René VIETTO (1914, overleden 14.10.1988, Frankrijk)

René Vietto was een knap wielrenner die op zijn palmares wel Parijs-Nice heeft staan en nog een aantal kleine koersen, maar geen grote ronde, een klassieker of een WK. Toch wordt hij nog regelmatig opgerakeld, omdat hij een Tourlegende van de eerste orde is. Voor het beleven van de Tour de France was de wielerliefhebber in de jaren dertig aangewezen op de krant en kranten bestonden in die tijd van de losse verkoop op straat. Wie het mooiste verhaal had, verkocht de meeste kranten. Bij het blad l’Auto werkte in 1934 een jonge sportjournalist. Hij heette Jacques Goddet en hij was de schoonzoon van Henri Desgrange, de stichter van de Tour en in 1934 ook de directeur ervan. Als zodanig zou Goddet hem na de oorlog opvolgen, maar in 1934 was hij nog een ambitieus schrijvend journalist met veel gevoel voor dramatiek. Tourdebutant René Vietto stal direct de harten van alle Fransen door zich een echte onvervalste klimmer te tonen die als een baksteen kon dalen. Maar toen zijn kopman Antonin Magne in een bergetappe lek reed gebood de hiërarchie van de ploeg dat de jonge Vietto zijn wiel aan de meester moest afstaan. Minutenlang zat hij op een steen op een nieuw wiel te wachten en dat tafereel werd op de foto vastgelegd. Goddet schreef er in gloedvolle bewoordingen een zielig verhaal bij en de legende was geboren. Iedereen had medelijden met de jonge ontdekking die een zekere overwinning door de neus was geboord. In de eerste naoorlogse Tour, die van 1947, behoorde le Roi René op zijn oude dag wederom tot de kanshebbers voor de eindzege. Er stond op drie dagen van Parijs een tijdrit op het programma en tijdens die rit kreeg de toen 33-jarige coureur een inzinking van jewelste. Hij was niet meer vooruit te branden en hij verspeelde daar een mogelijke Tourzege. Tientallen jaren later kwam pas de verklaring. Een trotse Breton bekende op zijn sterfbed dat hij uit woede, voor wat ongenuanceerde uitspraken van Vietto over Bretagne, hem onderweg een fles had aangereikt met een mengsel van bier en cider en dat schijnt verlammend te werken op de beenspieren. En zo is René Vietto de geschiedenis ingegaan als de legende die niet van Bretagne hield en daarvoor zwaar gestraft werd.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 16 februari 2007 23:00

César GARIN (1879, overleden 27.03.1951, Frankrijk)

César was de jongste van de drie broers Garin die alle drie wielrenner werden. Maurice, de oudste, is als winnaar van de allereerste Tour de France natuurlijk de beroemdste van de drie geweest en Ambroise, de tweede in leeftijd, de minst succesvolle. César is vooral bekend geworden vanwege zijn diskwalificatie in de Tour de France van 1904. Ook hier weer in de schaduw van broer Maurice, die ook die ronde op zijn naam schreef met César op een verdienstelijke derde plaats. Je zult de namen van de Garins echter vergeefs in de uitslag van de editie 1904 zoeken, want vier maanden later werden ze gediskwalificeerd, uit de uitslag verwijderd en allebei twee jaar geschorst. Evenals de nummer twee Hypolite Aucouturier en Lucien Pothier, die als vierde was geëindigd, werd zelfs voor het leven uitgesloten. De heren hadden delen van het parcours met de trein afgelegd en er waren meerdere getuigen die dat waren komen bevestigen. Nummer vijf in de einduitslag, de pas 19-jarige Henri Cornet, werd tot winnaar verklaard en hij zal dat net zo hebben ondergaan als Denis Menchov, de papieren winnaar van de Ronde van Spanje meer dan een eeuw later. Van César Garin is verder niet zoveel bekend en daarom hier wat aandacht voor de verschrikkingen van die Tour van 1904. Het was een Tour met een totale lengte van 2.428 kilometer, verdeeld over zes etappes, een gemiddelde van meer dan 400 kilometer per rit. Er stonden 88 renners aan de start, waarvan er slechts 27 de finish haalden. Cornet had een voorsprong van meer dan twee uur op nummer twee en ruim acht uur op de derde van het klassement. De nummer 27 en laatste deed er zelfs meer dan 101 uur langer over. Dat is meer dan vier dagen! Er waren nog geen bergen in het parcours, want die kwamen pas twee jaar later. Maar zonder die bergen was het al zwaar genoeg. Als je op de eerste dag het ritje Parijs-Lyon over 467 kilometer krijgt voorgeschoteld en daarna Lyon-Marseille over 374 kilometer dan sta je niet van hoi-hoi te doen dat je nog vier ritten mag. Nee, daar zie je tegenop als tegen een berg en wie mag het die renners dan kwalijk nemen dat ze af en toe een stukkie met de trein deden. En wie zegt dat Cornet dat ook niet heeft gedaan? Er waren alleen geen getuigen van.

Geplaatst door Fred van Slogteren, 15 februari 2007 23:00

Oscar FREIRE GOMEZ (1976, Spanje)

Wielrenners zijn geen paarden, maar toch kun je bij WK’s bij Spaanse en Italiaanse bookies je geld op een renner zetten om er hopelijk beter van te worden. Frank Vandenbroucke noteerde in 1999 3,5 keer de inzet, Francesco Casagrande 9 keer en Michael Boogerd 10 keer. De renner die op 14 oktober 1999 echter de regenboogtrui kreeg aangetrokken zal niemand geld hebben opgeleverd, want de meeste mensen moest worden uitgelegd wie die Oscar Freire Gomez was, die als 22-jarige invaller in de Spaanse ploeg, omdat Abraham Olano ziek was geworden, zijn medekoplopers te slim af was. Dit terwijl hij op dat moment als professional nog maar elf koersen had gereden. Onder de verslagenen zaten grote namen als de eerdergenoemden VDB en Casagrande en routiniers als Jan Ullrich en Dimitri Konychev. Het was ook een wonder dat dit gebeurde en Freire werd al als een toevalswinnaar bestempeld. Maar in 2001 flikte hij het ‘m nog een keer en in 2004 nog eens. Drie keer wereldkampioen in zes jaar tijd, dat is geen toeval meer. Inmiddels is Oscarito een door iedereen gerespecteerde vedette die in staat is de grootste wedstrijden te winnen en dat heeft hij inmiddels meer dan bewezen. Hij rijdt al weer een aantal jaren voor Rabobank en daar zijn ze vast heel blij met hem. Niet alleen omdat het een goede renner is die regelmatig wint, maar ook omdat het een leuke positieve knul is die zijn nummer (en dus ook dat van zijn sponsor) goed verkoopt. Hij is goedlachs, makkelijk benaderbaar en zijn Engels klinkt grappig. Hij is helaas enigszins blessuregevoelig en dat heeft hem zeker van meer overwinningen afgehouden. Maar zijn carrière is nog niet voorbij, er is nog volop gelegenheid zijn palmares nog mooier te maken dan die nu al is. Misschien komt er nog wel een vierde wereldtitel bij. (Foto: © Philip van der Ploeg)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 14 februari 2007 23:00

Gianni BUGNO (1964, Italië)

Gianni Bugno was een van de beste renners van zijn tijd en die tijd ligt tussen 1985 en 1998. Hij was een allround renner die zowel in het eendags- als het rondewerk tot de absolute toppers hoorde. Hij won de Ronde van Italië en stond twee maal op het erepodium van de Tour de France. Hij won Milaan-San Remo, de Ronde van Vlaanderen en de Clasica San Sebastian. Hij werd twee maal kampioen van Italië en ook twee keer wereldkampioen. Twee keer op rij en die prestatie deelt hij met de Belgen Ronsse, Van Steenbergen en Van Looy, waarbij moet worden aangetekend dat Van Steenbergen ook al in 1949 wereldkampioen was geweest toen hij in 1956 en ’57 de dubbel realiseerde. De eerste wereldtitel van Gianni Bugno was in 1991 in Stuttgart. Hij was de grote favoriet en hij maakte dat ook waar door dominant te koersen, met de hulp en instemming van de gehele Italiaanse squadra onder leiding van bondscoach Alfredo Martinello. Zijn zege werd dan ook door iedereen verdiend genoemd. Ik was toen en ik ben nog steeds van mening dat Steven Rooks die dag wereldkampioen had kunnen worden, als hij wat slimmer gesprint had. Rooks was geen supersprinter, maar dat was Bugno ook niet. En de derde in de kopgroep van drie al helemaal niet. Miguel Indurain is een van de beste tijdrijders aller tijden en hij kon bergop bij de beste klimmers aanklampen, maar zijn sprintvermogen was te verwaarlozen. En toen de eindsprint begon, koos Rooks uitgerekend het wiel van de Spanjaard in plaats van dat van Bugno. Zo had hij geen enkele kans, hoewel het er nog even naar uitzag dat hij nog zou winnen. Bugno oordeelde al vele meters voor de streep dat de titel in de tas zat en hij richtte zich op, hield de benen stil en freewheelde juichend naar de finish. Dit alles terwijl Rooks nog alles aan het geven was. Het scheelde maar een half wieleke. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 13 februari 2007 23:00

Freddy MAERTENS (1952, België)

Als William Shakespeare in deze tijd had geleefd dan zou de geschiedenis van Freddy Maertens ongetwijfeld dienst hebben kunnen doen voor een van zijn toneelstukken. Het verhaal van de man die op basis van zijn talenten torenhoog steeg om daarna dieper dan diep te vallen, heeft vele aangrijpingspunten voor een groots meeslepend koningsdrama. Want een koning was hij toen hij op het punt stond de grote Eddy van zijn troon te stoten. Moeiteloos reed Freddy in het midden van de jaren zeventig op z’n gemak meer dan vijftig overwinningen per seizoen bij elkaar. Hij won klassiekers, kleine rondritten, het wereldkampioenschap en zelfs de Ronde van Spanje. Dat was in 1976 en hij won niet alleen de ronde, maar ook dertien etappes en het puntenklassement. Dat laatste klassement won hij ook drie keer in de Tour de France en in slechts drie starts won hij in la Grande Boucle maar liefst vijftien etappes. Hij startte één keer in de Ronde van Italië en daar won hij er zeven, hoewel hij die ronde niet eens uitreed. Op 28 mei 1977 was hij met zijn landgenoot Rik Van Linden in een spannend spurtduel gewikkeld, dat hem zijn achtste ritzege moest opleveren, toen de sturen van de heren in elkaar raakten en zij gebroederlijk op het asfalt smakten. ‘Polsbreuk’, zei de dokter, nadat hij d’n Freddy had onderzocht. Wat niemand toen wist was dat dit schijnbaar onbeduidende ongeval het einde van een briljante wielercarrière inluidde. Maertens bleef last houden van die pols en zijn prestaties werden steeds minder. Tot Lomme Driessens zich in 1981 over hem ontfermde en ‘m aan een streng regime onderwiep. Geen seks, geen drugs en geen rock’nroll voor Freddy en de geruchten dat Lomme in de echtelijke sponde tussen Freddy en Carine in sliep, deden de ronde. Maar het had resultaat: in de Tour van 1981 won hij vijf etappes en de groene trui en hij werd wederom wereldkampioen. Maar Freddy was niet meer de Freddy van 1976, zijn beste seizoen. Hij geleek een zombie die gevaarlijk slingerend door het peloton reed, in onsamenhangende zinnen met de pers sprak en er bepaald niet gezond uitzag. Het was dan ook een eenmalige opstanding, want de val die hij daarna maakte was peilloos diep. Alleen kleine ploegjes waren nog in hem geïnteresseerd en daar werd hij steeds sneller ontslagen dan hij was gecontracteerd. Dat hij niet definitief in de goot belandde, dankt hij aan enkele goede vrienden en zijn vrouw. Hij is nu rondleider in het wielermuseum in Roeselare. Ik hoop dat hij zijn zaakjes weer op orde heeft en dat hij gelukkig is. Want dat verdient hij voor de mooie sport die hij ons in de jaren zeventig voortoverde. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 12 februari 2007 23:00

Geert OMLOOP (1974, België)

Ik ken ene Smit die smid van beroep is; er bestaat ongetwijfeld een bakker die Bakker heet en er zal ook wel ergens een meneer De Vries zijn die iets met diepvriesproducten doet. Ik vind dat leuke toevalligheden en als ik een enkele keer de slaap niet kan vatten dan wil ik daar wel eens over peinzen. Het helpt Klaas Vaak te ontbieden en het is leuker dan schaapjes tellen. In de wielrennerij is er niemand die ‘Wielrenner’ heet. Er is volgens mij überhaupt niemand die zo heet. De Belg Hilaire Cou(v)reur komt er dicht bij, maar door dat veetje is het ’t niet en leg je ook het verband niet. Aandewiel – en die renner heeft wel bestaan – is veel meer to the point en ik ken in de wielrennerij ook een Slikker, maar dat is een uitbater van een racespeciaalzaak en ik weet niet of die goede man zelf gefietst heeft. Er bestaan natuurlijk ook renners als Egbert Koersen en Jans Koer(t)s en er zijn in België nogal wat Omloopjes in omloop. Omloop is natuurlijk een prachtige naam voor een renner, hoewel erg Vlaams. In Nederland noemen we een wielerwedstrijd niet snel een omloop, hoewel we natuurlijk wel de Omloop van de Kempen hebben. Er zijn zelfs twee Omlopen: Wim en Geert en ik geloof dat ze allebei nog actief zijn. Echte Belgische kermiscoureurs en allebei ook zoon van een kermiscoureur. Wim is de zoon van Henri Omloop en de vader van Geert heet Marcel Omloop. Zowel Geert als Wim hebben heel wat omlopen gewonnen, want ze beschikken allebei over een sterk eindschot. Verder hou je ze nauwelijks uit elkaar. Geert heeft wel iets met doping van doen gehad, maar dat is tegenwoordig ook niet echt onderscheidend. Ik geloof dat Geert nu ploegleider bij Unibet is, maar dat weet ik ook niet zeker. En zo moet je als dagelijks schrijver wel eens ’n end weglullen als aan de jarige van de dag geen lekker verhaal vastzit. Dan mag ik ook eens een keertje freewheelen en me voorbereiden op morgen, want dan zijn er twee voormalige kanjers jarig. (Foto: © Cor Vos)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 11 februari 2007 23:00

Eric VANDERAERDEN (1962, België)

Een ploeggenoot van hem in de Panasonic-ploeg waar Vanderaerden zes jaar onder contract stond zei eens tegen me: 'Ik heb zelden iemand ontmoet die zo creatief was in het verzinnen van rottigheid. Hij ging daar steeds verder in, omdat het aanvankelijk wel goed viel in de ploeg. Maar op het laatst ging het ten koste van zijn beroepsernst en dan krijg je met Post te doen, want die pikt dat van niemand.’ Door dat gedrag kwam er na zes jaar een breuk met Post en ik denk dat bij Vanderaerden meespeelde dat hij het wel gezien had bij de Amstelveense ploegbaas. Bij een andere ploeg werd hij weer helemaal zichzelf en hij behaalde nog vele mooie overwinningn. Hij was vooral een eendagsrenner, die met zijn eindschot in het rondewerk vooral uit was op ritoverwinningen en het puntenklassement. Zo won hij de groene trui in de Ronde van Frankrijk, maar ook klassiekers als de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix staan op zijn erelijst. Een begenadigd en veelzijdig coureur die ook veel op de baan heeft gereden. Hij kon het allemaal en hij ging op een speelse en kwajongensachtige wijze door het wielerleven. Hij was niet te beroerd om hard te trainen, van februari tot en met oktober de pedalen te laten spreken, maar er moest wel iets te lachen zijn. En als het een het ander uitsluit, dan worden types als Vanderaerden ongeduldig en sikkeneurig en dat leidde wellicht tot de excessen die ook bij hem hoorden. Hij was misschien geen renner voor het straffe Nederlandse regime dat in de ploegen van Post en Raas heerste. Het bewijs daarvoor is dat hij bij beide werkgevers met conflicten vertrok. Wielrennen is een individuele sport dat om commerciële redenen in een ploegenspel is gedrongen, maar het blijft een strijd tussen ego’s en dat maakt die sport zo mooi. (Foto: © Cor Vos)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 10 februari 2007 23:00

Kim ANDERSEN (1958, Denemarken)

Ik heb deze Deen een keer geïnterviewd. Het ging over Joop Zoetemelk over wie ik toen een boek schreef. Hij zat die avond in een hotel in Roosendaal met de CSC-ploeg die aan Eneco’s Tour deelnam. Hij bleek een lange gesoigneerde verschijning die het bijzonder leuk vond dat iemand naar zijn ervaringen met Joop Zoetemelk kwam informeren. Joop was zijn kopman geweest bij de Coöp-Mercier ploeg. In 1983 werd Zoetemelk in het begin van de Tour positief bevonden en hij kreeg een hele vracht strafminuten aan zijn broek. Hij was gelijk kansloos voor de eindzege of een hoge klassering en hij reed die Tour ongeïnspireerd uit. Althans dat schreven de Nederlandse kranten en ze begrepen niet dat Joop niet gewoon afstapte en naar huis ging. Maar dat kwam niet bij Joop op, zo vertelde Andersen. Hij had nog een taak te vervullen, want die dopingaffaire zorgde voor een geweldige motivatie binnen de ploeg. ‘Iedereen wist dat Joop geflikt was en we wilden de wereld laten zien dat we als één man achter onze kopman stonden. De ploeg won de ploegentijdrit en Andersen reed zes dagen in het geel. Dat kwam allemaal door Joop. Op zijn eigen rustige wijze gaf hij aanwijzingen en corrigeerde Andersen iedere keer wanneer die niet op de goede plek in het peloton zat. De twee waren toen overigens al goede vrienden, vertelde de Deen, en hij logeerde regelmatig bij Joop in Germigny l’Eveque. Ook nam Zoetemelk hem mee naar de lucratieve criteriums in Nederland. In 1985 kreeg Andersen de gelegenheid om wat terug te doen. Dat was bij het WK toen hij in de gelegenheid was zijn vroegere kopman terug te pakken. Hij deed het niet en twintig jaar later vertelde hij daarover: “Toen Joop in de laatste kilometers op voorsprong kwam, reed ik aan kop van de kopgroep. Ik had zo naar hem toe kunnen springen, maar ik kon het niet. Die twee jaar dat ik met Joop in de ploeg heb gezeten, flitsten op dat moment door mijn hoofd. Een cadeau voor een goede vriend.” Helaas wordt de mooie carrière van Kim Andersen overschaduwd door een reeks van dopinggevallen. Hij werd langdurig geschorst en toen hij daar nog niet van had geleerd, werd hij voor het leven uitgesloten. (Foto: © T&T Tekst & Traffic)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 9 februari 2007 23:00

Pavel TONKOV (1969, Rusland)

Een uitstekende ronderenner, deze Rus uit Iszjevsk. Zoals zo veel van zijn landgenoten kwam hij in Italië terecht en ontwikkelde daar zijn carrière. Hij reed goed bergop en hij had ook een uitstekende tijdrit in de benen. Zijn wedstrijd was de Ronde van Italië en hij verscheen tien keer aan de start met een prachtige reeks: 7e, 5e, 4e, 6e, 1e, 2e, 2e, 5e en 13e. Hij moest het van zijn regelmaat hebben zonder grote uitschieters want in al die jaren won hij slechts vier etappes. De Giro die hij won, die van 1996, was een van de spannendste uit de geschiedenis. Vier dagen voor het eind waren er nog vier kanshebbers op de eindzege. Het begon met de tijdrit die door Berzin gewonnen werd, met slechts een seconde voorsprong op Abraham Olano. Tonkov moest bijna anderhalve minuut toegeven, maar behield zijn roze trui met één tel voorsprong op Olano en 14 tikjes op zijn landgenoot Berzin. Met nog twee zware Dolomietenritten in het verschiet verkeerde Pavel Tonkov dus in wankel evenwicht. De volgende dag was hij zijn trui kwijt, want Olano kwam precies een seconde eerder over de streep. Twee man in het roze? Nee, want nadat de reglementen waren geraadpleegd, ging de trui naar de lange Bask. Een dag later – de voorlaatste etappe – was de koninginnerit met reuzen als de Gavia en de Mortirolo in het parcours. Tonkov ging die dag vol en met Gotti, Zaina en Ugrumov reed hij weg bij Olano die bijna drie minuten moest toegeven. Zo won Pavel Tonkov de Giro waarin nogal wat vedetten ontbraken, vanwege de Olympische Spelen dat jaar waar voor het eerst professionals aan de start mochten komen. Daarom bleven mannen als Jalabert, Indurain, Rominger, Armstrong en Museeuw thuis, omdat ze niet te vroeg in het seizoen wilden pieken. Vreemd genoeg is Tonkov nooit in de Tour de France geweest. Dat zal wel door sponsorbelangen zijn veroorzaakt en dat is de reden waarom de Rus zijn palmares hoofdzakelijk in Italië heeft gerealiseerd. Wel won hij een keer de Ronde van Zwitserland en die van Romandië en was hij een keer derde in de Vuelta. In 2005 zette hij een streep onder zijn carrière. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 8 februari 2007 23:00

Willy VANNITSEN (1935, overleden, België)

Zijn tijdgenoten uit de jaren vijftig en zestig weten het zeker: Willy Vannitsen was misschien wel het grootste wielertalent dat ooit op een racefiets heeft gezeten. Hij heeft staaltjes wielrennen laten zien waar de oude Vlaamse kenners nu nog over spreken in de staminees achter een pint. D’n Willy dat was d’r ene. ‘Groter dan Van Looy!’, zegt de een. ‘Groter dan d’n Eddy!’, zegt d’n ander. ‘Maar ’m had’m nie altied goesting’, spreekt de derde met het gezag van de oudste. De anderen zwijgen en wenken voor nog een pint, want de laatste spreker heeft gelijk. Het talent van Willy Vannitsen is als een RollsRoyce die te lang in de garage heeft gestaan. Tien jaar oud en slechts 5000 kilometer op de teller. Want wat heeft hij nou helemaal gewonnen met die uitzonderlijke mogelijkheden? De Waalse Pijl en enkele van stad tot stad wedstrijden, die ze in Vlaanderen semi-klassiekers noemen. En twee etappes in de Tour en eentje in de Giro. Oh ja, en twee zesdaagsen. Eén in Brussel met Van Looy als maat en één in Antwerpen gekoppeld aan het toen sterkste koppel van het hele circus: Post-Van Looy. Hij was geboortig in het dorp Jeuk in Belgisch Limburg, maar hij had niet voldoende jeuk in zijn kont om zijn ster overeenkomstig zijn talent te doen stralen. Ja, op latere leeftijd toen de pensioengerechtigde leeftijd naakte, toen vloog hij nog terwijl zijn tijdgenoten met de handjes op het stuur amper nog de 30 in het uur haalden. Er werd met eerbied gesproken over het feit hoe hard hij als zestig plusser trainde. Ontzag alom, maar Peter Post relativeerde deze inspanningen door cynisch te zeggen: ‘Dat had-ie toen moeten doen.’ En gelijk had Peter. Een val met de fiets leidde in 1999 het einde in. Hij lag enige tijd in coma in het ziekenhuis, maar hij herstelde gedeeltelijk. Hij leefde nog tweeënhalf jaar. Beloftes, het kerkhof ligt er vol mee.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 7 februari 2007 23:00

« Vorige 1 2 3  ... 651 652 653 654 655 656 657 658 659 660 661  ... 685 686 687 Volgende »