Uwe AMPLER (1964, Duitsland)

Eén van de beste renners uit de laatste periode van het Oost-Europese staatsamateurisme. Hij werd in Leipzig geboren en hij doorliep het gehele DDR-sportsysteem, dat vele kampioenen heeft voortgebracht. Zijn vader Klaus had hetzelfde meegemaakt en de naam Ampler staat al sinds 1963 op de erelijst van de Vredeskoers, de belangrijkste wielerwedstrijd voor een Oostblok-coureur uit die tijd omdat de grote West-Europese rondes en klassiekers voor hen verboden waren. Zoon Uwe voegde vier overwinningen aan die van zijn vader toe en samen evenaarden de Amplers het record van Steffen Wesemann, die vijf keer deze loeizware etappekoers wist te winnen. Uwe Ampler won nog veel meer. Hij was in de jeugdcategorieën twee keer wereldkampioen, voor hij in 1986 in Colorado Springs de regenboogtrui op de weg bij de amateurs veroverde. Ook was hij met drie Oost-Duitse collega’s – onder wie Mario Kummer de huidige ploegleider van T-Mobile – Olympisch kampioen op het onderdeel 100 kilometer ploegentijdrit. Na de val van de Muur kwam hij in 1990 in dienst bij PDM, de sterke Nederlandse ploeg met o.a. Breukink, Kelly en Alcala in de gelederen. Van Ampler werd verwacht dat hij voor die mannen zou knechten, maar dat zat niet in de aard van de Ossie. Toen in de Tour van dat jaar op l’Alpe d’Huez de beslissing leek te gaan vallen, had Breukink alle steun nodig van Kelly en Ampler die nog in zijn buurt waren. De Ier verzaakte niet, maar Ampler stak geen poot uit voor zijn kopman want hij was bezig met zijn eigen klassement. Ondanks een redelijk aantal etappeoverwinningen in kleinere koersen heeft Uwe Ampler zijn belofte bij de profs niet waargemaakt. Hij raakte later bij een dopingaffaire betrokken en hij werd een paria in het peloton toen hij de beschuldigende vinger wees in de richting van zijn ploegleider Godefroot. Er volgden jaren van gerechtelijke procedures die hij allemaal verloor en die hem heel veel geld hebben gekost. Hij onderbrak zijn carrière drie jaar lang en hij keerde terug in een onbekende Poolse ploeg. In die periode won hij voor de vierde maal de Vredeskoers. In september 2003 haalde hij nog een keer alle kranten door een vreselijk ongeluk waardoor hij in coma raakte. Ik heb niet kunnen vinden hoe het met hem is afgelopen, maar ik kwam wel een foto van hem tegen in een Milram-shirt. Op de site van deze ProTour formatie ben ik zijn naam echter niet tegengekomen. Weet iemand meer over Uwe Ampler en zijn tegenwoordige bezigheden? (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 10 oktober 2006 22:00

Bart BRENTJENS (1968, Nederland)

Iemand die gek is van de wielersport is besmet met de wielerbacil, zegt men vaak. Dat wordt natuurlijk niet letterlijk bedoeld, maar overdrachtelijk. Toch was het bij Bart Brentjens een bacteriële vergiftiging die hem tot de wielersport bracht. Als sportieve jongen deed hij in zijn jeugd zowel aan voetballen als aan schaatsen. Wielrennen was iets wat zijn neef deed en die heette Frans Maassen. Op een dag deed Bart mee aan een partijtje ijshockey. De dertienjarige scholier hield er een blaar aan over. So what, doorprikken, pleister erop, over. Maar Bart liep er mee door en de blaar werd een ontsteking, een hardnekkige infectie die zich vastzette in zijn scheenbeen. En toen moest de chirurg er aan te pas komen. Na de ingreep volgde de revalidatie, want Bart moest vrijwel opnieuw leren lopen. Om de natuur een beetje te helpen leende hij een oude racefiets van Frans en hij ging aan de slag. Veel leuker dan voetbal en schaatsen, concludeerde hij al snel. Hij vroeg een licentie aan en hij ging koersen. Niet onverdienstelijk, maar niet echt goed want er moest ook gestudeerd worden aan de middelbare tuinbouwschool. Toen hij uitgestudeerd was begon hij een tuinderij. Hij was inmiddels overgestapt op een nieuwe tak van het wielrennen: het mountainbiken. Eigenlijk had hij er geen tijd voor, maar met een goede planning kon hij toch het bedrijf goed runnen en op niveau aan zijn sport doen. Maar toen hij echt doorbrak en het buitenland hem graag aan de start zag, moest-ie kiezen tussen de fiets en het gewas. Het werd de fiets en daar heeft hij nooit spijt van gehad. Hij werd wereldkampioen in 1995 en een jaar later de eerste Olympische kampioen in zijn sport. Hij wordt vandaag 38 jaar, maar hij denkt nog niet aan stoppen en je zou het niet zeggen, maar de bescheiden Limburger is in grote delen van deze aardkloot, wereldberoemd! (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 9 oktober 2006 22:00

Reginald ARNOLD (1924, Australië)

In de jaren zestig kwamen de eerste Italianen en Spanjaarden naar ons land om hier het werk te doen waar Nederlanders geen trek meer in hadden. Ze werden gastarbeiders genoemd en dat was een nieuw woord in ons taalgebied. Het verschijnsel kenden we echter al veel langer, vanuit onder meer de wielrennerij. Bob Spears zal wel niet de eerste Australiër zijn geweest die in Europa zijn geluk kwam beproeven, maar wel een van de bekendste. Er zijn er vele gevolgd. Zo kwamen in 1947 twee jonge Aussies met de boot naar Engeland. Hun bagage bestond uit wat bescheiden bezittingen en een baanfiets en hun namen luidden Alfred Strom en Reginald Arnold. Ze vonden een kamertje in Londen en van daaruit probeerden ze een contractje te bemachtigen voor baanwedstrijden. In Engeland was dat moeilijk, maar toen ze door hadden dat je daarvoor in België moest zijn, kwamen ze aan de bak. De locomotief Strom en de razendsnelle flyer Arnold groeiden in korte tijd uit tot een van de beste zesdaagsekoppels van hun tijd. Hun eerste overwinning in een SIX vierden ze in 1949 in New York en daarna wonnen ze er nog een aantal. In 1952 gingen ze uit elkaar, maar ze bleven succesvol zij het met wisselende partners. Strom bracht totaal negen zesdaagsen op zijn naam en Arnold zestien. Ze waren aan het eind van hun carrière volledig verbelst, maar in tegenstelling tot Strom die in Brugge bleef wonen, keerde Arnold terug naar zijn vaderland ‚way down under’. Strom overleed in 1973, maar als Reginald Arnold nog leeft dan wordt hij vandaag 82 jaar en woont hij waarschijnlijk in zijn geboorteplaats Murwillembank. Het lijkt een onmogelijke vraag, maar weet iemand iets meer van deze voormalige baangeweldenaar? Graag een reactie. (Foto: archief Wim van Eyle)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 8 oktober 2006 22:00

Philippe THYS (1890, overleden 17.01.1971, België)

In het jaar dat deze Belgische wielergigant zijn eerste Tour de France won, werd mijn moeder geboren. Ze heeft in haar lange leven revolutionaire veranderingen meegemaakt en ze is daar op haar manier mee omgegaan. Ze begreep niks van de werking van al die moderne verworvenheden, maar ze maakte er als dankbaar consumente gretig gebruik van. Andersom is heel wat lastiger, want je kunt je toch niet voorstellen dat Michael Boogerd voor zijn deelname aan de Tour het diploma meestersmid zou moeten overleggen. Toch moest je anno 1913 dat vak terdege beheersen om bij pech verder te kunnen. Daaraan dankt Flup Thys zijn eerste Tourzege, omdat zijn grootste opponent Eugène Christophe, bijgenaamd De Galliër, het kader van zijn fiets brak en dat persoonlijk in een smidse moest repareren. De juryleden stonden er satanisch met hun neus bovenop toen Christhope zijn energie uitleefde met hamer en aambeeld, maar een handje tekort kwam voor het bedienen van de blaasbalg. De knecht van die kleine onderneming hielp een handje en die eikels van de jury trokken direct het rode potlood en noteerden 30 minuten tijdstraf. Nou ja!!! Intussen peddelde Thys vrolijk verder in de wetenschap dat Christophe die avond op meer dan drie uur achterstand zou staan. In zijn tweede Tour nam het noodlot wraak en hem overkwam iets dergelijks. Maar óf de smederij was dichterbij óf hij was een betere smid, want de Brusselaar won ook zijn tweede Tour die startte op de dag dat in Serajewo aartshertog Franz Ferdinand werd vermoord. Dat was de directe aanleiding voor de eerste wereldoorlog. Vier jaar lang kon de Tour daardoor geen doorgang vinden. Bij de hervatting in 1919 stapte Flupke al in de eerste etappe af, omdat hij het niet eens was met het financiële voorstel van zijn sponsor Peugeot, die voor de eindoverwinning nog maar een kwart wilde betalen van het bedrag waar Thys op had gerekend. De Franse kranten noemden hem een mietje en dat kwam hij in 1920 even rechtzetten. Het werd de mooiste zege van zijn carrière, want hij heerste van start tot finish. Hij werd de eerste drievoudige winnaar van de Tour en zijn record zou 35 jaar stand houden. In 1955 won Louison Bobet zijn derde en precies weer 35 jaar later evenaarde Greg LeMond dat aantal. In de tussentijd scoorden Jacques Anquetil, Eddy Merckx en Bernard Hinault echter vijf zeges, maar wel zonder het diploma Maître Forgeron.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 7 oktober 2006 22:00

Lucien GILLEN (1928, Luxemburg)

Tot de ontgroeningspraktijken voor schoolverlaters in het bedrijfsleven behoorde vroeger de opdracht om de map van de Zwitserse marine te gaan halen. Het had ook de lijst met Luxemburgse wielerbanen kunnen zijn. Zwitserland heeft geen marine voor zo ver ik weet en Luxemburg geen wielerbaan. Nooit gehad ook, vermoed ik, maar toch bracht het kleine land in de jaren vijftig een van de beste pistiers van die tijd voort. Lucien (roepnaam Lull, uit te spreken als loel) Gillen was een zwierige alleskunner die zowel op de weg als op de baan nationale titels behaalde. Zo won hij op de weg de Ronde van Picardië en verbeterde hij ooit het wereldrecord over vijf kilometer op overdekte banen. Maar hij was op zijn best in de zesdaagsen, vaak samen met de Italiaan Ferdinando Terruzzi. Ze bonden op spectaculaire wijze de strijd aan met de grote koppels van toen, als Van Steenbergen-Severijns, Schulte-Peters, Carrara-Forlini en Strom-Arnold. Gillen startte in 141 zesdaagsen en hij won er tien. De Luxemburger kwam uit een ander milieu dan de meeste andere wielrenners van toen. Hij was een erudiete man die financiële economie had gestudeerd, maar die zijn liefde voor de fiets niet kon negeren. Als renner was het een absolute vakman en een goede collega. Dat vertelde Peter Post mij die in het winterseizoen 1959/’60 met Gillen de zesdaagse van Munster won. Post herinnert zich de Luxemburger als een echte gentleman. Nooit schreeuwen, nooit vloeken, rustig en beschaafd zijn eigen gang gaan. Een man met stijl en opvoeding. Hij had een fijn gevoel voor humor en met zijn droge opmerkingen kon hij iedereen aan het lachen krijgen. Na zijn carrière ging hij het bankwezen in en hij schopte het ver in de omvangrijke wereld van de Luxemburgse financiële dienstverlening. Hij liet zich nog wel eens zien bij de ronde van zijn land maar verder was het wielrennen verleden tijd. Begrijpelijk als je 141 zesdaagsen hebt gereden. Dat is meer dan 20 duizend uur buffelen. (Foto: srchief Wim van Eyle)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 6 oktober 2006 22:00

Jo MAAS (1954, Nederland)

Deze Limburgse renner was een klasbak die net zo snel verdween als hij was opgekomen. Hij was redelijk onbekend toen hij in 1979 in de Tour debuteerde als lid van die sympathieke DAF-ploeg. In de tiende etappe zat hij in de beslissende ontsnapping met Ludo Peeters en Pol Verschuere. In dat gezelschap dichtte ik hem geen kansen toe, maar hij wist kort voor het einde weg te komen en hij won. Hij stond direct hoog in het klassement, maar een dag later raakte hij, in kansrijke positie voor een topklassering, betrokken bij een valpartij. Daarbij kneusde de in Eysden geboren Maas zijn pols en hij verloor die dag meer dan tien minuten. Weg klassement. Zo leek het althans, maar hij bleef goed presteren en hij eindigde als zevende in Parijs. Een fantastische prestatie voor een debutant. Door een voedselvergiftiging in de aanloop naar de Tour kon hij een jaar later zijn prestatie niet herhalen, laat staan verbeteren. Peter Post haalde hem vervolgens naar Raleigh, destijds de uitverkoren formatie voor een talentvol wielrenner. In de roodgeelzwarte kleuren ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 5 oktober 2006 22:00

Joseph BRUYÈRE (1948, België)

Ik heb op deze weblog al vaker geschreven dat het veel voorkomt dat kopmannen de ontwikkeling van kopmannen in spe blokkeren. Dat was ook het geval bij Joseph Bruyère. Een halve Nederlander, want de moeder van deze Waal is een echte Maastrichtse. Hij reed het grootste deel van zijn tienjarig profbestaan in de ploeg van Eddy Merckx. Hij had veel klasse en was daarnaast een toegewijd helper. Beide eigenschappen is niet aan Merckx ontgaan en die zorgde er persoonlijk voor dat Bruyère zo nu en dan een koers kon winnen die bij zijn klasse paste. Zoals twee maal de Omloop Het Volk en een keer Luik-Bastenaken-Luik. Maar in 1977 kwam de sleet op Merckx, want twaalf jaar beulen begonnen hun tol te eisen. Eind 1977 liep het contract met sponsor Fiat af en Merckx merkte voor het eerst dat de geldschieters niet meer voor hem in de rij stonden. Pas vlak voor de aanvang van het seizoen 1978 kwam hij rond met confectiegigant C&A en vol goede moed werd aan het seizoen begonnen. Maar in het voorjaar kwamen de C&A’ers er niet aan te pas en Merckx zelf al helemaal niet. Na Luik-Bastenaken-Luik ging de zon weer een beetje schijnen toen Bruyère zijn uitzonderlijke klasse demonstreerde en met overmacht La Doyenne voor de tweede maal op zijn naam schreef. Maar nu op eigen klasse en niet met de hulp van Merckx. Op de Stockeu demarreerde Michel Pollentier en alleen Bruyère kon volgen. Ze pakten ruim een minuut op een sterke groep achtervolgers en op de Redoute besliste Bruyère de koers door met enkele felle pedaalstoten Pollentier van zich af te schudden. Daarna ontspon zich achter hem een gigantisch machtsspel met Moser, Kuiper, Thurau en Vanspringel als toonzetters. Ze liepen wel iets in op de ontketende Bruyère, maar niet genoeg om hem in zicht te krijgen. Een maand later kondigde Merckx per direct zijn afscheid aan en C&A trok zich al na een jaar uit de wielersport terug. Bruyère bolde nog twee jaar uit in de Flandria-ploeg en in zijn laatste jaar won hij voor de derde maal de Omloop Het Volk. Hij wordt vandaag 58. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 4 oktober 2006 22:00

Maurice DE MUER (1921, Frankrijk)

Ik ken hem hoofdzakelijk uit de verhalen van Jan Janssen. Jan is nog altijd idolaat van zijn vroegere ploegleider die van 1963 tot en met 1971 zijn baas was. De Muer werd in 1943 beroepsrenner. Geen gelukkige tijd om prof te worden, lijkt me. Ik weet daarom niet zo goed welke waarde ik moet toekennen aan zijn zege in 1944 in Paris-Camembert, een koers die in de jaren vijftig ook eens door Arie den Hartog is gewonnen. In ieder geval heeft De Noord-Fransman toch de beroemdheid gehaald, zij het niet als renner maar als ploegleider. Volgens Janssen de beste van zijn tijd. Een geslepen baasje, die in tegenstelling tot tijdgenoten als Pellenaars en Driessens niet van een harde aanpak uitging, maar van een psychologische. Hij liet renners altijd in hun waarde, maar wist ze op een speciale manier te prikkelen waardoor ze tot grootse prestaties kwamen. Toen in 1968 bierbrouwer Pelforth zich uit de wielrennerij terugtrok omdat reclame maken voor alcoholica in Frankrijk verboden werd, kreeg De Muer met zijn hele ploeg onderdak bij BIC, de sterkste Franse ploeg van dat moment. Daar werd hij tweede ploegleider achter Raymond Louviot. Die verongelukte kort daarna en zo werd De Muer de eerste man. Janssen was toen al in zijn nadagen en daarom focuste De Muer (samen met Janssen op de foto ter gelegenheid van zijn 80e verjaardag) zich helemaal op Luis Ocaña. Die won de Tour van 1973 en zo kwam De Muer alsnog met een Tourwinnaar thuis, want Jan Janssen behaalde zijn zege in een jaar dat de oude landenformule weer van stal was gehaald en De Muer zijn belangrijkste troef moest afstaan. Maurice De Muer wordt vandaag 85 jaar. Hij woont teruggetrokken in Seillans in de buurt van Marseille. De wereld hoort nog maar zelden van hem, maar zoals Jan Janssen het gisteren uitdrukte: „Dat is normaal, want op die leeftijd kunnen mensen elke dag omvallen.“ (Foto: © Bruno Bade)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 3 oktober 2006 22:00

Arthur DE CABOOTER (1936, België)

Hij is nog van voor het televisietijdperk. Arthur – zeg maar Tuur – De Cabooter. Een grofgebouwde ijzersterke coureur, gezegend met een messcherp eindschot. In zijn tijd kocht ik regelmatig een Belgisch sportblad waarvan ik de naam ben vergeten. Dat deed ik het liefst in het voorjaar, want dan stonden er veel foto’s in van de Vlaamse koersen die in februari en maart waren verreden. Ik maakte zo kennis met piepjonge amateurs die later beroemde profs werden. Zoals Fredje De Bruyne, Martin Van Geneugden, Richard Van Genechten, Walter Godefroot, de twee Gilberts en Manten Desmet, Noël Foré en natuurlijk ook Tuur. Besmeurde rennerskoppen in zwart/wit waarin het lijden diepe groeven had getrokken. Jongens van rond de twintig leken op mannen van veertig en ouder. En daar tussen zag ik voor het eerst de brede kop van Tuur. Hij had toen de Ronde van Vlaanderen voor amateurs gewonnen en hij was er dolblij mee. Hij won die koers ook als onafhankelijke en als kroon op het werk ook als prof. Dan brak een gulle lach door het moddermasker heen, want de Ronde van Vlaanderen werd in die tijd uitsluitend in pokkeweer gereden. Hoe de organisatoren dat flikten is me een raadsel, maar het lukte ze keer op keer. En Tuur reed altijd van voren in die ronde, evenals in Parijs-Robaix. Maar hij kon meer. In de Tour was hij meestal niet gelukkig, maar in de Vuelta kon hij aardig uit de voeten. Hij won er etappes en in 1960 het puntenklassement. De zwager – in Vlaanderen zeggen ze schoonbroer – van Walter Godefroot was razend populair en toen hij twee jaar achtereen niet werd geselecteerd voor het WK, omdat Rik Van Looy hem er niet bij wilde hebben, kwamen duizenden mensen op de been om bij de Belgische Wieler Bond te demonstreren tegen zo veel onrecht. Tuur wordt vandaag 70 jaar en dat is een mooie gelegenheid om even aan hem te denken. Als het monument van de Vlaamse drek, waarvan de laatste sporen wellicht nog in zijn ooghoeken te zien zijn.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 2 oktober 2006 22:00

Learco GUERRA (1902, overleden 07.02.1963, Italië)

Learco Guerra is een van de grootste renners uit de Italiaanse geschiedenis. Hij was met name een formidabele tijdrijder geweest met een enorm duurvermogen. Om die eigenschap werd hij de menselijke locomotief (la Locomotiva umana) genoemd. Een proeve van ultieme bekwaamheid legde hij af in het WK op de weg in 1931 in Kopenhagen. Dat werd toen als een tijdrit verreden en de Italiaan won met overmacht. Nummer twee (de Fransman Ferdinand Le Drogo) eindigde met 4 minuut 38 achterstand. Guerra bracht twee grote klassiekers op zijn naam, Milaan-San Remo en de Ronde van Lombardije. Het meeste succes behaalde hij echter in het grote rondewerk. Hij won de Giro in 1934 en was twee keer tweede in de Tour. In deze twee rondritten won hij totaal 38 etappes. Hij was ook nog zes keer kampioen van zijn land. In zijn nadagen waagde hij zich nog achter de grote motoren, maar daarin was hij niet succesvol. Een minpuntje op zijn blazoen was het feit dat hij zich in de jaren dertig voor het propagandakarretje van de Italiaanse fascisten, onder leiding van Benito Mussolini, liet spannen. Hij nam er niet actief aan deel, maar hij liet het zich wel welgevallen terwijl hij de status en het overwicht had om zich tegen die fascistenkliek af te zetten. We zullen het er maar op houden dat hij a-politiek was en zijn naam wordt tot op de dag van vandaag in Italië met veel respect uitgesproken. Na de oorlog was hij enige tijd ploegleider van onder meer grote mannen als Hugo Koblet en Charly Gaul. Rond 1960 kreeg Guerra de ziekte van Parkinson en na zijn dood werd er in Mantua een museum voor hem ingericht.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 1 oktober 2006 22:00

« Vorige 1 2 3  ... 663 664 665 666 667 668 669 670 671 672 673  ... 685 686 687 Volgende »