Donato ZAMPINI (1926, Italië)

Uit de Italiaanse stad Saronno in de provincie Varese komt niet slechts een overheerlijke amandellikeur, maar ook een renner die in de jaren vijftig meer door zijn collega’s werd gewaardeerd dan door het grote wielerpubliek. Donato Zampini had als belangrijkste eigenschap dat hij er altijd bij was, maar nooit opviel. Een goede renner, maar geen topper. Iemand die zijn gebrek aan wielertalent compenseerde met onmenselijke trainingen en een uitzonderlijke beroepsernst. Zijn collega’s en dan vooral zijn kopmannen waardeerden hem voor zijn nimmer aflatende steun en zijn gelijkmatige opgewekte karakter. Ze voelden zich veilig bij hem. Altijd bereid te werken en er nooit op uit om anderen te flikken. Een deel van zijn wielercarrière heeft hij in dienst gereden van Fiorenzo Magni en hij volgde de Leeuw van Monza in een voor die tijd nieuw avontuur: de extra-sportieve merkenploeg. Tot het midden van de jaren vijftig reden renners uitsluitend met reclame rond voor fietsmerken en fietsonderdelen. Het Duitse cosmeticamerk Nivea was de eerste extra-sportieve sponsor en behalve Magni en Zampini zaten er renners in de ploeg als Pierino Baffi en Carlo Clerici. Zampini bracht slechts enkele overwinningen op zijn naam, waarvan de Ronde van Sicilië de belangrijkste was. Hij werd voorts een keer tweede in Parijs-Nice en een keer vijfde en een keer zevende in de Ronde van Italië. Na zijn carrière begon hij een rijwielzaak in zijn woonplaats. Die winkel zou best ‘Zampini di Saronno’ kunnen heten.

Geplaatst door Fred van Slogteren, 10 december 2006 0:00

Ondrej SOSENKA (1975, Tsjechië)

Een wielrenner die het werelduurrecord aanvalt kan rekenen op veel publiciteit. Als hij het ook nog verbetert dan bereikt zijn naam alle media van de wereld. Het overkwam Merckx, het overkwam Moser, het overkwam Obree en het overkwam Chris Boardman die tot en met 18 juli 2005 het record aller records in zijn bezit had. 49 kilometer en 441 meter had de Brit in een uur tijd onder zich weggetrapt. Op 19 juli 2005 evenaarde een vrij onbekende Tsjechische wielrenner de tijd van Boardman, terwijl er nog 19 seconden van het uur resteerden. 49 kilometer en 700 meter telde de elektronica toen de 60 minuten door de tijdwaarneming waren weggetikt. De plaats van handeling was de Olympische Krylatskoje wielerbaan in Moskou en de hoofdrolspeler was de toen 29-jarige Ondrej Sosenka uit Praag. Een fantastische prestatie die merkwaardig genoeg geen enkele aandacht kreeg in de wereldpers, op wat kleine berichtjes na. Dat betekent voor mij dat het Oost-Europese wielrennen nog altijd als een ondergeschoven kind geldt in de Westerse mediabelangstelling. Dat op dat moment de ... 

Geplaatst door Fred van Slogteren, 9 december 2006 0:00

Charly GAUL (1932, overleden 06.12.2005, Luxemburg)

De wielersport kent kleine kampioenen, grote kampioenen en legendes. Die laatste groep is het geringst in omvang. Ze stammen allemaal uit het tijdperk van voor de uitgebreide TV-verslagen. Daarin kunnen we zelf zien hoe zwaar ze het hebben en hoe goed of minder goed ze zijn. Vroeger waren we afhankelijk van de journalisten die namens ons naar hun verrichtingen mochten kijken. Omdat ze het ook niet van minuut tot minuut konden zien, soms bijna helemaal niet, werd regelmatig de duim aangesproken om een mooi verhaal uit te zuigen. Er zal wel iets waar geweest zijn van de verhalen over Charly Gaul, die er op neer kwamen dat hij meer kon dan anderen als het goot van de regen en het stormde, onweerde, hagelde en wat nog niet meer aan natuurlijke ellende uit het grijze zwerk neerstriemde. Zo ontstonden mythologische verhalen die generatie na generatie aan elkaar doorverteld werden en er zijn slechts wat bibberige camerabeelden uit journaals om het tegen te spreken. Maar dat geeft niet, want ... 

Geplaatst door Fred van Slogteren, 8 december 2006 0:00

Fiorenzo MAGNI (1920, Italië)

Het wielerland Italië werd in de jaren veertig en vijftig beheerst door twee iconen die in aanzien op een voetstuk stonden zo hoog als de Eiffeltoren. Fausto Coppi en Gino Bartali verdeelden de tifosi in twee kampen. De Bartalisten waren aanhangers van de vrome, devote Roomse leer van Pius XII en de Coppisten hunkerden naar enige verlichting, waarin niet iedere stap door de plaatselijke Don Camillo werd gedecreteerd. De vermetele echtbreker Coppi was in het geniep hun held, terwijl ze zich in het openbaar lafhartig uitspraken voor de tachtig keer per dag biddende Bartali om bij de heilige maagd de zoveelste zege af te roepen. Qua romantiek een fantastische tijd, waarover Martin Ros nog kraaiend kan schrijven, maar als niet-gelovig-jongetje zocht ik mijn heil liever bij Fiorenzo Magni. Fiorenzo, zo wilde ik ook graag heten, maar we hadden alleen de eerste letter gemeen. Ongeveer tweehonderd meter lager dan de top van de Eiffeltoren stond mijn held in de publieke belangstelling en dat was altijd nog veel hoger dan mannen als Ronconi, Bevilacqua, Astrua en Minardi die toch ook een aardig stukje konden fietsen. Magni was mijn held, niet vanwege zijn uiterlijk, want met zijn kale kop met zo’n lullig haarrandje achterom de oren leek hij meer op mijn opa dan op een wielerheld. Magni waardeerde ik vanwege zijn temperament en zijn inzicht om een gegeven niet als een voldongen feit te aanvaarden. Een mens is op aarde om het talent dat hij heeft meegekregen zo goed mogelijk te gebruiken, hield mijn vader me al heel jong voor. En die Fiorenzo Magni uit dat mooie Toscane bracht die wijze les in praktijk. Als een van de eerste Italianen trok hij naar de voorjaarskoersen in het noorden van Europa om er de Leeuw van Monza te worden. Hij won drie keer Vlaanderens mooiste door over de kasseien te dokkeren en de stront op zijn lippen te proeven als een echte Flandrien. Geen Vlaming die moeite had met zijn superioriteit, want hij werd een van hen. Een paar jaar geleden las ik een interview met een joyeuze zakenman in zwierig maatpak, nog altijd aan het werk in het automobielbedrijf dat hij charmant maar met harde hand runt. Tegen de tachtig liep hij, maar op de foto’s zag hij er uit als een zestiger. Gewoon een tweede leven begonnen en daar ook weer een succes van gemaakt. Door zijn kale hoofd leek hij als actief wielrenner twintig jaar ouder dan hij was en nu leek hij twintig jaar jonger dan hij is. Hij zal zijn tegenslagen wel hebben gehad, zoals iedereen, maar dan was er altijd weer het karakter van de Toscaan van Vlaanderen om er zich doorheen te rammen.

Geplaatst door Fred van Slogteren, 7 december 2006 0:00

Mathieu CORDANG (1869, overleden 24.03.1942, Nederland)

Voor mij is deze Limburger de aartsvader van het Nederlandse cyclisme, omdat hij in mijn ogen veel meer heeft gepresteerd dan Jaap Eden, die algemeen wordt beschouwd als de man die voor het eerst de Nederlandse wielersport op de kaart heeft gezet. In 2005 ben ik met behulp van zijn kleinzoon Stan en mijn blogvriend Theo Buiting in de geschiedenis van Cordang gedoken en mijn bevindingen zijn in januari van dit jaar gepubliceerd in Wieler Revue. Hieronder een verkorte versie:

De wereldtitel van Mathieu Cordang uit 1895 staat in de statistieken vermeld bij de amateur-stayers. Er kwam toen echter nog geen motor aan te pas, want het motorrijwiel was toen nog maar net uitgevonden en verkeerde nog in een experimenteel stadium. Cordang en zijn tijdgenoten werden wel gegangmaakt, maar door vijf renners op een quintuplet. Dat was een vijfpersoonsfiets en de renners die er op zaten konden met elkaar natuurlijk een veel hogere snelheid ontwikkelen dan een renner alleen. Die reed daar dan heel dicht achter om maar zo min mogelijk wind te vangen, waardoor hij dezelfde snelheid kon bereiken.
Overigens is die wereldtitel niet het belangrijkste wapenfeit van Cordang geweest. Zijn allergrootste prestatie ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 6 december 2006 0:00

Marlijn BINNENDIJK (1986, Nederland)

Deze Noord-Hollandse uit Zuid-Scharwoude is een onvervalst talentje. Ze werd al eens wereldkampioene bij de junioren in de achtervolging en daar ligt ook haar grote kracht. Een strak tempo rijden. Ze is vooral op de baan actief en ze is op dit moment regerend Europees kampioene op het onderdeel puntenkoers. Ondanks haar successen is Marlijn een type dat niet erg opvalt. Dat ligt vooral aan haar bescheidenheid, een voor een wielrenner minder goede eigenschap die meestal voortkomt uit gebrek aan zelfvertrouwen. In haar geval ten onrechte, want ze heeft op jonge leeftijd al meer dan voldoende gepresteerd om trots te mogen zijn op haar palmares. Als gevolg van die onzekerheid legt ze zich zelf wel eens te veel druk op om er alles uit te halen wat er in zit. Maar ze gaat duidelijk vooruit en het lijkt me een kwestie van tijd voordat ze definitief een toppertje wordt. Ze wordt vandaag pas 20 jaar en alleen dat gegeven is al voldoende om er vertrouwen in te hebben. Ze heeft in ieder geval de drive om het ver te schoppen. Ook zou ze wat meer op de weg kunnen rijden, maar ze neemt ook haar studie aan de Johan Cruyff University meer dan serieus en dat is ook in haar te prijzen. Ik zal Marlijn op de voet blijven volgen en ik ben benieuwd wat de komende jaren gaan brengen. Zij is vandaag de enige die ik in het zonnetje zet, want ik moet nog zes gedichten maken. (Foto: © Cor Vos)

Marlijn, Marlijn
een Europese titel is fijn,
maar je krijgt het pas echt warm en koud,
na het behalen van Olympisch goud.

Sint en Piet

Zo die is af. Nu nog maar vijf.

Geplaatst door Fred van Slogteren, 5 december 2006 0:00

Pierino GAVAZZI (1950, Italië)

Ik weet niet of het een record is, maar Pierino Gavazzi was twintig jaar lang professioneel wielrenner. Hij was 23 jaar toen hij bij de broodrijders debuteerde en 42 jaar toen hij afzwaaide. Ik heb geen idee of dat een record is, maar dat zou best kunnen. Zeker gemeten naar de renners van na de tweede wereldoorlog, want daarvoor gingen ze nog wel langer door. Denk maar aan Reggie Macnamara die een poosje geleden in deze rubriek langs kwam. Gavazzi is eigenlijk niet zo goed te vangen. Aan zijn uitslagen te zien was hij een typische eendagsrenner, maar hij startte ook zestien keer in de Giro d’Italia, waar hij vijf etappes won. Zijn beste klassering was 36e. Hij won een hele ris van die Italiaanse semi-klassiekers, waaraan hoofdzakelijk Italianen deelnemen en hij werd drie keer kampioen van zijn land. Zijn grootste overwinning is in 1980 Milaan-San Remo geweest en dan behoor je in Italië tot de goden en kun je niet meer stuk. Snelle klassiekers met een lastige finish lagen hem het best zo te zien, zoals Parijs-Brussel. Hij heeft een mooie erelijst, maar hij heeft er ruim de tijd voor genomen. Dat moeten zijn twee wielrennende zonen Nicola en Mattia nog maar zien te bereiken. Nicola zal dat zeker niet lukken, want die is al gestopt en Mattia werd in november 2004 met drie overwinningen op zijn naam voor veertien maanden geschorst wegens een positief plasje. Dat is pa nooit overkomen en hij is een van de weinige renners van zijn generatie die dat kunnen zeggen.

Geplaatst door Fred van Slogteren, 4 december 2006 0:00

Joop ZOETEMELK (1946, Nederland)

Joop Zoetemelk heeft me altijd wel een beetje geïntrigeerd, maar niet zodanig dat ik een boek over hem wilde schrijven. Dat moet groeien en het zijn vooral zijn collega’s geweest die me overtuigd hebben. Mensen die met hem in één ploeg hebben gezeten of met hem in dezelfde tijd hebben gereden, vertelden mij altijd een heel ander verhaal over Joop dan ik uit de kranten kende. Niet dat Joop in hun verhalen een extravert, bourgondisch gezelligheids- dier werd, maar wel dat hij een heel groot wielrenner was. Zelfs mensen als Eddy Merckx en Lucien Van Impe, die vaak moeite hadden met zijn strijdwijze, geven grif toe dat Joop Zoetemelk een heel groot coureur is geweest. Uitzonderlijke klasse, gepaard aan een zeer eenvoudige persoonlijkheid. Ontzettend low key. Iemand die in alles zichzelf was en zich nooit van de wijs liet brengen. Dat vind ik heel knap, want het is heel moeilijk om altijd jezelf te zijn. Bijna iedereen speelt een rol in het leven om zijn tekortkomingen te verbergen. Verlegen mensen zijn er soms dag en nacht mee bezig om maar niet verlegen te lijken en de achtbanen in de pretparken zitten vol met mensen die liever aan de grond waren gebleven, maar niet aan anderen durven te bekennen hoezeer ze het in hun broek doen. Joop heeft daar geen last van. Hij is wie hij is en hij is absoluut niet van plan daar iets aan te veranderen. Hij is wel altijd bereid anderen te helpen, maar hij stelt zijn grenzen. Wat hij niet wil, dat doet hij niet. Hij heeft op die manier geen vriendenkring opgebouwd, maar hij heeft ook geen vijanden. Er is wel respect, veel respect voor de man die je elke keer dat je hem tegenkomt weer moet veroveren. Echt eigen word je niet met hem, hoewel we dat stadium bijna bereikten toen het boek af was. Hij straalde net als ik het gevoel uit dat de klus geklaard was en de enige die dat oppikte was Martin Ros, die de zaterdag daarna op de radio zijn bewondering uitte voor de eenvoud van de persoon Joop Zoetemelk. Maar ondanks dat bleef Joop zeggen wat hij in het jaar daarvoor ook steeds gezegd had. Het had voor hem niet gehoeven. Dus Gerrie Knetemann had gelijk toen hij tegen mij zei: Joop doet het niet voor zich zelf, hij doet het voor jou. Zo is die man. En daarvoor wil ik hem nog eens bedanken op zijn zestigste verjaardag. Joop, nog vele jaren! (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 3 december 2006 0:00

Jan ULLRICH (1973, Duitsland)

Natuurlijk kende ik hem als de amateurwereldkampioen van Oslo in 1993. Hij moest toen nog twintig worden en hij straalde klasse uit. Een fors geboetseerde Ossie, die een jaar later bij Team Telekom als stagiair in het profpeloton debuteerde. Hij kon geweldig tijdrijden en op macht met de besten bergop, hoe hoog de cols ook waren. Twee jaar later debuteerde hij in de Tour. Het zou de zesde Tourzege van Indurain worden, maar het liep anders. De Spanjaard had met vijf opeenvolgende Tourzeges zijn plafond bereikt en de Tour kreeg een nieuwe winnaar. Bjarne Riis, een kalende Deen en de kopman van Telekom. Er gingen direct de wildste geruchten, want Riis had weliswaar altijd tegen de top aangezeten, maar dat hij dit kon had niemand voor mogelijk gehouden. Hij werd ‘monsieur 60 pourcent’ genoemd en niemand leek tegen hem opgewassen. Maar de kenners zagen tegelijk zijn opvolger, want het was duidelijk dat Riis, gezien zijn leeftijd, geen jaren zou heersen. Ullrich, de nummer twee, moest nu al af en toe in de remmen knijpen om zijn kopman voor te laten gaan. Een jaar later in 1997 deed Jan Ullrich wat er van hem werd verwacht: de Tour winnen. Zijn duels met Pantani in het hooggebergte waren van een superieure schoonheid. Het raspaard en de locomotief. Ik heb er destijds van genoten. Het raspaard reed de locomotief er niet af en in de tijdritten was de Italiaan geen partij voor ‘Der Rosse aus Rostock’. Als iemand van 23 jaar dat kan dan moet hij in staat worden geacht tien keer de Tour te winnen, vermoedde iedereen. In potentie was dat juist, maar het is bij die ene Tourzege gebleven. In de eerste plaats omdat twee jaar later de ster van Armstrong ging stralen en in de tweede plaats omdat der Jan zelf niet in staat was het leven van een toprenner te leiden. In de wintermaanden verwaarloosde hij zijn conditie, leefde te veel als een gewoon mens en begon steeds veel te zwaar en veel te laat aan zijn voorbereiding. Hij raakte in allerlei affaires verstrikt en stond vaker in de tabloids, dan in de sportbladen. Het is een wonder dat zijn sponsor hem zoveel jaar krediet heeft gegeven en het is bizar dat ze dit jaar het vertrouwen in hem hebben opgezegd, terwijl er ook tegen Ullrich niets bewezen is in de Spaanse dopingrel. Hij moet al met al genoeg vernederd zijn om volgend jaar hard terug te slaan, maar ik geloof er niet meer in. Hij wordt vandaag 33 en dan gaan de jaren tellen en in mentaal opzicht is hij de mindere van bijna elke Tourwinnaar uit het verleden. Jammer. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 2 december 2006 0:00

Albert VAN DAMME (1940, België)

Deze Belg was een ster toen het veldrijden nog te boek stond als hardlopen met de fiets op je nek. Hij is direct veldrijder geworden en heeft dan ook geen verleden als wegrenner. Een echte specialist en dat had een economische reden. De familie Van Damme had een bloemkwekerij en dat was in de zomermaanden hard aanpakken. Er was gewoon geen tijd voor de sport. In de winter lag dat anders en daarom koos Albert, in navolging van een oudere broer, voor de cyclo cross. Baggeren door de modder. Hij kon het als geen ander en hij won in zijn carrière meer dan vierhonderd veldritten en hij was zes maal Belgisch kampioen. Vandaag de dag zou hij geen uitslag meer rijden, want de cross is veranderd. Er wordt nauwelijks nog gelopen. Het is rammen op bosgrond en obstakels als boomwortels en kuilen ontwijken. Dat vraagt andere kwaliteiten dan die Albert Van Damme in overvloed had. Zijn belangrijkste gave was kracht, zeker als er een glibberige heuvel genomen moest worden. Daarom reed hij graag in Zwitserland en Spanje waar de parcoursen lagen waar hij kon excelleren. Ook toen al reden de veldrijders twee koersen in het weekend en Van Damme pikte er dan graag één mee in Spanje. Het liefst ging hij met de auto op en neer en kwam dan pas ’s maandags vroeg in de morgen terug om dan gelijk in het bedrijf te moeten aanpakken. De vermoeidheid werkte hij weg met amfetaminen, zoals hij bekende in het boekje van Gijs Zandbergen en Wout Koster: ‘Een wielrenner die rijdt, steekt zijn hand niet op’. Albert Van Damme was in de jaren zeventig een van de sterkste veldrijders van de wereld, maar hij had de pech een tijdgenoot te zijn van Eric De Vlaeminck, die in die jaren zeven keer wereldkampioen was. Na tal van ereplaatsen was hij in 1974 eindelijk de beste van de wereld. Hij kreeg de bloemen, maar die had hij thuis al genoeg.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 1 december 2006 0:00

« Vorige 1 2 3  ... 592 593 594 595 596 597 598 599 600 601 602  ... 620 621 622 Volgende »