Walter GODEFROOT (1943, België)

Ik heb in deze weken een beetje medelijden met Walter Godefroot. Hij wordt ineens van alle kanten belaagd omdat de renners die in de jaren negentig voor Telekom reden ineens van alles bekennen. Heel Duitsland staat op zijn kop en er worden allerlei rare dingen bedacht om de wielersport uit de publieke belangstelling te weren. Alsof wielrenners moordenaars zijn, die zo spoedig mogelijk achter slot en grendel moeten. Zelfs de organisatie van het WK in Stuttgart staat op losse schroeven. En dat alles terwijl de brave Walter in die tijd de hoogste baas was van de Telekom-wielerploeg. Hij is van een generatie die altijd heeft ontkend, net als al zijn collega’s van toen. Mijn naam is haas, ik weet van niets. Het was jarenlang het standaard antwoord als doping in de wielersport ter sprake kwam. En daarom heb ik meelij met hem, omdat hij een groot renner was die zich als een van de weinigen enigszins staande hield in het Merckx-geweld van de jaren zestig en zeventig. Hij won acht klassiekers, waarbij de Ronde van Vlaanderen (2x), Parijs-Roubaix en Luik-Bastenaken-Luik. Hij heeft ook een record op zijn naam staan, want hij won ooit een rit in de Ronde van Tunesië met het onvoorstelbare uurgemiddelde van 52 kilometer en 708 meter. Na zijn loopbaan werd hij eerst bondscoach van de junioren en daarna ploegleider. Toen de bazen van Team Stuttgart de hele ploeg overdeden aan Deutsche Telekom was er geen plaats meer voor ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 1 juli 2007 22:00

Matthé PRONK (1974, Nederland)

Voor Matthé Pronk heb ik een zwak. Ik maakte hem in mei 1999 een dag mee in de Grote Prijs Wallonië. Hij zat toen in de Rabobank-ploeg en hij leek wel een jonge hond. Speels, druk, goedlachs en onervaren. De renners waren nog maar net vertrokken toen hij al langs de kant van de weg zijn lijf met een gouden parabool aan de berm verbond. Even later gierde hij ons voorbij op weg naar het peloton. Later in de koers moest ploegleider Adri van Houwelingen hem tot rust manen, nadat hij wel erg fanatiek aan de kop van het peloton aan het sleuren was, terwijl er in de kopgroep vier Raborenners zaten. Het werd hem met een vaderlijke glimlach vergeven. Inmiddels is hij met zijn 33 jaar een gelouterde prof bij unibet.com, die je de kop niet meer gek maakt. Ik herken hem altijd direct in de groep of op de baan in de zesdaagse, met die geheel eigen diepzittende stijl en die brede nek. In 2003 schreef ik het boek ‚Wielerhelden van Oranje’ en daarin staan mini-biografieën van alle Nederlandse renners die ooit wereld- kampioen waren. En dus moest ik ook een stukje schrijven over zijn vader, die in 1979 en 1981 wereldkampioen bij de amateurstayers was. Twee jaar daarvoor was Matthé senior aan kanker overleden en daarom belde ik junior in zijn huis in België. Het werd een lang gesprek met veel stiltes van zijn kant, waarin ik alleen zijn gesnif hoorde. Hij vertelde over de timmerman die zijn vader was die nooit een dag verzuimde, maar na het werk niet wist hoe snel hij naar huis moest gaan. Thuis bij zijn vrouw en vijf kinderen, waarmee hij zo gelukkig was. Een natuurliefhebber die altijd honden, kippen en duiven om zich heen had en zielsgelukkig was als hij in zijn tuin kon rommelen. Stukkie fietsen, stukkie ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 30 juni 2007 22:00

Corine DORLAND (1973, Nederland)

In 2003 kreeg ik opdracht van de KNWU om ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan van de wielerbond een jubileumboek te schrijven. Daarin moest ook plaats zijn voor 81 mini-biografieën van alle Nederlandse wielrenners en wielrensters die ooit wereldkampioen waren geweest of goud hadden gewonnen op de Olympische Spelen. Het boek, met de wat voor de hand liggende titel ‘Wielerhelden van Oranje’ was al bijna klaar toen we er achter kwamen dat Nederland ook wereldkampioenen heeft gehad in het wieleronderdeel fietscrossen. Dat was op een vrijdag en het boek was al geheel opgemaakt om de dinsdag daarna naar de drukker gaan. Gelukkig bleek het slechts om twee personen te gaan, maar daarvoor moest wel bijna het hele boek op de schop. Die twee waren Robert de Wilde, wereldkampioen 1999 en Corine Dorland, tienvoudig wereldkampioene fietscross, waarvan zeven in de jeugdrangen. Er zat niets anders op, in het weekend moest ik ze zien te interviewen. Bij Robert was dat een beetje lastig, want hij woont als vedette in die sport in de Verenigde Staten, omdat daar de meeste wedstrijden zijn. Ik kreeg zijn telefoonnummer, maar dat werd niet beantwoord. Gelukkig is zijn vader in Kampen de grootste supporter van Robert en die wist misschien nog wel meer van de carrière van zijn zoon, dan de oud-wereldkampioen zelf. Ik ben er uitstekend uitgekomen met De Wilde senior. Bij Corine lag het eenvoudiger en binnen het half uur had ik haar aan de telefoon. Ze woont in de Zaanstreek en woonde toen nog samen met Danny Stam, met wie ze inmiddels is getrouwd. Het werd een moeizaam gesprek, omdat ik toen nauwelijks wist wat fietscrossen is. Maar Corine had veel geduld met me en samen kwamen we tot het gewenste resultaat. Ze vertelde me alles over BMX-fietsen, startheuvels, kombochten, table-tops, enzovoort. Een paar jaar later meldde ik me bij de persbalie van de Zesdaagse van Amsterdam en daar werd ik aan mijn accreditatie geholpen door mevrouw Stam. Ik kon me toen eindelijk voorstellen en mijn indruk van toen – een aardige meid – werd helemaal bevestigd. Corine, van harte! (Foto: archief C. Dorland)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 29 juni 2007 22:00

George HINCAPIE (1973, Verenigde Staten)

Hij is van Indiaans-Colombiaanse afkomst, maar de Klukkluk van het peloton is hij allerminst. Een opvallende dominante coureur die alleen al door zijn verschijning respect afdwingt. Hij verbond zijn rennersleven lang aan dat van Armstrong en dan zag je zo nu en dan waartoe hij in staat is. Zoals zijn overwinning in een loodzware Pyreneeënrit in de Tour van 2005. Ik was er destijds van overtuigd dat hij na het afscheid van Sir Lancelot tot volle bloei zou komen, maar dat is tot nu toe niet gebeurd. Misschien is hij te laat en heeft hij te lang in de schaduw gestaan. Het kan ook zijn dat hij zich in de komende Tour wel ineens als een superstar manifesteert. Hij is wat dat betreft onvoorspelbaar. En dan heb ik het alleen nog maar over de Tour. In het eendagswerk had hij meer moeten presteren, want Lance Armstrong heeft zich in het tweede deel van zijn carrière beperkt tot de Tour en hij liet de klassiekers – behoudens de Amstel Gold Race – voor wat die waren of hij zag deelname hooguit als training. Daar had Hincapie vaker moeten toeslaan, maar er staat slechts een zege in Gent-Wevelgem op zijn conto. En die rit is voor mij toch de minst aansprekende van het klassiekergeweld in maart en april. Ik denk dat ik mij als liefhebber in mijn verwachtingen toch een beetje te veel heb laten leiden door zijn overrompelende persoonlijkheid. Dat had ik ook met José De Cauwer. Zowel als renner als daarna, straalt die een kracht uit die hij als ploegleider wel heeft waargemaakt, maar als renner totaal niet. Meer dan een goede knecht is José nooit geweest, maar hij is misschien wel de beste ploegleider die er ooit was. Het motiveren van renners, waardoor ze meer kunnen dan ze zelf dachten is de grote kracht van De Cauwer. We weten natuurlijk niet wat de invloed van Hincapie op Armstrong is geweest, want Lance is natuurlijk zelf ook een haantje, maar je weet nooit wat er in de beslotenheid van hotelkamers gebeurt. Ik denk dat ik moeders Uch maar eens bel. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 28 juni 2007 22:00

Roger PIEL (1921, overleden, Frankrijk)

Zijn naam spreek je uit als piejel, maar Gerard Peters was in 1946 behoorlijk de piel toen hij kort na elkaar twee maal met deze Franse coureur werd geconfronteerd. De eerste keer was op de Oerlikonbaan in Zürich waar dat jaar de wereldkampioenschappen op de baan werden verreden. De beide renners brachten het tot de finale van het allereerste wereldkampioenschap achtervolging voor beroepsrenners. Piel voelde goed aan dat hij het in een normaal duel nooit van de Haarlemse stilist zou kunnen winnen en hij besloot dat het dan maar op een abnormale manier moest. De strijd was nog niet eens begonnen of de Fransman stak zijn hand op. Lekke band. De volgende keer weer. Zijn stuur zat scheef en daarna zat zijn zadel los. Steeds was er iets anders en de heren zijn iets van elf keer opnieuw vertrokken. Toen werd de zaak afgeblazen en naar de volgende dag verplaatst. Peters had zich al aangekleed en zijn materiaal opgeborgen toen het bericht kwam dat er alsnog gestart zou worden. Hij kwam op een seconde na te laat en werd bijna gediskwalificeerd. De Fransman aan de overkant grijnsde, bijna zeker van de zege, maar hij werd door de getergde Peters al binnen enkele ronden ingelopen. Zijn prestatie was echter goed genoeg om enkele dagen later voor een revanche te worden uitgenodigd in Gent. Daar reden Peters en hij een omnium met nog een paar andere renners. En weer kreeg Piel pech. Over zijn fiets gebogen stond hij vlak langs de baan toen de renners voor een sprint kwamen aandenderen. Peters raakte vol het hoofd van Piel en de Haarlemmer kwam zwaar ten val. Bewusteloos bleef hij liggen. Pas in het ziekenhuis kwam hij bij en hij hoorde dat zijn arm verbrijzeld was. Het is met die arm goedgekomen, maar Peters kwam nooit meer op zijn oude niveau. Piel mankeerde niets. De Parijzenaar die in 1944 het Criterium International won, werd na zijn carrière manager. Iedereen wilde wel bij hem onder contract staan want hij regelde ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 27 juni 2007 22:00

Patrick SERCU (1944, België)

Ik heb me altijd afgevraagd hoe deze beschaafde en rustige man zo’n groot wielrenner kon zijn in een discipline van de wielersport, waar de tenoren elkaar het licht in de ogen niet gunnen en ze permanent bereid zijn elkaar een fikse loer te draaien. Dat is althans de beschrijving van het zesdaagsewereldje die ik ken uit de getuigenissen van mensen als Peter Post en René Pijnen. Er moet dus een beest in Sercu huizen, anders kan ik het niet verklaren. Hij is al vele jaren de recordhouder waar het om het winnen van de meeste zesdaagsen gaat. Er staan er 88 op zijn naam en hij startte er in 224. Een score van bijna 40 procent. Toch was het rijden van zesdaagsen niet meer dan zijn vak, waar hij als grootvorst jarenlang heel goed aan heeft verdiend. Zijn hart lag echter op de weg en hij heeft een aantal seizoenen lang beide disciplines naast elkaar bedreven. Hij heeft de klassiekers gereden, de Tour en de Giro, kortom het hele programma werkte hij af om dan in de winter nog eens een stuk of vijftien zesdaagsen te rijden. Hoe houdt een mens het vol? Hij had op de weg ook een grote kunnen worden, als er niet die beperking was die in zijn jeugd is ontstaan. Zijn vader was Albert Sercu, die in de jaren rond de tweede wereldoorlog een van de beste Belgische coureurs was. Wie naar de palmares van Berten kijkt, ziet daar heel veel tweede plaatsen op staan. Tweede in de Ronde van Vlaanderen, tweede in Parijs-Brussel, tweede in de Scheldeprijs, tweede in het WK van 1947 en ga zo nog maar even door. Er was er altijd eentje sneller en toen zoon Patrick al op zeer jeugdige leeftijd liet weten coureur te willen worden, stelde Sercu senior slechts één voorwaarde aan zijn medewerking en dat was: snelheid kweken. ‘Er moet van meet af aan op snelheid worden getraind anders word je net zo’n eeuwige tweede als je vader’. Berten knapte het vervallen wielerbaantje van Rumbeke eigenhandig op en Patrick ging daar elke dag aan de gang om zijn snelheid te ontwikkelen en te optimaliseren. Het resultaat was er naar, want de jonge …

Geplaatst door Fred van Slogteren, 26 juni 2007 22:00

Greg LEMOND (1961, Verenigde Staten)

In het nogal traditionele wielerwereldje van het begin van de jaren tachtig was hij van meet af aan een buitenbeentje. Een jongetje met een beugelbekkie en een baseballpet. MacDonalds was zijn favoriete restaurant en hij zat nergens mee. Net uit Amerika meldde hij zich in Amstelveen bij de grote Peter Post, de ploegbaas van de TI-Raleigh-ploeg waarvan de successen ook tot ver in de States waren doorgedrongen. Post liet de beslissing over aan zijn toprenners Raas en Knetemann en die schudden van nee bij het zien van dat jongenskoppie. Zo kwam het Amerikaantje bij de Franse Renault-ploeg terecht met Bernard Hinault, de ongekroonde koning van het toenmalige peloton, als kopman. Hij werd door ploegleider Cyrille Guimard voorbestemd voor een ondergeschikte rol naast andere talenten in de wachtkamer als Laurent Fignon en Charly Mottet, maar dat zinde de eigenzinnige yank helemaal niet. Hij rebelleerde. Niet met zijn mond, maar met zijn benen. Hij liet zien wat hij kon en dat kon Guimard niet blijven negeren. Toen Greg in 1983 wereldkampioen werd, eiste hij het kopmanschap op en dat bracht Guimard in de luxe, maar ook lastige situatie dat hij moest kiezen tussen de viervoudige Tourwinnaar en een talentvolle Amerikaan, die nog maar moest zien te bewijzen dat hij ook de Tour kon winnen. Het leidde het einde in van de jarenlange samenwerking met Guimard in en Hinault transfereerde naar de nieuwe ploeg La Vie Claire van Bernard Tapis, de steenrijke Franse ondernemer die geen idee had wat hij met al zijn geld moest doen. De wielerwereld keek er van op dat ook LeMond werd gecontracteerd. De Zwitser Paul Köchli, die als ploegleider een compromis moest zien te vinden, vond de oplossing. In de Tour van 1985 zou alles op de kaart van Hinault worden gezet en een jaar later zou LeMond de grote man worden. De Amerikaan hield zich keurig aan de afspraak, maar een jaar later kon de trotse Bretoen zich niet altijd …

Geplaatst door Fred van Slogteren, 25 juni 2007 22:00

Danny STAM (1972, Nederland)

De zoon van oud-wereldkampioen stayeren Cees Stam is in de loop der jaren een echte baanrenner geworden. En met zijn maatje Robert Slippens een vaste waarde in het zesdaagsecircuit. Na kanjers als Stol, Van Kempen, Pijnenburg, Schulte, Post en Pijnen heeft Nederland de laatste jaren weer twee sterren in dat aparte wereldje van de SIX, dat weer helemaal is opgebloeid dankzij de durf en het ondernemerschap van Frank Boelé en zijn mensen. Ze worden door de baandirecties in Europa ook niet uit elkaar gehaald, want er is respect voor de tweeëenheid uit Noord-Holland. Net als bij Risi-Betschart bleef het vriendenpaar steeds bij elkaar. En niet zonder gevolgen, want na een stage van enkele jaren behoren ze tot de blauwe trein, als we die oude term nog eens mogen gebruiken. De koppels die in die fameuze trein hebben plaatsgenomen, bepalen wie er wint en wie niet. En met vijf zesdaagseoverwinningen in de laatste vier jaar kunnen ze hun eisen kracht bij zetten. Wat de baandirecties niet lukte, lukte het noodlot vorig jaar wel. Door een zwaar ongeval in een wegwedstrijd ging het afgelopen seizoen geheel verloren voor Robert Slippens. En bij een koppel dat zo op elkaar is ingespeeld is de een net zo min zo maar te vervangen als de ander. De diesel Stam en de flyer Slippens voelen elkaar net zo aan als een echtpaar dat al een halve eeuw bij elkaar is. Ze kennen elkaar net zo goed als ze zich zelf kennen en vergissen zich zelden of nooit. En toen moest Danny Stam ineens met andere renners het zesdaagseseizoen afwerken. De meeste keren met Peter Schep, een renner die hij ook goed kent. Maar met alle respect voor Peter bleek het toch niet zo vertrouwd als met Robert. Zo nauw luistert dat. Inmiddels is Robert weer helemaal terug, maar aan het niveau van voor het ongeluk zal nog hard gewerkt moeten worden. Dat gaat zeker lukken en in oktober zullen ze er zeker weer in volle glorie staan. De aantallen overwinningen van hun voorgangers zullen ze niet meer halen, maar ze zullen zeker nog een reeks zeges behalen. Misschien wel een gouden plak. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 24 juni 2007 22:00

Robbie McEWEN (1972, Australië)

McEwen is een echte sprinter. Daar zijn er niet veel van. Petacchi is wat dat betreft zijn enige concurrent. Erik Zabel, Oscar Freire en Thor Hushovd zijn ook snel, maar die kunnen als renner meer. Die zien niet op tegen een solo van een kilometer of wat. Het is een kwestie van keuzes maken. Als McEwen gewild had was hij een heel andere renner geworden, want op een geaccidenteerd par- cours rijden ze hem er echt niet af en in een echte bergetappe zit hij niet als eerste in de bus. Van de week won hij nota bene een bergrit in de Ronde van Zwitserland. Maar daar maakt hij dan direct grappen over, want hij is sprinter en eigenlijk is hij daar best tevreden mee. Want een goede sprinter heeft het druk genoeg. Het is de hele dag positie kiezen en geconcentreerd blijven voor dat ene moment dat pas na uren fietsen aanbreekt. Die uren zijn de voorbereiding. Niet te ver naar achteren, de koers volgen, tegenstanders bekijken. Zeker als je, zoals de Australiër, geen uitgesproken treintje hebt, zoals Petacchi dat wel heeft is het constant werken geblazen. En dan die laatste kilometers. Dat vergt meer concentratie van een sprinter dan vijf cols voor een klimmer. Er gebeurt van alles en dat moet hij niet alleen allemaal waarnemen, maar er ook direct op reageren, zijn maatregelen nemen om niet ingesloten te worden en het goede wiel kiezen. En als dan alles goed is voorbereid dan volgt dat ene moment, die krachtsexplosie die slechts een fractie van een seconde duurt en waarin het moet gebeuren. In die laatste kilometers ligt de kracht van McEwen en de Belgische commentatoren van Sporza besteden daar vaak aandacht aan als ze McEwen verbaal volgen bij de helicopterbeelden van de laatste kilometer. Het klopt allemaal, de kleine man heeft zich doorgaans in de ideale positie gemanoeuvreerd en hij zit aan het goede wiel. Een leek zal vaak oordelen dat hij op dat moment kansloos is, maar dan verandert de kop van de groep drastisch. Je ziet de ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 23 juni 2007 22:00

AERNOUTS, Bart (1982, België)
GHELLA, Mario (1929, Italië)
OTSUKA, Wataru (1986, Japan)
PUSCHEL, Dieter (1939, overleden 31.03.1998, Duitsland)
VEN, Lambert van der (1937, Nederland)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 22 juni 2007 22:00

« Vorige 1 2 3  ... 660 661 662 663 664 665 666 667 668 669 670  ... 707 708 709 Volgende »