Gösta PETTERSSON (1940, Zweden)

Ik heb het op deze weblog al vaker over fietsende broers gehad. Recordhouders in aantal zijn volgens mij de gebroeders Leene uit Den Haag. Maar liefst vijf telgen uit dat geslacht waren wielrenner. Er was echter een enorm verschil in kwaliteit tussen de broers. Dat was ook wel het geval bij de Zweedse gebroeders Pettersson, maar ze werden met z’n vieren toch maar drie keer achtereen wereldkampioen ploegentijdrit en op de Olympische Spelen wonnen ze in die discipline zilver en brons. Ondanks die gezamenlijke successen was Gösta met afstand de meest talentrijke en hij was in de jaren zestig een van de beste amateurs ter wereld. Hij blonk vooral uit in het tijdrijden en zware etappekoersen. Pas op 30-jarige leeftijd werd hij prof en als je naar zijn resultaten kijkt, dan vraag je je af wat hij bereikt zou hebben als hij op 23-jarige leeftijd beroepsrenner was geworden. Hij won de Ronde van Romandië, met broer Thomas de Trofeo Baracchi en nog veel meer. Zijn grootste triomf is natuurlijk zijn zege geweest in de Ronde van Italië 1971. Hij was dan ook een uitstekend ronderenner die in 1970 derde werd in de Tour de France achter Merckx en Zoetemelk. Hij realiseerde een fantastische carrière en hij is een van de beste Zweedse renners ooit. Van de vier broers is Sture niet meer in leven en er staat Sture Faglum op zijn grafsteen, in plaats van Pettersson. Als je in Nederland Janssen of De Vries heet dan moet je je hele leven blijven uitleggen dat je geen familie bent van Jan of Peter R. Dat is vervelend en in Zweden hebben ze daar wat op gevonden. Als je een heel algemene naam hebt dan kun je die laten veranderen. Gösta zag daar niets in, want er zijn in Zweden slechts twee andere beroemde Gösta Petterssons, een componist en een cineast. Dan ben je wel onderscheidend. Zijn drie broers heten echter Faglum naar hun geboorteplaats. Dat betekent afstand van Gösta, maar dat vonden ze niet zo erg want de vier gelauwerde broers zijn al jaren gebrouileerd.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 23 november 2006 0:00

Leen van der MEULEN (1937, Nederland)

Hij werd in 1961 verrassend wereldkampioen bij de amateurstayers en een jaar later stopte hij al na het een seizoen lang zonder succes bij de profs te hebben geprobeerd. Ik kende hem wel, want ik had in die tijd in Amsterdam wat met de bouw te doen en het bouwbedrijf Van der Meulen uit Badhoevedorp was destijds een grote aannemer in het Amsterdamse. Een vader met vier zoons, van wie Leen er een was. Na het wielrennen ontwikkelde hij binnen dat bedrijf een nieuwe activiteit: projectontwikkeling. In 1979 werd het bedrijf verkocht en Leen verbaasde vriend en vijand door met zijn gezin naar Canada te emigreren. Hij herhaalde daar zijn kunstje met projectontwikkeling en Lien Vandermjoelen werd een succesvol zakenman. Hij zette er en passant het ‘Bike for your Life’ op, een evenement dat enigszins te vergelijken is met de Ride for the Roses. Toen hij uitgewerkt was keerde hij terug naar Nederland en vestigde zich in Limburg. Hij had de racefiets herontdekt en als pensionado fietste hij dagelijks in het bronsgroen eikenhout. In die tijd belde ik hem omdat ik voor mijn boek ‘Wielerhelden van Oranje’ wilde weten hoe het met hem ging. Het werd een lang gesprek, want Leen is een gezellige maar breedsprakige man. Een van mijn belangrijkste vragen was natuurlijk waarom hij zo plotseling met wielrennen was gestopt. Hij vertelde me het verhaal van zijn val in Olympia’s Tour, waardoor hij een schedelbasisfractuur opliep. Hij herstelde daarvan, maar niet helemaal. Op onvoorspelbare tijden trad er in zijn lichaam een soort verkramping op, waardoor hij volledig blokkeerde. Als stayer kon hij de ene keer een wereldrace rijden om de volgende dag simpelweg van de rol te worden gereden. Jaren later is hij er door een manueel therapeut vanaf geholpen. Een paar jaar geleden is Leen weer naar de Randstad verhuisd en hij fietst nog steeds. Een leuke man met weinig rust in zijn kont.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 22 november 2006 0:00

Levinus KLAASEN (1947, Nederland)

Er is vandaag geen grote (oud)renner jarig en daarom moet ik een keus maken. Een B-keus met alle respect. Dick Dekker of Andrew McQuad zou ik kunnen kiezen omdat ze familie zijn van, maar dan schrijf je toch weer meer over Erik of over de voorzitter van de UCI. Marc Siemons is een optie, maar dan kom je toch weer bij het bordeel van zijn ouders uit. Jo Vrancken en Adrie Wouters zijn geen renners geweest waar je uit de losse pols meer dan honderd woorden over neerpent en Bruno Mealli is misschien wel de beste van de jarigen van vandaag geweest, maar ik weet niks van die man behalve zijn uitslagen. Wat moet je dan als eenvoudige wielerblogger. Dan kies je voor Livin. Niemand zal hem een groot coureur noemen en hij zelf nog het minst. Maar Livin Klaasen, geboren Nederlander maar woonachtig in België, heeft een eigen website, hij heeft een boek geschreven en hij publiceerde op zijn site een mooie column over doping. Een onderwerp dat hem na aan het hart ligt en hij heeft er een heldere kijk op. Hij vertelt vrijmoedig over de praktijken in het huidige peloton en daar wordt je niet vrolijk van. Wat niet wil zeggen dat je die site niet moet bezoeken, want dat moet je wel. Je blijft er zeker een kwartier hangen. Het is net Big Brother, het leven van Livin met zijn gezin van binnenuit en met hobby’s en al. En als je naar dat kwartier doorsurft of teruggaat naar deze weblog dan denk je vast: aardige man! De foto is afkomstig van http://www.livinklaasen.net/

Geplaatst door Fred van Slogteren, 20 november 2006 0:00

Richard VIRENQUE (1969, Frankrijk)

Op 6 juli 2005 stond ik in het Franse stadje Montargis in een perstentje op zo’n vijftig meter voorbij de finish, waar een uur later de vijfde etappe van de Tour zou finishen. Het was winderig en regenachtig en de wind rukte aan het tentje. Er stond een monitor en ik was in het gezelschap van een Franse fotograaf en een massieve man met een Latijns uiterlijk. Op het scherm zagen we een uitlooppoging van de Hongaar Bodrogi. De Latino pakte zijn mobiel, hield dat ongeveer vijf centimeter voor zijn mond en barstte los in een luide spraakwaterval, waaruit ik alleen de naam Botero kon opmaken. Schreeuwend, gesticulerend spoot hij zijn totale vocabulaire richting Bogota, terwijl er op het scherm niets anders te zien was dan een eenzame renner in het groene shirt van Crédit Agricole. De man beëindigde zijn verslag, ging zitten en doezelde direct weg. Toen kwam Richard Virenque lopend langs en nu raakte de Fransman uiterst opgewonden. “Richaaaare, Richaaaare”, sprak hij in vervoering alsof Miss France naakt en op hoge hakjes langs tripte. Ook het dichtopeengepakte publiek achter de dranghekken roerde zich en Virenque deelde overal handtekeningen uit. Als altijd onberispelijk gekleed en gekapt. Hij onderging de over hem uitgestrooide hulde hovaardig, knikte, lachte, zwaaide, ging met iedereen op de foto, gaf kushandjes terug en schreed als een ware zonnekoning verder. Hij had ook ongezien langsachter kunnen lopen, zoals Pedro Delgado deed, maar hij verkoos de belangstelling. Een merkwaardig fenomeen die Virenque. Enerzijds een mooie aanvallende wielrenner en aan de andere kant een bedrieger, die pas twee jaar na dato voor de rechter toegaf dat hij na de Tour de dôpage gelogen had. En het publiek? Ach, doping is een hobby van de officials en de pers. Geen mens die zich er verder druk om maakt. Raar maar waar. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 19 november 2006 0:00

Bobby JULICH (1971, Verenigde Staten)

Zijn vader was tri-atleet en dus moest er dagelijks getraind worden. Zoon Bobby ging op de fiets mee. Dat zwemmen vond hij niks, hardlopen zag hij al helemaal niet zitten, maar het fietsen beviel hem wel. Op al die trainingstochten kon hij zich identificeren met Greg LeMond, zijn idool die in die jaren Europa liet kennis maken met het Amerikaanse wielrennen en vooral met de mentaliteit van sportende yanks en de cultuur die daarbij hoort. Bobby vond het allemaal geweldig en hij werd wielrenner. Hij ontdekte dat hij redelijk kon klimmen en het in ritten tegen het horloge tegen de beste tijdrijders kon opnemen. In 1992 werd hij op 21-jarige leeftijd beroepsrenner en vier jaar later stond hij op het erepodium van de Tour de France. Derde achter Bjarne Riis en Jan Ullrich. Was er een nieuwe Amerikaanse Tourwinnaar opgestaan? Niet helemaal, want de renner uit Colorado miste de regelmaat en de constante van een groot ronderenner. Hij kreeg een gevoelige lik mee van de dopingperikelen rond zijn ploeg Cofidis, maar ook bij Crédit Agricole en T-Mobile kon hij zijn vorm van 1996 niet meer vinden. Net op het moment dat iedereen dacht dat zijn carrière verzand was, kwam andermaal Bjarne Riis op zijn pad. Ditmaal niet als renner, maar als teammanager van CSC, het Deense wonderteam dat toch anders is dan anderen. Julich was inmiddels 33 jaar en hij dacht al aan afscheid, maar hij liet zich door Riis overtuigen dat hem nog mooie dingen te wachten zouden staan in het rood/zwart van de Deense formatie. En zo werd 2005 zijn topjaar met overwinningen in Parijs-Nice en de Eneco Tour Benelux. Een 17e plaats in de Tour bevestigde nog eens dat hij weer helemaal back in business was. Hij genoot er van, maar kon toch niet verhinderen dat het dit jaar een heel stuk minder was. Hij won de proloog van Parijs-Nice en hij won met zeven andere CSC’ers de ProTour ploegentijdrit in Eindhoven en dat was het wel zo’n beetje. Een val in de 7e etappe zorgde er voor dat hij in de Tour van dit jaar Parijs niet haalde. (Foto: © Philip van der Ploeg)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 18 november 2006 0:00

Lucien MICHARD (1903, overleden 31.10.1985, Frankrijk)

In de Tour de France zien we al sinds de tweede wereldoorlog het beeld van coureurs die een aantal jaren lang met harde hand het Tourcircus domineren. Bobet, de Franse kampioen uit de jaren vijftig, werd opgevolgd door Anquetil, die door Merckx, Merckx door Hinault, vervolgens kwam LeMond, daarna Indurain en tenslotte Armstrong. In de wereld van de beroepssprinters is iets dergelijks te zien. Onze landgenoot Piet Moeskops werd in de jaren twintig vijf keer wereldkampioen. Hij werd vanwege het ouder worden van zijn troon gestoten door de Fransman Lucien Michard, de vandaag 103 jaar geleden in de buurt van Parijs geboren Fransman. Michard werd vier keer (van 1927 tot en met 1930) wereldkampioen, nadat hij al twee wereldtitels en Olympisch goud had veroverd bij de amateurs. Daarna kwam de periode Jef ‘Poeske’ Scherens die maar liefst zeven maal wereldkampioen werd. Eigenlijk had Michard ook in 1931 wereldkampioen moeten zijn. Dat jaar werd het WK in Kopenhagen verreden en de Fransman bereikte moeiteloos de finale. Zijn tegenstander Willy Falck Hansen reed een thuiswedstrijd en de jury zou hem wel even een handje helpen. Michard won de eerste rit en de Deen de tweede. Er was dus een beslissende derde rit nodig. Die ‘belle’ werd nipt maar duidelijk waarneembaar gewonnen door Michard. Diens arm ging dan ook in een triomfgebaar omhoog, waarna hij tot zijn verbijstering moest horen dat Falck Hansen winnaar was en dus de nieuwe wereldkampioen. Michard diende uiteraard direct een protest in, maar dat werd door de jury afgewezen. Hij zocht het hogerop en ging in cassatie bij de UCI met foto’s die zijn ondubbelzinnige gelijk bewezen. De internationale wielerbond velde een salomonsoordeel door te stellen dat de uitslag niet zou worden herroepen, maar dat Michard wel het voorrecht kreeg om het gehele jaar te rijden in een shirt met twee wereldbollen op de rug (zie foto). Falck Hansen reed in 1932 dus in de regenboogtrui en Michard bewees dat jaar in zijn unieke bollenshirt in meerdere rechtstreekse duels dat hij toch de echte wereldkampioen was. En toen kwam Scherens om Lulu naar de vergetelheid te sprinten.

Geplaatst door Fred van Slogteren, 17 november 2006 0:00

Leo van VLIET (1955, Nederland)

Als amateur was hij een kanjer die in de Amstel Bier-ploeg van Herman Krott werd voorbereid op een supercarrière bij de profs. Herman bracht hem binnen bij Miko-Mercier, de Franse ploeg waar Zoetemelk kopman was. Zijn eerste profwedstrijd was de Ster van Bessèges en hij won de eerste rit en werd tweede in de eindstand. Een mooie binnenkomer die dat jaar geen echt vervolg kreeg. In 1979 transfereerde hij naar Raleigh en hij werd een van de steunpilaren van de bende van Post. Hij won zijn wedstrijden, maar zijn belofte maakte hij niet waar. Zijn talenten offerde hij aan de ware eruptie van ploegsuccessen, waarin niet hij maar Raas en Knetemann de tenoren waren. Hij schikte zich moeiteloos, maar was in 1983 tot tranen toe geroerd en als een kind zo blij toen hij eindelijk een echt grote wedstrijd – Gent-Wevelgem – won. Op dezelfde dag speelde de veelbesproken breuk tussen Post en Raas zich af en Leo ging met de Zeeuw mee naar Kwamtum. Hij reed nog een paar jaar zonder opzienbarende prestaties en stopte toen vrij plotseling. Hij kon het vak van beroepsrenner mentaal niet meer opbrengen, was zijn excuus en hij dook met al zijn energie in het familiebedrijf. De broers Van Vliet maakten er een wereldtent van en verkochten het vervolgens aan een Amerikaanse multinational op het gebied van recycling. Leo en zijn broers fietsten zich regelrecht de Quote binnen. Te jong om niks te doen ging Leo in zaken. Hij organiseert evenementen en hij is al weer een fiks aantal jaren de grote baas van de Amstel Gold Race. Hij is de enige man die in zijn huis een café heeft laten aanleggen met volledige tapvergunning, maar die zelf geen druppel drinkt. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 15 november 2006 0:00

Bernard HINAULT (1954, Frankrijk)

Ik had nooit gedacht dat deze man nog eens de ceremoniemeester van de Tour de France zou worden. Tijdens zijn fantastische carrière als wielrenner toonde hij zich een heerser, iemand die de lakens uitdeelt en iedere rebellie tegen zijn overmacht met daden de kop indrukte. Je zou hebben verwacht dat zo iemand maar één functie had geambieerd, die van de hoogste baas van de Tour. Maar in plaats daarvan staat de ooit zo hoekige Breton nu tijdens de Tour de France aan het eind van iedere etappe op het podium als een plooibare meubelverkoper in een toonzaal. Handjes geven en alles doen om de burgemeester en de andere notabelen van de stad, waar de Tour is neergestreken, te behagen. Is dit dezelfde man die hoogstpersoonlijk eens een uitloper terughaalde om hem in niet mis te verstane bewoordingen mee te delen dat voor een uitlooppoging eerst aan hem om toestemming had moeten worden gevraagd? Ja, dat is dezelfde man en waarom laat hij zich in die rol dwingen? Voor het geld zal hij het niet doen en uit verveling ook niet, want hij heeft nog altijd genoeg te doen op zijn boerderij met een fikse veestapel. Ik kan maar één reden bedenken: hij houdt nog zoveel van de wielersport dat zijn lichaam er gewoon om vraagt om eens per jaar de lucht van koeienstront te verruilen voor die van massageolie. Maar hij houdt er ook weer niet genoeg van om ploegleider te worden of er zoals de directeur van de Tour de France het hele jaar mee bezig te zijn. Dat is misschien de reden, maar ik geef mijn reden graag voor een andere. Ik hou intussen mijn herinnering aan een van de grootste wielrenners ooit en ik hou vast aan mijn lezing dat hij de bijnaam le blaireau niet heeft gekregen omdat hij de eigenschappen van een ‘das’ heeft, maar omdat hij in zijn jonge jaren, met een haarband om zijn dikke krullenbol gespannen, sprekend op een ‘scheerkwast’ leek. En verder heb ik Bernard Hinault persoonlijk leren kennen als een warme persoonlijkheid met een grote waardering voor onze Joop Zoetemelk. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 14 november 2006 0:00

Piet MOESKOPS (1893, overleden 19.11.1964, Nederland)

Zou iemand anno 2006 nog weten wie Piet Moeskops was, als Joris van den Bergh niet een boek over hem had geschreven? Waarschijnlijk niet en dat toont het belang van biografieën weer eens aan. Zonder dat boek zou Moeskops slechts een naam zijn geweest in de statistieken, maar met het boek is hij een held die zelfs een jonge jongen als Theo Bos nog aanspreekt. Dankzij dat boek weten we ook wie Bob Spears was, en Frank Kramer, en Gabriel Poulain en natuurlijk die verrekte Zwitser Ernest Kaufmann die er volgens Moeskops geen hout van kon. Moeskops was kritisch ten aanzien van zijn tegenstanders en je kreeg een beetje medelijden met ze als ze weer eens door Big Pete in de vernieling werden gereden. Het is eigenlijk een spannend jongensboek, geschreven door een man die zich in die tijd als journalist permanent moest verdedigen omdat hij idolaat was van een sportman. Een journalist behoorde tot het establishment en dan diende je je niet in te laten met zo iets onbenulligs als sport. Daar heeft Van den Bergh zich gelukkig niets van aangetrokken en daardoor een belangrijke periode in de wielersport vastgelegd. Ik heb het boek als kind verslonden en van veel oud-wielrenners gehoord dat zij dat eveneens hebben gedaan. Het was een van de eerste sportbiografieën in de Nederlandse taal en het is een klassieker. Ook een fantastisch tijdsbeeld met renners die reizend per trein en per boot hun contracten afwerkten in heel Europa en de Verenigde Staten. Ze spraken doorgaans geen woord over de grens, maar ze kwamen overal. Hoewel hij soms best wel kritisch op zijn hoofdpersoon was, is Van den Bergh in het boek erg mild over Moeskops en het boek is eigenlijk een hagiografie. En een stuk nationalisme, waarvan we niet alleen de Duitsers van die tijd mogen betichten. Van den Bergh kon er ook wat van, getuige deze alinea: ‘Ik heb voor mij gezien een Hollander, die op zijn gebied een reusachtige reus was, Een topmens. Deze topmens was een landgenoot. Een product van mijn geboortegrond, een kerel van mijn kluiten, van mijn klei, van mijn zand, van mijn veen, geboren onder mijn lucht, in mijn atmosfeer.’ Maar dat is slechts een tijdsbeeld, terwijl Van den Bergh er in is geslaagd Piet Moeskops onsterflijk te maken. (archief Peter Leene)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 13 november 2006 0:00

Peter POST (1933, Nederland)

Ik heb de eer zijn biograaf te zijn. In het jaar 1998 ben ik intensief met zijn carrière en zijn persoon bezig geweest. Er is mij toen vaak gevraagd waarom ik juist Post had gekozen? Ik antwoordde dan steeds dat het te maken had met het feit dat ik Peter Post in een van zijn eerste koersjes als nieuweling aan het werk had gezien en dat hij toen veel indruk op mij had gemaakt. Als gevolg daarvan heb ik hem altijd met veel belangstelling gevolgd. Hij werd de beste zesdaagserenner van zijn tijd en ook op de weg behaalde hij resultaten waar iedere Nederlandse renner van tegenwoordig jaloers op zal zijn. Dat hij de carrière heeft gemaakt die hij heeft gemaakt heeft alles te maken met zijn persoonlijkheid en zijn karakter. Ik heb hem in mijn boek ‘Karaktermens Peter Post’, volop de eer gegeven die hem toekomt. Hij was geen voorstander van het boek, maar toen het er eenmaal was en hij het had gelezen is onze relatie verbeterd. We zijn geen vrienden, maar we respecteren elkaar en Peter is een van mijn informanten met wiens hulp ik deze weblog vul. In mijn geboortedagrubriek komen heel veel renners langs met wie hij nog heeft gereden of die in een van zijn ploegen hebben gezeten. Peter heeft een goed geheugen en zijn beschrijvingen over anderen zijn vaak zeer gedetailleerd en raak. Hieronder de ingekorte proloog van het boek, waarin ik beschrijf hoe en waar ik Peter Post voor het eerst heb gezien. De mooie foto van de 72-jarige wielergigant met Marianne Vos, een nieuwe Nederlandse gigant in het vrouwenwielrennen, is van mijn goede vriend Henk Theuns.

Geplaatst door Fred van Slogteren, 12 november 2006 0:00

« Vorige 1 2 3  ... 594 595 596 597 598 599 600 601 602 603 604  ... 620 621 622 Volgende »