Sylvère MAES (1909, overleden 05.12.1966, België)

Toen hij in 1936 zijn eerste Tour won was hij nog maar 25 jaar en drie jaar later 28 toen hij zijn tweede Touroverwinning behaalde. Die tweede had al in 1937 behaald kunnen zijn, maar door allerlei chauvinistische manipulaties van de Franse inrichters, die liever hun landgenoot Lapébie zagen winnen, ging Maes met de hele Belgische ploeg voortijdig naar huis. In 1939 had hij eigenlijk maar één grote concurrent en dat was de Italiaan Gino Bartali. Daarom is het best verantwoord om te stellen dat hij de Tour nog enkele malen had kunnen winnen als er geen oorlog was geweest. Hij was een echte ronderenner die zijn krachten goed kon verdelen en zich zelden liet verrrassen. Na de tweede wereldoorlog koerste hij nog enkele jaren, maar grote successen waren er niet meer bij.
In 1950 werd hij door de Belgische wielerbond aangesteld als ploegleider van de nationale ploeg, die onder meer in de Tour de France werd ingezet. Die ploegleiders van toen – Marcel Bidot voor Frankijk, Alfredo Binda voor Italië, Kees Pellenaars voor Nederland en Maes dus voor België – hadden in feite alle macht en Maes maakte nog wel eens keuzes die niet in het belang van de Belgische kansen waren. Daarin speelde de verborgen strijd tussen Vlamingen en Walen een grote rol. Er is zelfs wel eens gesuggereerd dat Maes graag voor eeuwig de laatste Belgische Tourwinnaar wilde blijven. Waar het zijn eigen waarneming betreft is hem dat gelukt, want hij overleed in 1966 en pas drie jaar later werd hij als Belgische Tourwinnaar opgevolgd door Eddy Merckx. Zijn café Au Tourmalet in Gistel – langs de route van de Ronde van Vlaanderen – is een soort bedevaartsoord voor de echte Vlaamse wielerliefhebber en dat is het bij mijn weten nog steeds, veertig jaar na het verscheiden van Lepe Peer.

(op de foto Maes in gesprek met collega Kees Pellenaars)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 27 augustus 2006 0:00

Chris BOARDMAN (1968, Groot Brittannië)

Engeland is geen groot wielerland en behoudens een enkeling – zoals de betreurde Tommy Simpson – zijn er weinig bekende Britse wielrenners geweest. Er heerst daar ook niet de continentale wielercultuur en de wielersport wordt er dan ook beoefend met de voorkeuren van de Brit. Ze zijn daar dol op tijdritten en die worden met grote regelmaat georganiseerd. Met het gevolg dat Engeland veel hardrijders heeft voortgebracht, die echter voornamelijk in eigen land bleven. Alleen bij het wereldkampioenschap achtervolging was er altijd wel een sterke Brit in het toernooi en we maakten kennis met tempobeulen als Cyril Cartwright, Peter Brotherton, John Geddes, Ian Hallam en vooral Hugh Porter. Bij de Spelen van 1992 in Barcelona was er weer zo’n flonkerende diamant in het pure hardrijden die de concurrentie verpletterde en lachend naar het goud reed. Chris Boardman heette hij en hij ging op zoek naar mogelijkheden om zijn uitzonderlijk talent als jachtrijder zoveel mogelijk uit te buiten. Zijn ambitie was het winnen van de Tour de France, maar dat vereist meer en daar kon Chris niet aan voldoen. Wel won hij een hele reeks prologen en tijdritten in tal van rittenkoersen, inclusief de Tour. De meeste naam heeft hij gemaakt met het twee maal verbeteren van het werelduurrecord op een moment dat het record aller records een soort opera comique was geworden. Nadat Francesco Moser op een heel speciale fiets en in zijn nadagen het record van Merckx uit de boeken had gereden, volgden nog meer pogingen op steeds vreemdere fietsen met als hoogtepunt – of dieptepunt zo u wilt – het vehikel van de Schot Graeme Obree. Ook Boardman verbeterde het record op een merkwaardig rijwiel en bracht het op 56 km. en 375 meter. Nadat die afstand in de annalen was bijgeschreven bepaalde de UCI dat het record alleen nog maar verbeterd mocht worden met een fiets die aan bepaalde voorschriften voldeed en zo werd Eddy Merckx ineens weer werelduurrecordhouder met zijn tijd uit 1972. Met een superlicht baanfietsje verbeterde Chris ook dit record, maar met slechts 10 meter verschil en bracht het op 49 km en 441 meter. Vorig jaar is het pas verbeterd door de volslagen onbekende Tsjech Ondrej Sosenka, die in een uur tijd op een baan in Moskou 259 meter meer reed. Wie zal het eerst over de 50 kilometer gaan? Niet Chris Boardman, want die stopte in 2000 met de wielersport.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 26 augustus 2006 0:00

Gilberto SIMONI (1971, Italië)

Als familielid en plaatsgenoot van Francesco Moser raakte Gilberto al heel jong besmet met de wielerbacil en daarom wilde hij wielrenner worden en niets anders. Hij had talent, veel talent. Vooral als het omhoog ging en het liefst zo steil mogelijk. Dan was hij in zijn element. Zo werd hij een van de beste klimmers van zijn generatie en won hij twee keer de Ronde van Italië. In 2003 was hij zo sterk dat Stefano Garzelli en Sergei Honchar veel meer aandacht kregen bij hun strijd om de tweede plaats dan hij. In de drie jaar die volgden ging het in de Giro minder met de man uit Trentino, maar hij bereikte wel steeds het erepodium. In 2004 derde achter Cunego, in 2005 tweede achter Savoldelli en dit jaar derde achter Basso. Simoni heeft in Italië een grote schare supporters, maar onder zijn collega's is hij niet zo geliefd. In de Lampre-ploeg kreeg hij het vorig jaar aan de stok met Cunego en de ploegleiding liet hem vallen als een baksteen. Daarna had de gearriveerde vedette de grootste moeite om een nieuwe werkgever te vinden en dat heeft ongetwijfeld te maken met zijn reputatie. Dit jaar haalde hij in de Giro alle media met zijn bewering dat Ivan Basso hem tegen betaling de overwinning in de 20e etappe had aangeboden, toen ze samen aan de leiding reden. Simoni wees het aanbod van de hand, waarna Basso hem droogweg losreed en met een foto van zijn pasgeboren kind dolgelukkig over de finish kwam. Een merkwaardige actie als je net hebt geprobeerd de overwinning te verkopen. Simoni werd dan ook niet geloofd en hij kreeg drieduizend euro boete. Ik heb de stem van Simoni nooit gehoord, maar daar is iets bijzonders mee. Het vierjarige dochtertje van een echtpaar, dat tot de fanatieke supporters van Simoni behoort, werd door een auto aangereden en ze werd in coma in het ziekenhuis opgenomen. Vier maanden later ontwaakte het meisje, omdat haar ouders aan haar bed een bandje afdraaiden met de stem van het familieidool. Ze sloeg de ogen op en het eerste woord dat ze sprak was ‘Bebo’, het koosnaampje waarmee Gilberto in het gezin werd aangeduid. Zijn beeltenis staat sindsdien ongetwijfeld in menig kapelletje. (© Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 25 augustus 2006 0:00

Roger DE VLAEMINCK (1947, België)

Ik heb deze Belgische vedette een keer geïnterviewd. Ik had me een drukke extraverte man voorgesteld, gezien het explosieve van zijn rennerskarakter, maar dat viel mee. Hij zat er wat slaperig bij en hij ging direct op de automatische piloot door plichtmatig de verhalen te vertellen, die hij al duizend keer verteld had. Hij was in zijn tijd een superrenner, want hij won een of meer keren Parijs-Roubaix, de Ronde van Lombardije, Milaan-San Remo, Luik-Bastenaken-Luik, de Ronde van Vlaanderen, Parijs-Brussel, de Waalse Pijl, de Omloop Het Volk en het Kampioenschap van Zürich. Hij heette daarom een klassiekerspecialist te zijn, maar hij won ook de Vierdaagse van Duinkerke, de Ronde van Zwitserland (en hoe, met zes etappeoverwinningen!) en zes keer op rij de Tirreno Adriatico. Het interview ging om zijn overwinning in Parijs-Roubaix 1977, maar daar wist hij niet veel meer van. Wel die van 1975, daarvan kende hij nog alle details. Ik vroeg waarom en hij zei, terwijl hij voor het eerst een betrokken indruk maakte, ‘omdat ik daar d’n Eddy heb geklopt, en dat was ’t schoonste hè: Eddy kloppen!’ En hij vertelde verder over de haatliefdeverhouding met de grootste renner aller tijden, die hij zo nu en dan wist te verslaan. Die overwinningen koestert hij als iets zeer bijzonders en ik krijg een waarachtig beeld van de inborst van een topwielrenner. ‘Eddy’ dat was iets van een andere planeet en hem de baas zijn was een ambitie, die alleen de heel groten mochten koesteren. “Een enkele keer konden mannen als Maertens, Godefroot en Vanspringel dat. Ik heb het ook een aantal malen gepresteerd en Joop natuurlijk ook.” De naam van Merckx valt in de rest van het gesprek nog vele malen en hij maakt mij duidelijk dat de twee bepaald geen vrienden waren en jarenlang niet met elkaar hebben gesproken. Daarom is het opmerkelijk dat Roger zijn jongste kind – hij is een oude ‘jongevader’ – de naam Eddy heeft gegeven. (© Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 24 augustus 2006 0:00

Johan BRUYNEEL (1964, België)

Er werd als renner veel van hem verwacht. Het was ook geen alledaagse jongen, deze charmante en sympathieke coureur uit Izegem, de woonplaats van Patrick Sercu. Een elegante en gesoigneerde verschijning met een HBO-opleiding Marketing op zijn conto. In zijn profcarrière reed hij onder meer voor Lotto, Once en Rabobank. Hij had bovendien een vriendin waar iedere man het hoofd voor omdraaide, tenzij die blind of gecertificeerd homo was. Met Muriel aan zijn zijde gingen alle deuren voor Johan open. Toch is er niet uitgekomen wat er van hem werd verwacht. Hij begon zijn wielerleven op de baan en daar deed hij de souplesse op waarmee je als wegrenner het verschil kunt maken. Als beroepsrenner ging hij meer op de weg rijden en hij ontdekte zich zelf. Hij kon goed bergop en reed een redelijke tijdrit. Hij won de Henninger Turm, maar hij was toch vooral een ronderenner. In 1990 won hij de Tour de l’Avenir en hij won etappes in de Tour, de Vuelta en in kleinere rondritten, maar een derde plaats in de eindstand van de Ronde van Spanje 1995 was toch zijn plafond. Hij was iemand met een helder verstand die alles wat hij zag en beleefde op zijn harde schijf zette. Hij stopte in 1998 en werd toen direct benaderd door Lance Armstrong om de US Postal-ploeg te gaan leiden, waarmee Lance na het overwinnen van zijn ziekte verpletterend terugkwam. Ik denk dat we het aandeel van Bruyneel in het succes van Armstrong niet moeten onderschatten. De Amerikaan weet precies wat hij wil, maar ik denk dat dat toch vaak is geweest na overleg met zijn Belgische vriend. Na het afscheid van Armstrong is de ploeg nog niet het solide bolwerk van weleer, maar als grote ploeg zou ik Discovery Channel vooralsnog niet afschrijven. Zeker zolang Johan Bruyneel daar de dienst uitmaakt. (© Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 23 augustus 2006 0:00

Theo BOS (1983, Nederland)

Als ik Theo zie rijden en vaak zie winnen denk ik altijd: doet hij dit over vijf jaar nog? Wereldkampioen worden of net niet of een Olympische plak winnen is hartstikke mooi en ook ik geniet daarvan, maar verder? Met enkele collegasprinters treedt hij in de wintermaanden op in het voorprogramma van zesdaagsen. Ik geloof echt wel dat hij daar waar voor zijn geld levert, maar ik vind het toch een nummertje opvoeren, een soort kermisattractie en dat is beneden zijn niveau. Ik had hem liever als topsprinter in wegkoersen gezien in competitie met McEwen, Boonen en Freire. Dat had hij volgens Gerrie Knetemann kunnen worden, als …
In 2003 had ik een gesprek met de toenmalige bondscoach over het begeleiden van wielertalent. Over Theo zei hij toen:
"Van Theo Bos weet niemand meer hoe goed die vent op de weg was. Ik toevallig wel. Die jongen werd door de Rabobank niet goed genoeg bevonden omdat hij het postuur van een klimmer niet had. Nou vraag ik je? Die jongen is gedwongen om op de baan te gaan fietsen. Als ik iets bij een ploeg te vertellen had, dan had ik hem gelijk een contract gegeven met de instructie: Theo ga jij volgend seizoen ook weer eens lekker op de weg fietsen. Het één bijt het ander toch niet?” Als dat verhaal klopt dan zou Theo Bos nu het sprintkanon zijn dat Touretappes en tal van andere koersen had gewonnen en nog zou winnen en daar wellicht veel meer sportieve satisfactie uithalen dan uit zijn optredens in de zesdaagsen. De tijd dat de stadions volliepen als een tiental grote sprinters op de affiches stond komt nooit meer terug. En behoudens de wereldkampioenschappen en de Olympische Spelen is Theo Bos veel te goed om een kermisattractie te zijn. Maar het is nog niet te laat, hij wordt vandaag pas 23. (© Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 22 augustus 2006 0:00

Miel SEVEREYNS (1931, overleden 30.11.1979, België)

De in Schoten nabij Antwerpen geboren Miel Severeyns was een echte baanrenner die zijn geld tussen 1953 en 1970 voornamelijk verdiende in de zesdaagsen. Hij reed er 151, waarvan hij er 25 won. De meeste met Rik Van Steenbergen als koppelgenoot, een van de grootste renners aller tijden. Hoewel Severeyns klasse had, maar ook niet meer, werd hij aan de zijde van Rik I een grote. Dan kon hij meer dan zonder The Boss. Van Steenbergen had het vermogen bij zijn partners iets extra’s op te wekken, waardoor ze boven zich zelf uitstegen. Bij Miel Severeyns was dat heel duidelijk het geval, zo vertelde Peter Post mij, die eerst met Rik Van Looy en later met Fritz Pfenninger de grootste concurrent was van het duo Van Steenbergen-Severeyns. Peter herinnert zich hem ook als een prettige collega, die een geweldige inzet had. Het was een stille, rustige man die zich uitstekend thuisvoelde in de schaduw van Van Steenbergen voor wie hij door het vuur ging als het moest. Hij was heel gedisciplineerd en hij kon heel diep gaan. Post heeft nooit een zesdaagse met de Belg gereden, maar wel enkele koppelkoersen. ‘Die jongen was een heel goede ploegkoerser en hij is natuurlijk veel te jong overleden. Ik ben nog op zijn begrafenis geweest en daar waren heel veel mensen aanwezig. Ik mocht hem erg graag en ik was duidelijk niet de enige.’ (foto: archief Wim van Eyle)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 20 augustus 2006 0:00

Gerard VELDSCHOLTEN (1959, Nederland)

Deze aimabele oud-coureur uit Oldenzaal heeft de naam fysiek een fantastische coureur te zijn geweest, maar er zat geen kop op. Zo wordt Gerard al jaren weggezet als een domme renner. Ik heb dat altijd een belediging gevonden aan het adres van een coureur die in 1988 de Ronde van Romandië won. Dan kun je wel wat, want van Hennie Kuiper heb ik eens gehoord hoe zwaar die koers is. Zeker gezien de plaats op de agenda, heel vroeg in het seizoen als de Zwitserse Alpen nog lang niet klaar zijn om de vele wandel- en fietstoeristen een prachtige vakantie te bezorgen. Ook het feit dat hij in diverse andere rondes – inclusief de Tour en de Vuelta - altijd kort eindigde, spreekt in zijn voordeel. En verder? Ja, Gerard was een knecht, maar wat wil je als je in de topjaren van Zoetemelk, Kuiper, Raas en Knetemann beroepsrenner wordt en een plekje krijgt in de fameuze Raleigh-ploeg. Dan mocht je veel, maar geen kopman zijn. Wel zo nu en dan je kans gaan en dat heeft Gerard meer dan eens gedaan. Maar als er geknecht moest worden, dan stond hij er. In het boek Karaktermens Peter Post staat een mooie anekdote, die zowel een goed beeld geeft van Post als van Veldscholten. ‘Gerard Veldscholten had zich in een bergetappe weer eens helemaal uit de naad gewerkt voor de ploeg en hij was op grote achterstand geraakt. Het publiek was al naar huis toen hij tientallen minuten na de winnaar, uitgeput maar nog wel net op tijd, over de finish kwam. Iedereen was weg, maar Post stond nog op zijn laatste renner te wachten. Hij hielp Veldscholten zwijgend van zijn fiets en hij ondersteunde hem naar het hotel. Het was vertederend om te zien: de bezorgde vader met zijn uitgeputte zoon. Bij de soigneurskamer van Ruud Bakker aangekomen, realiseerde Post zich echter dat hij zich even in zijn kaart had laten kijken en hij draaide snel de knop om. Tegen Bakker zei hij vervolgens met een kille, afgemeten stem: “Hier heb je een dweil, maak er maar weer een renner van.”

Van Peter Post, Joop Zoetemelk en Hennie Kuiper hoef je geen denigrerende opmerking over Gerard te verwachten. Wel veel waardering!

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 19 augustus 2006 0:00

Cédric VASSEUR (1970, Frankrijk)

Het zou een leuke quizvraag zijn: ‘Peter Post besloot zijn loopbaan als ploegleider eind 1994. Dat is nu twaalf jaar geleden. Welke renners die nog voor Post hebben gereden zijn nog steeds actief?’ Ekimov zal menigeen roepen, maar die is aan zijn allerlaatse maanden als renner bezig. Het goede antwoord is Cédric Vasseur, die in 1993 als stagiair bij de Franse Novemail-ploeg reed, waarvan Post een overigens weinig succesvol sportdirecteur was. Voor de rest zijn de renners uit die ploeg allang gestopt, maar Vasseur is nog steeds actief en ook nog een van de beste Franse renners van dit moment. Hij wordt vandaag 36 jaar en daarom zal zijn carrière niet lang meer duren. Hij is een aanvallende renner die vaak in ontsnappingen te zien is. Dat leidt niet altijd tot succes, maar in de QuickStep-ploeg is hij een toegewijd en gewaardeerd helper. Hij komt uit een echt wielernest, want vader Alain was in de jaren zeventig een degelijk profrenner die een keer een etappe in de Tour won. Ook oom Sylvain was een goede coureur die in 1971 de Ronde van Luxemburg op zijn naam schreef. Het zag er lang niet naar uit dat Cédric in hun voetsporen zou treden, want hij studeerde op de universiteit voor ingenieur. De Nordist kon de wielerbacil echter niet weerstaan en toen de kans zich voordeed bij de grote Peter Post het vak te leren, hapte hij toe. Hij werd een goede, modale profrenner die zich vaak laat zien en bij tijd en wijle zijn prijzen pakt. De laatste overwinning van Cédric dateert echter al weer van 2004 en dat was een etappe in de Tour du Limousin. Hij heeft in zijn carrière nogal wat getobt met dopingperikelen. Eerst werd hij in 2001 48 uur geïnterneerd voor vermeend epo-gebruik. Zijn ploeggenoot Philip Gaumont gaf het toe, maar Vasseur niet. De onderzoeken waren toen nog niet zo nauwkeurig als nu, zodat hij vrijuit ging. Hij had zich weerbaar getoond en dat was hij weer toen hij een paar jaar later van cocaïnegebruik werd beschuldigd. Hij vocht dat aan door zijn haar te laten onderzoeken. Dat toonde zijn gelijk aan en later weer niet, waardoor hij een DNA-onderzoek liet doen om aan te tonen dat de positieve haren niet van hem waren. Hij kreeg gelijk en bewees daarmee onomstotelijk dat er soms bij dopingcontroles wordt gesjoemeld. Het heeft zijn motivatie kennelijk niet beïnvloed, want hij heeft inmiddels laten weten zijn carrière nog minimaal een jaar voort te willen zetten. (© Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 18 augustus 2006 0:00

Filippo SIMEONI (1971, Italië)

Deze coureur is al sinds 1995 beroepsrenner en hij veranderde in die jaren regelmatig van werkgever. Hij is geen grote, hoewel hij etappes won in de rondes van Spanje, Oostenrijk en Luxemburg en vorig jaar nog een rit in de Ronde van Qinghai Lake in China. Simeoni is veel bekender geworden door zijn dopingperikelen en de strijd die hij al jaren aanbindt tegen de hypocrisie binnen het peloton. Hij haalde zich daarmee de woede op de hals van Lance Armstrong himself, die er persoonlijk op toezag dat Simeoni geen prijs meer reed in koersen waar hij zelf ook aan de start stond.
Wat zijn de feiten? In 2001 werd Simeoni voor zes maanden geschorst, nadat bij hem epo was aangetoond. Voor de rechtbank van Bologna bekende hij schuld en daarmee was een schorsing onvermijdelijk. De Italiaan heeft echter een sterk ontwikkeld rechtvaardigheidsgevoel dat hem ingeeft dat het van de gekke is dat de renner gestraft wordt, terwijl de arts die het hem heeft geadviseerd en het heeft toegediend buiten schot blijft. Daarom bracht hij de praktijken van de arts Michele Ferrari naar buiten. Dat resulteerde in een proces tegen de medicus, waar Simeoni als getuige optrad. Er werd een celstraf van veertien maanden geëist en een geldboete van 900 euro, maar het bewijs kreeg men niet rond. De arts werd vrijgesproken. Hij was in die periode als ploegarts verbonden aan de US Postal formatie van Lance Armstrong en de Texaan was in die tijd de belangrijkste getuige à décharge van de Italiaanse arts. Toch blijft zijn naam rondzingen, evenals andere namen.
Ik doe hier geen uitspraken over Ferrari, maar Simeoni heeft een punt als hij stelt dat het niet de wielrenners zijn die de medicamenten ontdekken die wellicht prestatiebevorderend zijn, maar de artsen. De tijd van de peppilletjes uit de koffers van duistere medicijnmannen die zich soigneur noemen is voorbij. In plaats daarvan zijn er artsen die heel veel geld verdienen aan het begeleiden van renners. Om dit doeltreffend aan te pakken zou men niet alleen de renner moeten straffen, maar in de eerste plaats de sponsor onder wiens dekmantel dit allemaal plaatsvindt. Waarbij ik onmiddellijk aanneem dat bij de meeste ploegen de artsen zich uitsluitend bezig houden met de gezondheid van de renners en niet met andere zaken.
En wat Simeoni betreft: die wordt vandaag 35 jaar en hij rijdt voor Naturino Sapore di Mare. Dat klinkt in ieder geval erg gezond en van zeep ga je volgens mij niet harder rijden. Je wordt er wel schoon van en dat is toch het streven? Ja toch dokter?
(© Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 17 augustus 2006 0:00

« Vorige 1 2 3  ... 652 653 654 655 656 657 658 659 660 661 662  ... 669 670 671 Volgende »