Marlijn BINNENDIJK (1986, Nederland)

Deze Noord-Hollandse uit Zuid-Scharwoude is een onvervalst talentje. Ze werd al eens wereldkampioene bij de junioren in de achtervolging en daar ligt ook haar grote kracht. Een strak tempo rijden. Ze is vooral op de baan actief en ze is op dit moment regerend Europees kampioene op het onderdeel puntenkoers. Ondanks haar successen is Marlijn een type dat niet erg opvalt. Dat ligt vooral aan haar bescheidenheid, een voor een wielrenner minder goede eigenschap die meestal voortkomt uit gebrek aan zelfvertrouwen. In haar geval ten onrechte, want ze heeft op jonge leeftijd al meer dan voldoende gepresteerd om trots te mogen zijn op haar palmares. Als gevolg van die onzekerheid legt ze zich zelf wel eens te veel druk op om er alles uit te halen wat er in zit. Maar ze gaat duidelijk vooruit en het lijkt me een kwestie van tijd voordat ze definitief een toppertje wordt. Ze wordt vandaag pas 20 jaar en alleen dat gegeven is al voldoende om er vertrouwen in te hebben. Ze heeft in ieder geval de drive om het ver te schoppen. Ook zou ze wat meer op de weg kunnen rijden, maar ze neemt ook haar studie aan de Johan Cruyff University meer dan serieus en dat is ook in haar te prijzen. Ik zal Marlijn op de voet blijven volgen en ik ben benieuwd wat de komende jaren gaan brengen. Zij is vandaag de enige die ik in het zonnetje zet, want ik moet nog zes gedichten maken. (Foto: © Cor Vos)

Marlijn, Marlijn
een Europese titel is fijn,
maar je krijgt het pas echt warm en koud,
na het behalen van Olympisch goud.

Sint en Piet

Zo die is af. Nu nog maar vijf.

Geplaatst door Fred van Slogteren, 5 december 2006 0:00

Pierino GAVAZZI (1950, Italië)

Ik weet niet of het een record is, maar Pierino Gavazzi was twintig jaar lang professioneel wielrenner. Hij was 23 jaar toen hij bij de broodrijders debuteerde en 42 jaar toen hij afzwaaide. Ik heb geen idee of dat een record is, maar dat zou best kunnen. Zeker gemeten naar de renners van na de tweede wereldoorlog, want daarvoor gingen ze nog wel langer door. Denk maar aan Reggie Macnamara die een poosje geleden in deze rubriek langs kwam. Gavazzi is eigenlijk niet zo goed te vangen. Aan zijn uitslagen te zien was hij een typische eendagsrenner, maar hij startte ook zestien keer in de Giro d’Italia, waar hij vijf etappes won. Zijn beste klassering was 36e. Hij won een hele ris van die Italiaanse semi-klassiekers, waaraan hoofdzakelijk Italianen deelnemen en hij werd drie keer kampioen van zijn land. Zijn grootste overwinning is in 1980 Milaan-San Remo geweest en dan behoor je in Italië tot de goden en kun je niet meer stuk. Snelle klassiekers met een lastige finish lagen hem het best zo te zien, zoals Parijs-Brussel. Hij heeft een mooie erelijst, maar hij heeft er ruim de tijd voor genomen. Dat moeten zijn twee wielrennende zonen Nicola en Mattia nog maar zien te bereiken. Nicola zal dat zeker niet lukken, want die is al gestopt en Mattia werd in november 2004 met drie overwinningen op zijn naam voor veertien maanden geschorst wegens een positief plasje. Dat is pa nooit overkomen en hij is een van de weinige renners van zijn generatie die dat kunnen zeggen.

Geplaatst door Fred van Slogteren, 4 december 2006 0:00

Joop ZOETEMELK (1946, Nederland)

Joop Zoetemelk heeft me altijd wel een beetje geïntrigeerd, maar niet zodanig dat ik een boek over hem wilde schrijven. Dat moet groeien en het zijn vooral zijn collega’s geweest die me overtuigd hebben. Mensen die met hem in één ploeg hebben gezeten of met hem in dezelfde tijd hebben gereden, vertelden mij altijd een heel ander verhaal over Joop dan ik uit de kranten kende. Niet dat Joop in hun verhalen een extravert, bourgondisch gezelligheids- dier werd, maar wel dat hij een heel groot wielrenner was. Zelfs mensen als Eddy Merckx en Lucien Van Impe, die vaak moeite hadden met zijn strijdwijze, geven grif toe dat Joop Zoetemelk een heel groot coureur is geweest. Uitzonderlijke klasse, gepaard aan een zeer eenvoudige persoonlijkheid. Ontzettend low key. Iemand die in alles zichzelf was en zich nooit van de wijs liet brengen. Dat vind ik heel knap, want het is heel moeilijk om altijd jezelf te zijn. Bijna iedereen speelt een rol in het leven om zijn tekortkomingen te verbergen. Verlegen mensen zijn er soms dag en nacht mee bezig om maar niet verlegen te lijken en de achtbanen in de pretparken zitten vol met mensen die liever aan de grond waren gebleven, maar niet aan anderen durven te bekennen hoezeer ze het in hun broek doen. Joop heeft daar geen last van. Hij is wie hij is en hij is absoluut niet van plan daar iets aan te veranderen. Hij is wel altijd bereid anderen te helpen, maar hij stelt zijn grenzen. Wat hij niet wil, dat doet hij niet. Hij heeft op die manier geen vriendenkring opgebouwd, maar hij heeft ook geen vijanden. Er is wel respect, veel respect voor de man die je elke keer dat je hem tegenkomt weer moet veroveren. Echt eigen word je niet met hem, hoewel we dat stadium bijna bereikten toen het boek af was. Hij straalde net als ik het gevoel uit dat de klus geklaard was en de enige die dat oppikte was Martin Ros, die de zaterdag daarna op de radio zijn bewondering uitte voor de eenvoud van de persoon Joop Zoetemelk. Maar ondanks dat bleef Joop zeggen wat hij in het jaar daarvoor ook steeds gezegd had. Het had voor hem niet gehoeven. Dus Gerrie Knetemann had gelijk toen hij tegen mij zei: Joop doet het niet voor zich zelf, hij doet het voor jou. Zo is die man. En daarvoor wil ik hem nog eens bedanken op zijn zestigste verjaardag. Joop, nog vele jaren! (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 3 december 2006 0:00

Jan ULLRICH (1973, Duitsland)

Natuurlijk kende ik hem als de amateurwereldkampioen van Oslo in 1993. Hij moest toen nog twintig worden en hij straalde klasse uit. Een fors geboetseerde Ossie, die een jaar later bij Team Telekom als stagiair in het profpeloton debuteerde. Hij kon geweldig tijdrijden en op macht met de besten bergop, hoe hoog de cols ook waren. Twee jaar later debuteerde hij in de Tour. Het zou de zesde Tourzege van Indurain worden, maar het liep anders. De Spanjaard had met vijf opeenvolgende Tourzeges zijn plafond bereikt en de Tour kreeg een nieuwe winnaar. Bjarne Riis, een kalende Deen en de kopman van Telekom. Er gingen direct de wildste geruchten, want Riis had weliswaar altijd tegen de top aangezeten, maar dat hij dit kon had niemand voor mogelijk gehouden. Hij werd ‘monsieur 60 pourcent’ genoemd en niemand leek tegen hem opgewassen. Maar de kenners zagen tegelijk zijn opvolger, want het was duidelijk dat Riis, gezien zijn leeftijd, geen jaren zou heersen. Ullrich, de nummer twee, moest nu al af en toe in de remmen knijpen om zijn kopman voor te laten gaan. Een jaar later in 1997 deed Jan Ullrich wat er van hem werd verwacht: de Tour winnen. Zijn duels met Pantani in het hooggebergte waren van een superieure schoonheid. Het raspaard en de locomotief. Ik heb er destijds van genoten. Het raspaard reed de locomotief er niet af en in de tijdritten was de Italiaan geen partij voor ‘Der Rosse aus Rostock’. Als iemand van 23 jaar dat kan dan moet hij in staat worden geacht tien keer de Tour te winnen, vermoedde iedereen. In potentie was dat juist, maar het is bij die ene Tourzege gebleven. In de eerste plaats omdat twee jaar later de ster van Armstrong ging stralen en in de tweede plaats omdat der Jan zelf niet in staat was het leven van een toprenner te leiden. In de wintermaanden verwaarloosde hij zijn conditie, leefde te veel als een gewoon mens en begon steeds veel te zwaar en veel te laat aan zijn voorbereiding. Hij raakte in allerlei affaires verstrikt en stond vaker in de tabloids, dan in de sportbladen. Het is een wonder dat zijn sponsor hem zoveel jaar krediet heeft gegeven en het is bizar dat ze dit jaar het vertrouwen in hem hebben opgezegd, terwijl er ook tegen Ullrich niets bewezen is in de Spaanse dopingrel. Hij moet al met al genoeg vernederd zijn om volgend jaar hard terug te slaan, maar ik geloof er niet meer in. Hij wordt vandaag 33 en dan gaan de jaren tellen en in mentaal opzicht is hij de mindere van bijna elke Tourwinnaar uit het verleden. Jammer. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 2 december 2006 0:00

Albert VAN DAMME (1940, België)

Deze Belg was een ster toen het veldrijden nog te boek stond als hardlopen met de fiets op je nek. Hij is direct veldrijder geworden en heeft dan ook geen verleden als wegrenner. Een echte specialist en dat had een economische reden. De familie Van Damme had een bloemkwekerij en dat was in de zomermaanden hard aanpakken. Er was gewoon geen tijd voor de sport. In de winter lag dat anders en daarom koos Albert, in navolging van een oudere broer, voor de cyclo cross. Baggeren door de modder. Hij kon het als geen ander en hij won in zijn carrière meer dan vierhonderd veldritten en hij was zes maal Belgisch kampioen. Vandaag de dag zou hij geen uitslag meer rijden, want de cross is veranderd. Er wordt nauwelijks nog gelopen. Het is rammen op bosgrond en obstakels als boomwortels en kuilen ontwijken. Dat vraagt andere kwaliteiten dan die Albert Van Damme in overvloed had. Zijn belangrijkste gave was kracht, zeker als er een glibberige heuvel genomen moest worden. Daarom reed hij graag in Zwitserland en Spanje waar de parcoursen lagen waar hij kon excelleren. Ook toen al reden de veldrijders twee koersen in het weekend en Van Damme pikte er dan graag één mee in Spanje. Het liefst ging hij met de auto op en neer en kwam dan pas ’s maandags vroeg in de morgen terug om dan gelijk in het bedrijf te moeten aanpakken. De vermoeidheid werkte hij weg met amfetaminen, zoals hij bekende in het boekje van Gijs Zandbergen en Wout Koster: ‘Een wielrenner die rijdt, steekt zijn hand niet op’. Albert Van Damme was in de jaren zeventig een van de sterkste veldrijders van de wereld, maar hij had de pech een tijdgenoot te zijn van Eric De Vlaeminck, die in die jaren zeven keer wereldkampioen was. Na tal van ereplaatsen was hij in 1974 eindelijk de beste van de wereld. Hij kreeg de bloemen, maar die had hij thuis al genoeg.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 1 december 2006 0:00

Laurent JALABERT (1968, Frankrijk)

Er zijn twee soorten renners. De ene soort gaat uit van de kwaliteiten die hij in de wieg heeft meegekregen. Ze ontwikkelen die tot het maximum en gaan verder door het wielerleven als sprinter, rouleur, klimmer of combinaties daarvan. De andere groep is veel kleiner, want dat zijn de renners die zich niet neerleggen bij het feit dat ze het ene wel kunnen en het andere niet. Ik noem drie beroemde representanten van deze groep omdat ze zich alle drie hebben ontwikkeld van een sprinter, die ook tot een bepaalde hoogte goed kon klimmen en tevens een redelijke tijdrit neer kon zetten. De eerste is Jan Janssen, de tweede Sean Kelly en de derde Laurent Jalabert. Ze wonnen tal van koersen, met hun sprint, maar ze ontwikkelden zich zodanig dat ze alle drie de Ronde van Spanje op hun naam schreven en Janssen ook nog eens de Tour de France. Dat is grote klasse en Jalabert is er een grand seigneur mee geworden die in eigen land nog altijd enorm populair is. Als hij zich tijdens de Tour buiten het commentaarhok van de Franse TV waagt, dan staan de fans in rotten van vier te wachten op zijn handtekening of het voorrecht met hem op de foto te gaan. Jaja was dertien jaar prof en behalve de Vuelta won hij vijf klassiekers en tal van kleine rittenkoersen en eendagswedstrijden. Hij behoorde tot de beste renners van zijn tijd. Jalabert was ook wereldkampioen tijdrijden en in de Tour won hij twee keer zowel het puntenklassement als het bergklassement. Over allround gesproken. Veel van die successen behaalde hij na 1994. In de Tour van dat jaar zag ik hem met zijn helm op één oor en zijn zonnebril bungelend aan het andere zwaargewond op het asfalt zitten nadat een fotograferende politieagent een massale valpartij veroorzaakte. Hij had van alles gebroken en zijn oog hing uit de kas. Maar toen moest zijn echte carrière nog beginnen. Ik had daar – en dat heb ik nog steeds – een grenzeloos respect voor. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 30 november 2006 0:00

Cyril DESSEL (1974, Frankrijk)

Helemaal onbekend was hij niet toen hij na de tiende etappe van de Tour de France 2006 in het geel werd gehezen. Cyril Dessel was al aan zijn achtste profseizoen bezig, maar hij was nog niet echt goed opgevallen. Hij kon aardig klimmen en hij maakte op die 12e juli deel uit van een grote kopgroep op weg naar Pau. De Tourdirectie had in die rit een col van de buitencategorie opgenomen en daar kwam het gros van de kopgroep in grote nood. Twee goede klimmers zagen hun kans en lieten de rest achter. Het waren Dessel en de Spanjaard Juan-Miguel Mercado. Dessel van de AG2R-ploeg en Mercado van het ProContinental-team Agritubel dat met een wildcard het Tourcircus was binnengeslopen. De twee werkten goed samen, want ze hadden direct een akkoord gesloten. Mercado de ritzege en Dessel de gele trui. Zo hielden ze achtervolger Landaluze van zich af en Frankrijk had een nieuwe held. Het sprookje duurde één dag, want op 13 juli volgde de rit van Tarbes naar Val d’Aran, waarin het Rabobank-collectief Menchov-Boogerd-Rasmussen het initiatief nam en Dessel 4 minuut 45 moest toegeven. Maar de manier waarop hij zijn trui verdedigde, verdiende alom respect. Net als landgenoot Thomas Voeckler een paar jaar daarvoor moest hij steeds weer lossen als er versneld werd, maar hij kwam ook steeds weer terug. Toen de rookwolken waren opgetrokken stond hij tweede in het klassement op slechts 8 seconden van de nieuwe leider Floyd Landis. Hij zakte in de dagen daarna naar de derde, de vierde en de zevende plaats en op die stek stond hij nog toen de karavaan moegestreden op de Champs Elysées arriveerde. Als beste Fransman, een kleine minuut voor Christophe Moreau. Hij zal geen topper meer worden, deze 32-jarige Fransman uit de buurt van Saint Etienne. Hij zal zijn prestatie van dit jaar misschien niet meer herhalen, maar zijn verdere rennerscarrière mag hij rekenen op de onvoorwaardelijke sympathie van het Franse volk. Zo gaat dat in la Douce Françe. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 29 november 2006 0:00

Stephen ROCHE (1959, Ierland)

Mijn herinnering aan Stephen Roche is vooral mijn herinnering aan het jaar 1987. De mentaal kwetsbare en blessuregevoelige Ier zat dat jaar alles mee. Hij won de Giro, de Tour en als klap op de vuurpijl ook nog het wereldkampioenschap. De Belg Eddy Schepers was een ploeggenoot van Roche. Schepers was een van die talenten die na het afscheid van Eddy Merckx dreigde te bezwijken onder de verwachtingen, omdat hij als amateur de Tour de l’Avenir had gewonnen. De Belg twijfelde daardoor hevig aan zichzelf, want hij slaagde er maar niet in als prof door te breken. Tot er een telefoontje kwam uit Italië van Davide Boifava. Of hij er à raison van een gigantisch salaris iets voor voelde om als knecht van Roche voor Carrera te komen rijden. Schepers hapte toe en maakte kennis met de Ier. ‘Het was net zo’n twijfelkont als ik en het klikte tussen ons.’ De twee werden dikke vrienden, want hoewel Schepers zich zelf niet kon overtuigen van zijn kwaliteiten, slaagde hij er wel in om Roche over diens vele dieptepunten heen te praten. In de Ronde van Italië werd de kaart van de Carrera-formatie geheel op de andere kopman van de ploeg, Roberto Visentini gezet, maar Roche was in supervorm. In een zware bergrit toonde hij zijn grote klasse door van kop af iedereen los te rijden. Een kopgroep van zes ontstond en Visentini kon slechts aanklampen. Tot hij onvermijdelijk moest lossen. Boifava gebood Schepers zich af te laten zakken om Visentini weer bij de kopgroep te brengen. De Belg ging naast Roche rijden, en vroeg: ‘als gij nu zegt dat u voor mijn toekomst gaat zorgen, dan blijf ik bij u.’ Roche antwoordde: ‘Eddy ik zorg voor u.’ Die avond daalde de helicopter van de Carrera-directie op het gazon voor het hotel en de heren eisten dat Roche en Schepers hun koffers zouden pakken en direct vertrekken. Boifava weigerde met de vraag: ‘ge kunt de roze trui toch niet wegsturen?’ De directie haalde bakzeil en Roche won de Giro en vergaarde daardoor zoveel zelfvertrouwen dat hij ook in de Tour en het WK dat jaar de beste was. Het niveau van 1987 heeft hij nooit meer gehaald, maar in dat ene jaar heeft hij zich gelijkwaardig getoond aan de allergrootsten uit de geschiedenis van het cyclisme. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 28 november 2006 0:00

Theo ELTINK (1981, Nederland)

Ik geloof dat Theo Eltink een laatbloeier is en dat het grote talent zich pas over een jaar of drie zal manifesteren als hij zich ontpopt als een van de betere klimmers van het internationale wielerpeloton. Hij wordt vandaag 25 en hij is nog steeds in ontwikkeling. Hij heeft nu enkele malen verdienstelijk de Ronde van Italië gereden en de Ronde van Spanje staat inmiddels ook op zijn ervaringslijst. Hij presteert, maar nog in de schaduw. Hij heeft grote mogelijkheden als klimmer, maar het is nog aanklampen. Twee jaar geleden probeerde Rasmussen het ook in de Tour met aanvallen. Hij ging voortijdig door het ijs, maar vorig jaar en dit jaar had hij zijn etappe gekozen. Hij had niets aan het toeval overgelaten en doelbewust ging hij voor de zege en het lukte hem. Ik denk dat Theo Eltink dat straks ook kan als hij zich helemaal focust op een bepaalde etappe. Het zou goed kunnen, want Eltink is ook een loner die meestal alleen traint en zijn grenzen opzoekt. Dus moeten we nog een beetje geduld met Theo hebben. Maar het lijkt me niet slecht voor zijn definitieve stap naar de top als hij volgend jaar de Tour rijdt. (Foto: © Philip van der Ploeg)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 27 november 2006 0:00

Ivan BASSO (1977, Italië)

Ik vraag me wel eens af hoe die Ivan Basso zich nu voelt. Bezig met een mooie en geleidelijke ontwikkeling van zijn carrière met steeds betere resultaten. Tweede in de Tour van 2005, eerste in de Giro van dit jaar en na de abdicatie van King Lance ineens dé favoriet voor het winnen van de Tour. Dan wordt luttele dagen voor la Grande Boucle bekend dat zijn naam in de administratie voorkomt van een dubieuze Spaanse arts en zijn werkgever CSC trekt hem direct terug uit de Tourploeg. Even later wordt hij ook nog ontslagen en dan blijkt maanden later dat de Spaanse justitie hem niet gaat vervolgen omdat er geen spoor van bewijs te vinden is. Ik weet natuurlijk wel dat dit een puur juridische vaststelling is en dat Basso best een regelmatige klant van die Spanjool kan zijn geweest, want ik vertrouw echt niemand meer. Maar stel dat het allemaal niet waar is, hoe moet Basso zich dan voelen? Een keurige man zo te zien, naast het fietsen erg behept met vrouw en kindjes. Geen Italiaanse loverboy die achter de wijven aangaat, zodra hij de kans krijgt, maar een serieuze jongen met een zacht gezicht en een wat naïeve oogopslag. Het zou me niks verbazen als hij uit pure woede en onmacht elke week een racefiets van zo’n 15 mille in elkaar heeft geslagen, maar dat weet geen mens. Hij is nu weer onder de pannen bij Discovery Channel, maar hoe verwerkt hij dit? Ik zou het niet weten. Naar de rechter stappen is een optie, maar daar zal hij dan nog jaren lang geestelijk mee bezig moeten zijn en dat kan een renner zich niet veroorloven. Het enige dat hem te doen staat is het hele seizoen 2007 tot het zijne maken. Giro, Tour, Vuelta moet hij op zijn minst winnen. Met schone A- tot en met Z-stalen en dan denkt het gros van de mensen toch: ‘Ja het zal wel, waar rook is is vuur. Die Basso is een ordinaire slikker.’ Ivan Basso kan niets worden aangewreven, maar hij is door de Spaanse justitie en Bjarne Riis als renner tot levenslang veroordeeld en hij kan er niks aan doen. Misschien moet hij eens met de Klusjesman gaan praten. (Foto: © Philip van der Ploeg)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 26 november 2006 0:00

« Vorige 1 2 3  ... 589 590 591 592 593 594 595 596 597 598 599  ... 616 617 618 Volgende »