Bas Maliepaard (1938)

Bas Maliepaard uit Willemstad was een talentvol coureur die het eerst de aandacht op zich vestigde bij het WK van 1959 in Zandvoort. Hij was nog amateur en hij was vooruit met Gustav Schur. Dat was zo’n Oost-Duitse staatsamateur die destijds schandelijk genoeg in het internationale wielrennen als amateur geaccepteerd werden terwijl ze volledig voor hun inspanningen betaald werden. Schur was niet beter, maar wel meer ervaren. Hij liet Bas al het werk doen en pakte eenvoudigweg de titel. Bij de profs werd Bas Maliepaard in Franse dienst een goede subtopper. Zijn beste prestatie leverde hij in de Ronde van Spanje van 1963. Hij won een etappe en het puntenklassement en hij werd vierde in de eindstand. Het beeld dat hij nu nog van de wielerwereld heeft is niet best. “Het zijn allemaal gangsters in de wielersport”, zei hij in een interview met Dominique Elshout. Om er aan toe te voegen: “Het is een mooie tijd geweest, weinig verdiend maar veel gelachen.” Na zijn carrière ging Bas Maliepaard bij Rijkswaterstaat werken. De tweevoudige Nederlandse kampioen is nu gepensioneerd.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 3 april 2006 0:00

Jean de Vries (1938)

Als we het over landen hebben waar veel Nederlanders naar toe zijn geëmigreerd dan denken we meestal aan Canada, Australië en Nieuw Zeeland. De naam Frankrijk zal niet vaak vallen, maar toch zijn er heel wat Nederlandse boeren naar dat land verhuisd. In de jaren zestig schreef de Nederlandse Wil den Hollander een reeks bestsellers over haar belevenissen als boerin in een klein Frans dorp. De gebroeders Van Schendel, Tourrenners van voor de tweede wereldoorlog, waren eveneens emigranten en ook de gebroeders De Vries uit Opsterland vertrokken met vader Abe – in 1933 winnaar van de Elfstedentocht - naar Frankrijk om daar hun geluk te beproeven. Sjoerd en Jean deden dat in de jaren vijftig en zestig op de fiets. Echt succesrijk waren ze niet. Ze maakten zich later wel verdienstelijk door Nederlandse ploegen of renners te begeleiden als die in Frankrijk kwamen koersen. Ik heb al jaren niets meer over ze gehoord. Wie wel?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 2 april 2006 0:00

Erik Breukink (1964)

Als ik aan Erik denk, denk ik ook altijd even aan Marcel Kint. De wereldkampioen van 1938 die mij hoogbejaard en met priemende wijsvinger eens toevoegde dat de wielersport een sport is voor arme mensen. “Den diejen, die zoon van een notaire”, die hoort niet thuis in den koers. Die is rijk.” Hij bedoelde Gerben Karstens, omdat hij Erik Breukink nog niet had meegekregen. Bij Karstens heb ik van zijn voorname afkomst nooit veel kunnen merken. In platheid en grofheid deed hij niet onder voor de gemiddelde coureur van zijn tijd, maar Erik is altijd een beschaafde jongen gebleven. Iemand die wachtend in de rij voor een weldadig buffet niets laat merken als een of andere aso in smoking zijn bord vollaadt met de laatste exquise lekkernijen. Mijn indruk is dat hij ook zo koerste. Een geweldig talent, die als een beest kon afzien (zie foto) en die eind jaren tachtig de Giro had moeten winnen. Die meer in de Tour had kunnen bereiken dan die ene derde plaats in 1990. Overigens de laatste podiumplaats van een Nederlander. Die zich veel te vroeg schikte in een onderdanige rol, toen hij walgend van wat daar was gebeurd van PDM naar Once ging. Erik Breukink die echt heel wat talentvoller was dan Laurent Jalabert, maar die te veel heer was om in Spaanse dienst zijn deel van het buffet op te eisen. Het wemelt in de moderne wielersport van de welopgevoede en hoogopgeleide jongens, maar de meeste van hen zijn als het er op aan komt boeffies. En zo hoort het ook. Dat is de les die ik van Peter Post leerde. Echte grote renners zijn namelijk ook killers. Wat niet wegneemt dat Erik tot de beste tien Nederlandse wielrenners aller tijden behoort. Misschien dat hij als ploegleider wel een boeffie kan zijn als de positie van Thomas Dekker daar om vraagt. Peter Post zal hem daarbij graag van advies dienen. (© Cor Vos)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 1 april 2006 0:00

Monique Knol (1964)

Als we het hebben over de beste vrouwelijke wielrenners die we in Nederland hebben gehad, wordt ze vaak vergeten. In de eerste plaats valt dan natuurlijk de naam van Leontien en vervolgens die van Keetie. Maar Monique kon er ook wat van. Ze won Olympisch goud in de wegwedstrijd tijdens de spelen van Seoul van 1988 en vier jaar later nog een keer brons en ze maakte deel uit van het kwartet vrouwen dat in 1990 in het Japanse Utsunomiya wereldkampioen ploegentijdrit werd. In dat gebrek aan erkenning speelt ook haar jarenlange vete met Van Moorsel een rol. Tinus is wat dat betreft onverzettelijk, maar Monique niet minder. Wie Knol – zoals ze zich zelf bij voorkeur noemt – een beetje kent weet dat ze een goedlachse en vrolijke sportvrouw is die helemaal leip is van het wielrennen. Ze zit er nog middenin, want ze is trainster van het Work Cycling Team, waarvan haar man Wim Kruis de ploegleider is. En verder is de geboren Friezin sinds 2003 moeder. 42 wordt ze vandaag en ik wens haar een prettige dag. Lees het hele verhaal van Monique in Wielerhelden van Oranje (© Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 31 maart 2006 0:00

Wout Verhoeven (1931)

Wout Verhoeven is een wielerinstituut. Hij was een uitstekende wielrenner – hij won in 1953 de Ronde van Noord-Holland – maar hij wilde geen beroepsrenner worden. Zijn oudere broer Tonny was prof geweest en daar had Wout genoeg van meegekregen. Hij is een techneut en de techniek van de fiets interesseerde hem vanaf het moment dat hij er mee werd geconfronteerd. Hij begon een racespeciaalzaak in Rotterdam en hij werd constructeur. Hij zette vele renners uit het Rotterdamse vakkundig op de fiets en vooral voor Eef Dolman verrichtte hij wonderen. Hij was ook vele jaren mekanieker voor KNWU-selecties. De racespeciaalzaak heeft hij niet meer, maar wel al vele jaren een groothandel in race-artikelen. Hij is o.a. importeur voor Nederland van Gios, een van de betere Italiaanse fietsmerken. Met zijn dochter is hij nog elke dag druk aan het werk. Ik wens deze sympathieke wielerfanaat nog vele jaren in goede gezondheid toe. Proost Wout!

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 30 maart 2006 0:00

Nidi den Hertog (1952)

Vandaag een galerij van kleijne luyden met Nidi den Hertog als meest aansprekende naam. Dat komt deels omdat hij de zes jaar jongere broer is van Fedor, maar ook omdat hij wel degelijk de aandacht op zich vestigde. Nidi was een specialist in lange solo-ontsnappingen. Uren reed hij vaak voor het peloton uit tot de finale begon en zijn voorsprong als sneeuw voor de zon verdween. Een enkele keer heeft zo iemand wel eens geluk, maar dat geluk is Nidi niet deelachtig geworden. In de zeven jaar dat hij beroepsrenner was boekte hij geen enkele overwinning. Wat is er van Nidi den Hertog geworden.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 29 maart 2006 0:00

Jos Lammertink (1958)

Hij was een groot talent en een echt winnaarstype toen hij in 1977 als 19-jarige junior met overmacht twee klassiekers won. Dat wordt me er eentje, dacht iedereen, zeker toen hij als amateur onder de hoede kwam van Herman Krott in diens Amstel Bier-ploeg. Jos stelde niet teleur, bepaald niet. In 1978 werd hij wegkampioen van Nederland en een jaar later won hij Olympia’s Tour. Peter Post stond al klaar om het supertalent bij Raleigh in te lijven, maar toen hij in 1980 de deal van zijn leven kon sluiten door Joop Zoetemelk te contracteren, moest Jos wegens budgetproblemen nog een jaartje wachten. Maar daar had hij geen zin in. Hij tekende voor HB Alarm, omdat Rody Hoogenboom, de baas van die kleine Nederlandse ploeg “mie een bietje de kop had gek gemaakt”, zoals Jos dat op z’n Twents in 1997 aan mij vertelde. En toen kwam de pech in zijn leven. Niet incidenteel, maar structureel. In zijn eerste profjaar kreeg hij de ziekte van Pfeiffer en toen hij daar van genezen was, ging het niet meer zoals vroeger. “Bij de amateurs was het net of ik een soort overdrive had. Ik reed 55x12 met m’n vingers in de neus. Ik zette gewoon de turbo aan als ik demarreerde. Die macht is na mijn ziekte nooit meer teruggekomen.” Toch werd hij in 1986 wegkampioen van Nederland, maar in de Tour liep hij een schedelbasisfractuur op. Vanaf 1987 raakte hij bij TVM op een zijspoor. In 1989 beëindigde hij zijn carrière om in de jeugdzorg te gaan en daarna in personeelszaken. Maar pech bleef hem achtervolgen en Jos werd het slachtoffer van ziekte. Maar Jos is niet iemand die gauw bij de pakken neerzit en daarom, Jos: Sterkte en veel plezier op je verjaardag!

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 28 maart 2006 0:00

Matthé Pronk Sr. (1947, overleden 25.03.2001)

Matthé was er één uit het Noord-Hollandse schaatsgeslacht der Pronken. En een schaatser heeft ook altijd een racefiets in de schuur staan. En in het geval van Matthé ook een baanfiets, want Alkmaar was dichtbij en Amsterdam was ook te doen. Martin Wierstra, destijds de bondscoach der stayers, raadde hem aan het eens achter de motor te proberen. Hij had veel inhoud, souplesse en de kracht een tandje groter te rijden dan de concurrentie. En Noppie Koch, de beste gangmaker die er toen was, was beschikbaar. Het duo werd twee keer wereldkampioen. Van een veelgevraagde stayer werd hij na zijn afscheid een honkvaste timmerman met een grote liefde voor de natuur en huisdieren. Hij was supergezond, dacht hij in 2000, toen hij voor de eerste keer in zijn leven met een klacht naar de dokter ging. Pijn in zijn keel en dat bleek kanker te zijn. In slechts enkele maanden werd dat oersterke lichaam gesloopt. Het was een emotioneel gesprek dat ik twee jaar later met Matthé junior had. Het werd me duidelijk dat die rustige, zwijgzame man in de families Pronk en Giling een grote leegte had achtergelaten. Lees het hele verhaal van Matthé in Wielerhelden van Oranje

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 27 maart 2006 0:01

Wim van Est (1923, overleden 01.05.2003)

Hij was de eerste Nederlandse renner die in de Ronde van Frankrijk het geel veroverde. Dat weet iedereen, en ook dat hij daarmee het ravijn van de Aubisque in stuurde. Minder bekend is dat hij ook de eerste Nederlander is geweest die een klassieker op zijn naam bracht. Dat was Bordeaux-Parijs een monsterrit die grotendeels achter een derny werd afgelegd. IJzeren Willem won die koers drie keer. In 1950, ’52 en ’61. Bordeaux-Parijs bestaat niet meer, omdat de laatste editie in 1988 werd verreden. Er zijn ongetwijfeld mensen die het daarom geen echte klassieker zullen vinden. Om die de mond te snoeren: Wim van Est was ook de eerste Nederlander die een echte klassieker won. De Ronde van Vlaanderen in 1953, dus daar kan geen misverstand over bestaan. Hij was vooruit met de Belg Keteleer en ze werden opgehouden door een gesloten spoorwegovergang. Pierre Pellenaars, de oudste zoon van d’n Pel de ploegleider van Van Est, weet het nog precies. “Ons pa stapte uit en praatte even met Keteleer en ik weet zeker dat er na afloop wat Pontiac-geld van eigenaar gewisseld is.” Met Wim van Est-anekdotes zou ik een boek kunnen vullen, want hij was een stripfiguur, zoals Tim Krabbé ooit schreef. Ook als die verhalen niet allemaal kloppen zou zo’n werk het waarheidsgehalte van ‘Het IJzeren Uurwerk’, waarin Van Est zijn eigen leven vertelt, ver overtreffen. Maar misschien kan Wim van Eyle dat boek eens van zijn boekenplank halen?

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 25 maart 2006 0:01

Piet Hoekstra (1947)

Zijn profcarrière stelde niet veel voor, maar als amateur was deze fors uit de kluiten gewassen Fries een kanjer. In 1968 en ’69 behaalde hij 37 overwinningen bij de amateurs, waaronder een etappe in de Tour de l’Avenir en het kampioenschap van Nederland achtervolging. Toen werd hij prof bij Caballero en daarna nog een jaar bij Gan-Mercier, waarna hij weer tot de rijen der amateurs toetrad. Van 1973 tot 1978 behaalde hij nog eens 44 zegepralen, waaronder de Ster van Zwolle. Na zijn carrière werd hij gevangenisbewaarder en ploegleider. Als bondscoach bij de vrouwen maakte hij eens een ongelukkige opmerking over dikke konten, die eraf moesten en het merendeel van zijn selectie ging aan de lijn. Aan de hongerlijn wel te verstaan. Er gingen er een paar bijna onderdoor, maar gelukkig is het allemaal weer goed gekomen. Piet is nu een vaderlijke ploegleider van de Skil-Shimano-formatie. (© Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 24 maart 2006 0:01

« Vorige 1 2 3 ... 579 580 581 582 583 584 585 586 587 588 589 590 591 592 Volgende »