Theo ELTINK (1981, Nederland)

Ik geloof dat Theo Eltink een laatbloeier is en dat het grote talent zich pas over een jaar of drie zal manifesteren als hij zich ontpopt als een van de betere klimmers van het internationale wielerpeloton. Hij wordt vandaag 25 en hij is nog steeds in ontwikkeling. Hij heeft nu enkele malen verdienstelijk de Ronde van Italië gereden en de Ronde van Spanje staat inmiddels ook op zijn ervaringslijst. Hij presteert, maar nog in de schaduw. Hij heeft grote mogelijkheden als klimmer, maar het is nog aanklampen. Twee jaar geleden probeerde Rasmussen het ook in de Tour met aanvallen. Hij ging voortijdig door het ijs, maar vorig jaar en dit jaar had hij zijn etappe gekozen. Hij had niets aan het toeval overgelaten en doelbewust ging hij voor de zege en het lukte hem. Ik denk dat Theo Eltink dat straks ook kan als hij zich helemaal focust op een bepaalde etappe. Het zou goed kunnen, want Eltink is ook een loner die meestal alleen traint en zijn grenzen opzoekt. Dus moeten we nog een beetje geduld met Theo hebben. Maar het lijkt me niet slecht voor zijn definitieve stap naar de top als hij volgend jaar de Tour rijdt. (Foto: © Philip van der Ploeg)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 26 november 2006 23:00

Ivan BASSO (1977, Italië)

Ik vraag me wel eens af hoe die Ivan Basso zich nu voelt. Bezig met een mooie en geleidelijke ontwikkeling van zijn carrière met steeds betere resultaten. Tweede in de Tour van 2005, eerste in de Giro van dit jaar en na de abdicatie van King Lance ineens dé favoriet voor het winnen van de Tour. Dan wordt luttele dagen voor la Grande Boucle bekend dat zijn naam in de administratie voorkomt van een dubieuze Spaanse arts en zijn werkgever CSC trekt hem direct terug uit de Tourploeg. Even later wordt hij ook nog ontslagen en dan blijkt maanden later dat de Spaanse justitie hem niet gaat vervolgen omdat er geen spoor van bewijs te vinden is. Ik weet natuurlijk wel dat dit een puur juridische vaststelling is en dat Basso best een regelmatige klant van die Spanjool kan zijn geweest, want ik vertrouw echt niemand meer. Maar stel dat het allemaal niet waar is, hoe moet Basso zich dan voelen? Een keurige man zo te zien, naast het fietsen erg behept met vrouw en kindjes. Geen Italiaanse loverboy die achter de wijven aangaat, zodra hij de kans krijgt, maar een serieuze jongen met een zacht gezicht en een wat naïeve oogopslag. Het zou me niks verbazen als hij uit pure woede en onmacht elke week een racefiets van zo’n 15 mille in elkaar heeft geslagen, maar dat weet geen mens. Hij is nu weer onder de pannen bij Discovery Channel, maar hoe verwerkt hij dit? Ik zou het niet weten. Naar de rechter stappen is een optie, maar daar zal hij dan nog jaren lang geestelijk mee bezig moeten zijn en dat kan een renner zich niet veroorloven. Het enige dat hem te doen staat is het hele seizoen 2007 tot het zijne maken. Giro, Tour, Vuelta moet hij op zijn minst winnen. Met schone A- tot en met Z-stalen en dan denkt het gros van de mensen toch: ‘Ja het zal wel, waar rook is is vuur. Die Basso is een ordinaire slikker.’ Ivan Basso kan niets worden aangewreven, maar hij is door de Spaanse justitie en Bjarne Riis als renner tot levenslang veroordeeld en hij kan er niks aan doen. Misschien moet hij eens met de Klusjesman gaan praten. (Foto: © Philip van der Ploeg)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 25 november 2006 23:00

Steven de JONGH (1973, Nederland)

Ik heb hem wel eens goed bekeken toen hij ergens ginnegappend met collega’s aan de start stond. Een vrolijke kop boven een geblokt lijf met van die typische sprintersbenen. Turbodijen boven bolle kuiten waar de explosie van afstraalt. Hij won met zijn snelheid wedstrijden als Veenendaal-Veenendaal, de E3 Prijs en Kuurne-Brussel-Kuurne. Hij is dus een erkende rappe, maar ook weer geen McEwen, Boonen of Petacchi. Daardoor komt hij soms in een positie die hij niet verdiend. Bij het NK 2005 in Rotterdam had het Rabobank-collectief niet voldoende vertrouwen in hem om alles op zijn kaart te zetten. Er werd door tal van Rabo-truien positie gekozen in plaats van Steven eens goed te lanceren. Het gevolg was dat Leon van Bon een lange neus kon maken naar zijn voormalige collega’s. Steven baalde zichtbaar en er zal buiten gezichtsveld van pers en publiek behoorlijk zijn gegeeveedeet. Begrijpelijk en niet zonder gevolgen, want Steven maakte direct bekend dat hij bij de bank zou opstappen. QuickStep was er als de kippen bij om de al jaren in België wonende Noord-Hollander in te lijven. Een gastarbeider uit Alkmaar met een speciale opdracht. Hij zou de man worden die de god van België in de laatste honderd meter in ideale positie voor de eindzege moest brengen. Het lukte een aantal malen, maar in de Tour de France lukte het niet en de pers en heel België begon te morren over die miskoop, die keeskop. De ene keer had Steven te vroeg afgegeven, de andere keer niet goed positie gekozen of er was wel een andere kulreden. Voor de objectieve kijker was die keeskop echter weinig te verwijten, want het lag natuurlijk aan het wonderkind zelf. Een sprinter die niet wint wordt onzeker. Hij gaat aan zich zelf twijfelen en zakt mentaal door het ijs. Dat overkwam Tom Boonen in de Tour van 2006. Een belangrijke fase in zijn ontwikkeling, waardoor het volgend jaar wel weer beter zal gaan met het tandem Boonen/De Jongh. Steven wordt vandaag 33, dus is er nog genoeg eer te behalen. (Foto: © Philip van der Ploeg)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 24 november 2006 23:00

Klaus BUGDAHL (1934, Duitsland)

Hij was 22 jaar toen hij in het zesdaagsecircuit debuteerde in zijn geboortestad Berlijn en hij was 40 jaar toen hij zijn loopbaan afsloot als winnaar van de Zesdaagse van Zürich. Daar tussen won hij 37 zesdaagsen, met tal van partners want hij heeft nooit met iemand een vast koppel gevormd. Hij was een van de beste zesdaagserenners van zijn tijd en toen reden er mannen rond als Gerrit Schulte, Rik Van Steenbergen, Peter Post, Fritz Pfenninger, Dieter Kemper, Rudi Altig en Patrick Sercu. Hij was een renner met een grote inhoud die in de jachten onvermoeibaar was. Hij kon fantastisch temporijden en hij had een fabelachtig koersinzicht. Geen man om de boel op stelten te zetten, dat was meer het terrein van Post en Altig. Daarom werd hij meer gewaardeerd door zijn collega’s dan door het publiek, hoewel hij in de Duitse zesdaages altijd veel supporters had. Hij was nooit te beroerd om zijn ervaring en kennis met jonge renners te delen. Hij hielp ze en begeleidde ze als ze daarom vroegen en Patrick Sercu heeft meermalen bekend dat hij veel aan ‘Der Alte’ te danken heeft. Privé was hij een bescheiden man en niet iemand van de voorgrond. Hij had de naam gierig te zijn, omdat hij primair op de fiets zat om zijn schaapjes op het droge te krijgen en dat schijnt hem ook goed gelukt te zijn. Dat deed hij door gedisciplineerd zijn werk te doen en de rol te vervullen die van hem werd verwacht. Na zijn carrière is hij nog een poosje actief geweest als ploegleider van een Duitse ploeg met de naam Kotter. Maar verder wordt er niet veel meer van hem vernomen. Door zijn huwelijk verhuisde hij van Berlijn naar Wiesbaden en daar woont hij nog altijd. Peter Post noemt hem een van de intelligentste renners die hij in die tijd als collega heeft meegemaakt. De waardering van Post voor de Duitser is dan ook groot en dat is wederzijds, want samen bezoeken ze nog wel eens een zesdaagse in Duitsland, de bakermat van dit toch zo speciale wieleronderdeel.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 23 november 2006 23:00

Gösta PETTERSSON (1940, Zweden)

Ik heb het op deze weblog al vaker over fietsende broers gehad. Recordhouders in aantal zijn volgens mij de gebroeders Leene uit Den Haag. Maar liefst vijf telgen uit dat geslacht waren wielrenner. Er was echter een enorm verschil in kwaliteit tussen de broers. Dat was ook wel het geval bij de Zweedse gebroeders Pettersson, maar ze werden met z’n vieren toch maar drie keer achtereen wereldkampioen ploegentijdrit en op de Olympische Spelen wonnen ze in die discipline zilver en brons. Ondanks die gezamenlijke successen was Gösta met afstand de meest talentrijke en hij was in de jaren zestig een van de beste amateurs ter wereld. Hij blonk vooral uit in het tijdrijden en zware etappekoersen. Pas op 30-jarige leeftijd werd hij prof en als je naar zijn resultaten kijkt, dan vraag je je af wat hij bereikt zou hebben als hij op 23-jarige leeftijd beroepsrenner was geworden. Hij won de Ronde van Romandië, met broer Thomas de Trofeo Baracchi en nog veel meer. Zijn grootste triomf is natuurlijk zijn zege geweest in de Ronde van Italië 1971. Hij was dan ook een uitstekend ronderenner die in 1970 derde werd in de Tour de France achter Merckx en Zoetemelk. Hij realiseerde een fantastische carrière en hij is een van de beste Zweedse renners ooit. Van de vier broers is Sture niet meer in leven en er staat Sture Faglum op zijn grafsteen, in plaats van Pettersson. Als je in Nederland Janssen of De Vries heet dan moet je je hele leven blijven uitleggen dat je geen familie bent van Jan of Peter R. Dat is vervelend en in Zweden hebben ze daar wat op gevonden. Als je een heel algemene naam hebt dan kun je die laten veranderen. Gösta zag daar niets in, want er zijn in Zweden slechts twee andere beroemde Gösta Petterssons, een componist en een cineast. Dan ben je wel onderscheidend. Zijn drie broers heten echter Faglum naar hun geboorteplaats. Dat betekent afstand van Gösta, maar dat vonden ze niet zo erg want de vier gelauwerde broers zijn al jaren gebrouileerd.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 22 november 2006 23:00

Leen van der MEULEN (1937, Nederland)

Hij werd in 1961 verrassend wereldkampioen bij de amateurstayers en een jaar later stopte hij al na het een seizoen lang zonder succes bij de profs te hebben geprobeerd. Ik kende hem wel, want ik had in die tijd in Amsterdam wat met de bouw te doen en het bouwbedrijf Van der Meulen uit Badhoevedorp was destijds een grote aannemer in het Amsterdamse. Een vader met vier zoons, van wie Leen er een was. Na het wielrennen ontwikkelde hij binnen dat bedrijf een nieuwe activiteit: projectontwikkeling. In 1979 werd het bedrijf verkocht en Leen verbaasde vriend en vijand door met zijn gezin naar Canada te emigreren. Hij herhaalde daar zijn kunstje met projectontwikkeling en Lien Vandermjoelen werd een succesvol zakenman. Hij zette er en passant het ‘Bike for your Life’ op, een evenement dat enigszins te vergelijken is met de Ride for the Roses. Toen hij uitgewerkt was keerde hij terug naar Nederland en vestigde zich in Limburg. Hij had de racefiets herontdekt en als pensionado fietste hij dagelijks in het bronsgroen eikenhout. In die tijd belde ik hem omdat ik voor mijn boek ‘Wielerhelden van Oranje’ wilde weten hoe het met hem ging. Het werd een lang gesprek, want Leen is een gezellige maar breedsprakige man. Een van mijn belangrijkste vragen was natuurlijk waarom hij zo plotseling met wielrennen was gestopt. Hij vertelde me het verhaal van zijn val in Olympia’s Tour, waardoor hij een schedelbasisfractuur opliep. Hij herstelde daarvan, maar niet helemaal. Op onvoorspelbare tijden trad er in zijn lichaam een soort verkramping op, waardoor hij volledig blokkeerde. Als stayer kon hij de ene keer een wereldrace rijden om de volgende dag simpelweg van de rol te worden gereden. Jaren later is hij er door een manueel therapeut vanaf geholpen. Een paar jaar geleden is Leen weer naar de Randstad verhuisd en hij fietst nog steeds. Een leuke man met weinig rust in zijn kont.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 21 november 2006 23:00

Levinus KLAASEN (1947, Nederland)

Er is vandaag geen grote (oud)renner jarig en daarom moet ik een keus maken. Een B-keus met alle respect. Dick Dekker of Andrew McQuad zou ik kunnen kiezen omdat ze familie zijn van, maar dan schrijf je toch weer meer over Erik of over de voorzitter van de UCI. Marc Siemons is een optie, maar dan kom je toch weer bij het bordeel van zijn ouders uit. Jo Vrancken en Adrie Wouters zijn geen renners geweest waar je uit de losse pols meer dan honderd woorden over neerpent en Bruno Mealli is misschien wel de beste van de jarigen van vandaag geweest, maar ik weet niks van die man behalve zijn uitslagen. Wat moet je dan als eenvoudige wielerblogger. Dan kies je voor Livin. Niemand zal hem een groot coureur noemen en hij zelf nog het minst. Maar Livin Klaasen, geboren Nederlander maar woonachtig in België, heeft een eigen website, hij heeft een boek geschreven en hij publiceerde op zijn site een mooie column over doping. Een onderwerp dat hem na aan het hart ligt en hij heeft er een heldere kijk op. Hij vertelt vrijmoedig over de praktijken in het huidige peloton en daar wordt je niet vrolijk van. Wat niet wil zeggen dat je die site niet moet bezoeken, want dat moet je wel. Je blijft er zeker een kwartier hangen. Het is net Big Brother, het leven van Livin met zijn gezin van binnenuit en met hobby’s en al. En als je naar dat kwartier doorsurft of teruggaat naar deze weblog dan denk je vast: aardige man! De foto is afkomstig van http://www.livinklaasen.net/

Geplaatst door Fred van Slogteren, 19 november 2006 23:00

Richard VIRENQUE (1969, Frankrijk)

Op 6 juli 2005 stond ik in het Franse stadje Montargis in een perstentje op zo’n vijftig meter voorbij de finish, waar een uur later de vijfde etappe van de Tour zou finishen. Het was winderig en regenachtig en de wind rukte aan het tentje. Er stond een monitor en ik was in het gezelschap van een Franse fotograaf en een massieve man met een Latijns uiterlijk. Op het scherm zagen we een uitlooppoging van de Hongaar Bodrogi. De Latino pakte zijn mobiel, hield dat ongeveer vijf centimeter voor zijn mond en barstte los in een luide spraakwaterval, waaruit ik alleen de naam Botero kon opmaken. Schreeuwend, gesticulerend spoot hij zijn totale vocabulaire richting Bogota, terwijl er op het scherm niets anders te zien was dan een eenzame renner in het groene shirt van Crédit Agricole. De man beëindigde zijn verslag, ging zitten en doezelde direct weg. Toen kwam Richard Virenque lopend langs en nu raakte de Fransman uiterst opgewonden. “Richaaaare, Richaaaare”, sprak hij in vervoering alsof Miss France naakt en op hoge hakjes langs tripte. Ook het dichtopeengepakte publiek achter de dranghekken roerde zich en Virenque deelde overal handtekeningen uit. Als altijd onberispelijk gekleed en gekapt. Hij onderging de over hem uitgestrooide hulde hovaardig, knikte, lachte, zwaaide, ging met iedereen op de foto, gaf kushandjes terug en schreed als een ware zonnekoning verder. Hij had ook ongezien langsachter kunnen lopen, zoals Pedro Delgado deed, maar hij verkoos de belangstelling. Een merkwaardig fenomeen die Virenque. Enerzijds een mooie aanvallende wielrenner en aan de andere kant een bedrieger, die pas twee jaar na dato voor de rechter toegaf dat hij na de Tour de dôpage gelogen had. En het publiek? Ach, doping is een hobby van de officials en de pers. Geen mens die zich er verder druk om maakt. Raar maar waar. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 18 november 2006 23:00

Bobby JULICH (1971, Verenigde Staten)

Zijn vader was tri-atleet en dus moest er dagelijks getraind worden. Zoon Bobby ging op de fiets mee. Dat zwemmen vond hij niks, hardlopen zag hij al helemaal niet zitten, maar het fietsen beviel hem wel. Op al die trainingstochten kon hij zich identificeren met Greg LeMond, zijn idool die in die jaren Europa liet kennis maken met het Amerikaanse wielrennen en vooral met de mentaliteit van sportende yanks en de cultuur die daarbij hoort. Bobby vond het allemaal geweldig en hij werd wielrenner. Hij ontdekte dat hij redelijk kon klimmen en het in ritten tegen het horloge tegen de beste tijdrijders kon opnemen. In 1992 werd hij op 21-jarige leeftijd beroepsrenner en vier jaar later stond hij op het erepodium van de Tour de France. Derde achter Bjarne Riis en Jan Ullrich. Was er een nieuwe Amerikaanse Tourwinnaar opgestaan? Niet helemaal, want de renner uit Colorado miste de regelmaat en de constante van een groot ronderenner. Hij kreeg een gevoelige lik mee van de dopingperikelen rond zijn ploeg Cofidis, maar ook bij Crédit Agricole en T-Mobile kon hij zijn vorm van 1996 niet meer vinden. Net op het moment dat iedereen dacht dat zijn carrière verzand was, kwam andermaal Bjarne Riis op zijn pad. Ditmaal niet als renner, maar als teammanager van CSC, het Deense wonderteam dat toch anders is dan anderen. Julich was inmiddels 33 jaar en hij dacht al aan afscheid, maar hij liet zich door Riis overtuigen dat hem nog mooie dingen te wachten zouden staan in het rood/zwart van de Deense formatie. En zo werd 2005 zijn topjaar met overwinningen in Parijs-Nice en de Eneco Tour Benelux. Een 17e plaats in de Tour bevestigde nog eens dat hij weer helemaal back in business was. Hij genoot er van, maar kon toch niet verhinderen dat het dit jaar een heel stuk minder was. Hij won de proloog van Parijs-Nice en hij won met zeven andere CSC’ers de ProTour ploegentijdrit in Eindhoven en dat was het wel zo’n beetje. Een val in de 7e etappe zorgde er voor dat hij in de Tour van dit jaar Parijs niet haalde. (Foto: © Philip van der Ploeg)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 17 november 2006 23:00

Lucien MICHARD (1903, overleden 31.10.1985, Frankrijk)

In de Tour de France zien we al sinds de tweede wereldoorlog het beeld van coureurs die een aantal jaren lang met harde hand het Tourcircus domineren. Bobet, de Franse kampioen uit de jaren vijftig, werd opgevolgd door Anquetil, die door Merckx, Merckx door Hinault, vervolgens kwam LeMond, daarna Indurain en tenslotte Armstrong. In de wereld van de beroepssprinters is iets dergelijks te zien. Onze landgenoot Piet Moeskops werd in de jaren twintig vijf keer wereldkampioen. Hij werd vanwege het ouder worden van zijn troon gestoten door de Fransman Lucien Michard, de vandaag 103 jaar geleden in de buurt van Parijs geboren Fransman. Michard werd vier keer (van 1927 tot en met 1930) wereldkampioen, nadat hij al twee wereldtitels en Olympisch goud had veroverd bij de amateurs. Daarna kwam de periode Jef ‘Poeske’ Scherens die maar liefst zeven maal wereldkampioen werd. Eigenlijk had Michard ook in 1931 wereldkampioen moeten zijn. Dat jaar werd het WK in Kopenhagen verreden en de Fransman bereikte moeiteloos de finale. Zijn tegenstander Willy Falck Hansen reed een thuiswedstrijd en de jury zou hem wel even een handje helpen. Michard won de eerste rit en de Deen de tweede. Er was dus een beslissende derde rit nodig. Die ‘belle’ werd nipt maar duidelijk waarneembaar gewonnen door Michard. Diens arm ging dan ook in een triomfgebaar omhoog, waarna hij tot zijn verbijstering moest horen dat Falck Hansen winnaar was en dus de nieuwe wereldkampioen. Michard diende uiteraard direct een protest in, maar dat werd door de jury afgewezen. Hij zocht het hogerop en ging in cassatie bij de UCI met foto’s die zijn ondubbelzinnige gelijk bewezen. De internationale wielerbond velde een salomonsoordeel door te stellen dat de uitslag niet zou worden herroepen, maar dat Michard wel het voorrecht kreeg om het gehele jaar te rijden in een shirt met twee wereldbollen op de rug (zie foto). Falck Hansen reed in 1932 dus in de regenboogtrui en Michard bewees dat jaar in zijn unieke bollenshirt in meerdere rechtstreekse duels dat hij toch de echte wereldkampioen was. En toen kwam Scherens om Lulu naar de vergetelheid te sprinten.

Geplaatst door Fred van Slogteren, 16 november 2006 23:00

« Vorige 1 2 3  ... 663 664 665 666 667 668 669 670 671 672 673  ... 689 690 691 Volgende »