BOUCHER, David (1980, Frankrijk)
BOUYER, Franck (1974, Frankrijk)
CATALDO, Dario (1985, Italië)
CHÉREL, Mickaël (1986, Frankrijk)
CLAUDE, Mathieu (1983, Frankrijk)
DE VOCHT, Godefried (1908, overleden 23.10.1985, België)
FISCHER, Jean (1867, overleden 03.03.1953, Frankrijk)
GARDEYN, Gorik (1980, België)
GELDERMANS, Ab (1935, Nederland)
GUTTE, Mario (1964, Nederland)
HERRERO DOMINGUEZ, Sergio (1978, Spanje)
HIEKMANN, Torsten (1980, Duitsland)
LENTELINK, Gerrit (1932, Nederland)
MEYNDERS, Arie (1913, overleden 06.06.1968, Nederland)
RUIZ CABESTANY, Pello (1962, Spanje)
VERFAILLE, Jan (1957, België)
VLAYEN, André (1931, België)
ZANDIO ECHAIDE, Xabier (1977, Spanje)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 17 maart 2008 0:00

Mauro GIANETTI (1964, Zwitserland)

Hij was prof van 1986 tot en met 2002. Zo eentje die elk jaar wel een of twee koersen won, maar hooguit een subtopper was hoewel de Grote Prijs Lugano (1986), Milaan-Turijn (1990) en Parijs-Camembert (1997) geen kinderachtige koersen zijn. En dan is het 1995 en wint Mauro Gianetti in één seizoen Luik-Bastenaken-Luik en de Amstel Gold Race, wordt hij tweede in de klimkoers op de Montjuich, vijfde in de Waalse Pijl en vierde in het WK. Hij reed dat jaar zo goed dat hij derde werd in de wereldbeker achter Museeuw en Tcmil. In een tijd dat veel renners die voorheen net als hij maar net subtoppers waren ineens gingen vliegen. Er is niets bewezen en hij is nooit op iets onoirbaars betrapt. Maar it makes you wonder. Hij is al lang gestopt en het heeft weinig zin oude koeien uit de sloot te halen, maar 1995 was wel het jaar toen Frans Maassen en Edwig Van Hooydonck het walgend voor gezien hielden en iets anders in het leven wilden gaan doen. Als alle ellende die we de laatste jaren hebben beleefd en die de sport een zeer slechte naam heeft bezorgd zin heeft, dan is het misschien het feit dat dit soort dingen niet meer kunnen gebeuren. Of wel? Wie zal het weten? En als deze speculatie ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 16 maart 2008 0:00

AGGIANO, Elio (1972, Italië)
BRUNERO, Giovanni (1895, overleden 23.11.1934, Italië)
FABBRI, Nello (1934, Italië)
FRANK, Gert (1956, Denemarken)
ROGIERS, Emiel (1923, overleden 05.12.1998, België)
SULKERS, John (1982, overleden 05.02.2006, Nederland)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 15 maart 2008 0:00

BINCOLETTO, Pierangelo (1959, Italië)
CAMANO ORTUZAR, Iker (1979, Spanje)
LAMBOT, Firmin (1886, overleden 19.01.1964, België)
MAULE, Cleto (1931, Italië)
POLLOCK. Rhys (1983, Australië)
RAMIREZ ABEJA, Javier (1978, Spanje)
RUIKERS, Charles (1945, Nederland)
VALJAVEC, Tadej (1977, Slovenië)
VEENSTRA, Wietze (1969, Nederland)
WELLENS, Leo (1959, België)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 14 maart 2008 0:00

Tom DANIELSON (1978, Verenigde Staten)

Hij geldt al jaren als een grote belofte deze Amerikaan uit de staat Connecticut. Het peil van een LeMond of Armstrong heeft hij echter nog niet bereikt en ook mannen als Landis en Hamilton blijven hem qua palmares ver voor. Hij is een echte sportjongen en zijn eerste liefde was de motorcross. Daarna werd het mountainbiken en dat deed hij echt goed. Omstreeks het jaar 2000 stapte hij over naar het wielrennen en hij viel direct op in een lange reeks Amerikaanse wedstrijden. Ik weet niet goed hoe ik het niveau daarvan moet inschatten, maar het winnen van de Tour of Qinghai Lake in China gaf een indicatie dat die Danielson in potentie een goede wielrenner moest zijn, omdat in die ronde altijd sterke Europese en Australische renners van start gaan. In 2004 kwam hij eindelijk naar Europa door een contract te tekenen bij de Italiaanse topformatie Fassa Bortolo. Het was een jaar van acclimatiseren om daarna over te stappen naar Discovery Channell in het laatste jaar van kopman Lance Armstrong. Danielson presteerde goed en in 2006 boekte hij enkele aansprekende resultaten. Zoals zijn 6e plaats in de Vuelta en vooral zijn overwinning in de Ronde van Oostenrijk. In 2007 ging een deel van het seizoen naar de knoppen vanwege een sleutelbeenbreuk en werd hij geconfronteerd met het afscheid van zijn sponsor. Hij kreeg een aanbieding van de op een Amerikaanse licentie koersende formatie Slipstream-Chipotle van oud-renner Jonathan Vaughters. Geen ProTour team maar ProContinental. Gezien het feit dat er naast Danielson ook mannen in die ploeg zitten als David Millar, Christian Vandevelde en David Zabriskie zou het wel eens kunnen dat Slipstream een aantal wildcards krijgt voor de grote koersen. Daar zouden dan ook twee ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 13 maart 2008 0:00

Dick ENTHOVEN (1936, Nederland)

Hij is geboren en getogen in de Grote IJ-polder tussen de hoofdstad van Nederland en Halfweg. Zeg maar een Amsterdamse jongen van het platteland. De naam Enthoven kom je in die contreien regelmatig tegen, maar zelf woont Dick al weer een mensenleven lang in België. In Stekene in het Waasland. Hoewel ze dat ontkennen woont de huidige generatie Nederlandse beroepsrenners vrijwel eensgezind in België vanwege de belasting, maar de generatie van Dick Enthoven verdiende lang niet genoeg geld om voor de Nederlandse fiscus op de loop te gaan. Zij woonden aan gene zijde van de grens omdat daar de koersen waren waar ze de frankskes konden verdienen voor het dagelijks brood en soms een stukje beleg. Als amateur was hij kampioen van Nederland op de weg in 1959 en aan het eind van dat seizoen debuteerde hij bij de profs in Parijs-Tours. Hij verdiende er een contractje mee bij de Franse ploeg St.Raphaël-Geminiani. Twee jaar later transfereerde hij naar Pelforth-Sauvage-Lejeune de ploeg waar Jan Janssen zijn eerste schreden zette als kopman. In de schaduw van Jan beleefde Dick enkele aantrekkelijke jaren, waarin veel gereisd en gewonnen werd. In 1965 had de ploeg hem niet meer nodig en toen was het gauw gedaan met de carrière van deze rustige, bescheiden coureur. Hij reed één keer in de Tour de France en eindigde daarin als 34e. Zijn belangrijkste wapenfeit is echter het winnen van de Ronde van Nederland in 1961. Na zijn wielerloopbaan besloot hij in België te blijven wonen, waar hij een baan vond in de wegenbouw. Een jaar of wat geleden heb ik …

Geplaatst door Fred van Slogteren, 12 maart 2008 0:00

Raymond DELISLE (1943, Franrkijk)

Raymond Delisle was geen grote renner, maar wel een heel opvallende. Zijn bijnaam luidde ‘le Baroudeur’, wat zoveel betekent als de soldaat die pas met vechten stopt als hij dodelijk verwond is. Zo dramatisch is de wielersport niet, maar Raymond kwam er vaak dichtbij. Nooit te beroerd om de strijd te doen ontbranden als het naar zijn gevoel wat te gezapig was. Hij was een goede eendagsrenner, die diverse mooie koersen op zijn naam schreef. De meeste faam verwierf hij echter in de Tour de France, waarin hij twaalf keer van start ging. Alleen de eerste keer in 1965 haalde hij de finish niet. De andere elf keer wel en zijn beste prestatie was een vierde plaats in 1976 achter Lucien Van Impe, Joop Zoetemelk en Raymond Poulidor. Hij reed in dat jaar nog voor Peugeot, de ploeg waar hij al zijn gehele profloopbaan voor reed. In 1977, zijn laatste jaar, transfereerde hij naar Miko Mercier en hij werd daar ploeggenoot van de twee renners die hem in die Tour van 1976 voorafgingen. Joop en zijn naamgenoot Poulidor. Net als die twee was Delisle vooral een ronderenner. Hij ging tijdens zo’n ronde steeds beter rijden en iedere dag steeg zijn aanvalslust. Hij won twee keer een etappe en behalve zijn vierde plaats in het eindklassement van 1976 werd hij ook nog eens negende en drie keer elfde. Zijn slechtste klassering dateert uit 1969 toen hij als 37e eindigde. Merkwaardig genoeg reed hij de Giro en de Vuelta slechts één keer. In 1968 werd hij 39e in Italië en in 1974 viel hij uit in Spanje, nadat hij wel een etappe had gewonnen. Tegenwoordig is Raymond ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 11 maart 2008 0:00

Geert VERHEYEN (1973, België)

Een goede degelijke prof die aan zijn vijftiende seizoen als beroepsrenner is begonnen in dienst van Mitsubishi-Jartazi. Dat is de ploeg waar Frank Vandenbroucke zijn zoveelste kans krijgt om terug op niveau te komen en waarin ook drie Nederlanders zitten. Hans Dekkers, Stefan van Dijk en Jens Mouris. Voor Geert Verheyen betekent het waarschijnlijk dat hij aan zijn laatste afbouwjaren is begonnen, want bij QuickStep werd zijn contract niet verlengd. In 2001 en 2002 reed hij twee jaar voor Rabobank en hij is destijds door Jan Raas aangetrokken als persoonlijke knecht van Michael Boogerd in het hooggebergte. Verheyen kan redelijk goed omhoog en daarmee kon hij de altijd wat nerveuze Hagenaar goed bijstaan. Het is er niet uitgekomen en na twee jaar Rabo kon hij vertrekken. Na korte intermezzi bij Landbouwkrediet en Chocolade Jacques zag Patrick Lefevere wel brood in de renner uit Diest. Ook weer uit het oogpunt van een goede domestique die de QuickStep-kopmannen goed zou kunnen bijstaan. En nu staat hij dus onder contract bij de oude Jef Braeckevelt die al zoveel jaren in de periferie van het profwielrennen meedraait en het altijd moet hebben van veelbelovende jonkies en vergane glorie. Misschien dat Geert Verheyen na zoveel jaren knechtendom op z’n ouwe dag nog eens voor een verrassing zorgt, want zijn erelijst kan nog wel een paar mooie uitslagen gebruiken als hij daar althans nog eens tegenover zijn kleinkinderen over wil opscheppen. De opa-leeftijd gaat immers naderen. Hij zal ze dan misschien ook nog vertellen over die ene ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 10 maart 2008 0:00

Marco VELO (1974, Italië)

Toen ik nog in mijn geboortestad woonde had ik een tandarts die de naam ‘Gravestein’ droeg en toen ik later in een dorp in het Groene Hart woonde werd ik patiënt bij tandarts Kerkhof. De vrees dat deze mannen van mijn gebit een rij zerken zouden maken bleek ongegrond, want de heren verstonden hun vak. Dus what’s in a name? Gisteren was er een oud-wielrenner jarig die Daler heet en vandaag wordt Marco Velo 34 jaar. Er is vandaag ook ene Roberto Ferrari jarig, maar die zit in de verkeerde sport. Velo betekent fiets en de naam ‘fiets’ schijnt ontstaan te zijn toen een meneer Fiets lang geleden als een van de eersten een rijwiel construeerde. Als die meneer Fiets nog heeft meegemaakt dat de fiets een massaproduct werd, moet dat een gewelddadig gevoel zijn geweest. Net als Marco Velo het als muziek in de oren moet klinken als andere renners uitroepen: ‘Waar is m’n velo?’ Hij weet dan dat ze niet hem, maar hun fiets bedoelen. Behalve als Alessandro Petacchi dat roept, want dan moet Marco opletten. Bij die kreet zitten de coureurs in de laatste kilometers van de koers en moet het sprintkanon van Milram in stelling worden gebracht. Marco is altijd de laatste die tempo maakt en uit wiens wiel Alessandro naar de overwinning moet schichten. En dat lukt regelmatig. Dat tempo maken kan Velo als de beste want hij is een formidabele tijdrijder. Vier keer was hij kampioen van Italië in die discipline. Verder is zijn erelijst bescheiden en hij heeft vanaf 2004 ook geen overwinning meer behaald, op twee koppeltijdritten en een ploegentijdrit na. Dat waren co-producties en die tellen wel mee, maar ook weer niet helemaal. Het betekent wel dat Marco Velo vooral op de fiets zit om geld te verdienen en als Alessandro Petacchi enkele tientallen malen per seizoen winnend over de streep gaat, dan bepaalt dat ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 9 maart 2008 0:00

Werner POTZERNHEIM (1927, Duitsland)

In het begin van de vorige eeuw tot aan de tweede wereldoorlog heeft Duitsland altijd goede sprinters gehad. Mayer, Engel, Richter en Merkens zijn namen van Duitse sprinters die in de Grote Prijzen van destijds en het WK hoge ogen gooiden. Na de oorlog, toen de wedstrijden betwist werden door een elitegroepje sprinters, had Duitsland alleen nog maar Potz. Werner Potzernheim uit Hannover om volledig te zijn, bronzen medaillewinnaar bij de Olympische Spelen van 1952 en 3e bij het WK amateurs van 1953. Hij hoorde er jarenlang bij, maar hij was geen winnaar. Wel in eigen land waar hij tien keer nationaal kampioen sprint was, met waarschijnlijk nauwelijks tegenstand. Binnen dat groepje topsprinters, dat op elke baan in Europa emplooi had, was hij slechts programmavulling, maar desondanks graag gezien onder zijn collega’s. In het boekje ‘Met banddikte’ dat Jan Derksen in 1961 samen met sportjournalist Dick Ariese schreef, staan nogal wat anekdotes en Potz speelt in vele daarvan een rol. De hierbij geplaatste foto heb ik uit dat boekje gescand en we zien Potz op een carnavaleske bijeenkomst met een Napoleonsteek op zijn hoofd en een gezichtsuitdrukking die het nuttigen van de nodige alcoholische versnaperingen doet vermoeden. Want feesten konden de heren bijna net zo goed als hardfietsen. In die groep bestond een bepaalde hiërarchie. Harris en Maspes waren pure sprinters die niets anders konden, maar Derksen, Van Vliet en Plattner waren van meer markten thuis. Zo reed Derksen 26 zesdaagsen in zijn lange carrière, waarvan hij er geen één won, maar wel goed mee kon komen. Het was een manier om in de winter geld te verdienen, maar leuk vonden ze het niet. In zijn boek wijdt hij een hoofdstuk aan deze harde labeur en somt daarin de koppelgenoten op die hij in die jaren heeft gehad. Zo werd hij in de Zesdaagse van ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 8 maart 2008 0:00

« Vorige 1 2 3  ... 597 598 599 600 601 602 603 604 605 606 607  ... 669 670 671 Volgende »