Frans MAASSEN (1965, Nederland)

Frans Maassen was tien jaar lang beroepsrenner en hij realiseerde in die tijd een prachtige palmares. Met overwinningen in de Amstel Gold Race, de Brabantse Pijl, de GP Eddy Merckx, de Ronde van Nederland, de Ronde van België (2x), de Ster van Bessèges, de Driedaagse van de Panne en ritzeges in de Tour en de Vuelta behoorde hij in zijn tijd tot de tenoren van het peloton. Tot de consciëntieuze Limburger plotseling links en rechts voorbijgereden werd door mannen die daarvoor niet in zijn schaduw konden staan. Zat de sleet er al bij hem op of was het dat geheimzinnige wondermiddel uit de geruchtenmachine? Het was het laatste want epo had zijn intrede gedaan in het wielrennen en het duurde jaren voor de UCI en de daaraan verbonden wielerbonden er iets tegen deden. Of dachten er iets tegen te doen. Maassen verloor het plezier in zijn sport en beëindigde in 1995 zijn loopbaan. Hij had altijd bij Jan Raas gereden en hij volgde de Zeeuw naar Rabobank. Hij bracht zijn grote kennis en ervaring jarenlang op de jonkies over en nu is hij een van de ploegleiders van het Pro Team. Dat heeft voor hem als voordeel dat hij zijn mannen kent omdat hij ze al als junior onder zijn hoede had. Als hij geïnterviewd wordt, ga ik er altijd even voor zitten. Die diepe Limburgse klanken komen diep uit het strottenhoofd als was het een voormalige mijnschacht. Het klinkt betrouwbaar en solide tegelijk en dat is het handelsmerk van een grootbank. Rabobank hoeft niet bang te zijn met het kapitaal wordt niet gespeculeerd. Frans waakt over de investering. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 26 januari 2007 23:00

Ercole BALDINI (1933, Italië)

Toen in de jaren vijftig Gino Bartali en Fiorenzo Magni met fietsen stopten en Fausto Coppi steeds minder ging presteren, vielen de Italiaanse tifosi in een zwart gat. Er was ineens niemand meer om ademloos te bewonderen. Maar in 1956 was daar plotseling Ercole Baldini uit Villanova di Forli, die in één seizoen een drietal wereldprestaties neerzette. Eerst werd hij in Kopenhagen wereldkampioen achtervolging bij de amateurs, daarna verbeterde hij als amateur het werelduurrecord dat op naam stond van de prof Jacques Anquetil en tenslotte behaalde hij in het verre Melbourne Olympisch goud in de wegwedstrijd. De heimwee naar de grote dagen van Bartali, Coppi en Magni was gelijk genezen. De Locomotief van Forli werd prof, maar hij kon de hoge verwachtingen niet langdurig waarmaken. Hij werd in 1958 nog wel wereldkampioen op de weg, nadat hij eerder dat jaar ook de Ronde van Italië met overmacht had gewonnen. Toen wist iedereen het zeker er was geen twijfel mogelijk, deze minzame renner ging nog grootse dingen doen. Maar dat gebeurde niet. Waarom niet? Geen mens die het weet en pas enkele jaren geleden besefte ik dat ik het hem ooit had kunnen vragen. Aan het eind van de jaren zestig bracht ik met mijn jonge gezin enkele jaren achtereen mijn vakantie door in een bungalowpark aan een mooi strakblauw meer in Noord-Italië. We maakten daar kennis met Osvaldo, een aardige man die na zijn dagtaak als electriciën ’s avonds met zijn vrienden bij ons aanschoof in de kroeg. Enkele jaren geleden waren we weer eens in dat plaatsje en we vonden het adres van Osvaldo. De Latin lover van toen was een oude vermoeide man geworden. We spraken over die tijd van toen en ik vertelde hem over mijn wielerbiografieën. Hij ging naar de kast en kwam terug met een vergeeld fotootje. Daar stond hij op met zijn vrienden van toen. Hij wees op één van hen en zei enthousiast: Ercole Baldini. Ik was verbijsterd, ik had lang geleden met de voormalige campionissimo aan tafel gezeten en het glas geheven. Zonder het te weten, verdomme. (Foto: archief Wim van Eyle)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 25 januari 2007 23:00

Denis MENCHOV (1978, Rusland)

Bij de presentatie van de Rabobank-ploeg voor 2007, die vorige week in Utrecht werd gehouden, heb ik mij beperkt tot het van nabij observeren van de renners, terwijl slogblog-fotograaf Philip driftig zijn plaatjes schoot. Behoudens een uitgebreid gesprek met Bram de Groot (aardige jongen) en een heel kort gesprekje met Juan Antonio Flecha (ook een heel aardige jongen) heb ik geen van de renners gesproken. Wel gekeken en vrij lang naar Denis Menchov. Hij zat op enig moment helemaal alleen aan een tafeltje. Niemand had belangstelling voor hem en hij straalde ook iets uit van: kom alsjeblieft niks vragen. Het lijkt me een verlegen man. Omdat ik hem van een paar meter afstand nogal ongegeneerd zat aan te staren keek hij plotseling indringend in mijn richting. Mensen voelen het als ze aangegaapt worden. Even keken we elkaar recht in de ogen en ik hield het langer vol dan hij. Hij ging wat ongemakkelijk verzitten en ik staakte mijn gestaar. Ik denk dat als deze man inderdaad de winnaar moet worden die hij potentieel is, hij zijn schuchterheid toch enigszins zal moeten overwinnen. Dat hij veel in zijn mars heeft, bewees hij in de Vuelta van 2005 en de Tour van 2006. Maar een talentvol atleet moet gestuurd worden door een groot ego en daar ontbreekt het aan. Hij wil wel, maar hij kan niet. Misschien vergis ik me en voelde hij zich niet op zijn gemak vanwege de taalbarrière. Bij de presentatie in het auditorium beantwoordde hij de vragen van presentator Jan-Douwe Kroeske met enkele simpele Engelse woorden en dat ging hem niet makkelijk af. Oscar Freire heeft hetzelfde taalprobleem, maar wie Oscarito daar op die persbijeenkomst zag rondspringen en in even matig Engels iedereen te woord staan, zag het verschil in persoonlijkheid. De een blaakt van het zelfvertrouwen en de ander is er naarstig naar op zoek. Er is veel werk te doen in de achterkamers bij Rabobank. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 24 januari 2007 23:00

Hugh PORTER (1940, Groot Brittannië)

Hugh Porter is de Maarten Ducrot van Groot Brittannië, want hij verzorgt als oud-renner het verslag van wielerwedstrijden op de BBC. Als zodanig is hij net zo populair als hij destijds als renner was. De man die Hugh tot de wielrennerij bracht was de fameuze Britse sprinter Reginald Harris. Porter was tien jaar toen hij ‘The Lord’ zag fietsen op de Halesowen piste in zijn geboortestad Wolverhampton. De kleine Hugh zeurde zijn ouders de kop gek en zijn vader – die zelf wielrenner was – beloofde hem een fiets als hij zijn school naar behoren had afgemaakt. Toen Hugh zestien was, was het zover en hij vroeg zijn eerste licentie aan. Porter geldt als een van de beste Britse wielrenners aller tijden en dat heeft hij voornamelijk te danken aan de vier wereldtitels, die hij tussen 1968 en 1973 behaalde in het nummer 5 kilometer achtervolging op de baan. Zijn palmares in die jaren is indrukwekkend. In 1967 2e achter Tiemen Groen; in 1968 winnaar door winst op Ole Ritter; in 1969 2e achter Ferdi Bracke; in 1970 1e door winst op Lorenzo Bosisio; in 1971 3e achter Dirk Baert en Charly Grosskost, in 1972 1e door winst op Bracke en een jaar later nog eens 1e door een overwinning in de finale op René Pijnen. Een prachtige reeks die nog meer reliëf krijgt door zijn prestaties in andere disciplines van de wielersport. Op de weg was hij een hele baas, maar zijn successen als wegrenner behaalde hij hoofdzakelijk in zijn vaderland. Het is op het vasteland van Europa vrijwel niet bekend dat hij bij de Gemenebest Spelen van 1966 twee maal goud won, op de weg en in de achtervolging. Verder reed Porter vele zesdaagsen, maar daar was hij niet zo succesvol, hoewel hij meestal aan grote mannen werd gekoppeld als Altig, Bugdahl, Gowland en Doyle. Aan de carrière van de tempobeul kwam min of meer een eind toen hij op de terugweg naar Engeland, na het behalen van zijn laatste wereldtitel in San Sebastian, bij een verkeersongeval betrokken raakte en zijn dijbeen brak. Hij kwam nog wel terug maar de macht was uit die poot en hij sukkelde nog enkele jaren door ver onder zijn niveau. In 1977 stopte hij er mee. (Foto: archief T&T Tekst & Traffic)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 23 januari 2007 23:00

Jan DERKSEN (1919, Nederland)

Wat moet ik nog over deze man te berde brengen wat jullie nog niet weten? Al sla je me dood. Alles is al gezegd en geschreven over dit sieraad van de wielersport, dat vandaag 88 jaar wordt. Het is een soort Jan Derksen Week. Zondag was het Museum van Hans aan hem gewijd, gisteren stonden de ordners van Jan in het teken van de vroegere supersprinter en morgen presenteert Henk in zijn wasserette een echte kampioenstrui van de Lange Jan van Amsterdam, zoals hij in Kopenhagen werd genoemd. Jan Derksen is als wielrenner geboren en hij zal ongetwijfeld als wielrenner dit ondermaanse verlaten. Hij heeft alles bereikt wat hij wilde bereiken, ook al stak de tweede wereldoorlog ook een behoorlijke spaak in zijn wiel. Drie keer wereldkampioen, ontelbare nationale titels en ik weet niet hoeveel overwinningen waar geen titel maar wel vaak een grote prijs aan verbonden was. Tot zijn grote verdriet zag hij na zijn afscheid als renner de belangstelling voor de baansport dalen tot ver onder nul. Niemand maakte zich daar echt druk om, behalve Jan. Overal declameerde hij hartstochtelijk zijn passie voor de baan. Men hoorde hem belangstellend aan, maar er gebeurde niets. Tot het vanzelf weer ging leven. Hij mag gelukkig nog beleven dat zijn sport weer het aanzien heeft dat het zo lang heeft ontbeerd. Hij heeft ook vreselijk veel plezier in het fenomeen Theo Bos, zijn opvolger. Het betekent dat hijzelf niet de geschiedenis zal ingaan als de laatste der grote sprinters. De lijn Moeskops, Van Vliet, Derksen is naar deze tijd doorgetrokken en hopelijk zal Theo Bos nog zoveel losmaken dat er ook voor hem opvolgers opstaan. Want de sprint is het elitenummer van het wielrennen. Dat hield hij mij enkele jaren geleden nog eens voor en hij keek er zo fanatiek bij dat ik geen weerwoord aandurfde. De sprinters zijn de aristocraten van de wielersport. Ik weet niet of dat zo is, maar waar het hemzelf betreft heeft hij zeker gelijk. Koningin, sla die man tot ridder nu het nog kan. Jan Derksen, Ridder van het Snelle Wiel. Nog vele jaren beste Jan!!! (Foto: archief T&T Tekst & Traffic)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 22 januari 2007 23:00

Andrei TCHMIL (1963, België)

Zo midden in de jaren tachtig onderging het internationale wielerpeloton vrij geruisloos een grote metamorfose. De Briek Schottes en de Tuur Decabooters waren op en voor dat soort types kwamen ideale schoonzonen in de plaats. Gesoigneerde jongens met goede opleidingen die anders koersten dan de Vlaamse houwdegens van weleer. Ze hoefden zich niet meer van februari tot november uit de naad te fietsen om hun geld te verdienen, want ze kregen – dankzij Greg LeMond - riante salarissen van de firma. En toen werd in 1989 het ijzeren gordijn opgerold en kwamen de Sowjet-krijgers meeëten aan de welgevulde ruif van het West-Europese profwielrennen. En daar waren ze weer de coureurs in armoe grootgebracht, die dankzij de fiets een andere wereld konden binnentreden. Aan Tchmil kon je zijn povere afkomst nog het meest afzien. Geboren in Rusland, stond hij jaren te boek als Moldaviër om ineens tot ieders verrassing Belg te worden. Hij woonde eerst in Italië om vervolgens ingezetene van Roubaix te worden. Roubaix of all places, wie wil er nu in Roubaix wonen? Je wil er als wielrenner winnen en dan als de wiedeweerga maken dat je wegkomt uit die sombere industriestad vol met werklozen. Maar Tchmil hoorde daar, hij won op weergaloze wijze een van de mooiste afleveringen van de Hel van het Noorden. Ik zie hem nog als een veldrijder solerend een rotonde nemen. Rechtdoor ging-ie met zijn fiets over de obstakels springend. Hij was voor die koers gemaakt en toen hij alleen over de finish kwam, moesten er heel wat washanden aan te pas komen om na het verwijderen van alle modder en slik te kunnen controleren of het inderdaad wel Tchmil was. Hij was het en hij keek somber met zijn kei naar de camera’s. Echt blij was-ie nooit. Misschien thuis, in het geniep als hij zijn zuurverdiende centen zat te tellen en aan zijn armoedige jeugd dacht in Chabarovsk. Die rotonde ergens in Noord-Frankrijk ligt er nog, maar er is geen Tchmil meer. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 21 januari 2007 23:00

Martin VAN GENEUGDEN (1932, België)

Een klasbak deze coureur uit Belgisch Limburg. Hij had veel inhoud en hij was snel. Hij won in zijn loopbaan maar liefst 204 bloementuilen in zeer uiteenlopende wedstrijden. Hij was goed in eendagskoersen, maar ook in rondritten. Hij won zes etappes in de Tour de France en hij excelleerde ook enkele malen in Bordeaux-Parijs, de monsterrit die hij helaas niet op zijn palmares heeft staan. Zijn belangrijkste overwinning in eigen land was zijn zege in Dwars door België in 1962. Een loodzware koers met bijna uitsluitend karakterrenners op de erelijst. Van Geneugden is een vrolijke man, die nog altijd positief in het leven staat. Hij maakte echter de fout om na zijn carrière te gaan kotsen. Hij bracht een aantal verhalen naar buiten over dopinggebruik en dat moet je niet doen. Dan wordt je door de wielerkerk geëxcommuniceerd. Als je dan zonodig moet praten doe het dan als actief renner en vergeet daarbij dan niet je eigen rol, wordt dan altijd gezegd. Maar dat heeft Van Geneugden niet gedaan, waardoor zijn persoon voor sommige van zijn tijdgenoten persona non grata is. Hij zit er niet mee, want hoewel zijn gezondheid de laatste jaren te wensen overlaat is de Genkenaar nog altijd een goedlachse man en in eigen streek een graag geziene gast in forums bij sportbijeenkomsten. Vorig jaar kwam hij nog in het nieuws als lijstduwer van de politieke partij PVDA in zijn woonplaats Genk. Snel is hij niet meer, want hij beweegt zich voort met een stokje, maar de gulle lach heeft weinig aanmoediging nodig om vol door te breken. De driekwart eeuw maakt hij vandaag vol en de spirit is nog volop aanwezig om er nog een paar jaar aan vast te plakken.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 20 januari 2007 23:00

Jan NOLTEN (1930, Nederland)

1952 was voor mij een ellendig jaar. Als jongetje had ik me jarenlang in niets onderscheiden van mijn vriendjes en toen greep de natuur wreed in. Ik ging groeien. Niet een stukkie, maar wel een halve meter in nog geen jaar. Mijn lichaamsgewicht werd ineens over veel meer centimeters verdeeld en als een elastiek werd ik uitgerekt. Van een gemiddeld jongetje werd ik een lange, breekbare slungel. Mijn ouders prezen me de hemel in, want aan lengte kleefde alleen maar voordelen, zeiden ze. Maar de kinderen in mijn klas dachten daar heel anders over en iedere passant op straat informeerde of het boven koud was. Ik voelde me diep ongelukkig en als iemand mij op dat moment een cursus zelfdoding had voorgesteld, zou ik het ernstig hebben overwogen. Maar in juli 1952 was daar ineens Tourdebutant Jan Nolten. Op het cinemadoek van Cineac Reguliersbree. Een lange sliert met net zulke dunne staken als ik had en hetzelfde magere koppie met dat blonde achterover gekamde haar met brylcream. Een schok van herkenning en hoop. Want die slungel uit Limburg was in het hooggebergte van de Tour de France wel even zelf gaan voelen of het boven koud was en hij had op de Col de la Turbie Jean Dotto verslagen en op de Puy de Dôme Bartali, Geminiani en Robic achter zich gelaten en bijna Fausto Coppi geklopt. Er was dus hoop. Wat hij met dat onooglijke lijf kon, moest ook voor mij zijn weggelegd, dacht ik en de eerste voorbijganger die naar de temperatuur op mijn hoogte informeerde, kreeg de wedervraag of het daar beneden stonk. Ik liep op wolken en ik durf te stellen dat Jan Nolten mij destijds, zonder het te weten, een stuk zelfvertrouwen heeft geschonken. In augustus jongstleden stond ik tijdens de Eneco Tour in Landgraaf oog in oog met mijn evenbeeld van toen. In zijn lengte had ik mij niet vergist. Met Jefke Janssen aan zijn zijde geleek hij op Watt met Halfwatt. Ik overwoog even om hem over 1952 te vertellen. Ik heb het niet gedaan, omdat ik niet het gevoel had dat hij me daarna nog voor vol zou aanzien. Een beetje gêne mag een mens toch houden, lijkt me. Toch bedankt Jan, al weet je niet waarom.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 19 januari 2007 23:00

Hans DAAMS (1962, Nederland)

Hans behoort tot de renners van wie de carrière voortijdig is afgebroken door het fenomeen hartritmestoornissen. Tot die categorie behoren ook klasbakken als Rini Wagtmans en Danny Nelissen. Er zijn er ook die die waarschuwing niet gekregen hebben en nu niet meer onder ons zijn. Ik ben geen medicus, maar er zijn volgens mij teveel (oud)wielrenners en wielrensters veel te jong om het leven gekomen door een hartstilstand. Bij ieder bericht daarover verbaas ik me weer dat iedereen zich ontzettend druk maakt over doping, terwijl hartstilstanden als een voldongen feit worden geaccepteerd. Waren die gevallen niet te voorkomen geweest door een diepgaand hartonderzoek bij het begin van een carrière? Toen vorig jaar een voetballer om het leven kwam door een hartstilstand zag ik op TV een item, waarin een volleyballster vertelde dat ze vrijwillig een hartonderzoek had laten doen. Toen werd een kleine hartafwijking vastgesteld die door een operatie verholpen is. Van een potentiële hartstilstanddode is ze nu weer een gezonde sportvrouw. Nooit meer iets van gehoord of over gelezen, doodse stilte. Terwijl er vrijwel wekelijks kolommen worden volgeschreven over doping, waardoor nog geen enkele dode is gevallen. Ik begrijp dit totaal niet. Gelukkig zijn Rini Wagtmans, Danny Nelissen en ook Hans Daams tijdig gewaarschuwd. Hans kan terugkijken op een korte maar mooie carrière als beroepsrenner en hij is nu eigenaar van een bloeiende racefietsspeciaalzaak in Valkenswaard. Kan niet eens een cardioloog - met een passie voor de (wieler)sport - met een deskundig en begrijpelijk antwoord reageren? (Foto: archief Wim van Eyle)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 18 januari 2007 23:00

Gerrit VOORTING (1923, Nederland)

Het mooiste vond ik altijd zijn stijl, Doodstil op de fiets, alleen de slanke beentjes maalden en dan die licht wiegelende gang. Een prachtige afgetrainde atleet. En dat is hij als 84-jarige nog steeds. Het is niet te geloven hoe fantastisch die man nog fietst op zijn Jan Janssen, die hij van zijn vrienden cadeau kreeg ter gelegenheid van zijn tachtigste verjaardag. Het ravenzwarte haar is allang wit geworden en de gelooide bruine huid verraadt het leven van een buitenman. Hij was een echte beroepsrenner, zo eentje die een gulden doormidden beet, met een voor die tijd rijke palmares. Een heel succesvolle renner. In de jaren vijftig behoorde hij met Wim van Est en Wout Wagtmans tot de top van Nederland. Hij droeg het roze van de Giro en het geel van de Tour en op de Olympische Spelen van 1948 behaalde hij een zilveren medaille in de wegwedstrijd. Toen ik eens bij hem thuis was om over die wedstrijd te praten, vroeg ik of ik die medaille mocht zien. Hij had hem niet meer. Een neefje had hem eens geleend en nooit meer teruggebracht. Maar Gerrit zat er niet mee, hij kan alles perfect relativeren. Wat ik ook altijd in hem heb gewaardeerd is het feit dat hij altijd zegt waar het op staat. Hij is geen ruziezoeker, maar als hij vindt dat hij door iemand tekort is gedaan dan windt hij er geen doekjes om. Vierentachtig jaar en nog altijd een sieraad voor de wielersport. (Foto: © Henk Theuns)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 17 januari 2007 23:00

« Vorige 1 2 3  ... 653 654 655 656 657 658 659 660 661 662 663  ... 685 686 687 Volgende »