ad ad ad ad
Deel 3 is uit

“Wielrennen is belangrijk voor me. Het is een groot deel van mijn leven, nog steeds. Eén dag niet gefietst, één dag niet geleefd, zo’n type ben ik. Toch ben ik een keer in mijn leven met mijn neus op de feiten gedrukt en ik weet sindsdien dat ik niet belangrijk ben, het wielrennen niet belangrijk is en dat het aandeel in de geschiedenis van zelfs de Coppi’s, de Merckxen en de Armstrongs van deze wereld niet meer is dan een zandkorrel in de Sahara. In 1966 sloot ik mijn amateurcarrière af met winst in Olympia’s Tour, het roodwitblauw van een Nederlandse titel en twee klassiekers. Genoeg getuigschriften om de overstap naar de profs te maken, zeker als je bij dezelfde vertrouwde sponsor kunt blijven, in mijn geval Caballero onder de hoede van een vakman als Gé Peters. Ik maakte kennis met de grote koersen als de Ronde van Vlaanderen, Parijs-Roubaix, Parijs-Tours, de Amstel Gold Race en het Kampioenschap van Zürich. Ik brak nog geen potten, maar ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 5 september 2010 12:00

“Naar aanleiding van mijn stukje van vorige week, kreeg ik enkele reacties die er op neerkwamen dat renners wel over doping praten, maar alleen als het om andere renners gaat. ‘Jij hebt toch ook een smetje achter je naam, Jan?’, kreeg ik te horen. Dat is waar en hoewel al 44 jaar geleden zijn er altijd mensen die zich dat nog herinneren. Daarom nu maar eens schoon schip gemaakt en hierbij mijn bekentenis met twee vingers in de lucht. Ik heb nooit doping gebruikt, maar ik heb in dat verband het wel eens op een akkoordje gegooid met de KNWU en daar heb ik nu nog spijt van. Het zat zo. Na het door mij behaalde Nederlandse kampioenschap bij de amateurs in 1966, moest ik met enkele andere renners naar de dopingcontrole in een speciaal daarvoor ingerichte tent onder toezicht van Dr. Baert. Wat mij betreft verliep het ritueel vlotjes en dat gold ook voor de anderen, met uitzondering van twee renners die er - ook na het drinken van liters water – niet in slaagden een plasje te produceren. Ze hadden wel aandrang, maar ze kregen er geen druppel uit omdat de ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 29 augustus 2010 12:00

“Jaarlijks maak ik met een groep sportvrienden een toertje door Frankrijk. Ik kan daar helemaal mezelf zijn, want het zijn allemaal ouwe knakkers, waarvan er enkele hun sporen als sportman ruimschoots hebben verdiend, maar wel in een soms ver verleden. Zo was Arie Eriks (foto links) ooit een heel goede schaatser en Hans Bakker (foto rechts), een destijds bekende hardloper en zo zit er nog meer vergane glorie in dat kluppie. Tijdens een van onze ritten door het departement Drôme, dat deel uitmaakt van de regio Rhône-Alpes, moesten we de Col de Rousset beklimmen. Op dit, in de brandende zon gelegen martelwerktuig voltrok zich die middag een ware veldslag, want hoe ouder hoe gekker. Na het onderlinge gevecht, waarin iedereen overigens zijn plaats kent in de pikorde, besloten wij op de top bij het aldaar gelegen restaurantje wat te eten om tijdens de maaltijd onze sterkste verhalen weer eens op te poetsen voor we aangesterkt richting volgende col zouden gaan. In ons clubje is Hans een van de betere klimmers en daar laat hij zich graag op voorstaan. Zo schepte hij boven op de ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 8 augustus 2010 12:00

“Iedere woensdagavond vonden er in de jaren zestig op de baan van het Olympisch Stadion wedstrijden plaats, die populaires werden genoemd. Renners in alle categorieën, van nieuwelingen tot profs, konden in diverse baandisciplines hun kunsten vertonen en het sluitstuk van de avond was altijd een wedstrijd achter grote motoren. ‘MOTOREN IN DE BAAN!’, riep stadionspeaker Willem Steenbergen dan, waarna de als buitenaardse wezens verklede gangmakers op hun brullende monsters in een gelote volgorde rondjes gingen rijden in afwachting van de bij de startlijn opgestelde renners die elk achter zo’n motor moesten aansluiten. Die renners, het waren er altijd maar een stuk of zes tot acht, droegen merkwaardige pothelmen en zaten op een vreemd ogende fiets. Die had een klein voorwiel, een voorvork die achterstevoren stond en een gigantisch vast verzet. In de eerste honderden meters kregen ze die enorme plaat maar nauwelijks rond, maar eenmaal achter de motor en uit de wind werden snelheden bereikt van zo’n 80 kilometer per uur. Het publiek vond het ...

... Lees meer
Geplaatst door Fred van Slogteren, 1 augustus 2010 12:00

“Vorige week heb ik jullie beloofd het verhaal te vertellen van het bronzen wandbord, de gewonnen trofee die me het dierbaarst is van alle onderscheidingen die ik in mijn wielercarrière heb gewonnen. In 1965 werd ik met een andere renner uitgenodigd om in het Duitse Wuppertal aan een koers deel te nemen. Met het vooruitzicht op een riante reisvergoeding en gratis logies bij particulieren hoefden we niet lang na te denken en gaven we ons jawoord. We werden ondergebracht bij een kunstenaar. Toen we voor zijn hek stonden waren we echt onder de indruk. Op een flinke lap grond stond een ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 25 juli 2010 14:00


Warning: mysql_num_rows() expects parameter 1 to be resource, boolean given in /home/dhost1191/domains/slogblog.nl/public_html/old_images.php on line 13

“Onze benedenburen hadden als enigen in ons woonblok telefoon en ze hadden er geen bezwaar tegen dat men mij via hun nummer kon bereiken. Als er iemand voor mij aan de lijn was, trok de buurvrouw aan het touwtje dat uit de brievenbus hing en door de geopende deur klonk dan haar schelle stem: “Jan, er is telefoon voor je!”. Het was de KNWU met een uitnodiging om met een ploeg een wedstrijd in Zweden te gaan rijden. “Daar zeg ik geen nee tegen, mevrouw, dank u wel”, riep ik opgewonden in de hoorn. “Gossie Jan, jij komt nog eens ergens”, zei de buurvrouw, die altijd naast me stond mee te luisteren. Het was de tijd dat auto’s, vliegtuigen, caravans en buitenlandse vakanties nog maar voor weinigen waren weggelegd en als er een tent werd opgezet dan was dat op de Veluwe, in Valkenburg of in Bakkum. Dat ik helemaal naar Zweden zou gaan was voor mijn directe omgeving dan ook net zoiets als een retourtje naar de maan.
Een paar dagen later was het zover en ik werd thuis opgehaald door ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 11 juli 2010 14:00

Behalve in zijn strandtent heb ik ook veel verhalen van Gé in de auto gehoord. Duizenden kilometers heb ik naast hem in de auto gezeten van en naar de koersen waar we met de Caballero-ploeg aan deelnamen. Tijdens die autoritten kwam vaak zijn vriend Nest Thyssen (foto) ter sprake, een Belgische zesdaagserenner met wie hij in zijn actieve wielerloopbaan heel veel heeft opgetrokken. Buiten de wedstrijden om, want ik geloof niet dat hij ooit samen met die Thyssen een zesdaagse heeft gereden. Het waren hilarische verhalen en het gekke is dat ik er geen één kan navertellen, maar wel weet dat ik er altijd heel hard om moest lachen. Die Thyssen moest wel een heel bijzonder iemand zijn om zo veel hilariteit te veroorzaken. Ik werd nieuwsgierig naar die man en op een dag werd die nieuwsgierigheid onverwacht bevredigd. In 1969 gingen we met de ploeg naar de Ronde van België en de start was in Brussel. “Hoe zou je het vinden Jan, als we in het hotel van Nest Thyssen gaan slapen?”, vroeg Gé onderweg en ik antwoordde dat ik dat ik niets liever zou willen om vervolgens weer een verhaal te horen dat ik nog niet kende. Met buikpijn van het lachen ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 4 juli 2010 14:00

“Wat je bijna nooit ergens leest is dat ploegleiders in de regel uitstekend auto kunnen rijden. Wie dat niet kan, zal nooit een goede ploegleider worden. Zeker in de bergen is het noodzakelijk dat je de wagen met gevaar voor eigen leven zodanig de bochten doorstuurt dat je je renner kunt bijhouden, die met een noodgang omlaag giert. Krijgt hij pech dan moet je er à la minute zijn, want het gaat om winst of verlies. Gé Peters was jarenlang ploegleider van Caballero, de ploeg waar ik als beroepsrenner voor reed, en hij kon autorijden als de beste. Toen hij eens tijdens een woeste afdaling door zijn rem trapte dacht hij even dat het met hem gebeurd was. Die gedachte werd direct vervangen door een rampscenario om het vege lijf te redden en hij bracht de wagen in een zee van vonken van het op steen schurende metaal tegen de rotswand tot stilstand.
Hij kon het gelukkig smakelijk navertellen, daar in zijn strandpaviljoen in Bloemendaal en wij hingen aan zijn lippen. Soms interrumpeerde zijn personeel hem wel eens met de een of andere zakelijke mededeling. Midden in een prachtig verhaal nota bene. Gé moest direct even komen. We konden dan die serveerster wel dood kijken en onze blikken zeiden: “Hallo, zoek het effe lekker zelf uit, zie je niet dat Gé met iets veel belangrijkers bezig is. Scheer je weg!” Gé merkte dat natuurlijk en voelde feilloos aan dat hij ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 27 juni 2010 12:00

“Mijn wielercarrière zou wellicht heel anders zijn verlopen als ik Gé Peters niet had ontmoet. Hij was mijn voorbeeld en mentor en verder een fantastische man waar ik met veel respect aan terugdenk. Toen ik als wielrenner een beetje ging presteren had hij al een indrukwekkende wielerloopbaan achter de rug en was hij eigenaar van Paviljoen Lido op het Bloemendaalse strand, in die jaren een vaste pleisterplaats voor Haarlemse wielrenners als ze na de training weer op huis aan stuurden. De sterke verhalen gingen over en weer en als het niet al te druk was kwam Gé erbij zitten. Soms stilletjes en luisterend, maar als hij op zijn praatstoel zat dan werden wij allemaal stil. In een voortreffelijke stijl gingen alle registers bij hem open en de kring om hem heen werd allengs groter. Ademloos luisterden we naar zijn belevenissen. De meeste verhalen kende ik na verloop van tijd wel, maar hij bracht het altijd weer net even anders en met nieuwe details, waardoor het nooit ging vervelen. Zoals over zijn ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 20 juni 2010 12:00

“In mijn geboortedorp Schoten, dat nu binnen de stadsgrenzen van Haarlem ligt, woonden in mijn jeugd binnen een straal van een kilometer nogal wat sporthelden. Zo was er de familie Voorting met maar liefst vier wielrennende broers, te weten Gerrit, de meest succesvolle, zijn nog meer getalenteerde broer Adri, de benjamin van het grote gezin dat er met de pet naar gooide, en dan nog Wim en Piet die de wielersport altijd voor hun plezier hebben beoefend. Minstens zo bekend was de familie Peters met drie fietsende broers. Gerard bracht het tot wereldkampioen achtervolging en tot koppelgenoot in de zesdaagsen van de legendarische ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 30 mei 2010 12:00

« Vorige 1 1 2 2 3 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 Volgende »