Willy BOCKLANT (1941, overleden 06.06.1985, België)

Een heel sterke eendagsrenner in een tijd toen België over een heel peloton winnaars beschikte. Het was dringen aan de top en de eerzuchtige Bocklant stond zijn mannetje. Zijn grootste triomf behaalde hij in 1964 in Luik-Bastenaken-Luik, nadat een week eerder het ploegbelang hem gevangen hield in Parijs-Roubaix. Daar won zijn ploeggenoot Peter Post en ploegleider Lomme Driessens had in de finale de grootste moeite om de ambitieuze Vlaming in te tomen. Als extraatje werd hij zondag na la Doyenne ook nog gehuldigd als winaar van het Ardeens weekeinde, omdat hij in de Waalse Pijl, die in die tijd op de vrijdag daarvoor werd verreden, ook kort was geëindigd. In de grote rondes was hij nimmer in zijn element en van de drie keer dat hij in de Tour de France startte haalde hij nimmer Parijs. In de kleinere rittenkoersen was hij beter thuis en zijn zege in de Ronde van Romandie van 1963 bewijst dat hij meer in zijn mars had dan stoempen in de wind en raggen over de kasseien. Maar in de klassiekers was hij toch het gelukkigst. Luik-Bastenaken-Luik is dan wel zijn enige zege, maar derde plaatsen in Parijs-Brussel en de Waalse Pijl en vierde stekken in Parijs-Roubaix, Milaan-San Remo, de Waalse Pijl en Bordeaux-Parijs tonen aan dat het altijd maar weinig scheelde en hoe groot de concurrentie in die tijd was. Misschien was zijn erelijst nog groter geweest als hij in 1966 niet zijn bekken gebroken had. Hij keerde met veel wilskracht op de fiets terug en zijn overwinning in 1967 in de E3 Prijs Harelbeke had op hem hetzelfde gelukseffect als wat ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 26 januari 2008 0:00

Harry JANSEN (1947, Nederland)

Als deze Amsterdammer tien jaar later was geboren, dan was hij wellicht een vedette geworden. Hij had talent, een zinderend eindschot, veel tactisch inzicht en een grote intelligentie. In de jeugdrangen behaalde hij maar liefst zeventig overwinningen en in zijn drie jaar bij de amateurs voegde hij daar nog zo’n 35 zeges aan toe. Desondanks stonden ze bij de profploegen niet te dringen om hem in te lijven. Dat was in die tijd helemaal niet het geval en de grootste talenten werden doorgedraaid, om eens een veilingterm te gebruiken. Bij kleine ploegjes ging hij verder en de zegereeks stokte. Hij behaalde nog tal van ereplaatsen maar het grote succes bleef uit. Met zeven overwinningen in vijf profjaren beëindigde hij in 1973 zijn loopbaan, waarna hij als verslaggever in de sport- journalistiek terechtkwam. Hij was een goed en kundig reporter in de Tour tot hij in 1985 ene Jacques Blink ontmoette. Dat was de baas van Philips-dochter PDM, fabrikant van cassettebandjes. Die wilde graag hoofdsponsor van een grote wielerploeg worden en hij had daar voor die tijd heel veel geld voor over. Jansen greep die kans met twee handen aan en met zijn creatieve geest en zakelijk instinct zette hij inderdaad iets neer waar de hele wielerwereld van op keek. Dat was nog  nooit vertoond en PDM werd een internationaal voorbeeld voor de gehele wielerwereld. Dankzij Jansen kreeg de ploeg een geweldige uitstraling en de droom om met die ploeg de Tourzege binnen te halen kwam snel dichterbij. Tot in 1991 de droom met de Intralipid-affaire uiteenspatte. Harry Jansen was er toen al lang niet meer bij. Hij was bij Jan Raas in dienst getreden en ook bij de opeenvolgende ploegen van de Zeeuw zorgde hij voor de nodige positieve uitstraling en een solide PR-beleid. Harry Jansen is al vele jaren niet meer bij de wielersport betrokken en wie hem spreekt krijgt de indruk dat het wat hem betreft mooi is geweest. Een mengeling van verbittering en teleurstelling, zo lijkt het. Hij heeft op zijn manier een …

Geplaatst door Fred van Slogteren, 25 januari 2008 0:00

ALBERTS, Jos (1960, Nederland)
BRABER, Thijs (1986, Nederland)
CARIÑENA LUQUE, Juan Carlos (1980, Spanje)
FIGUERAS, Giuliano (1976, Italië)
HERNANDEZ GUTIERREZ, Aitor (1982, Spanje)
JONKMAN, Geert-Jan (1984, Nederland)
LAIDOUN, Julien (1980, Frankrijk)
MCCARTY, Jonathan Patrick (1982, Verenigde Staten)
PIETERS, Cindy (1976, Nederland)
PORTER, Hugh (1940, Groot Brittannië)
VAN DE VELDE, Tom (1985, België)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 24 januari 2008 0:00

Louis CAPUT (1921, overleden 09.02.1985, Frankrijk)

Louis Caput was kort na de tweede wereldoorlog een goede renner die onder meer Parijs-Tours, de Ronde van Picardië en twee maal Parijs-Limoges won en in 1946 kampioen van Frankrijk was. Hij was vooral een sterke eendagscoureur, want voor de grote rondes was hij niet goed genoeg in de bergen. Wel was hij in 1955 een van de eerste renners – misschien wel de eerste – die in één seizoen zowel de Tour (54e), de Giro (68e) als de Vuelta (55e) reed. Hij moest het vooral hebben van aanvalslust en een sterke aankomst. Petit Louis werd na zijn loopbaan ploegleider en daarin behaalde hij meer successen dan als renner. Hij had jarenlang mannen als Raymond Poulidor en Joop Zoetemelk onder zijn hoede en hij wist altijd wel een sterke ploeg daaromheen te formeren. Hij was een groot bewonderaar van Zoetemelk en daardoor ook van het Nederlandse wielrennen. In 1974 had hij vier Nederlanders in zijn ploeg (Zoetemelk, Knetemann, Bal en Vianen) en een jaar later waren het er zelfs zes. De vier uit 1974, aangevuld met Jan van Katwijk en Jo Vrancken. Zoetemelk heeft tegenover mij nooit veel over Caput losgelaten, omdat het Joop met zijn introverte instelling niets uitmaakte wie de ploegleider was. Gerard Vianen daarentegen kan zich de kleine Parijzenaar nog goed herinneren. ‘Ik wist dat Caballero ging stoppen en in de Ronde van Noord-Frankrijk, waarin ik een rit won, ben ik naar Caput gegaan om in mijn beste Frans te vragen of hij een plaatsje voor mij had. Caput was een type die kon een traan uit z’n ooghoek laten vallen en dan zeggen: jongen, ik zou je graag willen hebben, maar ik heb geen budget meer. Toch stuurde hij me in de winter daarna een contract en kwam ik bij hem in de ploeg. Hij was een rustige, deskundige ploegleider die voor die tijd heel vooruitstrevend was op het gebied van eten en drinken. Op het perfectionistische af. Hij liet ons vaak vis eten, maar als we in de Tour ver van de zee afzaten, dan was dat wel eens erg droog. Maar dat maakte hem niks uit. Vis moesten we eten en altijd van die grote brokken. Dan dacht ik: daar komt-ie weer …

Geplaatst door Fred van Slogteren, 23 januari 2008 0:00

Jacques FRIJTERS (1947, Nederland)

In de reeks Nederlandse kampioenen op de weg kom je de grootste namen tegen uit de geschiedenis van het nationale cyclisme. Van alle grote mannen uit het verleden ontbreken alleen Jan Janssen en Gerrie Knetemann. Die zijn er nooit in geslaagd om Nederlands kampioen te worden. In het geval van Janssen was de overmacht van de Nederlandse merkenploegen altijd te groot en Janssen wist als ‘buitenlander’ altijd een mannetje of wat op zijn wiel. Waarom De Kneet nooit in het roodwitblauw reed weet ik niet precies, maar in vrijwel alle jaren dat hij meedeed won er wel een ploeggenoot. In die lange lijst met 81 namen staan ook enkele renners voor wie dat Nederlands kampioenschap zowel hoogtepunt als uitschieter was. Zo iemand is Jacques Frijters die in 1969 met de hoogste nationale wielereer ging strijken. Hij was als Nederlander afkomstig uit Baarle-Hertog, die Belgische enclave in het zuiden van Brabant en hij kon best wel aardig fietsen. In 1964 behaalde hij bij de nieuwelingen 24 overwinningen en in de drie jaar daarna ging hij bij de amateurs elf keer als eerste over de meet. In 1968 leek hij echt door te breken met tien overwinningen in één seizoen, waaronder twee etappezeges in het Circuit des Mines, een zware rittenkoers in Frankrijk. Hij kreeg een contract bij de profformatie van Mann-Grundig en in de trui van die ploeg werd hij verrassend Nederlands kampioen. Hij won dat jaar nog enkele koersen, want zo’n trui geeft vleugels. Het was echter van korte duur. Met zijn kampioenstrui stapte hij in 1970 over naar de Nederlandse Caballero-ploeg, maar nadat hij zijn trui had overgedragen aan Peter Kisner, nog zo’n ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 22 januari 2008 0:00

KARMANY, Antonio (1934, Spanje)
STAKENBURG, Joop (1928, overleden 20.10.1989, Nederland)
VAN GENEUGDEN, Martin (1932, België)
ZANOTTI, Marco (1974, Italië)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 21 januari 2008 0:00

BARBÉ, Koen (1981, België)
FISCHER, Josef (1865, overleden 29.08.1959, Duitsland)
GUIMARD, Cyrille (1947, Frankrijk)
HELVOIRT, Wil van (1952, Nederland)
JEGOU, Lilian (1976, Frankrijk)
KEMP, Martin (1957, Nederland)
KERSTEN, Frank (1967, Nederland)
KLEP, Edith (1976, Nederland)
LASTRAS GARCIA, Pablo (1976, Spanje)
MARSAL, Catherine (1971, Frankrijk)
NOLTEN, Jan (1930, Nederland)
POST, Krijn (1933, Nederland)
RUCKER, Stefan 1980, Oostenrijk)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 20 januari 2008 0:00

BELLEMAKERS, Dirk (1984, Nederland)
BOGAERTS, Jean (1925, België)
DAAMS, Hans (1962, Nederland)
FERNANDEZ OLIVEIRA, Luis (1980, Spanje)
FREI, Thomas (1985, Zwitserland)
GRANDI, Allegro (1907, overleden 23.04.1973, Italië)
MARTINELLO, Silvio (1963, Italië)
PASSERON, Aurélien (1984, Frankrijk)
POL, Jo van (1948, Nederland)
STEEN, Toon van der (1936, Nederland)
VAN HYFTE, Paul (1972, België)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 19 januari 2008 0:00

John TALEN (1965, Nederland)

Ongecompliceerd rammen is wat John Talen als wielrenner het liefste deed. Hij was een groot talent dat in 1986 bijna twee wereldtitels behaalde. Met zijn maatjes Gerrit de Vries, Tom Cordes en Rob Harmeling behaalde hij de wereldtitel 100 kilometer ploegentijdrit en in de wegwedstrijd moest hij slechts de Oost-Duitser Uwe Ampler voor laten gaan. In die zege in de ploegentijdrit had hij een groot aandeel gehad, want de geboren Drent begon op kop en trok de eerste kilometer direct vol door. Ze hadden er een vol jaar voor getraind die vier, onder leiding van de gedreven bondscoach André Boskamp. Die eiste alles van zijn mannen in ruil voor een beschermde positie aan het begin van het seizoen. Niks geen criteriums en waaierklassiekers, maar loodzware buitenlandse rittenkoersen. Met een bijkans Oost-Europese aanpak zette Boskamp een ploeg neer die met overtuiging en een niet te breken moraal naar de overwinning denderde. Hij duldde daarbij geen tegenspraak en er kwam uit wat hij in zijn hoofd had. Maar als we nu terugkijken op de profcarrières van die vier kanjers dan is er toch niet uitgekomen wat er qua mogelijkheden in zat. Dat had voor een deel te maken met de omstandigheden, want in hun tijd speelde het net ingerichte puntensysteem hen bepaald niet in de kaart. Ploegen moesten een bepaald aantal punten hebben om bij de belangrijkste koersen aan de start te kunnen komen en renners die overkwamen van de amateurs hadden geen punten. Dus contracteerde een ploegleider in die tijd liever een oude prof op z’n retour maar met punten, dan een groot amateurtalent zonder. Voor Talen werd een uitzondering gemaakt. Toen hij na dat WK in zijn woonplaats Spijkenisse werd gehuldigd, was daar plots Peter Post. Met een contract bij de miljoenenformatie Panasonic. John Talen was jarenlang een goede prof die zijn ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 18 januari 2008 0:00

ALTIG, Willi (1935, Duitsland)
BARBERO, Sergio (1969, Italië)
BAZZO, Pierre (1954, Frankrijk)
BEUCHERIE, Serge (1955, Frankrijk)
CHERNETSKIY, Ilya (1984, Rusland)
CROMBEZ, Tijs (1986, België)
LANGEVELD, Sebastiaan (1985, Nederland)
LUENGO CELAIA (Antton (1981, Spanje)
MARTINEZ, Miguel (1976, Frankrijk)
PAOLINI, Luca (1977, Italië)
RAST, Gregory (1980, Zwitserland)
RIBLON, Christophe (1981, Frankrijk)
SÉRÈS, Georges (1918, Frankrijk)
VAARTEN, Michel (1957, België)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 17 januari 2008 0:00

« Vorige 1 2 3  ... 588 589 590 591 592 593 594 595 596 597 598  ... 655 656 657 Volgende »