa gingen over tot harde actie. De Tour kende in 1967 nog geen officiële dopingcontrole, maar de Franse justitie was wel degelijk bevoegd om in te grijpen. En zo deed een gezelschap van politiefunctionarissen en artsen op 13 juli tijdens de Tour van 1967 een inval in de rennershotels. Iedereen voelde zich overrompeld en er werd het nodige gevonden in de koffers van de coureurs en hun soigneurs. Kort na de start doorkruiste de karavaan het dorp Calas en daar veroorzaakte een loslopend hondje een valpartij, waarbij twee renners bewusteloos op het wegdek bleven liggen. Het peloton trok verder, maar de Duitser Peffgen en de Italiaan Mugnaini werden met de ambulance naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis vervoerd. De verwondingen van Peffgen vielen mee, maar met de Italiaan was meer aan de hand. Er werden fracturen in zijn …

Geplaatst door Fred van Slogteren, 12 november 2007 0:00

Arie VOOREN (1923, overleden 03.06.1988, Nederland)

Als je met heel oude oud-renners praat valt zijn naam nogal eens. Ik bedoel de tachtigers, die in en kort na de tweede wereldoorlog actief waren als beroepsrenner. Er was destijds geen droog brood te verdienen, maar wielrennen was leuker dan voor een hongerloontje in de fabriek werken of op het boerenland zwoegen. Met de koersfiets kwam je nog eens ergens en het was zaak steeds daar te zijn, waar iets meer te verdienen was dan elders. Als ze in België prijs reden, dan kochten ze voor de verdiende franskes nylonkousen, zoveel ze konden. Die werden dan in Nederland verpatst, want die waren bij ons nog onbetaalbaar. Of jumpertjes en lingerie. De heren coureurs wisten de weg wel. Zo scharrelde die generatie van dag tot dag met veel plezier het dagelijks brood bij elkaar. Als avonturiers op zoek naar de regenboog, waar aan het eind de pot met goud stond te wachten. Om die schat te verwerven moest je wel beter zijn dan de rest en er waren geruchten dat er hulpmiddelen bestonden die je in België gewoon bij de apotheek kon kopen. Hartjes en bommetjes werden ze genoemd en je ging er van vliegen. Dus als ze weer eens naar België reden om er in Antwerpen bij Alex Sport hun racespulletjes te kopen, dan was voor velen de gang naar de pharmacie de volgende stap. Ze aten ze of het snoepjes waren en ze dachten er ook veel harder van te rijden. Dat was natuurlijk niet zo en de verhoudingen binnen het peloton bleven gewoon hetzelfde. De beste won het meest, hartje of geen hartje, bommetje of geen bommetje. En als er wel eens eentje in de koers viel dan stuiterden de pilletjes uit de achterzak over het wegdek. Er waren er ook bij die er mee gingen experimenteren. Die pakten steeds meer en soms viel er wel eens eentje bewusteloos van zijn fiets om dan na een minuut of wat weer op te staan en verder te fietsen. Die generatie van toen is aan het uitsterven. Velen zijn reeds …

Geplaatst door Fred van Slogteren, 11 november 2007 0:00

« Vorige 1 2 3  ... 599 600 601 602 603 604 605 606 607 608 609  ... 660 661 662 Volgende »