Ferdi KÜBLER, (1919, Zwitserland)

Ze worden altijd in één adem genoemd de twee Zwitsers die allebei een keer de Tour de France wonnen, maar er zat een wereld van verschil tussen die twee. De fantastische atleet Hugo Koblet was van een verstilde schoonheid als je hem zag pedaleren alsof het geen moeite kostte. Ferdinand Kübler, ook wel bekend als Dolle Ferdi en de Adelaar van Adliswill, was daarentegen een en al gepassioneerde actie als hij fietste. Alles bewoog aan hem en hij schreeuwde zichzelf vooruit alsof de duvel hem op de hielen zat. Koblet overschreed grenzen door zijn ongelooflijke talent, terwijl Ferdi barrières nam omdat hij dat van zichzelf moest. En als zijn talent en krachten daar soms niet toereikend voor waren, dan werd een onvoorstelbaar karakter ingeschakeld om het doel alsnog te bereiken. Om zich te harden hield hij er een Spartaanse levenswijze op na en hij ontzegde zich alle kleine dingen die het leven aangenaam maken. Hij was 18 jaar beroepsrenner en hij fietste in die jaren een erelijst bijeen om van te watertanden. Hij was de wereldkampioen van 1951, nadat hij een jaar eerder de Tour de France had gewonnen. Hij won de Ronde van Zwitserland en die van Romandië, de etappekoers waarvan hij na zijn carrière jarenlang koersdirecteur was. Hij was twee keer Zwitsers kampioen en hij won klassiekers als Luik-Bastenaken-Luik (2x), de Waalse Pijl (2x) en Bordeaux-Parijs. En hij won vier maal de wisselbeker Desgrange-Colombo, de toenmalige wereldtrofee. Zoals Ferdi een legende is, zo is ook de Tour die hij won legendarisch geworden. Het verhaal van de dramatische opgave van Gino Bartali, en de gehele Italiaanse squadra inclusief geletruidrager Fiorenzo Magni, is een gebeurtenis die vaak is beschreven. En er was natuurlijk het prachtige verhaal van Abdelkader Zaaf en zijn plataan. Dat speelde in de dertiende etappe van Perpignan naar Nimes en dat was ook de dag, waarop Kübler een belangrijke stap zette op weg naar de Touroverwinning. Twee Algerijnen – Zaaf en Molinès – gingen al vroeg op avontuur en daarachter reed een drietal renners in de achtervolging. Dat waren de Fransen Rolland en Meunier en de enig overgebleven Nederlander in de Tour, Wim de Ruyter. Het was snikheet die dag en door gebrek aan water moest eerst Rolland lossen en later ook De Ruyter. Dit terwijl Zaaf Molinès moest laten gaan om aan de uitvoering van zijn legende te beginnen. Met nog 60 kilometer te gaan, ging Kübler op jacht naar het groepje Meunier. Hij was in gezelschap van de Belgen Ockers en Hendrickx. Kübler trok er flink aan, want Bobet, – naast Kübler en Ockers – de derde kanshebber op de eindzege, had de slag gemist. Rolland werd ingehaald en ter plekke gelaten en ze pikten even later De Ruyter op. Dit op het moment dat de hemel openbarstte en de regen overvloedig neerplenste. De Ruyter herstelde snel en bood Kübler zijn diensten aan. Ze maakten een afspraak en de Rotterdammer counterde alle aanvallen van Hendrickx. Molinès kregen ze niet meer te pakken en ook Meunier werd niet meer achterhaald, maar Bobet werd op een kansloze achterstand gereden. Enkele dagen later rekende Kübler in de tijdrit af met Stan Ockers en zo werd hij de verrassende winnaar van de Tour van 1950. Ferdi Kübler wordt vandaag 88 jaar en hij is sinds mei 2000 de oudste nog in leven zijnde Tourwinnaar. De nestor van een gezelschap van nog slechts twintig mannen, die in de wielersport het hoogste bereikt hebben. (Foto : archief Sport-Express)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 23 juli 2007 22:00

Roger HASSENFORDER (1930, Frankrijk)

In de jaren vijftig reden er, naast de kleurrijke cowboys van Pellenaars, nog meer interessante mannen in de Tour. Een van de opvallendste was de Elzasser Roger Hassenforder. Een heel goede renner, die echter vooral bekend is geworden als de clown en de grapjas van het peloton. Dat hij een goed renner was bewijzen zijn overwinningen in de Tour de Sud-Est en de Ronde van Picardië. Ook zijn acht etappeoverwinningen in de Tour waren geen toevalstreffers, maar er kwamen er enkele wel tot stand dankzij zijn uitgekooktheid. Zoals in 1956 toen hij richting Bordeaux op avontuur ging met de Nederlandse Tourdebutant Leo van der Pluym. In de vier jaar daarvoor had steeds een Nederlander in Bordeaux gezegevierd en de jonge renner uit het Brabantse Dussen rekende zich al rijk toen hij fris als een hoentje met een uitgepierde ‚Hassen’ aan zijn wiel in de richting van de roze piste in de beroemde wijnstad stoof. Af en toe keek hij om om die populaire krullenbol met die Duitse naam te duiden dat hij best eens kon overnemen. Maar Hassen zat kapot, zei hij, en hij beloofde zelfs niet mee te zullen sprinten als  Van der Pluym hem niet zou lossen. En zo ging de naieve jongeling geloven dat hij na Dekkers, Nolten, Wagtmans en Faanhof de vijfde Nederlander op rij zou zijn wiens naam tot in de eeuwigheid aan Bordeaux zou worden geklonken. Het mocht niet zo zijn, want Roger Hassenforder was behalve gediplomeerd grapjas ook een komediant en linkmiechel. Een kort droog sprintje op de wielerbaan was voldoende om Pluymke naar de tweede plaats te verwijzen. Van der Pluym besloot dat hij maar verder met beide benen op de grond kon blijven en hij ging in de schoenen en Hassen werd hôtelier in Kaysersberg in de Elzas. Voor maar 52 euro kunt u al onder zijn dak slapen. (Foto: archief Wim van Eyle)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 22 juli 2007 22:00

Jean-Claude LEBAUBE (1937, overleden 02.05.1977, Frankrijk)

Jean-Claude Lebaube was in de zestiger jaren een van de beste Franse wielrenners. De Normandiër nam zeven keer aan de Tour deel en van de vijf keer dat hij de ronde uitreed, eindigde hij twee keer bij de eerste tien. In 1963 was hij vierde en in 1965 vijfde. Hij was een echte ronderenner die goed kon klimmen en een sterke tijdrit in de benen had. Mijn persoonlijke herinnering aan dit kleine kalende mannetje komt uit een documentaire film die de cineast François Reichenbach in de jaren zestig maakte over het fenomeen Tour de France. Daarin komt Lebaube voor als een soort running gag. Liggend op de massagetafel neemt de soigneur zijn indrukwekkende kuiten onder handen. Hij laat die lichaamsdelen glimmend van de olie door zijn handen glijden als was het het door en door geknede deeg van een bakker. De muziek die de regisseur er onder heeft gezet, had een hoog ritmisch gehalte. Hoewel hij altijd wel in de top van het klassement te vinden was, heeft hij geen blijvende indruk op de geschiedschrijvers gemaakt, want er is maar bitter weinig over zijn prestaties te vinden. Hij heeft ook niet veel gewonnen. Hij was ooit winnaar van de Ronde van Marokko en hij heeft samen met onze landgenoot Bas Maliepaard de Trofeo Baracchi op zijn naam staan. Dat was in 1961, maar u zult die namen tevergeefs zoeken in de erelijst van deze koppeltijdrit. Ze waren toen dan ook nog geen profs, maar onafhankelijken een categorie tussen de amateurs en de profs in. De Trofeo Baracchi kende in die tijd ook een versie voor les independants en daarin heeft Basje Maliepaard uit het Brabantse Willemstad dus een riant uitzicht gehad op de formidabele kuiten van Jean-Claude. De renner uit Renneville, een dorp in het noorden van Normandië, werd slechts veertig jaar. (Foto: archief T&T Tekst & Traffic)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 21 juli 2007 22:00

Joop MIDDELINK (1921, overleden 03.11.1986, Nederland)

Deze Amsterdammer was net voor en net na de tweede wereldoorlog wielrenner. In de oorlog stond het wielrennen op een laag pitje, maar direct na de bevrijding kwamen er allerlei initiatieven om de sport weer nieuw leven in te blazen. Een van die initiatieven was de organisatie van de Ronde van Noord-Holland en Middelink stond in 1946 aan de start van de eerste editie. Versnellings- apparaten waren toen nog niet toegestaan en Middelink monteerde heel slim een achterwiel met aan weerszijden een pignon, zoals die net voor de oorlog ook in de Tour de France gebruikt werden. Toen de groep na uren tegenwind bij Alkmaar weer terugdraaide in de richting van Zaandam en het windje aangenaam in de rug blies, stapte Middelink af, draaide zijn wiel en kon ineens veel groter trappen dan de concurrentie. Enkele uren later werd hij als winnaar gehuldigd. Lang is hij geen wielrenner gebleven, want hij had een gezin te onderhouden. Hij zat als technicus in de bandenhandel en hij had een patent op zijn naam staan op het gebied van vulcaniseren. Dat verkocht hij aan het bandenfabriekje Radium en hij trad er in dienst als vertegenwoordiger. Met een auto van de zaak, wat in die tijd nog heel uitzonderlijk was. In het weekend ging hij met het VW kevertje in de koers renners begeleiden van zijn club ASC Olympia en hij werd de man achter Olympia’s Tour. In 1961 werd hij door de KNWU aangesteld – hij werkte toen al bij Vredestein – als bondscoach van de wegrenners. Toen bleek zijn grote pedagogische vakmanschap, want hij werd in de jaren die volgden de grote man achter een hele lichting renners, die in de jaren zestig en zeventig een generatie topcoureurs voortbracht en daar zaten renners tussen die het als prof tot de wereldtop hebben gebracht. Zeg maar de generatie Zoetemelk, Kuiper, Raas en Knetemann. Middelink werkte vol overgave en met inzet van zijn hele gezin aan die taak en hij heeft intens genoten van de vele successen die hij met zijn jongens behaalde. Hij was een wielerdier, zoals ze heden ten dage niet meer bestaan. (Foto: archief T&T Tekst & Traffic)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 20 juli 2007 22:00

Piet DAMEN (1934, Nederland)

De Vredeskoers is een wielerwedstrijd die, in de tijd toen Europa in tweeën werd gedeeld door een symbolisch ijzeren gordijn, in het Oostblok gold als de socialistische tegenhanger van de kapitalistische Tour de France. Er mochten dan ook alleen amateurs aan meedoen. Het was en is, want de Vredeskoers bestaat nog steeds maar heeft behoorlijk wat imago ingeleverd, een loodzware koers en de vergelijking is daarom niet overdreven. De ronde wordt vanaf 1948 georganiseerd en het verbindt de hoofdsteden van de voormalige oostbloklanden, DDR en Tsjecho-Slowakije, met die van Polen. De koers werd dan ook wel Warschau-Berlijn-Praag genoemd. In al die jaren heeft slechts eenmaal een Nederlander gewonnen en dat was de Brabander Piet Damen. Het werd zijn belangrijkste overwinning, want Pietje heeft er een modale profloopbaan op laten volgen. Hij barstte van het talent, maar hij had de tijd niet mee. Nederland was anno 1958 maar een middelmatige wielernatie en de grote tijd van Van Est, Wagtmans en Voorting liep op z’n einde. Na zijn overwinning in de Vredeskoers werd de 24-jarige Lieshoutenaar direct gecontracteerd voor de Tour de France-ploeg. Dat was een gecombineerde ploeg van zes Nederlanders en vier Luxemburgers. Dat zou voor de ontwikkeling van Damen niet verkeerd zijn geweest als een van die groothertogdommers geen Charly Gaul had geheten. Dat was een van de beste ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 19 juli 2007 22:00

Jean MALLEJAC (1929, overleden 26.09.2000, Frankrijk)

Deze Breton was een knappe renner die in 1953 tweede werd in de Tour de France. Achter een ongenaakbare Louison Bobet die dat jaar de eerste van zijn drie Touroverwinningen realiseerde. Een jaar later werd Mallejac vijfde. Behoudens uitslagen in de grote rondes – hij reed ook de Giro en de Vuelta – is er niet veel van hem bekend, want hij brak geen potten in de klassiekers. Hij was een echte ronderenner die naam maakte als jachtrijder en sterk daler. In het klimmen was hij geen bijzonder talent, maar met moedig dalen kon hij de opgelopen achterstanden meestal weer goedmaken. Iemand die ooit tweede was in de Tour, dient natuurlijk niet vergeten te worden. Maar Mallejac was geen opvallend coureur en het gevaar dat hij na zijn wielercarrière, die in 1958 eindigde, niet lang in de harten van de Fransen zou voortleven was zeer groot. Maar iedereen weet nog steeds wie hij is. In Nederland noemden wij hem Malle Sjaak, nadat hij 1955 bij de beklimming van de Mont Ventoux van zijn fiets was gevallen en levenloos bleef liggen. Nou ja levenloos, hij was wel bewusteloos maar hij schokte hevig met zijn ledematen en het schuim stond hem op de mond. Ik zie de beelden in het Polygoon Journaal nog voor me. De renners wisten wel wat er ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 18 juli 2007 22:00

Gino BARTALI (1914, overleden 04.05.2000, Italië)

In de jaren vijftig was Gino Bartali een beroemdheid. Zijn naam spraken wij wieler- minnende jongetjes uit met de klemtoom op de tweede lettergreep. Later begreep ik dat het de eerste behoorde te zijn. Net als zijn bijnaam van toen. Ielvetsjio, zeiden we fonetisch voor Il Vecchio, wat ‚de oude’ betekent. En oud was hij, toen hij in 1952 door Jan Nolten werd vernederd op de Puy de Dôme en op zijn 38e verjaardag in 1953 door Wout Wagtmans en Gerrit Voorting toen hij nog graag een keertje wilde winnen. Persoonlijk had ik het hem wel gegund. Maar ja, ik ging daar niet over en Woutje en Gerrit deden niet aan sentimenten. Ik zou het hem gegund hebben omdat de oude Gino al vanaf 1935 professioneel in het zadel zat en twee keer de Tour de France had gewonnen en nog veel en veel meer. Hoeveel hij nog tussen 1940 en 1947 gewonnen zou hebben als de oorlog er niet was geweest, weet geen mens en dat is ook niet relevant. Er was wel oorlog en dat heeft zijn palmares natuurlijk geweldig beïnvloed. Maar ook die van zijn concurrenten met de legendarische Fausto Coppi voorop. Ze verdeelden heel Italië in twee kampen en de Bartalisten en de Coppisten gingen veelvuldig met elkaar op de vuist. Zinloos geweld, avant la lettre. Het mooiste verhaal over Gino Bartali betreft zijn Touroverwinning in 1948, waarmee volgens de overlevering in Italië een revolutie is voorkomen. De communisten onder aanvoering van Palmiro Togliatti stonden op het punt in Italië de macht te grijpen, maar het volk dat op de barricaden moest, werd teveel in beslag genomen door de prestaties van Bartali, om gewapend met hamer en sikkel de macht aan de bolsjewieken over te dragen. Omdat het idool een zeer gelovig man – Gino de Vrome – was, keerde het vertrouwen in de christelijke politici terug en was het land gered. Benjo Maso heeft enkele jaren geleden een mooi boek over deze kwestie geschreven. Het laatste wat ik van Bartali gezien heb was het TV-interview dat Wilfried de Jong aan het eind van de jaren negentig met hem had voor het programma Sportpaleis De Jong. Daarin zat altijd dat mooie item met de massagetafel. De Jong, brutaal als de beul, kreeg het voor elkaar dat de oude wat broos geworden man – hij moet toen rond de 85 jaar zijn geweest - in zijn onderbroek op die tafel ging liggen om zijn vele littekens en door fracturen vergroeide ledematen aan de Nederlandse kijkers te tonen. Als een generaal die al zijn gewonnen veldslagen beschrijft, zo lag hij daar. Wonderschone televisie. (Foto: archief Sport-Express)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 17 juli 2007 22:00

Leif HOSTE (1977, België)

Deze Kortrijkenaar is geparenteerd aan het wielergeslacht der Malfaits, maar met de snelle finisher Frank Hoste uit de jaren tachtig deelt hij slechts de achternaam. Leif heeft echter geen familieleden nodig om enige bekendheid te verwerven, want dat lukt hem op eigen kracht uitstekend. Hij is een begenadigd keienvreter, zoals ik de specialisten van de voorjaarsklassiekers graag noem. Niet dat er al één op zijn naam staat, want hij is als de jager die de geprepareerde koppen van tal trofeeën aan de muur heeft hangen, maar het edelhert nog steeds niet heeft geschoten. De eeuwige tweede heb ik hem nog niet horen noemen, maar dat gaat zeker gebeuren als hem een hoofdprijs blijft ontgaan. In 2003 tweede in Kuurne en het Belgisch kampioenschap tijdrijden (in 2001 was hij overigens eerste) en in 2004 tweede in de Ronde van Vlaanderen. Na zijn overgang naar Discovery moest hij een jaartje wennen, maar in 2006 kwam er succes. Hij won twee etappes en de hoofdprijs van de Driedaagse van De Panne en hij werd wederom Belgisch kampioen tijdrijden. Maar het edelhert ontkwam toch weer op het laatste moment, want zowel in Vlaanderen als Roubaix was het een tweede plaats. Ook in Kuurne greep hij weer net mis. Het is om moedeloos van te worden. In 2007 keerde hij terug naar een Belgische omgeving door een contract te tekenen bij Predictor Lotto. Hij werd wederom tweede in de Roende van Vlaondern achter een superieure Ballan (op de foto samen) en hij heeft dit jaar meer pech dan hij kan gebruiken. Maar zijn supporters hebben het vertrouwen nog niet verloren, getuige dit gedicht van Marein Baas:

Leif Hoste is niet meer gewoon
Leif Hoste is een godenzoon
Leif Hoste hoeft geen stoel van goud
Leif Hoste heeft een fiets als troon

Leif Hoste dat is een kassei
Leif Hoste is de man voor mij
Leif Hoste ziet geen peleton
Leif Hoste rijdt ze zo voorbij

Leif Hoste heeft het mooiste lichaam
Leif Hoste heeft de mooiste vrouw
Denk ook na Pasen aan Leif Hoste
Leif Hoste stierf ook voor jou

Leif Hoste is de generaal
Leif Hoste pakt ze allemaal
Leif Hoste is een kettingkast
Leif Hoste is imperiaal.

Met zulke supporters moet het een keer lukken! (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 16 juli 2007 22:00

Miguel INDURAIN LARRAYA (1964, Spanje)

Tussen 1991 en 1995 regeerde Don Miguel in de Tour de France. Er wordt op die jaren teruggekeken als een periode van grote saaiheid en Indurain zelf wordt qua uitstraling vergeleken met een blinde muur of een betonnen paal. Niet erg vleiend voor een renner die zich in 1995 schaarde in het rijtje van de superkampioenen die vijf keer de Tour de France op hun naam schreven. Maar het aanzien van vedettes heeft ook iets te maken met de tegenstanders waarmee ze moesten afrekenen en wat dat betreft was Indurain een beetje een eenoog in het land der blinden. Met alle respect zijn coureurs als Bugno, Chiapucci, Rominger, Jakula, Ugrumov, Zülle en Riis als ronderenner niet te vergelijken met de renners waar Anquetil (Poulidor, Gaul en Bahamontes), Merckx (Zoetemelk, Van Impe en Ocaña) en Hinault (Zoetemelk, Fignon en LeMond) mee hadden af te rekenen. De enige zwaargewicht (figuurlijk dan) waar Indurain mee op het podium heeft gestaan, was in 1994 Marco Pantani (toen derde). Maar Marco zou in de jaren daarna nog in de breedte groeien en de complete renner worden die in 1998 de Tour ook zou winnen. Dat wil allemaal niet zeggen dat Indurain geen groot renner is geweest. Als tijdrijder kon hij verschrikkelijk uithalen en in het hooggebergte gigantisch aanklampen. En hij was natuurlijk een prachtige atleet om te zien. Er was overigens nog een verschil met zijn drie voorgangers. Die begonnen alle drie als vedette aan hun eerste Tour, terwijl Indurain als knecht debuteerde en dat jarenlang deed. Pas na het afscheid van Delgado kreeg hij de kans zijn talenten te tonen. Hij won overigens ook twee keer de Giro, terwijl hij zich in zijn grote tijd nooit in de Vuelta liet zien. Maar het grote manco van Indurain was zijn gebrek aan charisma. Nooit zei hij waar het op stond en nooit toonde hij zich de leider, die zijn bijnaam El Rey moest waarmaken. Miguel de Zwijger paste veel beter bij hem, maar persoonlijk zou ik er Miguel de Bescheidene van maken. En bescheiden is hij, want hij laat zich nog maar zelden zien. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 15 juli 2007 22:00

Jostein Willmann (1953, Noorwegen)
Noorwegen is geen land van wielrenners. Uit Noorwegen komen schaatsers, skiërs en langlaufers. En verder veel olie van het continentale plat waar de Noren schathemeltjerijk van zijn geworden, nog rijker als wij van ons aardgas. En wielrenners? Een paar. Thor Hushovd is natuurlijk een grote, die in de Tour altijd voor publiciteit zorgt. En verder was er Dag-Otto Lauritzen die in de jaren tachtig een opvallend coureur was die o.a. de Henninger Turm won. Hushovd en Lauritzen zijn geen ronderenners en Jostein Wilmann was dat wel. Hij werd laat prof deze uit Viggja stammende Noor. Hij was 27 toen hij debuteerde bij de Duitse Puch-formatie. Het was het laatste jaar van deze ploeg en Wilmann transfereerde naar Capri-Sonne, een mooie formatie, onder leiding van Walter Godefroot, die maar twee jaar bestaan heeft. Wilmann was een coureur voor het kleine rondewerk en als goede klimmer bracht hij in 1982 zowel de Ronde van Romandië als de Catalaanse Week op zijn naam. Hij debuteerde in 1980 in de Tour de France met een 14e plaats, maar een jaar later ... 
Geplaatst door Fred van Slogteren, 14 juli 2007 22:00

« Vorige 1 2 3  ... 646 647 648 649 650 651 652 653 654 655 656  ... 695 696 697 Volgende »