DURAN AROCA, Arkaitz (1986, Spanje)
MEER, Jacques van (1958, Nederland)
TERPSTRA, Niki (1984, Nederland)
THOMS, Lothar (1956, Duitsland)
YATES, Sean (1960, Groot Brittannië)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 17 mei 2007 22:00

Greg VAN AVERMAET (1985, België)

Greg geldt als een van de grootste beloften in het huidige peloton. Hij werd vorig jaar opgemerkt door de scouts van Predictor-Lotto en in het nog steeds jonge seizoen heeft hij zich al enkele malen nadrukkelijk laten zien. Zelf is hij echter reëel genoeg om te beseffen dat hij nog erg jong is en dat hij in de eerste plaats in wedstrijden wordt opgesteld om te leren. De eerste wedstrijd die hij dit jaar reed was de Ronde van Qatar en in de vijfde rit van die koers in de zandbak behaalde hij zijn eerste overwinning bij de profs. In Nokere Koers en in de Campina Ronde van het Groene Hart behaalde hij daarna een derde plaats. Zijn werkgever gaf hem vervolgens de kans om ook in het grote werk te starten en in Parijs-Roubaix koerste hij vrolijk de hele dag met de besten mee. Hij maakte deel uit van een ontsnapping van een groep van 34 renners – met de latere winnaar Stuart O’Grady - die de koers maakte. Tot in de finale was hij erbij en hij eindigde uiteindelijk moegestreden op de 29e plaats. Greg is een telg uit een echte sportfamilie. Zijn beide opa’s (Aimé Van Avermaet en Kamiel Buysse) waren coureur. Zijn moeder (Bernadette Buysse) was atlete, zijn vader Ronald was beroepsrenner en zijn zwager (schoonbroer zeggen ze in België) luistert naar de naam Glen d’Hollander. Met zo’n familie zal het je aan goed advies niet ontbreken en ze zullen uit ervaring ook wel weten dat geduld een schone zaak is en Keulen en Aken niet op één dag gebouwd zijn. Dat zijn clichés, maar ze kunnen, waar het jonge talenten betreft, niet vaak genoeg herhaald worden. Als de kenners gelijk hebben, dan gaan we nog veel van Greg Van Avermaet horen. (Foto: © Philip van der Ploeg)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 16 mei 2007 22:00

Matthias KESSLER (1979, Duitsland)

De meeste van de Duitse toprenners zijn Ossies, maar Matthias Kessler is een echte Wessie, want hij is afkomstig uit de Beierse speelgoedstad Neurenberg. Met zijn brede gedrongen gestalte en zijn bokserskop lijkt hij veel ouder dan de 28 jaar die hij vandaag volmaakt. Hij is dan ook een echt knokkerstype, die een sterke finale kan rijden, mqaar tactisch niet altijd even gedisponeerd is. Vooral in zijn wedstrijden, de Waalse klassiekers en de Amstel Gold Race is hij een man om altijd rekening mee te houden. Dat zijn de wedstrijden die bovenaan zijn verlanglijst staan. Hij komt echter tot nu toe steeds iets te kort en het was daarom een grote voldoening toen hij vorig jaar in de Tour de etappe naar Valkenburg won op dezelfde Cauberg waar de Amstel Gold Race de laatste jaren eindigt. Een grandioze zege van de Pittbull, zoals hij door zijn collega’s wordt genoemd. Hij werd in 1999 Duits kampioen op de weg en in hetzelfde stond hij als derde op het podium bij het WK voor espoirs in Verona. Het is altijd leuk om te zien wie van de eerste tien bekende profs zijn geworden. Van de beste tien  in 1999 zijn dat Paolini (2e), Kessler (3e), Kirchen (4e) en Leukemans (6e). Van wereldkampioen Leonardo Giordani is echter weinig meer vernomen. Hij koerst nog steeds voor een ProContinental ploeg, maar hij wacht nog op zijn eerste overwinning. Maar terug naar Kessler. In 2000 werd hij prof bij Telekom en hij bleef bij die Duitse topformatie tot dit seizoen. Hij rijdt nu voor de Astana-ploeg en we moeten afwachten of die ambiance hem inspireert tot grote daden. We zagen hem weer vooraan in de finale van de Amstel Gold Race, maar hij ging te vroeg aan. Behalve zijn Touretappe moet zijn tijd wellicht nog komen. Hij heeft er de instelling en de discipline voor om echt een grote te worden. Nu nog dat beetje geluk. (Foto: © Cor Vos)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 15 mei 2007 22:00

ALGERI, Matteo (1976, Italië)
AXELSSON, Niklas (1972, Zweden)
BEUKER, René (1965, Nederland)
BROERS, Remco (1988, Nederland)
HIJGENAAR, Yvonne (1980, Nederland)
MAGGINI, Luciano (1925, Italië)
MARTINEZ DE ESTEBAN, Egoi (1978, Spanje)
SCHUTZ, Edy (1941, Luxemburg)
STAMSNIJDER, Tom (1985, Nederland)
TRENTIN, Pierre (1944, Frankrijk)
VAN LANCKER, Alain (1947, Frankrijk)
ZABALLA GUTIERREZ, Constantino (1978, Spanje)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 14 mei 2007 22:00

Klaus-Peter THALER (1949, Duitsland)

We kennen deze Duitser natuurlijk in de eerste plaats als een zeer goed veldrijder, die vijf maal de wereldtitel behaalde. Twee keer bij de amateurs en drie keer bij de profs. En nog twee keer een tweede plaats bij het WK, een plaats die door de Duitsers wordt opgewaardeerd met de term Vize-Weltmeister. Dat klinkt heel wat beter dan ‘tweede’ of nog erger: ‘eeuwige tweede’.  Thaler liep in 1976 nog een zilveren medaille mis toen hij in de sprint van de Olympische wegwedstrijd Fons De Wolf hinderde en hem – na protest – de tweede plaats en dus het zilver ontnomen werd. Er kwam een negende stek voor in de plaats. Na dit Olympisch avontuur tekende hij een profcontract bij het Spaanse Teka. Hij was een echt winnaarstype en hij won zowel op de weg als in het veld heel wat koersen. In 1978 trad hij toe tot de Raleigh-formatie en in 1979 nam Post hem mee naar de Tour. Thaler won twee etappes en droeg enkele dagen de gele trui. Zijn marktwaarde schoot in Duitsland omhoog en hij werd een van de pijlers van de nieuw opgerichte Puch-ploeg. Die stond onder leiding van de grote Rudi Altig en Didi Thurau was kopman. Maar de successen in de Raleigh-kleuren kon Thaler niet meer bewerkstelligen en in de laatste jaren van zijn loopbaan beperkte hij zich tot het veldrijden. Hij had toen al alle diploma’s van wielertrainer op zak en hij werd dan ook bondscoach. Als in mijn gesprekken met oud-Raleigh-renners zijn naam viel, was de reactie steeds een veelzeggend zwijgen. Ik meen te weten dat hij niet goed lag in de ploeg, maar ik weet daar verder niets van. (Foto: © Cor Vos)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 13 mei 2007 22:00

Marianne VOS (1987, Nederland)

Vorig jaar schreef ik een stukje op haar verjaardag met haar wereldtitel veldrijden nog vers in het geheugen. Nadien heeft ze zich als allround wielrenster bevestigd met een Nederlands en een Europees kampioenschap op de weg en als klap op de vuurpijl ook nog de regenboogtrui, Vooral het behalen van de wereldtitel in Salzburg vond ik een staaltje van macht, zoals ik die bij de vrouwen zelden eerder heb gezien. Toen de kopgroep van 16 de finish naderde gaf ik weinig voor haar kansen, want ze had in de laatste kilometers met haar krachten gesmeten. Ze zat zelfs een beetje ingesloten, maar ze wurmde zich uit de omsingeling en dook in het kleine gaatje dat de concurrentie haar liet. Ze passeerde de hele groep en met lengtes voorsprong toonde ze ver voor de finish haar blijdschap met een wijd geopende mond waarin je de huig duidelijk zag hangen. Maar zo blij als ze toen was, zo nuchter was ze in de interviews die onherroepelijk volgden. Keer op keer moest ze uitleggen dat ze nog geen Van Moorsel is. En zo ging Voske rijkelijk gelauwerd het nieuwe seizoen in. Het WK veldrijden werd een desillusie want ze miste die dag de vorm, maar voor de rest gaat het crescendo met de vandaag 20 jaar wordende inwoonster van Babyloniënbroek. Na twee 3e plaatsen in de rondes van Vlaanderen en Drenthe pakte ze haar eerste WB-zege in de Waalse Pijl, waar ze op indrukwekkende wijze afrekende met Nicole Cooke. Ik ben er van overtuigd dat dit seizoen haar nog veel moois gaat brengen. Ze kan alles en ze heeft de nuchterheid om het allemaal heel gewoon te vinden. Een vos in een kippenhok. (Foto: © Cor Vos)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 12 mei 2007 22:00

Pierre BRAMBILLA (1919, overleden 13.02.1984, Frankrijk)

Zonder verhalen, anekdotes en legendes zou de Tour de France een gewone sportwedstrijd zijn. Maar dat enorme brok historie zorgt ervoor dat we over de Ronde aller ronden niet uitgepraat en uitgeschreven raken. De Tour van 1947 was er een met een fantastische ontknoping, waarmee de kleine Breton Jean Robic tot de heldenstatus piekte. Maar winnen en verliezen horen bij elkaar als peper bij zout en de grote verliezer van die Ronde van Frankrijk was Pierre Brambilla. Een in Zwitserland geboren Italiaan en dan word je in het thuisland niet als een authentieke spaghettivreter gezien. Daarom hadden de ‘echte’ Italianen niet zo’n trek om De Klomp te helpen in zijn poging de Tour te winnen. Anderzijds waren de Fransen er ook niet zo op gebrand om de renner, die al sinds jaar en dag in hun land woonde, aan de overwinning te helpen. Hij was immers Italiaan en dat land was in de net afgelopen oorlog, onder leiding van de Duce Benito Mussolini, stevig fout geweest. Arme Brambilla de voor een dubbeltje geboren coureur die ook nog eens was toegerust met een grote kluskin, waaraan hij de bijnaam De Klomp overhield. Ondanks alle tegenwerking was hij op de laatste dag van de eerste naoorlogse Tour echter de grootste kanshebber op de overwinning. Hij stond na de monstertijdrit over 139 kilometer stevig aan de leiding met een voorsprong van bijna drie minuten op Robic. Dat met nog slechts twee vlakke ritten te gaan naar Parijs. In de voorlaatste etappe kon Brambilla zich makkelijk handhaven, maar in de laatste rit ging er een groepje lopen onder aanvoering van de geduchte Belg Briek Schotte, de Fransman Edouard Fachleitner en Jean Robic. Het peloton lummelde richting Parijs en geen enkele renner stak een poot uit voor de arme Brambilla. Toen die in Parijs arriveerde was Jean Robic al zestien minuten over de finish en zeker van de overwinning. Ontroostbaar en woedend was Brambilla en van kwaadheid trapte hij ter plekke zijn fiets in elkaar, nam de schroothoop mee naar huis en begroef die in zijn tuin. In 1949 liet hij zich tot Fransman naturaliseren en in 1960 keerde hij in het peloton terug als ploegleider van de Liberia-ploeg. Daarin zaten knappe renners als Henri Anglade, Germain Derycke, Jean Dotto, Dominique Forlini en Richard Van Genechten. Hij zal ze ter motivatie wel niet zijn trieste verhaal hebben verteld. Pauvre Pierre!

Geplaatst door Fred van Slogteren, 11 mei 2007 22:00

Marino LEJARRETA ARRIZABALAGA (1957, Spanje)

Er bestaat in de wielersport geen onderscheiding of een regenboogtrui voor taaiheid en duurvermogen. Was dat wel zo geweest, dan zou Marino Lejarreta die meerdere keren hebben gewonnen en zijn bijnaam is dan ook: Spaans riet. Dat is een bamboe-achtig materiaal dat uiterst buigzaam is, maar nooit breekt. En dat slaat volledig op deze aan de Golf van Biskaye geboren renner. Er zijn meerdere coureurs geweest die in één seizoen zowel de Tour, als de Giro en de Vuelta reden, maar Marino deed het vier keer en hij reed ze allemaal uit. En niet alleen om ze uit te rijden met een rangschikking ergens in de achterhoede. In 1987 was hij 10e in de Tour, 4e in de Giro en 34e in de Vuelta. In 1989 waren zijn resultaten respectievelijk 5e, 10e en 19e, in 1990 5e, 7e en 55e en in 1991 53e, 5e en 3e. Dus 8 van de 12 keer bij de eerste tien. Dan ben je een knappe renner lijkt me en dat klopt ook. Zie de rest van zijn erelijst. Lejarreta won in 1982 de Ronde van Spanje, hij won drie keer de Clasica San Sebastian, twee keer de Ronde van Catalonië en vier keer de klimtijdrit Montjuich. Dus de Bask heeft een erelijst die klinkt als een klok, want die is nog veel langer dan ik in dit stukje kan vermelden. In 1992 leek zijn loopbaan voorbij toen hij in de Grote Prijs Primavera ernstig ten val kwam. De zwijgzame Marino was al 35 jaar, dus had hij als renner weinig toekomst meer. Toch stond hij in september 1992 weer aan de start en het leek een medisch wonder. Het lichaam was hersteld zijn, maar de geest kon het niet meer opbrengen en na een maandje koersen maakte hij alsnog een eind aan zijn prachtige carrière die veertien jaar duurde. (foto: © Cor Vos)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 10 mei 2007 22:00

Beat ZBERG (1971, Zwitserland)

Ik weet eigenlijk niet zo goed wat ik over deze Zwitser moet melden. Hij is bezig aan zijn 17e profseizoen. Hij is allround, een goed klimmer, een uitstekend tijdrijder en hij kan ook nog goed aankomen als het in een kopgroep is. Hij is echter nooit de status van een subtopper ontstegen. Zijn erelijst is beperkt, hoewel hij ook geen uitgesproken knecht is. Hij is grijs en onopvallend. Beat Zberg reed vier seizoenen voor de Rabobank-ploeg, maar daarin wist hij ook niet echt op te vallen. Ik herinner me wel een knallende ruzie met Michael Boogerd na een etappe in de Tour de France. Het jaar weet ik niet meer, maar Boogerd deed er in de kopgroep alles aan om uit de greep van een achtervolgend groepje te blijven. In die groep zat Beat en als de aansluiting zou zijn gemaakt dan zouden er twee Raborenners in de kopgroep hebben gezeten, met uitstekende winstkansen voor de Zwitser. Het was Boogerd die dat niet toestond en na afloop stond Rabo met lege handen. Zberg was woedend en de altijd zo rustige en gelijkmatige Helveet vloekte de eeuwige sneeuw van de Alpentoppen. Op zijn palmares staan de Henninger Turm, de Ster van Bessèges en de Ronde van Oostenrijk. Niet slecht natuurlijk, maar er had meer in gezeten. Met zijn broer Markus is het eigenlijk hetzelfde. Die kwam ook naar Rabobank en in zijn eerste jaar zat hij steeds prominent in de finale van diverse klassiekers. Maar daarna was het afgelopen en gleed hij weg naar onder de subtop. De twee rijden nu al weer enkele jaren voor de Duitse formatie Gerolsteiner. Ik heb de indruk dat ze daar beter op hun plaats zijn, maar het vertaalt zich nog niet in resultaten. (Foto: © Cor Vos)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 9 mei 2007 22:00

Iñigo LANDALUZE INTXAURRAGA (1977, Spanje)

Deze Bask van de Euskaltel-ploeg is bij mij om maar twee gebeurtenissen bekend. In de eerste plaats vanwege zijn verrassende zege in de Dauphiné Libéré van 2005 en in de tweede plaats vanwege het dopinggeval dat er op volgde. Zijn overwinning was verrassend omdat hij tot die dag hoofdzakelijk als knecht bekend stond voor mannen als Mayo, Etxebarria en Laiseka. In de koninginnerit was Landaluze vooruit met Axel Merckx en daarmee verrasten zij klassementsaanvoerder Levi Leipheimer. Toen de Amerikaan in de gaten had dat hij zijn trui aan Landaluze aan het verliezen was, nam hij in de achtervolging teveel risico en hij schoof onderuit. Landaluze werd in de leiderstrui gehezen en Iñigo en zijn in het fel oranje gehulde ploegmaten maakten in de resterende etappes geen fout en met 11 seconden voorsprong op Santiago Botero won hij zijn eerste wedstrijd bij de profs. Het was toen zijn vijfde seizoen bij de beroepsrenners. De Dauphiné is nog steeds de enige overwinning in zijn profloopbaan en dat komt voornamelijk door de dopingaffaire die op zijn overwinning volgde. Landaluze had testosteron gebruikt en dat mag niet. Hij kreeg een schorsing van zes maanden, maar zijn overwinning konden ze hem niet afnemen omdat hij direct in beroep ging. Na anderhalf jaar getouwtrek slaagde zijn advocaten erin aan te tonen dat er bij het LNDD, het nationaal laboratorium voor dopingopsporing, procedurefouten waren gemaakt en het Internationale Sporttribunaal TAS  sprak hem vrij. Bij het Franse laboratorium van Chatenay-Malabry was de fout gemaakt dat het A- en B-staal van de renner door dezelfde persoon was onderzocht en dat is tegen de reglementen. Floyd Landis was erg blij met de uitspraak, want dat betekent voor hem een stuk jurisprudentie waarop zijn advocaten zich kunnen beroepen, omdat bij het onderzoek van Landis’ stalen dezelfde fout is gemaakt. De genoegdoening heeft voor Landaluze tot nu toe niets opgeleverd, want hij heeft op wat ereplaatsen na nog geen enkele prestatie van niveau neergezet. (Foto: © Cor Vos)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 8 mei 2007 22:00

« Vorige 1 2 3  ... 658 659 660 661 662 663 664 665 666 667 668  ... 700 701 702 Volgende »