Connie CARPENTER (1957, Verenigde Staten)

Connie Carpenter-Phinney is zo’n beetje de Jaap Eden onder de sportvrouwen. Niet qua generatie want toen de Amerikaanse ter wereld kwam in Madison (Wisconsin) was Jaap Eden al 32 jaar dood. Nee, de overeenkomst met die oude knar is dat Connie zowel in de schaats- als de wielersport tot de top behoorde. Als schaatsenrijdster behaalde zij een zevende plaats op de 1500 meter bij de Olympische Spelen van 1972. Nauwelijks de moeite waard, zult u denken met de weelde van alle Nederlandse medailles die in de loop der jaren zijn behaald. Maar Connie Carpenter moest in 1972 nog 15 jaar worden en een grote toekomst lag voor haar. Het kwam er niet uit, want ze was nogal blessuregevoelig en was soms langdurig uit competitie. In 1976 zag het er aanvankelijk naar uit dat het goed ging en ze werd allround-kampioene van de Verenigde Staten, maar door een enkelblessure miste ze de spelen. Om te revalideren ging ze fanatiek fietsen en nog datzelfde jaar werd ze zowel nationaal kampioene op de weg als in de achtervolging. Deze dubbel herhaalde ze in 1977 en ‘79. Als student aan de Berkeley Universiteit in Californië bekeerde ze zich vervolgens tot het roeien en ook daarin was de blonde Connie succesvol. Ze werd met haar team eerste in de dubbelvier bij de Amerikaanse studentenkampioenschappen. In 1981 keerde ze terug naar de fiets. Ze zette eerst het wereldrecord over 3 kilometer scherper, werd vervolgens in 1983 wereldkampioene achtervolging en een jaar later werd ze in Los Angeles Olympisch kampioene op de weg. Deze grote sportvrouw, die in drie verschillende sporten haar sporen heeft verdiend, heeft vandaag een ontmoeting met Sara. (Foto: © John Kelly)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 26 februari 2007 0:00

Julien STEVENS (1943, België)

De herinneringen van Julien Stevens liggen vooral op Zolder. Hij hoeft er geen trap voor op want ze branden in zijn hart. 1969 was het jaar en het WK werd verreden op het autocircuit van Zolder. Een vlak parcours waar in 2002 Mario Cipollini de regenboogtrui greep, een renner die je niet in de uitslag had gevonden als het ook maar iets lastiger was geweest. In 1969 had het Julien Stevens kunnen zijn, maar de Adelaar van Hoogerheide stak daar een stokje voor. Onze landgenoot Harm Ottenbros had zich zelf met die bijnaam getooid als teken dat hij al de grootste moeite had met de Moerdijkbrug, de scheiding tussen zijn oude (Alkmaar) en nieuwe (Hoogerheide) leefgemeenschap. Julien Stevens was net als Ottenbros een bescheiden renner en de avond tevoren bij de teambespreking hadden ze allebei gezwegen toen gevraagd werd wie zichzelf kansen toedichtte op de wereldtitel. Zeker Stevens had daar geen reden toe, want in de Belgische ploeg zaten mannen als Rik Van Looy, Roger De Vlaeminck, Walter Godefroot en Eddy Merckx. In dat gezelschap durf je niet eens van eigen kansen te dromen. Maar ja, het parcours was totaal niet selectief en renners als Stevens en Ottenbros pedaleerden moeiteloos mee met de vingers in de neus. Er ontstond een kopgroep van twintig man met alle Belgische favorieten, alsook vijf Nederlanders. Er werd constant gedemarreerd en op een gegeven moment slaagde een poging van Julien Stevens. De man uit Mechelen was een echte knecht en ook iemand die daar tevreden mee was. Wel een domestique met uitschieters, zoals in het kampioenschap van zijn land in 1968 en in de GP Pino Cerami. Hij reed daar in Zolder voorop om als springplank te dienen voor een van zijn kopmannen. Maar die kwamen niet, want ze gunden elkaar geen succes en zo zat hij alleen vooruit met die verdomde keeskop, Harm Ottenbros. Als renner zijn gelijke, maar een betere sprinter. Stevens probeerde van alles om weg te komen, maar Harm had die dag superbenen. In het zicht van de finish wist Ottenbros hem met een handigheidje de kop op te dringen en toen was het gebeurd met de brave Julien. Het werd zijn meest besproken prestatie. Sjemielig!

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 25 februari 2007 0:00

Roger RIVIÈRE (1936, overleden 01.04.1976, Frankrijk)

Frankrijk beschikte in de jaren vijftig over grote renners. Louison Bobet, Jean Robic, Raphael Geminiani en nog een handvol coureurs die bijna hun gelijke waren. Maar ze werden ouder en jong talent stak de kop op. Eerst was daar in 1953 het fenomeen Jacques Anquetil, formidabel tijdrijder die de eerste renner werd die vijf maal de Tour de France won. Drie jaar later stapte er nog zo’n uitzonderlijk talent in de schijnwerpers. Roger Rivière deed als tijdrijder nauwelijks voor Anquetil onder en hij was direct de lieveling van het Franse wielerpubliek. Hij debuteerde bij de profs met een regenboogtrui in de achtervolging, een wereldkampioenschap dat destijds nog in hoog aanzien stond bij de beste profs van de wereld. Een jaar later verbeterde hij met speels gemak het werelduurrecord met ruim 600 meter. Dat record stond op naam van de Italiaan Ercole Baldini. Het is niet vaak voorgevallen dat een recordhouder zijn eigen toptijd te lijf gaat, maar Rivière deed dat wel en hij stelde het in 1958 nog eens 400 meter scherper. Beide keren op de Milanese Vigorellibaan. Zijn eerste grote succes op de weg was het winnen van de Ronde van Europa, destijds een nieuw initiatief om de macht van de Tour wat in te perken en de voordelen van de nog prille Europese Gemeenschap (nog maar met 6 landen) te onderstrepen. Die ronde stierf een snelle dood, maar wel met Roger Rivière op de korte erelijst. In 1959 debuteerde het wonderkind uit Saint Etienne in de Tour de France en het werd direct een vierde plaats in het eindklassement. Een jaar later stond hij aan de start als een van de grootste favorieten en hij leek aan de verwachtingen te gaan voldoen, toen hij op 10 juli 1960 een duel om de gele trui aanging met de Italiaan Gastone Nencini, een van de beste dalers uit de wielergeschiedenis. In zijn ambitie om de als een steen naar beneden vallende Italiaan in de afdaling van de Col de Perjuret te volgen, nam Rivière iets te veel risico en hij viel 10 meter diep in het ravijn. Met een dubbele wervelbreuk belandde de ongelukkige coureur in het ziekenhuis en daar konden ze niet zoveel meer voor hem doen. Hij was grotendeels verlamd en hij kon zich nog slechts voortbewegen in een rolstoel. Door de verschrikkelijke pijnen die hij leed raakte hij verslaafd aan morfine. De rest van zijn korte leven was triest. Hij raakte aan lager wal en de zestien jaar dat hij nog heeft geleefd moeten een hel zijn geweest. Een enkele keer kan de verschrikkelijke ziekte kanker echter een verlosser zijn.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 23 februari 2007 0:00

Philippe GAUMONT (1973, Frankrijk)

Deze renner uit Amiens had veel talent en hij begon zijn loopbaan als beroepsrenner met zeges in de Vierdaagse van Duinkerken en de Tour de l’Oise. Een jaar later won hij de klassieker Gent-Wevelgem en zijn naam was gevestigd. Maar in 1998 begon de ellende toen hij op doping werd betrapt, samen met ploeggenoot Frank Vandenbroucke. Voor beide begon hier een lange reeks van incidenten, ontkenningen, schorsingen, terwijl de prestaties steeds minder werden. Gaumont ontkende dealer te zijn en hij voelde zich ook geen crimineel. En passant beschuldigde hij het gehele profpeloton van gestructureerd dopinggebruik. Het was allemaal niet fris en toen hij in 2004 opnieuw betrapt werd, nu samen met ploeggenoot David Millar, werd hij bij Cofidis ontslagen. Hij zette direct een punt achter zijn carrière en begon aan een boek waarin hij alles zou openbaren. Dat heeft hij in ‘Prisonnier de dôpage’ inderdaad gedaan en het geschrift wemelt van de namen van renners die gebruiken en artsen en verzorgers die het toedienen. Die reageerden als door een wesp gestoken en als alle rechtzaken doorgaan die zijn toegezegd dan staat Gaumont voor de rest van zijn leven in het beklaagdebankje. Volgens mij is er sindsdien echter niets gebeurd. Niet alleen is Gaumont nog niet in een gerechtsgebouw gesignaleerd, maar de autoriteiten doen er ook het zwijgen toe. Misschien dat jonge renners nog wat aan het boek hebben, want ze kunnen daarin gedetailleerd lezen hoe je bijvoorbeeld huidallergieën kunt simuleren om daarvoor medicijnen te krijgen die als nevenwerking het gebruik van cortisonen maskeren. Als je het allemaal leest dan kom ik maar tot één verklaring waarom we niets meer van Gaumont hebben vernomen. Hij is vanwege zijn grote kennis van farmaceutica apotheker geworden, in zo’n anoniem klein Frans dorp, waar alleen verdwaalde toeristen en trainende wielrenners doorheen komen. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 22 februari 2007 0:00

Roberto HERAS HERNANDEZ (1974, Spanje)

Op 18 juli 2000 beleefde Roberto Heras in de Tour de France een superdag. Een van de weinige want de Spanjaard is niet zo’n renner voor de Tour. Behalve in 2002, maar toen was hij de meesterknecht van Lance Armstrong. Ondanks inspannend knechtenwerk eindigde hij als 9e in Parijs. In 2000 was hij ook goed. Een 5e plaats in het eindklassement en dan die etappe van Courchevel naar Morzine op 18 juli. Heras reed toen nog niet voor Armstrong die dat jaar bezig was aan zijn tweede Tourzege. Hij stond toen al aan de leiding en had veel last van een hijgende Ullrich in zijn nek. De Duitser was die dag sterk, net als Virenque en Heras. Armstrong had een slechte dag, de enige in zijn zevenjarige Tourreeks. Hij loste uit de kopgroep, waaruit Heras toen al was ontsnapt op weg naar de etappewinst. Virenque ging achter de Spanjaard aan en gezamenlijk reden ze naar de finish. Op enkele kilometers voor het einde miste Heras een bocht en hij dook de diepte in. Hij werd opgevangen door een draadhek, dat verdere ongelukken voorkwam. Sindsdien heet hij voor de Nederlanders en de Vlamingen Heras Hekwerk. In de overige Tours reed hij ver onder zijn niveau, en hij is misschien wel een typische renner voor de Vuelta. Die won hij al vier keer, maar zijn zege in 2005 moest hij afstaan aan Denis Menchov van Rabobank. Hij was al zeker van de overwinning toen hij in de laatste tijdrit positief bleek op epo. Een vergelijking met Landis dringt zich op en ik heb een theorie. Er zijn prachtige schema’s ontwikkeld, waarbinnen renners geheel volgens plan van bloed kunnen wisselen om de controles te vernaggelen en toch de voordelen van verrijkt bloed te hebben. Alleen is er geen mens fysiek gelijk en dat is het probleem, denk ik. De theorie klopt niet met de praktijk. Ieder mens reageert lichamelijk anders op die medicamenten. Als de artsen daar een oplossing voor vinden is het hek van de dam. Misschien kan Heras Hekwerk er dan nog wat aan verdienen? (Foto: © Cor Vos)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 21 februari 2007 0:00

Charles PÉLISSIER (1903, overleden 28.05.1959, Frankrijk)

Charles Pélissier was de populairste renner die Frankrijk ooit heeft voortgebracht. Raymond Poulidor kwam na de tweede wereldoorlog in de buurt, maar anders. In een tijd dat de televisie nog moest worden uitgevonden lag het hele Franse volk aan de voeten van Charlot. Hij was een goede renner, maar niet zo goed als zijn twee oudere broers Henri en Francis. Het was een enorme ijdeltuit met de uitstraling van een filmster. Hij werd Brummel genoemd naar Beau Brummel alsook Valentino, naar de beroemde filmster uit de tijd van de stomme film. Rudolf Valentino was de mooiste man van het witte doek en toen hij op jonge leeftijd stierf hebben honderden vrouwen over de hele wereld zich spontaan van kant gemaakt. Charles Pélissier was ook een heel mooie man en hij was bovendien een winnaarstype. Zo won hij in de Tour de France van 1930 acht etappes, een record dat nooit is verbeterd, maar wel twee keer (Merckx en Maertens) is geëvenaard. Pélissier was heel veelzijdig, want behalve op de weg reed hij ook als veldrijder en betwistte hij heel wat zesdaagsen. Hij onderging de verschrikkingen van de ouderwetse zesdaagse (144 uur vrijwel aan één stuk op de fiets) even manmoedig als zijn collega’s, maar in de schaarse uren van rust had hij een heel gevolg bij zich om hem en zijn fiets te verzorgen. Kees Pellenaars was zo’n collega die na het uitvallen van de vaste maat van Pélissier in de Zesdaagse van Parijs 1938 eens aan de Fransman werd gekoppeld. Pierre Huyskens vertaalde de indrukken van d’n Pel over Pélissier als volgt: ‘Een grand seigneur met een bijzondere hofhouding, 52 schone truitjes in zijn koffer, zijn gezicht mocht niet worden gewassen, maar werd gedipt en gebet, zijn toastjes werden in een servetje verpakt en zijn edele lid werd op vastgestelde plastijden door een butler met een paardenkop en handschoenen aan ter behoeftedoening plechtig uit de broek gehaald.’ Bij de eerste aflossing ging het al mis, want Pélissier kreeg een klapband. Pellenaars greep hem in zijn nekvel en voorkwam dat de publiekslieveling voor het oog van zijn vele supporters en aanbidders een doodsmak maakte. Diezelfde avond kwam de butler hem als dank een envelop brengen met daarin 10.000 francs. Die butler zou later minstens zo beroemd worden als zijn meester, want hij heette Fernand Contandin, beter bekend als de grote filmkomiek Fernandel.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 20 februari 2007 0:00

Jean-Marie CIELESKA (1928, overleden 05.05.1998, Frankrijk)

De afgelopen jaren heeft de vaderlandse politiek sterk in het teken gestaan van het integratievraagstuk. Dat we op de goede weg zijn bewijst het feit dat in het nieuwe kabinet van Balkenende twee staatssecretarissen zitten met uitheemse namen. Dat is voor mij het enige onderscheid met de rest, want het zijn ongetwijfeld bekwame mensen die voor hun nieuwe taak berekend zijn, anders had JP ze niet geaccepteerd. Nieuwe medelanders zijn er altijd geweest ook in andere landen. België dankt er coryfeeën met een Italiaanse achtergrond aan als Rocco Granata (Marina), Adamo (Vous permettez monsieur) en de wielrenner Pino Cerami en Frankrijk importeerde in het verleden nogal wat Polen om het werk te doen dat gedaan moest worden. Ze werden met achterdocht bekeken, maar voor iedereen is oud-wereldkampioen Jean Stablinski een autochtone Fransman, net als Madame Curie en Tourwinnaar Roger Walkowiak. De derde destijds beroemde wielrenner van Poolse komaf was Jean-Marie CIELESKA. Geboren in 1928 en overleden op 5 mei 1998. Jean-Marie was winnaar van Bordeaux-Parijs 1958 en dat maakt ook hem tot een echte Franzoos. Maar dat is alles wat ik van deze man weet. Daarom maar eens verder gezocht onder de jarigen van vandaag. Ze hebben allemaal wel iets, maar niet genoeg om er een stukje over te schrijven. Neem de Italiaan …

Geplaatst door Fred van Slogteren, 19 februari 2007 0:00

José Humberto RUJANO GUILLÉN (1982, Venezuela)

In 2005 besloot de organisatie van de Ronde van Italië dat er weer eens een bergetappe moest komen, zoals die voor de tweede wereldoorlog gebruikelijk waren. Dat was niet makkelijk want vrijwel alle grote bergpassen zijn bekleed met mooie geasfalteerde wegen, maar na lang zoeken vonden ze de Colle delle Finestre, een verschrikkelijke berg van 2.178 meter hoogte en een maximaal stijgingspercentage van 12 procent. Er moest 18,6 kilometer geklommen worden, waarvan de laatste 7 kilometer over een onverhard, zanderig wegdek vol met steengruis. Ze plaatsten dit monster in de 19e etappe van Savigliano naar het skidorp Sestrière, waar al vaker wielergeschiedenis is geschreven. Ze noemden het de koninginnerit en het werd op 28 mei 2005 een adembenemend schouwspel met een kleine Venezolaan in de hoofdrol. 1 meter 59 lang en maar 59 kilo zwaar, oogt hij als een dwerg op een racefiets. De Giro was op drie dagen rijden van Milaan nog niet beslist. In de beklimming van de Finestre waren alle favorieten voor de eindzege in de kopgroep verenigd, maar naarmate de klim vorderde moesten ze er allemaal af tot alleen dat kleine kereltje overbleef in gezelschap van Gilberto Simoni. Op dat moment stond Rujano al zeer kort in het klassement en als hij in de laatste kilometers van de Finestre gedurfd had, had hij de Giro kunnen winnen. Hij was echter bang zich te forceren, want er volgde nog een klim naar de Sestrière. Hij ging op reserve verder en gaf de achtervolgende Savoldelli de kans om in de afdaling – Falcone is misschien wel de beste daler van het huidige wielerpeloton - kostbare tijd terug te winnen. In de laatste klim liet Rujano Simoni achter en voltooide makkelijk klimmend de tocht naar het luxe skidorp. Volgens mij had hij harder gekund, maar hij was tevreden met de bergtrui en stond toe dat Savoldelli zijn roze trui redde en de Giro van 2005 won. QuickStep lijfde de kleine man uit Venezuela direct in, maar met slechts één overwinning in 2006 voldeed hij niet en unibet.com greep de kans hem te contracteren. Wellicht een goede zet van Hanegraaf c.s., maar dan moeten ze wel de gelegenheid krijgen om in de grote ronden te starten en daar ziet het niet naar uit. (www.unibet.com)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 18 februari 2007 0:00

René VIETTO (1914, overleden 14.10.1988, Frankrijk)

René Vietto was een knap wielrenner die op zijn palmares wel Parijs-Nice heeft staan en nog een aantal kleine koersen, maar geen grote ronde, een klassieker of een WK. Toch wordt hij nog regelmatig opgerakeld, omdat hij een Tourlegende van de eerste orde is. Voor het beleven van de Tour de France was de wielerliefhebber in de jaren dertig aangewezen op de krant en kranten bestonden in die tijd van de losse verkoop op straat. Wie het mooiste verhaal had, verkocht de meeste kranten. Bij het blad l’Auto werkte in 1934 een jonge sportjournalist. Hij heette Jacques Goddet en hij was de schoonzoon van Henri Desgrange, de stichter van de Tour en in 1934 ook de directeur ervan. Als zodanig zou Goddet hem na de oorlog opvolgen, maar in 1934 was hij nog een ambitieus schrijvend journalist met veel gevoel voor dramatiek. Tourdebutant René Vietto stal direct de harten van alle Fransen door zich een echte onvervalste klimmer te tonen die als een baksteen kon dalen. Maar toen zijn kopman Antonin Magne in een bergetappe lek reed gebood de hiërarchie van de ploeg dat de jonge Vietto zijn wiel aan de meester moest afstaan. Minutenlang zat hij op een steen op een nieuw wiel te wachten en dat tafereel werd op de foto vastgelegd. Goddet schreef er in gloedvolle bewoordingen een zielig verhaal bij en de legende was geboren. Iedereen had medelijden met de jonge ontdekking die een zekere overwinning door de neus was geboord. In de eerste naoorlogse Tour, die van 1947, behoorde le Roi René op zijn oude dag wederom tot de kanshebbers voor de eindzege. Er stond op drie dagen van Parijs een tijdrit op het programma en tijdens die rit kreeg de toen 33-jarige coureur een inzinking van jewelste. Hij was niet meer vooruit te branden en hij verspeelde daar een mogelijke Tourzege. Tientallen jaren later kwam pas de verklaring. Een trotse Breton bekende op zijn sterfbed dat hij uit woede, voor wat ongenuanceerde uitspraken van Vietto over Bretagne, hem onderweg een fles had aangereikt met een mengsel van bier en cider en dat schijnt verlammend te werken op de beenspieren. En zo is René Vietto de geschiedenis ingegaan als de legende die niet van Bretagne hield en daarvoor zwaar gestraft werd.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 17 februari 2007 0:00

César GARIN (1879, overleden 27.03.1951, Frankrijk)

César was de jongste van de drie broers Garin die alle drie wielrenner werden. Maurice, de oudste, is als winnaar van de allereerste Tour de France natuurlijk de beroemdste van de drie geweest en Ambroise, de tweede in leeftijd, de minst succesvolle. César is vooral bekend geworden vanwege zijn diskwalificatie in de Tour de France van 1904. Ook hier weer in de schaduw van broer Maurice, die ook die ronde op zijn naam schreef met César op een verdienstelijke derde plaats. Je zult de namen van de Garins echter vergeefs in de uitslag van de editie 1904 zoeken, want vier maanden later werden ze gediskwalificeerd, uit de uitslag verwijderd en allebei twee jaar geschorst. Evenals de nummer twee Hypolite Aucouturier en Lucien Pothier, die als vierde was geëindigd, werd zelfs voor het leven uitgesloten. De heren hadden delen van het parcours met de trein afgelegd en er waren meerdere getuigen die dat waren komen bevestigen. Nummer vijf in de einduitslag, de pas 19-jarige Henri Cornet, werd tot winnaar verklaard en hij zal dat net zo hebben ondergaan als Denis Menchov, de papieren winnaar van de Ronde van Spanje meer dan een eeuw later. Van César Garin is verder niet zoveel bekend en daarom hier wat aandacht voor de verschrikkingen van die Tour van 1904. Het was een Tour met een totale lengte van 2.428 kilometer, verdeeld over zes etappes, een gemiddelde van meer dan 400 kilometer per rit. Er stonden 88 renners aan de start, waarvan er slechts 27 de finish haalden. Cornet had een voorsprong van meer dan twee uur op nummer twee en ruim acht uur op de derde van het klassement. De nummer 27 en laatste deed er zelfs meer dan 101 uur langer over. Dat is meer dan vier dagen! Er waren nog geen bergen in het parcours, want die kwamen pas twee jaar later. Maar zonder die bergen was het al zwaar genoeg. Als je op de eerste dag het ritje Parijs-Lyon over 467 kilometer krijgt voorgeschoteld en daarna Lyon-Marseille over 374 kilometer dan sta je niet van hoi-hoi te doen dat je nog vier ritten mag. Nee, daar zie je tegenop als tegen een berg en wie mag het die renners dan kwalijk nemen dat ze af en toe een stukkie met de trein deden. En wie zegt dat Cornet dat ook niet heeft gedaan? Er waren alleen geen getuigen van.

Geplaatst door Fred van Slogteren, 16 februari 2007 0:00

« Vorige 1 2 3  ... 585 586 587 588 589 590 591 592 593 594 595  ... 620 621 622 Volgende »