Jean-René BERNAUDEAU (1956, Frankrijk)

Ik heb op de slogblog wel eens geschreven dat kopmannen wel eens de ontwikkeling in de weg staan van renners die zich in hun schaduw ophouden. Ze kunnen meer dan hun baas uit de wind houden of van verse bidonnen voorzien. Maar dat is niet altijd zo. Als de kopman eenmaal gestopt is of naar een andere ploeg vertrokken, heeft de meesterknecht ineens alle kans om zich te manifesteren. Soms lukt het, denk aan Indurain, maar vaak ook niet. Ik schreef recentelijk over Hincapie en wat voor hem geldt, geldt ook voor Jean-René Bernaudeau. De meesterknecht van Bernard Hinault, die eenmaal op eigen benen de verwachtingen niet waar kon maken. Althans waar het het grote werk betreft, want in de kleinere koersen kon hij wel degelijk excelleren. De Midi Libre is een lastige koers en die won de man uit de Vendée maar lieft vier keer. En hij won nog een hele reeks Franse koersen van minder aanzien. In het grote werk kwam hij tot zijn plafond met een derde plaats in de Vuelta en een vijfde en twee zesde plaatsen in de Tour de France. Ik herinner hem ook nog van een etappe naar l’Alpe d’Huez toen hij alleen vooruit was met Peter Winnen. Sprinten om de overwinning opgevoerd door twee strijkijzers. De een stoomde nog harder dan de ander, maar het was Winnen die ruimschoots won. Er was nog een Nederlander die hem ooit de pas afsneed. Dat was Jan Raas in het WK van 1979. In die tumultueuze eindsprint gebeurde van alles, maar Bernaudeau bleef in het spoor van Jan. Hij had geen schijn van kans, maar hij kwam wel als derde op het podium. Na zijn carrière werd hij ploegleider. Hij is nu de manager van Bouygues Telecom, de ProTour-ploeg waar ook zijn zoon Giovanni onder contract staat. (Foto: © Cor Vos)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 7 juli 2007 22:00

Erik ZABEL (1970, Duitsland)

Zonder een echte supporter te zijn ben ik een liefhebber van renners die de wielersport in stappen om er echt carrière te maken en bereid zijn daar ook alles voor te doen. En als het moet over lijken. Er altijd staan ook in onbeduidende koersen. Het publiek is gekomen, dus moet het publiek genieten. Sean Kelly was zo’n type en Tom Simpson. Jan Janssen ook en Peter Post niet minder. En natuurlijk ook Erik Zabel die vandaag zijn 37e verjaardag viert. Een fantastische coureur die in de eerste plaats sprinter was, maar die er ook nog bij was als de koers wat zwaarder werd. Eentje die het niet uitmaakte of hij de Tour moest rijden of een klassieker, een criterium of een zesdaagse. Nog een van de weinige renners die in februari aan het seizoen begint en doorkachelt tot in Lombardije de bladeren vallen. Dan even op adem komen en hup de Duitse zesdaagsen in. Samen met zijn maatje Aldag, naast wie hij enkele weken geleden zo triest zat te kijken nadat het duo een epo-verleden had opgebiecht. Of Zabel daar nou de volle waarheid sprak of het misschien iets mooier maakte dan het was, kan me eigenlijk geen reet schelen, want het gaat om Erik Zabel. Die man is een voorbeeldige coureur, met een groot hart voor de wielersport. De vaandeldrager van het Duitse cyclisme, bij wie Jan Ullrich niet in de schaduw kan staan. Het heeft hem geen windeieren gelegd, maar daar heeft hij dan ook hard voor gebuffeld. En als hij weer eens Milaan-San Remo had ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 6 juli 2007 22:00

Tiemen GROEN (1946, Nederland)

In het voorjaar van 1963 werd op het autocircuit van Zandvoort de nationale nieuwelingenrace verreden. Dat was toen een soort Nederlands kampioenschap voor nieuwelingen, de categorie die we tegenwoordig kennen als junioren. Jonge wielrenners die minimaal 16 en maximaal 18 jaar oud zijn. Tussen die circa driehonderd coureurtjes in de dop stond een 17-jarige schuchtere knaap uit Friesland. Hij had angst voor die grote groep, omdat hij al had ondervonden dat dat gewriemel tussen al die wielen hem niet echt lag. Hij besloot geen risico te nemen en hij demarreerde als een speer vanuit het startschot, als waren er slechts 100 meter af te leggen in plaats van een kilometer of tachtig. Rennertjes van die leeftijd zitten er doorgaans niet mee om vanuit het vertrek volle bak te gaan, maar deze actie was hen zelfs te gortig. Die gek zouden ze straks wel oppikken, dachten ze, maar ze zagen Tijmen Groen – zoals hij aanvankelijk in de pers werd genoemd – pas terug na de finish. Een van de toeschouwers die dag was bondscoach Joop Middelink en hoewel die alleen in amateurs was geïnteresseerd, noteerde hij de naam van die jonge krachtpatser vast in zijn notitieboekje. Baancoach Jan Derksen deed dat ook en in juni 1964 haalde hij Tiemen (inmiddels amateur) over om naar Amsterdam te komen voor het achtervolgingstoernooi bij de Nederlandse baankampioenschappen. Het grote talent reed gelijk een baanrecord ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 5 juli 2007 22:00

Frans AERENHOUTS (1937, België)

In 2001 ben ik een keer bij hem thuis geweest in Kontich. Het is een van de leukste interviews geweest die ik ooit heb gehouden. Een vrolijke man, die in rap Vlaams vertelt wat je wil weten. Hij was een goede subtopper die twee maal Gent-Wevelgem won. Daar lag ook zijn grens, want hij was vooral een sterk finisher. Maar ik was niet bij hem om over zijn carrière te praten, maar over die van Jan Janssen. Janssen was namelijk jarenlang zijn trainingsmaat en dat waren geen gewone trainingen. Kort en hevig tot de uitputting toe. ‚Het was altijd rap rijden met Jan en nooit meer dan zo’n twee uur aaneen en soms ietsje langer. Van den eerste tot den laatste meter diep in de beugel. Nooit afgeven. We reden naast elkaar en als ge dan een half wieleke achterraakte dan moest ge rap-rap da weer goemaken, hè. We trokken er zo verschrikkelijk hard aan dat we ons zelf helemaal kapot rejen. We zochten ook altijd de wind op en dan was het beuken. Dan was de labeur nog zwaarder en dan krijgt n’n coureur het niet op een schotelke. Amaai, wat kon die Jan afzien, hè.’ Nog mooier is het verhaal van de criteriums in Frankrijk. De grote renners reden er in de maanden na de Tour tientallen en verplaatsten zich dan per auto. Ze namen dan altijd een mindere renner uit hun ploeg mee om te rijden, te masseren, voor het materiaal te zorgen en de hotels te regelen. En ook nog mee te fietsen. Zwaar werk, maar er werd goed geld mee verdiend, dus daarom heeft Frans Aerenhouts nooit geklaagd in de jaren dat hij voor Raymond Poulidor de meesterknecht mocht zijn. Frans was een zuinige man en ze verplaatsten zich in zijn Volkswagen kever, waar ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 3 juli 2007 22:00

Kim KIRCHEN (1978, Luxemburg)

In de geschiedenis van het Luxemburgse cyclisme komt de naam Kirchen regelmatig voor. In de jaren vijftig waren Jean, die ook wel Bim werd genoemd, Kirchen en zijn jongere broer Jim goede renners. Jean was zelfs een heel goede coureur die in die tijd mooie uitslagen reed. Een zoon van een broer van de twee was Erny. Ook Erny was beroepsrenner, maar die kwam niet echt boven het maaiveld uit. Of moet je in zijn geval zeggen, boven de Ardennentoppen? Hoe het ook zij, ook Erny kreeg een zoon en dat is Kim. En die is bezig zijn hele familie in de schaduw te fietsen. In een periode dat het Luxemburgse wielrennen helemaal niks meer voorstelde, kwam de jonge renner uit Rammeldange uit zijn schulp. Hij werd prof in 2000 en hij trok naar Italië. Hij kreeg een contract bij De Nardi en hij reed zich in Italiaanse koersen goed in de kijker. Een uitgesproken wielervakman als Carlo Ferretti merkte hem op en lijfde hem in bij de sterke ploeg van Fassa Bortolo. Hij won een rit in de altijd sterk bezette Ronde van Luxemburg en hij won er het puntenklassement. In 2002 werd hij winnaar van de Ronde van Nederland en ook de Ronde van Bern schreef hij bij op zijn erelijst. Het voorlopig hoogtepunt van zijn carrière beleefde hij in 2004 toen hij de klassieker Parijs-Brussel won. Hij onderstreepte dat nog eens met een vierde plaats in de Tour de Suisse en de zege in het nationaal kampioenschap. In 2005 en 2006 was hij eveneens succesvol met een tweede nationale titel in dat laatste jaar, maar de stijgende lijn kon niet echt worden doorgezet. Dat kan te maken hebben met zijn overgang naar T-Mobile, want dat is de laatste jaren door allerlei oorzaken toch een beetje een zwalkende ploeg. In de Tour heeft Kirchen nog niet veel klaargemaakt en hij vertrekt a.s. zaterdag met de opdracht zijn kopman Michael Rogers zoveel mogelijk in het hooggebergte bij te staan. Aan zijn Luxemburgse kampioenstrui zult u hem niet meer herkennen, want die heeft hij afgelopen zondag moeten inleveren bij Joachim Benoît. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 2 juli 2007 22:00

Walter GODEFROOT (1943, België)

Ik heb in deze weken een beetje medelijden met Walter Godefroot. Hij wordt ineens van alle kanten belaagd omdat de renners die in de jaren negentig voor Telekom reden ineens van alles bekennen. Heel Duitsland staat op zijn kop en er worden allerlei rare dingen bedacht om de wielersport uit de publieke belangstelling te weren. Alsof wielrenners moordenaars zijn, die zo spoedig mogelijk achter slot en grendel moeten. Zelfs de organisatie van het WK in Stuttgart staat op losse schroeven. En dat alles terwijl de brave Walter in die tijd de hoogste baas was van de Telekom-wielerploeg. Hij is van een generatie die altijd heeft ontkend, net als al zijn collega’s van toen. Mijn naam is haas, ik weet van niets. Het was jarenlang het standaard antwoord als doping in de wielersport ter sprake kwam. En daarom heb ik meelij met hem, omdat hij een groot renner was die zich als een van de weinigen enigszins staande hield in het Merckx-geweld van de jaren zestig en zeventig. Hij won acht klassiekers, waarbij de Ronde van Vlaanderen (2x), Parijs-Roubaix en Luik-Bastenaken-Luik. Hij heeft ook een record op zijn naam staan, want hij won ooit een rit in de Ronde van Tunesië met het onvoorstelbare uurgemiddelde van 52 kilometer en 708 meter. Na zijn loopbaan werd hij eerst bondscoach van de junioren en daarna ploegleider. Toen de bazen van Team Stuttgart de hele ploeg overdeden aan Deutsche Telekom was er geen plaats meer voor ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 1 juli 2007 22:00

Matthé PRONK (1974, Nederland)

Voor Matthé Pronk heb ik een zwak. Ik maakte hem in mei 1999 een dag mee in de Grote Prijs Wallonië. Hij zat toen in de Rabobank-ploeg en hij leek wel een jonge hond. Speels, druk, goedlachs en onervaren. De renners waren nog maar net vertrokken toen hij al langs de kant van de weg zijn lijf met een gouden parabool aan de berm verbond. Even later gierde hij ons voorbij op weg naar het peloton. Later in de koers moest ploegleider Adri van Houwelingen hem tot rust manen, nadat hij wel erg fanatiek aan de kop van het peloton aan het sleuren was, terwijl er in de kopgroep vier Raborenners zaten. Het werd hem met een vaderlijke glimlach vergeven. Inmiddels is hij met zijn 33 jaar een gelouterde prof bij unibet.com, die je de kop niet meer gek maakt. Ik herken hem altijd direct in de groep of op de baan in de zesdaagse, met die geheel eigen diepzittende stijl en die brede nek. In 2003 schreef ik het boek ‚Wielerhelden van Oranje’ en daarin staan mini-biografieën van alle Nederlandse renners die ooit wereld- kampioen waren. En dus moest ik ook een stukje schrijven over zijn vader, die in 1979 en 1981 wereldkampioen bij de amateurstayers was. Twee jaar daarvoor was Matthé senior aan kanker overleden en daarom belde ik junior in zijn huis in België. Het werd een lang gesprek met veel stiltes van zijn kant, waarin ik alleen zijn gesnif hoorde. Hij vertelde over de timmerman die zijn vader was die nooit een dag verzuimde, maar na het werk niet wist hoe snel hij naar huis moest gaan. Thuis bij zijn vrouw en vijf kinderen, waarmee hij zo gelukkig was. Een natuurliefhebber die altijd honden, kippen en duiven om zich heen had en zielsgelukkig was als hij in zijn tuin kon rommelen. Stukkie fietsen, stukkie ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 30 juni 2007 22:00

Corine DORLAND (1973, Nederland)

In 2003 kreeg ik opdracht van de KNWU om ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan van de wielerbond een jubileumboek te schrijven. Daarin moest ook plaats zijn voor 81 mini-biografieën van alle Nederlandse wielrenners en wielrensters die ooit wereldkampioen waren geweest of goud hadden gewonnen op de Olympische Spelen. Het boek, met de wat voor de hand liggende titel ‘Wielerhelden van Oranje’ was al bijna klaar toen we er achter kwamen dat Nederland ook wereldkampioenen heeft gehad in het wieleronderdeel fietscrossen. Dat was op een vrijdag en het boek was al geheel opgemaakt om de dinsdag daarna naar de drukker gaan. Gelukkig bleek het slechts om twee personen te gaan, maar daarvoor moest wel bijna het hele boek op de schop. Die twee waren Robert de Wilde, wereldkampioen 1999 en Corine Dorland, tienvoudig wereldkampioene fietscross, waarvan zeven in de jeugdrangen. Er zat niets anders op, in het weekend moest ik ze zien te interviewen. Bij Robert was dat een beetje lastig, want hij woont als vedette in die sport in de Verenigde Staten, omdat daar de meeste wedstrijden zijn. Ik kreeg zijn telefoonnummer, maar dat werd niet beantwoord. Gelukkig is zijn vader in Kampen de grootste supporter van Robert en die wist misschien nog wel meer van de carrière van zijn zoon, dan de oud-wereldkampioen zelf. Ik ben er uitstekend uitgekomen met De Wilde senior. Bij Corine lag het eenvoudiger en binnen het half uur had ik haar aan de telefoon. Ze woont in de Zaanstreek en woonde toen nog samen met Danny Stam, met wie ze inmiddels is getrouwd. Het werd een moeizaam gesprek, omdat ik toen nauwelijks wist wat fietscrossen is. Maar Corine had veel geduld met me en samen kwamen we tot het gewenste resultaat. Ze vertelde me alles over BMX-fietsen, startheuvels, kombochten, table-tops, enzovoort. Een paar jaar later meldde ik me bij de persbalie van de Zesdaagse van Amsterdam en daar werd ik aan mijn accreditatie geholpen door mevrouw Stam. Ik kon me toen eindelijk voorstellen en mijn indruk van toen – een aardige meid – werd helemaal bevestigd. Corine, van harte! (Foto: archief C. Dorland)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 29 juni 2007 22:00

George HINCAPIE (1973, Verenigde Staten)

Hij is van Indiaans-Colombiaanse afkomst, maar de Klukkluk van het peloton is hij allerminst. Een opvallende dominante coureur die alleen al door zijn verschijning respect afdwingt. Hij verbond zijn rennersleven lang aan dat van Armstrong en dan zag je zo nu en dan waartoe hij in staat is. Zoals zijn overwinning in een loodzware Pyreneeënrit in de Tour van 2005. Ik was er destijds van overtuigd dat hij na het afscheid van Sir Lancelot tot volle bloei zou komen, maar dat is tot nu toe niet gebeurd. Misschien is hij te laat en heeft hij te lang in de schaduw gestaan. Het kan ook zijn dat hij zich in de komende Tour wel ineens als een superstar manifesteert. Hij is wat dat betreft onvoorspelbaar. En dan heb ik het alleen nog maar over de Tour. In het eendagswerk had hij meer moeten presteren, want Lance Armstrong heeft zich in het tweede deel van zijn carrière beperkt tot de Tour en hij liet de klassiekers – behoudens de Amstel Gold Race – voor wat die waren of hij zag deelname hooguit als training. Daar had Hincapie vaker moeten toeslaan, maar er staat slechts een zege in Gent-Wevelgem op zijn conto. En die rit is voor mij toch de minst aansprekende van het klassiekergeweld in maart en april. Ik denk dat ik mij als liefhebber in mijn verwachtingen toch een beetje te veel heb laten leiden door zijn overrompelende persoonlijkheid. Dat had ik ook met José De Cauwer. Zowel als renner als daarna, straalt die een kracht uit die hij als ploegleider wel heeft waargemaakt, maar als renner totaal niet. Meer dan een goede knecht is José nooit geweest, maar hij is misschien wel de beste ploegleider die er ooit was. Het motiveren van renners, waardoor ze meer kunnen dan ze zelf dachten is de grote kracht van De Cauwer. We weten natuurlijk niet wat de invloed van Hincapie op Armstrong is geweest, want Lance is natuurlijk zelf ook een haantje, maar je weet nooit wat er in de beslotenheid van hotelkamers gebeurt. Ik denk dat ik moeders Uch maar eens bel. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 28 juni 2007 22:00

Roger PIEL (1921, overleden, Frankrijk)

Zijn naam spreek je uit als piejel, maar Gerard Peters was in 1946 behoorlijk de piel toen hij kort na elkaar twee maal met deze Franse coureur werd geconfronteerd. De eerste keer was op de Oerlikonbaan in Zürich waar dat jaar de wereldkampioenschappen op de baan werden verreden. De beide renners brachten het tot de finale van het allereerste wereldkampioenschap achtervolging voor beroepsrenners. Piel voelde goed aan dat hij het in een normaal duel nooit van de Haarlemse stilist zou kunnen winnen en hij besloot dat het dan maar op een abnormale manier moest. De strijd was nog niet eens begonnen of de Fransman stak zijn hand op. Lekke band. De volgende keer weer. Zijn stuur zat scheef en daarna zat zijn zadel los. Steeds was er iets anders en de heren zijn iets van elf keer opnieuw vertrokken. Toen werd de zaak afgeblazen en naar de volgende dag verplaatst. Peters had zich al aangekleed en zijn materiaal opgeborgen toen het bericht kwam dat er alsnog gestart zou worden. Hij kwam op een seconde na te laat en werd bijna gediskwalificeerd. De Fransman aan de overkant grijnsde, bijna zeker van de zege, maar hij werd door de getergde Peters al binnen enkele ronden ingelopen. Zijn prestatie was echter goed genoeg om enkele dagen later voor een revanche te worden uitgenodigd in Gent. Daar reden Peters en hij een omnium met nog een paar andere renners. En weer kreeg Piel pech. Over zijn fiets gebogen stond hij vlak langs de baan toen de renners voor een sprint kwamen aandenderen. Peters raakte vol het hoofd van Piel en de Haarlemmer kwam zwaar ten val. Bewusteloos bleef hij liggen. Pas in het ziekenhuis kwam hij bij en hij hoorde dat zijn arm verbrijzeld was. Het is met die arm goedgekomen, maar Peters kwam nooit meer op zijn oude niveau. Piel mankeerde niets. De Parijzenaar die in 1944 het Criterium International won, werd na zijn carrière manager. Iedereen wilde wel bij hem onder contract staan want hij regelde ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 27 juni 2007 22:00

« Vorige 1 2 3  ... 653 654 655 656 657 658 659 660 661 662 663  ... 700 701 702 Volgende »