Dietrich THURAU (1954, Duitsland)

In deze rubriek heb ik het vaak over talent en zelden over supertalent, want dat is zeldzaam. Thurau was een supertalent, want hij was een van de beste en stijlrijkste renners die ooit op een fiets heeft gezeten en het was een lust voor het oog hem te zien rijden. Hij had ook zeker ambitie en voldoende beroepsernst, maar zijn persoonlijkheid stond een gang naar de absolute wereldtop in de weg. Hij was bij wijze van spreken al een ster voor hij de pedalen één keer had rondgewenteld. Dat zat in hem, in alles was hij en voelde hij zich een superster. Hij werd al op zijn twintigste prof en toen had hij al vijf Duitse titels op zak. Op de baan en op de weg, want Didi was een alleskunner. Dat hij de absolute top niet bereikte heeft veel te maken met dat magische jaar 1977. Nog maar 22 jaar oud debuteerde hij in de Tour de France. Hij reed voor de TI-Raleigh-ploeg waar hij als snotneus van twintig direct het kopmanschap had opgeëist. Kuiper was in die Tour de eerste man van Raleigh, maar Didi pakte gelijk het geel in de proloog. Hij verstevigde zijn positie in de ook door hem gewonnen tweede rit. ‘Goed voor de firma’, dacht ploegleider Post, want Duitsland werd helemaal knettergek en de verkoopcijfers van Raleigh gingen er skyhigh. In de media domineerden de woorden 'das gelbe Trikot' en 'Spitzenreiter'. De Tour kabbelde verder en Thurau bleef maar in het geel. Een week, tien dagen, twaalf dagen. Pas in het tweede deel van de 15e etappe werd hij ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 8 november 2006 23:00

Jan RAAS (1952, Nederland)

Hij is met afstand de beste Nederlandse eendagsrenner aller tijden, maar al zijn grote overwinningen ten spijt is hij voor mij toch vooral het symbool van de patron. De man die het spel leidt. Wielrennen is een sport voor mannen die echt fietsen kunnen, maar ook een spektakel met een hoge amusementswaarde. Het publiek moet vermaakt worden en de volgende keer terugkomen en dat vereist regie. En Jan Raas was misschien nog wel een beter regisseur dan wielrenner. Zijn rol in de fameuze Raleigh-ploeg van Peter Post is groot, heel groot geweest en hij lijkt daarin wel meer op de Amstelvener dan hij ooit zal toegeven. Beide hebben in ieder geval sterk bijgedragen aan de professionaliteit van het Nederlandse cyclisme en ten tijde van Raleigh waren zij een unieke tandem, waarop al die successen zijn gebouwd. Hij heeft er ook voor gezorgd dat de betere profs van zijn tijd financieel enorm hebben geprofiteerd van de wijze waarop hij het criteriumfestival bestierde. Ook daarin toonde hij zich een groot regisseur. Er wordt door tal van oud-renners nog met veel respect over die tijd gesproken. Jan was als renner en regisseur soms keihard voor zichzelf en voor anderen en daarom ben ik er nooit goed achter gekomen, waarom hij als ploegleider niet de status heeft bereikt van een Driessens, een De Muer, een Post, een Ferretti om maar eens een paar namen te noemen. Het leek altijd of hij het met tegenzin deed. Er zijn mensen die de gijzeling van zijn gezin en het effect dat dat op hem had als oorzaak noemen. Maar toen was Raas al een aantal jaren ploegleider. Bij Rabobank heeft hij een perfecte organisatie neergezet, maar kwam toch ook met zijn broodheer in conflict, omdat je niet alles vanuit Zeeland kunt delegeren. Misschien heeft Post wel gelijk toen hij lang geleden zei: ‘het probleem van Jan Raas is, dat hij niet van het wielrennen houdt’. Het zou kunnen, maar ik herinner me hem het liefst in die laatste honderden meters van het WK 1979 in Valkenburg. Als je zo gepassioneerd en tegelijk koel berekenend een finale kunt rijden dan behoor je voor mij tot de allergrootsten uit de wielergeschiedenis. Daarom was ik een groot bewonderaar van Jan Raas, een begenadigd wielrenner met een kop er op. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 7 november 2006 23:00

Reginald MACNAMARA (1888, overleden 10.10.1971, Australië)

Als jongetje van een jaar of acht heb ik eens een film gezien uit 1935 die ‘Six Day Bike Rider’ heette. Het toonde de avonturen van een renner in een zesdaagse. De hoofdrol werd gespeeld door Joe E. Brown, in de beroemde film ‘Some like it hot’ uit 1960 goed voor de hilarische oneliner: “Nobody is perfect!”. Wat ik toen niet wist en later wel, was dat de rol van Brown in ‘Six Day Bike Rider’ gebaseerd was op de avonturen van Reggie MacNamara, een van de spectaculairste zesdaagseartiesten uit de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw. Hij werd de Iron Man genoemd, omdat hij zoveel viel. Twintig valpartijen in één zesdaagse waren geen uitzondering. Hij deed het er meestal om, omdat een deel van het publiek juist was gekomen om hem te zien vallen en de baandirecties hem er dan ook dik voor betaalden. Meestal liep het goed af, maar hij brak in zijn carrière zeventien maal een sleutelbeen, hij liep een schedelbreuk op, genas van ettelijke hersenschuddingen, brak en kneusde ribben bij de vleet, verbrijzelde zijn kaak, brak zijn neus en een been en hij werd meer dan 500 maal gehecht. De enige vrouwen die hij in zijn carrière ontmoette waren dan ook verpleegsters en het zal dan ook niemand verwonderen dat hij uiteindelijk met één van die zusters trouwde. MacNamara, geboren in Australië maar vanaf zijn 24e actief in de Verenigde Staten waar hij altijd is blijven wonen, was ook een geweldige wielrenner. Zo’n type als Piet van Kempen en Fritz Pfenninger die bij hoge snelheden nog konden versnellen. Hij won in zijn lange loopbaan – hij koerste nog toen hij al over de vijftig was - negentien zesdaagsen en hij heeft er onnoemelijk veel geld mee verdiend. ‘Racing in six days is a hard way to earn an easy living’, werd er eens over hem gezegd en zijn vermogen werd aan het eind van zijn carrière geschat op twee miljoen dollar. Van ‘that easy living’ is niet veel terecht gekomen, want hij stierf berooid op 83-jarige leeftijd, nadat hij de laatste jaren van zijn leven als portier een schamel loon had verdiend. Dan heeft Joe E. Brown het beter gedaan, gezien de foto van diens praalgraf die ik op internet vond.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 6 november 2006 23:00

Frank VANDENBROUCKE (1974, België)

Het hoogtepunt in de carrière van VDB is ongetwijfeld zijn overwinning geweest in Luik-Bastenaken-Luik 1999. De Côte de Saint-Nicolas was de scherprechter en Michael Boogerd begreep dat het daar moest gebeuren. Hij zette zich aan kop van een zestien man sterke kopgroep. Op de steile helling kwam hij inderdaad weg in die typische Boogerd-stijl. Niemand leek te kunnen volgen tot plots een renner in het Cofidis-shirt zich uit de groep losmaakte en met speels gemak richting Boogerd fietste. Het was er-op-en-erover en Frank Vandenbroucke zegevierde met overmacht in de Waalse voorjaarsklassieker met bijna uitsluitend grote namen op de erelijst. Nog maar 24 jaar oud en dan zo’n macht. De Vlamingen waren euforisch, hoewel het wonderkind zich bij voorkeur in het Frans verstaanbaar maakt. Hij won dat jaar nog veel meer, maar 1999 luidde ook zijn ondergang in. Doping. Het heeft weinig zin alles op te schrijven wat er sindsdien met de talentvolle Belg is gebeurd, want het resultaat is dat hij tot een vraagteken is verworden. Komt hij nog terug? Wordt het nog wat met hem? Wanneer is de volgende affaire? Welke ploeg wil hem nog hebben? Enzovoort, enzovoort. Het is vergelijkbaar met de teloorgang van Freddy Maertens zo’n 25 jaar geleden. Alleen had d’n Freddy nog een korte en hoogst merkwaardige wederopstanding en dat laat bij Vandenbroucke nog even op zich wachten. Als het ooit komt, want een vraagteken is een vraagteken. En de Vlaamse supporters? Die malen niet meer om de ooit zo bejubelde VDB; die hebben immers Tommeke. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 5 november 2006 23:00

Maarten TJALLINGII (1977, Nederland)

Tot dit jaar hadden veel mensen nog nooit van hem gehoord. Een mountainbiker die naar het wielrennen was overgestapt. Als wielrenner reed hij een exotisch programma, ver weg in Azië en Afrika. Wordt daar ook gefietst dan? Ja, daar wordt gefietst en heel goed, zeker in Azië. Maarten fietste enkele jaren in dat sympathieke ploegje met de toepasselijke naam Marco Polo. Als ontdekkingreizigers verkenden zij de grenzen van de wielerwereld onder leiding van Gudo Kramer. In Afrika staat de wielersport nog in de kinderschoenen, maar in Azië en met name in China wordt op hoog niveau gewielrend. In de moordende hitte over bergen die de drieduizend meter regelmatig overstijgen. Van Gudo hoorde ik dat de Chinese wielrenners bezig zijn met een ambitieus voorbereidingsprogramma voor de Olympische Spelen in 2008 in Peking. Daar willen ze schitteren en medailles halen en volgens Gudo zijn ze daar ook toe in staat. In dat land won Maarten Tjallingii dit jaar de Ronde van Quinghai Lake, nadat hij eerder tot ieders verrassing de Ronde van België had gewonnen. Hij won bij onze zuiderburen de eerste etappe en hij verdedigde zijn voorsprong in de rest van de ronde. Hij zat steeds voorin en hij kwam alle dagen in de tijd van de etappewinnaar over de streep. De ploeg van Maarten, Skil-Shimano, is een echte en hechte vriendenploeg met voor het merendeel jonge renners die voor elkaar willen werken. In de twee rondritten die Maarten dit jaar won is hij uitstekend door de ploeg gesteund. Of mijn verwachting dat de ProTour-ploegen voor het Friese talent in de rij zouden staan is bewaarheid, weet ik niet. Ik heb begrepen dat hij volgend jaar bij Skil-Shimano blijft en ik denk dat het een verstandige beslissing is. De ploeg heeft bewezen dat ze de kansen die ze krijgt met twee handen aangrijpt. Dat ze een winnaar in hun midden hebben geeft extra moraal en dat werkt naar twee kanten. Maarten Tjallingii is een verstandige en ambitieuze renner en we gaan zeker nog veel meer moois van hem zien. (Foto: © Philip van der Ploeg)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 4 november 2006 23:00

Nicolas FRANTZ (1899, overleden 12.11.1985, Luxemburg)

Van 1924 tot en met 1929 stond hij aan de start van de Tour de France. Hij werd een keer vijfde, een keer vierde, twee keer tweede en twee keer was hij de beste. In 1930 was hij nog volop in competitie en hij zou zeker een kanshebber zijn geweest als de Tour niet van formule was veranderd. De almachtige Henri Desgrange schakelde uit puur chauvinisme en zakelijk belang over van merkenploegen naar landenploegen en aangezien er in zijn vaderland maar enkele beroepsrenners waren, moest Frantz noodgedwongen verstek laten gaan. Ook bij het WK had hij een keer nadeel van zijn nationaliteit. Toen hij in 1929 in de eindsprint van een kopgroep van drie voor iedereen duidelijk zichtbaar als eerste de streep passeerde, presteerde de overwegend Belgische jury het om de als tweede gefinishte Belg Ronsse tot winnaar te verklaren. Fotofinishapparatuur bestond nog niet en TV-beelden waren nog science fiction. Niettemin is Nicolas Frantz niet als een verbitterd man gestorven, maar als iemand die trots was op zijn prestaties, die hem als eenvoudige boerenzoon voldoende geld hadden opgeleverd om in zijn geboorteplaats Mamer een mooie rijwielzaak te beginnen. Daar heeft hij vrijwel tot zijn dood dagelijks in gewerkt. Hij heeft zijn zaak nooit echt verlaten voor andere bezigheden, behalve in de jaren vijftig toen hij een aantal jaren ploegleider was van de Luxemburgse ploeg in de Tour de France. Als zodanig had hij het grote klimtalent Charly Gaul onder zijn hoede en hij was erbij toen de Engel van het Hooggebergte in 1958 de Tour won. Ze waren geen vrienden en hebben menigmaal ruzie gemaakt, omdat Frantz vond dat Gaul veel meer uit zijn talent had kunnen halen. En dat kon de oude meester weten, want hij heeft er zelf alles uitgehaald.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 3 november 2006 23:00

Gustav KILIAN (1907, overleden 19.10.2000, Duitsland)

Ik heb vorig jaar onderzoek gedaan naar de haalbaarheid van een boek over de geschiedenis van de `zesdaagse, met daarin levensbeschrijvingen van de grootste zesdaagserenners uit de geschiedenis per land. Waar het Duitsland betrof dacht ik direct aan mannen als Bugdahl, Altig en Thurau, maar toen ik me in de geschiedenis van de Sechstagenrennen ging verdiepen, stuitte ik op een koppel dat qua populariteit met kop en schouders boven de andere Duitsers uitstak. Heinz Vopel en Gustav Kilian. Vooral de laatste was een grote naam, want de Dortmunder is na zijn carrière nog vele jaren een zeer succesvol bondscoach geweest van de Duitse baanrenners. Die hebben onder zijn leiding in de jaren zestig en zeventig heel wat overwinningen behaald op wereld- kampioenschappen en Olympische toernooien. Zijn populariteit als zesdaagserenner dankte Kilian vreemd genoeg aan Adolf Hitler. In de jaren dertig was het fenomeen zesdaagse een waar volksfestijn in Duitsland waar altijd heel veel publiek op af kwam. Waar maar een wielerbaan lag, daar was een zesdaagse. De man die in de tweede wereldoorlog miljoenen mensen liet vermoorden, vond die zesdaagse maar een onmenselijk gebeuren en daar moest een eind aan komen. De grote matadoren weken daarom uit naar de Verenigde Staten en het koppel Kilian-Vopel groeide daar uit tot een bijna onoverwinnelijk duo. Van de 34 zesdaagsen die Kilian op zijn naam schreef, won hij het merendeel in Amerika. Pas in 1942 keerde hij in zijn vaderland terug en werd toen direct door de propagandamachine van Goebbels ingelijfd en met onderscheidingen behangen, omdat hij het aanzien van de Duitse sport in het buitenland zo triomfantelijk had hoog gehouden. In tegenstelling tot Vopel is Kilian heel oud geworden. Bijna 93 was hij toen hij de laatste adem uitblies. In de jaren daarvoor stond hij nog regelmatig in de krant omdat hij tot aan zijn dood nog bijna elke dag een ritje op de racefiets maakte. En dat vinden mensen altijd leuk, zo’n krasse knar.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 2 november 2006 23:00

Bennie CEULEN (1951, Nederland)

Ook al heeft iedereen nog een nare smaak in de mond van de laatste Tour de France, het is en blijft de belangrijkste wedstrijd van het jaar. De Tour is een instituut met een mondiale uitstraling. Als was het een land heeft de Tour ook ambassadeurs, die de belangen van de heren in Issy-les-Moulineaux in den vreemde behartigen. In Nederland is Bennie Ceulen die gezant en daarmee is deze sympathieke Limburger een van de machtigste mannen in het Nederlandse wielerlandschap, zeker als er sprake is dat de Tourkaravaan ons land weer eens gaat aandoen. Dan hengelen gemeentebesturen naar zijn gunsten, als was hij prinses Maxima. Niet dat dit iets bij hem teweegbrengt, want Bennie is de bescheidenheid zelve. Met zijn sonore Limburgse klanken produceert hij slechts weldoordachte zinnen en ik geloof niet dat hij vijanden heeft. Zelfs als de keus op Utrecht gaat vallen, dan zullen ze hem in Rotterdam of in Zeeland niet vervloeken. Ik heb in 2001 een interview gehad met Jean-Marie Leblanc. Die afspraak heb ik zelf geregeld, maar het was niet makkelijk. Talloze telefoontjes en faxen heb ik hem gestuurd, voordat Jean-Marie mij in audiëntie wilde ontvangen. Met de hulp van Bennie was dat veel eenvoudiger geweest, daar ben ik van overtuigd. Toen ik een paar jaar later Bernard Hinault wenste te interviewen, was één telefoontje van Bennie voldoende om de vijfvoudige Tourwinnaar tegenover mij aan tafel te krijgen. Bennie Ceulen was ooit een bescheiden wielrenner die na zijn carrière sportjournalist werd. Op het gebied van de wielersport uitermate deskundig en er nooit op uit om renners de grond in te boren, als ze niet hadden gepresteerd wat de pers had verwacht. Bennie weet hoe het in de koers kan toegaan en die kennis gebruikt hij om zijn oordeel te vormen. Voor hem zijn wielrenners hardwerkende sportmensen en geen robotten. Bennie Ceulen wordt vandaag 55 jaar en ik wens hem nog vele jaren toe. (Foto: © Henk Theuns)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 31 oktober 2006 23:00

William WALKER (1985, Australië)

Toen Oscar Freire op het laatste moment moest afzeggen voor de Ronde van Spanje hoorde ik eigenlijk pas voor het eerst bewust zijn naam. William Walker, een Australiër. Natuurlijk wist ik wel dat hij bij Rabobank zat, maar wie hij was en wat hij gepresteerd had om voor het rijden van een grote ronde in aanmerking te komen was nog niet echt tot me doorgedrongen. Adri van Houwelingen, zijn ploegleider in de Vuelta, vertelde me dat die jonge renner van 20 jaar werd meegenomen om de ploeg te completeren en zijn ogen uit te kijken, want het is een toppertje in spe. Een klimmertje met een gouden toekomst. Ik ging op onderzoek uit en ik ontdekte dat de kleine Aussie in 2005 in eigen land een wedstrijd had gewonnen over 299 kilometer. Die koers ging van Melbourne naar Warnambool en als je die wint dan ben je daar iemand, begreep ik uit de commentaren. In Europa werd hij vijfde in de Thüringen Rundfahrt, zesde in de Tour de Gironde, zevende in de Ronde van de Toekomst en achtste in een Spaanse rittenkoers. Gezien zijn leeftijd veelbelovende uitslagen. Zijn belangrijkste triomf behaalde William Walker in het WK in Madrid, waar hij bij de espoirs tweede werd achter de Oekraïnse belofte Dmytro Grabovskyy. In de loop van dit jaar werd hij door de Raboleiding overgeheveld van het continental team naar het ProTour team en er was waarschijnlijk nauwelijks iets van hem vernomen als hij die onvedrwachte invalbeurt in Spanje niet had gekregen. Niet dat hij daar al potten heeft gebroken, maar hij keek er inderdaad zijn ogen uit, zoals Van Houwelingen voorspelde. Ik hoop dat hij genoeg gezien heeft om over enkele jaren in de voorste linies mee te dansen. De cols op, want daar ligt zijn toekomst. In de gaten houden.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 30 oktober 2006 23:00

Manuel QUINZIATO (1979, Italië)

Eigenlijk is er niet zo veel bijzonders te melden over deze Italiaan. Hij komt uit Bolzano, min of meer de hoofdstad van het Italiaanse gedeelte van Tirol. Dan zal het wel een klimmer zijn, is de eerste gedachte, maar dat valt tegen. Manuel staat in eigen land vooral bekend als een tijdrijder, een man die solo een enorm tempo kan ontwikkelen. Niet dat hij daarin een kampioen is, want zijn belangrijkste wapenfeit als jachtrijder is een tweede plaats in het Italiaans kampioenschap. De reden waarom hij vandaag in de Burgerlijke Stand op het hoogste treetje staat is het feit dat hij in de vijf jaar dat hij beroepsrenner is slechts één overwinning heeft behaald. En niet eens in een tijdrit, maar een rit in lijn op Nederlandse bodem nog wel. Dat was de tweede etappe van Den Bosch naar Sittard in Eneco’s Tour van dit jaar. Een lange rit van bijna tweehonderd kilometer met onderweg de nodige schermutselingen. Maar alles kwam steeds weer bij elkaar en op drie kilometer van de streep, toen de snelle mannen positie kozen, knalde een frêle renner in het lichtgroene shirt van Liquigas uit de groep en sloeg een gat van honderd meter. Toen begon het malen op de 12. Rammen met de blik op oneindig. Het verkrampte gezicht ontspande pas volledig toen Manuel Quinziato de finish passeerde. Een brede lach, want zijn eerste profoverwinning was een feit. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 29 oktober 2006 23:00

« Vorige 1 2 3  ... 660 661 662 663 664 665 666 667 668 669 670  ... 685 686 687 Volgende »