BLOM, Ted (1946, Nederland)
DELOCHT, Julien (1942, België)
HERAS HERNANDEZ, Roberto (1974, Spanje)
MEIJER, Rixt (1982, Nederland)
SALM, Roland (1951, Zwitserland)
THEUS, Anthony (1968, Nederland)
TILBURG, Adrie van (1940, Nederland)
VELITS, Martin (1985, Slowakije)
VELITS, Peter (1985, Slowakije)
WOUTERS, Jos (1942, België)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 21 februari 2008 0:00

CHIARINI, Riccardo (1984, Italië)
DIEDERICH, Bim (1922, Luxemburg)
GOLDSCHMIT, Jean (1924, overleden 14.01.1994, Luxemburg)
KREDER, Dennis (1987, Nederland)
PÉLISSIER, Charles (1903, overleden 28.05.1959, Frankrijk)
PEPELS, Leo (1921, Nederland)
PUSTJENS, Mathieu (1948, Nederland)
ZANDE, Frans van de (1920, overleden 28.12.1995, Nederland)
ZIMMERMANN, André (1939, Zwitserland)
ZWEIFEL, Hansrudi (1945, overleden augustus 1994, Zwitserland)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 20 februari 2008 0:00

ANDRESEN, Allan Bo (1972, Denemarken)
BALVERT, Frans (1940, Nederland)
BATTESINI, Fabio (1912, overleden 17.06.1987, Italië)
CIELESKA, Jean-Marie (1928, overleden 05.05.1998, Frankrijk)
D’HOOGE, Michel (1912, overleden 12.05.1940, België)
GRÖNE, Bernd (1963, Duitsland)
VANENDERT, Jelle (1985, België)
VELDE, Ricardo van der (1987, Nederland)
WITTEVEEN, Cor (1927, Nederland)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 19 februari 2008 0:00

Jos van EMDEN (1985, Nederland)

Schiedam is vooral bekend als de stad waar de jenever vandaan komt of kwam, want van de honderden stokerijen die er voor de tweede wereldoorlog waren zijn er nog maar enkele over. Te weinig om de stad op de landkaart te houden, ware het niet dat er een prachtige oude binnenstad ligt en dat Jos van Emden er vandaan komt. Dat laatste is nog geen aanleiding om spoorslags naar Schiedam af te reizen voor een huldiging van dit Rabotalent, maar wel om hem in de gaten te houden. Hij heeft veel talent en hij wil ontzettend graag een goede prof worden. Helaas had hij vorig jaar, toen hij al had willen doorbreken, de pech al in december 2006 zijn sleutelbeen te breken, waardoor hij een geweldige trainingsachterstand opliep. Aan een tekort aan training kun je veel doen, maar dan moet het verder ook meezitten. Maar dat was op een enkele zege na niet het geval. Toch werd hij goed genoeg bevonden om ons land bij het WK van Stuttgart als espoir te vertegenwoordigen. En nog wel op twee onderdelen. In de wegwedstrijd werd hij 34e en in het WK tijdrijden 13e. Je ploegleider en je familie vertellen je dan keer op keer dat je goed gereden hebt, maar geen krant die er een letter over schrijft. Op 2 oktober was daar echter op de valreep nog zijn grote dag toen hij de Münsterland Giro won in Steinfurt. Zijn eerste overwinning in een profkoers en op zijn website liet hij weten hoe dat voelde: “De ontlading is groot, alle emoties komen naar boven. Ik neem ruim de tijd om het te vieren. Dolblij, schreeuwend kom ik over de streep. Ik win een profkoers!!! Daarna tranen, barst in huilen uit. Wat een afsluiting van een moeilijk seizoen. Dit voelt ZO goed!” En nu ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 18 februari 2008 0:00

Oscar PLATTNER (1922, overleden 21.08.2002, Zwitserland)

Jan Derksen vertelde me een paar jaar geleden met enige gepaste trots, want het is natuurlijk niet echt een record om fier op te zijn, dat hij de oudste nog levende sprinter is van pakweg het dozijn coryfeeën dat in de jaren veertig en vijftig het internationale sprintgebeuren domineerde. We gingen het dodenakkertje samen even langs en hij stond enige tijd stil bij het verscheiden van zijn vriend Arie en bij dat van Oski. Oscar Plattner voluit, en destijds een absolute smaakmaker. Op de fiets een uitgekookte zegekaper en privé een gesoigneerde man immer in een scherp gesneden kostuum van Italiaanse snit, want hij was in Zürich eigenaar van een gerenommeerde herenmodezaak. Weliswaar werd die door seine Gattin gerund, maar Oscar wilde nog wel eens een fraaie krijtstreep voor eigen gebruik van het knaapje lichten. ‘Oscar was een vriend’, zei Jan met weemoedige ogen en ik geloofde hem graag. Toch heeft die vriendschap in 1952 even aan een zijden draad gehangen, want de twee zaten in de finale van het WK sprint voor professionals in Parijs samen met de onberekenbare Fransman Georges Senfftleben. Geen vriend van Derksen, vanwege een tumultueus verlopen finale tijdens het WK van 1946, en daarom was Senf, die zich zelf nauwelijks kansen toedichtte, vol wraakgevoelens graag bereid Oski aan de zege te helpen door een combine tegen de Nederlander in elkaar te steken. Derksen tuinde er met open ogen in en Plattner behaalde zijn enige wereldtitel bij de profsprinters. In 1946 had hij de regenboogtrui bij de amateurs behaald en bij het beroepsvolk werd hij nog een keer tweede en een keer derde. Na zijn carrière was hij – meen ik – jarenlang bondscoach van de Zwitserse baanrenners, maar een opvolger heeft hij …

Geplaatst door Fred van Slogteren, 17 februari 2008 0:00

AMORISON, Frédéric (1978, België)
BIANCHETTO, Sergio (1939, Italië)
CANNONE, Donato (1982, Italië)
DE BUNNE, Albert (1896, overleden onbekend, België)
GARIN, César (1879, overleden 27.03.1951, Frankrijk)
HOLST, Daan (1945, België)
NOTTER, Kastor (1903, overleden 09.01.1950, Zwitserland)
SANTINI, Giovanni (1938, Italië)
TONTI, Andrea (1976, Italië)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 16 februari 2008 0:00

Jean-Pierre (Jempy) SCHMITZ (1932, Luxemburg)

Een prachtige, stijlvolle coureur deze boerenzoon uit Huldange in het Groothertogdom Luxemburg. Hij kon klimmen en tijdrijden als de beste en hij won in zijn carrière twee keer de ronde van zijn land en een keer de Grote Prijs Midi Libre in Zuid-Frankrijk. Hij werd tweede in het wereldkampioenschap op de weg van 1955 achter een die dag fenomenale Stan Ockers. Dat was een jaar nadat de internationale wielerpers hem een grote toekomst had voorspeld omdat hij in 1954 bij de profs debuteerde met een indrukwekkende zege in de Ronde van Luxemburg met drie minuten voorsprong op zijn beroemde landgenoot Charly Gaul en twintig minuten op nummer drie, zijn iets minder beroemde landgenoot Marcel Ernzer. Misschien was dat wel niet zo slim van Jempy, want Gaul en diens schaduw Ernzer waren zeer populair in het kleine landje en internationaal ging men er niet van uit dat er nog meer wielertalent in dat kleine landje kon huizen. Zo bleef de klasbak een beetje hangen en kwam er niet uit wat er in zat. Er werd in die jaren nog met landenteams in de Tour de France gereden en daarin mocht hij alleen knechten voor de Engel van het hooggebergte. Het zou hem ook niet in dank zijn afgenomen als hij zijn eigen plan had getrokken, want de hiërarchie was dwingend. Schmitz startte vijf keer in de Tour en hij reed hem maar twee keer uit met een 36e plaats in 1956 als beste resultaat. Hij won in dat jaar trouwens ook een etappe. In 1958 werd hij 37e toen hij een van de vier Luxemburgers was in de gecombineerde Nederlands/Luxemburgse ploeg. Gaul won die Tour weliswaar, maar de samenwerking was …

Geplaatst door Fred van Slogteren, 15 februari 2008 0:00

Gabriel POULAIN (1884, overleden 09.01.1953, Frankrijk)

In het beroemde boek ‘Temidden der kampioenen’ van Joris van den Bergh komt Gabriel Poulain uitgebreid ter sprake. In 1923 was hij de mede-finalist in het WK sprint voor beroepsrenners van Peter Daniel Moeskops, de hoofdpersoon van dat klassieke boek. Poulain wordt er in beschreven als een van de meest intelligente, gewiekste en slimste renners van Frankrijk. Hij is dan echter al 39 jaar. Hij was al wereldkampioen in 1905 op 21-jarige leeftijd. Hij reed daar de finale tegen de vermaarde Deen Ellegaard en de Duitser Mayer. Hij startte als underdog en hij schikte zich ogenschijnlijk in die rol en wel zodanig dat de andere twee geen rekening met hem hielden. Het spreekwoord dat als twee honden om een been vechten, de derde er dan mee heen loopt, is waarschijnlijk toen door iemand bedacht, want Poulain won glansrijk. De drie jaar daarna werd hij telkens tweede bij het WK en toen stopte hij met de wielersport. De wereld was vol van een nieuwe rage, de aviatiek en er werden prijzen uitgeloofd voor dapperen die er in zouden slagen om zich op welke manier dan ook op de fiets van de aarde te verheffen. In de oerdrift om verder, hoger en sneller te zijn dan anderen bevestigde Poulain vleugels aan zijn fiets, trapte zich in een lange aanloop uit de naad en wist op topsnelheid een luchtsprongetje te maken van ongeveer tien meter. Hij verdiende met die prestatie maar liefst 10.000 francs, uitgeloofd door fietsenfabrikant Peugeot. Hij hield er de bijnaam ‘De vliegende man’ aan over, nadat hij eerder door het leven ging als de ‘Engel Gabriel’. Die luchtsprong was overigens niet zijn enige uitzonderlijke prestatie want in 1906 stond hij met de Duitser Mayer maar liefst drieënhalf uur sur place. Toen de eerste wereldoorlog op uitbreken stond moest hij in dienst en na die oorlog keerde hij op 35-jarige leeftijd terug naar de piste. Langzaamaan kwam hij weer op het niveau van voor 1909 en veertien jaar nadien stond hij weer in finale bij het WK. Hij verloor van Big Pete en Van den Bergh had ruim drie bladzijden nodig om die finale te beschrijven. Hoewel de auteur in dat boek steeds zuinig is met …

Geplaatst door Fred van Slogteren, 14 februari 2008 0:00

BOONS, Jos (1943, overleden 15.12.2000, België)
MAERTENS, Freddy (1952, België)
POLLENTIER, Michel (1951, België)
SMIT, Dennis (1981, Nederland)
WULP, Tinus van de (1904, overleden 19.06.1979, Nederland)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 13 februari 2008 0:00

Anatole NOVAK (1937, Frankrijk)

In 1927 emigreerde de Pool Novak naar Frankrijk en hij koos domicilie in La Mure, een plaats in de Alpen in het departement Isère, waarvan Grenoble de hoofdstad is. Tien jaar later werd zijn zoon geboren en die kreeg de naam Anatole Novak. Er zijn renners uit de jaren zestig die spontaan verstijven bij het horen van die naam, want als de reus van La Mure namens zijn patron Jacques Anquetil op kop van het peloton kwam, dan was het ernstig lijden geblazen. Een beer van een vent met weinig tekst, maar met onuitputtelijke krachten die hij met het grootste gemak op de pedalen overbracht. Veel heeft hij niet gewonnen, maar wel een forse steen bijgedragen aan de successen van zijn kopmannen en dat waren na Anquetil Lucien Aimar en Roger Pingeon, met z’n drieën goed voor zeven Touroverwinningen. Ze hoefden hem niet te wenken als ze hulp nodig hadden, want hij was altijd in de buurt als een hond bij z’n baas. Trouw, hulpvaardig en altijd bereid te werken reageerde hij op ieder teken om op kop te sleuren, zijn wiel af te staan, water te halen of de baas even te duwen als die een pipi moest maken. Hij startte tussen 1961 en 1970 tien keer onafgebroken in de Tour de France en zijn beste prestatie was een 50e plaats in 1968, het jaar van Jan Janssen. In 1964, het laatste jaar van de grote Jacques Anquetil, werd Anatole 81e en … laatste. En zo is het leven, want slechts als drager van de rode lantaarn is hij in de geschiedenis blijven hangen. De vele liters geplengd vocht, waarmee je een watertoren zou kunnen vullen, waren niet genoeg voor eeuwige roem. In de harten van zijn voormalige kopmannen leeft hij echter ongetwijfeld voort als de domestique die desnoods zijn ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 12 februari 2008 0:00

« Vorige 1 2 3  ... 590 591 592 593 594 595 596 597 598 599 600  ... 660 661 662 Volgende »