Jacques MARINELLI (1925, Frankrijk)

In 1948 debuteerde hij de in de Tour de France, de toen 23-jarige Jacques Marinelli. Een klein kereltje, slechts 1 meter 62 hoog. Een slim en geinig koppie, had-ie, maar hij kon toen nog geen potten breken. Hij was van alle markten thuis. Kon goed klimmen, tijdrijden en ook nog eens redelijk aankomen. Een jaar later stond hij weer aan de start en hij werd de revelatie van de Tour van 1949. Als lid van de regionale ploeg Île-de-France met goede renners als Louis Caput, Dominique Forlini en Emile Idée zat hij de tweede dag al in de aanval. Dat was de etappe van Reims naar Brussel en hij werd tweede achter de Belg Roger Lambrecht. Twee dagen later zat hij weer van voren in de rit van Boulogne naar Rouen. Hij werd wederom tweede, maar in het algemeen klassement pakte hij het geel. En daar stond de kleine man op het podium in een veel te grote leiderstrui naar het uitzinnige Franse publiek te zwaaien. Tourdirecteur Jacques Goddet zag het met genoegen aan en keek aandachtig naar dat koppie met die zwarte kraaloogjes boven dat goudgele borstje dat ferm vooruitstak. La perruche, schreef hij die avond in l’Équipe en Jacques Marinelli ging sindsdien door het leven als de parkiet. Vijf dagen lang bleef hij de aanvoerder van het klassement, maar in de rit van San Sebastian naar Pau moest hij het gouden habijt afstaan aan Fiorenzo Magni, die toen nog deel uitmaakte van de ploeg der Italiaanse jongeren, met daarin ook Pino Cerami, de renner die jaren later als genaturaliseerde Belg op zijn oude dag nog een aantal klassiekers zou winnen. Magni bleef lang in het geel, maar de Tour eindigde in een adembenemend duel tussen de twee beste renners van de toenmalige wielerwereld: Fausto Coppi en Gino Bartali. Marinelli bleef in de buurt en in Parijs stond hij als derde fier op het erepodium naast het legendarische Italiaanse duo, met Coppi in het definitieve geel. Het was het hoogtepunt in de wielercarrière van de kleine man uit Blanc-Mesnil, een dorp in de buurt van Melun een industriestad ten zuidoosten van Parijs. Hij kwam nog vier keer naar de Tour, maar alleen in 1952 haalde hij Parijs. Als 31e, geen schaduw meer van de belofte uit 1949. Hij stopte in 1954 en ging in zaken. Dat deed hij prima, want hij werd een gefortuneerd man, die in 1989 nog eens alle Franse kranten haalde omdat hij ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 15 december 2007 0:00

Jean KIRCHEN (1919, Luxemburg)

De naam Kirchen is onverbrekelijk verbonden aan de Luxemburgse wielerhistorie en omvat maar liefst vier generaties. Het verst terug ligt de carrière van Victor Kirchen, een renner die nog in de negentiende eeuw werd geboren en in de jaren twintig van de vorige eeuw een goede Tourrenner was. Of hij de vader is van de broers Jean en Jim Kirchen weet ik niet, wel dat die twee broers dertien jaar in leeftijd verschillen. Zij hadden nog een broer die niet aan wielrennen deed, maar wel de wielerbacil doorgaf aan zijn zoon Erny. Dat was in de jaren zestig een heel behoorlijke coureur, maar hij is nooit beroepsrenner geweest. Wel werd Erny Kirchen de vader van niemand minder dan Kim Kirchen, de meest succesvolle wielrenner van de familie die nu tot de betere coureurs van het peloton behoort. Maar het gaat vandaag over Jean Kirchen, in zijn glorietijd beter bekend als Bim. Hij behoort tot de generatie van Luxemburgse renners van net na de tweede wereldoorlog. Toen sprak het kleine wielerland internationaal een behoorlijk woordje mee, met renners als Sjeng Goldschmit, Bim Diederich, Willy Kemp en Jean Kirchen, die onder leiding van de vooroorlogse tweevoudige Tourwinnaar Nicolas Frantz tot goede prestaties kwamen in de Tour en andere grote wedstrijden. Dat was nog voor de generatie van Charly Gaul, de grootste Luxemburgse renner aller tijden. Jean Kirchen was een uitstekende ronderenner, die tussen 1947 en 1950 vier maal aan de Tour de France deelnam. In 1948 en ’50 eindigde hij beide malen als vijfde in het eindklassement, terwijl hij in de andere twee jaar respectievelijk 17e en 13e werd. Hij was vier keer kampioen van zijn land, twee maal op de weg en twee maal in het veldrijden. Hij won in 1952 de Ronde van Luxemburg en hij was een keer zesde in het WK. Een mooie palmares zonder echte uitschieters. Jean Kirchen was jarenlang een ploeggenoot van onze eigen ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 13 december 2007 0:00

Kees van der WERELD (1955, Nederland)

Ik kende hem niet persoonlijk, maar ik herinnerde me hem als een van de betere veldrijders van Nederland, net voorafgaand aan de periode waarin Hennie Stamsnijder en Rein Groenendaal de lakens uitdeelden in het modderfietsen, zoals sommigen de cyclo-cross wel eens gekscherend noemden. Begin van dit jaar heb ik hem geïnterviewd voor het boekje ‘26 Rondjes in het Groene Hart’. Kees is namelijk geboren in Nieuwkoop op een van de mooiste stekken in dat gebied en in dat boekje vertellen 26 mensen, die iets met de racefiets hebben, over hun favoriete trainingsrondje in het Groene Hart. Kees beschreef het rondje dat hij het liefste reed en dat is ook het parcours van de clubklassieker van zijn vereniging UWTC in Uithoorn. Kees woont al jaren in Brabant, want daar is zijn werk, maar hij verklapte dat hij nooit een echte Brabander zal worden, want zijn roots liggen nog altijd in het gebied van de Utrechtse en Hollandse Venen.
Na zijn wielercarrière is Kees wielertrainer geworden en een hele goede. Wat ik niet wist is dat hij vier jaar lang als zodanig in Spanje werkzaam is geweest als bondscoach van eerst de Baskische en daarna de Spaanse wielerbond. Hij hield zich daar met name bezig met de jeugd en hij stond aan de wieg van de succesvolle wielercarrières van – hou je vast – Igor Astarloa, wereldkampioen 2003 en Oscar Pereiro, Tourwinnaar 2006. Allebei bellen ze nog regelmatig met Kees. Ook Haimar Zubeldia zette zijn eerste wielerschreden onder zijn toeziend oog. Dat is niet niks. Hij werkte ook jarenlang als trainer voor de KNWU, maar nu begeleidt hij nog slechts enkele jonge renners op individuele basis. Een van zijn pupillen is een van de talentjes uit het ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 12 december 2007 0:00

Laszlo BODROGI (1976, Hongarije)

Ik kan me geen Hongaarse renners van naam herinneren. Behalve Laszlo Bodogri dan die sinds 2000 een goede prof is in eerst Italiaanse, daarna Belgische en nu Franse dienst. Hij is een Hongaar, maar deze in Boedapest geboren renner is een echte Fransman geworden. Hij woont met vrouw en twee kinderen in de Jura en zijn vrouw Catherine is een Française. Laszlo is vooral bekend geworden als tijdrijder en daarin blaast hij een fors partijtje mee. Zo werd hij bij het laatste WK in Stuttgart tweede achter zijn vriendje Fabian Cancellara, met wie hij ooit als koppel de GP Eddy Merckx won. In de zeven jaar dat hij nu prof is won hij zes keer het kampioenschap van zijn land tijdrijden. Hij was ook een keer kampioen van Hongarije op de weg. Er zijn dus nog meer Hongaarse renners. Bodrogi reed eerst bij Mapei, in 2003 transfereerde hij naar QuickStep waar hij een beetje insliep omdat hij er weinig kansen kreeg. In 2005 werd Crédit Agricole zijn werkgever en hij leefde helemaal op. Hij herinnerde zich zijn ambities en hij won prompt de Ronde van Luxemburg. Verder bestaat zijn palmares voornamelijk uit tijdritten en prologen. Vorig jaar kondigde hij aan om aan het eind van het seizoen in Bordeaux het werelduurrecord aan te vallen. Maar toen het zover was liet hij zonder opgaaf van redenen weten er van af te zien. Verder ben ik niet zo veel van hem te weten gekomen, maar gelukkig vond ik een interview met hem waaruit ik wel het een en ander  te weten dacht te komen. Maar dat viel tegen. De diepgang was nul en de meest intrigerende vraag was wat hij zou doen als hij van de dokter te ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 11 december 2007 0:00

ARMEE, Sander (1985, België)
CHERRO MOLINA, Javier (1980, Spanje)
HORDIJK, Jan (1974, Nederland)
LEONET IZA, Iker (1983, Spanje)
LONGO BORGHINI, Paolo (1980, Italië)
ZAMPINI, Donato (1926, Italië)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 10 december 2007 0:00

BEZEMER, Thijs (1988, Nederland)
BRULEE, Latoya (1988, België)
HESJEDAL, Ryder (1980, Canada)
JACOBS, Raymond (1931, Luxemburg)
PFANNBERGER, Christian (1979, Oostenrijk)
PLANTAZ, Jan (1930, overleden 10.02.1974, Nederland)
RONCHINI, Diego (1935, Italië)
SCHROEDERS, Willy (1932, België)
SOSENKA, Ondrej (1975, Tsjechië)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 9 december 2007 0:00

BATIZ, Jorge (1933, Argentinië)
GAUL, Charly (1932, overleden 06.12.2005, Luxemburg)
LOUDER, Jeff (1977, Verenigde Staten)
MOUREY, Francis (1980, Frankrijk)
PIRARD, Frits (1954, Nederland)
VEENSTRA, Wiebren (1966, Nederland)
VRIJMOED, Maurice (1988, Nederland)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 8 december 2007 0:04

BLOKS, Hans (1982, Nederland)
CAMELLINI, Fermo (1914, Italië)
ENGELMOER, Jan (1910, Nederland)
ENGOULVENT, Jimmy (1979, Frankrijk)
GUEGAN, Raymond (1921, Frankrijk)
MAGNI, Fiorenzo (1920, Italië)
ROBIJNS, Remy (1986, België)
SCHULZE, Wolfgang  (1940, Duitsland)
VELZEN, Jan van (1975, Nederland)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 7 december 2007 0:00

Alberto CONTADOR VELASCO (1982, Spanje)

Een van de grondregels van de sport is dat de sterkste behoort te winnen. Nu zijn er duizenden voorbeelden, waarbij niet de sterkste maar de slimste heeft gewonnen. Maar dat is op de Touroverwinning van Alberto Contador niet van toepassing. Ik kan me ook niet voorstellen dat hij er als sportman trots op is dat hij op de slotdag van de laatste Tour in het geel op de Champs Elysées werd gehuldigd. Er was er namelijk eentje sterker en dat heeft iedereen gezien, maar die werd enkele dagen voor het einde door zijn werkgever uit de Tour verwijderd, omdat hij gelogen had over zijn verblijfplaats in de maand juni. Dat mag niet en zo kreeg deze frêle Spanjaard de overwinning in de schoot geworpen. Ik schrijf expres niet dat hij hem cadeau heeft gekregen, want dat is ook niet juist. Hij was de op een na beste en vanwege zaken, die niets met de wedstrijd te maken hebben en waar ook Contador part noch deel aan had, is hij nu Tourwinnaar. Ik kan er weinig tegen in brengen, want hij is een goed en talentvol coureur en een pure klimmer. Echt demarreren bergop kunnen er niet veel, maar hij wel. Hij had tegen Rasmussen niet de inhoud om de bereikte voorsprong ook vast te houden, maar hij probeerde het wel keer op keer. Hoe het verder met hem gaat moeten we afwachten. Ik zie in hem in ieder geval geen renner die een reeks van Touroverwinningen gaat behalen. Daarvoor heeft hij ook niet de persoonlijkheid. Althans nog niet, want er zijn ook tal van voorbeelden van renners die door een grote overwinning juist die persoonlijkheid ontwikkelen. Hoe het ook zij, hij blijft de troef van Johan Bruyneel. Niet meer bij Discovery, maar bij Astana. Maar misschien is dat wel de ploeg die volgend jaar door de ASO en de UCI op de korrel wordt genomen. Want Bruyneel was de man achter Armstrong en die is in Frankrijk nog altijd verdacht en Contador zelf stond op de lijst van die Spaanse dokter. Wat dat betreft is hij verdachter dan Rasmussen, want die heeft ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 6 december 2007 0:00

BINNENDIJK, Marlijn (1986, Nederland)
CENGHIALTA, Bruno (1962, Italië)
EUSER, Lucas (1983, Verenigde Staten)
FRANSEN, Rick (1985, Nederland)
GAZTANAGA ECHEVERRIA, Manuel (1979, Spanje)
HEEREN, Cees (1900, overleden, Nederland)
LANGARICA LIZASOIAN, Dalmacio (1919, overleden 24.01.1985, Spanje)
MEERSMAN, Gianni (1985, België)
PAUL, Ernest (1881, overleden 1964, Frankrijk)
RODRIGUEZ OLIVER, Joaquin (1979, Spanje)
SCHEPERS, John (1944, Nederland)
SIMON, Jerôme (1960, Frankrijk)
SULZBERGER, Bernhard (1983, Australië)
TALBOURDET, Georges (1951, Frankrijk)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 5 december 2007 0:00

« Vorige 1 2 3  ... 597 598 599 600 601 602 603 604 605 606 607  ... 660 661 662 Volgende »