Felice GIMONDI (1942, Italië)

Ik kan me die Tour van 1965 nog heel goed herinneren. Jacques Anquetil die ‘m al vijf keer gewonnen had was niet van de partij en Raymond Poulidor was daarom huizenhoog favoriet. En wat heel bijzonder was, Nederland had dat jaar vier kopmannen in de strijd. Althans in mijn eigen optiek en die van sommige kranten. Jan Janssen werd als kopman van de Pelforth-ploeg grote kansen toegedicht, ondanks het feit dat hij een paar dagen voor de start bij een keuring te horen kreeg dat hij een ernstige hartkwaal had en verder fietsen zeer onverstandig zou zijn. Die arts had nog nooit het hart van een topwielrenner onderzocht en die schrok zich te pletter van het paardenhart van Jan. Ook Arie den Hartog, Cees Haast en de debuterende Peter Post werden in staat geacht een hoge klassering te bereiken. Janssen was de enige die aan de verwachtingen voldeed met een negende plaats in het eindklassement. De andere drie vielen roemloos uit. En ook Poupou redde het niet, want er was plots een nieuwe ster aan het firmament verschenen. Een pas 22-jarige Italiaan. Hij maakte deel uit van de Italiaanse Salvarini-ploeg met daarin mannen als Vittorio Adorni en Arnaldo Pambianco. Maar al in de derde etappe van Roubaix naar Rouen zegevierde Felice Gimondi en hij pakte de gele trui. Ze wisten wel wie hij was, want een jaar eerder had hij de Tour de l’Avenir gewonnen. Door slim te koersen sprokkelde hij nog wat tijdwinst bij elkaar en in de bergen hield hij stand en hij won ook nog de klimtijdrit in de buurt van Aix les Bains voor Poulidor en Pingeon. Zo won hij de Tour van 1965 en ook nog drie keer de Giro en een keer de Vuelta. Hij won ook zes klassiekers en hij was wereldkampioen, alsmede een aimabel mens. Na zijn carrière werd hij een gefortuneerd zakenman en hij is al jaren ambassadeur van het vermaarde fietsenmerk Bianchi. Daar heeft hij bijna zijn hele carrière op gereden, behalve in het jaar van zijn grootste overwinning. De materiaalsponsor van Salvarini was namelijk het merk Fiorenzo Magni. Gimondi wordt nog regelmatig geïnterviewd en dan staat er altijd in dat hij het prototype is van een gentleman. Een heer van stand, want hij woont net als Heer Bommel in een kasteel. Niet in Rommeldam, maar in Bergamo. (Foto: archief Wim van Eyle)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 28 september 2006 22:00

Guido DE ROSSO (1940, Italië)

In de periode dat deze coureur actief was, kwamen Italiaanse renners nauwelijks hun land uit. Er was in Italië genoeg te verdienen. Pas door het instellen van allerlei internationale klassementen – zoals de wereldbeker – werden de Italianen, en ook de Spanjaarden, gedwongen over de grens te gaan. De vandaag 66 jaar wordende Guido De Rosso – betekent gewoon De Rooij - was geen uitzondering. Zijn palmares vermeldt een hele waslijst met overwinningen en ereplaatsen in Italiaanse koersen. Hij was wel de eerste winnaar van de Tour de l’Avenir, een wedstrijd die in 1961 door de organisatie van de Tour de France voor het eerst werd gehouden. Jonge amateurs en onafhankelijken kregen de kans om in een soort verkorte Tour ervaring op te doen in het grote werk. Beide rondes werden parallel verreden. De toekomstronde begon altijd een week later dan de echte Tour. De resterende etappes werden op dezelfde dag verreden als die van de grote Tour, maar waren meestal korter. Het publiek in de finishplaatsen zag dan twee aankomsten. Toen daar later ook nog de Tour Féminin aan werd toegevoegd werd het een beetje teveel van het goede en kregen de drie evenementen een eigen plaats op de wielerkalender. De Rosso was dus lang geleden de eerste winnaar voor de Spanjaard Gabica en de Belg Van d’Huynslager. Jan Janssen werd negende. Guido De Rosso was vooral een sterke klimmer die zijn successen dan ook voornamelijk bergop heeft behaald. Hij won ook de Ronde van Romandië en hij was een keer derde en een keer vierde in de Giro. In de Tour van 1965 werd hij zevende. Meer zat er niet in, want hij was slechts knecht van Gianni Motta en die werd derde. De Rosso bleef tot 1969 fietsen maar de laatste jaren zaten er geen successen meer in.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 27 september 2006 22:00

Benoni BEHEYT (1940, België)

Benoni Beheyt was in 1963 een jonge renner met grote toekomstmogelijkheden. Hij had veel talent en vooral een scherp eindschot. Hij had een contract bij Wiel’s Groene Leeuw, zo’n echte Vlaamse ploeg vol met kasseienvreters. Het Belgische wielrennen werd in die tijd beheerst door één man en die heette Rik Van Looy. Die was al twee keer wereldkampioen geweest toen in 1963 de Belgische ploeg voor het WK in eigen land werd samengesteld. Rik II wilde per se een derde titel binnenhalen en de WK-ploeg bestond dan ook grotendeels uit slaafse types uit zijn eigen Flandria-formatie, aangevuld met coureurs uit andere ploegen. Er werden harde afspraken gemaakt en iedereen zou zich volledig in dienst stellen van de Keizer van Herenthals. Ondanks het loodzware parcours ging er uiteindelijk toch een grote groep op de streep af en Van Looy had als razendsnelle finisher de beste papieren. Maar door allerlei gebeurtenissen maakte Rik II een idiote manoeuvre waardoor het een chaotische sprint werd, waar Beheyt toevallig als winnaar uit kwam. Van Looy sprak van verraad en Beheyt had zijn eigen lezing. De enig juiste beslissing had diskwalificatie van de twee moeten zijn, maar dat durfde de jury niet aan. De Vlaamse wielerwereld verdeelde zich in twee kampen, één voor en één tegen Van Looy en de discussie heeft jaren geduurd. Beheyt heeft niet veel vreugde aan zijn wereldtitel beleefd, want Van Looy maakte hem het leven zuur, overal waar hij aan de start verscheen. Drie jaar later hield de Belg het voor gezien en hij stopte al op 26-jarige leeftijd met de wielersport. De vloek van de regenboogtrui, Benoni Beheyt uit Zwijnaarde kan er over meepraten.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 26 september 2006 22:00

Mirjam MELCHERS (1975, Nederland)

Sinds Leontien van Moorsel aan het eind van 2004 afscheid nam, geldt Mirjam als de sterkste Nederlandse renster met veel internationaal aanzien en een degelijke palmares. Dit seizoen was ze goed bezig en ze won de wereldbekerwedstrijd de Ronde van Vlaanderen. Daar was ze heel blij mee en ze liet weten dat ze haar verdere seizoen zou afstemmen op het WK in Salzburg. De vrouw van oud-wielrenner Jean-Paul van Poppel zou zeker een grote kanshebster zijn geweest in die zware finale van afgelopen zaterdag. Ze zou haar tegenstandsters hebben kunnen slopen in die venijnige klimmetjes, maar het mocht niet zo zijn. Op donderdag 7 september kwam ze in de derde etappe van de Euregio Tour zwaar ten val en ze brak haar bekken, een heup, haar kaak en ze liep zware hoofdwonden op. Een half jaar uitgeschakeld, op zijn minst, luidde de diagnose. Ik zag haar vorige week op televisie in het bed liggen in een ziekenhuis in Aken. Ze droeg haar lot vrouwmoedig en ze maakte al weer plannen voor het volgend seizoen. Jean-Paul stond naast haar bed en zei dat dat er allemaal bijhoort. Hij weet het waarschijnlijk uit eigen ervaring, maar het is niet niks wat ze de komende zes maanden moet doen en moet doorstaan. Dat is zwaar afzien met elke dag een glas zweetdruppels en vele pijnscheuten meer. Maar wielrenners zitten daar niet mee. Dus Mirjam zal er volgend seizoen gewoon weer bij zijn. Dan zal zij worden geconfronteerd met de dubbele wereldkampioene Marianne Vos, die zo las ik vandaag in de kranten dat allemaal klaarspeelt met acht uur trainen in de week. Meer tijd heeft ze niet naast haar studie biomedische wetenschappen. Het is niet te geloven en ik denk ook niet dat Mirjam het zal geloven, ook al is het wellicht waar. De Moergestelse is er eentje van de fiets, de fiets en anders niets en die laat niets aan het toeval over. En Mirjam, ondanks het ongemak van dit moment een fijne verjaardag gewenst. Hopelijk ben je inmiddels thuis. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 25 september 2006 22:00

Wim SCHEPERS (1943, overleden 25.08.1998, Nederland)

Ik heb Wim Schepers één keer ontmoet zonder te weten dat hij Wim Schepers was. Ik had in 1996 op een zaterdagmorgen een afspraak met Harrie Steevens in het Limburgse dorp Meers, vlakbij Elsloo. Toen ik het adres had gevonden bleek er niemand thuis te zijn. Aan de overkant stond een man in zijn voortuin te werken. Leunend op zijn hark, zei hij: ‘Ze zijn boodschappen doen’. We maakten even een praatje en daarna ging ik in mijn auto zitten wachten op de familie Steevens. Toen ze arriveerden en ik met ze naar binnen ging, zwaaide Harrie even naar de man met de hark en hij zei tegen mij: ‘Dat is Wim Schepers, die kende ge toch nog wel?’ En of ik hem kende, want Wim Schepers was een sterke coureur geweest, wiens carrière is overschaduwd door enkele dopinggevallen. Zo liep hij in 1971 de tweede plaats mis in de Vuelta, omdat na afloop van die ronde in zijn plas iets verbodens werd gevonden. Het zal wel een amfetamineproduct zijn geweest, want dat was in die tijd de gesel van het peloton. Heel veel renners slikten dat al vanaf de jeugdrangen. Er was makkelijk aan te komen en je had er geen arts voor nodig. Je ging er geen meter harder van rijden, maar je had het gevoel dat je de wereld aan kon. En het is verslavend. Misschien dat het voor Schepers wel een stuk zelfvertrouwen betekende, maar hij zal toch ook altijd met angst hebben gereden om niet weer betrapt te worden. Naam in de krant, negatieve publiciteit en noem maar op. Zonder die troep had er veel meer uit zijn carrière gehaald kunnen worden, maar dat geldt voor zoveel renners uit zijn tijd en daarvoor. Zijn geliefde terrein was het middengebergte en dan vooral de Ardennen. Daar kon hij enorm goed uit de voeten en was hij door de allergrootsten moeilijk te kloppen. Daar had zelfs Eddy Merckx de handen vol aan hem. Toen ik bij Harrie Steevens klaar was, heb ik nog bij hem aangebeld want ik was toch in de buurt en ik had nog een leeg bandje. Er werd niet open gedaan. Zeker boodschappen doen.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 24 september 2006 22:00

Gustave GARRIGOU (1884, overleden 28.01.1963, Frankrijk)

De verhalen uit de oertijd van de wielersport zijn vaak kostelijk om te lezen, omdat je ze absoluut niet meer kunt plaatsen in de tegenwoordige tijd. Zoals het verhaal van de vergiftiging van Paul Duboc in de Tour de France van 1911. Die werd gewonnen door Gustave Garrigou, die vandaag 122 jaar geleden werd geboren. Hij was een van de beste renners uit zijn tijd die van de 117 Touretappes die hij reed, er 96 keer bij de eerste tien eindigde. Hij won acht etappes en hij was al twee keer tweede, een keer derde en een keer vierde geweest toen hij in 1911 de schepping van Henri Desgrange won. Hoewel de renners in die tijd wel wat gewend waren werd Desgrange gezien als een beul die er van leek te genieten om de renners de meeste barre ontberingen voor te schotelen. Zoals in 1911 toen de Tour 5344 kilometer lang was, verdeeld over 15 etappes. 356 kilometer gemiddeld per etappe. De drie favorieten waren François Faber, Octave Lapize, die beide al een keer de Tour hadden gewonnen, en Gustave Garrigou. Ze waren nog ploeggenoten ook, dus zouden ze de buit wel onderling verdelen, was de algemene gedachte. Maar plots was daar Paul Duboc van een andere ploeg die in de Pyreneeën zomaar twee helszware etappes won. In de beklimming van de Aubisque kreeg Duboc een fles toegestopt waaruit hij gulzig een paar flinke slokken nam. Even verderop viel hij van zijn fiets en hij braakte het vocht uit dat rattengif bleek te bevatten. Voor de supporters van Duboc was het zonder enig bewijs direct duidelijk: dit had Garrigou op zijn geweten. Ze zouden hem in Rouen, de woonplaats van de vergiftigde, wel even een lesje leren. Hoewel Duboc snel opknapte, nam Desgrange geen risico met Garrigou. In de 12e etappe van La Rochelle naar Brest kwam de karavaan door Rouen, maar de supporters konden Garrigou niet tussen de renners ontdekken. Logisch, want hij was onherkenbaar gemaakt met een donkere bril, andere kleding en een overgeschilderde fiets. De snor hoefde er niet af want die hadden bijna alle renners. Zo won Garrigou de Tour en Duboc werd tweede. Een van de mooste verhalen uit de Tourgeschiedenis.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 23 september 2006 22:00

Areke HASSINK (1981, Nederland)

Vader Arie was een van de beste amateurrenners die Nederland ooit gehad heeft. Hij is door gezondheidsproblemen nooit beroepsrenner geweest. Dat is jammer want als amateur was hij toppers als Raas, Knetemann en Schuiten regelmatig de baas. Na zijn carrière was de Achterhoeker nog lang actief bij de sponsoractiviteiten van Giant. Zo bleef het wielrennen een belangrijk gespreksonderwerp in het dorpje Zieuwent, waar Arie met zijn gezin woont. Dochter Areke en zoon Arne raakten dan ook volledig besmet met de wielerbacil. De 22–jarige Arne is een goede eliterenner die dit jaar voor het Fondas P3 team begon en gedurende het seizoen overstapte naar Ubbing-Syntec. Zijn drie jaar oudere zus Areke behoort inmiddels niet meer tot de beste vrouwen van Nederland. Ze maakte de PABO af en ze staat nu fulltime voor de klas en dat is moeilijk te combineren met een sportcarrière. Daarom is het wielrennen een beetje op het tweede plan gekomen. Ze kan terugzien op mooie jaren, waarin ze niet veel won, maar zich wel onderscheidde in de zwaardere koersen. Net als haar vader kan ze goed klimmen en moet ze het niet hebben van criteriums. Als kind zeurde ze haar ouders de kop gek om een racefiets en op haar tiende verjaardag stond de felbegeerde velo voor haar klaar. Ze miste het fanatisme van haar vader en het interesseerde haar aanvankelijk niets dat ze nauwelijks mee kon komen. Evert Nanninga en Monique Knol wisten wel uit haar te halen wat haar vader niet lukte. Ze kwam in selecties en ze behoorde jarenlang tot de top van Nederland. Dat ze er niet meer vol voor gaat, leid ik af aan de enige uitslag die ik dit jaar van haar kan vinden. Een 23e plaats in de Omloop van het Ronostrand. Misschien kan ze zelf dit stukje eens aanvullen en mij op onjuistheden betrappen. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 22 september 2006 22:00

Giuseppe SARONNI (1957, Italië)

Toen Beppe Saronni met dispensatie van de Italiaanse wielerbond in 1977 bij de profs debuteerde won hij achter elkaar de ene na de andere wedstrijd in eigen land. Hij leek niet te stuiten en hij werd enorm opgehemeld. In augustus van dat jaar raakte de pas 19-jarige Lombardijn bij een valpartij betrokken en hij brak zijn sleutelbeen. “Dat is het beste wat hem dit jaar is overkomen”, sprak Eddy Merckx wijs. Twee jaar later won Beppe op 21-jarige leeftijd de Giro d’Italia. In de grijze oudheid van de wielersport hebben wel eens meer heel jonge renners een grote ronde gewonnen, maar na de tweede wereldoorlog is dat – bij mijn weten – niet meer voorgekomen. De Giro was zijn wedstrijd, want hij won hem twee keer, veroverde vier maal de trui van het puntenklassement, hij droeg 39 koersdagen de roze trui en hij schreef 26 etappes op zijn naam. Hij kon aardig klimmen, hij had een sterke tijdrit in de benen en hij was – en dat is een zeldzame combinatie – ook nog eens razendsnel. Die snelheid had hij ontwikkeld door als jong rennertje regelmatig op de Milanese Vigorellibaan te trainen. Zo leerde hij sprinten en met die vaardigheid kon hij zich in wedstrijden sparen omdat hij op zijn eindschot kon vertrouwen. Daardoor was hij onder collega’s niet zo geliefd. Toch is Saronni niet de campionnissimo geworden die velen in hem hebben gezien. Dat kwam door het feit dat hij jarenlang voor een Italiaanse ploeg reed waarvan de sponsor (de meubelindustrie Del Tongo) geen belangen in het buitenland had. Slechts eenmaal startte hij in de Tour. Dat was in 1987 en hij haalde het einde niet. Hij won in zijn carrière vier klassiekers, het Kampioenschap van Zürich, de Waalse Pijl, de Ronde van Lombardije en Milaan-San Remo. Zijn mooiste triomf is echter het wereldkampioenschap geweest in 1982 in Engeland. In een zinderende finale rekende hij af met LeMond en Kelly. Giuseppe Saronni is nu al weer een aantal jaren teammanager van de Lampre-ploeg.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 21 september 2006 22:00

Andrei KIVILEV (1973, overleden 11.03.2003, Kazachstan)

Ik zou wel eens willen weten waarom er zoveel goede wielrenners uit Kazachstan komen. Ik zou het niet weten. In ieder geval kon Andrei Kivilev het ook. Hij kwam in 1998 naar West-Europa waar hij een contract kreeg bij Festina, de grote Franse wielerploeg die in datzelfde jaar in de Tour werd ontmaskerd als grootgebruiker van epo-producten. Geen prettige ambiance voor een beginnende profrenner. Toch bleef Kivilev twee jaar bij de ploeg en maakte toen de overstap naar AG2R. Een jaar later, in 2001, tekende hij voor Cofidis en dat werd het jaar van zijn doorbraak. In de maand juni reed hij een sterke Dauphiné, waarin hij als vijfde eindigde en een goede week daarna zegevierde hij in de Route du Sud, een driedaagse etappewedstrijd in Zuid-Frankrijk met veel klimwerk in de Pyreneeën. Het bleek een perfecte opmaat voor de Tour de France, waarin Andrei wederom sterk reed. In de achtste etappe was hij mee in een succesvolle ontsnapping die meer dan een half uur voorsprong opleverde. Kivilev stond in de top van het klassement en daar kon hij zich tot het eind handhaven. Hij eindigde als vierde, net naast het podium. Het seizoen 2002 was iets minder succesvol, maar zijn toekomst zag er nog steeds rooskleurig uit. In 2003 startte hij in Parijs-Nice. In de tweede etappe kwam hij ten val en hij liep een schedelbreuk op omdat hij geen helm droeg. Een dag later overleed hij in het ziekenhuis. De UCI reageerde verstandig en stelde per direct het dragen van een helm verplicht. Zijn landgenoot en vriend Alexandre Vinokourov leek ontroostbaar, maar hij had nog voldoende moraal om diezelfde uitgave van Parijs-Nice winnend te beëindigen. Hij droeg zijn overwinning aan zijn overleden vriend op. Glorie en drama, het gaat in de wielersport hand in hand. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 20 september 2006 22:00

Marcel KINT (1914, overleden 23.03.2002, België)

In 1998 heb ik hem eens geïnterviewd. In zijn huis, annex rijwielgroothandel in Kortrijk. Hij was toen 83 jaar en nog volop aan het werk samen met Marcel junior, zijn zoon en diens vrouw die de administratie deed. De aanleiding voor het gesprek was het feit dat de wereldkampioenschappen dat jaar in Nederland werden gehouden en dat er iedere maand in Wieler Revue een oud-wereldkampioen(e) van Nederlandse of Belgische huize aan het woord moest komen over zijn of haar prestatie van damals. Omdat het van Marcel Kint al zo lang geleden was (1938) dat hij in Valkenburg de beste van de wereld werd, dook ik eerst in het archief van een krant die toen ook al bestond. Ik vond het summiere wedstrijdverslag na enig zoeken, want in die tijd was sport een onbeduidende bijzaak in het wereldnieuws. Toch kreeg ik na het lezen van het berichtje veel respect voor de Belg, alsmede voor de Zwitsers Egli en Amberg en onze landgenoot Piet van Nek, die in die volgorde over de finish kwamen. De wedstrijd was zo zwaar geweest dat er slechts zeven renners finishten. Ik was achteraf erg blij dat ik dat verslag had opgeduikeld, want Kint wist het allemaal niet meer. Ik las hem bijna het hele stukje voor, maar er ging geen belletje rinkelen. Ook zijn overige successen, die ik op een blocnotevelletje had verzameld hoorde hij met belangstelling aan alsof het over iemand anders ging. Wat hij zich nog wel helder kon herinneren waren zijn armoedige jeugdjaren. Zijn moeder overleed toen hij nog een kind was en zijn vader was zo arm dat hij de zorg voor de kinderen overdroeg aan oma Kint die het ook maar moest zien te redden met drie keer niks. Op zijn twaalfde kreeg de latere wereldkampioen een baantje bij de draadfabriek van Bekaert, waar hij op zijn achttiende ontslagen werd omdat hij te oud was. Zo werd Marcel Kint coureur, uit pure noodzaak. Hij had de mazzel dat hij veel talent had, maar de pech dat hij wereldkampioen werd aan de vooravond van de tweede wereldoorlog. Die trui heeft hem geen frankske opgeleverd. Wel een eretitel: FLANDRIEN! Een echte!

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 19 september 2006 22:00

« Vorige 1 2 3  ... 669 670 671 672 673 674 675 676 677 678 679  ... 690 691 692 Volgende »