Christophe MOREAU (1971, Frankrijk)

Hij ziet er met die mooie flapoortjes uit als één van die superdomme assistenten van Louis De Funès in die gendarmefilms van heel lang geleden. Maar dat is schijn, want Moreau is één van de beste Franse renners van de laatste tien jaar. Een sterke tijdrijder en een goede klimmer, maar internationaal slechts een subtopper. In Frankrijk is Moreau behoorlijk populair, omdat hij al enkele malen de beste Fransman in de Tour de France is geweest. Ook in de laatste Tour eindigde hij bij de eerste tien, hoewel hij de plaats van de beste Fransman aan Cyril Dessel moest laten. Nadat hij door Crédit Agricole, vanwege zijn leeftijd, was afgedankt, vond hij onderdak bij AG2R en toonde aan nog niet versleten te zijn. Hij ging diverse malen in de aanval, vaak vroeg in de etappe. Het leidde niet tot succes, maar wel tot nog meer populariteit. Christophe Moreau was in 1998 betrokken bij het dopingschandaal rond zijn toenmalige sponsor Festina. Hij was zo verstandig direct schuld te bekennen en voorkwam daarmee een hele heisa rond zijn persoon. Zijn overtreding kreeg daardoor nauwelijks aandacht en hij kon zijn carrière geruisloos voortzetten. Met overwinningen in het Criterium International, de Dauphiné Liberé, de Vierdaagse van Duinkerke en de Ronde van de Languedoc kan hij redelijke geloofsbrieven overleggen en Frankrijk koestert hem, alsof ze daar vergeten zijn hoe groot Bobet, Anquetil en Hinault waren. Maar ja, een oud gezegde zegt dat je uitstekend kunt dansen ook al is het niet met de bruid. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 11 april 2007 22:00

Kevin HULSMANS (1978, België)

Onze zuiderburen zijn helemaal idolaat van hun Tommeke. Tom Boonen superstar. Maar acht jaar geleden hadden ze een ander idool. Hij heette Kevin Hulsmans en als amateur – of liefhebber zoals ze daar zeggen – won de renner uit Belgisch Limburg alles. Lichtinggenoten als Stijn Devolder en ook Tom Boonen werden gek van hem. Hij was gewoon een klasse beter. Nu acht jaar later is Boonen een vedette, Devolder een zeer populair coureur vanwege zijn tomeloze aanvalsdrift en Kevin Hulsmans een ex-belofte die uitsluitend wordt gewaardeerd binnen zijn ploeg QuickStep-Innergetic, vanwege zijn trouwe hand- en spandiensten aan zijn kopmannen Bettini en Boonen. Zo kan het dus gaan in het wielrennen. Na de vele overwinningen in de jeugdrangen en bij de liefhebbers heeft hij in acht profseizoenen slechts twee overwinningen op zijn naam staan: een etappe in een kleine etappewedstrijd en een kermiskoers in zijn eigen geboorteplaats Lommel. Een hard gelag, maar Hulsmans heeft zich er allang bij neergelegd. Wat hij toen kon kan hij niet meer, simpelweg omdat zijn beste kruit al verschoten is als de finale begint. Dan is hij uitgepierd en rijdt hij in zijn eigen tempo de koers uit, of draait een zijstraat in op weg naar het hotel of het omkleedhuissie. En zo gaat het in het wielrennen, er zijn meesters en knechten. In het ProTour-peloton rijden geen slechte renners, want het zijn allemaal talenten anders bereiken ze die plaats niet. Maar al die prinsen van de jeugdrangen hebben lang niet allemaal de maarschalkstaf in hun ransel. Dat heeft maar een enkele. En de jongens die dat extra niet hebben, hebben daar meestal vrede mee. Ze kunnen hun sport beoefenen zonder de stress die de kopman onophoudelijk meedraagt en ze verdienen een alleszins acceptabel inkomen. (Foto: © Cor Vos)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 10 april 2007 22:00

Rudy DHAENENS (1961, overleden, België)

In 1983 overkwam Gerrie Knetemann een vreselijk ongeluk in de voorjaarswedstrijd Dwars door België. Hij knalde op een stilstaande auto en hij was er vreselijk aan toe. Hij bleef bij kennis en hij had de tegenwoordigheid van geest naar de veiligheid van de berm te kruipen. De renners konden hem maar net ontwijken en koersten verder. Het peloton wacht op niemand, maar er was toch een renner die in de remmen kneep en zich over de ontluisterde Kneet boog. Hij hielp de ongelukkige Amsterdammer de ader dicht te knijpen waar het bloed als een fontein uitspoot. Pas toen er hulp was, vervolgde Rudy Dhaenens zijn weg. Met zijn daad toonde hij aan dat hij ondanks zijn wereldkampioenschap geen topcoureur was. Knetemann zou waarschijnlijk niet gestopt zijn als Dhaenens of een andere collega daar had gelegen. Dat zegt niets over de mens Knetemann, maar alles over het wezen van de topsporter. Rudy Dhaenens was geen winnaarstype, maar hij heeft een alleszins fraaie palmares bij elkaar gefietst in een negenjarige profcarrière. Hij had op beslissende momenten vaak pech. In een Touretappe wist hij in volle finale uit de groep te breken en hij had een gaatje. Gezien zijn inhoud had hij een levensgrote kans de etappe te winnen. Maar het mocht niet zo zijn. In de laatste bocht nam hij iets te veel risico en hij gleed gestrekt richting dranghekken. Voor hij het zich bewust was, was de jagende groep hem voorbij. De teleurstelling die hij als sportman toonde is me altijd bijgebleven. Hij had één hoogtijdag in zijn carrière. Dat was in het WK van 1990 in verre Japan. Vanwege die afstand was niet iedere topcoureur gedisponeerd, laat staan goed voorbereid. De Nederlandse ploeg maakte er met uitzondering van Breukink zelfs een potje van. Dhaenens was echter wel gemotiveerd en in bloedvorm en hij ging er in de finale vandoor met zijn landgenoot Dirk De Wolf. Samen bleven ze uit de greep van het peloton. Zo werd Dhaenens verrassend wereldkampioen. Het veranderde hem niet, hij bleef zichzelf en niemand heeft ooit zijn wereldtitel betwist omdat hij niet aan de kwalificaties van een toprenner zou voldoen. Veel geluk heeft de trui hem echter niet gebracht. In 1992 moest hij al op 31-jarige leeftijd stoppen vanwege een hartkwaal. Zes jaar later kwam hij om het leven toen hij met zijn auto op een paal botste. (Foto: © Cor Vos)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 9 april 2007 22:00

Graeme BROWN (1979, Australië)

Twee weken geleden zag ik hem tweede worden in de Campina Ronde van het Groene Hart en de tweede plaats is altijd de slechtste plaats die er is. De kaarten van Rabobank waren geheel op hem gezet en de ploeg – die overigens maar uit zes in plaats van acht man bestond – had hard voor hem gewerkt. Met name Joost Posthuma had bergen werk verzet om de Aussie aan de overwinning te helpen. Maar Wouter Weylandt was slimmer. Er werd bij Rabobank in de commentaren nogal laconiek over gedaan, zeker na de zege van Oscar Freire een dag eerder in de Primavera. Vorig jaar stond de Aussie aan het eind van het seizoen nog droog en Rabobank leek niet van zins zijn contract te verlengen. Toen werd hij wakker en hij pakte twee ritten in de Deutschland Tour en de overwinning in de Tour De Rijke. Zijn contract was gered, maar hij had die Campina Tour natuurlijk ook moeten pakken. In 2004 behaalde Graeme Brown bij de spelen van Athene twee gouden plakken. Een in de ploegachtervolging met Luke Roberts, Brett Lancaster en Bradley McGee en de andere in de koppelkoers met Stuart O’Grady. Het tweetal versloeg nota bene de specialisten Bruno Risi en Franco Marvulli. Dit alles toont aan dat Graeme Brown een groot talent is die zijn waarde als sprinter beter moet kunnen manifesteren. Misschien heeft hij van die nederlaag twee weken geleden geleerd om weer wat scherper te worden. Hij wist in ieder geval waar het aan schortte anders sta je niet met zo’n gezicht op het erepodium. (Foto: © Philip van der Ploeg)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 8 april 2007 22:00

Walter PLANCKAERT (1948, België)

Ik had deze klasbak nog nooit eerder ontmoet toen ik twee weken geleden ineens oog in oog met hem stond bij de accreditatiebalie van de Campina Ronde van het Groene Hart. Er zijn van die renners waar je een zwak voor hebt en Walter is één van hen. Geen speelvogel als broertje Eddy en ook geen stille als zijn broer Willy. Nee Walter was een keiharde prof, die misschien het minste talent had van de drie, maar heel veel heeft bereikt. Hij zag er nog scherp uit als ploegleider van het ProContinentalteam Chocolade Jacques, toen hij autostickers kwam ophalen. Wat grijs in de haren, maar verder nog zo scherp ogend als in zijn beste dagen. Ik reageer altijd een beetje lullig als ik onverwacht iemand ontmoet waar ik een zekere bewondering voor heb. Ik zei hem dat ik hem een van de beste Belgische renners vond van na de tweede wereldoorlog. Hij maakte een wegwerpgebaar en noemde broer Eddy. Hij was bescheidener dan ik had verwacht, want hij had de uitstraling van een type renner dat door roeien en ruiten gaat. Niet dat onderdanige dat veel Belgische renners kenmerkt. Hij was ook kleiner dan ik dacht, maar dat heb ik met bijna alle renners. In werkelijkheid zijn ze altijd kleiner en de Reus van Goirle, de goede Huub Zilverberg, is in feite maar een klein reusje. De palmares van Walter Planckaert mag gezien worden met overwinningen in de Ronde van Vlaanderen en de Amstel Gold Race. Het was Peter Post die een ploegleider van hem maakte, toen De Lange bij Panasonic zich zelf tot manager benoemde en het duo Walter Planckiaert en Theo de Rooij in de ploegleidersauto’s zette. Voor De Rooij was het de opmaat voor een mooie carrière, maar Walter is een beetje blijven hangen. Misschien is hij toch te veel de jongen die door roeien en ruiten gaat en te weinig plooibaar. Of misschien houdt hij veel van chocolade. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 7 april 2007 22:00

Joaquim AGOSTINHO (1942, overleden, Portugal)

West-Europa is de bakermat van de wielersport en als we met een viltstift op de kaart de grenzen aangeven dan gaat die van het noorden van Nederland langs de oostgrenzen van Duitsland, Zwitserland en Italië naar het Iberisch schiereiland en zo weer naar boven langs de kusten van Frankrijk, België en Nederland. Daarbinnen ligt het gebied waar alle grote wedstrijden worden gehouden en waar de traditie van het cyclisme diep verankerd is. In al die landen bestaan er legendes omdat er in de loop der geschiedenis duizenden renners van naam zijn geweest. De enige uitzondering is Portugal. Ik kan nog geen vijf Portugese renners van naam opnoemen, maar ik ken wel een Portugese legende van de bovenste plank: Joaquim Agostinho. Veertien keer aan de start van de Tour en acht keer bij de eerste tien. Twee keer derde achter het illustere duo Hinault-Zoetemelk. Winnaar van vijf etappes waaronder een koninginnerit naar l’Alpe d’Huez, waar bocht 17 naar hem vernoemd is. Tinho werd hij genoemd, zowel een afkorting als een koosnaam. Agostinho was geliefd, zowel bij zijn collega’s als bij het publiek. Een simpele boerenman van wie niet eens vaststaat wanneer hij precies geboren is, die waarschijnlijk analfabeet was en die voor hij ging wielrennen de meest vreselijke dingen heeft meegemaakt als huursoldaat in Mozambique. Hij heeft er nooit over gepraat, maar hij is er wel keihard van geworden. Hij viel vaak, want hij was geen handige renner die overal tussen door stuurde. Als er gevallen werd, dan lag hij er solidair bij en zijn kleine geblokte lijf zat onder de littekens. Pleister erop en koersen, was zijn devies. Hij had groots moeten sterven, vind ik, maar het was te schjemielig voor woorden, dat hij zijn einde vond doordat een loslopend hondje overstak in de Ronde van de Algarve, waardoor Tinho zijn zoveelste val beleefde. Pleister erop en koersen maar. Maar een schedelbasisfractuur is geen schrammetje. Hij reed de rit uit en meldde zich toen bij de dokter. Die stuurde hem direct naar het ziekenhuis waar hij elf dagen later overleed. Portugal had zijn grootste wielrenner aller tijden verloren.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 6 april 2007 22:00

AKKERMANS, Theo (1966, Nederland)
BAILEY, William (1888, overleden 22.01.1971, Groot Brittannië)
BRAND, Daphny van den (1978, Nederland)
CROCI TORTI, Emilio (1922, Zwitserland)
FOTHEN, Thomas (1983, Duitsland)
JEREMIASSE, Wim (1956, Nederland)
SÉRÈS, Georges (1887, overleden 26.06.1951, Frankrijk)
SGAMBELLURI, Roberto (1974, Italië)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 5 april 2007 22:00

Willy PLANCKAERT (1944, België)

In 1964 kwam hij bij het WK voor amateurs als eerste over de streep en hij was wereldkampioen. Althans, dat dacht hij. Toen men hem vertelde dat een landgenoot al eerder de meet was gepasseerd, was hij ontroostbaar. Dat was ene Eddy Merckx en voor Willy Panckaert was het de eerste tegenslag in een ongelooflijke carrière in de jeugdrangen en bij de amateurs. 159 overwinningen had deze klasbak daar bij elkaar gefietst met zijn krachtige eindspurt. De kleine Van Steenbergen werd hij genoemd en dat is een bijnaam die je in België niet voor niets krijgt. Hem werd een grote toekomst voorspeld bij de beroepsrenners en al twee jaar later won hij op 22-jarige leeftijd het puntenklassement in de Tour de France. Zijn carrière duurde nog vele jaren, want hij reed tot 1985, maar in die Tour had hij zich geforceerd en er is niet uitgekomen wat er in zat. Hij werd een goede prof met een redelijke palmares, maar hij werd verre overvleugeld door zijn jongere broers. De Planckaerts uit Nevele is een wielergeslacht die met elkaar een erelijst van hier tot Tokyo realiseerde. Willy was misschien wel de meest talentvolle, maar Eddy werd de meest gelauwerde, met Walter daar kort achter. Willy zorgde er wel voor dat de familienaam in de picture bleef, want na het afscheid van Eddy trad Willy’s zoon Jo in de schijnwerpers. Die had niet de klasse van zijn vader en ooms, maar hij was toch een redelijke prof die een mooie loopbaan realiseerde maar in zijn nadagen betrokken werd bij het dopingschandaal rond de veearts Landuyt. Het kwam hem op een schorsing van twee jaar te staan en daarmee verdween de laatste Planckaert uit het nieuws, want zijn neef Francesco – zoon van Eddy – lijkt niet de renner die de faam kan voortzetten.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 4 april 2007 22:00

Miel DAEMS (1938, België)

Als je naar zijn palmares kijkt en het geringe aantal jaren waarin die is gerealiseerd dan is Miel Daems een briljant coureur geweest. Klein en geblokt en rap in de aankomst. Winnaar van drie topklassiekers, te weten de Ronde van Lombardije, Milaan-San Remo en Parijs-Roubaix. Veelzijdig en eigenzinnig durfde hij in zijn tijd de grote Rik Van Looy te weerstaan. Als de Keizer van Herenthals zijn zinnen op een koers had gezet dan deed Daems hetzelfde. In de drie klassiekers die hij won, behoorde Van Looy steeds tot de belangrijkste geklopten. Het meest nadrukkelijk was dat in Parijs-Roubaix 1963. Zowel Van Looy als Daems behoorden tot een groep van 18 man, die zich in de Hel van Caouin losmaakte van het peloton en de achtervolging inzette op het tweetal vooraan: Noël Foré en Rolf Wolfshohl. De Belg werd vlak voor Roubaix achterhaald en de Duitser bij de ingang van het stadion. Zo reden twintig man de roze piste van Roubaix op. Eenmaal op de baan demarreerde Tuur De Cabooter en iedereen aarzelde. Het was Peter Post die uiteindelijk het gaatje dichtreed met Van Looy in zijn wiel. Voor Rik II moet het toen een eitje zijn geweest om het af te maken, maar in zijn wiel zat Daems die pas tevoorschijn kwam toen Van Looy al dacht te hebben gewonnen. Zo werd Miel Daems net voor zijn grote rivaal winnaar van de Hel van het Noorden en een nog piepjonge Jan Janssen werd derde. Het is de laatste grote prestatie van de Brusselaar geweest. Je hebt van die renners die van doel naar doel werken en als ze geen doelen meer kunnen bedenken, dan zakken ze weg. Dat is ook met Daems gebeurd en dat verergerde nog toen hij in de Zesdaagse van Brussel 1965 zwaar ten val kwam. Hij kwam daarna niet meer op zijn oude niveau en hij stopte in 1966 om een restaurant te beginnen. Daems was van alle markten thuis, maar aan het hooggebergte had hij een gruwelijke hekel. Toch won hij in de Tour van 1962 een bergetappe met de Col de Vars en de Izoard in het parcours. Ik denk dat Van Looy hem die dag geïrriteerd heeft, want dat werkte bij hem altijd als een rode lap op een stier. Mysterieuze krachten in de sport.

Geplaatst door Fred van Slogteren, 3 april 2007 22:00

Lode TROONBEECKX (1938, België)

Hij had veel talent, want als junior en amateur was hij vrijwel onklopbaar. Bij de junioren behaalde hij 60 overwinningen en bij de amateurs haalde hij hetzelfde aantal. Maar bij de profs kwam het er niet uit. Hij startte elk jaar goed, maar naarmate het seizoen vorderde werd het minder met Lode. De wielerpers veroordeelde hem voor een gebrek aan doorzettingsvermogen en als professional verdiende hij in acht seizoenen slechts 18 bloementuilen. Uitsluitend in criteriums en kermiskoersen. Zijn beste prestatie als wegrenner behaalde hij in 1962 in de Ronde van Duitsland. Hij werd tweede in het eindklassement achter onze landgenoot Peter Post. Verder behaalde ‘De Witte’ nog een tiende plaats in de Driezustersteden in 1963 en een jaar later eenzelfde klassering in Gent-Wevelgem. Een carrière als die van Lode Troonbeeckx komt veel voor in de wielrennerij. Renners als hij hebben vaak veel talent en krijgen daardoor in de jeugdrangen te weinig tegenstand. Ze hebben direct een grote schare supporters en dat is ook niet bevorderlijk voor het kweken van zelfkritiek. Er wordt te weinig aan het karakter ontwikkeld en dat wordt ze bij de beroepsrenners direct ingepeperd. Het mooiste voorbeeld is wellicht Willy Vannitsen geweest, maar Lode Troonbeeckx is zeker ook een representant van het ‘veeltalentweinigkarakter’ type.

Geplaatst door Fred van Slogteren, 2 april 2007 22:00

« Vorige 1 2 3  ... 651 652 653 654 655 656 657 658 659 660 661  ... 690 691 692 Volgende »