Firmin LAMBOT (1886, overleden 19.01.1964, België)

Hij won de eerste Tour de France waarin de gele trui werd gedragen, maar hij was niet de eerste drager ervan. Als dat zo was, dan was deze Waal misschien veel bekender geweest. De eerste geletruidrager was Eugène Christophe, de oude Galliër, een man met een martiale snor en veel pech. Daardoor was hij enorm populair bij de Fransen en je zou hem een soort Poulidor kunnen noemen. Firmin Lambot was in het geheel niet populair, want hij was een onopvallende figuur. Een echte ronderenner, die weinig zei en als hij niet at of fietste op bed lag om te rusten. Iemand met de regelmaat van een pendule. Ook in eigen land was hij nauwelijks bekend. De liefde voor het wielrennen zit voornamelijk de Vlamingen ingebakken en Lambot was een Waal en bij de Franstalige Belgen zit de wielerliefde veel minder diep. De Tour van 1919 was de eerste van na de eerste wereldoorlog en heel Frankrijk lag nog in puin. Er stonden maar 68 renners aan het vertrek op zeer slecht materiaal, want de oorlogsjaren hadden zwaar ingehakt op de economie en de fietsen- en bandenfabrieken hadden zwaar te lijden gehad onder de oorlog. Bovendien was het die hele Tour lang slecht weer en dat zorgde er voor dat slechts elf renners de finish bereikten. Lambot zou die Tour nooit gewonnen hebben als Christophe, die met een half uur voorsprong aan de voorlaatste etappe begon, geen materiaalpech had gekregen. Er was in die tijd nog de belachelijke regel dat een renner bij pech zelf moest repararen zonder hulp van derden. Voor een gebroken voorvork werd geen uitzondering gemaakt en de oude Galliër moest op zoek naar een smidse. Hij verloor ruim twee uur en de Tour. Drie jaar later in 1922 vond er een reprise plaats, want wederom verloor Eugène Christophe de gele trui aan Lambot door een vorkbreuk. Maar die houwdegen uit lang vervlogen tijden, die nooit de Tour won, heeft op Lambot en alle andere Tourwinnaars voor dat hij de eerste is geweest die de gele trui droeg. En dat is een record dat niemand hem kan afnemen.

Geplaatst door Fred van Slogteren, 13 maart 2007 23:00

Gianni MOTTA (1943, Italië)

Een blonde Italiaan, ze zijn zeldzaam. Gianni Motta was door zijn afwijkende haarkleur erg populair in de laars. Met Felice Gimondi samen vormde hij in de jaren zestig de voorhoede van het Italiaanse wielerpeloton. Motta barstte van het talent en hij reed een mooie erelijst bij elkaar, maar hoofdzakelijk in Italië. Het was toen heel gebruikelijk dat Italiaanse renners hun brood vooral in Italië verdienden. Daar waren heel wat koersen te betwisten in een lekker klimaatje en over fraaie wegen. Waarom zou je je dan afbeulen op de kasseien van het Noorden? Zwitserland was ver genoeg. En zo won Gianni Motta de Ronde van Lombardije, de Giro, de Ronde van Zwitserland en die van Romandië. En verder een hele reeks van die Italiaanse semi-klassiekers. Hij kwam slechts twee keer naar de Tour. De eerste keer in 1965 en hij werd derde achter Gimondi en Poulidor. Dat schept verwachtingen maar hij kwam pas zes jaar later terug en toen was zijn hoogtepunt voorbij. Hij stopte al toen hij pas 31 jaar was. Hij was een renner die al op heel jonge leeftijd grote overwinningen behaalde, want toen hij Lombardije won was hij nog maar 21. Meer renners die op heel jonge leeftijd grote koersen winnen, haken jong af. Atletisch hebben ze nog grote mogelijkheden, maar geestelijk kunnen ze het vaak niet meer opbrengen. In Nederland hadden we ook zo’n renner. Evert Dolman. Maar dat is een ander verhaal.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 12 maart 2007 23:00

Louison BOBET (1925, overleden 13.03.1983, Frankrijk)

Het toeval wilde dat ik op 13 maart 1983 in Frankrijk was. Bij Franse vrienden en die dag kwamen ter ere van het buitenlands bezoek vele vrienden van hen even langs. En dat betekent in Frankrijk meeëten. De essentie van het Franse sociale leven is met minimaal een man of twintig uren aan tafel. Bij ieder gerecht weer een ander wijntje en als La Grande Bouffe iets te veel wordt, dan is een piepklein glaasje Trou Normand voldoende om in de maaginhoud het gaatje te branden waar het volgende gerecht in past. En maar lullen en lachen en vrolijk zijn. Maar op die dertiende maart 1983 wilde de stemming er maar niet in komen. Er was iets vreselijks gebeurd. Een van Frankrijks grootste zonen was niet meer. Louison (Lowietje) Bobette het grote wieleridool uit de jaren vijftig was op 58-jarige leeftijd gestorven en heel Frankrijk rouwde die dag. Alle kranten hadden het bericht met grote koppen als het belangrijkste nieuws op de voorpagina en op de TV waren er tal van inderhaast ingelaste praatprogramma’s om het belang van Lowietje in alle details te bespreken. Als was de president overleden. Het geeft iets aan wat het betekent om in Frankrijk bekend te staan als iemand die de Tour de France heeft gewonnen. Dan heb je een welhaast goddelijke status, dan ben je het gewone volk ver ontstegen. Jan Janssen kan er over mee praten. Jan kan rustig in Antwerpen of Bergen op Zoom gaan winkelen zonder lastig gevallen te worden, maar in n’importe welke Franse stad dan ook wordt hij om de haverklap aangesproken en moet hij handjes schudden. Ik ben zelf eens met Joop Zoetemelk bij een wielerwedstrijd in Parijs geweest. Ze hadden hem niet snel in de gaten, want Joop heeft het talent er gewoner dan gewoon uit te zien. Maar toen hij eenmaal was gespot moest ook hij er aan geloven, tot een televisieoptreden aan toe. En Louison Bobet ervaarde dat honderdvoudig. Zijn optredens in het openbaar hadden iets van een filmster uit de jaren vijftig. Koninklijk, gesoigneerd, breed lachend en minzaam zwaaiend. Een grote renner, een imposante persoonlijkheid, een zijn oorsprong ver ontstegen bakkerszoon uit Bretagne. (Foto: archief T&T Tekst & Traffic)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 11 maart 2007 23:00

Steffen WESEMANN (1971, Zwitserland)

Het is even wennen om Wesemann als Zwitser vermeld te zien. Hij is al dertien jaar profrenner en pas eind 2005 heeft hij de Zwitserse nationaliteit gekregen. Hij is met een Zwitserse vrouw getrouwd en de kans dat hij voor zijn nieuwe vaderland op de wereldkampioenschappen en bij de Olympische Spelen mag uitkomen, is veel groter dan als Duitser. Voor mij zal hij echter altijd een Duitser blijven, zo eentje die zich pas gewonnen geeft als de eindstreep is gepasseerd. Een knokker, een doordouwer die het toch vooral moet hebben van de zware voorjaarsklassiekers. Op zijn erelijst staat een dubbele victorie in de Ronde van Vlaanderen. Zowel in 2002 als in 2004 was hij de beste. Vooral in 2004 maakte hij indruk door de hele dag met alles mee te gaan en in de finale ook nog eens sterker te zijn dan Leif Hoste en Dave Bruylandts. Maar zijn grote reputatie als onverzettelijk krijger vestigde hij toch in de Vredeskoers. Maar liefst vijf keer zegevierde hij in deze loeizware etappewedstrijd met een hele reeks van grote winnaars. Behalve de Ronde van Vlaanderen eindigde hij ook enkele malen kort in Parijs-Roubaix. Wesemann wordt een dagje ouder, maar dat wil niet zeggen dat zijn ambities vervuld zijn. Hij heeft zich in zijn hoofd gezet om op de Olympische Spelen van 2008 in Peking te schitteren. Als 37-jarige hoopt hij daar nog een kunstje op te voeren. In het normale peloton moest hij al een stapje terug doen, want T-Mobile heeft zijn contract niet verlengd. Hij rijdt nu voor Team Wiesenhof en dat is een ProContinental formatie die alleen via een wildcard aan de grote ronden kan meedoen. Het is te hopen dat de Ronde van Vlaanderen goedgeefs is, want een tweevoudig winnaar aan de start is nog altijd een aanbeveling. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 10 maart 2007 23:00

Martin VAN DEN BOSSCHE (1941, België)

Nog geen half jaar geleden verscheen in België het boek ‘De mannen achter Merckx’. Het is een eerbetoon aan de knechten van de grootste Belgische renner aller tijden. Het gaat over zijn trouwe vazallen die hem jarenlang optimaal steunden. Zij deelden in zijn succes, zij werden goed betaald, zij wisten dat Eddy altijd voor ze zou zorgen, maar hun eigen erelijst bleef beperkt. Ik heb vaak gedacht: wat zijn dat voor mannen? Merckx koos geen koekenbakkers uit om hem te assisteren, want het waren stuk voor stuk klasbakken. Ze hadden in potentie allemaal een prachtige palmares kunnen realiseren, maar ze kozen voor een bestaan in de schaduw. Geen lui leventje, want er moest voor iedere overwinning van de Kannibaal keihard gebuffeld worden. Een van de beste van dat stel was Martin Van Den Bossche. Een sterk ronderenner en een heel goed klimmer. In potentie een rondewinnaar, maar zijn erelijst vermeldt slechts een enkele overwinning in kleinere koersen en een vierde plaats in de Tour van 1970 en een derde in de Giro in hetzelfde jaar. Hoe ver zou hij gekomen zijn als hij voor zijn eigen carrière had gekozen? We zullen het nooit weten, maar ik denk dat het er niet was uitgekomen. Het zijn veel meer factoren die de kampioen maken dan alleen de benen. Martin Van Den Bossche deed als renner misschien niet eens zo veel onder voor zijn patroon, maar hij miste diens verschroeiende eerzucht, dadendrang en leiderscapaciteiten. Tekenend voor de mannen van Merckx is dat ze voor het merendeel bij hun wielerpatroon in dienst traden, toen die na zijn loopbaan een fietsenfabriek begon. Er zijn vele knechten, maar er kan er maar een de baas zijn. En daar heeft iedereen vrede mee. Niemand heeft Martin Van Den Bossche dan ook ooit horen klagen.

Geplaatst door Fred van Slogteren, 9 maart 2007 23:00

Francisco MANCEBO PEREZ (1981, Spanje)

Vorig jaar moest ik in juni voor een blad een voorbeschouwing schrijven over de Tour de France 2006. Het blad is nooit verschenen en dat is maar goed ook. Mij werd namelijk gevraagd vijf favorieten voor het podium te kiezen en ik koos Basso, Ullrich, Vinokourov, Valverde en Mancebo. Ik baseerde mijn keus voor Mancebo op diens regelmaat en zijn steeds beter wordende prestaties in de Tour en de Giro. Hij had weinig gewonnen maar hij was altijd mee van voren en hij sloop als het ware naar het erepodium, zonder echt op te vallen. Geen schoonheid op de fiets met die rare scheve zit, maar toch een heel goede coureur. Mijn voorspelling sloeg achteraf nergens op. Niet alleen ontbraken Landis en Pereiro in mijn selectie, maar voor er ook maar een meter was gereden waren vier van de vijf al uitgeschakeld. De namen van Basso, Ullrich en Mancebo kwamen voor in de administratie van dokter Eufemio Fuentes en hoewel dat op zich niets bewijst, werden de heren door hun respectieve ploegbazen van deelname aan de Tour uitgesloten. Vinokourov mocht ook niet starten omdat zijn ploegleider Manolo Saiz werd betrapt toen hij met bovengenoemde dokter zat te smoezen terwijl er onder tafel een koffer met tienduizenden euro’s van eigenaar wisselde. Sponsor Liberty Seguros trok zich direct uit de wielersport terug en Vinokourov zat zonder ploeg. Valverde was de enige die van start ging maar zijn optreden was door een zware val in een van de eerste etappes van korte duur. Hoe het ook zij, Francisco Mancebo maakte direct bekend met wielrennen te zullen stoppen. Daar is hij echter op teruggekomen, want hij tekende een contract bij de Spaanse ploeg Relax-Gam. Wat hij daar gaat klaarmaken, moet worden afgewacht, maar hij heeft een flinke stap teruggedaan. Hij zal in ieder geval in de Giro en de Tour ontbreken, maar wellicht kan hij in de Vuelta aantonen dat hij het scheef zitten nog niet is verleerd. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 8 maart 2007 23:00

Francisco CEPEDA (1906, overleden 14.07.1935, Spanje)

In de Tour de France zijn er vele eersten. De eerste winnaar, de eerste drager van de gele trui, de eerste bergkoning, de eerste groene truiwinnaar, de eerste dopingzondaar en ook de eerste dode. En dat was de Spanjaard Francisco Cepeda. Officieel was hij het niet, want dat was Adolphe Helière, maar die kwam om het leven omdat hij tijdens de Tour de France van 1910 op een rustdag een duik in zee nam en verdronk. Maar echt letterlijk in de Tour op het slagveld sneuvelen deden alleen Francisco Cepeda in 1935, Tom Simpson in 1967 en Fabio Casartelli in 1995. Drie doden in 94 Tours. Als we nagaan hoe zwaar de Tour is - en vooral in de eerste pakweg vijftig jaar is geweest - dan valt dat getal best mee. In elke afdaling in het hooggebergte loert de dood mee. Iedere passage van een volgauto langs een groep renners houdt het risico in dat zo’n kwetsbare renner geschept wordt en verongelukt. Tussen al het publiek kan dat ene ongelijnde hondje staan dat op het verkeerde moment oversteekt. Duizend-en-één gevaren bedreigen de gemiddelde Tourrenner en dan maar drie slachtoffers in 94 jaar. Natuurlijk zijn er in de wielersport veel meer doden gevallen, maar als je dat aantal van hooguit dertig bekende tot beroemde dodelijk verongelukte renners afmeet aan het gigantische getal van alle coureurs die aan alle koersen, die er ooit geweest zijn, hebben deelgenomen, dan is dat aantal te verwaarlozen. Het bewijst dat …

Geplaatst door Fred van Slogteren, 7 maart 2007 23:00

Thorvald ELLEGAARD (1877, overleden 27.04.1954, Denemarken)

De Ster van het Noorden’ werd hij genoemd en dat vind ik een van de mooiste bijnamen uit de wielergeschiedenis. Als je naar deze man zijn erelijst kijkt, dan staat hij tussen de Deense wielrenners op eenzame hoogte. Trouwens in heel Scandinavië kan niemand aan deze cykelrytter tippen. Volgens de statistieken heeft Kristian Kristensen, zich noemende Ellegaard, in zijn loopbaan 971 overwinningen geboekt. Het moeten er veel meer zijn, want dat aantal behaalde hij alleen op Duitse wielerbanen, terwijl becijferd is dat hij op 153 wielerbanen in Europa actief is geweest. Ellegaard reed alleen op de baan in sprintwedstrijden, handicapraces en op de tandem. Niet op de weg omdat er in zijn tijd nog nauwelijks wegwedstrijden waren. Tussen 1901 en 1913 stond hij tien keer op het erepodium van het wereldkampioenschap sprint. Zes keer als winnaar en vier keer als tweede. Zijn voornaamste tegenstanders in die tijd waren Edmond Jacquelin, Willy Arend, Gabriel Poulain, Walter Rütt, Emile Friol, Frank Kramer en onze landgenoot Harie Meyers. Een opvallende naam in dat rijtje is Gabriel Poulain. Die werd in 1905 wereldkampioen en in 1923 – dus 18 jaar later – had Piet Moeskops nog de handen vol aan de Fransman. De carrières duurden lang in die tijd en die van Ellegaard duurde meer dan 30 jaar. Na zijn glanzende loopbaan was hij jarenlang directeur van de wielerbaan van Kopenhagen. De naam Ellegaard had hij ontleend aan de boerderij in Odense waar hij geboren was. Die naam is na zijn afscheid nog jarenlang beroemd geweest want zijn dochter France Ellegaard werd geen wielrenster maar concertpianiste, die tot op hoge leeftijd triomfen vierde op concertpodia in de hele wereld.

Geplaatst door Fred van Slogteren, 7 maart 2007 6:00

Roland LIBOTON (1957, België)

Hennie Stamsnijder werd gek van hem. Ze`waren in hun tijd met afstand de beste veldrijders van de wereld. Ze ontliepen elkaar niet veel, maar de Belg was sneller en zo werd Liboton vier keer wereldkampioen en Stamsnijder slechts één maal. Roland Liboton was van wereldklasse en ik denk dat Sven Nys voor hem had ondergedaan, mochten ze van dezelfde generatie zijn geweest. Liboton was een echt winnaarstype die zich door een opmerking of een minachtende blik van een tegenstander zich zo kon opnaaien dat hij moest en zou winnen. In zijn streven om eerste te worden ging hij op het gebied van sportiviteit tot op het randje, maar er zelden overheen. Hij kon het overigens goed vinden met Stamsnijder. Terwijl Stammie nu een mooie functie bekleedt bij Shimano, staat Liboton nog dagelijks in de bouwput waar hij de bekistingen stelt voor het betonstorten. Hij heeft in zijn carrière goed verdiend, maar er weinig van overgehouden. Dat gebeurde in zijn tijd vaker. Jonge jongens van net twintig gaan ineens heel veel geld verdienen en ze hebben vaak geen idee van belastingen en reserveringen en vroeg of laat kom de fiscus altijd even afrekenen. In zijn vrije tijd doet hij wat PR-werk voor de Fidea-ploeg om relaties van de sponsor over de fijne kneepjes van het crossen te vertellen. Hij bewondert Sven Nys, maar hij laakt de mentaliteit van veel andere crossers die naar de koers komen in het besef dat een tweede plaats het hoogst bereikbare is. Dat is gebrek aan winnaarsmentaliteit en dan vindt hij helemaal niks. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 5 maart 2007 23:00

Mario DE CLERCQ (1966, België)

Mario De Clercq was een goede wegrenner die af en toe wel eens een crossje reed. Dat ging niet onverdienstelijk. Maar zijn hart lag op de weg en hij startte in de Lotto-ploeg in de Tour van  1995. In de Alpen ontdekte hij zijn beperkingen en in de voor hem afgrijselijke etappe naar La Plagne stapte hij met vier ploeggenoten in de bezemwagen, die enkele meters achter ze reed. Hij werd ontslagen en hij kreeg een contract bij Palmans. Qua aanzien een stuk minder, maar hij voelde zich er prima thuis. Roger De Vlaeminck was er ploegleider en die adviseerde hem meer te gaan crossen. Hij volgde die raad op en hij werd direct derde in het Belgisch kampioenschap. Tot genoegen van zijn vader René De Clercq die in de tijd van Eric De Vlaeminck en Albert Van Damme in België een degelijke subtopper was, volgde Mario de raad van zijn ploegleider op en hij besloot zich geheel op het veldrijden te gaan richten. Hij trainde met De Vlaeminck hard om zijn techniek te verbeteren en in die tak van sport kende hij nauwelijks beperkingen. Er volgde een mooie carrière met overwinningen in het Belgisch kampioenschap, wereldbeker- en superprestigewedstrijden en drie wereldtitels. Een prachtige carrière die helaas wordt overschaduwd door de Landuyt-affaire die ook Johan Museeuw de kop kostte. De Clercq is nooit positief getest, maar bij een huiszoeking werd een schriftje gevonden waarin de merknamen van een aantal voor een wielrenner verboden preparaten waren geschreven. Zijn verweer was dat hij na zijn carrière een boek wilde schrijven over het dopingvraagstuk en dat hij daarom de correcte namen had willen weten. In het burgerleven zal niemand veroordeeld worden als er in zijn huis foto’s worden gevonden van een vermoorde, maar in de wielersport is alles geoorloofd. In ieder geval werd het einde van zijn prachtige carrière door deze affaire verkankelemiend. (Foto: © Luc Claessen)

Wat vermeldt het geboorteregister nog meer?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 4 maart 2007 23:00

« Vorige 1 2 3  ... 665 666 667 668 669 670 671 672 673 674 675  ... 701 702 703 Volgende »