Filippo POZZATO (1981, Italië)

De Tour zal wel nooit gewonnen worden door een renner in het shirt van QuickStep. Het is een wereldploeg, maar helemaal toegesneden op het winnen van klassiekers en etappes. Met Boonen en Bettini in de gelederen ben je bijna verzekerd van enkele klassieke overwinningen per jaar. En als die twee niet meedoen of hun dag niet hebben dan is daar Pippo. De koosnaam van Filippo Pozzato, winnaar van de HEW Cyclassics 2005 en Milaan-San Remo 2006. Een echt winnaarstype, want het Italiaanse bravouremannetje maakt het regelmatig waar. Een echt showbinkie is hij, die de campings in zijn land zou hebben afgestroopt op zoek naar blonde schoonheden uit Noord-Europa, als hij geen wielrenner was geworden. Na zijn amateurtijd speelvogelde hij twee jaar bij Mapei, om vervolgens door Marco Ferretti bij Fassa Bortolo tot coureur te worden gekneed. Vol discipline kwam hij daarna bij Patrick Lefevere terug om als beschermde renner voor de overwinningen te gaan, die Boonen en Bettini om de een of andere reden hadden laten liggen. Erg geliefd is hij overigens niet in het peloton, want hij kan bijzonder irritant zijn en soms heel oncollegiaal. Pippo is een verwend supertalent, die zelfs in zijn eigen ploeg niet erg geliefd is. Maar dat wordt hem allemaal graag vergeven als hij weer een grote zege binnenhaalt. Dus geen kwaad woord over Pippo. (Foto: © Philip van der Ploeg)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 9 september 2006 22:00

Rik VAN STEENBERGEN (1924, overleden 15.05.2003, België)

Een groot kampioen en een van de beste renners aller tijden. Zeker de veelzijdigste, want Rik I (dit ter onderscheid van Van Looy, die Rik II werd genoemd) reed jarenlang zomer en winter zijn programma. Hij was een van de beste zesdaagserenners ooit en als de laatste er in februari opzat, dan buitelde hij zonder onderbreking de voorjaarskoersen in. Dan ging hij op topniveau door tot en met de najaarsklassiekers, waarna hij in oktober weer vol ambitie aan de eerste zesdaagse begon. In dat overladen programma reed hij drie keer de Tour, vijf keer de Giro en een maal de Vuelta. Hij won acht klassiekers en hij werd drie keer wereldkampioen. Hij reed 134 zesdaagsen, waarvan hij er veertig won. Hoe hij dat al die jaren heeft volgehouden is een raadsel. Hij was in ieder geval beresterk en een fantastische atleet om te zien, met de good looks van een filmster. De voormalige beenhouwersgast was op zijn twintigste al getrouwd en op zijn 38e opa. Dat zorgde voor een unieke combinatie, want het is bij mijn weten verder nooit voorgekomen dat een zesdaagserenner een koppel vormde met zijn schoonzoon. Dat was de Deen Palle Lykke Jensen met wie hij drie winterseizoenen reed. Van Steenbergen was een medisch wonder. Vrijwel iedere renner heeft een vergroot hart met een gemiddelde capaciteit van zo’n 1200 kubieke centimeter, twee keer zo veel als een gewoon mens die niet aan sport doet. Rik had een capaciteit van 1.700 cm3 en dat had voor hem als consequentie dat hij na zijn carrière nog jarenlang heeft moeten aftrainen. Of hij dat ook heeft gedaan, weet ik niet, want hij kreeg andere bezigheden. Na jarenlang in een vast ritme te hebben gezeten wist hij met tijd geen raad en door verkeerde vrienden raakte hij in de criminaliteit. Hij zag gelukkig zijn dwalingen snel in en keerde terug als eerzaam burger. Ter gelegenheid van zijn 75e verjaardag werd in 1999 een grootse huldiging georganiseerd en zijn heldendaden werden nog eens dik in de verf gezet. Bijna vier jaar later verloor België een van zijn grootste wielerzonen.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 8 september 2006 22:00

MONSERÉ, Jean-Pierre (1948, overleden 15.03.1971, België)

Naarmate de jaren zijn verstreken heeft de periode Merckx (1965-1978) mythologische proporties aangenomen. Veel jongeren die dat tijdperk alleen van horen zeggen kennen, denken vaak dat de Kannibaal geen tegenstand van betekenis heeft gehad. Dat is niet juist, want in die dertien jaar had hij te maken met een lichting renners van zeer hoog niveau. Wie naar de erelijsten kijkt van coureurs als De Vlaeminck, Maertens, Godefroot, Van Impe, Gimondi, Motta, Ocaña, Thevenet, Guimard, Janssen, Zoetemelk, Kuiper en nog een handvol vedetten zal erkennen dat Merckx weliswaar koning eenoog was, maar niet in het land der blinden. Het zou zelfs kunnen zijn dat hij nog tijdens zijn actieve loopbaan te maken had gekregen met een aanstormend talent uit eigen land. Een jonge renner die hem zeker in de klassiekers naar de kroon had kunnen steken, ware het niet dat het noodlot ingreep. Dat was op 15 maart 1971 toen de jongste profwereldkampioen op de weg ooit tijdens een koers in Retie met een auto in botsing kwam en ter plekke overleed. Jempi Monseré, 22 jaar oud, was op slag dood en heel België was verslagen. Hij was in 1969 beroepsrenner geworden en hij won de Ronde van Lombardije, de Ronde van Andalusië en het WK van 1970 in Leicester. Hoe zou zijn carrière verder zijn verlopen? Niemand weet het, we kunnen slechts gissen. Het enige dat we weten is dat hij in de twee beroepsjaren die hem werden gegund heeft geschitterd als een ster aan het firmament. Maar er zijn sterren en sterren. Je hebt er die steeds feller gaan schijnen, maar er zijn er ook die je na verloop van tijd niet meer opmerkt. Door zijn dood werd Jean-Pierre Monseré letterlijk een eeuwige belofte.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 7 september 2006 22:00

Briek SCHOTTE (1919, overleden 04.04.2004, België)

In de rijke Vlaamse wielerlectuur komt Briek Schotte vaak voor, want Den IJzeren van Kanegem stond model voor De Flandrien, een rennerstype dat al lang is uitgestorven. Er bestaan twee lezingen over het begrip Flandrien. De ene zegt dat een echte zich laat herkennen aan een ploeterende stijl en de andere behelst dat de straatarme boerenkinkels van de schrale Vlaamse akkers de koersfiets gebruikten om zich uit de bittere armoede te verheffen. In de eerste opvatting was Schotte er een, in de ander niet want zijn jeugd was niet zo arm als die van bijvoorbeeld zijn generatiegenoot Marcel Kint. Maar wat die ploeterende stijl betreft was hij een echte Flandrien, wat zeg ik de keizer der Flandriens. ‘Hij geleek een vloek op een koersfiets. Bij Briek bewoog, in volle inspanning, alles wat er aan hem was en niet zelden hebben we gevreesd dat hij tijdens al dat getrek en gesleur zijn ellebogen aan de straatstenen zou kwetsen.’ Dat schreef de vermaarde Vlaamse wielerjournalist Jan Cornand eens in een van zijn boekjes. Het getal twee speelt een grote rol in de carrière van Schotte. Hij won twee keer de Ronde van Vlaanderen, twee keer Parijs-Brussel, twee keer Parijs Tours en ook twee keer Gent-Wevelgem. Bovendien werd hij ook nog twee keer wereldkampioen en werd hij een keer tweede in de Tour de France. Hij was niet echt een man voor het grote rondenwerk, maar als alles meezat, zoals in 1948, kon hij ver komen.
Na zijn actieve wielerloopbaan werd hij sportdirecteur bij de Flandria-ploeg. Hij werd een vaderlijke ploegleider van mannen als de gebroeders De Vlaeminck, Leman, Monseré en ook onze eigen Joop Zoetemelk debuteerde bij de man die heilig geloofde in een glaasje rode wijn aan de rennerstafel. Eric Leman won onder zijn leiding drie keer de Ronde van Vlaanderen en dat was voor Briek het allermooiste. Hij was de personificatie van die ronde. Een dag voor de editie van 1996 kreeg Briek zijn standbeeld in zijn geboortedorp en tijdens Vlaanderens mooiste van 2004 kwam het bericht dat Briek Schotte was overleden. Zijn timing was perfect.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 6 september 2006 22:00

Bruno RISI (1968, Zwitserland)

De populariteit van de zesdaagse in Nederland had in de jaren zeventig en tachtig veel te maken met de lichting Zoetemelk, Raas en Knetemann en met René Pijnen, een van de grootste specialisten in dat spectaculaire onderdeel van de wielersport. Maar toen Pijnen plotseling moest stoppen en Zoetemelk cs. afscheid nam, verflauwde de aandacht voor het spektakel zienderogen en sloot Rotterdam in 1988 als laatste de deuren. In de jaren daarna raakte ik het zicht op het gebeuren een beetje kwijt tot ik in november 1997 een uitnodiging kreeg van Patrick Sercu om een avondje in Gent te komen kijken. Urs Freuler, Etienne De Wilde en Andreas Kappes kende ik nog van Rotterdam, maar voor de rest waren het onbekende namen.
Al bij de voorstellingsronden zag ik hem. Een diepzittende atletische renner met een big smile op zijn gezicht en uit de achterkant van zijn helm stak een krullend blond matje. Ik besloot niet op het middenterrein te blijven, maar op de tribune te gaan zitten om die renner eens goed te bekijken. Ik ben de hele avond blijven zitten en ik heb van hem genoten. Wat een macht, souplesse en snelheid was daar in één persoon verenigd. De zesdaagse is topsport, maar het is niet de bedoeling dat één koppel de rest in de vernieling rijdt. Ik ben er echter van overtuigd dat Risi - met de hulp van zijn vaste koppelgenoot (en zwager) Betschart - dat best zou kunnen. Puur op kwaliteit het hele spul op tien ronden rijden, maar dat gebeurt niet omdat het niet commercieel verantwoord is. Een dergelijk vertoon van macht zou de tribunes ontvolken en dat is niet de bedoeling. Als er gewonnen wordt is het met banddikte en dat accepteer je als wielerliefhebber alleen omdat je ziet hoe er afgezien wordt. Dat zie je aan die koppen, maar niet aan die van Risi. Die ziet er altijd hetzelfde uit. Alsof het geen moeite kost. Toen ik het eens over hem had met René Pijnen, zei die dat er in zijn tijd wel tien renners reden van het formaat van de Zwitser. Het zal wel, maar ik hoop dat we nog een aantal jaren van Bruno Risi kunnen genieten.
(Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 5 september 2006 22:00

Peter WINNEN (1957, Nederland)

Ik kende hem niet toen ik in het voorjaar van 1998 bij hem aanbelde. Een rijtjeshuis in een saaie straat in een Noord-Limburgs dorp. “Pa!!!”, riep de jongen die opendeed naar boven en even later kwam hij de trap af, bestoven door wit stof. Hij was de badkamer aan het slopen om een nieuwe te kunnen aanleggen, verontschuldigde hij zich. Nadat hij zich een beetje had opgefrist namen we tegenover elkaar plaats met mijn taperecorder in de dictaatstand. Het ging niet over zijn Tourprestaties en zijn fantastische overwinningen op l'Alpe d'Huez, maar om zijn ervaringen met ploegleider Peter Post, over wie ik een boek aan het schrijven was. Het werd een moeizaam gesprek. Steeds zorgvuldig geformuleerde, aarzelend uitgesproken diplomatieke antwoorden, waar ik geen moer aan had. Hij had de naam de intellectueel van het peloton te zijn, maar uit niets bleek dat hij ernstig over de persoon Post had nagedacht. Ik zuchtte en zette mijn bandrecorder uit en maakte hem duidelijk dat hij niet bang hoefde te zijn dat ik hem uitgebreid met naam en toenaam in het boek zou citeren. Hij keek me lang en doordringend aan en er vond een metamorfose plaats. Peter begon te praten over zijn jaren bij Post. De ene na de andere messcherpe analyse van de grote ploegbaas kwam over zijn lippen. Prachtige beeldende beschrijvingen hoe Post aan tafel te werk ging als de ploeg of een bepaalde renner in zijn ogen had gefaald. Ik zag Post rond de tafel stieren, tot hij achter de gewraakte renner stond en in steeds scherpere bewoordingen zijn ongenoegen uitte. Terwijl hij dat deed masseerde hij met die grote handen de schouders en de nek van de renner, die het liefst door de grond was gezakt. Ik hoorde het gefascineerd aan en kon het haast niet geloven, maar andere renners bevestigden later dat ze dat Post vaak hebben zien doen. Toen ik twee uur later wegging had ik fantastisch materiaal op de band staan. Peter Winnen was toen nog niet de gevierde auteur, maar een oud-renner die een schat aan ervaringen mooi op papier probeerde te zetten. Hij was al jaren bezig aan HET BOEK! Hij vertelde me over zijn twijfels.

Op eerste kerstdag 2000 pakte ik bij de kerstboom een cadeautje uit. Een boek, en wat voor boek. ‘Van Santander naar Santander’, door Peter Winnen. Ik schreef er een persoonlijke ondertitel in: ‘De twijfels voorbij’. Ik heb het in één adem uitgelezen. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 4 september 2006 22:00

Frederik VEUCHELEN (1978, België)

Ik had nog nooit van hem gehoord toen ik op 22 maart jl. op Sporza de laatste kilometers zag van de semi-klassieker Dwars door Vlaanderen. Een eenzame renner in het shirt van Chocolade Jacques vocht een strijd om seconden uit met een achtervolgende groep onder aanvoering van Tom Boonen. In diens spoor reden Nico Eeckhout, Nick Nuyens en Robbie MacEwen, veel bekendere namen dan die van die verbeten strijdende renner voorop: Frederik Veuchelen. In het resumé hoorde ik dat die al na tien kilometer was ontsnapt samen met drie anderen. Het viertal bereikte een maximale voorsprong van ruim 18 minuten, maar daarna ging de vermoeidheid een rol spelen. Het langst had de Fransman David Boucher het volgehouden, maar met nog maar acht kilometer te koersen moest ook hij Veuchelen laten gaan. De Belg hield stand, maar het was nipt want bij het ingaan van de laatste kilometer had hij nog maar 20 seconden over en dat was net genoeg om niet door de ontketende groep Boonen te worden ingehaald. De volgende dag las ik ergens: ‘who the fuck is Frederik Veuchelen?’ Bij navraag bleek het om een afgestudeerde sportleraar te gaan die pas op zijn 22e jaar met de wielersport begon. Drie jaar later werd hij prof en in zijn eerste seizoen won hij twee ritten in de de lastige koers Triptique Ardennais. Verder won hij in zijn eerste profjaar de Ronde van Vlaams-Brabant en de Memorial Van Coningsloo. In de interviews die Veuchelen in de dagen na zijn opzienbarende solozege in Dwars door Vlaanderen gaf, beloofde hij een spoedige bevestiging. Het is er nog niet van gekomen, maar het seizoen is nog niet voorbij.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 3 september 2006 22:00

René PIJNEN (1946, Nederland)

Een groot talent, dat bij de amateurs tot de wereldtop behoorde. In 1967 werd hij derde bij het wereldkampioenschap op de weg en een jaar later behoorde hij tot het gouden kwartet (samen met Den Hertog, Zoetemelk en Krekels) van de Spelen van Mexico. Hij tekende een profcontract bij Willem II Gazelle en hij stelde zeker niet teleur. Vooral in de Ronde van Spanje kon hij goed uit de voeten. In drie starts won hij vier ritten, maar hij kwam tekort in het hooggebergte. Maar zelf vond hij het niks bij de profs op de weg. Urenlang lummelen in een gezapig tempo en dan een finale met zestig in het uur. Dat laatste paste wel bij zijn explosieve karakter, maar het eerste niet. Hij werd zesdaagsecoureur, want daar rijden ze constant een finale. En hij werd een kei in dat werk. Hij maakte nog net de periode Post mee en samen met Leo Duyndam leek de Amstelvener zo maar ineens twee opvolgers te hebben. Maar de twee pasten niet bij elkaar en René ging alleen verder. Met wisselende koppelgenoten reed hij in dertien winterseizoenen naar 72 overwinningen in zesdaagsen. Daarmee stond hij lang op de tweede plaats achter Patrick Sercu, maar hij is later ingehaald door Danny Clark. Aan zijn carrière kwam een abrupt einde door een aderbreuk in de buikholte. Vele uren vochten de chirurgen voor zijn leven en het lukte hen hem bij de levenden te houden, ondanks het feit dat hij twee keer klinisch dood was. Sindsdien houdt René zich bezig met zijn hotel in Bergen op Zoom en de projectontwikkeling van sporthallen in het zuiden van het land. Maar het meest geniet hij van het leven en dat is een eigenschap die hij deelt met mensen die de dood in de ogen hebben gezien. Sport speelt nog steeds een grote rol in zijn bestaan. Fietsen, tennissen, jagen, hij vindt het allemaal even leuk en hij is een tevreden mens met wie je een prettig, maar kritisch gesprek over de wielersport kunt voeren. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 2 september 2006 22:00

Tom STEELS (1971, België)

Het is moeilijk om in de geschiedenis van de Belgische wielersport een record te vinden dat niet op naam van Eddy Merckx staat. Tom Steels was vier keer kampioen van België bij de beroepsrenners op de weg en daarmee is hij alle Belgische kampioenen uit het verleden de baas. Hij is een knap renner met een vlijmscherp eindschot, waarmee hij een aantal jaren lang tot de topsprinters van de wereld behoorde. Hij won twee keer Gent-Wevelgem, een keer de Omloop Het volk, de Schaal Sels, Dwars door België en nog veel meer. In de Tour won hij negen ritten en in de Vuelta twee. Toch is hij het bekendst geworden door het incident met de bidon. Dat gebeurde in de Tour van 1997. De vlakke etappes werden ook toen al steeds beslist met massaspurts en de tenoren van dat vak staan dan strak van de zenuwen als ze nog geen rit gepakt hebben. Dan zijn ze niet zichzelf meer, denk maar aan Tom Boonen in de Tour van dit jaar. In 1997 was dat ook het geval met Tom Steels. Sprinten is kwakken uitdelen en krijgen en dat moet je accepteren. Maar toen Steels in de finale van de zesde rit een kwak kreeg van Moncassin was de maat even vol. In volle sprint pakte hij zijn bidon en smeet die met kracht naar de Fransman. Een levensgevaarlijke actie, waarvoor de Vlaming zwaar gestraft werd. Hij mocht direct zijn biezen pakken en huiswaarts keren. Hij had er veel spijt van en hij wist dat hij alleen eerherstel zou krijgen met zijn benen. Het jaar daarop won hij dan ook vier ritten. Maar al had hij alle etappes gewonnen dat verhaal van die bidon is aan hem blijven kleven en er is zelfs een lied over gemaakt. ‘Tom Bidon’ heette het en het werd overal gezongen waar Tom aan de start kwam. Hij kon er wel om lachen.
De laatste jaren gaat het een stuk minder met de snelle man. Dat heeft enerzijds te maken met een hardnekkige virusinfectie en een reeks blessures. Anderzijds is er natuurlijk het feit dat er bij zijn ploeg Davitamon-Lotto nog een supersprinter rijdt met de naam Robbie McEwen. Daarom verkeert Steels in zijn ploeg in een vergelijkbare positie als Erik Zabel bij Milram. Zabel liet eergisteren zien dat hij nog steeds kan winnen. Hopelijk kan Tom dat ook.
(Foto © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 1 september 2006 22:00

Franco BITOSSI (1940, Italië)

Hij was een tijdgenoot van Jan Janssen en een tegenstander van formaat. Een sterk coureur met een mooie erelijst. Hij won de Ronde van Zwitserland, de Tirreno Adriatico en de Ronde van Catalonië en verder het Kampioenschap van Zürich en de Ronde van Lombardije. En dan nog een hele reeks van die Italiaanse eendagskoersen met vrijwel uitsluitend Italianen als winnaars. In de grote ronden was hij eveneens succesvol, hoewel hij net iets te kort kwam om daar als grote kanshebber mee te doen voor het podium. Hij won 21 etappes in de Ronde van Italië en vier in de Tour de France. Dat kwam hoofdzakelijk door zijn snelheid, maar Bitossi kon ook klimmen. Hij won bijvoorbeeld drie keer de bergprijs in de Giro. In de Tour de France van 1968 was hij heel dicht bij de eindoverwinning, want hij behoorde tot de acht kanshebbers die op enkele dagen voor het einde, met heel kleine tijdsverschhillen de top van het klassement vormden. Maar Bitossi fixeerde zich liever op het puntenklassement en dat heeft hij ook gewonnen. Hij is de enige renner in de geschiedenis van de Tour die als winnaar van dat klassement een rode in plaats van een groene trui mee naar huis heeft genomen. Na één jaar werd het experiment met een andere kleur weer beëindigd en werd het groen in ere hersteld.
Bitossi had een uitzonderlijke bijnaam. 'Het dwaze hart' werd hij genoemd, omdat zijn hart bij grote inspanningen wel eens oversloeg. Een kwaal waar meer renners aan lijden, maar in het geval van Bitossi was het geen beletsel om door te gaan.
Aan het WK van 1972 zal de Florentijn niet graag terugdenken. In de finale was het peloton weer bij elkaar gekomen en vier kilometer voor het einde demarreerde Bitossi. Hij sloeg een behoorlijk gat, maar het peloton hield hem in het vizier. Er werd fel op hem gejaagd met enkele blauwe truien van zijn landgenoten op kop. Het was Marino Basso die enkele tientallen meters voor de streep langs Bitossi spoot en de wereldtitel greep. Zelfs Eddy Merckx liet zich over de zaak uit. Die had er die dag alles aan gedaan om zelf te winnen, maar toen hij hoorde dat Basso het was geworden, zei hij: “dat is spijtig, Bitossi zou een veel waardiger kampioen zijn geweest”.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 31 augustus 2006 22:00

« Vorige 1 2 3  ... 676 677 678 679 680 681 682 683 684 685 686  ... 695 696 697 Volgende »