DIETZEN, Raimund (1959, Duitsland)
HEST, Nico van (1950, Nederland)
OPPERMAN, Hubert (1904, overleden 18.04.1996, Australië)
SOMERS, Jef (1917, overleden 25.05.1966, België)
VAN LANDEGHEM, Kurt (1972, België)
VANRYCKEGHEM, Daniel (1945, België)
WIERSTRA, Martin (1928, overleden 24.12.1985, Nederland)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 28 mei 2007 22:00

Michael BOOGERD (1972, Nederland)

Ik had zijn naam natuurlijk kunnen linken naar het stukkie dat ik vorig jaar op zijn verjaardag over hem schreef, maar soms wijk ik van die gewoonte af als er meer te melden is. En dat is er, want Michael heeft een aantal weken geleden bekendgemaakt dat hij er aan het eind van het seizoen mee stopt. Hij wordt vandaag 35 jaar en dat is doorgaans de leeftijd dat renners zich een aantal dingen gaan realiseren. De grote wensen zijn vervuld, hoewel ik zeker weet dat hij van de Ronde van Lombardije droomt. Maar je moet reëel zijn en dat is hij al vanaf het moment dat hij de fiets besteeg om in navolging van broer Rinie wielrenner te worden. Als jong rennertje onderscheidde hij zich al snel als een klimtalent en dat is zeldzaam in Nederland. Bondscoach Egon van Kessel kan lyrisch vertellen over de twee talenten die hij al vroeg onderhanden kreeg. Michael Boogerd en Koos Moerenhout. Jongens met de potentie om toppers te worden, maar de een werd het en de ander niet. Niets ten nadele van Koos, maar waar Michael al jaren een natuurlijke kopman is, daar is Koos vooral een (uitstekende) knecht, die soms nog eens laat zien wat zijn grote mogelijkheden zijn. In vergelijking met zijn voorgangers Zoetemelk, Raas, Kuiper, Rooks, Breukink kun je de palmares van Mr. Prodent niet indrukwekkend noemen. Drie Nederlandse kampioenschappen, twee Touretappes, Parijs-Nice, de Amstel Gold Race en een vijfde plaats in de Tour de France. Dat is het – met veel respect mijnerzijds - wel zo’n beetje. Toen Michael in de …

Geplaatst door Fred van Slogteren, 27 mei 2007 22:00

BARTOLI, Michele (1970, Italië)

Als je naar zijn palmares kijkt, dan is Miki Bartoli een van de beste coureurs van de afgelopen vijftien jaar. Vooral in eendagswedstrijden excelleerde de Italiaan uit de omgeving van Pisa. Hij won tussen 1996 en 2003 negen klassiekers en dat kunnen niet veel coureurs hem nazeggen. Behalve twee maal Luik-Bastenaken-Luik en de Ronde van Lombardije won hij ook de Ronde van Vlaanderen, de Amstel Gold Race, de Waalse Pijl, de Henninger Turm en het Kampioenschap van Zürich. In het meerdaagse werk was hij minder bedreven, maar als het niet al te lang was dan pikte hij daar ook zijn graantje mee. Zo staan de Siciliaanse Week, de Driedaagse van De Panne, de Ronde van de Middellandse Zee en de Tirreno Adriatico ook fier op zijn erelijst. In de grote ronden kon hij echter geen potten breken, hoewel een negende plaats in de Ronde van Spanje van 1995 toch wel op mogelijkheden wijst. Bartoli was geen gemakkelijke jongen en in de ploegen waar hij voor reed, boterde het niet altijd tussen hem en de rest. Dat ging meestal om de steun die hij eiste en meestal kreeg, ten koste van veel onbekend talent. Na o.a. Mercatone Uno ging hij bij Mapei aan de slag en toen hij daar vertrok  naar Fassa Bortolo kwam zijn knecht Paolo Bettini ineens vol in het daglicht te staan. Hij beëindigde zijn carrière in 2004 bij CSC, vanwege een chronische rugblessure en gebrek aan motivatie. Zijn bijnaam was De Kat, maar hij blijkt – volgens de administratie van Dr. Fuentes – ook een hond te hebben. Die heet Sansone en als zodanig staat de naam van het dier tussen Brillo en Piti, de honden van respectievelijk Ivan Basso en Alejandro Valverde in de patiëntenregister van de voormalige gynaecoloog. En dat werpt natuurlijk weer een heel ander licht op zijn prachtige erelijst. Er is natuurlijk niets bewezen, maar we zijn wielerliefhebbers en geen kille juristen. Was die dokter de eendebek maar trouw gebleven, denk ik wel eens, in plaats van een administratieve kennel te beginnen. (Foto: © Cor Vos)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 26 mei 2007 22:00

BAUTZ, Erich (1913, overleden 17.09.1986, Duitsland)
BISHOP, Andy (1965, Verenigde Staten)
DEPREDOMME, Prosper (1918, overleden 08.11.1997, België)
GOOTJES, Hugo (1985, Nederland)
GRACZYK, Jean (1933, overleden 27.06.2004, Frankrijk)
KIL, Pelle (1971, Nederland)
LINART, Victor (1889, overleden 23.10.1977, België)
MARKOV, Alexei (1979, Rusland)
SIEMONS, Jan (1964, Nederland)
STUBBE, Tom (1981, België)
TRAPÉ, Livio (1937, Italië)
TRONCOSO SOBRINO, José (1981, Spanje)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 25 mei 2007 22:00

Ferdinand BRACKE (1939, België)

Deze Waal van Vlaamse afkomst behoort zeker tot de tien beste tijdrijders uit de geschiedenis van de wielersport. Hij won de Grote Landenprijs, de GP Lugano en de Trofeo Baracchi samen met Eddy Merckx. Hij was twee keer wereldkampioen achtervolging en in die discipline vier keer kampioen van België. En hij was natuurlijk werelduurrecordhouder, door op 30 oktober 1967 op de Olympische wielerbaan van Rome in één uur tijd een afstand van 48 kilometer en 934 meter te hebben gereden. Daarmee was hij de eerste die de grens van de 48 kilometer doorbrak. Maar Bracke kon meer. Hij kon ook redelijk klimmen en hij was een goed ronderenner. Zijn derde plaats in de Tour de France van 1968 bewijst dat en zijn overwinning in de Ronde van Spanje 1971 onderstreept dat nog eens. Toch figureert hij in mijn herinnering niet als een grote renner. Daar zijn drie redenen voor. In de eerste plaats omdat er in zijn jaren als beroepsrenner veel groten waren, want zijn carrière overlapte bijvoorbeeld een deel van de loopbanen van fenomenen als Anquetil en Merckx. De andere reden is dat Bracke een bescheiden man was die zich niet graag op de voorgrond drukte. En de derde reden was dat hij op cruciale momenten nog wel eens ten prooi viel aan zijn zenuwen. Het fraaiste voorbeeld daarvan is de laatste etappe van de Tour de France 1968. Dat was een tijdrit en de mannen die in het klassement voor hem stonden (Vanspringel en Janssen) moest hij in zijn specialiteit kunnen hebben. Hij kon het niet die dag en hij faalde jammerlijk, hoewel hij wel het erepodium haalde. Bracke was op jeugdige leeftijd al geheel grijs en dat gaf hem een bepaald aanzien in het peloton. Na zijn carrière ging hij zich als bondscoach bezighouden met de Belgische amateurs en hij was jarenlang wedstrijdleider in de Grote Prijs Wallonië, in 1999 gewonnen door de vandaag eveneens jarig zijnde Patrick Jonker. (Foto: archief T&T Tekst & Traffic)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 24 mei 2007 22:00

Sean KELLY (1956, Ierland)

Ik wil niet zeggen dat Sean Kelly een favoriet van me was, maar ik heb altijd een grote sympathie voor deze Ier gehad. In 2001 was ik in Antwerpen in de Village du départ toen ik hem zag. Hij stond te praten met David Duffield, de Engelsman die commentaar levert voor Eurosport, bij wie Kelly regelmatig als co-commentator optrad. Omdat ik David redelijk ken vond ik het geen probleem om er even bij te gaan staan. David introduceerde me bij Kelly en we hebben enkele minuten gezellig staan praten. Ik vond het een aardige, voorkomende man, voorzover je dat in enkele minuten kunt vaststellen. Wat ik in de renner Kelly bewonderde was zijn professionaliteit, zijn veelzijdigheid en de wijze waarop hij zich van doldrieste sprinter ontwikkelde tot een allround coureur, die ook bergop goed meekon en een redelijke tijdrit kon rijden. In het begin van zijn profcarrière was hij nog een beetje het lelijke eendje op zoek naar zijn bestemming, maar na drie profseizoenen ontpopte hij zich tot een prachtige zwaan die een absolute topwielrenner was. Elf klassiekers, de Ronde van Spanje, zeven keer op rij Parijs-Nice, twee keer de Ronde van Zwitserland, vier keer winnaar van het puntenklassement in de Tour en nog een lange waslijst aan kleinere koersen meer. Een keiharde prof die met een groot wielerhart koerste om op z’n Iers zoveel mogelijk geld te verdienen. Een heel ander type dan zijn onzekere en blessuregevoelige landgenoot Stephen Roche, met wie hij samen het Ierse wielrennen op de kaart zette. Helaas hebben zij nog geen opvolgers voortgebracht, zo die er ooit komen. Ierland is door de zegeningen van de Europese Gemeenschap een welvaartsland geworden. En waar de bomen tot in de hemel groeien, daar hebben bikkels als Kelly moeite te gedijen. (Foto: © Philip van der Ploeg) 

Geplaatst door Fred van Slogteren, 23 mei 2007 22:00

AERT, André van (1940, Nederland)
BUCKACKI, Richard (1946, Nederland)
CHEULA, Giampaolo (1979, Italië)
GALLOPIN, Alain (1957, Frankrijk)
LOGVIN, Oleg (1959,  Oekraïne)
OERS, Toon van (1930, Nederland)
ROKS, Rinie (1938, overleden 26.05.1986, Nederland)
STROETINGA, Wim (1985, Nederland)
STUYTS, Alfons (1908, overleden 02.05.1980, Nederland)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 22 mei 2007 22:00

Raymond MARTIN (1949, Frankrijk)

Niemand kent Raymond Martin beter dan Joop Zoetemelk. Al in 1973 waren ze ploegmaats in de Gitane-Frigecrème ploeg. In 1977, ’78 en ’79 was de Fransman een van zijn belangrijkste helpers toen Joop kopman was van de Miko-Mercier-ploeg. Toen de Nederlander in 1980 overstapte naar Raleigh werden drie van zijn voormalige ploeggenoten grote concurrenten van hem. Dat waren de Zweed Sven-Ake Nilsson en de Fransen Christian Seznec en Raymond Martin. Maar de ploeg die jarenlang in dienst van Poulidor had gereden en daarna voor Zoetemelk was na de onthoofding de weg kwijt en had niet voldoende initiatief in huis om het hun voormalige kopman echt lastig te maken. Behalve dan in de eerste Pyreneeënetappe toen Zoetemelk, vanwege het uitvallen van Hinault net leider in het algemeen klassement was geworden maar het geel vooralsnog weigerde, met vijf concurrenten voorop kwam. De drie Merciers, de Belg Johan Demuynck en Hennie Kuiper. Nilsson, Seznec en Martin demarreerden om beurten en Joop had geen hulp. Zijn meesterknecht Johan van der Velde was in de Pyreneeën niet super, maar hij zou dat in de Alpen helemaal goed maken. Dus stond Jopie er op die eerste dag als klassementsleider alleen voor. Omdat hij de drie zo goed kende, haalde hij Nilsson terug en counterde vervolgens de uitval van Seznec. Toen ging Martin en Joop liet hem gaan. Martin was de minste tijdrijder van de drie en dat was de reden waarom Martin wel mocht vertrekken. De andere twee vielen niet meer aan en Zoetemelk zorgde er door droog temporijden voor dat het gat niet te groot werd. In de Alpen stelde Martin zich tevreden met het winnen van het bergklassement. Hij was een uitstekende ronderenner die in het hooggebergte tot veel in staat was. Hij was echter geen winnaarstype en zijn palmares is bescheiden. De kans op eeuwige roem heeft hij in 1980 laten liggen, maar hij stond wel – zij het met een sip gezicht - met twee Nederlanders in de bolletjestrui op het erepodium in Parijs. (Foto: © Cor Vos)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 21 mei 2007 22:00

Jean STABLINSKI (1932, Frankrijk)

Zijn wereldkampioenschap in 1962 is me altijd bijgebleven. Het was namelijk het eerste WK op de weg waarvan de finale rechtstreeks op TV werd uitgezonden. Hoe die finale verliep weet ik niet meer precies, maar het was een fantastische ervaring. Schokkerige zwart/witbeelden en de Franse Pool (of Poolse Fransman) won solo met voorsprong. Een sterke renner die kon afzien als een beest, omdat hij altijd met rugklachten reed. Geboren als zoon van een Poolse gastarbeider, die in Noord-Franse mijnen buffelde, trad hij aanvankelijk in de voetsporen van zijn vader. Hij kwam pas laat met de wielersport in aanraking en het duurde ook lang voor hij zijn kwaliteiten ontdekte. Hij had een geweldige Ausdauer, want zijn longen hadden niet geleden van zijn jaren in de mijn. Verder was hij slim en had hij een uitstekend koersinzicht. Nadat hij al enkele kleinere wedstrijden had gewonnen, zoals Paris-Valenciennes en de Tour de l’Oise verraste hij iedereen met de overall zege in de Ronde van Spanje. Dat was in 1958 en daarna kwamen de successen pas goed op gang. Hij werd in vijf jaar tijd vier keer kampioen van Frankrijk, hij won Parijs-Brussel, de Henninger Turm en de allereerste editie in 1966 van de Amstel Gold Race. Een koers van meer dan 300 kilometer. Hij was toen al lang de persoonlijke domestique van Jacques Anquetil, een kopman die er nooit moeite mee had als zijn knechten hun graantje meepikten. Zo kon hij vertrouwen op de beste renners in zijn gevolg. Ze verdienden goed en er was af en toe ook sportief succes als Maître Jacques het sein gaf. Stab, want Stablinski is een veel te lange en ingewikkelde naam voor een coureur, was toen al lang Fransman, want anders had hij nooit in de Tour kunnen starten of in de Franse nationale ploeg aan het WK deelnemen. Op zijn zege in de Gold Race is hij nog steeds beretrots en als het in Limburg weer een kroonjaar is, dan is de vriendelijke inwoner van een voorstadje van Valenciennes van de partij. Hij koestert nog altijd de gouden ring die hij aan die zege overhield. Een in goud gevat biertonnetje draagt hij aan de vinger als hij weer eens ergens moet opdraven als oud-wereldkampioen. Samen met de twee belangrijkste Franse onderscheidingen die hij persoonlijk van de presidenten Mitterand en Chirac kreeg opgespeld. (Foto: archief T&T Tekst & Traffic)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 20 mei 2007 22:00

Laurent DUFAUX (1969, Zwitserland)

Deze Franstalige Zwitser geboren in Montreux was geen gouden roos. Wel een zilveren, want als coureur zat hij in zijn beste jaren – zo midden in de jaren negentig – tegen de internationale top aan. Hij streed in het hooggebergte zij aan zij met mannen als Indurain, Zülle, Riis, Virenque en Jalabert en dan kun je wel wat. Hij won in zijn carrière mooie koersen als de Ronde van Romandië (zijn thuisland), de Dauphiné Libéré en de Midi Libre en in het eendagswerk won hij o.a. de klassieker het Kampioenschap van Zürich en was hij in 1991 kampioen van Zwitserland. Een goede maar onopvallende renner, die in 1996 een belangrijk aandeel leverde in de sloop van Miguel Indurain toen het ineens over en uit was met de lange Bask. Riis won die Tour en Dufaux reikte tot de vierde plaats, zijn beste prestatie in zeven Tourstarts. In 1999 zou hij die vierde plaats nog eens behalen en dat voelde als een revanche na zijn smadelijke afgang met de gehele Festina-ploeg in de Tour de dôpage van 1998. Uit die tijd dateert ook zijn grote vriendschap met Richard Virenque, wiens reputatie eveneens zwaar beschadigd werd door die rampzalige Tour van 1998, die Dufaux een schorsing van een half jaar opleverde. Gezien zijn reputatie als verbale dopingbestrijder keek de wielerwereld vreemd op toen Patrick Lefevere het duo Virenque-Dufaux bij QuickStep binnenhaalde, maar ze zijn beide in het blauwe shirt van de parketfabrikant niet betrapt. In 2004 stopte Dufaux er mee en hij reed zijn afscheidswedstrijd in de Ronde van Latium, dezelfde koers waarin hij in 1990 zijn profdebuut maakte. Er was eind vorig jaar nog even sprake van dat de Helveet als ploegleider van Astana in het peloton zou terugkeren, maar op het laatste moment liet Dufaux weten er toch maar van af te zien. Na zoveel jaar van huis, vond hij dat hij dat niet kon maken tegenover zijn vrouw Véronique en zijn dochters Lois en Ines. (Foto: archief T&T Tekst & Traffic)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 19 mei 2007 22:00

« Vorige 1 2 3  ... 646 647 648 649 650 651 652 653 654 655 656  ... 689 690 691 Volgende »