Peter LUTTENBERGER (1972, Oostenrijk)

Rabobank heeft in de loop der tijd vaak veel plezier gehad van buitenlandse aankopen. Vooral de laatste jaren lukt het en Freire en Menchov zijn daar goede voorbeelden van. Maar het is ook vaak niet gelukt om een dure aankoop tot grote prestaties te brengen. Een van de meest aansprekende voorbeelden van de laatste categorie is Peter Luttenberger. Hij had in 1996 de Ronde van Zwitserland gewonnen en hij was vijfde geworden in de Tour de France. Dat waren de uitslagen waarom Jan Raas hem naar Nederland haalde. In de twee jaar dat hij voor de bank reed won hij echter alleen een etappe in de Ronde van Oostenrijk. Dat was wat mager en eind 1998 mocht hij weer vertrekken. In de jaren die volgden reed hij voor diverse ploegen, maar de prestaties van 1996 heeft hij niet meer herhaald. Dit jaar werd hij nog kampioen van zijn land in het ... 

Geplaatst door Fred van Slogteren, 12 december 2006 23:00

Eddy SCHEPERS (1955, België)

Ik ben eens bij hem thuis geweest voor een interview. Het was de dag dat prinses Diana begraven werd en het hele gezin Schepers zat voor de TV. Eddy wenkte me mee te gaan naar de tuin van zijn villa, een immens groen gebied waar hij bezig was een soort paviljoen in Italiaans/Romaanse stijl op te trekken. De pilaren stonden al en rest van het bouwmateriaal lag klaar om op zijn plaats te worden gehezen. Schepers vertelde me dat hij veel met Italië had, omdat hij jarenlang in Italiaanse ploegen had gereden en daar de mooiste jaren van zijn carrière had beleefd. Niet qua uitslagen, want hij moest er knechten voor kopmannen als Visentini en Roche. Maar daar had hij vrede mee, want hij kon het kopmanschap zelf niet dragen, omdat hij nogal leed onder een gebrek aan zelfvertrouwen. De goden hadden hem in de wieg veel ... 

Geplaatst door Fred van Slogteren, 11 december 2006 23:00

Franco BALLERINI (1964, Italië)

Deze coureur is een van de beste Italiaanse renners van de laatste twintig jaar met een prachtige erelijst. Met vele overwinningen in onder meer Parijs-Roubaix, Parijs-Brussel en de Omloop Het Volk. Een indrukwekkende lange atleet met een mooie zit, die niet altijd even slim koerste. Ondanks al zijn overwinningen is de Florentijn het bekendst geworden door een pijnlijke nederlaag. Dat was in Parijs-Roubaix 1993 toen hij zijn medevluchter Gilbert Duclos-Lasalle schromelijk onderschatte en met de tweede plaats genoegen moest nemen. Jan Zomer schreef er in Wielerexpresse een mooi stukje over, dat ik hieronder plaats:

‘Het is 11 april 1993. Franco Ballerini heeft in anderhalf jaar geen wedstrijd meer gewonnen. Vandaag is Parijs-Roubaix. Hij heeft er zin in, voelt zich sterk en zit de hele dag bij de eersten te rijden. Hij maakt indruk met zijn krachtige pedaalslagen. Als de finale begint, rijden zestien renners voorop. Adri van der Poel en Herman Frison nemen vijftien seconden voosprong. Ballerini wacht zijn moment af en rijdt dan in één tempoverhoging naar het duo. Hij achterhaalt ze vlak voor een klimmetje. Hij voelt de pedalen niet, hij zweeft, voelt zich gelukkig, zit doodstil in het zadel. Daar waar de anderen zitten te zwoegen en te stampen, daar zit Ballerini doodstil, zijn pedaalslag hapert niet, neen, de ketting blijft één strakke snaar als bewijs van de ononderbroken kracht in zijn coup de pédale. Frison en Van der Poel worden overstoken of zij wtil staan. Alleen een amechtig hijgende Duclos-Lasalle hangt in zijn wiel. Ballerini laat hem zitten, want ach … De grimassen van Duclos zijn aandoenlijk, roepen meelij op. Toch, als de oude vos even overleg pleegt met zijn ploegleider, is het gelaat ontspannen en verdwijnt de grimas. Als Franco achterom kijkt, tovert Duclos weer de diepe pijnlijke groeven in het gelaat. Speelt Duclos komedie? Franco dendcert door, ijlt door het luchtledige, hoort klaroengeschal in de verte. Daar is de wielerbaan. Hij heeft het idee de hemel binnen te rijden. Vandaag is het zijn dag, niemand zal hem kunnen weerstaan. Duclos kiest positie … Franco maakt geen gebruik van ‘de val’ van de baan, hij rijdt gewoon door, onderin de baan. Dan ineens, komt de oude Duclos opzetten! Franco juicht, jubelt, zwaait, kust en schreeuwt van vreugde. Pffff, hij moest toch even verdapperen in die laatste meters. De oude Duclos kan toch ‘nog aardig fietsen op zijn leeftijd’. De officiële uitslag komt … De wereld van Franco stort in, tranen lopen over zijn wangen en slingeren witte sporen in het stof uit De Hel. Als een schreiend kind, waarvan men de lievelingsbeer heeft afgepakt, werpt hij zich in de armen van zijn ploegleider. Alle aandacht gaat terstond naar Duclos. Ballerini wil stoppen met de wielersport, maar zweert later om in 1994 wraak te nemen.’ (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 10 december 2006 23:00

Donato ZAMPINI (1926, Italië)

Uit de Italiaanse stad Saronno in de provincie Varese komt niet slechts een overheerlijke amandellikeur, maar ook een renner die in de jaren vijftig meer door zijn collega’s werd gewaardeerd dan door het grote wielerpubliek. Donato Zampini had als belangrijkste eigenschap dat hij er altijd bij was, maar nooit opviel. Een goede renner, maar geen topper. Iemand die zijn gebrek aan wielertalent compenseerde met onmenselijke trainingen en een uitzonderlijke beroepsernst. Zijn collega’s en dan vooral zijn kopmannen waardeerden hem voor zijn nimmer aflatende steun en zijn gelijkmatige opgewekte karakter. Ze voelden zich veilig bij hem. Altijd bereid te werken en er nooit op uit om anderen te flikken. Een deel van zijn wielercarrière heeft hij in dienst gereden van Fiorenzo Magni en hij volgde de Leeuw van Monza in een voor die tijd nieuw avontuur: de extra-sportieve merkenploeg. Tot het midden van de jaren vijftig reden renners uitsluitend met reclame rond voor fietsmerken en fietsonderdelen. Het Duitse cosmeticamerk Nivea was de eerste extra-sportieve sponsor en behalve Magni en Zampini zaten er renners in de ploeg als Pierino Baffi en Carlo Clerici. Zampini bracht slechts enkele overwinningen op zijn naam, waarvan de Ronde van Sicilië de belangrijkste was. Hij werd voorts een keer tweede in Parijs-Nice en een keer vijfde en een keer zevende in de Ronde van Italië. Na zijn carrière begon hij een rijwielzaak in zijn woonplaats. Die winkel zou best ‘Zampini di Saronno’ kunnen heten.

Geplaatst door Fred van Slogteren, 9 december 2006 23:00

Ondrej SOSENKA (1975, Tsjechië)

Een wielrenner die het werelduurrecord aanvalt kan rekenen op veel publiciteit. Als hij het ook nog verbetert dan bereikt zijn naam alle media van de wereld. Het overkwam Merckx, het overkwam Moser, het overkwam Obree en het overkwam Chris Boardman die tot en met 18 juli 2005 het record aller records in zijn bezit had. 49 kilometer en 441 meter had de Brit in een uur tijd onder zich weggetrapt. Op 19 juli 2005 evenaarde een vrij onbekende Tsjechische wielrenner de tijd van Boardman, terwijl er nog 19 seconden van het uur resteerden. 49 kilometer en 700 meter telde de elektronica toen de 60 minuten door de tijdwaarneming waren weggetikt. De plaats van handeling was de Olympische Krylatskoje wielerbaan in Moskou en de hoofdrolspeler was de toen 29-jarige Ondrej Sosenka uit Praag. Een fantastische prestatie die merkwaardig genoeg geen enkele aandacht kreeg in de wereldpers, op wat kleine berichtjes na. Dat betekent voor mij dat het Oost-Europese wielrennen nog altijd als een ondergeschoven kind geldt in de Westerse mediabelangstelling. Dat op dat moment de ... 

Geplaatst door Fred van Slogteren, 8 december 2006 23:00

Charly GAUL (1932, overleden 06.12.2005, Luxemburg)

De wielersport kent kleine kampioenen, grote kampioenen en legendes. Die laatste groep is het geringst in omvang. Ze stammen allemaal uit het tijdperk van voor de uitgebreide TV-verslagen. Daarin kunnen we zelf zien hoe zwaar ze het hebben en hoe goed of minder goed ze zijn. Vroeger waren we afhankelijk van de journalisten die namens ons naar hun verrichtingen mochten kijken. Omdat ze het ook niet van minuut tot minuut konden zien, soms bijna helemaal niet, werd regelmatig de duim aangesproken om een mooi verhaal uit te zuigen. Er zal wel iets waar geweest zijn van de verhalen over Charly Gaul, die er op neer kwamen dat hij meer kon dan anderen als het goot van de regen en het stormde, onweerde, hagelde en wat nog niet meer aan natuurlijke ellende uit het grijze zwerk neerstriemde. Zo ontstonden mythologische verhalen die generatie na generatie aan elkaar doorverteld werden en er zijn slechts wat bibberige camerabeelden uit journaals om het tegen te spreken. Maar dat geeft niet, want ... 

Geplaatst door Fred van Slogteren, 7 december 2006 23:00

Fiorenzo MAGNI (1920, Italië)

Het wielerland Italië werd in de jaren veertig en vijftig beheerst door twee iconen die in aanzien op een voetstuk stonden zo hoog als de Eiffeltoren. Fausto Coppi en Gino Bartali verdeelden de tifosi in twee kampen. De Bartalisten waren aanhangers van de vrome, devote Roomse leer van Pius XII en de Coppisten hunkerden naar enige verlichting, waarin niet iedere stap door de plaatselijke Don Camillo werd gedecreteerd. De vermetele echtbreker Coppi was in het geniep hun held, terwijl ze zich in het openbaar lafhartig uitspraken voor de tachtig keer per dag biddende Bartali om bij de heilige maagd de zoveelste zege af te roepen. Qua romantiek een fantastische tijd, waarover Martin Ros nog kraaiend kan schrijven, maar als niet-gelovig-jongetje zocht ik mijn heil liever bij Fiorenzo Magni. Fiorenzo, zo wilde ik ook graag heten, maar we hadden alleen de eerste letter gemeen. Ongeveer tweehonderd meter lager dan de top van de Eiffeltoren stond mijn held in de publieke belangstelling en dat was altijd nog veel hoger dan mannen als Ronconi, Bevilacqua, Astrua en Minardi die toch ook een aardig stukje konden fietsen. Magni was mijn held, niet vanwege zijn uiterlijk, want met zijn kale kop met zo’n lullig haarrandje achterom de oren leek hij meer op mijn opa dan op een wielerheld. Magni waardeerde ik vanwege zijn temperament en zijn inzicht om een gegeven niet als een voldongen feit te aanvaarden. Een mens is op aarde om het talent dat hij heeft meegekregen zo goed mogelijk te gebruiken, hield mijn vader me al heel jong voor. En die Fiorenzo Magni uit dat mooie Toscane bracht die wijze les in praktijk. Als een van de eerste Italianen trok hij naar de voorjaarskoersen in het noorden van Europa om er de Leeuw van Monza te worden. Hij won drie keer Vlaanderens mooiste door over de kasseien te dokkeren en de stront op zijn lippen te proeven als een echte Flandrien. Geen Vlaming die moeite had met zijn superioriteit, want hij werd een van hen. Een paar jaar geleden las ik een interview met een joyeuze zakenman in zwierig maatpak, nog altijd aan het werk in het automobielbedrijf dat hij charmant maar met harde hand runt. Tegen de tachtig liep hij, maar op de foto’s zag hij er uit als een zestiger. Gewoon een tweede leven begonnen en daar ook weer een succes van gemaakt. Door zijn kale hoofd leek hij als actief wielrenner twintig jaar ouder dan hij was en nu leek hij twintig jaar jonger dan hij is. Hij zal zijn tegenslagen wel hebben gehad, zoals iedereen, maar dan was er altijd weer het karakter van de Toscaan van Vlaanderen om er zich doorheen te rammen.

Geplaatst door Fred van Slogteren, 6 december 2006 23:00

Mathieu CORDANG (1869, overleden 24.03.1942, Nederland)

Voor mij is deze Limburger de aartsvader van het Nederlandse cyclisme, omdat hij in mijn ogen veel meer heeft gepresteerd dan Jaap Eden, die algemeen wordt beschouwd als de man die voor het eerst de Nederlandse wielersport op de kaart heeft gezet. In 2005 ben ik met behulp van zijn kleinzoon Stan en mijn blogvriend Theo Buiting in de geschiedenis van Cordang gedoken en mijn bevindingen zijn in januari van dit jaar gepubliceerd in Wieler Revue. Hieronder een verkorte versie:

De wereldtitel van Mathieu Cordang uit 1895 staat in de statistieken vermeld bij de amateur-stayers. Er kwam toen echter nog geen motor aan te pas, want het motorrijwiel was toen nog maar net uitgevonden en verkeerde nog in een experimenteel stadium. Cordang en zijn tijdgenoten werden wel gegangmaakt, maar door vijf renners op een quintuplet. Dat was een vijfpersoonsfiets en de renners die er op zaten konden met elkaar natuurlijk een veel hogere snelheid ontwikkelen dan een renner alleen. Die reed daar dan heel dicht achter om maar zo min mogelijk wind te vangen, waardoor hij dezelfde snelheid kon bereiken.
Overigens is die wereldtitel niet het belangrijkste wapenfeit van Cordang geweest. Zijn allergrootste prestatie ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 5 december 2006 23:00

Marlijn BINNENDIJK (1986, Nederland)

Deze Noord-Hollandse uit Zuid-Scharwoude is een onvervalst talentje. Ze werd al eens wereldkampioene bij de junioren in de achtervolging en daar ligt ook haar grote kracht. Een strak tempo rijden. Ze is vooral op de baan actief en ze is op dit moment regerend Europees kampioene op het onderdeel puntenkoers. Ondanks haar successen is Marlijn een type dat niet erg opvalt. Dat ligt vooral aan haar bescheidenheid, een voor een wielrenner minder goede eigenschap die meestal voortkomt uit gebrek aan zelfvertrouwen. In haar geval ten onrechte, want ze heeft op jonge leeftijd al meer dan voldoende gepresteerd om trots te mogen zijn op haar palmares. Als gevolg van die onzekerheid legt ze zich zelf wel eens te veel druk op om er alles uit te halen wat er in zit. Maar ze gaat duidelijk vooruit en het lijkt me een kwestie van tijd voordat ze definitief een toppertje wordt. Ze wordt vandaag pas 20 jaar en alleen dat gegeven is al voldoende om er vertrouwen in te hebben. Ze heeft in ieder geval de drive om het ver te schoppen. Ook zou ze wat meer op de weg kunnen rijden, maar ze neemt ook haar studie aan de Johan Cruyff University meer dan serieus en dat is ook in haar te prijzen. Ik zal Marlijn op de voet blijven volgen en ik ben benieuwd wat de komende jaren gaan brengen. Zij is vandaag de enige die ik in het zonnetje zet, want ik moet nog zes gedichten maken. (Foto: © Cor Vos)

Marlijn, Marlijn
een Europese titel is fijn,
maar je krijgt het pas echt warm en koud,
na het behalen van Olympisch goud.

Sint en Piet

Zo die is af. Nu nog maar vijf.

Geplaatst door Fred van Slogteren, 4 december 2006 23:00

Pierino GAVAZZI (1950, Italië)

Ik weet niet of het een record is, maar Pierino Gavazzi was twintig jaar lang professioneel wielrenner. Hij was 23 jaar toen hij bij de broodrijders debuteerde en 42 jaar toen hij afzwaaide. Ik heb geen idee of dat een record is, maar dat zou best kunnen. Zeker gemeten naar de renners van na de tweede wereldoorlog, want daarvoor gingen ze nog wel langer door. Denk maar aan Reggie Macnamara die een poosje geleden in deze rubriek langs kwam. Gavazzi is eigenlijk niet zo goed te vangen. Aan zijn uitslagen te zien was hij een typische eendagsrenner, maar hij startte ook zestien keer in de Giro d’Italia, waar hij vijf etappes won. Zijn beste klassering was 36e. Hij won een hele ris van die Italiaanse semi-klassiekers, waaraan hoofdzakelijk Italianen deelnemen en hij werd drie keer kampioen van zijn land. Zijn grootste overwinning is in 1980 Milaan-San Remo geweest en dan behoor je in Italië tot de goden en kun je niet meer stuk. Snelle klassiekers met een lastige finish lagen hem het best zo te zien, zoals Parijs-Brussel. Hij heeft een mooie erelijst, maar hij heeft er ruim de tijd voor genomen. Dat moeten zijn twee wielrennende zonen Nicola en Mattia nog maar zien te bereiken. Nicola zal dat zeker niet lukken, want die is al gestopt en Mattia werd in november 2004 met drie overwinningen op zijn naam voor veertien maanden geschorst wegens een positief plasje. Dat is pa nooit overkomen en hij is een van de weinige renners van zijn generatie die dat kunnen zeggen.

Geplaatst door Fred van Slogteren, 3 december 2006 23:00

« Vorige 1 2 3  ... 673 674 675 676 677 678 679 680 681 682 683  ... 701 702 703 Volgende »