ad ad ad ad
Deel 3 is uit

Hennie KUIPER (1949, Nederland)

Grote wielrenners hebben niet alleen aan hun ontwikkeling als atleet gewerkt, maar ook aan hun persoonlijkheid. Een mens is een verzameling van botten, vlees en spieren, maar er moet de bezieling zijn om dat lijf aan te sturen. Hennie heeft zich als atleet en als mens fantastisch ontwikkeld. Hij heeft zijn tekortkomingen overwonnen en zijn sterke punten geoptimaliseerd. Zo heeft hij een fantastische carrière gerealiseerd met vele hoogtepunten. Hij koos zijn wedstrijden uit en bereidde zich daar zo op voor dat hij vaak als een zombie aan de start stond. Strijdplan in het hoofd, voor duizend procent geconcentreerd en ver weg van de rest van de wereld. Zo won Kuiper zijn koersen en hij werd er om bewonderd. Behalve die ene keer bij de Olympische Spelen in München in 1972. Na de afschuwelijke moord door Palestijnse terroristen op Israëlische sporters verkeerde de hele sportwereld in verwarring. De lol was er af en verschillende atleten verlieten het Olympisch dorp en gingen naar huis. Voor Hennie Kuiper was dat geen optie. Hij was in München ... 

Geplaatst door Fred van Slogteren, 3 februari 2007 0:00

Peter PIETERS (1962, Nederland)

De bondscoach van de baanwielrenners is een van de succesvolste coaches in de Nederlandse sportwereld. Hij levert nu al jaren de ene wereldkampioen na de andere af, maar hij was in december jongstleden niet genomineerd voor de beste sportcoach van Nederland. Wel Frank Rijkaard en wat die vorig jaar met FC Barcelona heeft gepresteerd was natuurlijk indrukwekkend. FC Barcelona is echter een Spaanse voetbalclub met slechts één Nederlandse speler in de gelederen. Ik vind dat je zo iemand – met alle respect – dan niet moet selecteren. Pieters werkt als Nederlander met een puur Nederlandse selectie en alle eer voor ... 

Geplaatst door Fred van Slogteren, 2 februari 2007 0:00

William PEDEN (1905, overleden 30.01.1980, Canada)

We denken wel eens dat Steve Bauer de enige Canadese wielrenner is geweest van internationale allure, maar dat komt omdat William Peden een van die vergeten grootheden is, waarover haast niet meer wordt gepraat en geschreven. ‘Torchy’ werd hij genoemd, want het haar van deze oersterke renner uit British Columbia gloeide net zo rood als dat van Bertje Oosterbosch in een latere epoque. The King, zoals hij ook wel met veel respect werd aangesproken, was een geweldenaar. Een krachtmens die vooral uitblonk in de zesdaagsen. Hij reed er 148 en toen hij in 1948 op 43-jarige leeftijd afscheid nam, had hij er 38 gewonnen. Dat was op dat moment een record dat pas 17 jaar later in 1965 door Rik Van Steenbergen werd verbeterd. Een spectaculair renner die met zijn grote kracht een gruwelijk verzet draaide. Hij is maar een enkele keer in Europa geweest, want hij reed zijn wedstrijden vrijwel uitsluitend in Canada en de Verenigde Staten. Hij was daar ontzettend populair en de noodzaak om de oceaan over te steken was er dan ook niet. De Europese renners kwamen in die tijd wel naar Noord-Amerika, waar de SIX toen zo geliefd was dat de tribunes al weken van tevoren uitverkocht waren en de artiesten net zo beroemd waren als de grote filmsterren van toen als Charly Chaplin en Douglas Fairbanks. Torchy was voor de duvel niet bang en in 1931 vestigde hij in Minneapolis in de staat Minnesota een wereldrecord met vliegende start over een mijl. De snelheid die hij bereikte was 119 kilometer en 677 meter. Op de fiets, maar wel achter een auto met een geweldig windscherm. Je moet het maar durven. (Foto: archief T&T Tekst & Traffic)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 1 februari 2007 0:00

Henri DESGRANGE (1865, overleden 16.08.1940, Frankrijk)

Gehaat werd hij door de renners uit de beginjaren van de Tour de France en vergeleken met de duivel en de Markies De Sade. Hij was zelf wielrenner geweest en een voor die tijd heel goede. Hij was de eerste Fransman die nationaal kampioen was en hij was ook de eerste die een werelduurrecord (35 kilometer en 325 meter) vestigde. Hij was daarna een bekend sportjournalist die het tot hoofdredacteur bracht van een sportkrant. Dat blad heette L’Auto Vélo, en uit die krant is na de tweede wereldoorlog l’Équipe ontstaan, een van de meest gezaghebbende sportkranten ter wereld. De naam l’Auto Vélo werd betwist door de concurrerende sportkrant Le Vélo en de zaak werd voor de rechter uitgevochten. De krant van Desgrange verloor het proces en werd gedwongen de naam te veranderen. Het werd L’Auto en het Franse publiek moest opnieuw veroverd worden. Kranten werden destijds nog aan de man gebracht door schreeuwende krantenjongens, maar de nieuwe naam was te onbekend en de verkoopcijfers daalden dramatisch. Het was Desgrange die een onwaarschijnlijke reclamestunt bedacht: een wielerwedstrijd in etappes door heel Frankrijk heen. Op 19 januari 1903 legde hij het plan voor aan zijn directie en hij kreeg fiat. Nog datzelfde jaar ging de eerste editie van start en hoewel het daar een aantal jaren niet naar uitzag werd de Tour de France een groot succes. Desgrange begreep dat als hij de aandacht van het publiek wilde vasthouden hij de renners onmenselijke dingen moest laten doen, waarover hij en zijn journalisten dan grote heldenverhalen konden schrijven. De etappes waren monsterlijk lang. Meer dan vierhonderd kilometer was meer regel dan uitzondering. De wegen waren bij voorkeur zandpaden vol grit en gruis, die bij regen veranderden in onbegaanbare modderpoelen. Ook voerde hij al na enkele jaren de bergetappes in en de renners van toen maakten dagen van zestien uur en meer om die etappes uit te kunnen rijden. Ze vervloekten hem, maar er is in die jaren nooit een rennersstaking geweest. Die kwam pas in 1978, toen de coureurs onder aanvoering van Bernard Hinault weigerden op te stappen, vanwege de vele verplaatsingen om maar zo veel mogelijk etappeplaatsen aan te kunnen doen. Inmiddels is de Tour teruggebracht tot etappes van maximaal 200 kilometer. De wegen zijn voor het merendeel glad geasfalteerd en het materiaal en de verzorging kunnen niet beter. Toch kwam de voorzitter van het IOC vorig jaar met de suggestie om in de strijd tegen doping de Tour tot twee weken in te korten en de lengte van de etappes te beperken tot hooguit honderd kilometer. Die dag pakten donkere wolken zich samen boven het dorp Beauvallon, nabij de stad Valence in het departement Drôme. De hovenier op de plaatselijke begraafplaats hoorde een monotoon zoevend geluid. Het kwam vanonder een grafsteen vandaan. Het hield pas op nadat Jean-Marie Leblanc het plan van Jacques Rogge belachelijk had genoemd. En alle liefhebbers van de Tour de France wisten het zeker. Henri Desgrange had zich als een propeller in zijn graf omgedraaid.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 31 januari 2007 0:00

Magnus BACKSTEDT (1975, Zweden)

Hij is de onbetwiste reus van het huidige peloton, deze blonde Zweed die naar de 1 meter 90 piekt en een gewicht met zich meedraagt van 90 kilo. Hij moet het dus niet van klimmen hebben, maar van puur hardrijden en daarin is hij een kanjer. Zijn grootste triomf was zijn zege in Parijs-Roubaix 2004, de koers die eigenlijk een prooi voor Johan Museeuw of Peter Van Petegem had moeten worden. Vooral Museeuw was er op gebrand de Hel van het Noorden nog eens te winnen, want zijn afscheid stond al gepland. Hij had er zelfs groeihormonen voor genomen, zoals we sinds vorige week weten. De beide Belgen kregen echter materiaalpech en er bleven vier man op kop over. Een onverwacht viertal, van wie er niemand bij de favorieten stond genoteerd. De vandaag eveneens jarige Brit Roger Hammond, onze landgenoot Tristan Hoffman, de jonge Zwitser Fabian Cancellara en Magnus Backstedt uit Linköping. In een interview aan de vooravond van Parijs-Roubaix had de Zweed na zijn tweede plaats in Gent-Wevelgem zelfverzekerd laten weten dat hij naar Compiègne vertrok om Parijs-Roubaix te winnen, maar niemand nam dat serieus. Hij zelf ook niet echt, want hij reed voor het nietige Alessio en hoefde daardoor niet op veel steun te rekenen. Maar hij flikte het hem. De vier werkten goed samen om te voorkomen dat Museeuw en Van Petegem konden terugkeren en vochten het vervolgens met elkaar uit op de wielerbaan van Roubaix. Daar had Backstedt geen enkele moeite met zijn medevluchters. Het leverde hem niet alleen de kei op, maar ook een contract bij de Italiaanse ploeg Liquigas-Bianchi, nadat hij bij Crédit Agricole wat in de versukkeling was geraakt en hij zijn heil enkele jaren lang bij kleinere ploegen had moeten zoeken. Ook dit jaar zal hij weer in het lindegroen van die Italiaanse formatie aan de start staan. Wie weet wat de reus nog in petto heeft? (Foto: © Philip van der Ploeg)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 30 januari 2007 0:00

KROON, Karsten (1976, Nederland)

Karsten vertrok aan het eind van 2005 met veel publiciteit bij de Rabobank-ploeg om zijn geluk bij CSC te beproeven. Met veel publiciteit, omdat de journalisten hoopten een stuk rancune te kunnen vastleggen. Die was er wat hem betreft niet, hoewel het wel duidelijk was dat hij het bij Rabobank wel gezien had. En dat kan natuurlijk gebeuren. Een jonge renner groeit als het goed is en merkt dan op een bepaalde dag dat zijn groei zo ver is dat hij in een finale meekan en zelfs kan winnen. Als dat inzicht niet strookt met het ploegbelang en je in kansrijke positie wordt teruggefloten, dan kan ik me voorstellen dat je naar andere wegen zoekt om je progressie te kunnen manifesteren. Zo kwam Karsten bij CSC terecht en die keus heb ik niet goed begrepen. Die ploeg is zo uitgebalanceerd met op iedere positie een toprenner, dat hij daar tegen hetzelfde probleem moest oplopen. Hoewel hij in zijn wedstrijden in alle finales van voren zat, is de grote overwinning – en daar hebben we het natuurlijk over – nog niet gekomen. Wat Kroon mijns inziens had moeten doen is financieel een stapje terug zetten en zich bijvoorbeeld bij Skil Shimano moeten melden. Met al die wildcards voor klassiekers en semi-klassiekers die de ploeg van Arend Scheppink in het voorjaar mocht rijden, had hij dan kunnen doen en laten wat hij wilde. Dan was het resultaat zijn beslissing geweest en had hij niemand iets kunnen verwijten of moeten bedanken. Met een grote overwinning op zak had hij dan ergens het absolute kopmanschap in zijn wedstrijden kunnen afdwingen. Jan Raas deed dat lang geleden door van Raleigh naar Frisol te verhuizen om daarna met twee onvervalste klassiekers op zak bij Post terug te keren om de plaats op te eisen, waarnaar hij eerder vergeefs had gesolliciteerd. Dat vraagt soms een financieel offer en dat moet je willen brengen. Een wielrenner is een ondernemer en die moet weten wanneer hij moet investeren om verdere groei mogelijk te maken. Benieuwd hoe het dit jaar met Kroon gaat? (Foto: © Philip van der Ploeg)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 29 januari 2007 0:00

Léon van BON (1972, Nederland)

Ik heb het voorrecht met zijn vader in de werkgroep Pers & Promotie van de Campina Ronde van het Groene Hart te zitten en ik heb Hans van Bon de laatste maanden enigszins leren kennen. Als het ‘zo-vader-zo-zoon’ principe opgaat dan moet Léon een aardige vent zijn. Rustig en slim. Zo koerst hij ook. Nooit een onbewaakt ogenblik en hij kan een fantastische finale rijden. Hij is dit jaar teruggekeerd op het oude nest. Terug bij Rabobank waar hij tot de eerste lichting renners behoorde. Een klassiekerspecialist die ik persoonlijk vanaf de eerste rij aan het werk heb gezien in de Grote Prijs Wallonië. Hij werd er tweede achter ploeggenoot Patrick Jonker en voor een andere ploeggenoot Koos Moerenhout. De verschillende keren dat Léon in die finale contact met ploegleider Adri van Houwelingen (foto) had, overtuigde mij ervan dat hij de koers regelde, zoals Jan Raas dat vroeger bij Raleigh deed. Samen met Koos Moerenhout en Max van Heeswijk gaat Léon dit jaar voor de ervaring bij Rabobank zorgen, werd in de persberichten geschreven. Ik weet niet wat ik me daarbij voor moet stellen, want ik geloof niet dat Léon een type is dat nu al genoegen neemt met een rol op de achtergrond. Als een oude wijze kater die de jonkies in de koers aangeeft wanneer ze moeten gaan. Hij kan ze veel beter laten zien hoe scherp hij nog is en hoe fabelachtig zijn koersinzicht is. In de jaren dat hij bij Rabobank weg was heeft het aan grote overwinningen ontbroken. Behoudens dan het Nederlands kampioenschap in 2005, waar hij op een schitterende wijze de hele Rabo-ploeg er op legde. Zij koersten met hun numerieke overwicht niet slim, maar hij als eenling des te meer. En dan die demarrage. Als hij die nog in huis heeft dan kan de ploeg nog veel plezier aan deze wielerbejaarde beleven. (Foto: © T&T Tekst & Traffic)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 28 januari 2007 0:00

Frans MAASSEN (1965, Nederland)

Frans Maassen was tien jaar lang beroepsrenner en hij realiseerde in die tijd een prachtige palmares. Met overwinningen in de Amstel Gold Race, de Brabantse Pijl, de GP Eddy Merckx, de Ronde van Nederland, de Ronde van België (2x), de Ster van Bessèges, de Driedaagse van de Panne en ritzeges in de Tour en de Vuelta behoorde hij in zijn tijd tot de tenoren van het peloton. Tot de consciëntieuze Limburger plotseling links en rechts voorbijgereden werd door mannen die daarvoor niet in zijn schaduw konden staan. Zat de sleet er al bij hem op of was het dat geheimzinnige wondermiddel uit de geruchtenmachine? Het was het laatste want epo had zijn intrede gedaan in het wielrennen en het duurde jaren voor de UCI en de daaraan verbonden wielerbonden er iets tegen deden. Of dachten er iets tegen te doen. Maassen verloor het plezier in zijn sport en beëindigde in 1995 zijn loopbaan. Hij had altijd bij Jan Raas gereden en hij volgde de Zeeuw naar Rabobank. Hij bracht zijn grote kennis en ervaring jarenlang op de jonkies over en nu is hij een van de ploegleiders van het Pro Team. Dat heeft voor hem als voordeel dat hij zijn mannen kent omdat hij ze al als junior onder zijn hoede had. Als hij geïnterviewd wordt, ga ik er altijd even voor zitten. Die diepe Limburgse klanken komen diep uit het strottenhoofd als was het een voormalige mijnschacht. Het klinkt betrouwbaar en solide tegelijk en dat is het handelsmerk van een grootbank. Rabobank hoeft niet bang te zijn met het kapitaal wordt niet gespeculeerd. Frans waakt over de investering. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 27 januari 2007 0:00

Ercole BALDINI (1933, Italië)

Toen in de jaren vijftig Gino Bartali en Fiorenzo Magni met fietsen stopten en Fausto Coppi steeds minder ging presteren, vielen de Italiaanse tifosi in een zwart gat. Er was ineens niemand meer om ademloos te bewonderen. Maar in 1956 was daar plotseling Ercole Baldini uit Villanova di Forli, die in één seizoen een drietal wereldprestaties neerzette. Eerst werd hij in Kopenhagen wereldkampioen achtervolging bij de amateurs, daarna verbeterde hij als amateur het werelduurrecord dat op naam stond van de prof Jacques Anquetil en tenslotte behaalde hij in het verre Melbourne Olympisch goud in de wegwedstrijd. De heimwee naar de grote dagen van Bartali, Coppi en Magni was gelijk genezen. De Locomotief van Forli werd prof, maar hij kon de hoge verwachtingen niet langdurig waarmaken. Hij werd in 1958 nog wel wereldkampioen op de weg, nadat hij eerder dat jaar ook de Ronde van Italië met overmacht had gewonnen. Toen wist iedereen het zeker er was geen twijfel mogelijk, deze minzame renner ging nog grootse dingen doen. Maar dat gebeurde niet. Waarom niet? Geen mens die het weet en pas enkele jaren geleden besefte ik dat ik het hem ooit had kunnen vragen. Aan het eind van de jaren zestig bracht ik met mijn jonge gezin enkele jaren achtereen mijn vakantie door in een bungalowpark aan een mooi strakblauw meer in Noord-Italië. We maakten daar kennis met Osvaldo, een aardige man die na zijn dagtaak als electriciën ’s avonds met zijn vrienden bij ons aanschoof in de kroeg. Enkele jaren geleden waren we weer eens in dat plaatsje en we vonden het adres van Osvaldo. De Latin lover van toen was een oude vermoeide man geworden. We spraken over die tijd van toen en ik vertelde hem over mijn wielerbiografieën. Hij ging naar de kast en kwam terug met een vergeeld fotootje. Daar stond hij op met zijn vrienden van toen. Hij wees op één van hen en zei enthousiast: Ercole Baldini. Ik was verbijsterd, ik had lang geleden met de voormalige campionissimo aan tafel gezeten en het glas geheven. Zonder het te weten, verdomme. (Foto: archief Wim van Eyle)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 26 januari 2007 0:00

Denis MENCHOV (1978, Rusland)

Bij de presentatie van de Rabobank-ploeg voor 2007, die vorige week in Utrecht werd gehouden, heb ik mij beperkt tot het van nabij observeren van de renners, terwijl slogblog-fotograaf Philip driftig zijn plaatjes schoot. Behoudens een uitgebreid gesprek met Bram de Groot (aardige jongen) en een heel kort gesprekje met Juan Antonio Flecha (ook een heel aardige jongen) heb ik geen van de renners gesproken. Wel gekeken en vrij lang naar Denis Menchov. Hij zat op enig moment helemaal alleen aan een tafeltje. Niemand had belangstelling voor hem en hij straalde ook iets uit van: kom alsjeblieft niks vragen. Het lijkt me een verlegen man. Omdat ik hem van een paar meter afstand nogal ongegeneerd zat aan te staren keek hij plotseling indringend in mijn richting. Mensen voelen het als ze aangegaapt worden. Even keken we elkaar recht in de ogen en ik hield het langer vol dan hij. Hij ging wat ongemakkelijk verzitten en ik staakte mijn gestaar. Ik denk dat als deze man inderdaad de winnaar moet worden die hij potentieel is, hij zijn schuchterheid toch enigszins zal moeten overwinnen. Dat hij veel in zijn mars heeft, bewees hij in de Vuelta van 2005 en de Tour van 2006. Maar een talentvol atleet moet gestuurd worden door een groot ego en daar ontbreekt het aan. Hij wil wel, maar hij kan niet. Misschien vergis ik me en voelde hij zich niet op zijn gemak vanwege de taalbarrière. Bij de presentatie in het auditorium beantwoordde hij de vragen van presentator Jan-Douwe Kroeske met enkele simpele Engelse woorden en dat ging hem niet makkelijk af. Oscar Freire heeft hetzelfde taalprobleem, maar wie Oscarito daar op die persbijeenkomst zag rondspringen en in even matig Engels iedereen te woord staan, zag het verschil in persoonlijkheid. De een blaakt van het zelfvertrouwen en de ander is er naarstig naar op zoek. Er is veel werk te doen in de achterkamers bij Rabobank. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 25 januari 2007 0:00

« Vorige 1 2 3  ... 469 470 471 472 473 474 475 476 477 478 479  ... 502 503 504 Volgende »