Levi LEIPHEIMER (1973, Verenigde Staten)

In 2001 trad hij plots uit de schaduw van zijn kopman Lance Armstrong. We hadden in Europa nog nooit van hem gehoord toen hij verrassend derde werd in de Ronde van Spanje. Dat kleine kalende mannetje met een Duits-joodse naam bleek een formidabel tijdrijder, die ook in de bergen goed mee kon. Het was hetzelfde jaar dat Jan Raas, toen nog de baas bij Rabobank, van de hoofddirectie te horen kreeg dat het wel aardig zou zijn als een Raborenner op het podium van een grote ronde zou staan. Raas haalde Leipheimer binnen en het is misschien wel tekenend voor de jaren dat de Amerikaan voor Rabobank reed dat hij bij de ploegpresentatie op het Floriadeterrein in Hoofddorp het gebouw niet kon vinden waar het allemaal zou plaatsvinden. Met andere woorden: Leipheimer mislukte bij Rabobank, ondanks twee klasseringen bij de eerste tien in de Tour de France. Hij haalde nog meer ereplaatsen, maar het was vooral zijn manier van rijden die de Nederlanders niet kon bekoren. Je zag hem niet. Hij was er wel, maar je zag hem niet. Hij muisde mee en zijn resultaten waren niet slecht, maar de Nederlanders werden er warm noch koud van. Het is net als bij het voetballen, het is mooi als het Nederlands Elftal wint, maar dan wel het liefst met mooi voetbal, anders deugt het voor geen meter. Enigszins teleurgesteld vertrok Leipheimer naar de Duitse formatie Gerolsteiner. Hij werd in het lichtblauw van die ploeg tweede in de Dauphiné, zesde in de Tour en hij won – waarlijk indrukwekkend – de koninginnerit en het eindklassement in de Ronde van Duitsland. Het lijkt erop dat dat het keerpunt is geweest in de carrière van de kleine man uit Montana. Hij bleek plotseling een aanvaller, die zich vol bravoure in solo-ontsnappingen waagde en zijn koers niet langer op anderen afstemde. Hij won dit jaar de Dauphiné, maar hij schakelde zichzelf door zijn nieuwe manier van koersen in de Tour voortijdig uit, omdat hij zijn krachtensmijterij steeds moest bekopen met een inzinking. Hij rijdt volgend jaar bij Discovery Channel en het zou me niks verbazen als Levi Leipheimer onder de kundige leiding van Johan Bruyneel en Dirk Demol een van de grote kanshebbers is voor de overwinning in de Tour de France 2007. Mark my words!

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 24 oktober 2006 0:00

Chris HORNER (1971, Verenigde Staten)

In kaalheid is hij minstens de gelijke van zijn landgenoot Levi Leipheimer, maar zijn faam als wielrenner is geringer. Althans in Europa, want Chris Horner is een van die Amerikaanse wielrenners die jarenlang uitsluitend in eigen land uitblonk. In het begin van zijn profcarrière reed hij enkele jaren voor Française des Jeux, maar hij wist daar nauwelijks op te vallen. Terug in Amerika was hij een viertal jaren lang de meest succesrijke coureur van zijn land, maar zijn resultaten bereikten de Europese pers niet. Wel de scouts van de Spaanse ploeg Saunier Duval waar hij in 2004 werd ingelijfd. Hij begon het seizoen 2005 met een val in de Tirreno Adriatico, waarbij hij zijn heup brak. In datzelfde jaar reed hij echter een opvallende Tour de France waarin hij vooral opviel door zijn aanvallende manier van koersen. Voorafgaand daaraan was hij ook op dreef in de Ronde van Zwitserland, waarin hij de koninginnerit won en vijfde werd in de eindstand. De zoon van een Amerikaanse marineman, geboren in Japan, was dit jaar verbonden aan de Belgische formatie Davitamon-Lotto, waar het zijn taak was de Australische kopman Cadel Evans zo goed mogelijk bij te staan. Daarmee kwamen zijn eigen ambities op een laag pitje te staan. Dat is jammer, maar ik denk dat ook zijn leeftijd – hij wordt vandaag 35 jaar - een rol gaat spelen en Horner er daarom voor kiest nog zo veel mogelijk geld te verdienen. Zijn beste jaren beleefde hij helaas buiten de Europese schijnwerpers, in eigen land.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 23 oktober 2006 0:00

Aad de GRAAF (1939, overleden 21.07.1995, Nederland)

Deze Rotterdammer was een van de pupillen in de baanopleiding van Arie van Vliet, toen hij in 1958 als sprinter doorbrak. Hij werd direct vierde bij het NK. In de zes jaar die volgden werd hij drie keer kampioen van Nederland en drie keer tweede achter respectievelijk Mees Gerritsen en twee maal Piet van der Touw. Bij het WK bracht hij het niet verder dan twee maal een plaats in de kwartfinales, maar daar dient bij gezegd te worden dat Aad een kleine handicap had. Hij was vrijwel doof aan één oor. Dat is iets waar een normaal mens prima mee kan leven, maar wat voor een sprinter een groot gemis is. Een sprinter – zo heeft Jan Derksen me eens verteld – moet eigenlijk over twee paar ogen beschikken en over een uitstekend gehoor. Je moet aan het suizen van de bandjes kunnen horen waar je tegenstander zit. Elk geluidje, hoe gering ook, is van belang en daardoor had Aad de Graaf een ernstige handicap, want met zijn intrinsieke snelheid en zijn tactisch inzicht was niets mis. In 1965 werd hij prof en hij verkeerde twee jaar in de beroepsrangen. De belangstelling voor het eliteonderdeel van de wielersport was zwaar tanende en er was bovendien de concurrentie van mannen als Sercu, Beghetto, Gaiardoni en Baensch. Bovendien kreeg hij in die tijd last van blessures, onder andere een polsbreuk die hem behoorlijk parten heeft gespeeld. Toch heeft Aad een mooie carrière gerealiseerd met vier Nederlandse kampioenschappen, twee deelnames aan de Olympische Spelen (1964, vierde op de tandem met Piet van der Touw) en overwinningen in de Grote Prijzen van Berlijn en Manchester. Hij was een zachtaardige, rustige jongen die iedereen altijd vriendelijk tegemoet trad en hij had dan ook geen vijanden op het stadion, waar dagelijks door de Nederlandse baanelite getraind werd. Met zijn Jenny kreeg hij twee kinderen en hij begon een groentegroothandel met de horeca als doelgroep. Hij maakte er een mooi bedrijf van en ook het fietsen werd bijgehouden. Hij deed elk jaar mee aan het WK voor veteranen in Oostenrijk. Zoon Marcel herinnert het zich als een mooi leven, waar in 1995 door een hartinfarct veel te vroeg een eind aan kwam.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 22 oktober 2006 0:00

Fred DE BRUYNE (1930, overleden 04.02.1994, België)

Fredje, zoals hij liefkozend door zijn vele supporters werd genoemd, heeft het als coureur niet op een schotelke gekregen. Integendeel, want zijn jeugdjaren waren weinig benijdenswaardig en het ging in zijn wielercarrière ook niet altijd van een leien dakje. Toch werd hij de man van vier succesvolle carrières. Hij was wielrenner, radioreporter, ploegleider en PR-functionaris. En dan vergeet ik nog zijn prestaties als auteur van wielerboeken. Ik bezit een flinterdun boekje van zijn hand over Peter Post. Het kwam uit toen Post nog actief wielrenner was en ik was er destijds niet kapot van. Van zijn in 1978 verschenen autobiografie ‚De memoires van Fred De Bruyne’ heb ik meer genoten. Een meeslepend boek, uitstekend geschreven en rijk geïllustreerd. Mijn enige punt van kritiek is de grafische afwerking. Het is zo slecht gebonden dat je bij het omslaan van de bladzijdes steeds de losse pagina in de hand houdt en het boek na lezing een verzameling is geworden van 120 blaadjes in een geel omslag. Maar dat doet aan de prestatie van Fredje als auteur niets af. Hij is geboren en getogen in Berlare in Oost-Vlaanderen als enig kind van een echtpaar dat een café uitbaatte. De oorlog loopt als een rode draad door zijn jeugdjaren. Om niet als dwangarbeider naar Duitsland te worden gestuurd werd De Bruyne senior behalve kastelein ook veldwachter. Een eerzaam beroep, maar niet in oorlogstijd. Bij nacht en ontij werd hij door de Duitsers uit zijn bed gehaald om hen naar een adres te brengen waar mogelijk verzetsstrijders verborgen zaten. Dat werd door de bevolking van Berlare terecht als collaboratie gezien en vader De Bruyne werd uitgekotst, evenals zijn vrouw en zoontje. Die periode heeft het karakter van Fredje gevormd en hij werd coureur. Een topper vooral in de klassiekers. Het seizoen 1956 werd zijn hoogtepunt met overwinningen in Parijs-Nice, Milaan-San Remo, Luik-Bastenaken-Luik en de wereldbeker. Ik beveel het boek alsnog van harte aan als het nog te koop is. Ook al lijkt het op de Ronde van Lombardije met al die vallende bladeren.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 21 oktober 2006 0:00

Lucien VAN IMPE (1946, België)

Lucien is een alleraardigste man die het beroep uitoefent van oud-Tourwinnaar, net als Jan Janssen. Om de haverklap worden ze gevraagd om ergens op te draven om dan voor een zaaltje nog eens te vertellen over hun heldendaden van weleer. Ze doen dat met het grootste plezier omdat ze van mening zijn dan iets terug te doen voor de sport, waaraan ze alles te danken hebben. Van Impe is ook vaak te gast in allerlei TV-programma’s en ik denk dan wel eens dat die belangstelling misschien wel groter is dan tijdens zijn carrière. Lucien is een slachtoffer van het Merckxisme. Zou hij nu actief zijn, dan werd er een sterke ploeg om hem heen gebouwd om hem op het vlakke uit de wind te houden, want in het hooggebergte had hij niemand nodig. Dan danste hij als een vederlicht klimwonder de cols op, want hij is een van de grootste klimmers uit de Tourgeschiedenis. Maar in zijn tijd werd er geen sterke ploeg om hem heen gebouwd, want alle aandacht ging jarenlang uit naar Merckx, het fenomeen. Het was de Franse ploegleider Cyrille Guimard die hem in 1976 naar zijn Gitane-ploeg haalde en hem naar de Tourzege begeleidde. Eigenlijk was Joop Zoetemelk dat jaar de sterkste, want die won drie bergritten, maar Jopie maakte een ernstige inschattingfout toen hij Van Impe liet gaan omdat hij van mening was dat het nog veel te ver was en de Belg het toch niet zou redden. Maar Lucien kreeg hulp van onverwachte zijde. Luis Ocaña nam de kleine man op sleeptouw en bracht hem bij de kopgroep. Zo verloor Joop meer dan vier minuten en de Tour. Er heeft altijd een bepaalde spanning bestaan tussen Zoetemelk en Van Impe en dat is bij beiden nog steeds merkbaar. Ik heb Lucien eens geïnterviewd in zijn mooie villa. Na een uurtje praten maakte hij een eind aan het gesprek, want hij moest ergens over zijn zeven bergprijzen komen vertellen. Zijn vrouw Rita legde een stapeltje bolletjestruien voor hem neer om mee te nemen. Smetteloos wit met felrode bollen. Daar ging-ie voor de zoveelste keer, vol enthousiasme de Tourwinnaar van 1976. Hij wordt vandaag zestig. (Foto: © T&T Tekst & Traffic)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 20 oktober 2006 0:00

Jaap EDEN (1873, overleden 02.02.1925, Nederland)

Deze in Groningen geboren, maar in het Haarlemse opgegroeide sportman geldt als de aartsvader van de Nederlandse sportbeoefening. Hij was zowel schaatser als wielrenner en in beide takken van sport werd hij wereldkampioen. Zijn faam was daarna zo groot dat hij als wielrenner een zeer lucratief profcontract mocht tekenen en zich daarmee een jaarkomen verwierf van een halve ton in guldens. Dat was omstreeks 1900 en dat bedrag zou nu in de buurt van een miljoen euro of meer liggen, schat ik. Jaap Eden was dus een van de eerste grootverdieners in de sport en hij heeft toen al aangetoond dat dat niet altijd leidt tot nog betere prestaties. A la Ronaldo heeft hij eigenlijk nooit meer iets van belang gepresteerd en mede door zijn frivole levenswandel zakte hij weg uit de belangstelling. Na zijn loopbaan probeerde hij in Rotterdam nog een fietsenwinkel van de grond te krijgen en daarna was hij nog even vrachtwagenchauffeur, maar hij verprutste alles waaraan hij begon. De grote sportman van weleer kwam in een inrichting terecht waar hij op 51-jarige leeftijd is overleden.
Hoewel zijn prestaties enkele jaren lang groot waren, lijkt het me vreemd dat we deze man als de vader van onze Nederlandse sportbeleving zien. Dat dat zo is, leid ik onder andere af aan het feit dat de jaarlijkse onderscheidingen voor de beste sportman en sportvrouw, jarenlang zijn beeltenis in brons zijn geweest, uitgereikt aan mensen die er wel alles aan hebben gedaan om de top te bereiken en daar ook een aantal jaren te blijven. Van mij hoeft het symbool Jaap Eden natuurlijk niet te worden afgebroken, maar er zijn andere sporters geweest die de kwalificatie aartsvader van de Nederlandse sport eerder was toegekomen en dan denk ik wat het cyclisme betreft bijvoorbeeld aan Mathieu Cordang. Maar daar kom ik op diens geboortedag, 6 december, wel op terug.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 19 oktober 2006 0:00

Lucien (Petit Breton) MAZAN (1882, overleden 20.12.1917, Frankrijk)

De laatste decennia is de wielersport in alle lagen van de bevolking geaccepteerd, maar er is een tijd geweest dat wielrenner worden in de publieke opinie gelijk stond aan je onder dieven- en moordenaarsvolk begeven. Horlogmaker Mazan, vanuit Bretagne naar Buenos Aires geëmigreerd, vond het dan ook maar niks dat zijn zoon Lucien belangstelling toonde voor een sport waar uitsluitend schorem aan meedeed. Niet dat het toenmalig beroep van zijn zoon zoveel beter was, want de jonge Mazan was tangodanser van beroep en ook artiesten behoorden in de publieke opinie tot het uitschot. Maar een tangodanser in Argentinië kon er nog net mee door. Lucien keerde terug naar zijn geboorteland en om zijn vader te misleiden nam hij de schuilnaam ‚Breton’ aan, waarmee hij zich voor wedstrijden inschreef. Toen er al een renner van die naam bleek te bestaan, maakte hij er Petit Breton van en die naam werd heel beroemd in de beginjaren van de twintigste eeuw. Het was dus geen bijnaam, want die luidde uiteraard l’Argentin. Hij won in Europa ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 18 oktober 2006 0:00

Jan van HOUT (1908, overleden 05.02.1945, Nederland)

De geschiedenis van Jan van Hout is het afgelopen jaar weer eens in alle kranten opgerakeld vanwege het monumentje dat op 15 mei van dit jaar in Valkenburg is onthuld. Bernard Hinault kwam er voor uit Frankrijk om dat samen met de weduwe Van Hout te doen en ik betwijfel of hij wist wie Jan van Hout was toen hij richting Nederland reed. Van Hout was helemaal niet zo’n bekend renner, toen hij in 1932 een aanval deed op het Nederlands uurrecord en daar nog in slaagde ook. Dat was in Tilburg en hij kwam tot een afstand van 42 kilometer en 282 meter. Hij dacht daarna regelmatig aan het werelduurrecord dat al sinds 1914 op naam stond van de Zwitser Oscar Egg. Het was de grote Piet van Kempen die hem wees op het nieuwe en razendsnelle houten baantje in Maasniel, een Limburgs dorp dat in 1959 door Roermond is ingelijfd. In de vooravond van 25 augustus 1933 ging hij van start, omdat het op dat moment volkomen windstil was. Hij slaagde glansrijk en hij bracht het record op 44 kilometer en 588 meter. 341 meter meer dan de afstand van Egg. De Zwitser bleek een slecht verliezer, want hij kwam vier dagen later met ene Maurice Richard op de proppen die in Sint Truiden het record met 189 meter verbeterde. Egg betwistte vervolgens de geldigheid van het record van Van Hout, nadat hij hoogstpersoonlijk de baan in Maasniel met een duimstok had nagemeten. Het werd een gehakketak van jewelste, maar de UCI deed geen moeite meer om de zaak tot op de bodem uit te zoeken, omdat het record toch al weer verbeterd was. Door de kinderachtigheid van Egg was de naam Van Hout ineens in heel Europa bekend en hij kon overal starten en hij kreeg hoge gages. In de oorlog ging hij met zijn vrouw in het verzet. Hij hielp tal van joodse mensen aan een onderduikadres tot hij werd verraden en zelf moest onderduiken. Enkele maanden voor de bevrijding nam hij het onderduiken wat al te letterlijk door een duik in het plaatselijke zwembad te maken. Hij werd gearresteerd en via de kampen Vught en Amersfoort kwam hij in het werkkamp Neuengamme terecht, waar hij net als tienduizenden anderen aan een onmenselijke behandeling is bezweken. Sindsdien is Jan van Hout het symbool van de Nederlandse sportman in verzet.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 17 oktober 2006 0:00

Thorwald VENEBERG (1977, Nederland)

Iedere keer als ik Thorwald zie moet ik aan Marije Randewijk denken, de wielersportverslaggeefster van de Volkskrant. Ze lijken op elkaar als broer en zus, maar dat is kennelijk nog niemand anders opgevallen. Hij wordt vandaag al 29 jaar en hij komt zo langzamerhand al in de herfst van zijn carrière. Op zijn site ontdek ik dat hij al heel lang bezig is, want er staat een foto op van een jongetje van een jaar of twaalf met een wielerpetje op en een shirt met daarop de naam van schoonmaakbedrijf Bram Broerse, dat in de jaren tachtig amateurploegen sponsorde. De carrière van Thorwald – bijnaam uiteraard El Torro – nam echter pas goed een aanvang in 2005 toen hij de Grote Scheldeprijs won. Hij reed al jaren bij Rabobank maar behoudens zijn zege in de Noord-Nederland Tour in 2004 was de belofte nog niet ingelost. Het zal deels wel te maken hebben gehad met zijn studie, want de geboren Amsterdammer is inmiddels afgestudeerd inspanningsfysioloog. In 2005 reed hij een opvallende Ronde van Italië, waarin hij in de eerste week een berg van de derde categorie als eerste bedwong en de bergtrui pakte. Aan het eind van de dag stond hij in alle drie de klassementen bij de eerste drie. Kort daarna moest hij na een val opgeven. 2006 is een regelrecht pechjaar geweest. In de Tirreno Adriatico kwam hij door een overstekende hond zwaar ten val en hij brak zijn sleutelbeen en schaambeen. Net genezen en bezig aan zijn terugkeer kreeg hij er de ziekte van Pfeiffer overheen, die hem voor de rest van het seizoen uitschakelde. Ik ben benieuwd of hij de draad volgend jaar weer kan oppakken met de wens dat hij verder van pech gevrijwaard zal blijven. Misschien dat Marije eens een vlammend stuk kan schrijven over zijn prestaties met wellicht een onthulling. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 16 oktober 2006 0:00

Tom BOONEN (1980, België)

Het afgelopen wielerseizoen was voor Tom niet zo succesvol als het jaar 2005. Toen won hij in acht dagen tijd op superieure wijze de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix en aan het eind van een superzwaar seizoen ook nog de wereldtitel. Dit jaar was het allemaal iets minder en dat is volslagen normaal. Hij is fysiek helemaal volgroeid, maar mentaal kan het nog iets verbeteren. Door zijn overrompelende persoonlijkheid zou je wel eens vergeten dat hij nog niet helemaal op zijn top is. Hij heeft bijvoorbeeld nog te weinig ervaring met verliezen en hij heeft ook nog niet helemaal geaccepteerd dat hij nooit meer ongestoord even zichzelf kan zijn. Verder vind ik het jammer dat hij te veel op zijn sprint vertrouwt en te weinig zijn andere kwaliteiten uitspeelt. Gewoon in de finale van de anderen wegrijden, zoals hij vorig jaar in de Ronde van Vlaanderen deed. Hij wordt vaak vergeleken met Rik Van Looy, maar Rik II genoot het meest van zijn overwinningen als hij zijn tegenstanders had vernederd. Ze dood had gedaan, zoals hij dat formuleerde. Dat was voor hem het schoonste, de concurrentie dood doen. Daar genoot hij van op het moment dat hij zeker wist dat hij niet meer teruggepakt kon worden Dan balde hij de vuist en dan stroomde het geluksgevoel door zijn sterke lijf. Van Looy noemde dat ‚het beetje extra’. De Keizer van Herentals heeft heel veel gewonnen in zijn carrière, maar de mooiste overwinningen waren voor hem die waar hij alleen over de meet kwam. Ik hoop dat Tom Boonen dat met hem eens is, want Tommeke heeft te veel klasse om zich, met alle respect voor die twee, uitsluitend met Petacchi en McEwen te meten. Wat dat betreft is het jammer dat Bettini zijn ploeggenoot is. (Foto: Philip van der Ploeg)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 15 oktober 2006 0:00

« Vorige 1 2 3  ... 658 659 660 661 662 663 664 665 666 667 668  ... 681 682 683 Volgende »