Wim ARRAS (1962, België)

Wim Arras uit het Belgische Lier is de geschiedenis ingegaan als een duivelse sprinter. Een echte rittenkaper die dankzij die spurt een klassieker op zijn naam bracht. Dat was Parijs-Brussel in 1987 en Arras dankte die zege aan het feit dat de organisatie de Alsemberg uit het parcours had gelaten om in het centrum van Brussel meer publiek te trekken. Zo daverde het compacte peloton op de finish af en Arras vloerde ze allemaal: Vanderaerden, Kelly, Van Poppel en nog een hele rits andere spurters van naam. Op die manier won hij nog een hele rits ritten in kleinere etappekoersen, maar hij reed maar vijf jaar als prof, want in 1990 maakte een ongeluk een eind aan zijn carrière. De geschiedenis van Wim Arras doet me een beetje denken aan Mike Hawthorn. Dat was een Britse Formule 1 coureur in de jaren vijftig. In die tijd was het een zeldzaamheid als zo iemand de 30 jaar haalde, want ze verongelukten voor het merendeel. De bolides en de circuits waren nog lang niet zo veilig als heden ten dage en het is eigenlijk een wonder dat er nog mensen waren die in zo’n rijdende doodkist wensten te stappen. Mike Hawthorn zag dat ook in, nadat de zoveelste van zijn collega’s dodelijk was verongelukt. Hij maakte zijn afscheid bekend en hij voltooide ongeschonden zijn laatste race. Enkele maanden later reed hij ontspannen in zijn personenauto op de openbare weg. Hij slipte en verongelukte dodelijk. Hij werd slechts 29 jaar. Wim Arras leeft gelukkig nog, maar hij heeft zich als vermaard sprinter altijd met ware doodsverachting in massasprints gegooid en gigantische risico’s genomen. En toen hij een keer een ontspannen ritje op zijn motorfiets maakte, kwam hij ten val en zijn wielercarrière was direct voorbij. Daarom had Hawthorn misschien beter kunnen blijven racen en Arras zich bij de racefiets moeten houden om zich van A naar B te verplaatsen. Want het noodlot houdt nergens rekening mee en voert zijn eigen regie en de mens heeft maar af te wachten. Blijf maar lekker binnen, zou je haast zeggen. Maar de meeste ongelukken gebeuren binnenshuis, zeggen de statistieken. Ik weet het niet meer. (Foto: © Cor Vos)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 6 februari 2007 23:00

Guido VAN CALSTER (1956, België)

Hij is een vertegenwoordiger van het post-Merckx tijdperk. Toen de Kannibaal in 1978 toch nog onverwacht afscheid nam, liet hij de Belgische wielerpers in vertwijfeling achter. Jarenlang hadden zij van hun redacties carte blanche gekregen om d’n Eddy te verslaan, waar ter wereld hij ook zijn duvels ontbond. Zonder een opvolger voor de geweldenaar uit Brussel moesten ze weer terug naar af. Miezerige bonnetjes laten aftekenen door een kritische chef en ieder frankske verantwoorden. Zoals vóór het tijdperk Merckx. Ieder talentje werd besnuffeld en op Merckxiaanse eigenschappen beoordeeld. Daniel Willems, Fons De Wolf, Eddy Schepers en ook Guido Van Calster werden groot geschreven in de hoop dat de wens niet alleen de vader van de gedachte zou zijn, maar ook nog eens zou uitkomen. De wonderen waren de wereld toch niet uit? Had God zelf het nietige België al niet eens een superkampioen geschonken? Maar in plaats van een tweede wonder zakten de pseudo uitverkorenen voor de ogen van de natie door de hoeven. Ze waren niet slecht, maar ze kwamen slechts op lichtjaren in de buurt van het grote idool uit Tervuren. Willems en De Wolf konden de druk niet aan en Schepers en Van Calster werden meesterknechten van respectievelijk Stephen Roche en Giuseppe Saronni. In Italië, waar de Belgische persmuskieten vanwege die bonnetjes nog maar zelden kwamen. Na zijn carrière werd Guido Van Calster perschef en assistent-ploegleider van de Nederlandse TVM-ploeg. Ik zie hem in 1998 nog staan toen de Franse politie een inval deed in Hotel Million in Albertville, waar tijdens de Tour de dôpage de ploeg van Cees Priem verbleef. Als een geslagen hond stond Van Calster erbij toen twintig politiefunctionarissen het hotel binnenvielen en alle TVM-renners meenamen, nadat Van Calster onderdanig de nummers van de kamers had opgegeven. Als een verrader uit de tweede wereldoorlog stond hij daar met afgezakte schouders tot ook hij mee moest. Een droevige dag voor de Brabander. Ik hoop dat hij vandaag wat gelukkiger is.

Geplaatst door Fred van Slogteren, 5 februari 2007 23:00

Barry HOBAN (1940, Groot Brittannië)

Deze Engelsman was in de jaren zestig een knap renner. Hij stond een beetje in de schaduw van zijn landgenoot Tommy Simpson en hij trouwde na diens dood met de weduwe van Major Tom. Mijn herinnering aan Hoban stamt uit de Tour van 1968. Daarin won hij de 19e etappe van Grenoble naar Sallanches en wie iets weet van de Tour de France weet dat dat een bergetappe moet zijn in de Alpen. Hoban was geen klimmer, maar toch was hij die dag de beste. Dat kwam omdat hij heel slim profiteerde van de stand van zaken in die merkwaardige Tour. Het was in feite de beslissende etappe, want Jan Janssen slaagde er die dag in om slechts vier seconden te verliezen op Herman Vanspringel, de Belg die hij een paar dagen later in de afsluitende tijdrit zou verslaan om daarmee de Tour te winnen. Met nog zes etappes te gaan was de Tour nog lang niet beslist. Er waren nog zeker acht kandidaten. Die hielden elkaar in de eerste beklimming scherp in de gaten. Het tempo was niet al te hoog en Barry Hoban meldde zich voorin. De Brit woonde al jaren in België en hij sprak een leuke mix van Engels-Vlaams. Hij zei tegen de favorieten voorop ‘I go efkens vooruit, because I moet poepen’. Janssen, Vanspringel en Bracke moesten er om lachen en ze gaven hem het sein dat hij mocht. ‘We hebben hem die dag niet teruggezien, die vuile rat’, vertelde Janssen me een aantal jaren geleden. 25 kilometer verder had Hoban al 8 minuten en 40 seconden voorsprong en daarvan had hij aan de finish nog ruim 4 minuten over. Plus 1500 gulden, de premie die hij op de top van de Col des Aravis verdiend had, omdat hij er als eerste doorkwam. Hij was kennelijk de enige die dat wist en vandaar de sanitaire stop waar hij zogenaamd zo’n behoefte aan had. Dat was Barry Hoban, een van de kleurrijkste renners uit het toenmalige peloton. (Foto: archief Wim van Eyle)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 4 februari 2007 23:00

Vatcheslav EKIMOV (1966, Rusland)

Toen in 1989 de Muur viel, die West-Europa van het ontluisterde Sowjet-rijk scheidde, wist Peter Post, manager van de zo succesvolle Panasonic-formatie, direct wat hem te doen stond. Hij boekte een vlucht naar Sint Petersburg, dat toen nog Leningrad heette. Hij dacht de eerste en de enige te zijn, maar twee stoelen achter hem in het vliegtuig zat Paul Desmet, baas van de Belgische Histor-ploeg. Post wist naar wie hij op zoek was en haast was geboden. In Leningrad contracteerde hij luttele uren later Vatcheslav Ekimov, de op dat moment 23-jarige Russische tijdrijder. Het type renner waar Post zo van hield, eentje van hetzelfde kaliber als Schuiten en Oosterbosch. Post wist wie hij in huis haalde, want Slava had al zes wereldtitels op zak en een gouden Olympische medaille. In no-time ontwikkelde de Rus zich tot een echte professional die in zijn eerste jaar als prof wereldkampioen achtervolging werd. Verder realiseerde hij een rijke palmares met overwinningen in het Kampioenschap van Zürich, de Ronde van Valencia, de Driedaagse van de Panne, de Ronde van Nederland, de Tour Dupont en nog veel meer. Hij bleef lang in Nederlandse dienst en hij boekte menig succes omdat hij het vermogen had om in een finale uit het peloton te katapulteren dat op dat moment zestig in het uur reed. Een fantastische coureur en teamrenner. Dat was ook Lance Armstrong niet ontgaan en hij haalde Ekimov in 1997 bij Rabobank vandaan en maakte hem tot zijn adjudant in de US Postal ploeg. Ergens in 2000 – meen ik – stopte hij met de wielersport maar luttele maanden later haalde Armstrong hem over om toch weer op te stappen. Hij voegde er nog een paar sterke jaren aan toe. Ik zag hem in augustus jl. nog op het startpodium staan bij de start van de tijdrit in Eneco’s Tour. Scherp, geconcentreerd, lichtelijk trillend van de spanning. Het was zijn laatste wedstrijd, want daarna stopte hij, 40 jaar en 7 maanden jong. Wat een coureur. (Foto: © Philip van der Ploeg)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 3 februari 2007 23:00

Hennie KUIPER (1949, Nederland)

Grote wielrenners hebben niet alleen aan hun ontwikkeling als atleet gewerkt, maar ook aan hun persoonlijkheid. Een mens is een verzameling van botten, vlees en spieren, maar er moet de bezieling zijn om dat lijf aan te sturen. Hennie heeft zich als atleet en als mens fantastisch ontwikkeld. Hij heeft zijn tekortkomingen overwonnen en zijn sterke punten geoptimaliseerd. Zo heeft hij een fantastische carrière gerealiseerd met vele hoogtepunten. Hij koos zijn wedstrijden uit en bereidde zich daar zo op voor dat hij vaak als een zombie aan de start stond. Strijdplan in het hoofd, voor duizend procent geconcentreerd en ver weg van de rest van de wereld. Zo won Kuiper zijn koersen en hij werd er om bewonderd. Behalve die ene keer bij de Olympische Spelen in München in 1972. Na de afschuwelijke moord door Palestijnse terroristen op Israëlische sporters verkeerde de hele sportwereld in verwarring. De lol was er af en verschillende atleten verlieten het Olympisch dorp en gingen naar huis. Voor Hennie Kuiper was dat geen optie. Hij was in München ... 

Geplaatst door Fred van Slogteren, 2 februari 2007 23:00

Peter PIETERS (1962, Nederland)

De bondscoach van de baanwielrenners is een van de succesvolste coaches in de Nederlandse sportwereld. Hij levert nu al jaren de ene wereldkampioen na de andere af, maar hij was in december jongstleden niet genomineerd voor de beste sportcoach van Nederland. Wel Frank Rijkaard en wat die vorig jaar met FC Barcelona heeft gepresteerd was natuurlijk indrukwekkend. FC Barcelona is echter een Spaanse voetbalclub met slechts één Nederlandse speler in de gelederen. Ik vind dat je zo iemand – met alle respect – dan niet moet selecteren. Pieters werkt als Nederlander met een puur Nederlandse selectie en alle eer voor ... 

Geplaatst door Fred van Slogteren, 1 februari 2007 23:00

William PEDEN (1905, overleden 30.01.1980, Canada)

We denken wel eens dat Steve Bauer de enige Canadese wielrenner is geweest van internationale allure, maar dat komt omdat William Peden een van die vergeten grootheden is, waarover haast niet meer wordt gepraat en geschreven. ‘Torchy’ werd hij genoemd, want het haar van deze oersterke renner uit British Columbia gloeide net zo rood als dat van Bertje Oosterbosch in een latere epoque. The King, zoals hij ook wel met veel respect werd aangesproken, was een geweldenaar. Een krachtmens die vooral uitblonk in de zesdaagsen. Hij reed er 148 en toen hij in 1948 op 43-jarige leeftijd afscheid nam, had hij er 38 gewonnen. Dat was op dat moment een record dat pas 17 jaar later in 1965 door Rik Van Steenbergen werd verbeterd. Een spectaculair renner die met zijn grote kracht een gruwelijk verzet draaide. Hij is maar een enkele keer in Europa geweest, want hij reed zijn wedstrijden vrijwel uitsluitend in Canada en de Verenigde Staten. Hij was daar ontzettend populair en de noodzaak om de oceaan over te steken was er dan ook niet. De Europese renners kwamen in die tijd wel naar Noord-Amerika, waar de SIX toen zo geliefd was dat de tribunes al weken van tevoren uitverkocht waren en de artiesten net zo beroemd waren als de grote filmsterren van toen als Charly Chaplin en Douglas Fairbanks. Torchy was voor de duvel niet bang en in 1931 vestigde hij in Minneapolis in de staat Minnesota een wereldrecord met vliegende start over een mijl. De snelheid die hij bereikte was 119 kilometer en 677 meter. Op de fiets, maar wel achter een auto met een geweldig windscherm. Je moet het maar durven. (Foto: archief T&T Tekst & Traffic)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 31 januari 2007 23:00

Henri DESGRANGE (1865, overleden 16.08.1940, Frankrijk)

Gehaat werd hij door de renners uit de beginjaren van de Tour de France en vergeleken met de duivel en de Markies De Sade. Hij was zelf wielrenner geweest en een voor die tijd heel goede. Hij was de eerste Fransman die nationaal kampioen was en hij was ook de eerste die een werelduurrecord (35 kilometer en 325 meter) vestigde. Hij was daarna een bekend sportjournalist die het tot hoofdredacteur bracht van een sportkrant. Dat blad heette L’Auto Vélo, en uit die krant is na de tweede wereldoorlog l’Équipe ontstaan, een van de meest gezaghebbende sportkranten ter wereld. De naam l’Auto Vélo werd betwist door de concurrerende sportkrant Le Vélo en de zaak werd voor de rechter uitgevochten. De krant van Desgrange verloor het proces en werd gedwongen de naam te veranderen. Het werd L’Auto en het Franse publiek moest opnieuw veroverd worden. Kranten werden destijds nog aan de man gebracht door schreeuwende krantenjongens, maar de nieuwe naam was te onbekend en de verkoopcijfers daalden dramatisch. Het was Desgrange die een onwaarschijnlijke reclamestunt bedacht: een wielerwedstrijd in etappes door heel Frankrijk heen. Op 19 januari 1903 legde hij het plan voor aan zijn directie en hij kreeg fiat. Nog datzelfde jaar ging de eerste editie van start en hoewel het daar een aantal jaren niet naar uitzag werd de Tour de France een groot succes. Desgrange begreep dat als hij de aandacht van het publiek wilde vasthouden hij de renners onmenselijke dingen moest laten doen, waarover hij en zijn journalisten dan grote heldenverhalen konden schrijven. De etappes waren monsterlijk lang. Meer dan vierhonderd kilometer was meer regel dan uitzondering. De wegen waren bij voorkeur zandpaden vol grit en gruis, die bij regen veranderden in onbegaanbare modderpoelen. Ook voerde hij al na enkele jaren de bergetappes in en de renners van toen maakten dagen van zestien uur en meer om die etappes uit te kunnen rijden. Ze vervloekten hem, maar er is in die jaren nooit een rennersstaking geweest. Die kwam pas in 1978, toen de coureurs onder aanvoering van Bernard Hinault weigerden op te stappen, vanwege de vele verplaatsingen om maar zo veel mogelijk etappeplaatsen aan te kunnen doen. Inmiddels is de Tour teruggebracht tot etappes van maximaal 200 kilometer. De wegen zijn voor het merendeel glad geasfalteerd en het materiaal en de verzorging kunnen niet beter. Toch kwam de voorzitter van het IOC vorig jaar met de suggestie om in de strijd tegen doping de Tour tot twee weken in te korten en de lengte van de etappes te beperken tot hooguit honderd kilometer. Die dag pakten donkere wolken zich samen boven het dorp Beauvallon, nabij de stad Valence in het departement Drôme. De hovenier op de plaatselijke begraafplaats hoorde een monotoon zoevend geluid. Het kwam vanonder een grafsteen vandaan. Het hield pas op nadat Jean-Marie Leblanc het plan van Jacques Rogge belachelijk had genoemd. En alle liefhebbers van de Tour de France wisten het zeker. Henri Desgrange had zich als een propeller in zijn graf omgedraaid.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 30 januari 2007 23:00

Magnus BACKSTEDT (1975, Zweden)

Hij is de onbetwiste reus van het huidige peloton, deze blonde Zweed die naar de 1 meter 90 piekt en een gewicht met zich meedraagt van 90 kilo. Hij moet het dus niet van klimmen hebben, maar van puur hardrijden en daarin is hij een kanjer. Zijn grootste triomf was zijn zege in Parijs-Roubaix 2004, de koers die eigenlijk een prooi voor Johan Museeuw of Peter Van Petegem had moeten worden. Vooral Museeuw was er op gebrand de Hel van het Noorden nog eens te winnen, want zijn afscheid stond al gepland. Hij had er zelfs groeihormonen voor genomen, zoals we sinds vorige week weten. De beide Belgen kregen echter materiaalpech en er bleven vier man op kop over. Een onverwacht viertal, van wie er niemand bij de favorieten stond genoteerd. De vandaag eveneens jarige Brit Roger Hammond, onze landgenoot Tristan Hoffman, de jonge Zwitser Fabian Cancellara en Magnus Backstedt uit Linköping. In een interview aan de vooravond van Parijs-Roubaix had de Zweed na zijn tweede plaats in Gent-Wevelgem zelfverzekerd laten weten dat hij naar Compiègne vertrok om Parijs-Roubaix te winnen, maar niemand nam dat serieus. Hij zelf ook niet echt, want hij reed voor het nietige Alessio en hoefde daardoor niet op veel steun te rekenen. Maar hij flikte het hem. De vier werkten goed samen om te voorkomen dat Museeuw en Van Petegem konden terugkeren en vochten het vervolgens met elkaar uit op de wielerbaan van Roubaix. Daar had Backstedt geen enkele moeite met zijn medevluchters. Het leverde hem niet alleen de kei op, maar ook een contract bij de Italiaanse ploeg Liquigas-Bianchi, nadat hij bij Crédit Agricole wat in de versukkeling was geraakt en hij zijn heil enkele jaren lang bij kleinere ploegen had moeten zoeken. Ook dit jaar zal hij weer in het lindegroen van die Italiaanse formatie aan de start staan. Wie weet wat de reus nog in petto heeft? (Foto: © Philip van der Ploeg)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 29 januari 2007 23:00

KROON, Karsten (1976, Nederland)

Karsten vertrok aan het eind van 2005 met veel publiciteit bij de Rabobank-ploeg om zijn geluk bij CSC te beproeven. Met veel publiciteit, omdat de journalisten hoopten een stuk rancune te kunnen vastleggen. Die was er wat hem betreft niet, hoewel het wel duidelijk was dat hij het bij Rabobank wel gezien had. En dat kan natuurlijk gebeuren. Een jonge renner groeit als het goed is en merkt dan op een bepaalde dag dat zijn groei zo ver is dat hij in een finale meekan en zelfs kan winnen. Als dat inzicht niet strookt met het ploegbelang en je in kansrijke positie wordt teruggefloten, dan kan ik me voorstellen dat je naar andere wegen zoekt om je progressie te kunnen manifesteren. Zo kwam Karsten bij CSC terecht en die keus heb ik niet goed begrepen. Die ploeg is zo uitgebalanceerd met op iedere positie een toprenner, dat hij daar tegen hetzelfde probleem moest oplopen. Hoewel hij in zijn wedstrijden in alle finales van voren zat, is de grote overwinning – en daar hebben we het natuurlijk over – nog niet gekomen. Wat Kroon mijns inziens had moeten doen is financieel een stapje terug zetten en zich bijvoorbeeld bij Skil Shimano moeten melden. Met al die wildcards voor klassiekers en semi-klassiekers die de ploeg van Arend Scheppink in het voorjaar mocht rijden, had hij dan kunnen doen en laten wat hij wilde. Dan was het resultaat zijn beslissing geweest en had hij niemand iets kunnen verwijten of moeten bedanken. Met een grote overwinning op zak had hij dan ergens het absolute kopmanschap in zijn wedstrijden kunnen afdwingen. Jan Raas deed dat lang geleden door van Raleigh naar Frisol te verhuizen om daarna met twee onvervalste klassiekers op zak bij Post terug te keren om de plaats op te eisen, waarnaar hij eerder vergeefs had gesolliciteerd. Dat vraagt soms een financieel offer en dat moet je willen brengen. Een wielrenner is een ondernemer en die moet weten wanneer hij moet investeren om verdere groei mogelijk te maken. Benieuwd hoe het dit jaar met Kroon gaat? (Foto: © Philip van der Ploeg)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 28 januari 2007 23:00

« Vorige 1 2 3  ... 652 653 654 655 656 657 658 659 660 661 662  ... 685 686 687 Volgende »