Lucien GILLEN (1928, Luxemburg)

Tot de ontgroeningspraktijken voor schoolverlaters in het bedrijfsleven behoorde vroeger de opdracht om de map van de Zwitserse marine te gaan halen. Het had ook de lijst met Luxemburgse wielerbanen kunnen zijn. Zwitserland heeft geen marine voor zo ver ik weet en Luxemburg geen wielerbaan. Nooit gehad ook, vermoed ik, maar toch bracht het kleine land in de jaren vijftig een van de beste pistiers van die tijd voort. Lucien (roepnaam Lull, uit te spreken als loel) Gillen was een zwierige alleskunner die zowel op de weg als op de baan nationale titels behaalde. Zo won hij op de weg de Ronde van Picardië en verbeterde hij ooit het wereldrecord over vijf kilometer op overdekte banen. Maar hij was op zijn best in de zesdaagsen, vaak samen met de Italiaan Ferdinando Terruzzi. Ze bonden op spectaculaire wijze de strijd aan met de grote koppels van toen, als Van Steenbergen-Severijns, Schulte-Peters, Carrara-Forlini en Strom-Arnold. Gillen startte in 141 zesdaagsen en hij won er tien. De Luxemburger kwam uit een ander milieu dan de meeste andere wielrenners van toen. Hij was een erudiete man die financiële economie had gestudeerd, maar die zijn liefde voor de fiets niet kon negeren. Als renner was het een absolute vakman en een goede collega. Dat vertelde Peter Post mij die in het winterseizoen 1959/’60 met Gillen de zesdaagse van Munster won. Post herinnert zich de Luxemburger als een echte gentleman. Nooit schreeuwen, nooit vloeken, rustig en beschaafd zijn eigen gang gaan. Een man met stijl en opvoeding. Hij had een fijn gevoel voor humor en met zijn droge opmerkingen kon hij iedereen aan het lachen krijgen. Na zijn carrière ging hij het bankwezen in en hij schopte het ver in de omvangrijke wereld van de Luxemburgse financiële dienstverlening. Hij liet zich nog wel eens zien bij de ronde van zijn land maar verder was het wielrennen verleden tijd. Begrijpelijk als je 141 zesdaagsen hebt gereden. Dat is meer dan 20 duizend uur buffelen. (Foto: srchief Wim van Eyle)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 7 oktober 2006 0:00

Jo MAAS (1954, Nederland)

Deze Limburgse renner was een klasbak die net zo snel verdween als hij was opgekomen. Hij was redelijk onbekend toen hij in 1979 in de Tour debuteerde als lid van die sympathieke DAF-ploeg. In de tiende etappe zat hij in de beslissende ontsnapping met Ludo Peeters en Pol Verschuere. In dat gezelschap dichtte ik hem geen kansen toe, maar hij wist kort voor het einde weg te komen en hij won. Hij stond direct hoog in het klassement, maar een dag later raakte hij, in kansrijke positie voor een topklassering, betrokken bij een valpartij. Daarbij kneusde de in Eysden geboren Maas zijn pols en hij verloor die dag meer dan tien minuten. Weg klassement. Zo leek het althans, maar hij bleef goed presteren en hij eindigde als zevende in Parijs. Een fantastische prestatie voor een debutant. Door een voedselvergiftiging in de aanloop naar de Tour kon hij een jaar later zijn prestatie niet herhalen, laat staan verbeteren. Peter Post haalde hem vervolgens naar Raleigh, destijds de uitverkoren formatie voor een talentvol wielrenner. In de roodgeelzwarte kleuren ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 6 oktober 2006 0:00

Joseph BRUYÈRE (1948, België)

Ik heb op deze weblog al vaker geschreven dat het veel voorkomt dat kopmannen de ontwikkeling van kopmannen in spe blokkeren. Dat was ook het geval bij Joseph Bruyère. Een halve Nederlander, want de moeder van deze Waal is een echte Maastrichtse. Hij reed het grootste deel van zijn tienjarig profbestaan in de ploeg van Eddy Merckx. Hij had veel klasse en was daarnaast een toegewijd helper. Beide eigenschappen is niet aan Merckx ontgaan en die zorgde er persoonlijk voor dat Bruyère zo nu en dan een koers kon winnen die bij zijn klasse paste. Zoals twee maal de Omloop Het Volk en een keer Luik-Bastenaken-Luik. Maar in 1977 kwam de sleet op Merckx, want twaalf jaar beulen begonnen hun tol te eisen. Eind 1977 liep het contract met sponsor Fiat af en Merckx merkte voor het eerst dat de geldschieters niet meer voor hem in de rij stonden. Pas vlak voor de aanvang van het seizoen 1978 kwam hij rond met confectiegigant C&A en vol goede moed werd aan het seizoen begonnen. Maar in het voorjaar kwamen de C&A’ers er niet aan te pas en Merckx zelf al helemaal niet. Na Luik-Bastenaken-Luik ging de zon weer een beetje schijnen toen Bruyère zijn uitzonderlijke klasse demonstreerde en met overmacht La Doyenne voor de tweede maal op zijn naam schreef. Maar nu op eigen klasse en niet met de hulp van Merckx. Op de Stockeu demarreerde Michel Pollentier en alleen Bruyère kon volgen. Ze pakten ruim een minuut op een sterke groep achtervolgers en op de Redoute besliste Bruyère de koers door met enkele felle pedaalstoten Pollentier van zich af te schudden. Daarna ontspon zich achter hem een gigantisch machtsspel met Moser, Kuiper, Thurau en Vanspringel als toonzetters. Ze liepen wel iets in op de ontketende Bruyère, maar niet genoeg om hem in zicht te krijgen. Een maand later kondigde Merckx per direct zijn afscheid aan en C&A trok zich al na een jaar uit de wielersport terug. Bruyère bolde nog twee jaar uit in de Flandria-ploeg en in zijn laatste jaar won hij voor de derde maal de Omloop Het Volk. Hij wordt vandaag 58. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 5 oktober 2006 0:00

Maurice DE MUER (1921, Frankrijk)

Ik ken hem hoofdzakelijk uit de verhalen van Jan Janssen. Jan is nog altijd idolaat van zijn vroegere ploegleider die van 1963 tot en met 1971 zijn baas was. De Muer werd in 1943 beroepsrenner. Geen gelukkige tijd om prof te worden, lijkt me. Ik weet daarom niet zo goed welke waarde ik moet toekennen aan zijn zege in 1944 in Paris-Camembert, een koers die in de jaren vijftig ook eens door Arie den Hartog is gewonnen. In ieder geval heeft De Noord-Fransman toch de beroemdheid gehaald, zij het niet als renner maar als ploegleider. Volgens Janssen de beste van zijn tijd. Een geslepen baasje, die in tegenstelling tot tijdgenoten als Pellenaars en Driessens niet van een harde aanpak uitging, maar van een psychologische. Hij liet renners altijd in hun waarde, maar wist ze op een speciale manier te prikkelen waardoor ze tot grootse prestaties kwamen. Toen in 1968 bierbrouwer Pelforth zich uit de wielrennerij terugtrok omdat reclame maken voor alcoholica in Frankrijk verboden werd, kreeg De Muer met zijn hele ploeg onderdak bij BIC, de sterkste Franse ploeg van dat moment. Daar werd hij tweede ploegleider achter Raymond Louviot. Die verongelukte kort daarna en zo werd De Muer de eerste man. Janssen was toen al in zijn nadagen en daarom focuste De Muer (samen met Janssen op de foto ter gelegenheid van zijn 80e verjaardag) zich helemaal op Luis Ocaña. Die won de Tour van 1973 en zo kwam De Muer alsnog met een Tourwinnaar thuis, want Jan Janssen behaalde zijn zege in een jaar dat de oude landenformule weer van stal was gehaald en De Muer zijn belangrijkste troef moest afstaan. Maurice De Muer wordt vandaag 85 jaar. Hij woont teruggetrokken in Seillans in de buurt van Marseille. De wereld hoort nog maar zelden van hem, maar zoals Jan Janssen het gisteren uitdrukte: „Dat is normaal, want op die leeftijd kunnen mensen elke dag omvallen.“ (Foto: © Bruno Bade)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 4 oktober 2006 0:00

Arthur DE CABOOTER (1936, België)

Hij is nog van voor het televisietijdperk. Arthur – zeg maar Tuur – De Cabooter. Een grofgebouwde ijzersterke coureur, gezegend met een messcherp eindschot. In zijn tijd kocht ik regelmatig een Belgisch sportblad waarvan ik de naam ben vergeten. Dat deed ik het liefst in het voorjaar, want dan stonden er veel foto’s in van de Vlaamse koersen die in februari en maart waren verreden. Ik maakte zo kennis met piepjonge amateurs die later beroemde profs werden. Zoals Fredje De Bruyne, Martin Van Geneugden, Richard Van Genechten, Walter Godefroot, de twee Gilberts en Manten Desmet, Noël Foré en natuurlijk ook Tuur. Besmeurde rennerskoppen in zwart/wit waarin het lijden diepe groeven had getrokken. Jongens van rond de twintig leken op mannen van veertig en ouder. En daar tussen zag ik voor het eerst de brede kop van Tuur. Hij had toen de Ronde van Vlaanderen voor amateurs gewonnen en hij was er dolblij mee. Hij won die koers ook als onafhankelijke en als kroon op het werk ook als prof. Dan brak een gulle lach door het moddermasker heen, want de Ronde van Vlaanderen werd in die tijd uitsluitend in pokkeweer gereden. Hoe de organisatoren dat flikten is me een raadsel, maar het lukte ze keer op keer. En Tuur reed altijd van voren in die ronde, evenals in Parijs-Robaix. Maar hij kon meer. In de Tour was hij meestal niet gelukkig, maar in de Vuelta kon hij aardig uit de voeten. Hij won er etappes en in 1960 het puntenklassement. De zwager – in Vlaanderen zeggen ze schoonbroer – van Walter Godefroot was razend populair en toen hij twee jaar achtereen niet werd geselecteerd voor het WK, omdat Rik Van Looy hem er niet bij wilde hebben, kwamen duizenden mensen op de been om bij de Belgische Wieler Bond te demonstreren tegen zo veel onrecht. Tuur wordt vandaag 70 jaar en dat is een mooie gelegenheid om even aan hem te denken. Als het monument van de Vlaamse drek, waarvan de laatste sporen wellicht nog in zijn ooghoeken te zien zijn.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 3 oktober 2006 0:00

Learco GUERRA (1902, overleden 07.02.1963, Italië)

Learco Guerra is een van de grootste renners uit de Italiaanse geschiedenis. Hij was met name een formidabele tijdrijder geweest met een enorm duurvermogen. Om die eigenschap werd hij de menselijke locomotief (la Locomotiva umana) genoemd. Een proeve van ultieme bekwaamheid legde hij af in het WK op de weg in 1931 in Kopenhagen. Dat werd toen als een tijdrit verreden en de Italiaan won met overmacht. Nummer twee (de Fransman Ferdinand Le Drogo) eindigde met 4 minuut 38 achterstand. Guerra bracht twee grote klassiekers op zijn naam, Milaan-San Remo en de Ronde van Lombardije. Het meeste succes behaalde hij echter in het grote rondewerk. Hij won de Giro in 1934 en was twee keer tweede in de Tour. In deze twee rondritten won hij totaal 38 etappes. Hij was ook nog zes keer kampioen van zijn land. In zijn nadagen waagde hij zich nog achter de grote motoren, maar daarin was hij niet succesvol. Een minpuntje op zijn blazoen was het feit dat hij zich in de jaren dertig voor het propagandakarretje van de Italiaanse fascisten, onder leiding van Benito Mussolini, liet spannen. Hij nam er niet actief aan deel, maar hij liet het zich wel welgevallen terwijl hij de status en het overwicht had om zich tegen die fascistenkliek af te zetten. We zullen het er maar op houden dat hij a-politiek was en zijn naam wordt tot op de dag van vandaag in Italië met veel respect uitgesproken. Na de oorlog was hij enige tijd ploegleider van onder meer grote mannen als Hugo Koblet en Charly Gaul. Rond 1960 kreeg Guerra de ziekte van Parkinson en na zijn dood werd er in Mantua een museum voor hem ingericht.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 2 oktober 2006 0:00

Wilfried PEFFGEN (1942, Duitsland)

Na een korte carrière als handballer en voetballer werd de Keulenaar op zijn zestiende wielrenner. Hij had talent en hij werd direct Duits wegkampioen bij de junioren. Zes jaar later werd hij het ook bij de amateurs. Hij werd daarna een echte Radprofi, bij wie het verdienen van geld voorop stond. Hij startte vier keer in de Tour de France. In 1967 maakte hij bijna een doodsmak door een overstekend hondje, maar de andere drie keer reed hij de ronde uit. In de middenmoot. In de Vuelta was hij succesvoller. In 1968 werd hij 22e in de eindstand en won hij een etappe. In 1972 werd hij Duits kampioen op de weg en in diezelfde periode ging hij zich steeds meer toeleggen op de baan. Zesdaagsen en koppelkoersen werden zijn specialiteit. Hij was er goed in. Hij startte in 188 zesdaagsen en hij won er zestien. Meestal met zijn landgenoot Albert Fritz als koppelgenoot. Maar het meeste succes behaalde Peffgen als stayer. Achter de grote motor van entraineur Dieter Durst werd hij drie keer wereldkampioen en vijf keer Europees kampioen. Hij stopte in 1982 met wielrennen en hij begon een rijwielzaak in Keulen. Daar is hij nog steeds druk mee, maar in de winter laat hij de zaak toch een aantal weken aan zijn vrouw over om als wedstrijdleider de Zesdaagse van Dortmund te runnen. Dat doet hij al vele jaren en de speaker hoeft zijn naam maar te noemen om aan het publiek een ovationeel applaus te ontlokken. Wilfried Peffgen ist nie vergessen.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 1 oktober 2006 0:00

Jean-Paul VAN POPPEL (1962, Nederland)

Jean-Paul is de beste wegsprinter die we in Nederland hebben gehad. Qua snelheid zal Jeroen Blijlevens niet veel voor hem onder hebben gedaan, maar Van Poppel had veel meer killersinstinct en was mentaal veel minder kwetsbaar dan de kleine Brabander. Zijn wapen heeft hij vooral uitgespeeld in het rondewerk. Negen etappes in de Tour, negen in de Vuelta en vier in de Giro. En dan nog vele sprintzeges in kleine rittenkoersen. Hij heeft er zelfs een gewonnen. Dat was de Ster van Bessèges in 1994. In het eendagswerk was hij minder succesvol. De Scheldeprijs en Veenendaal-Veenendaal staan op zijn palmares, maar een klassieker ontbreekt. Gent-Wevelgem had zeker binnen zijn mogelijkheden gelegen, maar dan moet je een beetje geluk hebben, want niet iedere G-W eindigt in een massaspurt. Zijn grootste succes is ongetwijfeld het winnen van het puntenklassement in de Tour de France van 1987 geweest. Hij reed toen in de Superconfex-ploeg van Jan Raas en die was geheel om hem heen gebouwd. Een klassementsrenner had Raas niet, maar wel tempobeulen als Maarten Ducrot, Gert Jakobs, Jelle Nijdam, Ludo Peeters en Gerrit Solleveld. Of die het ook zo leuk vonden om iedere dag als een menselijke trein te fungeren, betwijfel ik, want het waren renners die zelf ook wel iets konden. Na zijn carrière ging Van Poppel zich met coaching bezighouden. Hij was vooral actief in het vrouwenpeloton en hij werd er verliefd op Mirjam Melchers met wie hij nog maar kort geleden trouwde. En om nog even in de familiesfeer te blijven, zoon Boy werd in februari wereldkampioen bij de junioren in het veldrijden. De Poppeltjes blijven in het nieuws. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 30 september 2006 0:00

Felice GIMONDI (1942, Italië)

Ik kan me die Tour van 1965 nog heel goed herinneren. Jacques Anquetil die ‘m al vijf keer gewonnen had was niet van de partij en Raymond Poulidor was daarom huizenhoog favoriet. En wat heel bijzonder was, Nederland had dat jaar vier kopmannen in de strijd. Althans in mijn eigen optiek en die van sommige kranten. Jan Janssen werd als kopman van de Pelforth-ploeg grote kansen toegedicht, ondanks het feit dat hij een paar dagen voor de start bij een keuring te horen kreeg dat hij een ernstige hartkwaal had en verder fietsen zeer onverstandig zou zijn. Die arts had nog nooit het hart van een topwielrenner onderzocht en die schrok zich te pletter van het paardenhart van Jan. Ook Arie den Hartog, Cees Haast en de debuterende Peter Post werden in staat geacht een hoge klassering te bereiken. Janssen was de enige die aan de verwachtingen voldeed met een negende plaats in het eindklassement. De andere drie vielen roemloos uit. En ook Poupou redde het niet, want er was plots een nieuwe ster aan het firmament verschenen. Een pas 22-jarige Italiaan. Hij maakte deel uit van de Italiaanse Salvarini-ploeg met daarin mannen als Vittorio Adorni en Arnaldo Pambianco. Maar al in de derde etappe van Roubaix naar Rouen zegevierde Felice Gimondi en hij pakte de gele trui. Ze wisten wel wie hij was, want een jaar eerder had hij de Tour de l’Avenir gewonnen. Door slim te koersen sprokkelde hij nog wat tijdwinst bij elkaar en in de bergen hield hij stand en hij won ook nog de klimtijdrit in de buurt van Aix les Bains voor Poulidor en Pingeon. Zo won hij de Tour van 1965 en ook nog drie keer de Giro en een keer de Vuelta. Hij won ook zes klassiekers en hij was wereldkampioen, alsmede een aimabel mens. Na zijn carrière werd hij een gefortuneerd zakenman en hij is al jaren ambassadeur van het vermaarde fietsenmerk Bianchi. Daar heeft hij bijna zijn hele carrière op gereden, behalve in het jaar van zijn grootste overwinning. De materiaalsponsor van Salvarini was namelijk het merk Fiorenzo Magni. Gimondi wordt nog regelmatig geïnterviewd en dan staat er altijd in dat hij het prototype is van een gentleman. Een heer van stand, want hij woont net als Heer Bommel in een kasteel. Niet in Rommeldam, maar in Bergamo. (Foto: archief Wim van Eyle)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 29 september 2006 0:00

Guido DE ROSSO (1940, Italië)

In de periode dat deze coureur actief was, kwamen Italiaanse renners nauwelijks hun land uit. Er was in Italië genoeg te verdienen. Pas door het instellen van allerlei internationale klassementen – zoals de wereldbeker – werden de Italianen, en ook de Spanjaarden, gedwongen over de grens te gaan. De vandaag 66 jaar wordende Guido De Rosso – betekent gewoon De Rooij - was geen uitzondering. Zijn palmares vermeldt een hele waslijst met overwinningen en ereplaatsen in Italiaanse koersen. Hij was wel de eerste winnaar van de Tour de l’Avenir, een wedstrijd die in 1961 door de organisatie van de Tour de France voor het eerst werd gehouden. Jonge amateurs en onafhankelijken kregen de kans om in een soort verkorte Tour ervaring op te doen in het grote werk. Beide rondes werden parallel verreden. De toekomstronde begon altijd een week later dan de echte Tour. De resterende etappes werden op dezelfde dag verreden als die van de grote Tour, maar waren meestal korter. Het publiek in de finishplaatsen zag dan twee aankomsten. Toen daar later ook nog de Tour Féminin aan werd toegevoegd werd het een beetje teveel van het goede en kregen de drie evenementen een eigen plaats op de wielerkalender. De Rosso was dus lang geleden de eerste winnaar voor de Spanjaard Gabica en de Belg Van d’Huynslager. Jan Janssen werd negende. Guido De Rosso was vooral een sterke klimmer die zijn successen dan ook voornamelijk bergop heeft behaald. Hij won ook de Ronde van Romandië en hij was een keer derde en een keer vierde in de Giro. In de Tour van 1965 werd hij zevende. Meer zat er niet in, want hij was slechts knecht van Gianni Motta en die werd derde. De Rosso bleef tot 1969 fietsen maar de laatste jaren zaten er geen successen meer in.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 28 september 2006 0:00

« Vorige 1 2 3  ... 648 649 650 651 652 653 654 655 656 657 658  ... 669 670 671 Volgende »