CALDWELL, Blake (1984, Verenigde Staten)
DOTTO, Jean (1928, overleden 20.02.2000, Frankrijk)
FONTAINE, Laurent (1985, België)
GARDIER, François (1903, overleden 15.02.1971, België)
HAAN, Folkert de (1978, Nederland)
HERMANN, Roman (1953, Liechtenstein)
HOOGERHEIDE, Frits (1944, Nederland)
HORRACH RIPOLL, Joan (1974, Spanje)
MUSIOL, Daniel (1983, Duitsland)
PONSTEEN, Herman (1953, Nederland)
PRONK, Matthé (1947, overleden 25.03.2001, Nederland)
ROMINGER, Toni (1961, Zwitserland)
SCHOENMAKERS, Harry (1934, Nederland)
SUTTON, Gary (1955, Australië)
VON BÜREN, Oscar (1933, Zwitserland)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 27 maart 2008 0:00

Alan PEIPER (1960, Australië)

Twee jaar geleden verscheen het boek ‘Ongekend’ van Peter Ouwerkerk over het leven van Rini Wagtmans. De wielerwereld was verbijsterd, want voor het eerst hoorden we iets over de dramatische jeugd van het wielericoon uit St.Willebrord. In datzelfde jaar verscheen in Groot Brittannië ‘A Peiper’s Tale’, de biografie van de Australische oud-renner Alan Peiper, de huidige ploegleider van Team High Road. En wederom was er verbijstering, want Wagtmans en Peiper kunnen elkaar een hand geven waar het hun jeugd betreft. Peiper groeide in zijn vaderland op in een asociaal gezin, waarin de alcoholverslaafde vader zijn vrouw en kinderen terroriseerde. De weg naar een beter leven gloorde toen zijn moeder haar man verliet, de kinderen meenam en op zoek ging naar een beter leven. Maar liefde is blind en na een poosje keerde ze toch terug bij de man die haar keer op keer in elkaar sloeg en ook de kinderen niet ongemoeid liet. Alan besloot zijn leven in eigen hand te nemen en op 16-jarige leeftijd voor zichzelf te gaan zorgen. Hij wilde het liefst wielrenner worden, omdat daar geld in was te verdienen. Hij vond een baantje in een fabriek en iedere cent die hij overhield werd opgespaard om een racefiets te kopen. Twee jaar later was hij juniorenkampioen van Australië en toen was de spaarpot bestemd om naar Europa te trekken, het beloofde land voor wielrenners met ambities. Hij streek in België neer en op 21-jarige leeftijd werd hij prof. Hij was een attractieve coureur, die vooral uitblonk in het tijdrijden en verder zijn diensten aanbood aan een ieder die daarvan gebruik wilde maken. In 1983 kreeg hij een contract bij Peugeot waar hij drie jaar bleef. Daarna reed hij vijf jaar voor Panasonic, het sterrenteam van Peter Post en de laatste twee jaar van zijn carrière fietste hij voor Tulip, de Nederlandse computerfabrikant met een Belgische licentie. Hij won ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 26 maart 2008 0:00

Etienne DE WILDE (1958, België)

Deze coureur uit het Oost-Vlaamse Wetteren was maar liefst 21 jaar beroepsrenner. En een hele goede ook, want hij nam in 2001 geen afscheid omdat er geen succes meer in zat, maar omdat je eens moet stoppen. Hij had best nog door kunnen gaan in de specialiteit die hij op oudere leeftijd was gaan beoefenen, de zesdaagse en het ploegkoersen. Het begon allemaal in de amateurrangen. Daar was de witblonde coureur, vandaar zijn bijnaam De Blonde Pijl, een toppertje die als rappe aankomer ontzettend veel gewonnen heeft. Als prof won hij op de weg onder andere het kampioenschap van zijn land, de Omloop Het Volk, de Ster van Bessèges, Dwars door België, Nokere en het Kampioenschap van Vlaanderen. Hij startte vijf keer in de Tour de France en een keer in de Vuelta. In het rondewerk was hij geen hoogvlieger, maar hij won in de Tour wel twee ritten en in de Vuelta één. Maar het meest succesvol was hij toch in het zesdaagsewerk, zeker toen hij zich daar in de herfst van zijn carrière geheel op toelegde. Hij won er 38, een respectabel aantal. Vaak met wisselende partners, zoals Danny Clark, Stan Tourné, Eric Vanderaerden, Rudy Dhaenens, Jens Veggerby, Andreas Kappes, Tony Doyle, Olaf Ludwig, Silvio Martinello, Erik Zabel, Charly Mottet en Matthew Gilmore. De meeste won hij met de Duitser Kappes en dat was een heel sterk duo. Met Gilmore werd hij ook nog eens wereldkampioen ploegkoers. Dat was in 1998, vijf jaar nadat hij individueel wereldkampioen puntenkoers was. En dan staan er nog hele reeksen criteriums en kermiskoersen op zijn palmares. Toen hij in 2001 stopte had hij op de piste nog geen opvolger, maar inmiddels is er Iljo Keisse en dat is er ook eentje die in ’t Kuipke en andere Europese winterbanen het publiek op de banken krijgt. Het schijnt dat ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 25 maart 2008 0:00

Daniëlle OVERGAAG (1973, Nederland)

Een wielrenster uit het begin van de jaren negentig waar je als man nog wel eens een extra blik aan waagde, want Danielle is een mooie meid. De tuindersdochter uit het Westland kon aardig wielrennen en in 1989 werd ze op 14-jarige leeftijd kampioen van Nederland bij de junioren. Ze werd afgevaardigd naar de wereldkampioenschappen van dat jaar en ze werd fraai derde in de wegwedstrijd. Daarna kwam ze in de damesselectie van Piet Hoekstra (eveneens jarig vandaag) terecht en ze presteerde er in de schaduw van Leontien wonderwel. Helaas kreeg ze een behoorlijke veeg mee van de vermageringsperikelen waar de vrouwenselectie bijna als collectief aan leed. Het tastte haar gezondheid zodanig aan dat ze besloot te stoppen. Ze had toen een verhouding met Lance Armstrong en als je Lance op TV af en toe een woordje Nederlands hoort spreken dan is dat ongetwijfeld haar verdienste. Ze was dus wielrenster af, maar ze zat niet om aandacht verlegen. De reclamewereld ontdekte haar en met haar mooie lokken werd ze het Andrelon-meisje, dat heur haar deed dansen door bevallig met haar hoofd te draaien. Vandaar was het een kleine stap naar de wonderbaarlijke wereld van de televisie. Er volgde een flitsende periode van sportverslaggeefster bij Veronica tot de Staatsloterijshow, waarin ze vooral weer mooi mocht wezen. Niets mis mee natuurlijk, maar als voormalig sportvrouw was ze meer bij Studio Sport op haar plaats. Ze deed het daar goed tot ze op een dag aantoonde niets van voetbal te weten en dat is daar een doodzonde. Ze had het voor de camera over de FACUP in plaats van over EF EE CUP. Ze verdween prompt van het scherm tot SBS6 haar een paar jaar later oppikte als presentatrice van ShowNieuws. Dat doet ze ook niet meer, want ze gaat al geruime tijd door het leven als …

Geplaatst door Fred van Slogteren, 24 maart 2008 0:00

Marcel ERNZER (1926, overleden 01.04.2003, Luxemburg)

Hij was de luitenant van Charly Gaul, de grootste Luxemburgse wielrenner aller tijden. Zo wordt Marcel Ernzer althans altijd omschreven, maar dat is toch niet helemaal terecht. Zijn dienstbaarheid aan de Engel van het Hooggebergte maskeert het feit dat de in Esch-sur-Alzette geboren Luxemburger een knappe renner was, die in 1954 Luik-Bastenaken-Luik won en na afloop ook werd uitgeroepen tot winnaar van het Ardeens weekeinde. Dat was een puntenklassement dat tot stand kwam door de resultaten van de renners bij elkaar op te tellen van Luik-Bastenaken-Luik en de Waalse Pijl. Die wordt nu op de woensdag ervoor wordt verreden, maar in de jaren vijftig op de vrijdag ervoor. Als mijn geheugen me tenminste niet in de steek laat. Ernzer werd in diezelfde tijd ook kampioen van zijn land en hij won in 1951 de Ronde van Luxemburg een prestatie die hij jaren later (1960) nog eens zou herhalen. Na 1954 kwam Gaul op zijn weg en de zes jaar jongere Engel had het volste vertrouwen in de rustige en zwijgzame Ernzer. Kopmannen uit die tijd waren heel anders dan tegenwoordig en van knechten werd onvoorwaardelijke trouw verwacht. Ze weken nooit van de zijde van hun kopman, wasten diens rug als hij in het bad zat en ze poetsten zijn schoenen. In nederige dienstbaarheid. Ernzer was zo’n knecht en hij was dag en nacht in het gezelschap van de grillige Gaul en met zijn meester reed hij jaar na jaar de Tour de France en de Ronde van Italië. In 1962 scheidden hun wegen zich, nadat Ernzer zijn carrière noodgedwongen moest beëindigen na een zware val in de afdaling van de Peyresourde. Gaul zal hem sindsdien gemist hebben, maar in 1962 stelde de carrière van de Engel toch al niet veel meer voor. Hij heeft nog drie jaar gereden en op zijn naam ongetwijfeld nog hoge startgelden kunnen bedingen maar het ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 23 maart 2008 0:00

Mario CIPOLLINI (1967, Italië)

Je hebt wielrenners en je hebt fietsende artiesten. Dat zijn de mannen die zich altijd bewust zijn dat het publiek vermaakt moet worden. Piet van Kempen, Jan Pijnenburg en Kees Pellenaars waren in een ver verleden mannen die het publiek op de banken kregen. Peter Post was er ook zo één. Altijd bereid de lont van het kruitvat te ontsteken als het auditorium wegdommelde. Vaak tot ongenoegen van zijn collega’s joeg hij dan de temperatuur naar recordhoogte om de mensen op de tribune te laten smullen. In de huidige tijd is Theo Bos ook zo’n jongen maar hij en de coureurs die ik hierboven noemde zijn allemaal baanrenners. Op de weg kom je dit type minder tegen. Ze zijn er wel, maar geen van die mannen kan ook maar in de schaduw staan van Mario Cipollini, die fantastische sprinter die in 2005 afscheid nam, eind vorig jaar liet weten een comeback te ambiëren maar gisteren moest bekennen dat hij zich had vergist omdat hij niet meer de Mario is, zoals we ons die tot in lengte van jaren zullen herinneren. Mooie Mario, Super Mario, of hoe hij ook genoemd werd, was een fenomeen. Als begenadigd sprinter, maar vooral als showbink. Hij had er alles voor mee. Een mooie jongen met een fantastisch atletisch lijf. Lang voor een Italiaan, maar voor de rest op en top een vertegenwoordiger van de in dat land zo verafgode machocultuur. Razendsnel en winnaar van reeksen etappes in diverse kleine en grote rondritten. Die hij overigens zelden heeft uitgereden, want als er een brug opdook zat Mario binnen de kortste keren thuis. Maar hij was ook winnaar van vier klassiekers en natuurlijk behaalde hij de mooiste wereldtitel, die er te behalen is, die bij de profs op de weg. Dat was in 2002 en het parcours in het Belgische Zolder was vlakker dan een biljartlaken. Sprinters krijgen …

Geplaatst door Fred van Slogteren, 22 maart 2008 0:00

Nino DEFILIPPIS (1932, Italië)

Deze coureur uit Turijn was in zijn tijd een subtopper en ik schrijf er zo nadrukkelijk ‘in zijn tijd’ bij, omdat dat de periode was van Fausto Coppi, Gino Bartali en Fiorenzo Magni. In die jaren was voor een Italiaanse renner de kwalificatie ‘subtopper’ het hoogst bereikbare. Misschien zou hij nauwelijks zijn opgevallen als de machtige Alfredo Binda het oog niet op hem had laten vallen. Binda een vooroorlogse campionissimo werd na de oorlog de keuzeheer van de Italiaanse wielerbond, die op regenteske wijze de Italiaanse ploegen samenstelde voor de grote rondes en het wereldkampioenschap. Dat was natuurlijk verre van democratisch, maar zo ging het in alle wielerlanden. In Nederland had Kees Pellenaars die macht en in België was het Sylvère Maes die naar hartelust zijn persoonlijke voorkeuren mocht volgen. Defilippis was een talentvol coureur die heel goed bergop kon fietsen maar een spoor van angstzweet op het wegdek achterliet als het naar beneden ging. Daardoor ging de winst in de klim behaald weer in de afdaling verloren. Wat hij heel goed kon was aankomen. Een lepe sprinter die in de laatste meters de meeste van zijn overwinningen behaalde. Zijn grootste victorie was de Ronde van Lombardije in 1958, maar die zege dankt hij toch voornamelijk aan de tweespalt tussen de Belgische tenoren Rik Van Looy en Fredje De Bruyne, die elkaar het licht in de ogen niet gunden. In eigen land werd Nino groter dan groot geschreven, want hij was erg populair vanwege zijn good looks en zijn vrolijke opgewekte karakter. Zijn bijnaam El Cid, wat ‘De Jongen’ betekent, dankt hij aan het feit dat hij in zijn debuutjaar bij de profs op 20-jarige leeftijd een etappe won en daarmee de jongste ritwinnaar uit de geschiedenis van de Giro werd. Hij won een hele reeks Italiaanse semi-klassiekers, maar in de grote rondes heeft hij als klassementsrenner geen potten gebroken. Hij startte dertien keer in de Giro d’Italia, reed die elf keer uit met een derde plaats in 1962 als beste prestatie. Dat lijkt …

Geplaatst door Fred van Slogteren, 21 maart 2008 0:00

HOEBEN, Björn (1980, Nederland)
HIJZELENDOORN, Jan (1929, Nederland)
KRABBENBOS, Gerrit (1941, Nederland)
MANDEMAKERS, Maarten (1985, Nederland)
PRIAMO, Matteo (1982, Italië)
VOS, Janneke (1977, Nederland)
WELTZ, Johnny (1962, Denemarken)
ZAGERS, Jan (1931, België)
ZAJICEK, Phil (1979, Verenigde Staten)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 20 maart 2008 0:00

Hanka KUPFERNAGEL (1974, Duitsland)

We denken in Nederland wel eens dat we met Leontien van Moorsel in een nabij verleden en met Marianne Vos in het heden met kop en schouders boven de rest van de wereld uitsteken. Wie dat beeld heeft moet de palmares van Hanka Kupfernagel maar eens goed bestuderen. Ze behaalde tot nu toe tien Duitse titels en zes van die tien in het cyclocrossen. Verder won ze als wegrenster en tijdrijdster twee Europese titels en hangen er zes regenboogtruien in haar kast. Een daarvan behaalde ze als juniore op de weg, verder één als elitedame in het tijdrijden en vier maal was ze de beste veldrijdster ter wereld. En de sleet lijkt er op haar 34e nog niet op te zitten, want bij het laatste WK in Treviso won ze de wereldtitel op indrukwekkende wijze. Even indrukwekkend als Marianne Vos tweede werd en na afloop verklaarde zeer tevreden te zijn met haar zilveren plak. We hebben Voske wel eens anders gehoord. Maar van Kupfernagel verliezen is geen schande. De voormalige Oost-Duitse (ze komt uit de stad Gera in de deelstaat Thüringen, waar ook Olaf Ludwig en Jens Heppner ter wereld kwamen) is rücksichtlos ambitieus en ze vertrekt in augustus naar Beijing met maar één doel: drie gouden plakken. Eén op de weg, één bij het tijdrijden en één in het mountainbiken. In die laatste tak van sport heeft ze nog geen wereldtitel behaald, maar ze is in die discipline wel kampioene van haar land. Maar het veldrijden is haar meest geliefde bezigheid, wat zeg ik haar passie. Toen ze in Treviso wereldkampioene werd riep ze uit: ‘Es ist einfach ein ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 19 maart 2008 0:00

Fabian CANCELLARA (1981, Zwitserland)

Wat moet ik nog over deze Zwitserse geweldenaar schrijven wat niet al lang bij alle wielerliefhebbers bekend is. Een begenadigde tijdrijder die afgelopen zondag in de Tirreno Adriatico weer eens een proeve van bekwaamheid aflegde. Ook in de Tour de France van vorig jaar drukte hij in de eerste week zijn stempel op de belangrijkste wielerwedstrijd van het jaar, maar het mooist vond ik zijn zege twee jaar geleden in Parijs-Roubaix. Jullie weten het nog wel, die klucht met die spoorwegovergang waarvoor zijn naaste concurrenten uit de uitslag werden verwijderd. Maar toen had Cancellara al toegeslagen en ze definitief verslagen. Ze hadden hem nooit meer gepakt, behalve als de Zwitser had lekgereden. Niemand twijfelde daaraan, want de macht waarmee hij op de verschrikkelijke keien van de Carrefour de l’Arbre toesloeg en een renner als Vladimir Gusev deklasseerde, was van een Merckxiaanse schoonheid begeleid door Coppiaans engelengezang. Fabian had zich in de dagen ervoor steeds meer geërgerd aan de euforiaanse krantenartikelen over Tom Boonen, die wederom niet te stuiten zou zijn. De Belg had de week ervoor Vlaanderen gewonnen en iedereen ging er van uit dat Tommeke net als het jaar ervoor ‘de dubbel’ zou scoren. Wie zou hem kunnen tegenhouden, kraaiden de Belgische gazetten. Het was pure doping voor Fabian en de adrenaline spoot door zijn aderen toen de finale ging beginnen. Hij had het scenario helemaal in zijn hoofd zitten tot en met de plaats waar hij zijn finale demarrage zou plaatsen. Alleen op die wielerbaan aankomen, dat hebben alleen de heel groten gedaan, hield hij zich voor en na een 4e en een 8e plaats in de twee jaar daarvoor – zijn eerste profjaren – was het tijd voor de jonge Zwitser om ook op die eretribune plaats te nemen. En niemand kon hem stoppen, het was een ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 18 maart 2008 0:00

« Vorige 1 2 3  ... 596 597 598 599 600 601 602 603 604 605 606  ... 669 670 671 Volgende »