Laurent JALABERT (1968, Frankrijk)

Er zijn twee soorten renners. De ene soort gaat uit van de kwaliteiten die hij in de wieg heeft meegekregen. Ze ontwikkelen die tot het maximum en gaan verder door het wielerleven als sprinter, rouleur, klimmer of combinaties daarvan. De andere groep is veel kleiner, want dat zijn de renners die zich niet neerleggen bij het feit dat ze het ene wel kunnen en het andere niet. Ik noem drie beroemde representanten van deze groep omdat ze zich alle drie hebben ontwikkeld van een sprinter, die ook tot een bepaalde hoogte goed kon klimmen en tevens een redelijke tijdrit neer kon zetten. De eerste is Jan Janssen, de tweede Sean Kelly en de derde Laurent Jalabert. Ze wonnen tal van koersen, met hun sprint, maar ze ontwikkelden zich zodanig dat ze alle drie de Ronde van Spanje op hun naam schreven en Janssen ook nog eens de Tour de France. Dat is grote klasse en Jalabert is er een grand seigneur mee geworden die in eigen land nog altijd enorm populair is. Als hij zich tijdens de Tour buiten het commentaarhok van de Franse TV waagt, dan staan de fans in rotten van vier te wachten op zijn handtekening of het voorrecht met hem op de foto te gaan. Jaja was dertien jaar prof en behalve de Vuelta won hij vijf klassiekers en tal van kleine rittenkoersen en eendagswedstrijden. Hij behoorde tot de beste renners van zijn tijd. Jalabert was ook wereldkampioen tijdrijden en in de Tour won hij twee keer zowel het puntenklassement als het bergklassement. Over allround gesproken. Veel van die successen behaalde hij na 1994. In de Tour van dat jaar zag ik hem met zijn helm op één oor en zijn zonnebril bungelend aan het andere zwaargewond op het asfalt zitten nadat een fotograferende politieagent een massale valpartij veroorzaakte. Hij had van alles gebroken en zijn oog hing uit de kas. Maar toen moest zijn echte carrière nog beginnen. Ik had daar – en dat heb ik nog steeds – een grenzeloos respect voor. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 30 november 2006 0:00

Cyril DESSEL (1974, Frankrijk)

Helemaal onbekend was hij niet toen hij na de tiende etappe van de Tour de France 2006 in het geel werd gehezen. Cyril Dessel was al aan zijn achtste profseizoen bezig, maar hij was nog niet echt goed opgevallen. Hij kon aardig klimmen en hij maakte op die 12e juli deel uit van een grote kopgroep op weg naar Pau. De Tourdirectie had in die rit een col van de buitencategorie opgenomen en daar kwam het gros van de kopgroep in grote nood. Twee goede klimmers zagen hun kans en lieten de rest achter. Het waren Dessel en de Spanjaard Juan-Miguel Mercado. Dessel van de AG2R-ploeg en Mercado van het ProContinental-team Agritubel dat met een wildcard het Tourcircus was binnengeslopen. De twee werkten goed samen, want ze hadden direct een akkoord gesloten. Mercado de ritzege en Dessel de gele trui. Zo hielden ze achtervolger Landaluze van zich af en Frankrijk had een nieuwe held. Het sprookje duurde één dag, want op 13 juli volgde de rit van Tarbes naar Val d’Aran, waarin het Rabobank-collectief Menchov-Boogerd-Rasmussen het initiatief nam en Dessel 4 minuut 45 moest toegeven. Maar de manier waarop hij zijn trui verdedigde, verdiende alom respect. Net als landgenoot Thomas Voeckler een paar jaar daarvoor moest hij steeds weer lossen als er versneld werd, maar hij kwam ook steeds weer terug. Toen de rookwolken waren opgetrokken stond hij tweede in het klassement op slechts 8 seconden van de nieuwe leider Floyd Landis. Hij zakte in de dagen daarna naar de derde, de vierde en de zevende plaats en op die stek stond hij nog toen de karavaan moegestreden op de Champs Elysées arriveerde. Als beste Fransman, een kleine minuut voor Christophe Moreau. Hij zal geen topper meer worden, deze 32-jarige Fransman uit de buurt van Saint Etienne. Hij zal zijn prestatie van dit jaar misschien niet meer herhalen, maar zijn verdere rennerscarrière mag hij rekenen op de onvoorwaardelijke sympathie van het Franse volk. Zo gaat dat in la Douce Françe. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 29 november 2006 0:00

Stephen ROCHE (1959, Ierland)

Mijn herinnering aan Stephen Roche is vooral mijn herinnering aan het jaar 1987. De mentaal kwetsbare en blessuregevoelige Ier zat dat jaar alles mee. Hij won de Giro, de Tour en als klap op de vuurpijl ook nog het wereldkampioenschap. De Belg Eddy Schepers was een ploeggenoot van Roche. Schepers was een van die talenten die na het afscheid van Eddy Merckx dreigde te bezwijken onder de verwachtingen, omdat hij als amateur de Tour de l’Avenir had gewonnen. De Belg twijfelde daardoor hevig aan zichzelf, want hij slaagde er maar niet in als prof door te breken. Tot er een telefoontje kwam uit Italië van Davide Boifava. Of hij er à raison van een gigantisch salaris iets voor voelde om als knecht van Roche voor Carrera te komen rijden. Schepers hapte toe en maakte kennis met de Ier. ‘Het was net zo’n twijfelkont als ik en het klikte tussen ons.’ De twee werden dikke vrienden, want hoewel Schepers zich zelf niet kon overtuigen van zijn kwaliteiten, slaagde hij er wel in om Roche over diens vele dieptepunten heen te praten. In de Ronde van Italië werd de kaart van de Carrera-formatie geheel op de andere kopman van de ploeg, Roberto Visentini gezet, maar Roche was in supervorm. In een zware bergrit toonde hij zijn grote klasse door van kop af iedereen los te rijden. Een kopgroep van zes ontstond en Visentini kon slechts aanklampen. Tot hij onvermijdelijk moest lossen. Boifava gebood Schepers zich af te laten zakken om Visentini weer bij de kopgroep te brengen. De Belg ging naast Roche rijden, en vroeg: ‘als gij nu zegt dat u voor mijn toekomst gaat zorgen, dan blijf ik bij u.’ Roche antwoordde: ‘Eddy ik zorg voor u.’ Die avond daalde de helicopter van de Carrera-directie op het gazon voor het hotel en de heren eisten dat Roche en Schepers hun koffers zouden pakken en direct vertrekken. Boifava weigerde met de vraag: ‘ge kunt de roze trui toch niet wegsturen?’ De directie haalde bakzeil en Roche won de Giro en vergaarde daardoor zoveel zelfvertrouwen dat hij ook in de Tour en het WK dat jaar de beste was. Het niveau van 1987 heeft hij nooit meer gehaald, maar in dat ene jaar heeft hij zich gelijkwaardig getoond aan de allergrootsten uit de geschiedenis van het cyclisme. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 28 november 2006 0:00

Theo ELTINK (1981, Nederland)

Ik geloof dat Theo Eltink een laatbloeier is en dat het grote talent zich pas over een jaar of drie zal manifesteren als hij zich ontpopt als een van de betere klimmers van het internationale wielerpeloton. Hij wordt vandaag 25 en hij is nog steeds in ontwikkeling. Hij heeft nu enkele malen verdienstelijk de Ronde van Italië gereden en de Ronde van Spanje staat inmiddels ook op zijn ervaringslijst. Hij presteert, maar nog in de schaduw. Hij heeft grote mogelijkheden als klimmer, maar het is nog aanklampen. Twee jaar geleden probeerde Rasmussen het ook in de Tour met aanvallen. Hij ging voortijdig door het ijs, maar vorig jaar en dit jaar had hij zijn etappe gekozen. Hij had niets aan het toeval overgelaten en doelbewust ging hij voor de zege en het lukte hem. Ik denk dat Theo Eltink dat straks ook kan als hij zich helemaal focust op een bepaalde etappe. Het zou goed kunnen, want Eltink is ook een loner die meestal alleen traint en zijn grenzen opzoekt. Dus moeten we nog een beetje geduld met Theo hebben. Maar het lijkt me niet slecht voor zijn definitieve stap naar de top als hij volgend jaar de Tour rijdt. (Foto: © Philip van der Ploeg)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 27 november 2006 0:00

Ivan BASSO (1977, Italië)

Ik vraag me wel eens af hoe die Ivan Basso zich nu voelt. Bezig met een mooie en geleidelijke ontwikkeling van zijn carrière met steeds betere resultaten. Tweede in de Tour van 2005, eerste in de Giro van dit jaar en na de abdicatie van King Lance ineens dé favoriet voor het winnen van de Tour. Dan wordt luttele dagen voor la Grande Boucle bekend dat zijn naam in de administratie voorkomt van een dubieuze Spaanse arts en zijn werkgever CSC trekt hem direct terug uit de Tourploeg. Even later wordt hij ook nog ontslagen en dan blijkt maanden later dat de Spaanse justitie hem niet gaat vervolgen omdat er geen spoor van bewijs te vinden is. Ik weet natuurlijk wel dat dit een puur juridische vaststelling is en dat Basso best een regelmatige klant van die Spanjool kan zijn geweest, want ik vertrouw echt niemand meer. Maar stel dat het allemaal niet waar is, hoe moet Basso zich dan voelen? Een keurige man zo te zien, naast het fietsen erg behept met vrouw en kindjes. Geen Italiaanse loverboy die achter de wijven aangaat, zodra hij de kans krijgt, maar een serieuze jongen met een zacht gezicht en een wat naïeve oogopslag. Het zou me niks verbazen als hij uit pure woede en onmacht elke week een racefiets van zo’n 15 mille in elkaar heeft geslagen, maar dat weet geen mens. Hij is nu weer onder de pannen bij Discovery Channel, maar hoe verwerkt hij dit? Ik zou het niet weten. Naar de rechter stappen is een optie, maar daar zal hij dan nog jaren lang geestelijk mee bezig moeten zijn en dat kan een renner zich niet veroorloven. Het enige dat hem te doen staat is het hele seizoen 2007 tot het zijne maken. Giro, Tour, Vuelta moet hij op zijn minst winnen. Met schone A- tot en met Z-stalen en dan denkt het gros van de mensen toch: ‘Ja het zal wel, waar rook is is vuur. Die Basso is een ordinaire slikker.’ Ivan Basso kan niets worden aangewreven, maar hij is door de Spaanse justitie en Bjarne Riis als renner tot levenslang veroordeeld en hij kan er niks aan doen. Misschien moet hij eens met de Klusjesman gaan praten. (Foto: © Philip van der Ploeg)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 26 november 2006 0:00

Steven de JONGH (1973, Nederland)

Ik heb hem wel eens goed bekeken toen hij ergens ginnegappend met collega’s aan de start stond. Een vrolijke kop boven een geblokt lijf met van die typische sprintersbenen. Turbodijen boven bolle kuiten waar de explosie van afstraalt. Hij won met zijn snelheid wedstrijden als Veenendaal-Veenendaal, de E3 Prijs en Kuurne-Brussel-Kuurne. Hij is dus een erkende rappe, maar ook weer geen McEwen, Boonen of Petacchi. Daardoor komt hij soms in een positie die hij niet verdiend. Bij het NK 2005 in Rotterdam had het Rabobank-collectief niet voldoende vertrouwen in hem om alles op zijn kaart te zetten. Er werd door tal van Rabo-truien positie gekozen in plaats van Steven eens goed te lanceren. Het gevolg was dat Leon van Bon een lange neus kon maken naar zijn voormalige collega’s. Steven baalde zichtbaar en er zal buiten gezichtsveld van pers en publiek behoorlijk zijn gegeeveedeet. Begrijpelijk en niet zonder gevolgen, want Steven maakte direct bekend dat hij bij de bank zou opstappen. QuickStep was er als de kippen bij om de al jaren in België wonende Noord-Hollander in te lijven. Een gastarbeider uit Alkmaar met een speciale opdracht. Hij zou de man worden die de god van België in de laatste honderd meter in ideale positie voor de eindzege moest brengen. Het lukte een aantal malen, maar in de Tour de France lukte het niet en de pers en heel België begon te morren over die miskoop, die keeskop. De ene keer had Steven te vroeg afgegeven, de andere keer niet goed positie gekozen of er was wel een andere kulreden. Voor de objectieve kijker was die keeskop echter weinig te verwijten, want het lag natuurlijk aan het wonderkind zelf. Een sprinter die niet wint wordt onzeker. Hij gaat aan zich zelf twijfelen en zakt mentaal door het ijs. Dat overkwam Tom Boonen in de Tour van 2006. Een belangrijke fase in zijn ontwikkeling, waardoor het volgend jaar wel weer beter zal gaan met het tandem Boonen/De Jongh. Steven wordt vandaag 33, dus is er nog genoeg eer te behalen. (Foto: © Philip van der Ploeg)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 25 november 2006 0:00

Klaus BUGDAHL (1934, Duitsland)

Hij was 22 jaar toen hij in het zesdaagsecircuit debuteerde in zijn geboortestad Berlijn en hij was 40 jaar toen hij zijn loopbaan afsloot als winnaar van de Zesdaagse van Zürich. Daar tussen won hij 37 zesdaagsen, met tal van partners want hij heeft nooit met iemand een vast koppel gevormd. Hij was een van de beste zesdaagserenners van zijn tijd en toen reden er mannen rond als Gerrit Schulte, Rik Van Steenbergen, Peter Post, Fritz Pfenninger, Dieter Kemper, Rudi Altig en Patrick Sercu. Hij was een renner met een grote inhoud die in de jachten onvermoeibaar was. Hij kon fantastisch temporijden en hij had een fabelachtig koersinzicht. Geen man om de boel op stelten te zetten, dat was meer het terrein van Post en Altig. Daarom werd hij meer gewaardeerd door zijn collega’s dan door het publiek, hoewel hij in de Duitse zesdaages altijd veel supporters had. Hij was nooit te beroerd om zijn ervaring en kennis met jonge renners te delen. Hij hielp ze en begeleidde ze als ze daarom vroegen en Patrick Sercu heeft meermalen bekend dat hij veel aan ‘Der Alte’ te danken heeft. Privé was hij een bescheiden man en niet iemand van de voorgrond. Hij had de naam gierig te zijn, omdat hij primair op de fiets zat om zijn schaapjes op het droge te krijgen en dat schijnt hem ook goed gelukt te zijn. Dat deed hij door gedisciplineerd zijn werk te doen en de rol te vervullen die van hem werd verwacht. Na zijn carrière is hij nog een poosje actief geweest als ploegleider van een Duitse ploeg met de naam Kotter. Maar verder wordt er niet veel meer van hem vernomen. Door zijn huwelijk verhuisde hij van Berlijn naar Wiesbaden en daar woont hij nog altijd. Peter Post noemt hem een van de intelligentste renners die hij in die tijd als collega heeft meegemaakt. De waardering van Post voor de Duitser is dan ook groot en dat is wederzijds, want samen bezoeken ze nog wel eens een zesdaagse in Duitsland, de bakermat van dit toch zo speciale wieleronderdeel.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 24 november 2006 0:00

Gösta PETTERSSON (1940, Zweden)

Ik heb het op deze weblog al vaker over fietsende broers gehad. Recordhouders in aantal zijn volgens mij de gebroeders Leene uit Den Haag. Maar liefst vijf telgen uit dat geslacht waren wielrenner. Er was echter een enorm verschil in kwaliteit tussen de broers. Dat was ook wel het geval bij de Zweedse gebroeders Pettersson, maar ze werden met z’n vieren toch maar drie keer achtereen wereldkampioen ploegentijdrit en op de Olympische Spelen wonnen ze in die discipline zilver en brons. Ondanks die gezamenlijke successen was Gösta met afstand de meest talentrijke en hij was in de jaren zestig een van de beste amateurs ter wereld. Hij blonk vooral uit in het tijdrijden en zware etappekoersen. Pas op 30-jarige leeftijd werd hij prof en als je naar zijn resultaten kijkt, dan vraag je je af wat hij bereikt zou hebben als hij op 23-jarige leeftijd beroepsrenner was geworden. Hij won de Ronde van Romandië, met broer Thomas de Trofeo Baracchi en nog veel meer. Zijn grootste triomf is natuurlijk zijn zege geweest in de Ronde van Italië 1971. Hij was dan ook een uitstekend ronderenner die in 1970 derde werd in de Tour de France achter Merckx en Zoetemelk. Hij realiseerde een fantastische carrière en hij is een van de beste Zweedse renners ooit. Van de vier broers is Sture niet meer in leven en er staat Sture Faglum op zijn grafsteen, in plaats van Pettersson. Als je in Nederland Janssen of De Vries heet dan moet je je hele leven blijven uitleggen dat je geen familie bent van Jan of Peter R. Dat is vervelend en in Zweden hebben ze daar wat op gevonden. Als je een heel algemene naam hebt dan kun je die laten veranderen. Gösta zag daar niets in, want er zijn in Zweden slechts twee andere beroemde Gösta Petterssons, een componist en een cineast. Dan ben je wel onderscheidend. Zijn drie broers heten echter Faglum naar hun geboorteplaats. Dat betekent afstand van Gösta, maar dat vonden ze niet zo erg want de vier gelauwerde broers zijn al jaren gebrouileerd.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 23 november 2006 0:00

Leen van der MEULEN (1937, Nederland)

Hij werd in 1961 verrassend wereldkampioen bij de amateurstayers en een jaar later stopte hij al na het een seizoen lang zonder succes bij de profs te hebben geprobeerd. Ik kende hem wel, want ik had in die tijd in Amsterdam wat met de bouw te doen en het bouwbedrijf Van der Meulen uit Badhoevedorp was destijds een grote aannemer in het Amsterdamse. Een vader met vier zoons, van wie Leen er een was. Na het wielrennen ontwikkelde hij binnen dat bedrijf een nieuwe activiteit: projectontwikkeling. In 1979 werd het bedrijf verkocht en Leen verbaasde vriend en vijand door met zijn gezin naar Canada te emigreren. Hij herhaalde daar zijn kunstje met projectontwikkeling en Lien Vandermjoelen werd een succesvol zakenman. Hij zette er en passant het ‘Bike for your Life’ op, een evenement dat enigszins te vergelijken is met de Ride for the Roses. Toen hij uitgewerkt was keerde hij terug naar Nederland en vestigde zich in Limburg. Hij had de racefiets herontdekt en als pensionado fietste hij dagelijks in het bronsgroen eikenhout. In die tijd belde ik hem omdat ik voor mijn boek ‘Wielerhelden van Oranje’ wilde weten hoe het met hem ging. Het werd een lang gesprek, want Leen is een gezellige maar breedsprakige man. Een van mijn belangrijkste vragen was natuurlijk waarom hij zo plotseling met wielrennen was gestopt. Hij vertelde me het verhaal van zijn val in Olympia’s Tour, waardoor hij een schedelbasisfractuur opliep. Hij herstelde daarvan, maar niet helemaal. Op onvoorspelbare tijden trad er in zijn lichaam een soort verkramping op, waardoor hij volledig blokkeerde. Als stayer kon hij de ene keer een wereldrace rijden om de volgende dag simpelweg van de rol te worden gereden. Jaren later is hij er door een manueel therapeut vanaf geholpen. Een paar jaar geleden is Leen weer naar de Randstad verhuisd en hij fietst nog steeds. Een leuke man met weinig rust in zijn kont.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 22 november 2006 0:00

Levinus KLAASEN (1947, Nederland)

Er is vandaag geen grote (oud)renner jarig en daarom moet ik een keus maken. Een B-keus met alle respect. Dick Dekker of Andrew McQuad zou ik kunnen kiezen omdat ze familie zijn van, maar dan schrijf je toch weer meer over Erik of over de voorzitter van de UCI. Marc Siemons is een optie, maar dan kom je toch weer bij het bordeel van zijn ouders uit. Jo Vrancken en Adrie Wouters zijn geen renners geweest waar je uit de losse pols meer dan honderd woorden over neerpent en Bruno Mealli is misschien wel de beste van de jarigen van vandaag geweest, maar ik weet niks van die man behalve zijn uitslagen. Wat moet je dan als eenvoudige wielerblogger. Dan kies je voor Livin. Niemand zal hem een groot coureur noemen en hij zelf nog het minst. Maar Livin Klaasen, geboren Nederlander maar woonachtig in België, heeft een eigen website, hij heeft een boek geschreven en hij publiceerde op zijn site een mooie column over doping. Een onderwerp dat hem na aan het hart ligt en hij heeft er een heldere kijk op. Hij vertelt vrijmoedig over de praktijken in het huidige peloton en daar wordt je niet vrolijk van. Wat niet wil zeggen dat je die site niet moet bezoeken, want dat moet je wel. Je blijft er zeker een kwartier hangen. Het is net Big Brother, het leven van Livin met zijn gezin van binnenuit en met hobby’s en al. En als je naar dat kwartier doorsurft of teruggaat naar deze weblog dan denk je vast: aardige man! De foto is afkomstig van http://www.livinklaasen.net/

Geplaatst door Fred van Slogteren, 20 november 2006 0:00

« Vorige 1 2 3  ... 593 594 595 596 597 598 599 600 601 602 603  ... 620 621 622 Volgende »