Luis HERRERA HERRERA (1961, Colombia)

In 1983 oordeelde de tweehoofdige directie van de Tour de France, verenigd in de heren Jacques Goddet en Felix Lévitan, dat hun Tour wel wat meer strijd kon gebruiken. Het was allemaal te voorspelbaar geworden. Na geweldenaren als Anquetil en Merckx was Bernard Hinault aan het bewind en het machtsblok Raleigh behaalde veel te veel etappezeges. Er moest meer concurrentie komen. Er werd over het ijzeren gordijn gekeken om te zien of die Oost-Europese staatsamateurs niet aan de Tour konden meedoen. Toen dat mislukte werd er overzee gekeken en in het verre Zuid-Amerika bleek zowaar een groot wielerland te bestaan. Colombia, een land met zeer hoge bergen, met veel kleine donkere jongetjes die als apen op een fiets tegen de steilste bergwand op konden rijden. Er kwam een ploeg van die donkerharige lichtgewichten over om aan de belangrijkste wedstrijd ter wereld mee te gaan doen. Het werd een drama. In de bergetappes zag je ze inderdaad van voren koersen, maar in de vlakke aanloopweek werden ze moeiteloos uit de wielen gereden en de tijdritten waren helemaal een helse opgave. Dat werk kenden ze niet en de schrik zat er goed in toen ze in hun land terug waren. Die zien we nooit meer terug, dacht iedereen, maar een jaar later waren ze er weer en ze hadden hun allersterkste coureur meegebracht. Luis Herrera, heette hij, maar hij stond ook bekend als de Vlinder van de Andès en de Kleine Tuinman. Het was meer een tuinkabouter, maar in het klimmen was het een reus ook op de hoogste Alpentoppen en Pyreneeënreuzen. Ook hij had moeite met de lange vlakke ritten en het tijdrijden, maar hij won wel gelijk de koninginnerit naar l’Alpe d’Huez. Een jaar later won hij zelfs twee bergetappes en het bergklassement. In 1987 eindigde hij als vijfde in het algemeen klassement en bracht hij wederom de bolletjestrui in Parijs. Lucho won in zijn carrière de Ronde van Spanje en de Dauphiné Libéré.  Sindsdien rijden er elk jaar wel enkele Colombianen in de Tour mee, maar een grote als Herrera is niet meer voorbij gekomen. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 3 mei 2007 22:00

Jean-François ‘Jeff’ BERNARD (1962, Frankrijk)

Toen de grootste renner aller tijden in zijn nadagen kwam en zijn superioriteit minder werd, werden er in België direct speculaties gemaakt wie Eddy Merckx zou moeten opvolgen. Ieder jong talent werd onder het vergrootglas gelegd en grootgeschreven, alsof talent het enige is dat telt. Een jaar of wat later was het in Frankrijk net eender toen voor de op één na grootste renner aller tijden de datum naderde die hijzelf had uitgekozen om afscheid te nemen. Bernard Hinault had het moeilijk met zijn natuurlijke opvolger Greg LeMond, maar dat is geen Fransman. Le successeur van le blaireau moest een Fransman zijn en de eerste keuzes van het Franse wielerpubliek waren Laurent Fignon, Charly Mottet en Jean-René Bernaudeau, die al een aantal jaren in de schaduw van Bernard successen behaalden. Maar toen Hinault er als renner niet meer was, konden die drie het niet waarmaken. Fignon kreeg na zijn twee Tourzeges te maken met dezelfde knieblessures als Hinault, Mottet kwam gewoon tekort en Bernaudeau kon het gewicht die de Breton achterliet niet dragen. Gelukkig was er de zes jaar jongere Jeff Bernard die in 1983 spelenderwijs Frans amateurkampioen was geworden en volledig bekwaam werd geacht om de meester op te volgen. Bernard was een begenadigd tijdrijder en een grimpeur van grote kwaliteit. Hinault was een zeer groot coureur, maar een deel van zijn succes was ook de ijzersterke Gitane-formatie onder leiding van de gewiekste ploegleider Cyrille Guimard. En dat had Jeff niet. Het Franse wielrennen zat in een vrije val en die is nog steeds niet opgehouden, maar het is flauw om het daar helemaal aan op te hangen. Jeff Bernard grootste makke was het feit dat hij niet constant was. Hij kon de sterren van de hemel fietsen en de volgende dag als een krant in het peloton hangen. En daarom staat er op zijn erelijst geen Tour, geen Giro en geen Vuelta, maar Parijs-Nice, de Ronde van de Middellandse Zee en het Criterium International. Niks mis mee, maar niet voor de beoogde opvolger van Bernard Hinault, de laatste Napoleon van het cyclisme. Hij sleet de laatste jaren van zijn profcarrière als een zeer gewaardeerde knecht van Miguel Indurain. En dat was wel de opvolger van Hinault, maar helaas voor de Fransen … geen Fransman.

Geplaatst door Fred van Slogteren, 1 mei 2007 22:00

Robert VARNAJO (1929, Frankrijk)

Een veelzijdig renner die in de jaren vijftig tot de beste Franse renners behoorde. In 1949 werd hij Frans wegkampioen bij de amateurs en een jaar later werd hij in het Belgische Moorslede als amateur tweede bij het WK op de weg achter de Australiër Jack Hoobin. Bij de profs werd hij een goede subtopper die mooie koersen op zijn naam bracht, als het Circuit du Mont-Blanc en Parijs-Camembert. Dat hij niet meer gepresteerd heeft, lag aan zijn eigenzinnig karakter, want hij vertikte het zijn eigen kansen op te offeren voor die van een kopman. Daar was hij veel te zelfzuchtig voor. Met wat hand- en spandiensten op zijn tijd zou hij het verder gebracht hebben, want nu werd hij categorisch uit de ploegen gehouden waardoor hij hogerop had kunnen komen. In 1954 behaalde hij zijn mooiste triomf door in de Tour de France de laatste etappe te winnen op de wielerbaan van het Parc des Princes. Hij versloeg in de eindsprint snelle mannen als Fredje De Bruyne en onze eigen Henk Faanhof. Hij kon ook goed achter de derny rijden en in de monsterklassieker Bordeaux-Parijs, die voor een groot gedeelte achter derny’s werd gereden, werd hij twee maal vierde. In de herfst van zijn carrière werd hij stayer en hij werd drie jaar achtereen kampioen van Frankrijk in die discipline. Dat was in 1962, ’63 en ’64. In het middelste jaar werd hij bij het WK 3e achter de Belgen Leo Proost en Pol Depaepe. Le Chouan – zijn bijnaam omdat hij voor zijn wielercarrière enige tijd herder was - stopte in 1965 en er is sindsdien weinig van hem vernomen. (Foto: archief T&T Tekst & Traffic)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 30 april 2007 22:00

Eric VAN LANCKER (1961, België)

De Raleigh-ploeg van Peter Post had het imago dat iedereen er kon winnen. Natuurlijk waren er kopmannen, maar de knechten wonnen ook regelmatig. Bij de meeste andere ploegen uit die tijd was dat niet denkbaar. Na Raleigh ging Post verder met Panasonic en ook in die ploeg werd die strategie het kenmerk van de ploeg. Mannen als Erik Breukink, Eric Vanderaerden, Teun van Vliet en Jean-Paul van Poppel waren de vedetten, maar ook de knechten mochten zo nu en dan hun gang gaan en in het voorjaar van 1989 sloegen twee van die domestieken toe. Eerst won Jean-Marie Wampers Parijs-Roubaix en twee weken later was het Eric Van Lancker die de winst in de Amstel Gold Race binnenhaalde. ‘Alweer een knecht’ kopten de kranten, want Van Lancker werd net als Wampers als een knecht beschouwd. De bescheiden Van Lancker uit Tiegem, aan de voet van de Vlaamse Ardennen, kon er niet mee zitten. Een jaar later won hij ook nog Luik-Bastenaken-Luik. Dat hij desondanks geen vedette is geworden ligt meer aan zijn bescheidenheid, dan aan zijn wielerkwaliteiten. Hij was een knap coureur die vooral in het heuvellandschap tot zijn recht kwam. In de Tour en de Giro kon hij geen potten breken, hoewel hij in de Ronde van Italië van 1986 toch op een veertiende plaats eindigde en een etappe won. Wat ik niet zo geslaagd aan hem vond, was zijn snor. Wielrenners horen geen snor te hebben en die opvatting deel ik met de meeste renners, want het aantal snorren is in het peloton te verwaarlozen. De bekendste snordrager uit de moderne wielergeschiedenis was de Zwitser Urs Freuler, maar dat was voornamelijk een zesdaagsecoureur. In dat gesoigneerde wereldje met zijden koerstruitjes ligt dat gevoelsmatig anders, vind ik. Toen Freuler ook op de weg ging rijden en in de Tour etappes won, vond ik weer dat het niet kon. Gelukkig is Van Lancker – in tegenstelling tot Freuler – tijdig tot inkeer gekomen en hij behaalde zijn twee grootste zeges met een glad geschoren bovenlip. En zo hoort het ook. (Foto: © Cor Vos)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 29 april 2007 22:00

Lucien AIMAR (1941, Frankrijk)

In Frankrijk was hij niet echt populair, ook al noemden ze hem Lulu. Iedere Lucien heet in dat land zo, als hij meer dan één vriend heeft. Er is in Frankrijk echter maar één Poupou en dat is Raymond Poulidor, een Limousin. Geen koe, maar een inwoner van Limoges. Er zijn maar vijf Franse wielrenners superpopulair geweest en dat waren André Leducq (Dedé), Charles Pélissier (Charlot), Louison Bobet (Bobette), Laurent Jalabert (Jaja) en natuurlijk Raymond Poulidor, beter bekend als le deuxième éternel. En Lucien Aimar beging een doodzonde toen hij in 1966 het troetelkind aller Fransen van de overwinning in de Tour de France afhield. Het was ijzig stil in het Parc des Princes toen de overwinnaar van de Tour daar in 1966 zijn ereronde reed. Alles werd hem misgund. De gele trui en vooral die ereronde. Die kwam Poupou toe, de zwijgende en immer glimlachende loser, die zich jaren had stukgelopen op die superieure Normandiër, Jacques Anquetil. Die werd hooguit geaccepteerd vanwege zijn uitzonderlijk talent. Een hooghartige god op de fiets en van een boven de mensheid verheven eenling mag een publiekslieveling verliezen. Maar de uitverkorene aller Fransen mocht vanwege zijn ‘low key appearence’ natuurlijk niet ten onder gaan voor een omhooggevallen steen als Lulu Aimar. En daarom die stilte, die halverwege de ereronde werd verbroken door een aanzwellend fluitconcert. Het onbeduidende knechtje van maître Jacques, de gehate …

Geplaatst door Fred van Slogteren, 27 april 2007 22:00

José MEIFFRET (1913, overleden 16.04.1983, Frankrijk)

In de jaren vijftig en zestig stond er wel eens stukje over hem in het blad Wielersport. Hij was zich dan aan het voorbereiden op weer een aanval op het wereldrecord absolute snelheid op de fiets, dat al op zijn naam stond. De Fransman was van dat record bezeten en hij noemde het zijn rendez-vous met de dood. Op jeugdige leeftijd werd hij op een dag aangereden door een auto. Meiffret zat goed in de kreukels, maar zijn fiets was total loss. Gelukkig was de automobilist mens genoeg om hem een mooie nieuwe fiets te schenken. Vanaf dat moment wilde hij wielrenner worden. Helaas had hij niet al te veel talent en het was Henri Desgrange, de stichter van de Tour de France, die hem overtuigde dat hij stayer moest worden. Dat werd hij en hij was in de jaren dertig een behoorlijke demi-fond renner zonder ooit een kampioenschap of iets dergelijks te hebben behaald. In die jaren kwam het bij hem op de snelste man ter wereld op de fiets te willen worden. Door de oorlog kwam zijn wielercarrière voortijdig ten einde, maar toen de vrede was weergekeerd begon Meiffret aan zijn ideaal te werken. Hij ondernam vele recordpogingen achter motoren en auto’s die slaagden of voortijdig eindigden door een val. Dan lag hij weer maandenlang in het ziekenhuis, maar geestelijk al bezig met zijn volgende poging. Op 16 juli 1962 reed hij op de Duitse autobahn in de omgeving …

Geplaatst door Fred van Slogteren, 26 april 2007 22:00

GEREMIA, Gianluca (1981, Italië)
HORIK, Savié van (1988, Nederland)
MARCHISIO, Luigi (1909, overleden 03.07.1992, Italië)
MONDORY, Lloyd (1982, Frankrijk)
WELTER, Hannah (1988, Nederland)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 25 april 2007 22:00

Alejandro VALVERDE BELMONTE (1980, Spanje)

Het mooiste verjaarsdagscadeau dat hij vandaag kan krijgen, kan hij alleen zichzelf geven. De overwinning in De Waalse Pijl. De wedstrijd die hij ook vorig jaar won, maar toen was het niet zijn verjaardag. Alejandro Valverde is een begenadigd renner, want hij kan alles. Klimmen, tijdrijden, sprinten, you name it, hij heeft het in huis. Dat moet een keer tot een overwinning leiden in het wereldkampioenschap. Hij stond al twee keer op het podium met een tweede plaats. Eerst in 2003 achter zijn landgenoot Igor Astarloa en in 2005 achter Tom Boonen. In de Tour de France moet hij ook ver kunnen komen. Hij stond tot nu toe twee keer aan de start. In 2005 won hij op indrukwekkende wijze de etappe naar Courchevel, maar moest een paar dagen later uitvallen. Vorig jaar ging hij al in een van de eerste ritten tegen de vlakte en brak hij zijn sleutelbeen. Maar ja met de twee Ardennenklassiekers op zak kon zijn seizoen niet meer stuk. Het was overigens opvallend dat hij in die Tour startte, want zijn naam kwam ook voor op de lijst van het Spaanse dopingschandaal. Maar zijn ploeg – Caisse d’Epargne – verbond daar als enige geen consequenties aan. Basso, Ullrich en anderen werden teruggetrokken, maar Valverde mocht starten. Uiteraard zullen de komende dagen alle ogen op Alejandro gevestigd zijn, vooral die van zijn concurrenten. Hij is zeker in staat zijn prestatie van vorig jaar te herhalen want niemand kan tegen hem op als het op spurten bergop aankomt. Ik zou wel eens willen weten wat hij als veldrijder klaarmaakt, want hij heeft zijn naam mee. Ik spreek geen Spaans, maar met mijn bescheiden kennis van Romaanse talen is VAL volgens mij dal en VERDE groen. Lex Groenendaal dus, onthou die naam. Hij kan trouwens ook nog flipperen. (Foto: © Cor Vos)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 24 april 2007 22:00

André DARRIGADE (1929, Frankrijk)

In de jaren vijftig was hij één van mijn idolen in de jaarlijkse uitgave van de Tour de France. Hij was een sprinter en een van de snelste op de weg. Geducht rivaal van mannen als Rik Van Steenbergen en Miguel Poblet. Op de baan schijnt hij Antonio Maspes, zevenvoudig wereldkampioen sprint, eens verslagen te hebben. Maar hij was vooral wegrenner die veertien keer in de Tour van start ging en hem dertien keer uitreed. Hij eindigde nooit bij de eerste tien, maar wel drie maal als zestiende. En … hij won in totaal 22 etappes. Met dat aantal staat hij derde in het klassement van meeste etappeoverwinningen, achter Eddy Merckx (35) en André Leducq (25). Een van zijn 22 etappeoverwinningen had hij liever niet behaald. Dat was de laatste etappe in de Tour van 1958. Die won hij in de eindsprint op de wielerbaan van het Parc des Princes. In volle sprint reed hij op de baancommissaris in die te ver op het cement stond. Het hoofd van Dédé werd daarna in een enorme tulband gewikkeld, maar de baancommissaris behoefde geen zorg meer omdat die ter plekke was overleden. Darrigade behoorde altijd tot de ploeg van de Franse nationalen met Louison Bobet en later Jacques Anquetil als kopman. Hij was een vriend van Bobet en hij deelde volop in diens successen. De blonde pijl, de vliegende Bask en de man met de honderd truien waren zijn bijnamen. Het hoogtepunt in de carrière van Darrigade was zijn wereldkampioenschap in 1959, behaald op het autocircuit van Zandvoort. Het parcours was duidelijk niet lastig genoeg voor de beste renners van toen en zo won een sprinter. Maar niemand zeurde daar over, want Darrigade was een vedette en niemand betwistte dat. In tegenstelling tot veel van zijn generatiegenoten is hij nog in leven en hij blaakt van gezondheid. We hebben het allemaal kunnen zien, want vorig jaar deed de Tour zijn woonplaats Dax aan en dat was bedoeld als een eerbetoon aan de beroemdste inwoner van deze Frans Baskische stad.

Geplaatst door Fred van Slogteren, 23 april 2007 22:00

Noël DEJONCKHEERE (1955, België)

Noël Dejonckheere werd 52 jaar geleden geboren in de Westvlaamse gemeente Lendelede. De geschiedenis van deze plaats heeft sterke buitenlandse invloeden gekend. De stichters waren de Romeinen en in de loop der eeuwen hebben de Fransen de Spanjaarden er huis gehouden, terwijl de Duitsers, de Engelsen en de Amerikanen er hun sporen in de vorige eeuw hebben achtergelaten. Dat internationale zal Noël hebben geïnspireerd tot een wielercarrière die zich voornamelijk in het buitenland afspeelde. Op één jaar na reed hij als prof uitsluitend in Spaanse dienst. Daar was hij zeer gezien, want hij was een on-Spaanse renner. Veel inhoud en een scherp eindschot. En een babyface à la Oscar Sevilla. Hij begon zijn carrière op de baan en in 1978 werd hij als amateur wereldkampioen puntenkoers. Daarna werd hij prof en hij fietste zeventig overwinningen bij elkaar. Daaronder tal van ritoverwinningen in diverse rondritten. In de Ronde van Spanje won hij totaal zes etappes. Een echte rittenkaper was hij en hij kan wat dat betreft een mooie palmares overleggen. In 1988 stopte hij er mee. Door toeval kwam hij in aanraking met Amerikaanse renners die met veel talent en een fiets in Europa hun geluk kwamen beproeven. Hij bracht ze onderdak bij een ploeg en begeleidde ze in hun streven hier aan de bak te komen. Later ging hij zelf naar Amerika om daar aankomend talent te begeleiden. Dat leidde in 2003 tot een dienstverband bij de Amerikaanse wielerbond, waar hij een zeer gewaardeerde coach is. Indachtig de geschiedenis van zijn geboorteplaats was Noël Dejonckheere te groot voor Lendelede.

Geplaatst door Fred van Slogteren, 22 april 2007 22:00

« Vorige 1 2 3  ... 649 650 651 652 653 654 655 656 657 658 659  ... 690 691 692 Volgende »