Gerard KOEL (1941, Nederland)

Koeltje is een geboren en getogen Amsterdammer die vanaf zijn geboorte helemaal begeesterd is van de wielersport. Hij was een leuke renner. Snel en explosief. Hoewel hij als amateur op de weg heel wat succesjes bij elkaar reed, was hij toch vooral een pistier. Op de baan kon hij goed uit de voeten. Hij won met zijn stadgenoten Cor Schuuring, Jaap Oudkerk en Henk Cornelisse een bronzen medaille bij de Olympische Spelen van Tokyo. Dat was in 1964 op het nummer ploegachtervolging. Hij was snel en daarom haalde hij ook ereplaatsen bij het Nederlands kampioenschap sprint. Drie keer was hij derde bij de amateurs, maar bij de profs was hij twee keer eerste en dus nationaal kampioen. Dat was in 1968 en 1969, maar de waarheid gebiedt er bij te vertellen dat er toen geen echte sprinters meer waren en Gerard diende af te rekenen met mannen zoals hij, dus rappe jongens die ook een sprintje konden winnen. Dat waren Hennie Marinus, Rinus Paul, Albert van Midden, enzovoort. Bij de profs was Gerard vooral zesdaagserenner. Niet zo een die de overwinningen aan elkaar reeg, maar wel een publiekslieveling. Een jongen die het spel op de wagen kreeg door op rustige momenten er in te vliegen. Zijn razendsnelle exploiten en zijn stuurmanskunst leverde hem de bijnaam Zoef op naar de razendsnelle en wendbare haas uit de Fabeltjeskrant. Voor de hoofdprijzen had hij in de urenlange, slopende jachten misschien te weinig inhoud. Toch won hij twee zesdaagsen. In 1967 met Jan Janssen in Madrid en in 1973 in Antwerpen met René Pijnen en Leo Duyndam. Na zijn carrière begon Gerard samen met zijn vrouw een boutique in damesmode in Hoogerheide, waar hij toen al jaren woonde om dichter bij de koersen in België en bij het Antwerpse Sportpaleis te wonen. De zaak werd Zoef genoemd, naar zijn bijnaam. Het werd destijds door Peter Post geopend en enkele jaren geleden kwam De Keizer nog eens naar het Brabantse wielerdorp om de tent weer te sluiten, omdat het echtpaar Koel het na zoveel jaar wel welletjes vond. In de maand juli was Gerard ook jarenlang in de Tour te vinden. Als chauffeur van de auto van de NOS. Met zijn vaste passagier ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 16 januari 2008 0:00

CONTINI, Silvano (1958, Italië)
DE DECKER, Eric (1982, België)
EGMOND, Sjaak van (1908, overleden 09.01.1969, Nederland)
ELIAS GALINDO, José Miguel (1977, Spanje)
FERNANDEZ BLANCO, Alberto (1955, overleden 14.12.1984, Spanje)
FONDRIEST, Maurizio (1965, Italië)
KLIER, Andreas (1976, Duitsland)
LJUNGBLAD, Jonas (1979, Zweden)
MAENEN, Jules (1932, Nederland)
NOÉ, Andrea (1969, Italië)
PELLIZOTTI, Franco (1978, Italië)
VALKENBURG, Reinier (1962, overleden 04.12.1987, Nederland)
WAL, Eelke van der (1981, Nederland)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 15 januari 2008 0:00

Antonio MASPES (1932, overleden 19.10.2000, Italië)

Dankzij Theo Bos staat het wieleronderdeel sprint weer volop in de belangstelling. Het is een prachtig nummer waarin het niet alleen om zuivere snelheid gaat, maar ook om tactiek, gogme, brutaliteit en pure klasse. In de jaren vijftig van de vorige eeuw werd de sprint het elitenummer van het wielrennen genoemd. Er zijn mensen die Theo Bos graag op de weg willen zien, waaronder zijn eigen vader. Die hoorde ik laatst op TV zeggen dat als Theo in Beijing Olympisch goud haalt hij dan alles heeft bereikt wat er op de baan te bereiken is. Hij is dan rijp voor de overstap naar de weg, aldus de verwekker van onze nationale wielertrots. In de tijd van Arie van Vliet, Jan Derksen, Reginald Harris en Antonio Maspes werd er niet zo gedacht. Het idee alleen al. Ze verdienden als sprinter meer dan genoeg en ze trokken van Grote Prijs naar Grand Prix om er met steeds dezelfde tegenstanders te strijden om de hoogste eer. Eens per jaar kwamen ze naar het WK in de hoop de hoogste titel te pakken om een jaar lang in de regenboogtrui vette contracten te kunnen nakomen. Maspes was tussen die sterren van toen jarenlang een superster. Een razendsnelle renner en een grote persoonlijkheid. Iemand met de uitstraling van een operaster à la Enrico Caruso en Benjamono Gigli. Hij was tussen 1955 en 1964 zeven maal wereldkampioen en hij deed niets anders dan sprinten. In wedstrijden dan, want hij had een broertje dood aan trainen. Zijn bijnaam was dan ook: ‘De man die nooit trainde’. Waar Van Vliet en Derksen regelmatig in zesdaagsen te zien waren, daar was Maspes een pure specialist. Hij werd er schatrijk mee en in zijn boekje ‘Met banddikte’ beschrijft Derksen het ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 14 januari 2008 0:00

Jos PRONK (1983, Nederland)

Als hij met zijn tien jaar oudere broer Matthé een zesdaagse rijdt, dan worden ze door speaker Cees Maas constant genoemd als De Pronkstukken. Al vanaf 2004 rijden de twee Noord-Hollanders zowel de Zesdaagse van Amsterdam als die van Rotterdam. Twee sympathieke jongens die in de voetsporen van vader Matthé zijn getreden. Matthé is een goede modale prof die zich in zware koersen – bij voorkeur in Vlaanderen – graag in ontsnappingen waagt. Het meeste succes boekte hij echter achter de derny. In die discipline is hij zelfs werelduurrecordhouder. Jos rijdt ook graag achter het brommertje, want in 2006 was hij Nederlands kampioen in die discipline. Ondanks zijn regelmatige successen – hij won etappes in Olympia’s Tour en in buitenlandse rittenkoersen – is Jos een beetje blijven hangen. Hij heeft de doorbraak naar een echt profbestaan nog niet gemaakt en het is de vraag of het hem ooit gaat lukken. Hij rijdt het komende seizoen voor het continentale-team van Krolstone, na vier jaar zijn kunsten te hebben vertoond in het shirt van Van Hemert. Ik hoop de twee Pronkjes nog vele jaren in een zesdaagse te zien optreden en ik hoop voor Jos dat hij dit komende seizoen eens ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 13 januari 2008 0:00

Jan van HOUWELINGEN (1955, Nederland)

Jan maakte in 1978 deel uit van de viermansploeg die bij het WK in het Duitse Brauweiler de ploegentijdrit over 100 kilometer won. De vier – Bert Oosterbosch, Guus Bierings, Bart van Est en Jan – haalden een gemiddelde snelheid van bijna 50 kilometer per uur. Op gewone racefietsen zonder ossekopsturen en dichte wielen. Het was gewoon de fiets waar Jan dat jaar al zijn wedstrijden op reed. Hij heeft dat karretje in die 100 kilometer zo gegeseld dat hij er twee weken later compleet doorheen zakte. Het enige moderne snufje waar de vier mee mochten werken was een aerodynamisch pak uit één stuk, dat als een tweede huid om het lichaam paste. Die pakken waren een sensatie en de coaches overtuigden de KNWU er van dat ook de Nederlandse deelnemers aan het WK dergelijke pakken moesten hebben. De bond ging akkoord maar schrok zich te pletter van de prijs. Een pak voor iedere deelnemer overschreed ieder denkbaar budget. Daarom werd een gelimiteerd aantal aangeschaft met de gedachte dat die pakken dan door meerdere deelnemers konden worden gebruikt. Zo hees de boomlange Jan van Houwelingen zich op de ochtend van de grote dag in het pakje waarin een dag ervoor Keetie van Oosten-Hage haar wedstrijd had gereden. Dankzij de enorme elasticticiteit kreeg Jan het om zijn lijf geperst en ook de ritsen gingen nog dicht. Toen het eenmaal zat, was hij er helemaal klaar voor evenals de andere drie. Ze hadden er maanden voor getraind, zo hard en intensief dat ze er geen moment aan twijfelden het wereldkampioenschap te gaan behalen. Jan was een begenadigd tijdrijder en in zijn daarop volgende profcarrière heeft hij in de ritten tegen het uurwerk zijn grootste successen behaald. Hij is van mening dat hij alles uit zijn carrière heeft gehaald dat er in zat, want hij weet als geen ander dat zijn talent beperkt was. Als hij er op jongere leeftijd meer voor had geleefd had er wellicht meer in gezeten, maar er moest thuis altijd gewerkt worden. Op de fruitkwekerij of in de bakkerij, de twee ondernemingen van vader Van Houwelingen. Hoe het ook zij, Jan was een de beste tijdrijders van zijn tijd en dat is niet niks. Een van de allergrootste tijdrijders aller tijden heeft hij diverse malen het vuur na aan de schenen gelegd en die heette …

Geplaatst door Fred van Slogteren, 12 januari 2008 0:00

AESCHLIMANN, Georges (1920, Zwitserland)
BALMANION, Franco (1940, Italië)
CARRARA, Emile (1925, Frankrijk)
CRIQUIELION, Claude (1957, België)
FAURÉ, Benoît (1900, overleden 16.06.1980, Frankrijk)
LOUBET, Julien (1985, Frankrijk)
OLSON, Aaron (1978, Verenigde Staten)
PLUYM, Marvin van der (1979, Nederland)
ROBINI, Christian (1946, Frankrijk)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 11 januari 2008 0:00

Wim DUBOIS (1946, Nederland)

Jean Nelissen maakte in 1999 een boekje waarin hij zijn lijst van de honderd beste Nederlandse wielrenners aller tijden publiceerde. Wat me aan zijn lijstje opvalt is dat er bij de eerste tien maar liefst drie Zeeuwen staan. Dat hadden er vier kunnen zijn, als de Zeeuw Wim Dubois niet op 24-jarige leeftijd had besloten om de fiets in de schuur te zetten en in zaken te gaan. Dat deed hij uitstekend en hij werd een topondernemer met de wielersport als basis. Of liever gezegd het merk Campagnolo als basis, want dat loopt als een rode draad door zijn leven. Maar laten we het over de zeldzaam begaafde wielrenner Wim Dubois hebben. Een begenadigd talent dat in enkele jaren tijd bij de amateurs een indrukwekkende zegereeks realiseerde. Daarbij moet gezegd worden dat hij nooit helemaal voor de wielersport heeft geleefd. Hij voltooide het gymnasium en in de jaren dat het er daar op aankwam, stond de wielersport op de tweede plaats. Hij had het geluk dat hij weinig training nodig had om in vorm te zijn en bij de amateurs kwam hij daarmee weg. Zijn supertalent en een beetje training was genoeg om te excelleren. Terwijl hij midden in zijn examen zat werd hij met amper twintig wedstrijden in de benen door bondscoach Middelink geselecteerd voor het WK. Dat zegt wel iets over de mogelijkheden van deze klasbak. In 1968 werd hij beroepsrenner en hij ging aanvankelijk op de oude voet en met wisselend succes door. In 1970 kreeg hij een contract bij een grote ploeg. Mars-Flandria, de formatie van Briek Schotte, die dat jaar ook het Nederlandse toptalent Joop Zoetemelk aantrok. Dubois wist dat hij het hier over een andere boeg moest gooien en begon voor het eerst in zijn wielerloopbaan te trainen als een beest. Zijn lijf had echter …

Geplaatst door Fred van Slogteren, 10 januari 2008 0:00

ANDERSEN, Mette (1974, Denemarken)
BERGES, Emilien Benoît (1975, Frankrijk)
BESSY, Fréderic (1972, Frankrijk)
GILLETT, Amy (1976, overleden 18.07.2005, Australië)
HERMANS, Mathieu (1963, Nederland)
JAKOBS, Willy (1945, België)
LAVARINHAS, Rui (1977, Portugal)
MARCUSSEN, Michael (1955, Denemarken)
SELLA, Emanuele (1981, Italië)
VOOGD, Heidi de (1980, Nederland)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 9 januari 2008 0:00

ANQUETIL, Jacques (1934, overleden 18.11.1987, Frankrijk)
BERTAGNOLLI, Leonardo (1978, Italië)
CREED, Michael (1981, Verenigde Staten)
DE GEEST, Willy (1947, België)
MELIS, Mirella van (1979, Nederland)
MORI, Massimiliano (1974, Italië)
OLIPHANT, Evan (1982, Groot Brittannië)
PEZZO, Paola (1969, Italië)
RUIZ NAVARRETE, Bernardo (1925, Spanje)
SIMONS, Martijn (1970, Nederland)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 8 januari 2008 0:00

CAZALA, Robert (1934, Frankrijk)
CLAES, Georges (1920, overleden 14.03.1994, België)
GRAAF, Boudewijn de (1983, Nederland)
JOHNSON, Benjamin (1983, Australië)
MATZBACHER, Andreas (1982, overleden 24.12.2007, Oostenrijk)
OLDE DUBBELINK, Peter (1980, Nederland)
SCHULTE, Gerrit (1916, overleden 26.02.1992, Nederland)
SOETENS, Jan (1984, België)
VAN RIJSSELBERGHE, Bernard (1905, overleden 25.09.1984, België)
WIJK, Jan van (1962, Nederland)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 7 januari 2008 0:00

« Vorige 1 2 3  ... 589 590 591 592 593 594 595 596 597 598 599  ... 655 656 657 Volgende »