Miel DAEMS (1938, België)

Als je naar zijn palmares kijkt en het geringe aantal jaren waarin die is gerealiseerd dan is Miel Daems een briljant coureur geweest. Klein en geblokt en rap in de aankomst. Winnaar van drie topklassiekers, te weten de Ronde van Lombardije, Milaan-San Remo en Parijs-Roubaix. Veelzijdig en eigenzinnig durfde hij in zijn tijd de grote Rik Van Looy te weerstaan. Als de Keizer van Herenthals zijn zinnen op een koers had gezet dan deed Daems hetzelfde. In de drie klassiekers die hij won, behoorde Van Looy steeds tot de belangrijkste geklopten. Het meest nadrukkelijk was dat in Parijs-Roubaix 1963. Zowel Van Looy als Daems behoorden tot een groep van 18 man, die zich in de Hel van Caouin losmaakte van het peloton en de achtervolging inzette op het tweetal vooraan: Noël Foré en Rolf Wolfshohl. De Belg werd vlak voor Roubaix achterhaald en de Duitser bij de ingang van het stadion. Zo reden twintig man de roze piste van Roubaix op. Eenmaal op de baan demarreerde Tuur De Cabooter en iedereen aarzelde. Het was Peter Post die uiteindelijk het gaatje dichtreed met Van Looy in zijn wiel. Voor Rik II moet het toen een eitje zijn geweest om het af te maken, maar in zijn wiel zat Daems die pas tevoorschijn kwam toen Van Looy al dacht te hebben gewonnen. Zo werd Miel Daems net voor zijn grote rivaal winnaar van de Hel van het Noorden en een nog piepjonge Jan Janssen werd derde. Het is de laatste grote prestatie van de Brusselaar geweest. Je hebt van die renners die van doel naar doel werken en als ze geen doelen meer kunnen bedenken, dan zakken ze weg. Dat is ook met Daems gebeurd en dat verergerde nog toen hij in de Zesdaagse van Brussel 1965 zwaar ten val kwam. Hij kwam daarna niet meer op zijn oude niveau en hij stopte in 1966 om een restaurant te beginnen. Daems was van alle markten thuis, maar aan het hooggebergte had hij een gruwelijke hekel. Toch won hij in de Tour van 1962 een bergetappe met de Col de Vars en de Izoard in het parcours. Ik denk dat Van Looy hem die dag geïrriteerd heeft, want dat werkte bij hem altijd als een rode lap op een stier. Mysterieuze krachten in de sport.

Geplaatst door Fred van Slogteren, 4 april 2007 0:00

Lode TROONBEECKX (1938, België)

Hij had veel talent, want als junior en amateur was hij vrijwel onklopbaar. Bij de junioren behaalde hij 60 overwinningen en bij de amateurs haalde hij hetzelfde aantal. Maar bij de profs kwam het er niet uit. Hij startte elk jaar goed, maar naarmate het seizoen vorderde werd het minder met Lode. De wielerpers veroordeelde hem voor een gebrek aan doorzettingsvermogen en als professional verdiende hij in acht seizoenen slechts 18 bloementuilen. Uitsluitend in criteriums en kermiskoersen. Zijn beste prestatie als wegrenner behaalde hij in 1962 in de Ronde van Duitsland. Hij werd tweede in het eindklassement achter onze landgenoot Peter Post. Verder behaalde ‘De Witte’ nog een tiende plaats in de Driezustersteden in 1963 en een jaar later eenzelfde klassering in Gent-Wevelgem. Een carrière als die van Lode Troonbeeckx komt veel voor in de wielrennerij. Renners als hij hebben vaak veel talent en krijgen daardoor in de jeugdrangen te weinig tegenstand. Ze hebben direct een grote schare supporters en dat is ook niet bevorderlijk voor het kweken van zelfkritiek. Er wordt te weinig aan het karakter ontwikkeld en dat wordt ze bij de beroepsrenners direct ingepeperd. Het mooiste voorbeeld is wellicht Willy Vannitsen geweest, maar Lode Troonbeeckx is zeker ook een representant van het ‘veeltalentweinigkarakter’ type.

Geplaatst door Fred van Slogteren, 3 april 2007 0:00

Paul DUBOC (1884, overleden 12.08.1941, Frankrijk)

Het verhaal van Paul Duboc is overbekend, want het behoort tot de legendes van de Tour de France. We schrijven 1911 en de renner uit Rouen had al twee keer eerder deelgenomen. In 1908 werd hij 11e en in 1909 4e. In dat laatste jaar won hij ook de Ronde van België dus het was een coureur om rekening mee te houden. Toch gold hij niet als een van de favorieten voor de eindzege. Dat waren François Faber, Octave Lapize en Gustave Garrigou. Het was de eerste keer dat de Tour zowel de Pyreneeën als de Alpen aandeed, dus het was de vraag hoe de renners daarop zouden reageren. Voor de drie favorieten viel het behoorlijk tegen, maar Duboc vloog op indrukwekkende wijze over de reuzen in de Pyreneeën en hij won zowel de etappe naar Perpignan als naar Luchon. In de volgende rit van Luchon naar Bayonne ging Duboc er andermaal vandoor en de volgers berekenden dat als hij ook deze rit zou winnen hem de Tourzege waarschijnlijk niet meer kon ontgaan. In de beklimming van de Aubisque nam hij enkele slokken uit een drinkkruik. Hoe hij daaraan kwam is niet duidelijk. Er zijn drie mogelijkheden en de eerste twee heb ik in diverse beschrijvingen gelezen. Hij kreeg de kruik aangereikt van een toeschouwer of hij had hem gekregen bij de bevoorrading. Er is ook een mogelijkheid dat hij die kruik zelf bij zich had toen hij van start ging, want niemand weet het. Wat we wel weten is dat hij die slokken nog maar net had genomen toen hij …

Geplaatst door Fred van Slogteren, 2 april 2007 0:00

Paolo BETTINI (1974, Italië)

Als je je zelf de dagelijkse plicht hebt opgelegd om een of twee verhaaltjes te vertellen over jarige renners of oud-renners dan gaan je na verloop van tijd dingen opvallen. Aan renners uit het verleden zit meestal veel meer ‘verhaal’ dan aan coureurs uit de huidige tijd. De keienvreters van toen hebben plaatsgemaakt voor ideale schoonzonen en er zijn maar weinig uitzonderingen. Eén van die aparte gevallen is ongetwijfeld Paolo Bettini, de regerend wereld- en Olympisch kampioen. Had vroeger iedere grote coureur een bijnaam, tegenwoordig zijn ze zeldzaam. Il Grillo is nog een onvervalste nickname die niet is afgeleid van de naam van de renner, zoals Boogie en Lotsie. De krekel slaat ergens op, want Bettini is een grappig, inderdaad wat krekelachtig mannetje, die nu al jaren een van de sterren van het peloton is. Hij kan eigenlijk alles, maar in de klimkunst en in het tijdrijden is hij niet goed genoeg voor het grote rondewerk. In de eendagskoersen is hij altijd een favoriet en hij heeft niet voor niets al drie keer de wereldbeker gewonnen, want in alle klassiekers eindigt hij kort. Het meest heb ik Bettini bewonderd in het Kampioenschap van Zürich 2005. Daarin was hij groots. In afgrijselijk beestenweer richtte hij een slachting aan. Op 35 kilometer van de streep ging de kleine man er solo vandoor en hij realiseerde drie minuten voorsprong op zijn concurrenten die geen schijn van kans meer hadden. Ook zijn zege in het WK van vorig jaar was van grote klasse, maar werd overschaduwd door de prachtige overwinning in de Ronde van Lombardije een week later. Verteerd door het verdriet om de dood van zijn broer liet hij zien wat mentale doping met een renner doet. De rillingen liepen me over de rug toen ik hem jankend zag finishen. Paolo Bettini, een renner om als liefhebber intens van te genieten. Hij is nu 33 jaar, maar ik hoop dat hij nog een paar jaar doorgaat. Renners als hij zijn het zout in de pap. (Foto: © Philip van der Ploeg)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 1 april 2007 0:00

Thierry CLAVEYROLAT (1959, overleden 07.09.1999, Frankrijk)

Deze Fransman leek voor het geluk geboren. Gezegend met een prachtig klinkende naam, wat volgens mij zoiets betekent als orgelregister, was hij een sterk klimmer, die vooral tot zijn recht kwam in de kleinere Franse rittenkoersen als de Dauphiné en de Midi Libre. Hij won de Tour du Limousin en die van de Haut Var. Zijn grootste prestatie behaalde hij in de Tour van 1990 toen hij een etappe en het bergklassement won. Na zijn carrière opende hij een bar-brasserie in Vizille en die liep als een trein met de populaire Thierry als stralend middelpunt. In een TV-programma won hij zo maar eventjes een miljoen Franse franken en dat is in euro’s natuurlijk geen miljoen, maar nog altijd zo’n anderhalve ton. Dus het zat de voormalige coureur uit La Tronche, een mooi stadje in de buurt van Grenoble, niet tegen in het leven. Maar in 1999 gebeurde er iets. Hij had schuld aan een ernstig auto-ongeluk waarbij vier mensen, van wie twee zeer ernstig, gewond raakten. Daar kon hij niet mee leven en hij besloot op enig moment dat er maar een uitweg was. Thierry Claveyrolat pleegde op 7 september 1999 zelfmoord. Er is destijds ook gesuggereerd dat hij onder een immense druk stond van een misdaadsyndicaat dat steeds meer geld eiste om zijn bedrijf te beschermen. Wat de waarheid is zullen we nooit weten. Nabij Grenoble staat er een fraai beeldje ter nagedachtenis van Claveyrolat. Het is een trui, de bolletjestrui. Een spierwit sculptuur met mooie rode bollen erop. (Foto: © Cor Vos)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 31 maart 2007 0:00

FRITZ, Albert (1947, Duitsland)
HARMS, Jos (1984, Nederland)
SCHUURING, Cor (1942, Nederland)
STELT, Robbert van der (1979, Nederland)
VERHOEVEN, Wout (1931, Nederland)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 30 maart 2007 0:00

Igor ASTARLOA ASCASIBAR (1976, Spanje)

De wereldkampioen van 2003 is in Nederland misschien wel de onbekendste van de wereldkampioenen van de afgelopen tien jaar. Maar toch heeft Igor Astarloa veel met Nederland. Hij is een leuke en vriendelijke jongen die van huis uit de nodige bescheidenheid heeft meegekregen. Hij is loyaal en trouw aan mensen en hij had er als drager van de regenboogtrui veel moeite mee om op één dag meer te verdienen dan iemand met een goede baan in een heel jaar. Hij relativeert alles sterk en dat is zowel zijn grootste verdienste als zijn grootste tekortkoming. Qua talent en mogelijkheden is hij vergelijkbaar met Oscar Freire, maar waar Oscarito een geboren winnaar is zit bij Igor dat relativerende duiveltje tussen zijn oren die hem op beslissende momenten vaak influistert zichzelf niet zo belangrijk te moeten vinden. Dat heeft veel invloed gehad op zijn carrière. Hij heeft alles wat een groot renner moet hebben, maar hij is geen vedette. Maar wat heeft dat alles met zijn band met Nederland te maken? Niet veel, want de Nederlandse trainer Kees van der Wereld heeft hem technisch veel kunnen bijbrengen, maar was niet in staat hem over zich zelf heen te laten springen. In de jaren dat de Bask met de voormalige Nederlands kampioen veldrijden samenwerkte is er een hechte band onstaan, die er voor zorgt dat ze minstens één keer per maand telefonisch of persoonlijk contact hebben. Kees is als een vader voor de renner die aan de Golf van Biskaye geboren werd en van Kees weet ik dat Igor droomt van de Amstel Gold Race. Dat is zijn koers en die wil hij per se op zijn palmares. Hij heeft er ruimschoots de kwaliteiten voor, want in 2003 won hij behalve het WK ook de Waalse Pijl. (Foto: © Cor Vos)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 29 maart 2007 0:00

Pino CERAMI (1922, België)

‘Wat goed is komt snel’, is een bekend gezegde in de sport. Maar dat is niet altijd waar. Neem Pino Cerami, geboren Italiaan die op zijn 5e jaar met zijn ouders naar België emigreerde. Waarschijnlijk omdat vader Cerami daar net als veel andere Italianen in de mijnen kon gaan werken. Ik weet niet of Pino dat als volwassene ook heeft gedaan, maar hij oogde wel als een kompel. Hij is in ieder geval laat met wielrennen begonnen en hij werd pas op z’n 25e beroepsrenner. Dat was in 1948 en hij won in zijn eerste profseizoen de GP Moerenhout. Hij ontwikkelde zich tot een modaal renner, die meer voor anderen dan voor zich zelf reed. Hij reed overal en hij pakte diverse ereplaatsen mee, maar niemand hield het voor mogelijk dat hij tot meer in staat was. In 1956 liet hij zich tot Belg naturaliseren, maar ook dat inspireerde niet. In maart 1960 hield iedereen al rekening met het feit dat hij spoedig afscheid zou nemen, want hij werd toen al 38 jaar. Hoogbejaard voor een renner, maar een week na zijn verjaardag won hij zomaar Parijs-Roubaix en in diezelfde maand de Waalse Pijl. Een anonieme renner die in een paar weken tijd twee onvervalste klassiekers won en daar ook nog eens de Ronde van België aan toevoegde. Het moest niet gekker worden. In het WK van 1960 bereikte hij ook nog eens het erepodium met een derde plaats achter zijn kopman Rik Van Looy en de Fransman André Darrigade. Een geweldig seizoen en niemand had het hem kwalijk genomen als hij toen gestopt was. Maar Cerami had de smaak te pakken. In 1961 begon hij met het winnen van de Brabantse Pijl om vervolgens met Van Looy de koppeltijdrit Het Gouden Wiel te winnen. Dat laatste zou hij een jaar later nog eens doen. Maar de grote overwinning moest in 1961 nog komen. Dat was wederom een echte klassieker, te weten Parijs-Brussel. In 1962 ging het allemaal een stuk minder, maar in 1963 werd hij nog 2e in Luik-Bastenaken-Luik en boekte hij een etappezege in de Tour de France. En toen vond hij het welletjes en als 41-jarige nam hij triomfantelijk afscheid van de wielersport. Een merkwaardig fenomeen, die in de herfst van zijn loopbaan nog een vedette werd. ‘Wat goed is komt soms wat later’. Hij wordt in Wallonië nog steeds geëerd met de naar hem genoemde Grote Prijs Cerami met heel wat grote namen op de erelijst. (Foto: archief T&T Tekst & Traffic)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 28 maart 2007 0:00

Toni ROMINGER (1961, Zwitserland)

Op de ranglijst van de 100 beste renners aller tijden, die Jean Nelissen in 1999 opstelde, staat Toni Rominger op de 40e plaats. Als tweede Zwitser, achter Ferdi Kübler (26e), maar voor Hugo Koblet (48e). Op de rangschikkingswebsite www.cyclingranking.com staat hij zelfs als 30e, één plaats achter Miguel Indurain, die toch vijf keer de Tour won. Dat hij in mijn beleving veel lager staat ligt misschien aan zijn uitstraling. Een klein wat muisachtig mannetje, die na zijn afscheid snel werd vergeten. Het kan ook zijn dat hij eigenlijk helemaal geen wielrenner was. In zijn hart dan, want hij beklom pas een koersfiets toen hij al 21 was. Hij werkte als boekhouder en had niet al te veel conditie. Zijn broer daagde hem uit om eens tegen hem te fietsen en Toni werd hopeloos zoek gereden. Dat deed hem verdriet en hij kocht direct een racefiets en ging als een bezetene trainen. Toen kwam hij er achter dat hij veel talent had, vooral in het klimmen en het tijdrijden. Drie jaar later werd hij beroepsrenner en in de twaalf jaar die volgden won hij drie keer op rij de Vuelta en een keer de Giro. In 1993 won hij in de Ronde van Spanje alle klassementen, terwijl hij ook nog vanaf dag één tot in Madrid de amarillo leiderstrui droeg. In de Tour kwam hij niet verder dan een tweede plaats. Dat was in 1993 achter Indurain, maar wel won hij dat jaar drie etappes en het bergklassement. Twee keer stelde hij het werelduurrecord scherper, maar dat deed hij in het tijdperk van de merkwaardige fietsen, die later door de UCI verboden werden. De man heeft verder een gigantische erelijst bijeengereden, maar op de een of andere manier is dat niet echt blijven hangen. Daarom vandaag op zijn 46e verjaardag een kleine hulde aan een groot, maar al bijna vergeten, kampioen. Hij zal er niet om treuren, want hij hield miljoenen aan zijn carrière over en hij leeft als een vorst in Monaco. (Foto: © Cor Vos) 

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 27 maart 2007 0:00

Laurent BROCHARD (1968, Frankrijk)

We kennen Laurent Brochard voornamelijk van twee gebeurtenissen. In 1997 werd hij in San Sebastian wereldkampioen en een jaar later was hij in de regenboogtrui betrokken bij het dopingschandaal van de Festina-ploeg. Hij voorkwam de hoon die zijn landgenoot Virenque ten deel viel door al in een vroeg stadium een bekentenis af te leggen. Daarom is hij er vrij geruisloos afgekomen, evenals Christophe Moreau. Zijn wereldtitel is nooit omstreden geweest, niet vanwege doping, maar ook niet vanwege zijn bescheiden reputatie. Waar een man als Harm Ottenbros een carrière lang is nagedragen dat hij een onterechte wereldkampioen was, daar is in dat opzicht nooit iets negatiefs over de renner uit Le Mans gezegd of geschreven. Zijn palmares is inderdaad niet indrukwekkend al staan er overwinningen op in de Ronde van de Haut Var en het Criterium International. In het WK van 1997 profiteerde Brochard vooral van de tweespalt in de Franse ploeg, waarin Virenque en Jalabert de kopmannen waren. Omdat die twee niet zo makkelijk door één deur konden, viel de ploeg in twee kampen uiteen en werd er vooral verdedigend gereden. De Italianen en de Nederlanders waren de hele dag in de aanval en de jonkies van toen, als Boogerd, Knaven, Moerenhout, Van Bon en Vierhouten lieten zich keer op keer aan het front zien. Maar het was moeilijk om op dit parcours …

Geplaatst door Fred van Slogteren, 26 maart 2007 0:00

« Vorige 1 2 3  ... 643 644 645 646 647 648 649 650 651 652 653  ... 681 682 683 Volgende »