Louis CAPUT (1921, overleden 09.02.1985, Frankrijk)

Louis Caput was kort na de tweede wereldoorlog een goede renner die onder meer Parijs-Tours, de Ronde van Picardië en twee maal Parijs-Limoges won en in 1946 kampioen van Frankrijk was. Hij was vooral een sterke eendagscoureur, want voor de grote rondes was hij niet goed genoeg in de bergen. Wel was hij in 1955 een van de eerste renners – misschien wel de eerste – die in één seizoen zowel de Tour (54e), de Giro (68e) als de Vuelta (55e) reed. Hij moest het vooral hebben van aanvalslust en een sterke aankomst. Petit Louis werd na zijn loopbaan ploegleider en daarin behaalde hij meer successen dan als renner. Hij had jarenlang mannen als Raymond Poulidor en Joop Zoetemelk onder zijn hoede en hij wist altijd wel een sterke ploeg daaromheen te formeren. Hij was een groot bewonderaar van Zoetemelk en daardoor ook van het Nederlandse wielrennen. In 1974 had hij vier Nederlanders in zijn ploeg (Zoetemelk, Knetemann, Bal en Vianen) en een jaar later waren het er zelfs zes. De vier uit 1974, aangevuld met Jan van Katwijk en Jo Vrancken. Zoetemelk heeft tegenover mij nooit veel over Caput losgelaten, omdat het Joop met zijn introverte instelling niets uitmaakte wie de ploegleider was. Gerard Vianen daarentegen kan zich de kleine Parijzenaar nog goed herinneren. ‘Ik wist dat Caballero ging stoppen en in de Ronde van Noord-Frankrijk, waarin ik een rit won, ben ik naar Caput gegaan om in mijn beste Frans te vragen of hij een plaatsje voor mij had. Caput was een type die kon een traan uit z’n ooghoek laten vallen en dan zeggen: jongen, ik zou je graag willen hebben, maar ik heb geen budget meer. Toch stuurde hij me in de winter daarna een contract en kwam ik bij hem in de ploeg. Hij was een rustige, deskundige ploegleider die voor die tijd heel vooruitstrevend was op het gebied van eten en drinken. Op het perfectionistische af. Hij liet ons vaak vis eten, maar als we in de Tour ver van de zee afzaten, dan was dat wel eens erg droog. Maar dat maakte hem niks uit. Vis moesten we eten en altijd van die grote brokken. Dan dacht ik: daar komt-ie weer …

Geplaatst door Fred van Slogteren, 23 januari 2008 0:00

Jacques FRIJTERS (1947, Nederland)

In de reeks Nederlandse kampioenen op de weg kom je de grootste namen tegen uit de geschiedenis van het nationale cyclisme. Van alle grote mannen uit het verleden ontbreken alleen Jan Janssen en Gerrie Knetemann. Die zijn er nooit in geslaagd om Nederlands kampioen te worden. In het geval van Janssen was de overmacht van de Nederlandse merkenploegen altijd te groot en Janssen wist als ‘buitenlander’ altijd een mannetje of wat op zijn wiel. Waarom De Kneet nooit in het roodwitblauw reed weet ik niet precies, maar in vrijwel alle jaren dat hij meedeed won er wel een ploeggenoot. In die lange lijst met 81 namen staan ook enkele renners voor wie dat Nederlands kampioenschap zowel hoogtepunt als uitschieter was. Zo iemand is Jacques Frijters die in 1969 met de hoogste nationale wielereer ging strijken. Hij was als Nederlander afkomstig uit Baarle-Hertog, die Belgische enclave in het zuiden van Brabant en hij kon best wel aardig fietsen. In 1964 behaalde hij bij de nieuwelingen 24 overwinningen en in de drie jaar daarna ging hij bij de amateurs elf keer als eerste over de meet. In 1968 leek hij echt door te breken met tien overwinningen in één seizoen, waaronder twee etappezeges in het Circuit des Mines, een zware rittenkoers in Frankrijk. Hij kreeg een contract bij de profformatie van Mann-Grundig en in de trui van die ploeg werd hij verrassend Nederlands kampioen. Hij won dat jaar nog enkele koersen, want zo’n trui geeft vleugels. Het was echter van korte duur. Met zijn kampioenstrui stapte hij in 1970 over naar de Nederlandse Caballero-ploeg, maar nadat hij zijn trui had overgedragen aan Peter Kisner, nog zo’n ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 22 januari 2008 0:00

KARMANY, Antonio (1934, Spanje)
STAKENBURG, Joop (1928, overleden 20.10.1989, Nederland)
VAN GENEUGDEN, Martin (1932, België)
ZANOTTI, Marco (1974, Italië)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 21 januari 2008 0:00

BARBÉ, Koen (1981, België)
FISCHER, Josef (1865, overleden 29.08.1959, Duitsland)
GUIMARD, Cyrille (1947, Frankrijk)
HELVOIRT, Wil van (1952, Nederland)
JEGOU, Lilian (1976, Frankrijk)
KEMP, Martin (1957, Nederland)
KERSTEN, Frank (1967, Nederland)
KLEP, Edith (1976, Nederland)
LASTRAS GARCIA, Pablo (1976, Spanje)
MARSAL, Catherine (1971, Frankrijk)
NOLTEN, Jan (1930, Nederland)
POST, Krijn (1933, Nederland)
RUCKER, Stefan 1980, Oostenrijk)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 20 januari 2008 0:00

BELLEMAKERS, Dirk (1984, Nederland)
BOGAERTS, Jean (1925, België)
DAAMS, Hans (1962, Nederland)
FERNANDEZ OLIVEIRA, Luis (1980, Spanje)
FREI, Thomas (1985, Zwitserland)
GRANDI, Allegro (1907, overleden 23.04.1973, Italië)
MARTINELLO, Silvio (1963, Italië)
PASSERON, Aurélien (1984, Frankrijk)
POL, Jo van (1948, Nederland)
STEEN, Toon van der (1936, Nederland)
VAN HYFTE, Paul (1972, België)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 19 januari 2008 0:00

John TALEN (1965, Nederland)

Ongecompliceerd rammen is wat John Talen als wielrenner het liefste deed. Hij was een groot talent dat in 1986 bijna twee wereldtitels behaalde. Met zijn maatjes Gerrit de Vries, Tom Cordes en Rob Harmeling behaalde hij de wereldtitel 100 kilometer ploegentijdrit en in de wegwedstrijd moest hij slechts de Oost-Duitser Uwe Ampler voor laten gaan. In die zege in de ploegentijdrit had hij een groot aandeel gehad, want de geboren Drent begon op kop en trok de eerste kilometer direct vol door. Ze hadden er een vol jaar voor getraind die vier, onder leiding van de gedreven bondscoach André Boskamp. Die eiste alles van zijn mannen in ruil voor een beschermde positie aan het begin van het seizoen. Niks geen criteriums en waaierklassiekers, maar loodzware buitenlandse rittenkoersen. Met een bijkans Oost-Europese aanpak zette Boskamp een ploeg neer die met overtuiging en een niet te breken moraal naar de overwinning denderde. Hij duldde daarbij geen tegenspraak en er kwam uit wat hij in zijn hoofd had. Maar als we nu terugkijken op de profcarrières van die vier kanjers dan is er toch niet uitgekomen wat er qua mogelijkheden in zat. Dat had voor een deel te maken met de omstandigheden, want in hun tijd speelde het net ingerichte puntensysteem hen bepaald niet in de kaart. Ploegen moesten een bepaald aantal punten hebben om bij de belangrijkste koersen aan de start te kunnen komen en renners die overkwamen van de amateurs hadden geen punten. Dus contracteerde een ploegleider in die tijd liever een oude prof op z’n retour maar met punten, dan een groot amateurtalent zonder. Voor Talen werd een uitzondering gemaakt. Toen hij na dat WK in zijn woonplaats Spijkenisse werd gehuldigd, was daar plots Peter Post. Met een contract bij de miljoenenformatie Panasonic. John Talen was jarenlang een goede prof die zijn ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 18 januari 2008 0:00

ALTIG, Willi (1935, Duitsland)
BARBERO, Sergio (1969, Italië)
BAZZO, Pierre (1954, Frankrijk)
BEUCHERIE, Serge (1955, Frankrijk)
CHERNETSKIY, Ilya (1984, Rusland)
CROMBEZ, Tijs (1986, België)
LANGEVELD, Sebastiaan (1985, Nederland)
LUENGO CELAIA (Antton (1981, Spanje)
MARTINEZ, Miguel (1976, Frankrijk)
PAOLINI, Luca (1977, Italië)
RAST, Gregory (1980, Zwitserland)
RIBLON, Christophe (1981, Frankrijk)
SÉRÈS, Georges (1918, Frankrijk)
VAARTEN, Michel (1957, België)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 17 januari 2008 0:00

Gerard KOEL (1941, Nederland)

Koeltje is een geboren en getogen Amsterdammer die vanaf zijn geboorte helemaal begeesterd is van de wielersport. Hij was een leuke renner. Snel en explosief. Hoewel hij als amateur op de weg heel wat succesjes bij elkaar reed, was hij toch vooral een pistier. Op de baan kon hij goed uit de voeten. Hij won met zijn stadgenoten Cor Schuuring, Jaap Oudkerk en Henk Cornelisse een bronzen medaille bij de Olympische Spelen van Tokyo. Dat was in 1964 op het nummer ploegachtervolging. Hij was snel en daarom haalde hij ook ereplaatsen bij het Nederlands kampioenschap sprint. Drie keer was hij derde bij de amateurs, maar bij de profs was hij twee keer eerste en dus nationaal kampioen. Dat was in 1968 en 1969, maar de waarheid gebiedt er bij te vertellen dat er toen geen echte sprinters meer waren en Gerard diende af te rekenen met mannen zoals hij, dus rappe jongens die ook een sprintje konden winnen. Dat waren Hennie Marinus, Rinus Paul, Albert van Midden, enzovoort. Bij de profs was Gerard vooral zesdaagserenner. Niet zo een die de overwinningen aan elkaar reeg, maar wel een publiekslieveling. Een jongen die het spel op de wagen kreeg door op rustige momenten er in te vliegen. Zijn razendsnelle exploiten en zijn stuurmanskunst leverde hem de bijnaam Zoef op naar de razendsnelle en wendbare haas uit de Fabeltjeskrant. Voor de hoofdprijzen had hij in de urenlange, slopende jachten misschien te weinig inhoud. Toch won hij twee zesdaagsen. In 1967 met Jan Janssen in Madrid en in 1973 in Antwerpen met René Pijnen en Leo Duyndam. Na zijn carrière begon Gerard samen met zijn vrouw een boutique in damesmode in Hoogerheide, waar hij toen al jaren woonde om dichter bij de koersen in België en bij het Antwerpse Sportpaleis te wonen. De zaak werd Zoef genoemd, naar zijn bijnaam. Het werd destijds door Peter Post geopend en enkele jaren geleden kwam De Keizer nog eens naar het Brabantse wielerdorp om de tent weer te sluiten, omdat het echtpaar Koel het na zoveel jaar wel welletjes vond. In de maand juli was Gerard ook jarenlang in de Tour te vinden. Als chauffeur van de auto van de NOS. Met zijn vaste passagier ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 16 januari 2008 0:00

CONTINI, Silvano (1958, Italië)
DE DECKER, Eric (1982, België)
EGMOND, Sjaak van (1908, overleden 09.01.1969, Nederland)
ELIAS GALINDO, José Miguel (1977, Spanje)
FERNANDEZ BLANCO, Alberto (1955, overleden 14.12.1984, Spanje)
FONDRIEST, Maurizio (1965, Italië)
KLIER, Andreas (1976, Duitsland)
LJUNGBLAD, Jonas (1979, Zweden)
MAENEN, Jules (1932, Nederland)
NOÉ, Andrea (1969, Italië)
PELLIZOTTI, Franco (1978, Italië)
VALKENBURG, Reinier (1962, overleden 04.12.1987, Nederland)
WAL, Eelke van der (1981, Nederland)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 15 januari 2008 0:00

Antonio MASPES (1932, overleden 19.10.2000, Italië)

Dankzij Theo Bos staat het wieleronderdeel sprint weer volop in de belangstelling. Het is een prachtig nummer waarin het niet alleen om zuivere snelheid gaat, maar ook om tactiek, gogme, brutaliteit en pure klasse. In de jaren vijftig van de vorige eeuw werd de sprint het elitenummer van het wielrennen genoemd. Er zijn mensen die Theo Bos graag op de weg willen zien, waaronder zijn eigen vader. Die hoorde ik laatst op TV zeggen dat als Theo in Beijing Olympisch goud haalt hij dan alles heeft bereikt wat er op de baan te bereiken is. Hij is dan rijp voor de overstap naar de weg, aldus de verwekker van onze nationale wielertrots. In de tijd van Arie van Vliet, Jan Derksen, Reginald Harris en Antonio Maspes werd er niet zo gedacht. Het idee alleen al. Ze verdienden als sprinter meer dan genoeg en ze trokken van Grote Prijs naar Grand Prix om er met steeds dezelfde tegenstanders te strijden om de hoogste eer. Eens per jaar kwamen ze naar het WK in de hoop de hoogste titel te pakken om een jaar lang in de regenboogtrui vette contracten te kunnen nakomen. Maspes was tussen die sterren van toen jarenlang een superster. Een razendsnelle renner en een grote persoonlijkheid. Iemand met de uitstraling van een operaster à la Enrico Caruso en Benjamono Gigli. Hij was tussen 1955 en 1964 zeven maal wereldkampioen en hij deed niets anders dan sprinten. In wedstrijden dan, want hij had een broertje dood aan trainen. Zijn bijnaam was dan ook: ‘De man die nooit trainde’. Waar Van Vliet en Derksen regelmatig in zesdaagsen te zien waren, daar was Maspes een pure specialist. Hij werd er schatrijk mee en in zijn boekje ‘Met banddikte’ beschrijft Derksen het ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 14 januari 2008 0:00

« Vorige 1 2 3  ... 593 594 595 596 597 598 599 600 601 602 603  ... 660 661 662 Volgende »