Sébastian LANGEVELD (1985, Nederland)

Ik heb hem vorige week tijdens de presentatie van de Rabobankploeg 2007 langdurig bestudeerd, toen hij daar met zijn ploeggenoten zijn opwachting maakte voor de pers. Een jongen die nog jonger oogt dan de 22 jaren die hij vandaag volmaakt. Een prettig open gezicht met een triomfantelijke oogopslag alsof hij wil zeggen dat hij zijn eerste doel heeft bereikt: lid van een gerenommeerde ProTour-ploeg. Ik heb natuurlijk ook nog de beelden voor me van het NK van vorig jaar toen hij vooruit was met Michael Boogerd. Het dialoogje met een interventie vanuit de ploegleidersauto leerde mij en alle kijkers dat Sébastian zijn eisen had gesteld. Het was het moment om zijn troeven op tafel te leggen. Zij waren in hem geïnteresseerd en hij wilde zekerheid. Niet morgen of volgende week, maar nu. Now is the hour, now is the time! Het duidt op een jongen die weet wat hij wil en onconventionele methodes niet schuwt om zijn zin te krijgen. Ik denk dat hij na Thomas Dekker het tweede talent zal zijn dat niet afwacht, maar eist. Op basis van prestaties uiteraard en daar zal hij voor zorgen. In de Rabo Wielergids 2007 lees ik dat hij een liefhebber is die intens van de fiets houdt. Hij werd wat dat betreft vergeleken met zijn ploeggenoot Flecha. De Spanjaard is een renner die er altijd invliegt, zo eentje met schuim op de ziel. Als die vergelijking klopt, staan ons met Sébas mooie tijden te wachten. En dan hoop ik dat zijn ploegleiders wijs genoeg zijn om hem de kans te geven op zijn bek te gaan. Want een groot renner word je met schade en schande. Sébastian Langeveld, onthou die naam. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 17 januari 2007 0:00

Roger LAPÉBIE (1911, overleden, Frankrijk)

Deze Franse Bask had twee bijnamen en die zijn zwaar met elkaar in tegenspraak. 'La placide' betekent de rustige of de zwijgzame, terwijl 'le pétandier' zoiets betekent als de tijdbom. Hoe het ook zij, beide zijn overdreven. Lapébie kon zich heel rustig gedragen als alles naar wens verliep, maar als hij zich benadeeld voelde dan was het huis te klein. En benadeeld werd hij nog wel eens, maar ook flink bevoordeeld volgens de Belgen. Daarmee doelen ze op de door hem gewonnen Tour de France van 1937. Hij was bepaald niet als favoriet vertrokken, want na een veelbelovend profdebuut in 1932 waarin hij direct een zware bergetappe in de Tour won, waren de jaren daarna veel minder florissant. In 1934 ging het nog goed, maar hem werd de zege in Parijs-Roubaix ontnomen omdat hij van fiets had gewisseld. In de Tour streed hij voor het eerst mee in het klassement en hij eindigde als derde achter zijn streekgenoot Antonin Magne en de Italiaan Mantano. Hij leek op weg een topper te worden, maar in de twee jaar daarna reed hij als een krant. Pas in 1937 meldde hij zich weer bij de besten. In het voorjaar won hij op indrukwekkende wijze Parijs-Nice om direct daarna aan zijn voorbereiding op de Tour te beginnen. De favorieten waren de Belg Sylvère Maes, de winnaar van het jaar ervoor en het Italiaanse wonderkind Gino Bartali. In de eerste bergetappe greep de pas 23-jarige Italiaan magistraal de gele trui en voor de tifosi leek de Tour beslist. Maar Gino kwam een paar dagen later zwaar ten val en moest opgeven. De trui ging naar Maes. De organisatie deed toen een paar merkwaardige dingen die met elkaar in tegenspraak waren. De ploegentijdrit werd uit de ronde geschrapt, waardoor de Belgische ploeg van Maes ernstig werd gedupeerd en Lapébie kreeg anderhalve strafminuut aan zijn broek wegens ongeoorloofd geduwd worden op de Aubisque. Dit terwijl Maes ook voor iedereen zichtbaar werd geduwd. Zo kreeg Lapébie na zijn gewonnen bergetappe niet de gele trui, maar raakte hij verder achter op de Belg. De Franse supporters namen het niet en verzamelden zich voor het hotel van Maes en de agressieve spreekkoren hielden lepe Peer de hele nacht uit zijn slaap. Om bang van te worden was het en de man uit Gistel besloot niet meer te starten. Zo won Roger Lapébie zijn Tour. Misschien wel terecht, maar hij is nooit meer op het niveau van 1937 gekomen.

Geplaatst door Fred van Slogteren, 16 januari 2007 0:00

Maurizio FONDRIEST (1965, Italië)

Ik heb eens ergens gelezen dat de wereldkampioen van 1988 van Nederlandse afkomst is. Met de familienaam Van Driest vestigde een van zijn voorouders zich in Zuid-Tirol, ook wel bekend als Trente, en in de loop der tijd is Van Driest in Fondriest veranderd. Ik heb het nooit ergens bevestigd gezien, maar Maurizio Fondriest is wel een van de weinige Italiaanse renners – misschien wel de enige - geweest die in Nederlandse dienst (Panasonic) tot uitstekende prestaties kwam en door ploegleider Peter Post als een voorbeeld voor de hele ploeg werd gezien. Post trok hem in 1990 aan, omdat de UCI punten ging toekennen aan uitslagen. Met de verzamelde punten van hun renners waren ploegen gerechtigd aan bepaalde wedstrijden deel te nemen. Post had punten nodig en zowel de wereldkampioen 1988 als die van 1990 (Rudy Dhaenens) tekenden voor de miljoenenformatie van De Lange. Onder het strenge regime van Post kwam de snelle Italiaan tot volle wasdom en met een hele reeks knappe uitslagen won hij in 1991 de wereldbeker. Zijn wereldtitel was een grote verrassing, want de Trentijn was toen nog maar net een jaar beroepsrenner. Hij heeft die titel later meer dan bevestigd. In 1993 won hij drie klassiekers (Milaan-San Remo, De Waalse Pijl en het Kampioenschap van Zürich), almede de Tirreno Adriatico. Die reeks was meer dan voldoende voor zijn tweede wereldbeker. Voor de grote rondes had Maurizio van Driest wellicht te weinig in huis, maar een 15e plaats in de Tour en een 8e in de Giro bewijzen dat hij niet louter een meerijder was. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 15 januari 2007 0:00

Gerben KARSTENS (1942, Nederland)

Voor Gerben Karstens zijn een heleboel kwalificaties bedacht, maar voor mij is hij in de eerste plaats een natuurmens. Toen hij in de jaren zestig zijn eerste wielerprestaties neerzette, nadat hij eerst met veel passie en talent de schaatssport had bedreven, wisten de journalisten hem direct te vinden. In ieder interview verklaarde hij dat hij na zijn carrière boer wilde worden. Later toen hij een succesvol prof- renner was, belegde hij zijn geld in een stuk grond in de omgeving van Rijen en iedereen vernam via de pers dat hij daar later een boomkwekerij op zou beginnen. Ik geloof dat het ook inderdaad een boomkwekerij is geworden, maar niet voor lang want Gerben is zakenman genoeg om te weten dat je niet moet doormodderen als er met zo’n stuk grond meer is te verdienen. Zo werd die lap een fraai golfterrein, waar hij zelf regelmatig en graag een balletje slaat. Schaatsen, fietsen, golfen in de vrije natuur. Het leven van Gerben in a nutshell, want hij houdt van het buitenleven in het groen. Iedereen kent De Karst als een heel goede wielrenner die naar zijn mogelijkheden gerekend er alles uit heeft gehaald wat er in zat. Hij is nog bekender door zijn grappen en grollen, maar dat is het uiterlijk, het mombakkes voor de buitenwereld. Het is zijn opvatting van je zelf verkopen.
Als je met Gerben over de natuur praat wordt het een gans andere man. Heel betrokken bij de ruimtelijke ordening van Nederland. Hij kan gedreven praten over zijn trainingen als jong rennertje in de duinen en in het groene gebied ten oosten van zijn geboortestad Leiden. Wie hem zo bezig hoort, is verbaasd. Is dit Gerben Karstens? Ja, dit is ook een facet aan deze interessante man die van vele markten thuis is. Met zijn zeiljacht is hij ieder jaar weer maanden onderweg. In de Griekse wateren trekt hij van eiland naar eiland. De mountainbike aan boord om in de prachtigste omgevingen zijn conditie bij te houden en te genieten van de overdadige flora en fauna op zijn weg. In september begint hij met zijn schip aan een uitputtende zeerally. De Vasco da Gama Rally over een afstand van ruim 4000 zeemijlen. Van Kekova aan de Turkse Rivièra naar Goa aan de westkust van India. En vandaag wordt hij 65. Zijn haren zijn wit, maar hij is nog diezelfde kwajongen die lang geleden boer wilde worden. Met drie intensief bereden fietsen in de schuur, de schaatsen in het vet, een zeiljacht aan de steiger en de golfclubs in de garderobe is de notariszoon nog lang niet uitgeraasd. Voorlopig geen geraniums.
(Foto: © T&T Tekst & Traffic)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 14 januari 2007 0:00

Marco PANTANI (1970, overleden 14.02.2004, Italië)

Op de dag dat onze vooroorlogse Tourcoryfée Theo Middelkamp negentig jaar werd, overleed Marco Pantani. Er ging een schok door de wereld, want de net 34 jaar geworden Il Pirata was immens populair. Een van de laatste echte klimmers, zo eentje die de cols opspoot als was het een vlakke weg en in de klim eindeloos kon demarreren tot hij ze allemaal had gelost. Dat was voor de echte liefhebber genieten. De ellende begon op 5 juni 1999. Ik was toen met vakantie in Italië en we waren met de auto onderweg van Milaan naar Lago di Trassimeno in Umbrië. De vrolijke muziek op de radio werd plotseling onderbroken door een ernstige mededeling. In het in rad Italiaans uitgesproken bericht viel herhaaldelijk de naam Pantani en ik hoorde ook het woord ‘medico’. In Trassimeno vroeg ik in het hotel wat er aan de hand was en men vertelde me dat Marco in de Ronde van Italië uit de strijd genomen was wegens een te hoge hematocrietwaarde. Hij had toen al vier etappes op zijn naam geschreven en hij leek op weg zijn zege van 1998 te prolongeren. Op de TV zag ik ’s avonds een kleine gebroken kale man die zonder gêne zijn grote verdriet toonde. 19 dagen later werd bekendgemaakt dat nader onderzoek had aangetoond dat bij Pantani geen epo-gebruik was vastgesteld. Daarna is het alleen maar bergafwaarts gegaan met de grote klimmer die in 1998 de Tour de France won, nadat hij in de etappe naar Les Deux Alpes zijn voornaamste concurrent Jan Ullrich had vernederd. Hij werd in 2000 veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf. Nadat hij in 1995 in een wedstrijd een open beenbreuk had opgelopen, bleek in het ziekenhuis dat hij een hematocrietwaarde had van over de 60. In hoger beroep werd die straf een jaar later ongedaan gemaakt, maar het is voor het kleine olifantje geen genoegdoening geweest. De vondst van een insulinespuit leverde hem vervolgens een schorsing op van acht maanden. Na die straftijd zijn z’n sportieve prestaties nooit meer op het niveau gekomen van voor 1999 en hij werd een schuwe en paranoïde man. Achtervolgd door paparazzi en de schrijvende pers zocht hij steeds meer de eenzaamheid. Op 14 februari 2004 werd hij dood aangetroffen in een hotelkamer in Rimini. ‘Lasciatemi in pace!’, had hij tegen de receptioniste gezegd die naar zijn welzijn informeerde, omdat hij dagenlang zijn kamer niet was uitgeweest. Hij heeft de rust gekregen waar hij om vroeg en zijn vele supporters rouwen nog steeds om het verlies van een van de grootste klimmers uit de Italiaanse wielerhistorie. Marco sei grande! (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 13 januari 2007 0:00

Dave ZABRISKIE (1979, Verenigde Staten)

Zijn geboorteplaats Salt Lake City, de hoofdstad van de Amerikaanse staat Utah, is de internationale hoofdzetel van de Mormonen, een over de hele wereld verspreide religieuze groepering, die officieel ‘de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen’ heet. Zabriskie zou ook een mormoon kunnen zijn, want in de stad wemelt het van de mormonen. Dizzy (in het Amerikaans synoniem voor duizelig, maar ook voor niet helemaal bij de tijd zijn) heeft echter niets met een mogelijk mormonengeloof te maken, maar alles met zijn initialen. DZ, in het Amerikaans uitgesproken als ‘diezie’ klinkt fonetisch een beetje als dizzy. David Zabriskie was in 2005 de derde Amerikaan in de geschiedenis van de Tour de France die de gele trui droeg, nadat hij de proloog had gewonnen met het snelste gemiddelde ooit in de Tour gerealiseerd. Een paar dagen later maakte hij in de ploegentijdrit een zware val, waar hij behoorlijk dizzy van bleef liggen. Een kandidaat voor het erepodium is hij niet, omdat hij een groot maar zeer beperkt talent is. Zabriskie kan alleen maar verschrikkelijk hard fietsen en daarom is zijn vizier gericht op het winnen van prologen en tijdritten. Hij won inmiddels in alle drie de grote ronden een of meer ritten tegen het horloge. Om volledig te zijn moet ik vermelden dat hij na een lange solo ook eens een gewone etappe won in de Ronde van Spanje. Een wereldtitel behalen in zijn favoriete discipline lijkt me een kwestie van tijd. Hij wordt vandaag 28 jaar en hij is nu fysiek op het toppunt van zijn kunnen. Vorig jaar werd hij tweede achter zijn ploeggenoot Fabian Cancellara uit Zwitserland. Ploeggenoot ja, want na vier jaar US Postal in de schaduw van Lance Armstrong, rijdt hij de laatste twee jaar voor het wonderteam CSC van Bjarne Riis. Benieuwd wat Dizzy in het komend seizoen gaat presteren. (Foto: © Philip van der Ploeg)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 12 januari 2007 0:00

Claude CRIQUIELION (1957, België)

Er zijn renners die de wielerhistorie ingaan vanwege een bepaalde gebeurtenis, die iedereen zich herinnert. Dat is ook het geval bij deze Waalse wielrenner die in 1984 wereldkampioen op de weg was, de Ronde van Vlaanderen, de Clasica San Sebastian, de Henninger Turm en twee maal de Waalse Pijl won. Dan ben je een knappe renner geweest, want hij won ook nog de Catalaanse Week, de Midi Libre en de Ronde van Romandië. In de Tour de France kwam hij iets te kort, hoewel hij in tien starts vijf keer bij de eerste tien eindigde met een vijfde plaats als beste prestatie. In de Giro werd hij een keer zevende en in de Vuelta derde. Een knappe renner dus die Kriki, die in Vlaanderen redelijk populair was ondanks zijn afkomst. Hij sprak dan ook voortreffelijk Vlaams en dat scheelt een stuk in de acceptatie. Toch zal Criquielion niet in de herinnering blijven door zijn fraaie palmares, want in 1988 gebeurde er iets waar hij misschien liever niet meer aan herinnerd wordt. 
Het WK werd dat jaar in België verreden en wel in en om Ronse, het plaatsje in de Vlaamse Ardennen met veel lastige klimmetjes in het parcours. In datzelfde Ronse had in 1963 ook al eens een idiote ontknoping van het WK plaatsgehad, maar die van 1988 was zo mogelijk nog gekker. Drie renners hadden zich in de laatste kilometers afgescheiden van de rest en zij waren van één ding zeker: ze zouden gedrieën het podium gaan vormen. Alleen de volgorde was nog niet bekend. De drie waren de jonge Italiaan Maurizio Fondriest, de felle Canadees Steve Bauer en Criquielion. Als sprinter had de Italiaan de beste papieren, maar die zat zo kapot dat hij al bij de eerste versnelling in de aanloop naar de eindsprint moest lossen. Bauer wist dat hij tegen de Waal geen kans had en hij besloot tot een ongeoorloofde manoeuvre. Hij stuurde scherp naar rechts, waardoor Criquielion kwam klem te zitten tussen de Canadees en de dranghekken. Hij raakte het metaal en viel. Ook Bauer raakte uit balans en de al geklopte Fondriest had ruim baan. Bauer werd tweede en Criquielion kwam lopend met de fiets aan de hand over de streep, terwijl hij nog door tal van renners uit het peloton werd gepasseerd. Woedend was hij en zijn zwarte ogen schoten vuur, ook al werd Bauer direct uit de uitslag verwijderd. Claudy pikte het niet en hij stapte naar de rechter. Die wist er ook geen raad mee en enkele jaren later werd de zaak geseponeerd. Dus als ik de naam Criquielion hoor, zie ik weer die ogen. De kop van Bauer kan hij niet meer zien, maar vandaag ziet hij wel Abraham.
 (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 11 januari 2007 0:00

Bernard THEVENET (1948, Frankrijk)

Fransen hebben de gewoonte hun favoriete coureurs koosnaampjes te geven. André Leducq en André Darrigade werden Dedé, Poulidor werd Poupou, Lucien Michard werd Lulu en Laurent Jalabert werd alleen nog maar aangesproken met Jaja. Ook Bernard Thevenet heeft een koosnaam. Nanard werd hij genoemd, maar het had beter Jojo kunnen zijn, want de carrière van deze renner jojoode jarenlang van hoogtepunt naar diepe dalen. Hij won twee maal de Tour de France in 1975 en ‘77. In het jaar na beide overwinningen viel hij ver terug en fietste hij als een koekenbakker in de rondte als zijn eigen schaduw. Hij won de Tour van ’75 door als een van de eersten Eddy Merckx een gevoelige nederlaag toe te brengen op Pra Loup. Hij kon toen niet meer stuk in eigen land, waar ze meer dan genoeg hadden van de verstikkende superioriteit van de Belg. Maar in 1976 was Nanard nergens, om zich in 1977 weer als een vedette te manifesteren. Hij kreeg te maken met Hennie Kuiper die dat jaar in een geweldige vorm stak. Hennie was in de etappe naar l’Alpe d’Huez in de gelegenheid om samen met Zoetemelk de Fransman af te slachten, maar hij prefereerde het om eerst het bordje van Thevenet leeg te eten. Toen hij aan zijn eigen bordje toe was, sloeg hij het winnende gat, maar hij was te zeer gefocust op de etappeoverwinning om direct ook maar de gele trui te pakken. Hij verspeelde tientallen seconden door van de laatste kilometer een triomftocht te maken. Daardoor kon Thevenet de schade beperken en net zijn leiderstrui behouden. Toen had Kuipertje nog maar één heel klein kansje en dat was in de tijdrit. Nanard was echter een veel betere tijdrijder om na de winst in Parijs direct weer Jojo te worden. Jaren later bekende hij in de Tour van 1977 corticosteroïden te hebben gebruikt. Niemand maakte er zich nog druk om, ook Kuiper niet. Landis kan dit geval misschien gebruiken als jurisprudentie als hij in maart voor zijn rechters staat. Waarom hem wel te schande maken en Thevenet destijds niet? En voor iedereen die hierop wil reageren: ik weet dat ik met appels en peren bezig ben. Nanard loopt sinds vandaag tegen de zestig en het gaat hem goed. Zijn naam is een merk geworden van wielerkleding, hij ziet er gezond uit en hij leeft als een god in Frankrijk. Letterlijk en figuurlijk, want een Tourwinnaar krijgt in Frankrijk gratis een voorschot op de hemel. Met du pain et du vin, et pas de chagrin! (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 10 januari 2007 0:00

Mathieu HERMANS (1963, Nederland)

Na Jean-Paul van Poppel en Jeroen Blijlevens is Mathieu verreweg de snelste wegsprinter geweest die we in ons land hebben gehad. Hij is vooral in de Ronde van Spanje succesvol geweest waar hij in twee jaar tien ritten op zijn naam schreef. Ook in de Tour won hij een rit. Zijn carrière speelde zich voornamelijk in Spanje af, omdat hij als nieuweling in contact kwam met de bekende trainer Albert Stofberg, die jarenlang in dat land heeft gewerkt. Stofberg was een man van de harde aanpak. Zijn pupillen werden afgebeuld en hij maakte ze veelzijdig. Wegrenners moeten blindelings kunnen schakelen, als de beste kunnen sturen en in één oogopslag onvolmaaktheden in het wegdek zien om die te kunnen ontwijken. Daarom liet hij de jonge Hermans intensief in het veld rijden, omdat hij in zijn categorie als wegrenner niets meer te leren had. Hij won daar namelijk alles, tenzij pech dat in de weg stond. Mathieu was geen gehoorzaam ventje, maar Stofberg zette door en als amateur kreeg de jonge Brabantse renner een plaatsje in de Amstel Bier-ploeg van Herman Krott. Daar bleef hij hangen, de ontwikkeling zette niet door en Stofberg bracht hem naar Spanje waar hij als beroepsrenner een contractje kreeg bij de Orbea-ploeg. Hij ging er aanvankelijk heen om te crossen en daarin was hij zo succesvol dat zijn naam steeds groter in de kranten kwam. Hij was klaar voor het grote werk. Een probleem daarbij was dat hij zich niet in massasprints durfde te begeven en daar was-ie voor geknipt. De relatie met Stofberg hing door de ruzies daarover nog maar aan een dun draadje. Alles kwam goed toen Hermans zijn angst had overwonnen en zich tot een geslepen en vakbekwaam spurter had ontwikkeld die aan het kleinste gaatje genoeg had om er winnend door heen te gaan. Zo bouwde hij een prachtige palmares op. Na zijn carrière trad hij in dienst van het kledingmerk Bioracer, terwijl hij in zijn vrije tijd hand- en spandiensten verleende aan de NOS-équipe o.l.v. Mart Smeets. In die functie voorzag hij de commentatoren tijdens de reportages van inside-information. Smeets, Dijkstra en Ducrot zullen het volgend jaar zonder Mathieu moeten doen, want hij is nu ploegleider van de Belgische ProTour-formatie Unibet.com. Hopelijk heeft hij nog een aantal goede tips van Stofberg paraat om zijn renners aan succes te helpen. We zullen zien. (Foto: © Cor Vos)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 9 januari 2007 0:00

Gerrit SCHULTE (1916, overleden 26.02.1992, Nederland)

Gerrit Schulte was een van de wielerhelden van mijn jeugd. Als er een programma was in het Olympisch stadion was ik lang van tevoren aanwezig. Dan zag je hem aankomen in zo’n grote Amerikaanse slee met een grote koffer er op bevestigd voor zijn fietsen en ander materiaal. Dan moest hij even wachten tot het hek openging en dan deelde hij met nors gezicht handtekeningen uit aan de jongetjes die daar met mij stonden te wachten. Later in de jaren zeventig moest ik regelmatig in Den Bosch zijn. Voor de lunch ging ik dan naar zijn restaurant in het sportpark De Vliert. Er was nooit een mens. Als de grote Gerrit Schulte dan een uitsmijter voor me had gebakken kwam hij bij me aan tafel zitten. Lekker over wielrennen lullen. Een prachtige renner, een soms moeilijk mens die er tot zijn dood van overtuigd was dat hij de allergrootste is geweest. De enige die hij het voordeel van de twijfel gunde was Fausto Coppi en die had hij verslagen in het WK achtervolging 1948. Ik had in die tijd net een tweedehands RIH-frame overgenomen van een Amsterdamse renner die een goede amateur was geweest, maar als beroepsrenner de verwachtingen niet had kunnen waarmaken. Die had nog een nieuw frame laten maken bij de keizerlijke fietsenmakers van de Westerstraat en hij trok er iedere zondag op uit met een groepje oud-renners. Toen Schulte mij vroeg of er nog renners uit zijn tijd actief waren op de racefiets, noemde ik de naam van die oud-renner. Ik zag even een soort irritatie in zijn ogen en hij zei: “Ik bedoel renners, geen koekebakkers, mannen als Derksen en Post, fietsen die nog?” Dat was Schulte ten voeten uit. Hij was bereid andere renners enigszins te erkennen, maar die moesten dan wel minstens wereldkampioen zijn geweest of meer zesdaagsen hebben gewonnen dan hij. Volgende maand is hij al weer vijftien jaar dood. (Foto: archief Wim van Eyle)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 7 januari 2007 0:00

« Vorige 1 2 3  ... 582 583 584 585 586 587 588 589 590 591 592  ... 613 614 615 Volgende »