Fred DE BRUYNE (1930, overleden 04.02.1994, België)

Fredje, zoals hij liefkozend door zijn vele supporters werd genoemd, heeft het als coureur niet op een schotelke gekregen. Integendeel, want zijn jeugdjaren waren weinig benijdenswaardig en het ging in zijn wielercarrière ook niet altijd van een leien dakje. Toch werd hij de man van vier succesvolle carrières. Hij was wielrenner, radioreporter, ploegleider en PR-functionaris. En dan vergeet ik nog zijn prestaties als auteur van wielerboeken. Ik bezit een flinterdun boekje van zijn hand over Peter Post. Het kwam uit toen Post nog actief wielrenner was en ik was er destijds niet kapot van. Van zijn in 1978 verschenen autobiografie ‚De memoires van Fred De Bruyne’ heb ik meer genoten. Een meeslepend boek, uitstekend geschreven en rijk geïllustreerd. Mijn enige punt van kritiek is de grafische afwerking. Het is zo slecht gebonden dat je bij het omslaan van de bladzijdes steeds de losse pagina in de hand houdt en het boek na lezing een verzameling is geworden van 120 blaadjes in een geel omslag. Maar dat doet aan de prestatie van Fredje als auteur niets af. Hij is geboren en getogen in Berlare in Oost-Vlaanderen als enig kind van een echtpaar dat een café uitbaatte. De oorlog loopt als een rode draad door zijn jeugdjaren. Om niet als dwangarbeider naar Duitsland te worden gestuurd werd De Bruyne senior behalve kastelein ook veldwachter. Een eerzaam beroep, maar niet in oorlogstijd. Bij nacht en ontij werd hij door de Duitsers uit zijn bed gehaald om hen naar een adres te brengen waar mogelijk verzetsstrijders verborgen zaten. Dat werd door de bevolking van Berlare terecht als collaboratie gezien en vader De Bruyne werd uitgekotst, evenals zijn vrouw en zoontje. Die periode heeft het karakter van Fredje gevormd en hij werd coureur. Een topper vooral in de klassiekers. Het seizoen 1956 werd zijn hoogtepunt met overwinningen in Parijs-Nice, Milaan-San Remo, Luik-Bastenaken-Luik en de wereldbeker. Ik beveel het boek alsnog van harte aan als het nog te koop is. Ook al lijkt het op de Ronde van Lombardije met al die vallende bladeren.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 20 oktober 2006 22:00

Lucien VAN IMPE (1946, België)

Lucien is een alleraardigste man die het beroep uitoefent van oud-Tourwinnaar, net als Jan Janssen. Om de haverklap worden ze gevraagd om ergens op te draven om dan voor een zaaltje nog eens te vertellen over hun heldendaden van weleer. Ze doen dat met het grootste plezier omdat ze van mening zijn dan iets terug te doen voor de sport, waaraan ze alles te danken hebben. Van Impe is ook vaak te gast in allerlei TV-programma’s en ik denk dan wel eens dat die belangstelling misschien wel groter is dan tijdens zijn carrière. Lucien is een slachtoffer van het Merckxisme. Zou hij nu actief zijn, dan werd er een sterke ploeg om hem heen gebouwd om hem op het vlakke uit de wind te houden, want in het hooggebergte had hij niemand nodig. Dan danste hij als een vederlicht klimwonder de cols op, want hij is een van de grootste klimmers uit de Tourgeschiedenis. Maar in zijn tijd werd er geen sterke ploeg om hem heen gebouwd, want alle aandacht ging jarenlang uit naar Merckx, het fenomeen. Het was de Franse ploegleider Cyrille Guimard die hem in 1976 naar zijn Gitane-ploeg haalde en hem naar de Tourzege begeleidde. Eigenlijk was Joop Zoetemelk dat jaar de sterkste, want die won drie bergritten, maar Jopie maakte een ernstige inschattingfout toen hij Van Impe liet gaan omdat hij van mening was dat het nog veel te ver was en de Belg het toch niet zou redden. Maar Lucien kreeg hulp van onverwachte zijde. Luis Ocaña nam de kleine man op sleeptouw en bracht hem bij de kopgroep. Zo verloor Joop meer dan vier minuten en de Tour. Er heeft altijd een bepaalde spanning bestaan tussen Zoetemelk en Van Impe en dat is bij beiden nog steeds merkbaar. Ik heb Lucien eens geïnterviewd in zijn mooie villa. Na een uurtje praten maakte hij een eind aan het gesprek, want hij moest ergens over zijn zeven bergprijzen komen vertellen. Zijn vrouw Rita legde een stapeltje bolletjestruien voor hem neer om mee te nemen. Smetteloos wit met felrode bollen. Daar ging-ie voor de zoveelste keer, vol enthousiasme de Tourwinnaar van 1976. Hij wordt vandaag zestig. (Foto: © T&T Tekst & Traffic)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 19 oktober 2006 22:00

Jaap EDEN (1873, overleden 02.02.1925, Nederland)

Deze in Groningen geboren, maar in het Haarlemse opgegroeide sportman geldt als de aartsvader van de Nederlandse sportbeoefening. Hij was zowel schaatser als wielrenner en in beide takken van sport werd hij wereldkampioen. Zijn faam was daarna zo groot dat hij als wielrenner een zeer lucratief profcontract mocht tekenen en zich daarmee een jaarkomen verwierf van een halve ton in guldens. Dat was omstreeks 1900 en dat bedrag zou nu in de buurt van een miljoen euro of meer liggen, schat ik. Jaap Eden was dus een van de eerste grootverdieners in de sport en hij heeft toen al aangetoond dat dat niet altijd leidt tot nog betere prestaties. A la Ronaldo heeft hij eigenlijk nooit meer iets van belang gepresteerd en mede door zijn frivole levenswandel zakte hij weg uit de belangstelling. Na zijn loopbaan probeerde hij in Rotterdam nog een fietsenwinkel van de grond te krijgen en daarna was hij nog even vrachtwagenchauffeur, maar hij verprutste alles waaraan hij begon. De grote sportman van weleer kwam in een inrichting terecht waar hij op 51-jarige leeftijd is overleden.
Hoewel zijn prestaties enkele jaren lang groot waren, lijkt het me vreemd dat we deze man als de vader van onze Nederlandse sportbeleving zien. Dat dat zo is, leid ik onder andere af aan het feit dat de jaarlijkse onderscheidingen voor de beste sportman en sportvrouw, jarenlang zijn beeltenis in brons zijn geweest, uitgereikt aan mensen die er wel alles aan hebben gedaan om de top te bereiken en daar ook een aantal jaren te blijven. Van mij hoeft het symbool Jaap Eden natuurlijk niet te worden afgebroken, maar er zijn andere sporters geweest die de kwalificatie aartsvader van de Nederlandse sport eerder was toegekomen en dan denk ik wat het cyclisme betreft bijvoorbeeld aan Mathieu Cordang. Maar daar kom ik op diens geboortedag, 6 december, wel op terug.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 18 oktober 2006 22:00

Lucien (Petit Breton) MAZAN (1882, overleden 20.12.1917, Frankrijk)

De laatste decennia is de wielersport in alle lagen van de bevolking geaccepteerd, maar er is een tijd geweest dat wielrenner worden in de publieke opinie gelijk stond aan je onder dieven- en moordenaarsvolk begeven. Horlogmaker Mazan, vanuit Bretagne naar Buenos Aires geëmigreerd, vond het dan ook maar niks dat zijn zoon Lucien belangstelling toonde voor een sport waar uitsluitend schorem aan meedeed. Niet dat het toenmalig beroep van zijn zoon zoveel beter was, want de jonge Mazan was tangodanser van beroep en ook artiesten behoorden in de publieke opinie tot het uitschot. Maar een tangodanser in Argentinië kon er nog net mee door. Lucien keerde terug naar zijn geboorteland en om zijn vader te misleiden nam hij de schuilnaam ‚Breton’ aan, waarmee hij zich voor wedstrijden inschreef. Toen er al een renner van die naam bleek te bestaan, maakte hij er Petit Breton van en die naam werd heel beroemd in de beginjaren van de twintigste eeuw. Het was dus geen bijnaam, want die luidde uiteraard l’Argentin. Hij won in Europa ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 17 oktober 2006 22:00

Jan van HOUT (1908, overleden 05.02.1945, Nederland)

De geschiedenis van Jan van Hout is het afgelopen jaar weer eens in alle kranten opgerakeld vanwege het monumentje dat op 15 mei van dit jaar in Valkenburg is onthuld. Bernard Hinault kwam er voor uit Frankrijk om dat samen met de weduwe Van Hout te doen en ik betwijfel of hij wist wie Jan van Hout was toen hij richting Nederland reed. Van Hout was helemaal niet zo’n bekend renner, toen hij in 1932 een aanval deed op het Nederlands uurrecord en daar nog in slaagde ook. Dat was in Tilburg en hij kwam tot een afstand van 42 kilometer en 282 meter. Hij dacht daarna regelmatig aan het werelduurrecord dat al sinds 1914 op naam stond van de Zwitser Oscar Egg. Het was de grote Piet van Kempen die hem wees op het nieuwe en razendsnelle houten baantje in Maasniel, een Limburgs dorp dat in 1959 door Roermond is ingelijfd. In de vooravond van 25 augustus 1933 ging hij van start, omdat het op dat moment volkomen windstil was. Hij slaagde glansrijk en hij bracht het record op 44 kilometer en 588 meter. 341 meter meer dan de afstand van Egg. De Zwitser bleek een slecht verliezer, want hij kwam vier dagen later met ene Maurice Richard op de proppen die in Sint Truiden het record met 189 meter verbeterde. Egg betwistte vervolgens de geldigheid van het record van Van Hout, nadat hij hoogstpersoonlijk de baan in Maasniel met een duimstok had nagemeten. Het werd een gehakketak van jewelste, maar de UCI deed geen moeite meer om de zaak tot op de bodem uit te zoeken, omdat het record toch al weer verbeterd was. Door de kinderachtigheid van Egg was de naam Van Hout ineens in heel Europa bekend en hij kon overal starten en hij kreeg hoge gages. In de oorlog ging hij met zijn vrouw in het verzet. Hij hielp tal van joodse mensen aan een onderduikadres tot hij werd verraden en zelf moest onderduiken. Enkele maanden voor de bevrijding nam hij het onderduiken wat al te letterlijk door een duik in het plaatselijke zwembad te maken. Hij werd gearresteerd en via de kampen Vught en Amersfoort kwam hij in het werkkamp Neuengamme terecht, waar hij net als tienduizenden anderen aan een onmenselijke behandeling is bezweken. Sindsdien is Jan van Hout het symbool van de Nederlandse sportman in verzet.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 16 oktober 2006 22:00

Thorwald VENEBERG (1977, Nederland)

Iedere keer als ik Thorwald zie moet ik aan Marije Randewijk denken, de wielersportverslaggeefster van de Volkskrant. Ze lijken op elkaar als broer en zus, maar dat is kennelijk nog niemand anders opgevallen. Hij wordt vandaag al 29 jaar en hij komt zo langzamerhand al in de herfst van zijn carrière. Op zijn site ontdek ik dat hij al heel lang bezig is, want er staat een foto op van een jongetje van een jaar of twaalf met een wielerpetje op en een shirt met daarop de naam van schoonmaakbedrijf Bram Broerse, dat in de jaren tachtig amateurploegen sponsorde. De carrière van Thorwald – bijnaam uiteraard El Torro – nam echter pas goed een aanvang in 2005 toen hij de Grote Scheldeprijs won. Hij reed al jaren bij Rabobank maar behoudens zijn zege in de Noord-Nederland Tour in 2004 was de belofte nog niet ingelost. Het zal deels wel te maken hebben gehad met zijn studie, want de geboren Amsterdammer is inmiddels afgestudeerd inspanningsfysioloog. In 2005 reed hij een opvallende Ronde van Italië, waarin hij in de eerste week een berg van de derde categorie als eerste bedwong en de bergtrui pakte. Aan het eind van de dag stond hij in alle drie de klassementen bij de eerste drie. Kort daarna moest hij na een val opgeven. 2006 is een regelrecht pechjaar geweest. In de Tirreno Adriatico kwam hij door een overstekende hond zwaar ten val en hij brak zijn sleutelbeen en schaambeen. Net genezen en bezig aan zijn terugkeer kreeg hij er de ziekte van Pfeiffer overheen, die hem voor de rest van het seizoen uitschakelde. Ik ben benieuwd of hij de draad volgend jaar weer kan oppakken met de wens dat hij verder van pech gevrijwaard zal blijven. Misschien dat Marije eens een vlammend stuk kan schrijven over zijn prestaties met wellicht een onthulling. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 15 oktober 2006 22:00

Tom BOONEN (1980, België)

Het afgelopen wielerseizoen was voor Tom niet zo succesvol als het jaar 2005. Toen won hij in acht dagen tijd op superieure wijze de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix en aan het eind van een superzwaar seizoen ook nog de wereldtitel. Dit jaar was het allemaal iets minder en dat is volslagen normaal. Hij is fysiek helemaal volgroeid, maar mentaal kan het nog iets verbeteren. Door zijn overrompelende persoonlijkheid zou je wel eens vergeten dat hij nog niet helemaal op zijn top is. Hij heeft bijvoorbeeld nog te weinig ervaring met verliezen en hij heeft ook nog niet helemaal geaccepteerd dat hij nooit meer ongestoord even zichzelf kan zijn. Verder vind ik het jammer dat hij te veel op zijn sprint vertrouwt en te weinig zijn andere kwaliteiten uitspeelt. Gewoon in de finale van de anderen wegrijden, zoals hij vorig jaar in de Ronde van Vlaanderen deed. Hij wordt vaak vergeleken met Rik Van Looy, maar Rik II genoot het meest van zijn overwinningen als hij zijn tegenstanders had vernederd. Ze dood had gedaan, zoals hij dat formuleerde. Dat was voor hem het schoonste, de concurrentie dood doen. Daar genoot hij van op het moment dat hij zeker wist dat hij niet meer teruggepakt kon worden Dan balde hij de vuist en dan stroomde het geluksgevoel door zijn sterke lijf. Van Looy noemde dat ‚het beetje extra’. De Keizer van Herentals heeft heel veel gewonnen in zijn carrière, maar de mooiste overwinningen waren voor hem die waar hij alleen over de meet kwam. Ik hoop dat Tom Boonen dat met hem eens is, want Tommeke heeft te veel klasse om zich, met alle respect voor die twee, uitsluitend met Petacchi en McEwen te meten. Wat dat betreft is het jammer dat Bettini zijn ploeggenoot is. (Foto: Philip van der Ploeg)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 14 oktober 2006 22:00

Floyd LANDIS (1975, Verenigde Staten)

Ik weet niet of hij er stiekem op gerekend heeft, maar Floyd Landis zal vandaag op zijn verjaardag geen absolutie als cadeau krijgen. Hij is een gevecht aangegaan voor eerherstel en dat gevecht zal meer inspanning vergen dan het rijden van de Tour de France en hem meer emotie kosten dan zijn excommunicatie uit de mennonietengemeenschap ooit zal hebben gevergd. De slagingskans van zijn missie, lijkt me nul, maar toch gaat hij moedig en grondig te werk, want hij publiceerde eergisteren op zijn website een honderden pagina’s tellend pleidooi om zichzelf te ontlasten. De beschuldigende vinger gaat vooral naar het Franse dopinglab in Châtenay-Malabry, waar zijn A- en B-staal zijn geanalyseerd. Het is een gevecht om details dat hij gedoemd is te verliezen. De enige hoop van Landis is dat er ooit een verstandig UCI-bestuur zal zijn dat het IOC kan overtuigen dat de dopinglijst herzien moet worden. Medicamenten die schadelijk zijn voor de gezondheid van de atleet of competitievervalsend werken moeten op die lijst blijven en al het andere – zeker die waar renners voor hun lichamelijk herstel behoefte aan hebben – moeten eraf. Harm Kuipers en nog een aantal wetenschappers bepleiten dat al jaren, maar in het Zwitserse Aigle zijn ze oostindischdoof. Zo lang de hoortoestellenfabriek van Phonak geen apparaatje op de markt brengt dat zelfs bobo’s tot horen brengt, zo lang zal Landis schuldig blijven. Dus niks op zijn verjaardag? Nee, waarom ook? Hij heeft net een nieuwe heup gekregen. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 13 oktober 2006 22:00

Johan MUSEEUW (1965, België)

Een van de beste Belgische eendagsrenners aller tijden. De Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix waren zijn koersen en hij heeft ze allebei drie keer gewonnen. In Vlaanderen stond hij maar liefst acht keer op het podium en daarmee is zijn bijnaam De Leeuw van Vlaanderen bijna spreekwoordelijk. Hij won nog meer klassiekers en hij was ook twee keer winnaar van de wereldbeker. In 1986 was hij wereldkampioen, nadat hij een week eerder na afloop van Parijs-Tours had verklaard nooit meer op de fiets te zullen stappen. Hij had het gevoel enorm gefaald te hebben in de najaarskoers en Museeuw was mentaal kwetsbaar. Het was zijn vrouw Véronique die hem er van overtuigde dat het beter was zijn impulsieve verklaring in te trekken en als kopman van de Belgen naar Zwitserland af te reizen voor het WK in Lugano. Te vroeg, riepen de kenners, toen hij in de tiende ronde meemuisde met een groep van twaalf. Er zaten drie Zwitsers in die groep en die wilden voor eigen publiek eens wat laten zien. Daardoor werd een comfortabele voorsprong opgebouwd omdat alle sterke landen wel een mannetje vooraan hadden. Zo zaten de grote tenoren van het toenmalige peloton gevangen in de ploegentactiek en kon Museeuw het karwei afmaken. Het was eigenlijk niet zijn parcours en hij was allerminst favoriet, maar door slim te koersen en optimaal gebruik te maken van de verhoudingen in het peloton kon hij die dag de beste zijn. Hij stopte pas twee jaar geleden, maar hij is nog niet uit het nieuws. Museeuw’s naam werd genoemd toen de affaire Landuyt naar buiten kwam. Hij was al een half jaar gestopt toen hem een schorsing werd opgelegd van twee jaar. Hij mocht in die tijd geen enkele functie in de wielrennerij vervullen. Eind 2005 leek een veroordeling aanstaande, maar hij ging in beroep. Hoe het er nu mee staat weet ik niet, maar hij is nog regelmatig in beeld als PR-man van de QuickStep-ploeg waarvan hij enkele jaren geleden nog de dragende figuur was. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 12 oktober 2006 22:00

Knut KNUDSEN (1950, Noorwegen)

Je kunt deze renner vergelijken met drie Nederlandse coureurs. Qua naam is hij natuurlijk de Noorse Jan Janssen. Hij heeft ook iets gemeen met Hennie Kuiper. Zowel Kuip als De Noorman werden in 1972 Olympisch kampioen. Hennie won de wegwedstrijd en Knut de 4 kilometer achtervolging. Het meest vergelijkbaar is hij echter met Roy Schuiten, want hij was net zo’n ongelooflijke tijdrijder als het onlangs overleden hardrijfenomeen. Ze schelen in leeftijd maar negen weken, ze waren allebei twee keer wereldkampioen in de achtervolging. Roy bij de profs en Knut bij de amateurs en hoewel ze ook wegwedstrijden hebben gewonnen excelleerden ze toch vooral in tijdritten en achtervolgingen. Pure hardrijders. Ze beleefden allebei ook hun beste jaren in Italië. Knudsen reed daar lang voor het supermerk Bianchi op de meest gereputeerde racefiets ter wereld. Het merk wordt vaak geassocieerd met die mooie kleur groen, waar Jan Ullrich enkele jaren geleden nog in reed, maar er is ook de blauwe periode geweest. Dat zag er zo kek uit dat zelfs die Scandinavische kop van Knudsen er perfect bij paste. Hoewel hij zijn hele profcarrière in Italië fietste is hij in eigen land nog steeds een grootheid. Ik vond op internet de kwalificatie: ‚Knut Knudsen er en legende i norsk sykkelhistorie’. Als ze dat van je zeggen heb je het volgens mij helemaal gemaakt.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 11 oktober 2006 22:00

« Vorige 1 2 3  ... 662 663 664 665 666 667 668 669 670 671 672  ... 685 686 687 Volgende »