Oscar FREIRE GOMEZ (1976, Spanje)

Wielrenners zijn geen paarden, maar toch kun je bij WK’s bij Spaanse en Italiaanse bookies je geld op een renner zetten om er hopelijk beter van te worden. Frank Vandenbroucke noteerde in 1999 3,5 keer de inzet, Francesco Casagrande 9 keer en Michael Boogerd 10 keer. De renner die op 14 oktober 1999 echter de regenboogtrui kreeg aangetrokken zal niemand geld hebben opgeleverd, want de meeste mensen moest worden uitgelegd wie die Oscar Freire Gomez was, die als 22-jarige invaller in de Spaanse ploeg, omdat Abraham Olano ziek was geworden, zijn medekoplopers te slim af was. Dit terwijl hij op dat moment als professional nog maar elf koersen had gereden. Onder de verslagenen zaten grote namen als de eerdergenoemden VDB en Casagrande en routiniers als Jan Ullrich en Dimitri Konychev. Het was ook een wonder dat dit gebeurde en Freire werd al als een toevalswinnaar bestempeld. Maar in 2001 flikte hij het ‘m nog een keer en in 2004 nog eens. Drie keer wereldkampioen in zes jaar tijd, dat is geen toeval meer. Inmiddels is Oscarito een door iedereen gerespecteerde vedette die in staat is de grootste wedstrijden te winnen en dat heeft hij inmiddels meer dan bewezen. Hij rijdt al weer een aantal jaren voor Rabobank en daar zijn ze vast heel blij met hem. Niet alleen omdat het een goede renner is die regelmatig wint, maar ook omdat het een leuke positieve knul is die zijn nummer (en dus ook dat van zijn sponsor) goed verkoopt. Hij is goedlachs, makkelijk benaderbaar en zijn Engels klinkt grappig. Hij is helaas enigszins blessuregevoelig en dat heeft hem zeker van meer overwinningen afgehouden. Maar zijn carrière is nog niet voorbij, er is nog volop gelegenheid zijn palmares nog mooier te maken dan die nu al is. Misschien komt er nog wel een vierde wereldtitel bij. (Foto: © Philip van der Ploeg)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 15 februari 2007 0:00

Gianni BUGNO (1964, Italië)

Gianni Bugno was een van de beste renners van zijn tijd en die tijd ligt tussen 1985 en 1998. Hij was een allround renner die zowel in het eendags- als het rondewerk tot de absolute toppers hoorde. Hij won de Ronde van Italië en stond twee maal op het erepodium van de Tour de France. Hij won Milaan-San Remo, de Ronde van Vlaanderen en de Clasica San Sebastian. Hij werd twee maal kampioen van Italië en ook twee keer wereldkampioen. Twee keer op rij en die prestatie deelt hij met de Belgen Ronsse, Van Steenbergen en Van Looy, waarbij moet worden aangetekend dat Van Steenbergen ook al in 1949 wereldkampioen was geweest toen hij in 1956 en ’57 de dubbel realiseerde. De eerste wereldtitel van Gianni Bugno was in 1991 in Stuttgart. Hij was de grote favoriet en hij maakte dat ook waar door dominant te koersen, met de hulp en instemming van de gehele Italiaanse squadra onder leiding van bondscoach Alfredo Martinello. Zijn zege werd dan ook door iedereen verdiend genoemd. Ik was toen en ik ben nog steeds van mening dat Steven Rooks die dag wereldkampioen had kunnen worden, als hij wat slimmer gesprint had. Rooks was geen supersprinter, maar dat was Bugno ook niet. En de derde in de kopgroep van drie al helemaal niet. Miguel Indurain is een van de beste tijdrijders aller tijden en hij kon bergop bij de beste klimmers aanklampen, maar zijn sprintvermogen was te verwaarlozen. En toen de eindsprint begon, koos Rooks uitgerekend het wiel van de Spanjaard in plaats van dat van Bugno. Zo had hij geen enkele kans, hoewel het er nog even naar uitzag dat hij nog zou winnen. Bugno oordeelde al vele meters voor de streep dat de titel in de tas zat en hij richtte zich op, hield de benen stil en freewheelde juichend naar de finish. Dit alles terwijl Rooks nog alles aan het geven was. Het scheelde maar een half wieleke. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 14 februari 2007 0:00

Freddy MAERTENS (1952, België)

Als William Shakespeare in deze tijd had geleefd dan zou de geschiedenis van Freddy Maertens ongetwijfeld dienst hebben kunnen doen voor een van zijn toneelstukken. Het verhaal van de man die op basis van zijn talenten torenhoog steeg om daarna dieper dan diep te vallen, heeft vele aangrijpingspunten voor een groots meeslepend koningsdrama. Want een koning was hij toen hij op het punt stond de grote Eddy van zijn troon te stoten. Moeiteloos reed Freddy in het midden van de jaren zeventig op z’n gemak meer dan vijftig overwinningen per seizoen bij elkaar. Hij won klassiekers, kleine rondritten, het wereldkampioenschap en zelfs de Ronde van Spanje. Dat was in 1976 en hij won niet alleen de ronde, maar ook dertien etappes en het puntenklassement. Dat laatste klassement won hij ook drie keer in de Tour de France en in slechts drie starts won hij in la Grande Boucle maar liefst vijftien etappes. Hij startte één keer in de Ronde van Italië en daar won hij er zeven, hoewel hij die ronde niet eens uitreed. Op 28 mei 1977 was hij met zijn landgenoot Rik Van Linden in een spannend spurtduel gewikkeld, dat hem zijn achtste ritzege moest opleveren, toen de sturen van de heren in elkaar raakten en zij gebroederlijk op het asfalt smakten. ‘Polsbreuk’, zei de dokter, nadat hij d’n Freddy had onderzocht. Wat niemand toen wist was dat dit schijnbaar onbeduidende ongeval het einde van een briljante wielercarrière inluidde. Maertens bleef last houden van die pols en zijn prestaties werden steeds minder. Tot Lomme Driessens zich in 1981 over hem ontfermde en ‘m aan een streng regime onderwiep. Geen seks, geen drugs en geen rock’nroll voor Freddy en de geruchten dat Lomme in de echtelijke sponde tussen Freddy en Carine in sliep, deden de ronde. Maar het had resultaat: in de Tour van 1981 won hij vijf etappes en de groene trui en hij werd wederom wereldkampioen. Maar Freddy was niet meer de Freddy van 1976, zijn beste seizoen. Hij geleek een zombie die gevaarlijk slingerend door het peloton reed, in onsamenhangende zinnen met de pers sprak en er bepaald niet gezond uitzag. Het was dan ook een eenmalige opstanding, want de val die hij daarna maakte was peilloos diep. Alleen kleine ploegjes waren nog in hem geïnteresseerd en daar werd hij steeds sneller ontslagen dan hij was gecontracteerd. Dat hij niet definitief in de goot belandde, dankt hij aan enkele goede vrienden en zijn vrouw. Hij is nu rondleider in het wielermuseum in Roeselare. Ik hoop dat hij zijn zaakjes weer op orde heeft en dat hij gelukkig is. Want dat verdient hij voor de mooie sport die hij ons in de jaren zeventig voortoverde. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 13 februari 2007 0:00

Geert OMLOOP (1974, België)

Ik ken ene Smit die smid van beroep is; er bestaat ongetwijfeld een bakker die Bakker heet en er zal ook wel ergens een meneer De Vries zijn die iets met diepvriesproducten doet. Ik vind dat leuke toevalligheden en als ik een enkele keer de slaap niet kan vatten dan wil ik daar wel eens over peinzen. Het helpt Klaas Vaak te ontbieden en het is leuker dan schaapjes tellen. In de wielrennerij is er niemand die ‘Wielrenner’ heet. Er is volgens mij überhaupt niemand die zo heet. De Belg Hilaire Cou(v)reur komt er dicht bij, maar door dat veetje is het ’t niet en leg je ook het verband niet. Aandewiel – en die renner heeft wel bestaan – is veel meer to the point en ik ken in de wielrennerij ook een Slikker, maar dat is een uitbater van een racespeciaalzaak en ik weet niet of die goede man zelf gefietst heeft. Er bestaan natuurlijk ook renners als Egbert Koersen en Jans Koer(t)s en er zijn in België nogal wat Omloopjes in omloop. Omloop is natuurlijk een prachtige naam voor een renner, hoewel erg Vlaams. In Nederland noemen we een wielerwedstrijd niet snel een omloop, hoewel we natuurlijk wel de Omloop van de Kempen hebben. Er zijn zelfs twee Omlopen: Wim en Geert en ik geloof dat ze allebei nog actief zijn. Echte Belgische kermiscoureurs en allebei ook zoon van een kermiscoureur. Wim is de zoon van Henri Omloop en de vader van Geert heet Marcel Omloop. Zowel Geert als Wim hebben heel wat omlopen gewonnen, want ze beschikken allebei over een sterk eindschot. Verder hou je ze nauwelijks uit elkaar. Geert heeft wel iets met doping van doen gehad, maar dat is tegenwoordig ook niet echt onderscheidend. Ik geloof dat Geert nu ploegleider bij Unibet is, maar dat weet ik ook niet zeker. En zo moet je als dagelijks schrijver wel eens ’n end weglullen als aan de jarige van de dag geen lekker verhaal vastzit. Dan mag ik ook eens een keertje freewheelen en me voorbereiden op morgen, want dan zijn er twee voormalige kanjers jarig. (Foto: © Cor Vos)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 12 februari 2007 0:00

Eric VANDERAERDEN (1962, België)

Een ploeggenoot van hem in de Panasonic-ploeg waar Vanderaerden zes jaar onder contract stond zei eens tegen me: 'Ik heb zelden iemand ontmoet die zo creatief was in het verzinnen van rottigheid. Hij ging daar steeds verder in, omdat het aanvankelijk wel goed viel in de ploeg. Maar op het laatst ging het ten koste van zijn beroepsernst en dan krijg je met Post te doen, want die pikt dat van niemand.’ Door dat gedrag kwam er na zes jaar een breuk met Post en ik denk dat bij Vanderaerden meespeelde dat hij het wel gezien had bij de Amstelveense ploegbaas. Bij een andere ploeg werd hij weer helemaal zichzelf en hij behaalde nog vele mooie overwinningn. Hij was vooral een eendagsrenner, die met zijn eindschot in het rondewerk vooral uit was op ritoverwinningen en het puntenklassement. Zo won hij de groene trui in de Ronde van Frankrijk, maar ook klassiekers als de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix staan op zijn erelijst. Een begenadigd en veelzijdig coureur die ook veel op de baan heeft gereden. Hij kon het allemaal en hij ging op een speelse en kwajongensachtige wijze door het wielerleven. Hij was niet te beroerd om hard te trainen, van februari tot en met oktober de pedalen te laten spreken, maar er moest wel iets te lachen zijn. En als het een het ander uitsluit, dan worden types als Vanderaerden ongeduldig en sikkeneurig en dat leidde wellicht tot de excessen die ook bij hem hoorden. Hij was misschien geen renner voor het straffe Nederlandse regime dat in de ploegen van Post en Raas heerste. Het bewijs daarvoor is dat hij bij beide werkgevers met conflicten vertrok. Wielrennen is een individuele sport dat om commerciële redenen in een ploegenspel is gedrongen, maar het blijft een strijd tussen ego’s en dat maakt die sport zo mooi. (Foto: © Cor Vos)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 11 februari 2007 0:00

Kim ANDERSEN (1958, Denemarken)

Ik heb deze Deen een keer geïnterviewd. Het ging over Joop Zoetemelk over wie ik toen een boek schreef. Hij zat die avond in een hotel in Roosendaal met de CSC-ploeg die aan Eneco’s Tour deelnam. Hij bleek een lange gesoigneerde verschijning die het bijzonder leuk vond dat iemand naar zijn ervaringen met Joop Zoetemelk kwam informeren. Joop was zijn kopman geweest bij de Coöp-Mercier ploeg. In 1983 werd Zoetemelk in het begin van de Tour positief bevonden en hij kreeg een hele vracht strafminuten aan zijn broek. Hij was gelijk kansloos voor de eindzege of een hoge klassering en hij reed die Tour ongeïnspireerd uit. Althans dat schreven de Nederlandse kranten en ze begrepen niet dat Joop niet gewoon afstapte en naar huis ging. Maar dat kwam niet bij Joop op, zo vertelde Andersen. Hij had nog een taak te vervullen, want die dopingaffaire zorgde voor een geweldige motivatie binnen de ploeg. ‘Iedereen wist dat Joop geflikt was en we wilden de wereld laten zien dat we als één man achter onze kopman stonden. De ploeg won de ploegentijdrit en Andersen reed zes dagen in het geel. Dat kwam allemaal door Joop. Op zijn eigen rustige wijze gaf hij aanwijzingen en corrigeerde Andersen iedere keer wanneer die niet op de goede plek in het peloton zat. De twee waren toen overigens al goede vrienden, vertelde de Deen, en hij logeerde regelmatig bij Joop in Germigny l’Eveque. Ook nam Zoetemelk hem mee naar de lucratieve criteriums in Nederland. In 1985 kreeg Andersen de gelegenheid om wat terug te doen. Dat was bij het WK toen hij in de gelegenheid was zijn vroegere kopman terug te pakken. Hij deed het niet en twintig jaar later vertelde hij daarover: “Toen Joop in de laatste kilometers op voorsprong kwam, reed ik aan kop van de kopgroep. Ik had zo naar hem toe kunnen springen, maar ik kon het niet. Die twee jaar dat ik met Joop in de ploeg heb gezeten, flitsten op dat moment door mijn hoofd. Een cadeau voor een goede vriend.” Helaas wordt de mooie carrière van Kim Andersen overschaduwd door een reeks van dopinggevallen. Hij werd langdurig geschorst en toen hij daar nog niet van had geleerd, werd hij voor het leven uitgesloten. (Foto: © T&T Tekst & Traffic)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 10 februari 2007 0:00

Pavel TONKOV (1969, Rusland)

Een uitstekende ronderenner, deze Rus uit Iszjevsk. Zoals zo veel van zijn landgenoten kwam hij in Italië terecht en ontwikkelde daar zijn carrière. Hij reed goed bergop en hij had ook een uitstekende tijdrit in de benen. Zijn wedstrijd was de Ronde van Italië en hij verscheen tien keer aan de start met een prachtige reeks: 7e, 5e, 4e, 6e, 1e, 2e, 2e, 5e en 13e. Hij moest het van zijn regelmaat hebben zonder grote uitschieters want in al die jaren won hij slechts vier etappes. De Giro die hij won, die van 1996, was een van de spannendste uit de geschiedenis. Vier dagen voor het eind waren er nog vier kanshebbers op de eindzege. Het begon met de tijdrit die door Berzin gewonnen werd, met slechts een seconde voorsprong op Abraham Olano. Tonkov moest bijna anderhalve minuut toegeven, maar behield zijn roze trui met één tel voorsprong op Olano en 14 tikjes op zijn landgenoot Berzin. Met nog twee zware Dolomietenritten in het verschiet verkeerde Pavel Tonkov dus in wankel evenwicht. De volgende dag was hij zijn trui kwijt, want Olano kwam precies een seconde eerder over de streep. Twee man in het roze? Nee, want nadat de reglementen waren geraadpleegd, ging de trui naar de lange Bask. Een dag later – de voorlaatste etappe – was de koninginnerit met reuzen als de Gavia en de Mortirolo in het parcours. Tonkov ging die dag vol en met Gotti, Zaina en Ugrumov reed hij weg bij Olano die bijna drie minuten moest toegeven. Zo won Pavel Tonkov de Giro waarin nogal wat vedetten ontbraken, vanwege de Olympische Spelen dat jaar waar voor het eerst professionals aan de start mochten komen. Daarom bleven mannen als Jalabert, Indurain, Rominger, Armstrong en Museeuw thuis, omdat ze niet te vroeg in het seizoen wilden pieken. Vreemd genoeg is Tonkov nooit in de Tour de France geweest. Dat zal wel door sponsorbelangen zijn veroorzaakt en dat is de reden waarom de Rus zijn palmares hoofdzakelijk in Italië heeft gerealiseerd. Wel won hij een keer de Ronde van Zwitserland en die van Romandië en was hij een keer derde in de Vuelta. In 2005 zette hij een streep onder zijn carrière. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 9 februari 2007 0:00

Willy VANNITSEN (1935, overleden, België)

Zijn tijdgenoten uit de jaren vijftig en zestig weten het zeker: Willy Vannitsen was misschien wel het grootste wielertalent dat ooit op een racefiets heeft gezeten. Hij heeft staaltjes wielrennen laten zien waar de oude Vlaamse kenners nu nog over spreken in de staminees achter een pint. D’n Willy dat was d’r ene. ‘Groter dan Van Looy!’, zegt de een. ‘Groter dan d’n Eddy!’, zegt d’n ander. ‘Maar ’m had’m nie altied goesting’, spreekt de derde met het gezag van de oudste. De anderen zwijgen en wenken voor nog een pint, want de laatste spreker heeft gelijk. Het talent van Willy Vannitsen is als een RollsRoyce die te lang in de garage heeft gestaan. Tien jaar oud en slechts 5000 kilometer op de teller. Want wat heeft hij nou helemaal gewonnen met die uitzonderlijke mogelijkheden? De Waalse Pijl en enkele van stad tot stad wedstrijden, die ze in Vlaanderen semi-klassiekers noemen. En twee etappes in de Tour en eentje in de Giro. Oh ja, en twee zesdaagsen. Eén in Brussel met Van Looy als maat en één in Antwerpen gekoppeld aan het toen sterkste koppel van het hele circus: Post-Van Looy. Hij was geboortig in het dorp Jeuk in Belgisch Limburg, maar hij had niet voldoende jeuk in zijn kont om zijn ster overeenkomstig zijn talent te doen stralen. Ja, op latere leeftijd toen de pensioengerechtigde leeftijd naakte, toen vloog hij nog terwijl zijn tijdgenoten met de handjes op het stuur amper nog de 30 in het uur haalden. Er werd met eerbied gesproken over het feit hoe hard hij als zestig plusser trainde. Ontzag alom, maar Peter Post relativeerde deze inspanningen door cynisch te zeggen: ‘Dat had-ie toen moeten doen.’ En gelijk had Peter. Een val met de fiets leidde in 1999 het einde in. Hij lag enige tijd in coma in het ziekenhuis, maar hij herstelde gedeeltelijk. Hij leefde nog tweeënhalf jaar. Beloftes, het kerkhof ligt er vol mee.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 8 februari 2007 0:00

Wim ARRAS (1962, België)

Wim Arras uit het Belgische Lier is de geschiedenis ingegaan als een duivelse sprinter. Een echte rittenkaper die dankzij die spurt een klassieker op zijn naam bracht. Dat was Parijs-Brussel in 1987 en Arras dankte die zege aan het feit dat de organisatie de Alsemberg uit het parcours had gelaten om in het centrum van Brussel meer publiek te trekken. Zo daverde het compacte peloton op de finish af en Arras vloerde ze allemaal: Vanderaerden, Kelly, Van Poppel en nog een hele rits andere spurters van naam. Op die manier won hij nog een hele rits ritten in kleinere etappekoersen, maar hij reed maar vijf jaar als prof, want in 1990 maakte een ongeluk een eind aan zijn carrière. De geschiedenis van Wim Arras doet me een beetje denken aan Mike Hawthorn. Dat was een Britse Formule 1 coureur in de jaren vijftig. In die tijd was het een zeldzaamheid als zo iemand de 30 jaar haalde, want ze verongelukten voor het merendeel. De bolides en de circuits waren nog lang niet zo veilig als heden ten dage en het is eigenlijk een wonder dat er nog mensen waren die in zo’n rijdende doodkist wensten te stappen. Mike Hawthorn zag dat ook in, nadat de zoveelste van zijn collega’s dodelijk was verongelukt. Hij maakte zijn afscheid bekend en hij voltooide ongeschonden zijn laatste race. Enkele maanden later reed hij ontspannen in zijn personenauto op de openbare weg. Hij slipte en verongelukte dodelijk. Hij werd slechts 29 jaar. Wim Arras leeft gelukkig nog, maar hij heeft zich als vermaard sprinter altijd met ware doodsverachting in massasprints gegooid en gigantische risico’s genomen. En toen hij een keer een ontspannen ritje op zijn motorfiets maakte, kwam hij ten val en zijn wielercarrière was direct voorbij. Daarom had Hawthorn misschien beter kunnen blijven racen en Arras zich bij de racefiets moeten houden om zich van A naar B te verplaatsen. Want het noodlot houdt nergens rekening mee en voert zijn eigen regie en de mens heeft maar af te wachten. Blijf maar lekker binnen, zou je haast zeggen. Maar de meeste ongelukken gebeuren binnenshuis, zeggen de statistieken. Ik weet het niet meer. (Foto: © Cor Vos)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 7 februari 2007 0:00

Guido VAN CALSTER (1956, België)

Hij is een vertegenwoordiger van het post-Merckx tijdperk. Toen de Kannibaal in 1978 toch nog onverwacht afscheid nam, liet hij de Belgische wielerpers in vertwijfeling achter. Jarenlang hadden zij van hun redacties carte blanche gekregen om d’n Eddy te verslaan, waar ter wereld hij ook zijn duvels ontbond. Zonder een opvolger voor de geweldenaar uit Brussel moesten ze weer terug naar af. Miezerige bonnetjes laten aftekenen door een kritische chef en ieder frankske verantwoorden. Zoals vóór het tijdperk Merckx. Ieder talentje werd besnuffeld en op Merckxiaanse eigenschappen beoordeeld. Daniel Willems, Fons De Wolf, Eddy Schepers en ook Guido Van Calster werden groot geschreven in de hoop dat de wens niet alleen de vader van de gedachte zou zijn, maar ook nog eens zou uitkomen. De wonderen waren de wereld toch niet uit? Had God zelf het nietige België al niet eens een superkampioen geschonken? Maar in plaats van een tweede wonder zakten de pseudo uitverkorenen voor de ogen van de natie door de hoeven. Ze waren niet slecht, maar ze kwamen slechts op lichtjaren in de buurt van het grote idool uit Tervuren. Willems en De Wolf konden de druk niet aan en Schepers en Van Calster werden meesterknechten van respectievelijk Stephen Roche en Giuseppe Saronni. In Italië, waar de Belgische persmuskieten vanwege die bonnetjes nog maar zelden kwamen. Na zijn carrière werd Guido Van Calster perschef en assistent-ploegleider van de Nederlandse TVM-ploeg. Ik zie hem in 1998 nog staan toen de Franse politie een inval deed in Hotel Million in Albertville, waar tijdens de Tour de dôpage de ploeg van Cees Priem verbleef. Als een geslagen hond stond Van Calster erbij toen twintig politiefunctionarissen het hotel binnenvielen en alle TVM-renners meenamen, nadat Van Calster onderdanig de nummers van de kamers had opgegeven. Als een verrader uit de tweede wereldoorlog stond hij daar met afgezakte schouders tot ook hij mee moest. Een droevige dag voor de Brabander. Ik hoop dat hij vandaag wat gelukkiger is.

Geplaatst door Fred van Slogteren, 6 februari 2007 0:00

« Vorige 1 2 3  ... 586 587 588 589 590 591 592 593 594 595 596  ... 620 621 622 Volgende »