Thorwald VENEBERG (1977, Nederland)

Iedere keer als ik Thorwald zie moet ik aan Marije Randewijk denken, de wielersportverslaggeefster van de Volkskrant. Ze lijken op elkaar als broer en zus, maar dat is kennelijk nog niemand anders opgevallen. Hij wordt vandaag al 29 jaar en hij komt zo langzamerhand al in de herfst van zijn carrière. Op zijn site ontdek ik dat hij al heel lang bezig is, want er staat een foto op van een jongetje van een jaar of twaalf met een wielerpetje op en een shirt met daarop de naam van schoonmaakbedrijf Bram Broerse, dat in de jaren tachtig amateurploegen sponsorde. De carrière van Thorwald – bijnaam uiteraard El Torro – nam echter pas goed een aanvang in 2005 toen hij de Grote Scheldeprijs won. Hij reed al jaren bij Rabobank maar behoudens zijn zege in de Noord-Nederland Tour in 2004 was de belofte nog niet ingelost. Het zal deels wel te maken hebben gehad met zijn studie, want de geboren Amsterdammer is inmiddels afgestudeerd inspanningsfysioloog. In 2005 reed hij een opvallende Ronde van Italië, waarin hij in de eerste week een berg van de derde categorie als eerste bedwong en de bergtrui pakte. Aan het eind van de dag stond hij in alle drie de klassementen bij de eerste drie. Kort daarna moest hij na een val opgeven. 2006 is een regelrecht pechjaar geweest. In de Tirreno Adriatico kwam hij door een overstekende hond zwaar ten val en hij brak zijn sleutelbeen en schaambeen. Net genezen en bezig aan zijn terugkeer kreeg hij er de ziekte van Pfeiffer overheen, die hem voor de rest van het seizoen uitschakelde. Ik ben benieuwd of hij de draad volgend jaar weer kan oppakken met de wens dat hij verder van pech gevrijwaard zal blijven. Misschien dat Marije eens een vlammend stuk kan schrijven over zijn prestaties met wellicht een onthulling. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 15 oktober 2006 22:00

Tom BOONEN (1980, België)

Het afgelopen wielerseizoen was voor Tom niet zo succesvol als het jaar 2005. Toen won hij in acht dagen tijd op superieure wijze de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix en aan het eind van een superzwaar seizoen ook nog de wereldtitel. Dit jaar was het allemaal iets minder en dat is volslagen normaal. Hij is fysiek helemaal volgroeid, maar mentaal kan het nog iets verbeteren. Door zijn overrompelende persoonlijkheid zou je wel eens vergeten dat hij nog niet helemaal op zijn top is. Hij heeft bijvoorbeeld nog te weinig ervaring met verliezen en hij heeft ook nog niet helemaal geaccepteerd dat hij nooit meer ongestoord even zichzelf kan zijn. Verder vind ik het jammer dat hij te veel op zijn sprint vertrouwt en te weinig zijn andere kwaliteiten uitspeelt. Gewoon in de finale van de anderen wegrijden, zoals hij vorig jaar in de Ronde van Vlaanderen deed. Hij wordt vaak vergeleken met Rik Van Looy, maar Rik II genoot het meest van zijn overwinningen als hij zijn tegenstanders had vernederd. Ze dood had gedaan, zoals hij dat formuleerde. Dat was voor hem het schoonste, de concurrentie dood doen. Daar genoot hij van op het moment dat hij zeker wist dat hij niet meer teruggepakt kon worden Dan balde hij de vuist en dan stroomde het geluksgevoel door zijn sterke lijf. Van Looy noemde dat ‚het beetje extra’. De Keizer van Herentals heeft heel veel gewonnen in zijn carrière, maar de mooiste overwinningen waren voor hem die waar hij alleen over de meet kwam. Ik hoop dat Tom Boonen dat met hem eens is, want Tommeke heeft te veel klasse om zich, met alle respect voor die twee, uitsluitend met Petacchi en McEwen te meten. Wat dat betreft is het jammer dat Bettini zijn ploeggenoot is. (Foto: Philip van der Ploeg)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 14 oktober 2006 22:00

Floyd LANDIS (1975, Verenigde Staten)

Ik weet niet of hij er stiekem op gerekend heeft, maar Floyd Landis zal vandaag op zijn verjaardag geen absolutie als cadeau krijgen. Hij is een gevecht aangegaan voor eerherstel en dat gevecht zal meer inspanning vergen dan het rijden van de Tour de France en hem meer emotie kosten dan zijn excommunicatie uit de mennonietengemeenschap ooit zal hebben gevergd. De slagingskans van zijn missie, lijkt me nul, maar toch gaat hij moedig en grondig te werk, want hij publiceerde eergisteren op zijn website een honderden pagina’s tellend pleidooi om zichzelf te ontlasten. De beschuldigende vinger gaat vooral naar het Franse dopinglab in Châtenay-Malabry, waar zijn A- en B-staal zijn geanalyseerd. Het is een gevecht om details dat hij gedoemd is te verliezen. De enige hoop van Landis is dat er ooit een verstandig UCI-bestuur zal zijn dat het IOC kan overtuigen dat de dopinglijst herzien moet worden. Medicamenten die schadelijk zijn voor de gezondheid van de atleet of competitievervalsend werken moeten op die lijst blijven en al het andere – zeker die waar renners voor hun lichamelijk herstel behoefte aan hebben – moeten eraf. Harm Kuipers en nog een aantal wetenschappers bepleiten dat al jaren, maar in het Zwitserse Aigle zijn ze oostindischdoof. Zo lang de hoortoestellenfabriek van Phonak geen apparaatje op de markt brengt dat zelfs bobo’s tot horen brengt, zo lang zal Landis schuldig blijven. Dus niks op zijn verjaardag? Nee, waarom ook? Hij heeft net een nieuwe heup gekregen. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 13 oktober 2006 22:00

Johan MUSEEUW (1965, België)

Een van de beste Belgische eendagsrenners aller tijden. De Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix waren zijn koersen en hij heeft ze allebei drie keer gewonnen. In Vlaanderen stond hij maar liefst acht keer op het podium en daarmee is zijn bijnaam De Leeuw van Vlaanderen bijna spreekwoordelijk. Hij won nog meer klassiekers en hij was ook twee keer winnaar van de wereldbeker. In 1986 was hij wereldkampioen, nadat hij een week eerder na afloop van Parijs-Tours had verklaard nooit meer op de fiets te zullen stappen. Hij had het gevoel enorm gefaald te hebben in de najaarskoers en Museeuw was mentaal kwetsbaar. Het was zijn vrouw Véronique die hem er van overtuigde dat het beter was zijn impulsieve verklaring in te trekken en als kopman van de Belgen naar Zwitserland af te reizen voor het WK in Lugano. Te vroeg, riepen de kenners, toen hij in de tiende ronde meemuisde met een groep van twaalf. Er zaten drie Zwitsers in die groep en die wilden voor eigen publiek eens wat laten zien. Daardoor werd een comfortabele voorsprong opgebouwd omdat alle sterke landen wel een mannetje vooraan hadden. Zo zaten de grote tenoren van het toenmalige peloton gevangen in de ploegentactiek en kon Museeuw het karwei afmaken. Het was eigenlijk niet zijn parcours en hij was allerminst favoriet, maar door slim te koersen en optimaal gebruik te maken van de verhoudingen in het peloton kon hij die dag de beste zijn. Hij stopte pas twee jaar geleden, maar hij is nog niet uit het nieuws. Museeuw’s naam werd genoemd toen de affaire Landuyt naar buiten kwam. Hij was al een half jaar gestopt toen hem een schorsing werd opgelegd van twee jaar. Hij mocht in die tijd geen enkele functie in de wielrennerij vervullen. Eind 2005 leek een veroordeling aanstaande, maar hij ging in beroep. Hoe het er nu mee staat weet ik niet, maar hij is nog regelmatig in beeld als PR-man van de QuickStep-ploeg waarvan hij enkele jaren geleden nog de dragende figuur was. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 12 oktober 2006 22:00

Knut KNUDSEN (1950, Noorwegen)

Je kunt deze renner vergelijken met drie Nederlandse coureurs. Qua naam is hij natuurlijk de Noorse Jan Janssen. Hij heeft ook iets gemeen met Hennie Kuiper. Zowel Kuip als De Noorman werden in 1972 Olympisch kampioen. Hennie won de wegwedstrijd en Knut de 4 kilometer achtervolging. Het meest vergelijkbaar is hij echter met Roy Schuiten, want hij was net zo’n ongelooflijke tijdrijder als het onlangs overleden hardrijfenomeen. Ze schelen in leeftijd maar negen weken, ze waren allebei twee keer wereldkampioen in de achtervolging. Roy bij de profs en Knut bij de amateurs en hoewel ze ook wegwedstrijden hebben gewonnen excelleerden ze toch vooral in tijdritten en achtervolgingen. Pure hardrijders. Ze beleefden allebei ook hun beste jaren in Italië. Knudsen reed daar lang voor het supermerk Bianchi op de meest gereputeerde racefiets ter wereld. Het merk wordt vaak geassocieerd met die mooie kleur groen, waar Jan Ullrich enkele jaren geleden nog in reed, maar er is ook de blauwe periode geweest. Dat zag er zo kek uit dat zelfs die Scandinavische kop van Knudsen er perfect bij paste. Hoewel hij zijn hele profcarrière in Italië fietste is hij in eigen land nog steeds een grootheid. Ik vond op internet de kwalificatie: ‚Knut Knudsen er en legende i norsk sykkelhistorie’. Als ze dat van je zeggen heb je het volgens mij helemaal gemaakt.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 11 oktober 2006 22:00

Uwe AMPLER (1964, Duitsland)

Eén van de beste renners uit de laatste periode van het Oost-Europese staatsamateurisme. Hij werd in Leipzig geboren en hij doorliep het gehele DDR-sportsysteem, dat vele kampioenen heeft voortgebracht. Zijn vader Klaus had hetzelfde meegemaakt en de naam Ampler staat al sinds 1963 op de erelijst van de Vredeskoers, de belangrijkste wielerwedstrijd voor een Oostblok-coureur uit die tijd omdat de grote West-Europese rondes en klassiekers voor hen verboden waren. Zoon Uwe voegde vier overwinningen aan die van zijn vader toe en samen evenaarden de Amplers het record van Steffen Wesemann, die vijf keer deze loeizware etappekoers wist te winnen. Uwe Ampler won nog veel meer. Hij was in de jeugdcategorieën twee keer wereldkampioen, voor hij in 1986 in Colorado Springs de regenboogtrui op de weg bij de amateurs veroverde. Ook was hij met drie Oost-Duitse collega’s – onder wie Mario Kummer de huidige ploegleider van T-Mobile – Olympisch kampioen op het onderdeel 100 kilometer ploegentijdrit. Na de val van de Muur kwam hij in 1990 in dienst bij PDM, de sterke Nederlandse ploeg met o.a. Breukink, Kelly en Alcala in de gelederen. Van Ampler werd verwacht dat hij voor die mannen zou knechten, maar dat zat niet in de aard van de Ossie. Toen in de Tour van dat jaar op l’Alpe d’Huez de beslissing leek te gaan vallen, had Breukink alle steun nodig van Kelly en Ampler die nog in zijn buurt waren. De Ier verzaakte niet, maar Ampler stak geen poot uit voor zijn kopman want hij was bezig met zijn eigen klassement. Ondanks een redelijk aantal etappeoverwinningen in kleinere koersen heeft Uwe Ampler zijn belofte bij de profs niet waargemaakt. Hij raakte later bij een dopingaffaire betrokken en hij werd een paria in het peloton toen hij de beschuldigende vinger wees in de richting van zijn ploegleider Godefroot. Er volgden jaren van gerechtelijke procedures die hij allemaal verloor en die hem heel veel geld hebben gekost. Hij onderbrak zijn carrière drie jaar lang en hij keerde terug in een onbekende Poolse ploeg. In die periode won hij voor de vierde maal de Vredeskoers. In september 2003 haalde hij nog een keer alle kranten door een vreselijk ongeluk waardoor hij in coma raakte. Ik heb niet kunnen vinden hoe het met hem is afgelopen, maar ik kwam wel een foto van hem tegen in een Milram-shirt. Op de site van deze ProTour formatie ben ik zijn naam echter niet tegengekomen. Weet iemand meer over Uwe Ampler en zijn tegenwoordige bezigheden? (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 10 oktober 2006 22:00

Bart BRENTJENS (1968, Nederland)

Iemand die gek is van de wielersport is besmet met de wielerbacil, zegt men vaak. Dat wordt natuurlijk niet letterlijk bedoeld, maar overdrachtelijk. Toch was het bij Bart Brentjens een bacteriële vergiftiging die hem tot de wielersport bracht. Als sportieve jongen deed hij in zijn jeugd zowel aan voetballen als aan schaatsen. Wielrennen was iets wat zijn neef deed en die heette Frans Maassen. Op een dag deed Bart mee aan een partijtje ijshockey. De dertienjarige scholier hield er een blaar aan over. So what, doorprikken, pleister erop, over. Maar Bart liep er mee door en de blaar werd een ontsteking, een hardnekkige infectie die zich vastzette in zijn scheenbeen. En toen moest de chirurg er aan te pas komen. Na de ingreep volgde de revalidatie, want Bart moest vrijwel opnieuw leren lopen. Om de natuur een beetje te helpen leende hij een oude racefiets van Frans en hij ging aan de slag. Veel leuker dan voetbal en schaatsen, concludeerde hij al snel. Hij vroeg een licentie aan en hij ging koersen. Niet onverdienstelijk, maar niet echt goed want er moest ook gestudeerd worden aan de middelbare tuinbouwschool. Toen hij uitgestudeerd was begon hij een tuinderij. Hij was inmiddels overgestapt op een nieuwe tak van het wielrennen: het mountainbiken. Eigenlijk had hij er geen tijd voor, maar met een goede planning kon hij toch het bedrijf goed runnen en op niveau aan zijn sport doen. Maar toen hij echt doorbrak en het buitenland hem graag aan de start zag, moest-ie kiezen tussen de fiets en het gewas. Het werd de fiets en daar heeft hij nooit spijt van gehad. Hij werd wereldkampioen in 1995 en een jaar later de eerste Olympische kampioen in zijn sport. Hij wordt vandaag 38 jaar, maar hij denkt nog niet aan stoppen en je zou het niet zeggen, maar de bescheiden Limburger is in grote delen van deze aardkloot, wereldberoemd! (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 9 oktober 2006 22:00

Reginald ARNOLD (1924, Australië)

In de jaren zestig kwamen de eerste Italianen en Spanjaarden naar ons land om hier het werk te doen waar Nederlanders geen trek meer in hadden. Ze werden gastarbeiders genoemd en dat was een nieuw woord in ons taalgebied. Het verschijnsel kenden we echter al veel langer, vanuit onder meer de wielrennerij. Bob Spears zal wel niet de eerste Australiër zijn geweest die in Europa zijn geluk kwam beproeven, maar wel een van de bekendste. Er zijn er vele gevolgd. Zo kwamen in 1947 twee jonge Aussies met de boot naar Engeland. Hun bagage bestond uit wat bescheiden bezittingen en een baanfiets en hun namen luidden Alfred Strom en Reginald Arnold. Ze vonden een kamertje in Londen en van daaruit probeerden ze een contractje te bemachtigen voor baanwedstrijden. In Engeland was dat moeilijk, maar toen ze door hadden dat je daarvoor in België moest zijn, kwamen ze aan de bak. De locomotief Strom en de razendsnelle flyer Arnold groeiden in korte tijd uit tot een van de beste zesdaagsekoppels van hun tijd. Hun eerste overwinning in een SIX vierden ze in 1949 in New York en daarna wonnen ze er nog een aantal. In 1952 gingen ze uit elkaar, maar ze bleven succesvol zij het met wisselende partners. Strom bracht totaal negen zesdaagsen op zijn naam en Arnold zestien. Ze waren aan het eind van hun carrière volledig verbelst, maar in tegenstelling tot Strom die in Brugge bleef wonen, keerde Arnold terug naar zijn vaderland ‚way down under’. Strom overleed in 1973, maar als Reginald Arnold nog leeft dan wordt hij vandaag 82 jaar en woont hij waarschijnlijk in zijn geboorteplaats Murwillembank. Het lijkt een onmogelijke vraag, maar weet iemand iets meer van deze voormalige baangeweldenaar? Graag een reactie. (Foto: archief Wim van Eyle)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 8 oktober 2006 22:00

Philippe THYS (1890, overleden 17.01.1971, België)

In het jaar dat deze Belgische wielergigant zijn eerste Tour de France won, werd mijn moeder geboren. Ze heeft in haar lange leven revolutionaire veranderingen meegemaakt en ze is daar op haar manier mee omgegaan. Ze begreep niks van de werking van al die moderne verworvenheden, maar ze maakte er als dankbaar consumente gretig gebruik van. Andersom is heel wat lastiger, want je kunt je toch niet voorstellen dat Michael Boogerd voor zijn deelname aan de Tour het diploma meestersmid zou moeten overleggen. Toch moest je anno 1913 dat vak terdege beheersen om bij pech verder te kunnen. Daaraan dankt Flup Thys zijn eerste Tourzege, omdat zijn grootste opponent Eugène Christophe, bijgenaamd De Galliër, het kader van zijn fiets brak en dat persoonlijk in een smidse moest repareren. De juryleden stonden er satanisch met hun neus bovenop toen Christhope zijn energie uitleefde met hamer en aambeeld, maar een handje tekort kwam voor het bedienen van de blaasbalg. De knecht van die kleine onderneming hielp een handje en die eikels van de jury trokken direct het rode potlood en noteerden 30 minuten tijdstraf. Nou ja!!! Intussen peddelde Thys vrolijk verder in de wetenschap dat Christophe die avond op meer dan drie uur achterstand zou staan. In zijn tweede Tour nam het noodlot wraak en hem overkwam iets dergelijks. Maar óf de smederij was dichterbij óf hij was een betere smid, want de Brusselaar won ook zijn tweede Tour die startte op de dag dat in Serajewo aartshertog Franz Ferdinand werd vermoord. Dat was de directe aanleiding voor de eerste wereldoorlog. Vier jaar lang kon de Tour daardoor geen doorgang vinden. Bij de hervatting in 1919 stapte Flupke al in de eerste etappe af, omdat hij het niet eens was met het financiële voorstel van zijn sponsor Peugeot, die voor de eindoverwinning nog maar een kwart wilde betalen van het bedrag waar Thys op had gerekend. De Franse kranten noemden hem een mietje en dat kwam hij in 1920 even rechtzetten. Het werd de mooiste zege van zijn carrière, want hij heerste van start tot finish. Hij werd de eerste drievoudige winnaar van de Tour en zijn record zou 35 jaar stand houden. In 1955 won Louison Bobet zijn derde en precies weer 35 jaar later evenaarde Greg LeMond dat aantal. In de tussentijd scoorden Jacques Anquetil, Eddy Merckx en Bernard Hinault echter vijf zeges, maar wel zonder het diploma Maître Forgeron.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 7 oktober 2006 22:00

Lucien GILLEN (1928, Luxemburg)

Tot de ontgroeningspraktijken voor schoolverlaters in het bedrijfsleven behoorde vroeger de opdracht om de map van de Zwitserse marine te gaan halen. Het had ook de lijst met Luxemburgse wielerbanen kunnen zijn. Zwitserland heeft geen marine voor zo ver ik weet en Luxemburg geen wielerbaan. Nooit gehad ook, vermoed ik, maar toch bracht het kleine land in de jaren vijftig een van de beste pistiers van die tijd voort. Lucien (roepnaam Lull, uit te spreken als loel) Gillen was een zwierige alleskunner die zowel op de weg als op de baan nationale titels behaalde. Zo won hij op de weg de Ronde van Picardië en verbeterde hij ooit het wereldrecord over vijf kilometer op overdekte banen. Maar hij was op zijn best in de zesdaagsen, vaak samen met de Italiaan Ferdinando Terruzzi. Ze bonden op spectaculaire wijze de strijd aan met de grote koppels van toen, als Van Steenbergen-Severijns, Schulte-Peters, Carrara-Forlini en Strom-Arnold. Gillen startte in 141 zesdaagsen en hij won er tien. De Luxemburger kwam uit een ander milieu dan de meeste andere wielrenners van toen. Hij was een erudiete man die financiële economie had gestudeerd, maar die zijn liefde voor de fiets niet kon negeren. Als renner was het een absolute vakman en een goede collega. Dat vertelde Peter Post mij die in het winterseizoen 1959/’60 met Gillen de zesdaagse van Munster won. Post herinnert zich de Luxemburger als een echte gentleman. Nooit schreeuwen, nooit vloeken, rustig en beschaafd zijn eigen gang gaan. Een man met stijl en opvoeding. Hij had een fijn gevoel voor humor en met zijn droge opmerkingen kon hij iedereen aan het lachen krijgen. Na zijn carrière ging hij het bankwezen in en hij schopte het ver in de omvangrijke wereld van de Luxemburgse financiële dienstverlening. Hij liet zich nog wel eens zien bij de ronde van zijn land maar verder was het wielrennen verleden tijd. Begrijpelijk als je 141 zesdaagsen hebt gereden. Dat is meer dan 20 duizend uur buffelen. (Foto: srchief Wim van Eyle)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 6 oktober 2006 22:00

« Vorige 1 2 3  ... 678 679 680 681 682 683 684 685 686 687 688  ... 700 701 702 Volgende »