Louison BOBET (1925, overleden 13.03.1983, Frankrijk)

Het toeval wilde dat ik op 13 maart 1983 in Frankrijk was. Bij Franse vrienden en die dag kwamen ter ere van het buitenlands bezoek vele vrienden van hen even langs. En dat betekent in Frankrijk meeëten. De essentie van het Franse sociale leven is met minimaal een man of twintig uren aan tafel. Bij ieder gerecht weer een ander wijntje en als La Grande Bouffe iets te veel wordt, dan is een piepklein glaasje Trou Normand voldoende om in de maaginhoud het gaatje te branden waar het volgende gerecht in past. En maar lullen en lachen en vrolijk zijn. Maar op die dertiende maart 1983 wilde de stemming er maar niet in komen. Er was iets vreselijks gebeurd. Een van Frankrijks grootste zonen was niet meer. Louison (Lowietje) Bobette het grote wieleridool uit de jaren vijftig was op 58-jarige leeftijd gestorven en heel Frankrijk rouwde die dag. Alle kranten hadden het bericht met grote koppen als het belangrijkste nieuws op de voorpagina en op de TV waren er tal van inderhaast ingelaste praatprogramma’s om het belang van Lowietje in alle details te bespreken. Als was de president overleden. Het geeft iets aan wat het betekent om in Frankrijk bekend te staan als iemand die de Tour de France heeft gewonnen. Dan heb je een welhaast goddelijke status, dan ben je het gewone volk ver ontstegen. Jan Janssen kan er over mee praten. Jan kan rustig in Antwerpen of Bergen op Zoom gaan winkelen zonder lastig gevallen te worden, maar in n’importe welke Franse stad dan ook wordt hij om de haverklap aangesproken en moet hij handjes schudden. Ik ben zelf eens met Joop Zoetemelk bij een wielerwedstrijd in Parijs geweest. Ze hadden hem niet snel in de gaten, want Joop heeft het talent er gewoner dan gewoon uit te zien. Maar toen hij eenmaal was gespot moest ook hij er aan geloven, tot een televisieoptreden aan toe. En Louison Bobet ervaarde dat honderdvoudig. Zijn optredens in het openbaar hadden iets van een filmster uit de jaren vijftig. Koninklijk, gesoigneerd, breed lachend en minzaam zwaaiend. Een grote renner, een imposante persoonlijkheid, een zijn oorsprong ver ontstegen bakkerszoon uit Bretagne. (Foto: archief T&T Tekst & Traffic)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 12 maart 2007 0:00

Steffen WESEMANN (1971, Zwitserland)

Het is even wennen om Wesemann als Zwitser vermeld te zien. Hij is al dertien jaar profrenner en pas eind 2005 heeft hij de Zwitserse nationaliteit gekregen. Hij is met een Zwitserse vrouw getrouwd en de kans dat hij voor zijn nieuwe vaderland op de wereldkampioenschappen en bij de Olympische Spelen mag uitkomen, is veel groter dan als Duitser. Voor mij zal hij echter altijd een Duitser blijven, zo eentje die zich pas gewonnen geeft als de eindstreep is gepasseerd. Een knokker, een doordouwer die het toch vooral moet hebben van de zware voorjaarsklassiekers. Op zijn erelijst staat een dubbele victorie in de Ronde van Vlaanderen. Zowel in 2002 als in 2004 was hij de beste. Vooral in 2004 maakte hij indruk door de hele dag met alles mee te gaan en in de finale ook nog eens sterker te zijn dan Leif Hoste en Dave Bruylandts. Maar zijn grote reputatie als onverzettelijk krijger vestigde hij toch in de Vredeskoers. Maar liefst vijf keer zegevierde hij in deze loeizware etappewedstrijd met een hele reeks van grote winnaars. Behalve de Ronde van Vlaanderen eindigde hij ook enkele malen kort in Parijs-Roubaix. Wesemann wordt een dagje ouder, maar dat wil niet zeggen dat zijn ambities vervuld zijn. Hij heeft zich in zijn hoofd gezet om op de Olympische Spelen van 2008 in Peking te schitteren. Als 37-jarige hoopt hij daar nog een kunstje op te voeren. In het normale peloton moest hij al een stapje terug doen, want T-Mobile heeft zijn contract niet verlengd. Hij rijdt nu voor Team Wiesenhof en dat is een ProContinental formatie die alleen via een wildcard aan de grote ronden kan meedoen. Het is te hopen dat de Ronde van Vlaanderen goedgeefs is, want een tweevoudig winnaar aan de start is nog altijd een aanbeveling. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 11 maart 2007 0:00

Martin VAN DEN BOSSCHE (1941, België)

Nog geen half jaar geleden verscheen in België het boek ‘De mannen achter Merckx’. Het is een eerbetoon aan de knechten van de grootste Belgische renner aller tijden. Het gaat over zijn trouwe vazallen die hem jarenlang optimaal steunden. Zij deelden in zijn succes, zij werden goed betaald, zij wisten dat Eddy altijd voor ze zou zorgen, maar hun eigen erelijst bleef beperkt. Ik heb vaak gedacht: wat zijn dat voor mannen? Merckx koos geen koekenbakkers uit om hem te assisteren, want het waren stuk voor stuk klasbakken. Ze hadden in potentie allemaal een prachtige palmares kunnen realiseren, maar ze kozen voor een bestaan in de schaduw. Geen lui leventje, want er moest voor iedere overwinning van de Kannibaal keihard gebuffeld worden. Een van de beste van dat stel was Martin Van Den Bossche. Een sterk ronderenner en een heel goed klimmer. In potentie een rondewinnaar, maar zijn erelijst vermeldt slechts een enkele overwinning in kleinere koersen en een vierde plaats in de Tour van 1970 en een derde in de Giro in hetzelfde jaar. Hoe ver zou hij gekomen zijn als hij voor zijn eigen carrière had gekozen? We zullen het nooit weten, maar ik denk dat het er niet was uitgekomen. Het zijn veel meer factoren die de kampioen maken dan alleen de benen. Martin Van Den Bossche deed als renner misschien niet eens zo veel onder voor zijn patroon, maar hij miste diens verschroeiende eerzucht, dadendrang en leiderscapaciteiten. Tekenend voor de mannen van Merckx is dat ze voor het merendeel bij hun wielerpatroon in dienst traden, toen die na zijn loopbaan een fietsenfabriek begon. Er zijn vele knechten, maar er kan er maar een de baas zijn. En daar heeft iedereen vrede mee. Niemand heeft Martin Van Den Bossche dan ook ooit horen klagen.

Geplaatst door Fred van Slogteren, 10 maart 2007 0:00

Francisco MANCEBO PEREZ (1981, Spanje)

Vorig jaar moest ik in juni voor een blad een voorbeschouwing schrijven over de Tour de France 2006. Het blad is nooit verschenen en dat is maar goed ook. Mij werd namelijk gevraagd vijf favorieten voor het podium te kiezen en ik koos Basso, Ullrich, Vinokourov, Valverde en Mancebo. Ik baseerde mijn keus voor Mancebo op diens regelmaat en zijn steeds beter wordende prestaties in de Tour en de Giro. Hij had weinig gewonnen maar hij was altijd mee van voren en hij sloop als het ware naar het erepodium, zonder echt op te vallen. Geen schoonheid op de fiets met die rare scheve zit, maar toch een heel goede coureur. Mijn voorspelling sloeg achteraf nergens op. Niet alleen ontbraken Landis en Pereiro in mijn selectie, maar voor er ook maar een meter was gereden waren vier van de vijf al uitgeschakeld. De namen van Basso, Ullrich en Mancebo kwamen voor in de administratie van dokter Eufemio Fuentes en hoewel dat op zich niets bewijst, werden de heren door hun respectieve ploegbazen van deelname aan de Tour uitgesloten. Vinokourov mocht ook niet starten omdat zijn ploegleider Manolo Saiz werd betrapt toen hij met bovengenoemde dokter zat te smoezen terwijl er onder tafel een koffer met tienduizenden euro’s van eigenaar wisselde. Sponsor Liberty Seguros trok zich direct uit de wielersport terug en Vinokourov zat zonder ploeg. Valverde was de enige die van start ging maar zijn optreden was door een zware val in een van de eerste etappes van korte duur. Hoe het ook zij, Francisco Mancebo maakte direct bekend met wielrennen te zullen stoppen. Daar is hij echter op teruggekomen, want hij tekende een contract bij de Spaanse ploeg Relax-Gam. Wat hij daar gaat klaarmaken, moet worden afgewacht, maar hij heeft een flinke stap teruggedaan. Hij zal in ieder geval in de Giro en de Tour ontbreken, maar wellicht kan hij in de Vuelta aantonen dat hij het scheef zitten nog niet is verleerd. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 9 maart 2007 0:00

Francisco CEPEDA (1906, overleden 14.07.1935, Spanje)

In de Tour de France zijn er vele eersten. De eerste winnaar, de eerste drager van de gele trui, de eerste bergkoning, de eerste groene truiwinnaar, de eerste dopingzondaar en ook de eerste dode. En dat was de Spanjaard Francisco Cepeda. Officieel was hij het niet, want dat was Adolphe Helière, maar die kwam om het leven omdat hij tijdens de Tour de France van 1910 op een rustdag een duik in zee nam en verdronk. Maar echt letterlijk in de Tour op het slagveld sneuvelen deden alleen Francisco Cepeda in 1935, Tom Simpson in 1967 en Fabio Casartelli in 1995. Drie doden in 94 Tours. Als we nagaan hoe zwaar de Tour is - en vooral in de eerste pakweg vijftig jaar is geweest - dan valt dat getal best mee. In elke afdaling in het hooggebergte loert de dood mee. Iedere passage van een volgauto langs een groep renners houdt het risico in dat zo’n kwetsbare renner geschept wordt en verongelukt. Tussen al het publiek kan dat ene ongelijnde hondje staan dat op het verkeerde moment oversteekt. Duizend-en-één gevaren bedreigen de gemiddelde Tourrenner en dan maar drie slachtoffers in 94 jaar. Natuurlijk zijn er in de wielersport veel meer doden gevallen, maar als je dat aantal van hooguit dertig bekende tot beroemde dodelijk verongelukte renners afmeet aan het gigantische getal van alle coureurs die aan alle koersen, die er ooit geweest zijn, hebben deelgenomen, dan is dat aantal te verwaarlozen. Het bewijst dat …

Geplaatst door Fred van Slogteren, 8 maart 2007 0:00

Thorvald ELLEGAARD (1877, overleden 27.04.1954, Denemarken)

De Ster van het Noorden’ werd hij genoemd en dat vind ik een van de mooiste bijnamen uit de wielergeschiedenis. Als je naar deze man zijn erelijst kijkt, dan staat hij tussen de Deense wielrenners op eenzame hoogte. Trouwens in heel Scandinavië kan niemand aan deze cykelrytter tippen. Volgens de statistieken heeft Kristian Kristensen, zich noemende Ellegaard, in zijn loopbaan 971 overwinningen geboekt. Het moeten er veel meer zijn, want dat aantal behaalde hij alleen op Duitse wielerbanen, terwijl becijferd is dat hij op 153 wielerbanen in Europa actief is geweest. Ellegaard reed alleen op de baan in sprintwedstrijden, handicapraces en op de tandem. Niet op de weg omdat er in zijn tijd nog nauwelijks wegwedstrijden waren. Tussen 1901 en 1913 stond hij tien keer op het erepodium van het wereldkampioenschap sprint. Zes keer als winnaar en vier keer als tweede. Zijn voornaamste tegenstanders in die tijd waren Edmond Jacquelin, Willy Arend, Gabriel Poulain, Walter Rütt, Emile Friol, Frank Kramer en onze landgenoot Harie Meyers. Een opvallende naam in dat rijtje is Gabriel Poulain. Die werd in 1905 wereldkampioen en in 1923 – dus 18 jaar later – had Piet Moeskops nog de handen vol aan de Fransman. De carrières duurden lang in die tijd en die van Ellegaard duurde meer dan 30 jaar. Na zijn glanzende loopbaan was hij jarenlang directeur van de wielerbaan van Kopenhagen. De naam Ellegaard had hij ontleend aan de boerderij in Odense waar hij geboren was. Die naam is na zijn afscheid nog jarenlang beroemd geweest want zijn dochter France Ellegaard werd geen wielrenster maar concertpianiste, die tot op hoge leeftijd triomfen vierde op concertpodia in de hele wereld.

Geplaatst door Fred van Slogteren, 7 maart 2007 7:00

Roland LIBOTON (1957, België)

Hennie Stamsnijder werd gek van hem. Ze`waren in hun tijd met afstand de beste veldrijders van de wereld. Ze ontliepen elkaar niet veel, maar de Belg was sneller en zo werd Liboton vier keer wereldkampioen en Stamsnijder slechts één maal. Roland Liboton was van wereldklasse en ik denk dat Sven Nys voor hem had ondergedaan, mochten ze van dezelfde generatie zijn geweest. Liboton was een echt winnaarstype die zich door een opmerking of een minachtende blik van een tegenstander zich zo kon opnaaien dat hij moest en zou winnen. In zijn streven om eerste te worden ging hij op het gebied van sportiviteit tot op het randje, maar er zelden overheen. Hij kon het overigens goed vinden met Stamsnijder. Terwijl Stammie nu een mooie functie bekleedt bij Shimano, staat Liboton nog dagelijks in de bouwput waar hij de bekistingen stelt voor het betonstorten. Hij heeft in zijn carrière goed verdiend, maar er weinig van overgehouden. Dat gebeurde in zijn tijd vaker. Jonge jongens van net twintig gaan ineens heel veel geld verdienen en ze hebben vaak geen idee van belastingen en reserveringen en vroeg of laat kom de fiscus altijd even afrekenen. In zijn vrije tijd doet hij wat PR-werk voor de Fidea-ploeg om relaties van de sponsor over de fijne kneepjes van het crossen te vertellen. Hij bewondert Sven Nys, maar hij laakt de mentaliteit van veel andere crossers die naar de koers komen in het besef dat een tweede plaats het hoogst bereikbare is. Dat is gebrek aan winnaarsmentaliteit en dan vindt hij helemaal niks. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 6 maart 2007 0:00

Mario DE CLERCQ (1966, België)

Mario De Clercq was een goede wegrenner die af en toe wel eens een crossje reed. Dat ging niet onverdienstelijk. Maar zijn hart lag op de weg en hij startte in de Lotto-ploeg in de Tour van  1995. In de Alpen ontdekte hij zijn beperkingen en in de voor hem afgrijselijke etappe naar La Plagne stapte hij met vier ploeggenoten in de bezemwagen, die enkele meters achter ze reed. Hij werd ontslagen en hij kreeg een contract bij Palmans. Qua aanzien een stuk minder, maar hij voelde zich er prima thuis. Roger De Vlaeminck was er ploegleider en die adviseerde hem meer te gaan crossen. Hij volgde die raad op en hij werd direct derde in het Belgisch kampioenschap. Tot genoegen van zijn vader René De Clercq die in de tijd van Eric De Vlaeminck en Albert Van Damme in België een degelijke subtopper was, volgde Mario de raad van zijn ploegleider op en hij besloot zich geheel op het veldrijden te gaan richten. Hij trainde met De Vlaeminck hard om zijn techniek te verbeteren en in die tak van sport kende hij nauwelijks beperkingen. Er volgde een mooie carrière met overwinningen in het Belgisch kampioenschap, wereldbeker- en superprestigewedstrijden en drie wereldtitels. Een prachtige carrière die helaas wordt overschaduwd door de Landuyt-affaire die ook Johan Museeuw de kop kostte. De Clercq is nooit positief getest, maar bij een huiszoeking werd een schriftje gevonden waarin de merknamen van een aantal voor een wielrenner verboden preparaten waren geschreven. Zijn verweer was dat hij na zijn carrière een boek wilde schrijven over het dopingvraagstuk en dat hij daarom de correcte namen had willen weten. In het burgerleven zal niemand veroordeeld worden als er in zijn huis foto’s worden gevonden van een vermoorde, maar in de wielersport is alles geoorloofd. In ieder geval werd het einde van zijn prachtige carrière door deze affaire verkankelemiend. (Foto: © Luc Claessen)

Wat vermeldt het geboorteregister nog meer?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 5 maart 2007 0:00

Bjarne RIIS (1964, Denemarken)

Het wordt te pas en te onpas geciteerd: ‘wat goed is komt snel’, de uitspraak van Joris van den Bergh. Als het waar is dan is Bjarne Riis geen goede renner geweest, want hij had bijna tien jaar nodig om de top te bereiken. Hij debuteerde in 1986 bij de profs in een klein Belgisch ploegje. Een jaar later zat hij in een nog kleiner ploegje. Een Nederlandse ploeg zelfs met de naam Lucas-Atlanta. Met mannen als Patrick Deneut, Werner Devos, Leon Nevels en Ronny Van Holen. Wie kent ze nog? En die zorgden dan nog voor de bescheiden successen en niet de forse Deen uit Herning. Toch kreeg hij daarna een contract bij betere ploegen. Hij verbleef vier jaar in Franse dienst en ging toen naar Italië. En daar werd hij een goede subtopper. De knecht bleek ineens een kopman te zijn en met een vijfde plaats in de Tour van 1993 en een derde twee jaar later, kon hij bij iedere grote ploeg terecht. Hij werd in die Italiaanse jaren wielrenner, mede omdat zijn sterke karakter met leiderscapaciteiten eindelijk naar buiten kwam. Hij leerde veel van vakman Giancarlo Feretti en hij was een van de eerste pupillen van wonderdokter Luigi Checchini. Hij kreeg een contract bij Deutsche Telekom en in 1996 vertrok hij als kopman in de Tour de France. De kalende Deen maakte dat jaar een eind aan de saaie hegemonie van Miguel Indurain en een ieder was hem dankbaar. Toch waren er vraagtekens. Riis was ineens een superieure wielrenner die het initiatief nam en zijn tegenstanders liet staan als hij daar de tijd rijp voor achtte. Dat was een heel andere coureur dan we kenden. In de jaren daarvoor was hij de met moeite aanklampende doorzetter die op zijn wenkbrauwen in het spoor van de leiders bleef en in 1996 was hij de dictator, die in de ingekorte rit naar Sestrière in de beklimming van de Col de Montgenèvre iedereen overtuigde. Hier reed een superkampioen. Die kalende karakterkop boven dat sterke Vikingenlijf straalde een superioriteit en onoverwinnelijkheid uit die grote indruk maakte. In het peloton werd er echter gefluisterd en de bijnaam Monsieur 60 pourcent deed zijn intrede. ‘Riis speelt met zijn leven’, zei een Nederlandse beroepsrenner uit die tijd eens tegen me. Er waren toen meer van dit soort merkwaardige gedaanteverwisselingen, want het peleton had epo ontdekt. En nu is Riis de leider van een van de sterkste ploegen in het ProTour-circuit. Michel Wuyts zei deze week in een interview dat het dopingprobleem van nu mede wordt veroorzaakt door het feit dat alle managers en ploegleiders uit het milieu afkomstig zijn. Dat is waar, maar hoe verklaart Wuyts dan het gedrag van de heer Manolo Saiz, wiens pre het was dat hij nu juist geen wielerverleden had? (Foto: © Philip van der Ploeg)

Wat vermeldt het geboorteregister nog meer?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 4 maart 2007 0:00

Romans VAINSTEINS (1973, Letland)

In 1998 had ik een interessant gesprek met de bekende sportpsycholoog Peter Blitz. Volgens Blitz is de wens van een sportman om de beste en de snelste te zijn een gevolg van een in de genen verankerde behoefte aan strijd. Waar mensen zijn is rivaliteit en animositeit en daar is topsport op gebaseerd. Hij voerde als bewijs voor zijn stelling aan dat Israël nauwelijks sporters van intenationale allure heeft voortgebracht, omdat dat land al zo’n halve eeuw in een staat van oorlog verkeert met zijn Arabische buren. Ik stelde daar tegenover dat het gehele over de wereld verspreide jodendom wel een schat aan grote musici, geslaagde zakenmensen en nog veel meer succes heeft voortgebracht, maar weinig topsporters van betekenis. Dus lag het misschien meer aan de jood dan aan de Israëli. Op de terugweg zocht ik in mijn geheugen naar joodse wielrenners van naam, maar ik kon ze niet vinden. Pas twee jaar later werd Romans Vainsteins wereldkampioen en ik las dat hij een Let van joodse afkomst is. Een jaar later eindigde de Amerikaan Levi Leipheimer als derde in de Vuelta en ook hij heeft – aan zijn naam te oordelen – joodse wortels. Maar beiden komen niet uit een land met oorlogsdreiging. Vainsteins is een renner geweest die maar korte tijd in de belangstelling wist te staan. Hij heeft niet veel gewonnen, hoewel hij een geduchte spurt in huis had. Hij was ook slim en dat bewees hij in dat WK van 2000 in Plouay in Bretagne. Tscmil en Bartoli waren huizenhoog favoriet, maar de slimme Let wist al enkele ronden voor het einde dat ze niet weg zouden komen. Hij spaarde zijn krachten want de gehele Letse delegatie bestond maar uit drie renners, dus mochten wat hem betrof de Italianen en de Belgen het werk doen. Zonder een trap te veel te hebben gedaan, spurtte hij naar de overwinning. Daarna werd het angstig stil rond de wereldkampioen. De vloek van de regenboogtrui was volledig op hem van toepassing en in drie seizoenen behaalde hij slechts één overwinning. Eind 2004 maakte Lampre bekend dat ze zijn contract niet wilden verlengen en geen enkele andere ploeg bleek bereid hem à raison van een behoorlijk salaris in te lijven. En zo stopte de Let al op 31-jarige leeftijd. Hij heeft wortel in Italië geschoten, omdat hij trouwde met de dochter van de grote Italiaanse wijnondernemer Caldirola. Vaini, vini, fietsie zal ik maar zeggen. En daar is geen woord Hebreeuws bij, zelfs geen Jiddisch. (Foto: © Cor Vos)

Wat vermeldt het geboorteregister nog meer?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 3 maart 2007 0:00

« Vorige 1 2 3  ... 583 584 585 586 587 588 589 590 591 592 593  ... 619 620 621 Volgende »